Depressie is over vijftien jaar volksziekte nummer 1, voorspelt de World Health Organisation. De afgelopen tien jaar zou het aantal mensen dat aan depressie lijdt al verdubbeld zijn. De oplossing wordt in toenemende mate gezocht in medicatie. Maar volgens Darian Leader wordt depressiviteit door de moderne medici verkeerd geïnterpreteerd. Het nieuwe zwart toont aan dat rouw en melancholie de grondslag vormen van wat we nu depressiviteit noemen en dat wij onvoldoende begrijpen en aanvaarden dat deze gevoelens grote invloed hebben op ons innerlijk leven. Leader houdt een pleidooi vóór het doorleven van ongeluk en tégen het hedendaagse streven naar geluk. Door beter inzicht te verwerven in reacties op verlies kunnen wij ons bevrijden van het idee dat we lijden aan een ziekte en leren inzien dat zwaarmoedigheid een belangrijke functie vervult. Het nieuwe zwart is gebaseerd op Leaders ervaringen uit zijn psychoanalytische praktijk.
De BreingidsEen reis door onze hersenenJuni DaalmansHonderd jaar geleden keek de neuroloog met spanning uit naar het moment waarop zijn hersenzieke patiënt overleed. Dan kon immers de schedel open en werd er naarstig gezocht naar de oorzaak van een ziektebeeld. Tegenwoordig bestuderen we hersenen in actie, waardoor de kennis van het brein snel toeneemt. Ook vinden steeds meer lezers hun weg in deze materie. Kennis van het brein draagt immers bij aan kennis van jezelf.Dit boek beschrijft in begrijpelijke taal een dialoog tussen een gids en een bezoeker zonder specifieke voorkennis, die samen door het brein wandelen. Het verhaal is gericht op de grote lijn, waarbij uitzonderingen zijn weggelaten, maar wel ruimte is voor wetenswaardigheden. Achter in het boek staat een woordenlijst met de wetenschappelijk gangbare termen. Over de auteur(s):Juni Daalmans is psycholoog, psychotherapeut, docent psychologie en managementtrainer in Maastricht (zie: www.daalmans.nl).
Wat als iemand zich chronisch moe voelt, of voortdurend pijn heeft, en de dokter heeft alle medische testjes gedaan maar kan niets vinden? Dan staat de arts voor een raadsel en belandt de patiÙnt in de enorme restbak van mensen die lijden aan medisch onverklaarde klachten. Tot frustratie van de patiÙnt wordt de oorzaak dan vaak 'tussen de oren' gezocht. Hoewel patiÙnten soms wel een diagnose krijgen, zoals fibromyalgie, chronisch-vermoeidheidssyndroom of prikkelbare-darmsyndroom, biedt die vaak weinig soelaas.In De dokter kan niets vinden geeft Jan Houtveen aan de hand van recent wetenschappelijk onderzoek antwoord op vragen als: Wat gebeurt er in het brein? Bestaat hyperventilatie? Waarom hoor je zo vaak dat de klachten beginnen na een virusinfectie? Waarom gaat pijn zo vaak samen met vermoeidheid?Houtveen laat zien dat psychologische factoren beslist een rol spelen, maar dat een puur psychologische verklaring te kort door de bocht is. De dokter kan niets vinden biedt een overzicht van actuele kennis en nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. Door de heldere uitleg en de concrete voorbeelden worden 'vage klachten' voor de lezer steeds minder vaag. De dokter kan niets vinden is een aanrader voor iedereen die - al dan niet beroepshalve - meer wil weten over het raadsel van medisch onverklaarde klachten.Over de auteurJan Houtveen (1964) promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op het gebied van psychologische en fysiologische reacties op stress. Sinds 2001 is hij verbonden aan de afdeling Klinische en Gezondheidspsychologie van de Universiteit Utrecht, waar hij zich bezighoudt met onderwijs en onderzoek op het gebied van medisch onverklaarde lichamelijke klachten.
De Pedicure-instrumentenwijzer geeft een zo compleet mogelijk beeld van alle mogelijke soorten instrumenten die een pedicure tot haar of zijn beschikking heeft. Het accent ligt op het gebruik van de instrumenten. Per hoofdstuk is aansluiting gezocht bij wat er in de richtlijnen van ProVoet en de Code van het Voetverzorgingsbedrijf staat over de betreffende handeling en het gebruik van de instrumenten.Dit boek benoemt eerst alle handelingen en de instrumenten die daarbij gebruikt worden. Zowel de basishandelingen als medische handelingen - voetverzorging bij mensen met reumatische aandoeningen en bij mensen met diabetes mellitus - komen aan bod. De auteur geeft advies over welk instrument gebruikt moet worden tijdens welke handeling, hoe deze instrumenten eruitzien en hoe je ze het beste vast kunt houden. Daarna volgen hoofdstukken over apparatuur, zoals frezen, motoren en tangen. Van de meeste instrumenten en handelingen zijn duidelijke foto’s in het boek opgenomen.
Kees Ouwens (1944-2004) is de verkenner van het onbereikbare. Hij is de dichter van de schuchtere wanhoop en de schuwe onverbiddelijkheid. Van deerlijke tederheid en roekeloze uitbundigheid.De auteurs in En gene schitterde op de rede komen nabij het unieke universum van het oeuvre van Kees Ouwens. Zij onderzoeken taal en wezen, en beproeven de ontoegankelijkheid en het licht van zijn poëzie. Hun aandacht richt zich op de verhouding tussen Ouwens' proza en zijn poëzie, op het gebruik van klassieke en hedendaagse mythologieën, en op verwantschappen met Descartes, Beckett, Gombrowicz, Pasolini, Achterberg of Faverey. Niet eerder is het werk, de persoonlijke mystiek van Ouwens van zo veel zijden tegelijk benaderd.En gene schitterde op de rede bevat een uitvoerig gesprek met Kees Ouwens zelf, waarin motieven, achtergronden en werkwijze van de dichter aan het licht gebracht worden. Brieven, foto's en handschriften documenteren het beeld van de dichter.Samenstelling & redactie: Hans Groenewegen.Bijdragen: Piet Gerbrandy (Oude chaos, nieuwe orde), Rein Bloem (Klavervier), Lucas Hüsgen (Aarzelingen van de zwaan), Marc Kregting (De verborgen derde persoon), Toine Moerbeek & Kees Ouwens (De realiteit van fictie), Yra van Dijk (Het schuwe schrijven), Hans Groenewegen (Het bestaande heeft je gezocht), Peter van Lier (Voor de dag met dat licht), Tom Van de Voorde (Op weg naar het licht) en Kees Ouwens (Omhelzingen).En gene schitterde op de rede is deel 9 in de serie Poëzie & Poetica.
Vaders: vluchtende vaders, vermaledijde vaders, verwaarlozende vaders, mishandelende vaders, gevaarlijke vaders, verloren vaders, vervreemde vaders, afwezige vaders: het vaderschap in crisis? Het beeld van de vader in onze maatschappij is in ieder geval belabberd. Maar heel zelden krijgen we goed nieuws over de bijdrage van de vader aan het gezin en aan de ontwikkeling van zijn kinderen. En vooral de vader-zoon relatie wordt stiefmoederlijk behandeld. In dit boek gaan we op zoek naar een ander beeld van de vader en van de relatie tussen de vader en zijn zonen. Wij (h-)erkennen de essentiÙle vaderlijke gebaren, de bijdragen van de vaderfiguur die wezenlijk zijn voor het leven van de zoon. De vaderfiguur (de vadermythe?) wordt gezocht in de Grote Literatuur, in recent wetenschappelijk onderzoek en in de ervaring van de auteur als hulpverlener in het werken met gezinnen. Ook wordt gebruik gemaakt van het Verhaal van Carlo Collodi; via de capriolen van Pinokkio wordt de vaderfiguur geconstrueerd (gere-construeerd?). Hiernaast plaatst de auteur steeds hedendaagse getuigenissen en laat ze vaders en zonen zelf aan het woord. Ze vult aan met observaties van andere vaderspecialisten. Deze zoektocht levert een schat aan waardevolle vaders, aan nabije en actieve vaders, aan zorgzame en betrokken vaders, aan nuchtere, geloofwaardige figuren die ontkomen aan de greep van 'de moedermaffia'.
Jacques Wallage (1946) was raadslid, wethouder en burgemeester in Groningen, Kamerlid, staatssecretaris en PvdA-fractievoorzitter in Den Haag. Na bijna veertig jaar in publieke dienst nam hij vorig jaar afscheid als burgemeester van Groningen. Als bijzonder hoogleraar integratie en openbaar bestuur aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) keert hij terug aan de universiteit, waar hij in 1971 als socioloog afstudeerde en (kort) wetenschappelijk medewerker was. In deze oratie verkent hij de betekenis van het begrip identiteit. Draagt een bewust uitgedragen zelfbeeld bij aan de integratie van migranten of is het hiervoor een belemmering? De auteur verbindt zijn visie op de betekenis van identiteit aan zijn kijk op Nederland en laat zien dat ruimte voor identiteit past in het pluriforme zelfbeeld van ons land. ‘Diversiteit is ons handelsmerk’, stelt hij. Jacques Wallage ontloopt in zijn oratie de lastige vraagstukken niet, bijvoorbeeld door in te gaan op de noodzaak identiteiten te verbinden met de moderniteit. Wanneer deze verbinding niet wordt gezocht, kan identiteit een drempel worden voor de integratie.
Moritz Schreber is de vader. Een arts en befaamd heilgymnast, beroemd als de dokter Spock van de negentiende eeuw, maar vooral berucht als exponent van de 'zwarte' pedagogiek. Evenzeer een sadistische kinderkweller en huistiran als mythische grondlegger van de Duitse volkstuintjes, tegelijk wegbereider van het fascisme en patroonheilige van de milieubeweging.Paul Schreber is de zoon. Een succesvolle jurist en rechter, die op zijn vijftigste krankzinnig wordt en een imposant boek schrijft over zijn religieuze wanen en denkbeelden, de Denkwürdigkeiten eines Nervenkranken (1903). Sigmund Freud beschouwt hem in zijn Psychoanalytische opmerkingen over een autobiografisch beschreven geval van paranoia (1911) als een gemankeerde homosexueel, die krankzinnig wordt omdat hij de liefde voor zijn vader verdringt. Sindsdien hebben talloze psychoanalytici een antwoord gezocht op de vraag: is de zoon krankzinnig geworden door de schuld en de opvoeding van zijn vader?Han Israëls onderzoekt in dit boek zowel de faam van de vader als de roem van de zoon. Aan de hand van een biografische beschrijving van de familie Schreber geeft hij een fascinerende reconstructie van het beeld dat in de loop der geschiedenis van vader en zoon is gevormd. Hij laat stap voor stap zien hoe de vader Schreber tot een moordzuchtige kwelgeest uitgroeit en zijn zoon Paul tot de beroemdste patiënt in de geschiedenis van de psychiatrie. Israëls bewijst in zijn behandeling van het geval Schreber een gedreven speurder en een nauwgezet historicus te zijn die de bewuste en onbewuste geschiedvervalsing op ironische wijze analyseert en een verbijsterende, groteske overschrijftraditie blootlegt.
Hoe definieer je wetenschapscommuicatie? Wat is het verschil met wetenschaps- en technologiecommunicatie (wtc) en wat is de relatie tussen wtc en wetenschapseducatie (wte)? In dit boek word teen helder antwoord gegeven op deze vragen om spraakverwarring op dit terrain terug te dringen. Wat de een wtc. noemt, is voor de ander wetenschapspropaganda; wat de een communicatie noemt, betitelt een ander als educatie of voorlichting, En terwijl de ene groep alle wtc-heil verwacht van dagbladen, tv of internet, geloven anderen meer in interactieve communicatie tijdens publieke debatten en in science centers. Dit boek wil vanuit het opkomende wetenschapsdomein wtc een sterk fundament leggen onder de wtc-praktijk. Theorie als steun voor de alledaagse toepassing. Dit wetenschappelijke fundament wordt gezocht om zoveel mogelijk te ontkomen aan politieke hypes als valorisatie en modetrends als interactiviteit.<br>De auteurs zijn wtc-hoogleraren, docenten en professionals.
SCP werkdocument 127ISBN 90 377 0279 1De toegankelijkheid van museumcollecties, archeologische vondsten, monumenten en archieven is in de afgelopen jaren enorm vergroot door de ontsluiting van historisch waardevolle documenten en afbeeldingen van museale objecten op het internet. Voor iedereen die over een inernetaansluiting beschikt, is het mogelijk geworden om 24 uur per dag informatie over het culturele erfgoed te bekijkenGaandeweg het digitaliseringsproces werd in de erfgoedsector de vraag steeds prangender voor wie dit alles nu precies bedoeld is: wie zijn de liefhebbers van digitaal erfgoed? Hoe en waarvoor precies gebruiken zij het internet? Hoe kan het digitale erfgoedaanbod in hun ogen nog worden verbeterd?Die vragen staan centraal in deze studie. Binnen het digitaal-erfgoed-publiek worden vijf typen gebruikers onderscheiden: de zogenoemde allrouders, kunstminnaars, verenigingsleden, verzamelaars en snuffelaars. In focusgroepen is onderzocht welke doelen deze gebruikersgroepen voor ogen hebben en welke zoekstrategie zij hanteren. Bezoekers van digitaal erfgoed blijken mensen die ook fysieke bezoeken aan erfgoedinstellingen brengen. De voordelen van het gebruik van internet zijn het gemak waarmee vanuit huis informatie gezocht kan worden en het kunnen voorbereiden van een fysiek bezoek. Verder biedt het internet een manier om zich snel te ori eren: bij welke instellingen bevindt zich de informatie die ik nodig heb? Gebruikers hebben echter wel enige twijfels bij de betrouwbaarheid en diepgang van digitaal aangeboden informatie. Ook het gebrek aan overzicht over het totale aanbod wordt soms als problematisch ervaren.
Heeft je kind heftige driftbuien? Weigert het hardnekkig te doen wat je vraagt? Kortom, heb je een explosief kind en zit je regelmatig met je handen in het haar? Onbeheerst en agressief gedrag overvalt ouders en veroorzaakt schuldgevoelens en frustratie – of dat gedrag nu veroorzaakt wordt door een leer-, ontwikkelings- of gedragsstoornis, of niet. Ross W. Greene ontwikkelde een eenvoudige maar baanbrekende methode om om te gaan met chronisch inflexibele kinderen met een lage frustratietolerantie. Zijn uitgangspunt is dat daarbij samen met het kind gezocht moet worden naar een oplossing voor problemen.In deze tweede, geactualiseerde editie van 'Het explosieve kind' gaat Greene nader in op de tekortschietende vaardigheden van moeilijk hanteerbare kinderen en de aanleidingen voor explosies. Tevens zijn de meest recente aanpassingen op Greene's methode van gezamenlijk probleemoplossen in dit boek verwerkt.'Het explosieve kind' is onmisbaar voor ouders die verstandig willen reageren op problematisch gedrag en de rust in huis willen herstellen. Het is bovendien een aanrader voor hulpverleners en docenten die werken met moeilijk hanteerbare kinderen.Over de eerste editie:‘Een aanwinst om kinderen met moeilijk gedrag beter te leren begrijpen.’– Balans Magazine‘Helder betoog en herkenbare voorbeelden.’– de VolkskrantDr. Ross W. Greene is verbonden aan de afdeling psychiatrie van Harvard Medical School.
Onderzoek heeft aangetoond dat autisme onder doven en slechthorenden vaker voorkomt dan onder horenden. De comorbiditeit van doofheid en autisme leidt tot specifieke problemen op het gebied van communicatie, diagnostiek en behandeling. Op de werkvloer en bij ouders speelt vooral de vraag naar de mogelijkheden en valkuilen op het gebied van gebaren en gebarentaal. Vanwege de visuele kenmerken ervan lijkt gebarentaal goed aan te sluiten bij de specifi eke vermogens van mensen met autisme. Echter, net als gesproken taal, stelt gebarentaal eisen aan vorm- en betekeniswaarneming waaraan juist door mensen met autisme slechts moeizaam kan worden voldaan vanwege de andere wijze van waarnemen en informatieverwerking. De vraag naar de invloed van autisme op het verwerven, begrijpen en gebruiken van gebarentaal staat in dit boek centraal. Het antwoord op die vraag is gezocht in de internationale literatuur van de laatste drie decennia op het gebied van autisme, doofheid, gebarentaal en neurocognitief onderzoek. Hoewel geen onderzoek is gevonden waarin de relatie tussen doofheid, autisme en gebarentaal centraal staat, biedt de inventarisatie, zowel theoretisch als praktisch, belangrijke inzichten in de factoren die een rol spelen bij het slagen of mislukken van gebarentaalontwikkeling. Als in de begeleiding van dove kinderen en volwassenen met autisme rekening wordt gehouden met deze factoren, zal dat de communicatie zeker ten goede komen.Bewogen communicatie richt zich niet alleen naar mensen die betrokken zijn bij dove of slechthorende kinderen en volwassenen met autisme, maar naar iedereen die leeft of werkt met kinderen en volwassenen op het autismespectrum.
"Groninger Historische Reeks, 12De problemen met betrekking tot de vestiging en het verblijf van migranten staan de laatste jaren in het brandpunt van het politiek en maatschappelijk debat. De historische dimensies worden in dit debat wel eens uit het oog verloren. Immers, ook in vroegere tijden hebben veel migranten om uiteenlopende redenen hun heil in de Nederlanden gezocht. In dit boek van E. Schut wordt de vestiging en het verblijf van een bepaalde groep migranten, nl. de joden in de stad Groningen behandeld. Het idee dat Nederland in het verleden een tolerant land was, dat open stond voor de vestiging van nieuwkomers, maakte lange tijd deel uit van het collectief bewustzijn van de Nederlandse natie. Dergelijke denkbeelden deden ook al aan het eind van de achttiende eeuw opgeld. Zo schreef in 1796 een commentator in het Groningse weekblad 'De Onverwachte Courier' dat de houding van het Groninger stadsbestuur ten opzichte van de vestiging en het verblijf van de joden in de stad Groningen werd gekenmerkt door een grote mate van verdraagzaamheid. De laatste jaren is deze 'mythe' van de Nederlandse verdraagzaamheid echter in toenemende mate ter discussie gesteld. Maar ook in deze discussie wordt de historische dimensie vaak uit het oog verloren. In dit boek onderzoekt de auteur hoe de vestiging van de joden, de vorming van de Joodse Gemeente en de appreciatie van de joden door de verschillende bevolkingsgroepen in de stad Groningen verliepen. Was er werkelijk sprake van een verdraagzame houding ten opzichte van de joden? De schrijver wil met deze studie een bijdrage leveren aan het onderzoek naar de vestiging en appreciatie van de 'afwijkende' groepen in de Nederlandse samenleving ten tijde van de Republiek."
Zien is geloven, zien is genoeg. Henk van Os is een kijk-mirakel: hij heeft zijn leven lang beelden gezocht, naar kunst verlangd en in kijken zijn fundament gevonden.In Zien is genoeg ontvouwt zich het eeuwig nieuwsgierige, tomeloos onderzoekende leven van Van Os op geheel eigen wijze: in een serie ontmoetingen met vrienden uit de kunst ontdekt hij de essentiÙle beelden, de verbijsterende werkelijkheid die door kunst wordt zichtbaar gemaakt.In dit zeer persoonlijke boek maakt Van Os voelbaar hoe ingrijpend kunst kan zijn, en hoe veelomvattend.De bijzondere memoires van een kijklustig kunsthistoricus: Henk van Os in optima forma!
Overal in Nederland zijn de afgelopen jaren zelfsturende teams van Buurtzorg aan het werk gegaan met als doel de cliënt en de mensen om hem heen weer centraal te stellen in de zorg. Daarvoor is niet alleen een organisatievorm gekozen die radicaal breekt met de reguliere zorg, maar ook een bijpassende werkwijze. Onder het motto 'Eerst buurten, dan zorgen' heeft een aantal voortrekkers de afgelopen jaren gezocht naar manieren om de zorg van wijkverpleegkundigen en wijkziekenverzorgenden beter af te stemmen op de behoeften, mogelijkheden en omstandigheden van de cliënt en zijn naasten. Ter ondersteuning daarvan is het Buurtzorg Informatie Systeem opgezet dat de teams online kunnen gebruiken. Daarin is onder andere een Nederlandse bewerking van het Amerikaanse Omaha-systeem opgenomen. In dit boek beschrijven Aart Pool, psycholoog en adviseur van Buurtzorg, en Jennie Mast, projectcoördinator bij Buurtzorg, de werkwijze van Buurtzorg. Ze spiegelen die aan het ideaal van maatschappelijke gezondheidszorg of 'community health nursing'. Dat houdt in dat mensen die kampen met ziekte en beperkingen zodanig ondersteund worden dat zij niet buiten de gemeenschap komen te staan. De wijkverpleegkundige speelt hierin een belangrijke rol omdat zij de verbinding kan maken tussen individuele zorg, ondersteuning van de mantelzorg en zorg voor de buurt. Buurtzorg werkt stap voor stap aan het realiseren van dat ideaal, maar ziet ook dat er nog veel te doen is.
Voor het bestaan van effecten van hulpverleningsprogramma’s gericht op volwassenen, kinderen, ouders en gezinnen, moet empirisch bewijs geleverd worden. Dit boek levert een bijdrage aan de wetenschappelijke discussie over goed effectonderzoek in de gedragswetenschappen. Het bevat een algemene beschouwing over de empirische methodologie, definities van centrale begrippen en een beschrijving van ideaaltypische kenmerken van effectstudies. Omdat het ideale (experimentele) design slechts zelden realiseerbaar is, krijgen vervolgens de praktische belemmeringen en valkuilen ruime aandacht. Voorts wordt gezocht naar oplossingen, die een compromis vormen tussen de methodologische eisen en praktische beperkingen. Afsluitend is er enige verdieping in technische onderwerpen. Tot de doelgroep behoren universitaire studenten en docenten in de gedragswetenschappen en een ieder die in de onderzoeks- en hulpverleningspraktijk te maken krijgt met effectonderzoek. Het boek scherpt het oordeel aan en biedt, met behulp van samenvattingen en checklists, tal van handvatten voor onderzoeksopzet, –uitvoering en -discussie. Daphne van Loon is als onderzoeker gelieerd aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen en de Stichting JSL en werkt als projectmanager bij de Bedrijven Contactdagen en de Eerstelijnsdag. Bieuwe F. van der Meulen was tot 2008 als bijzonder hoogleraar verbonden aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, met als leeropdracht de opvoeding van het chronisch zieke kind. Alexander Minnaert is als hoogleraar orthopedagogiek en klinische onderwijskunde verbonden aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen.
Bj°rn Lomborg plaatst in Cool it! kritische kanttekeningen bij de eenzijdigheid en de juistheid van de informatie die we voorgeschoteld krijgen over klimaatverandering, niet in de laatste plaats door Al Gore.Lomborg trekt deze klimaatverandering niet in twijfel, maar plaatst wel vraagtekens bij de eenzijdige en vaak zeer kostbare oplossingen die worden gezocht. Volgens Lomborg moeten we afstappen van kostbare en inefficiÙnte strategieÙn, zoals Kyoto en nadenken over hoe we de klimaatverandering goedkoper kunnen aanpakken op de lange termijn. Kunnen we met een fractie van het geld niet veel meer doen voor de wereld? Niet alleen aan de gevolgen van klimaatverandering, maar bijvoorbeeld ook aan onderzoek naar de bestrijding van aids en malaria?Over de auteurBj°rn Lomborg, onder andere de auteur van de bestseller The skeptical environmentalist, werd in 2004 door time Magazine uitgeroepen tot ÚÚn van de honderd invloedrijkste mensen ter wereld. In mei 2004 startte hij het project Kopenhagen Consensus, waarin topeconomen de wereldproblemen op basis van prioriteiten rangschikken.
Het belangrijkste gerechtshof in de Nederlandse gewesten vóór 1811 was het Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland. Burgers konden er procederen of tegen een vonnis van een lagere instantie in beroep gaan. Het Hof of de Raad van Holland was de opvolger van de oude grafelijke raad die al onder de Beierse hertogen functioneerde. Tot ver in de zestiende eeuw behield het Hof van Holland politieke bevoegdheden, maar in de praktijk kwam de nadruk steeds meer te liggen bij de justitiële taak. Onder de Bourgondisch-Habsburgse hertogen groeide het Hof uit tot een professionele rechterlijke instelling. Deze procesgids wijst de weg in de talrijke civiele procedures die voor het Hof gevoerd konden worden. Aan de hand van concrete voorbeelden wordt duidelijk in welke series boeken of documenten gezocht moet worden naar rechtszaken uit de bijna vier eeuwen van het bestaan van het Hof. Deze gids is tot stand gekomen dankzij de medewerking van het Nationaal Archief, waar het archief van het Hof (1428-1811) bewaard wordt.
De babyboomers van nu maken zich op voor hun tweede jeugd op de leeftijd dat hun ouders gingen denken aan hun pensioen. Ze worden ouder, en er zijn meer ouderen dan ooit.De tweede levenshelft heeft nog nooit zo lang geduurd. Maar tegelijk weten we minder dan ooit er zin aan te geven. Willen we eigenlijk wel oud worden? En hoe worden we dan goed oud? Collectieve antwoorden op die vraag brokkelen af; met de nieuwe ouderen is ook de ouderdom geïndividualiseerd. Hoe kunnen we dan toch zinnig over oud worden spreken?In dit boek wordt gezocht naar wegwijzers in het niemandsland van de nieuwe ouderdom. Goed oud worden vraagt op zijn minst om evenwichtskunst, waarin gezondheid, autonomie, gemeenschap en zingeving met elkaar in balans worden gebracht. De generatie ouderen op komst is echter ook de eerste die groot geworden is met waarden als zelfontplooiing en authenticiteit. Kunnen we daarmee oud worden?De schrijver van dit boek (lichting 1955) denkt dat het kan. Maar dan moeten we wel eerst van de jeugdwaan van de babyboomers worden verlost en weer leren wat het is om eindig te zijn.Frits de Lange is als hoogleraar ethiek verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit (Kampen).
Rudolf Moers heeft jarenlang gezocht naar een leerboek over elektronenbuizen-elektronica om te leren hoe je zelf elektronenbuizenversterkers kunt ontwerpen en bouwen. Hij heeft dit boek nooit kunnen vinden en is daarom zelf gaan schrijven. Bij de totstandkoming van deze uitgave heeft de auteur veel historische radioboeken bestudeerd en talloze metingen en berekeningen verricht. Hierdoor is veel kennis over elektronenbuizen-elektronica die verloren dreigde te gaan, vastgelegd in dit boek (meer dan 800 pagina's!). Er zijn twee aspecten van een technisch boek die de lezer graag ziet maar die elkaar slecht verdragen. Dat zijn een prettige leesbaarheid en exactheid. Lezers die wiskundig minder geschoold zijn, kunnen de formules als een bruikbaar recept toepassen en de afleiding overslaan, zonder afbreuk te doen aan de leesbaarheid van het verhaal. Na de inleiding volgt een hoofdstuk over de grondbeginselen van elektronenemissie. Daarna worden diode, triode, tetrode en penthode behandeld. Ook wordt er gekeken naar de grenzen van audiofrequenties en uitgelegd hoe het zit met nietlineaire vervorming en ruis. Als laatste worden ook tegenkoppeling en het bouwen van elektronenbuizen-versterkers behandeld. Veel theorie wordt getoetst aan de praktijk en ontwerpmethodieken geven de lezer een kapstok om zelf aan de slag te gaan als ontwerper en bouwer van elektronenbuizenversterkers. Geen academische theorie om wetenschappelijk bewijs te leveren, maar een theoretische onderbouwing waarom de praktijk werkt. Geen moderne simulaties maar gewoon eerst de schakeling berekenen omdat je het begrijpt, vervolgens de schakeling bouwen omdat je iets kunt maken. Als je beschikt over een universeelmeter, een signaalgenerator en een oscilloscoop, kun je de schakeling zelf doormeten om waar te nemen dat theorie en praktijk niet ver uit elkaar liggen. Dit maakt de uitgave tot een uniek naslagwerk.
In dit boek maakt Ter Horst zich sterk voor het wetenschappelijk bedrijven van christelijke pedagogiek. De vragen wat, hoe en waartoe uit de wetenschapsleer worden voor de christelijke pedagogiek beantwoord met het aanreiken van een zogenaamd paradigma. Een samenhangend waarnemings, denk en handelingskader, inclusief afspraken en aannames of postulaten, waarmee in een tak van wetenschap wordt geprobeerd problemen op te lossen.Dat een christelijke pedagogiek mogelijk en noodzakelijk is en een handelingswetenschap wordt genoemd, is al een voorbeeld van zulke postulaten.Als handelingswetenschap behoort de pedagogiek om te beginnen in te gaan op vragen uit de opvoedingssituatie. Als er dan geen bruikbare antwoorden voorhanden zijn, moet er serieus naar worden gezocht. Soms is daar ingewikkeld onderzoek voor nodig. Anders gezegd: dan moet er wetenschap worden bedreven.
Waar kom je nou eigenlijk terecht als je antropologie hebt gestudeerd? Welke meerwaarde heeft een antropoloog voor een werkgever? Hoe kun je je als antropoloog het beste presenteren bij een potentiële werkgever? Vinden antropologen sowieso wel een baan? Na het succes van Veldwerk in uitvoering. Verhalen van antropologen in spe verschijnt bij Aksant
De necrologie mag zich in een levendige belangstelling verheugen. De doden dienen journalisten, schrijvers en biografen onverminderd tot inspiratiebron. Het leven van een doodsbericht laat zien hoe hecht necrologie en biografie met elkaar verweven zijn. Moet in een necrologie een oordeel worden geveld over het leven van een overledene? Hoe betrouwbaar zijn doodsberichten in de krant, die heet van de naald zijn geschreven? Waarom haakte de biograaf van Joop den Uyl af? En hoe lang blijven fouten en oneffenheden in necrologieen de dode achtervolgen? Waarom is in de Britse pers de 'obituary' zo populair?Het zijn prikkelende vragen waarop in Het leven van een doodsbericht een antwoord wordt gezocht door journalisten en wetenschappers als Peter Brusse, H.J.A. Hofland, Henk te Velde, Sophie Levie en Doeko Bosscher.
De behoefte aan online beschikbare informatie uit collecties van bibliotheken en archieven is groeiende. In het huidige internet tijdperk streeft men een volledig doorzoekbare digitale bibliotheek na, waarin men alle benodigde informatie – vanachter de pc op het werk of thuis- kan vinden. Er is dus een toenemend maatschappelijk belang gemoeid met de digitale ontsluiting van historische fi lm-, kranten-, beeld- en geluidsarchieven.De beschikbaarstelling van erfgoedcollecties wordt gestimuleerd door de overheid en de Europese Commissie. Om dit te bewerkstelligen is momenteel in de erfgoedsector een aantal grootschalige digitaliseringsoperaties gaande. De daarvoor benodigde auteursrechten kunnen daarbij echter een knelpunt vormen. Immers, voor elk auteursrechtelijk beschermd werk afzonderlijk moet toestemming worden gevraagd aan de rechthebbende(n) voor het maken van een digitale kopie en voor de openbaarmaking via internet.Maar wat als de rechthebbende onbekend is of niet meer kan worden opgespoord? Men spreekt dan van een ‘verweesd werk’ en exploitatie ervan zal achterwege moeten blijven. Dat valt vaak te betreuren, omdat het werk van cultureel of historisch belang kan zijn. Om die reden wordt in de culturele erfgoedsector naarstig naar oplossingen gezocht voor dit probleem. Dit boek behelst een inventarisatie van bestaande of voorgestelde wettelijke regelingen en/of praktische oplossingen in diverse landen (Canada, Engeland, Duitsland, Verenigde Staten, Zweden en Frankrijk). Het boek is een weergave van het onderzoek dat het Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht (CIER) van de Universiteit Utrecht voor het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) heeft verricht.
"Mensen raken door vele oorzaken getraumatiseerd, variërend van seksueel en of lichamelijk geweld tot rampen en oorlogen. Dit heeft gevolgen voor hun functioneren en hun persoonlijk welbevinden: vaak ontstaan er problemen bij het zich herinneren van ervaringen, bij het beschrijven ervan en bij de integratie in hun levensverhaal. De aard en de zwaarte van dergelijke reacties verschillen per persoon.Psychotrauma gaat in op de relatie tussen biologische processen bij schokkende ervaringen en de invloed daarvan op gedrag en verwerking. De individuele variatie en ook de universele biologische reacties op dergelijke ervaringen worden uitvoerig behandeld, waarbij tevens een verklaring wordt gezocht voor het feit dat de ene persoon wel en de andere geen klachten krijgt. Uitgangspunt zijn de cognitieve neurowetenschappen en de psychoanalyse, twee disciplines die nadrukkelijk tot de ontwikkeling van de psychobiologie hebben bijgedragen, en dat nog altijd doen.Aan bod komen de preventie, de diagnostiek en de behandeling van klachten na ingrijpende ervaringen; de theorie wordt daarbij steeds toegelicht aan de hand van voorbeelden uit de praktijk.Prof. dr. B.J.N. Schreuder, van huis uit psychiater en psychoanalyticus, is werkzaam als A-opleider Psychiatrie aan het Academisch Medisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam en als manager zorgzaken van AMC/De Meren. Hij is tevens bijzonder hoogleraar Transgenerationele oorlogsgevolgen aan de afdeling Psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud van de Katholieke Universiteit Nijmegen. "
De overheidsambities stapelen zich op: achterstandswijken moeten socialer, buurten veiliger, mensen minder dik en burgers moeten elkaar meer gaan helpen. De overheid is voor het realiseren van die ambities indringend op zoek naar brave burgers: die moeten vrijwilligerswerk doen, mantelzorg bieden, afslanken, actief worden in hun wijk en de politie helpen om de buurt veiliger te maken. Er lijkt sprake van een nieuwe maakbaarheid, waarbij de overheid niet zozeer zelf ingrijpt, maar burgers zover probeert te krijgen dat zij de problemen oplossen die de overheid uit naam van het publieke belang benoemt. In ‘Brave burgers gezocht’, het nieuwe jaarboek van ‘TSS, Tijdschrift voor sociale vraagstukken’, onderzoeken sociale wetenschappers wat de nieuwe focus op brave burgers betekent. Worden zij voor het karretje van de overheid gespannen? Of hebben ze zelf ook nog wat in te brengen? Mogen ze bedanken voor de eer? Gaan ze ook in tegen de overheid? Wat vinden burgers eigenlijk zelf van hun nieuwe rol? In dit zevende ‘TSS’-jaarboek bijdragen van onder meer Evelien Tonkens, James Kennedy, Willem Trommel en Bas van Stokkom.
Deze met vier aanvullende studies verrijkte baanbrekende publicatie, is voor belangstellenden en kenners van Art Nouveau/Jugendstil in Nederland onmisbaar. De vormgeving nodigt uit tot bladeren, lezen, raadplegen en genieten. De ontwikkeling van de boekverciering van Negentig komt in een onafgebroken stroom van kleuren en vormen voorbij. Wie nu de teksten leest hoeft niet meer heen en weer te bladeren naar afbeeldingen en registers: die liggen in een afzonderlijk bandje rustig open naast de lezer. De hergeboorte van een gezocht standaardwerk.
Beleven we het einde van de psychotherapie? Heeft Freud afgedaan? Tegenwoordig wordt verondersteld dat alle psychische problemen - adhd, depressie, burn-out, persoonlijkheidsstoornis - ziektes zijn, of gevolgen van erfelijke afwijkingen die met medicijnen te bestrijden zijn. Pillen in plaats van praten. Paul Verhaeghe neemt in dit boek krachtig stelling tegen deze ontwikkeling.De oorzaken van het groeiend aantal psychische problemen moeten niet gezocht worden in genen of neuronen, maar in de manier waarop onze maatschappij met psychische problemen omgaat. Mensen gaan met andere problemen naar de psychiater dan vroeger, zijn minder dan voorheen geneigd tot introspectie en reflectie en verwachten zonder enige persoonlijke inspanning direct van hun problemen verlost te kunnen worden. De bijna automatisch voorgestelde remedie - pillen - bevestigt deze situatie.Het einde van de psychotherapie pleit voor een andere visie op de hedendaagse psychische problemen en een grondige herwaardering van de psychotherapie.
Het aantal kinderen met sociaal emotionele problemen, zoals autisme, lijkt de afgelopen jaren steeds meer te zijn toegenomen. Scholen en instellingen voor Speciaal Onderwijs zien zich hierdoor meer en meer voor de vraag gesteld hoe deze sociaal emotionele problematiek bij leerlingen kan worden gesignaleerd, welke behandeling moet worden geboden en op welke wijze met de ouders kan worden samengewerkt. Dit boek laat zien hoe wetenschappelijk pedagogisch onderzoek hieraan een bijdrage kan leveren. Er wordt antwoord gezocht op vragen als ´is de toename van het aantal autisme diagnoses van de laatste jaren terecht?´, ´zijn meningsverschillen over de problematiek tussen ouders en leerkrachten van invloed op de behandeling van de leerlingen?’ en ‘beïnvloeden deze meningsverschillen de samenwerking tussen ouders en school?´. Daarbij worden aanbevelingen gedaan voor praktijk en beleid.Het boek is van belang voor iedereen die betrokken is bij de speciale onderwijszorg voor leerlingen met sociaal emotionele problemen. Dat betreft niet alleen professionals die met deze kinderen werken, zoals leerkrachten in het gewoon en cluster 4 speciaal onderwijs, intern - en ambulant begeleiders, en gedragswetenschappers van scholen en schoolbegeleidingsdiensten, maar ook directeuren en managers van reguliere en speciale scholen en beleidsmedewerkers onderwijs van gemeentelijke, provinciale en rijksoverheden.
Strafrecht maakt de lezer op een praktische wijze en in toegankelijke taal vertrouwd met de grondbeginselen van het strafrecht. Het boek is geschreven met het oog op het competentiegerichte onderwijs van het cluster juridisch van het mbo maar het is ook geschikt voor andere opleidingen waarin wordt gezocht naar een heldere inleiding in het strafrecht.Bij het materieel deel van het strafrecht komen onder andere het legaliteitsbeginsel, de opbouw van een strafbepaling, de leerstukken poging en deelneming, de strafuitsluitingsgronden en het stelsel van straffen en maatregelen aan bod. Van het formeel strafrecht worden besproken: de posities van de verdachte en zijn raadsman, van de opsporingsambtenaar, de (hulp)officier van justitie, de rechter-commissaris en de rechter. Ook de vrijheidsbeperkende dwangmiddelen, zoals staande houden, aanhouden, in verzekering stellen en de verschillende vormen van voorlopige hechtenis komen aan de orde. Ter afsluiting van dit deel wordt het onderzoek ter terechtzitting beschreven. De laatste twee hoofdstukken van het boek gaan kort in op de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersgedragingen en de Wet op de economische delicten.Om te stof te verlevendigen zijn veel klassiekers uit de jurisprudentie opgenomen, vanzelfsprekend in een eenvoudige weergave. Deze jurisprudentie maakt meteen duidelijk welke vragen de wetgeving over het strafrecht in de praktijk oproept en hoe dit rechtsgebied zich voortdurend ontwikkelt.Een duidelijke hoofdstukstructuur, met een casus bij wijze van introductie, een inleiding, korte paragrafen, verdiepingsstof in kaders en aan het eind een samenvatting en een overizcht van kernbegrippen, gidsen de cursist door de leerstof. De vragen en opdrachten die aan het eind van ieder hoofdstuk zijn opgenomen, stellen de cursisten in staat om zich de stof op toepassingsniveau eigen te maken.
Deze tweede druk van Introductie internationaal strafrecht is geheel gereviseerd, hetgeen vanzelfsprekend is vanwege de enorme vlucht die de internationalisering van misdaad en misdaadbestrijding sinds het verschijnen van de eerste druk heeft genomen.Dit boek beoogt aan student, politicus of praktijkjurist een eerste kennismaking te bieden. Dat wat eigenlijk iedere jurist minimaal van internationaal strafrecht zou moeten weten komt in de onderhavige uitgave aan bod en het biedt daarmee een uitstekende basis voor verdere studie. Aan de orde komen rechtsmacht, kleine rechtshulp en internationale opsporing, uitlevering en overlevering, overdracht van strafvervolging en van tenuitvoerlegging van straf-vonnissen. Daarbij wordt steeds ook nader ingegaan op de recente ontwikkelingen op dit terrein binnen de Europese Unie.Om te kunnen begrijpen wat er kan worden gedaan tegen Nederlanders die zich in het buitenland schuldig maken aan ontucht met kinderen of voor Nederlanders die in bittere omstandigheden in vreemde gevangenissen zijn gedetineerd, is allereerst overzicht nodig over de aan de orde komende themals. Datzelfde geldt voor diverse vragen met be-trekking tot vreemdelingen die zich hier bevinden, maar in het buitenland worden gezocht.Met behulp van veel voorbeelden wordt geprobeerd dat overzicht te bieden. Er is niet voor gekozen bepaalde wetten en verdragen uitputtend te bespreken, maar juist om de hoofdthema's te behandelen en verbanden te leggen tussen de diverse onderwerpen. Ook nodigt het boek tot meningsvorming doordat soms nadrukkelijk stelling wordt genomen. De hoop is dat met dit boek voldoende inzicht in de grote lijn wordt gegeven opdat de lezer zich ook een geïnformeerde mening kan vormen over niet-behandelde of nieuwe problemen. Op professionele kennis gestoelde meningsvorming over het internationale strafrecht is immers nodig in een wereld en in een Europese Unie waarin strafrechtelijke samenwerking steeds meer een vanzelfsprekendheid is. Prof. mr Ybo Buruma is hoogleraar stra
De zorgcoördinator in het voortgezet onderwijs speelt een centrale rol binnen het zorgbeleid van de school. De zorgcoördinator stuurt allerlei zaken aan betref- fende de sociaal-emotionele en pedagogisch-didacti- sche begeleiding van leerlingen en is rondom leerlin- genzorg het centrale aanspreekpunt, zowel binnen de eigen schoolorganisatie als voor externe partners.In de toekomst zal de zorgcoördinator een nog pro- minentere rol krijgen. De focus komt meer dan in het verleden te liggen op het primaire proces in de klas en op een handelingsgerichte aanpak in de context van de school. Daarnaast wordt steeds vaker de samen- werking met ouders en externe hulpverlening gezocht om tot een gezamenlijke aanpak voor de jongere te komen. Om dit te kunnen bereiken is vanuit de school een stevige zorgstructuur nodig, onder aanvoering van de zorgcoördinator. Hiertoe moet de zorgcoördinator over een breed scala aan vaardigheden beschikken en is het belangrijk werkzaamheden goed te organiseren. Dit boek geeft aan beginnende zorgcoördinatoren een handreiking om direct in de eigen praktijk met een aantal taken aan de slag te kunnen. Naast een be- schrijving van algemene vaardigheden komen concre- te handreikingen, valkuilen en tips aan de orde om een aantal werkzaamheden op een gestructureerde manier in de praktijk vorm te geven. Ook worden in bijlagen formulieren aangeboden die na aanpassing aan de ei- gen schoolorganisatie direct in de praktijk toepasbaar zijn. Daarnaast biedt dit boek aan de schoolleiding een beknopt beeld over de positie en rol die de zorgcoördi- nator in het voortgezet onderwijs heeft en mijns inziens in de toekomst zou moeten krijgen.RENATE DE WIT heeft jarenlange ervaring als zorgcoördinator op een grote scholengemeenschap in Rotterdam Zuid. Momenteel werkt zij in deze regio als beleidsmedewerker en consulent bij een expertisecentrum dat scholen in het voortgezet onderwijs ondersteunt bij hun leerlingenzorg.
Wie de werkelijkheid wil begrijpen, zal haar moeten onderzoeken.’Er is niets zo moeilijk als goed samenwerken vanuit een gedeelde werkelijkheid. Zeker wanneer het gaat om mensen te helpen die complexe problemen hebben. Deze bundel laat vanuit verschillende invalshoeken zien hoe er gewerkt wordt om afstemming te bereiken tussen hulp- en dienstverleners onderling en tussen de professionals en de cliënt. Vanuit een verschillende achtergrond, taal, cultuur en persoonlijke omstandigheden wordt er gezocht naar een gedeelde werkelijkheid om samen te kunnen werken. Waarbij de verschillen niet een probleem zijn, maar een uitdaging om de werkelijkheid van de ander beter te begrijpen. De auteurs laten vanuit het zoeken naar samenwerking zien hoe vanuit een maatschappelijk standpunt, vanuit de manier waarop mensen leren, vanuit een organisatorische visie en vanuit het standpunt van de professional en cliënt, die gedeelde werkelijkheid benaderd kan worden. Dit boek is bedoeld voor professionals in de psychiatrie, verslavingszorg, politie, woningbouwvereniging, maatschappelijk werk, opbouwwerk, reclassering, maatschappelijke opvang, justitie, gemeente-ambtenaren en politici die samen willen werken rondom mensen met complexe problemen. Wanneer ‘poëzie de hand is die zich over de pen verbaast’, dan is samenwerken het verbazen over de verhalen achter de gedeelde werkelijkheid.
"Welke mogelijkheden hebben hedendaagse burgers om gezamenlijk richting te geven aan hun samenleving? Volgens Hans Blokland komt de politieke onvrede in onze westerse democratieën in hoge mate voort uit het wijdverbreide gevoel, dat deze mogelijkheden tamelijk beperkt zijn geworden. Mensen lijken overgeleverd aan anonieme structuren en processen die hen realiteiten opdringen waarvoor zij mogelijk niet hadden gekozen wanneer zij hadden beschikt over reële keuzemogelijkheden.In Pluralisme, Democratie en Politieke Kennis onderzoekt de auteur de voedingsbodem en de manifestaties van onze politieke machteloosheid aan de hand van de politieke theorie van het pluralisme. Deze door de moderniteit doordrenkte visie op maatschappij en democratie is binnen de politicologie decennialang dominant geweest en lijkt vandaag in de praktische politiek algemeen geaccepteerd. Omdat tevens de kritiek op het pluralisme uitgebreid aan de orde komt, vormt dit boek bovendien een schets van de geschiedenis van de politieke wetenschap in de twintigste eeuw. Niet eerder werd over een dusdanig lange periode geanalyseerd welke inzichten over politiek, bestuur en beleid deze wetenschap heeft opgeleverd, of zou kunnen opleveren. Glashelder formulerend, nimmer kiezend voor de brede armzwaai en de makkelijke polemiek, altijd op zoek naar de nuance, tegelijkertijd resoluut en duidelijk in zijn standpunten, rehabiliteert de auteur niet alleen de politiek, maar ook het fundamentele debat over de inrichting van onze samenleving.Hans Blokland publiceerde eerder, onder andere, Wegen naar Vrijheid: Autonomie, Emancipatie en Cultuurpolitiek in de Westerse Wereld (1995), Publiek Gezocht: Essays over Cultuur, Markt en Politiek (1997) en De Modernisering en haar Politieke Gevolgen: Weber, Mannheim en Schumpeter (2001)."
In de politiek, praktijk en wetenschap wordt actief gezocht naar manieren waarop een harmonieuze afwikkeling van een (echt)scheiding kan worden gestimuleerd. Daarbij wordt gestreefd naar het voorkomen van scheidings- en omgangsproblematiek: langdurige, conflictueuze scheidingsprocedures op tegenspraak over de afwikkeling van de scheiding of, nadien, over problemen bij de naleving van vooral omgangs- en alimentatieregelingen.Dit streven naar een harmonieuze scheiding heeft een voorlopig hoogtepunt bereikt in de op 1 maart 2009 in werking getreden Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Daarbij zijn materiële normen betreffende het ouderschap na scheiding en procesrechtelijke regelingen inzake het verplicht ouderschapsplan, de substantiëringsplicht voor scheidingsprocedures en de verwijzing door de rechter naar mediation aan de wet toegevoegd. Dergelijke maatregelen ter stimulering van een harmonieuze, deëscalerende en dejuridiserende regeling van scheiding, en vooral van de gevolgen daarvan, passen geheel in het algemene streven – met name op het terrein van het privaatrecht en het bestuursrecht – naar het daadwerkelijk oplossen van conflicten, waarbij naast juridische en financiële belangen ook aandacht is voor emotionele belangen.In dit cahier wordt het scheidings(proces)recht benaderd vanuit dit actuele perspectief van conflictoplossing. Tegen deze achtergrond staan de wijze waarop een scheiding wordt verkregen en de wijze waarop de gevolgen van scheiding (moeten) worden geregeld centraal. Het cahier heeft een tweeledig doel. Enerzijds beoogt het de huidige stand van zaken op het terrein van conflictoplossing bij scheiding in wetgeving(sgeschiedenis), jurisprudentie en literatuur weer te geven. Hiermee is het cahier primair geschreven voor (master)studenten die het scheidingsrecht wat uitgebreider en meer verdiepend willen bestuderen in het kader van een verdiepend vak personen- en familierecht, een keuzevak of hun scriptie. Voorts tracht het cahier beginnende practici op het t
De mysterieuze tempelridders, oorspronkelijk de beschermers van pelgrims in het Heilige Land, hebben al velen geïnspireerd. Naast verschillende andere genootschappen heeft ook de tegenwoordig zo omstreden vrijmetselarij haar wortels bij de Orde van de Tempel gezocht.Michael Baigent en Richard Leigh hebben onderzocht of de organisatie er terecht van uitgaat dat zij een voortzetting van deze mysterieuze orde is. Zij volgen nauwgezet de ontwikkelingen vanaf de opheffing van de Tempelorde tot de oprichting in 1717 van de eerste Grootloge in Engeland.Daarnaast komen ook de ontwikkelingen in de 17e en 18e eeuw en de betekenis van de vrijmetselarij voor de Amerikaanse Onafhankelijkheidsstrijd aan bod. De auteurs besteden aandacht aan de vraag waarom deze organisatie, die tegenwoordig met zo veel wantrouwen, ironie, spot en minachting wordt bekeken, ooit zo populair heeft kunnen worden en ? in weerwil van lasteraars ? nog steeds is.
Hoe men het ook wendt of keert, Nederland is een land waar mensen van geheel verschillende etnische en culturele achtergronden bij elkaar wonen, werken, naar school gaan. Dit stelt op tal van terreinen eisen aan de inrichting van de samenleving. In deze bundel kijken de auteurs, allen verbonden aan de KUB Tilburg, in hun bijdragen vanuit een drietal perspectieven naar Nederland als een multiculturele samenleving: integratie & tolerantie; meertaligheid & onderwijs; religie & zingeving; daarmee aangevend in welke richting oplossingen moeten worden gezocht. De inleiding van deze bundel is verzorgd door Ilhan Akel, directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) in Utrecht. Deze publicatie vormt een bron van informatie voor een algemeen geïnteresseerd lezerspubliek en voor iedereen die in de beroepspraktijk met genoemde thema’s te maken heeft.
RLS is een veel voorkomende neurologische aandoening. Ook is RLS vaak oorzaak van slaapproblemen en kan het een grote impact hebben op het algemeen dagelijks functioneren. Daarom is RLS een aandoening die niet alleen door slaapspecialisten en neurologen onderkend moet worden, maar ook door huisartsen en andere specialisten die aandoeningen behandelen die RLS kunnen veroorzaken of die geassocieerd zijn met RLS.In Het Restless Legs Syndroom Formularium wordt onderscheid gemaakt in twee soorten RLS:– Idiopathische (primaire) RLS: de oorzaak staat niet precies vast maar wordt gezocht in een verstoring van de dopamine huishouding.– Secundaire RLS: heeft als onderliggende oorzaak een andere ziekte.Het Restless Legs Syndroom is een praktische leidraad voor diagnose en therapie.In de bijlagen in het formularium staan gevalideerde vragenlijsten om de ernst van RLS en behandeleffecten te meten. Tevens is een geneesmiddelenoverzicht opgenomen.InhoudPrevalentieSymptomen en diagnosePathofysiologieBehandeling
Het is gebruikelijk dat de verschillende landen hun eigen interpretatie geven aan gebeurtenissen. Dat geeft kleur en diversiteit, elk land zijn eigen mythe. Daar is niets mis mee, maar het wordt heel anders als de feiten verschillend worden weergegeven. Het boek ‘De Mythe’ is zo genoemd omdat er in alle landen hardnekkige historische verhalen blijven voortleven die door harde feiten zijn achterhaald. Boidin is op zoek gegaan naar deze feiten en discrepanties in de geschiedenis van verschillende landen. Daarnaast heeft hij gezocht naar alternatieven voor dat specifieke stuk van de middeleeuwse geschiedschrijving. Hij heeft zelf geprobeerd een aantal van die ‘Mythen’ te ontmantelen. Uiteindelijk bleek dat er in de klassieke opvatting van de geschiedenis nog wel wat nieuws te ontdekken viel. Er bleken meer gaten in de geschiedschrijving van de Middeleeuwen te zitten dan men zou denken. Na een paar jaar kwam Boidin tot andere inzichten en interpretaties dan de klassieke geschiedschrijving van West-Europa. De geschiedschrijving in dit boek is op veel punten wezenlijk anders dan de geschiedenis die u op school heeft geleerd. De klassieke geschiedschrijving bleek, bij nader inzien, vaak te zijn gebaseerd op mythen die vervolgens een eigen leven gingen leiden.Dit boek vertelt het verhaal over de bezetting door de Romeinen, de overname van dat rijk door de Merovingers, Francia en haar samenstelling en over het wel en wee van de Karolingers in de vroege Middeleeuwen. Tevens komt de ontwikkeling van Frankrijk, Nederland, België en Duitsland aan bod.Kortom: een verhaal over Europa in de Middeleeuwen.De MytheEen alternatieve benadering van middeleeuwse geschiedschrijving over de Romeinen, Merovingers en Karolingers in Frankrijk, Nederland, België en Duitsland.
Organisatie- en beleidsonderzoeken hebben tot doel het oplossen van problemen. Vaak wordt dan ook meteen gezocht naar een oplossing, zonder eerst na te denken over de aard van het probleem. Zo blijft het onduidelijk: wat het op te lossen probleem inhoudt, waar en wanneer en onder welke condities het zich voordoet, waarom men het een probleem vindt en wiens probleem het is.Wat precies het probleem is, blijkt niet alleen een van de meest verwaarloosde, maar ook een van de lastigste vragen te zijn. Het gevolg hiervan is een geringe aandacht voor probleemanalyse van methodologen tot dusver. In dit boek wordt probleemanalyse gezien als het fundament of de basis van zorgvuldig onderzoek en krijgt het de aandacht die het onderwerp verdient.
"Maatschappelijke Innovatie Experimenten zijn gerichte initiatieven waarin mensen van uiteenlopende organisaties gezamenlijk nieuwe producten, processen en systemen in de praktijk ontwikkelen. Het is maatschappelijke vernieuwing op bescheiden schaal uitproberen, in samenwerking tussen bedrijven, stakeholders, beleidsmakers en onderzoekers. Samenwerking over de grenzen van organisaties, die begint vanuit bevlogen individuen die in staat zijn met hun visie anderen te enthousiasmeren. Dit boek schetst de contouren van de aanpak die nodig is om maatschappelijke innovatie experimenten te realiseren. Het bundelt de resultaten van een initiatief van TNO. Binnen het kennisprogramma Duurzame SysteemInnovatie zijn maatschappelijke experimenten ontwikkeld op vier werkterreinen van TNO: vergrijzing, voeding, watermanagement en mobiliteit. Als rode draad door deze experimenten is bovendien een aanpak ontwikkeld die ook op andere maatschappelijke opgaven toepasbaar is. Een aanpak die start met een goede probleemanalyse en visievorming over de gewenste oplossingsrichtingen. En die dan stap voor stap toewerkt naar praktijkexperimenten waarin innovatieve concepten worden uitgeprobeerd. Daarbij is actieve samenwerking gezocht met direct betrokkenen: gebruikersgroepen en maatschappelijke stakeholders. Het boek is van belang voor de transitieprofessional en iedereen die aan de slag zou willen met het opzetten en begeleiden van maatschappelijke innovatie experimenten en degene die er in de beleidscontext mee te maken heeft. Meer informatie kunt u vinden op de website van TNO.Over de redactie Dr. Rob A.P.M. Weterings en Ir. Emma H.D. van Sandick zijn werkzaam bij TNO op het gebied van systeeminnovatie en hebben lange ervaring in het initiëren en begeleiden van innovatie-experimenten. Ook andere medewerkers van TNO hebben meegeschreven aan dit boek. "
Een van de kenmerkende eigenschappen van onze moderne samenleving is de steeds toenemende energiebehoefte die onder andere tot uiting komt in een steeds groter gebruik van elektriciteit. Het nuttig effect van elektrische centrales zoals die nu in gebruik zijn, is echter niet bijzonder groot en het blijft beperkt tot ongeveer 40 %. Het oneconomisch schuilt in de methode die moet worden toegepast. Brandstof moe eerst worden omgezet in warmte, warmte in stroom, de stroom drijft een turbine aan en de turbine drijft tenslotte een dynamo aan. Het is duidelijk dat bij elk van deze tussenstappen verliezen optreden en dat er gezocht wordt naar methoden om het aantal tussenstappen te verminderen of zelfs om ze geheel overbodig te maken. Dit boek geeft een overzicht van de richtingen waarin een oplossing voor dit probleem gezocht wordt en van de resultaten die tot nu toe bereikt zijn. Besproken worden o.a. de brandstofcel, waarbij energie die bij verbranding vrijkomt, rechtstreeks als elektrische stroom wordt onttrokken; de opwekking van elektriciteit in hete, snel bewegende gassen, een methode di bruikbaar is in combinatie met een kernreactor, en de mogelijkheden die besloten liggen in de moderne halfgeleidermaterialen waarop ook de transistor berust. Gardner is erin geslaagd een belangwekkend beeld te schetsen van het ontstaan van deze totaal nieuwe ontwikkelingen en van de moeilijkheden die overwonnen moeten worden voordat een nieuw principe ontwikkeld is tot een praktisch bruikbare methode.
In Nederland staat het functioneren van de politie permanent in de belangstelling. Vooral het afgelopen decennium is de druk op de politie toegenomen. De politie moet zich meer gaan bezighouden met haar kerntaken: noodhulp, handhaving en opsporing. Als gevolg hiervan wordt binnen de politieorganisatie gezocht naar een ‘optimale structurering’ van de basispolitiezorg. Daarbij wordt de politie geconfronteerd met allerlei dilemma’s en discussies over hoe het politiewerk aan de basis van de organisatie eruit zou moeten zien. Om meer zicht te krijgen op het functioneren van de politie wordt in dit boek verslag gedaan van een vergelijkend onderzoek naar de basispolitiezorg in Nederland en Noordrijn–Westfalen. Juist vanwege het duidelijke verschil in de wettelijke en organisatorische inbedding van de politie in beide landen is het interessant te zien wat dit betekent voor de inrichting en uitvoering van de basispolitiezorg. Welke verschillen zijn in de taakuitvoering te ontdekken en in hoeverre zijn deze te verklaren door de wettelijke en organisatorische inbedding?Ter beantwoording van deze vraag heeft in twee Nederlandse en twee Noordrijn–Westfaalse politiekorpsen uitgebreid observatieonderzoek bij de noodhulp en wijkpolitie plaatsgevonden. Dit boek geeft een gedetailleerde beschrijving van deze observaties en plaatst ze tegen de achtergrond van het politiebestel, de politieorganisatie en de dagelijkse gang van zaken op de werkvloer.
Taxatieboek onroerende zakenHet Taxatieboek onroerende zaken is hét hulpmiddel om de waarde van onroerende zaken in Nederland op zorgvuldige wijze te bepalen. InhoudBehandelt diverse waarderingsvraagstukken, zoals de taxatie voor de jaarrekening, taxatie volgens de onteigeningswet, taxatie in het kader van planschade, nadeelcompensatie, huurkoop, Wet WOZ, enz. De theorie van waardebepaling wordt beknopt uiteengezet en is voorzien van taxatievoorbeelden uit de praktijk. Waar mogelijk wordt aansluiting gezocht bij de vakbekwaamheidseisen, zoals die gelden voor de certificering als taxateur.Met een unieke code krijgt u toegang een internetsite met taxatierapporten voor bedrijfs-, agrarisch-onroerendgoed, een standaard opnameformulier voor gebouwen en rekenmodellen.Bestemd voorHet Taxatieboek onroerende zaken is een praktisch hulpmiddel voor iedereen die met taxeren van onroerend goed van doen heeft.
In 1943 braken in Nederland de April-Meistakingen uit nadat de bezetters aankondigden dat alle eerder vrijgelaten krijgsgevangen zich voor straf opnieuw moesten melden. De bezetters, geschrokken van de opstand, sloegen de stakingen bloedig neer. Willekeurig gekozen slachtoffers werden ter dood veroordeeld door een haastig ingesteld standrecht en op geheime plaatsen gefusilleerd en begraven. De snelle bekendmaking van de namen stond voorop, om de bevolking weer in het gareel te dwingen.Na de bevrijding werd een aantal slachtoffers gevonden in massagraven. Anderen bleven vermist, onder wie zestien in Noord-Nederland. Verwanten bleven decennialang hopen op hun terugkeer uit ‘het oosten’. Ze leden onder de vermissing én onder het feit dat er blijkbaar niet naar hun dierbaren werd gezocht. Een vermissing, en dus ook een oorlogsvermissing, is pas opgelost als de vermiste wordt gevonden, levend of dood. Tot die tijd bleven onbeantwoorde vragen en onvoltooide verhalen malen: Waar is de vermiste? Leeft hij of zij? Wat is er gebeurd? Wat had ik kunnen en moeten doen? Wat kan ik nu nog doen? En bij de jongeren: wie is die mysterieuze, verzwegen maar o zo aanwezige vader, oom, tante, grootvader die zo ernstig kijkt vanaf die vage foto?Toen verwanten recentelijk na archiefonderzoek werden ingelicht over de lotgevallen van de vermisten, bleken instanties tot hun verbijstering al vanaf 1946 op de hoogte te zijn van hun lot en graflocatie. Instanties schrokken op hun beurt van het feit dat de nabestaanden decennialang onwetend waren gebleven en blijkbaar nooit goed waren ingelicht. Beide partijen vroegen zich af: “Hoe heeft dit kunnen gebeuren en waarom heeft het zolang moeten duren?!”De geschiedenis wordt gedetailleerd geschreven, evenals hoe er door de jaren over rouw, vermissing en het getroffen zijn door de oorlog werd gedacht. Met behulp van de Structuratietheorie en het Narratieve Identiteitsmodel kijken nabestaanden en instanties in een geconstrueerde dialoog naar wat er is gebeurd, hoe dat kon gebeuren, wa
"Boeken maken in de klas is een nieuw boek in de reeks Ontwikkelingsgericht Onderwijs. Het sluit aan bij de methodische handboeken rond Basisontwikkeling in de onderbouw en wil daarnaast een verbinding tot stand brengen met ontwikkelingsgerichte praktijken in de midden- en bovenbouw.In Boeken maken in de klas worden voorbeelden gegeven van ontwikkelingsgerichte aanpakken. Het gaat om boeken maken met de groep. De voorbeelden komen uit de onder-, midden- en bovenbouw. Op nogal wat ontwikkelingsgerichte scholen wordt gezocht naar activiteiten waarmee het vervolg op Basisontwikkeling gestalte kan krijgen. Het maken van boeken blijkt zich daarvoor uitstekend te lenen.Boeken maken geeft heel veel mogelijkheden om één van de belangrijkste aspecten van het concept te leren kennen, namelijk dat kinderen het best leren en zich ontwikkelen als ze deelnemer zijn aan betekenisvolle sociaal-culturele activiteiten. Boeken maken is zo’n activiteit waarin kinderen niet alleen allerlei belangrijke culturele vaardigheden ontwikkelen en kennis op doen maar tevens op persoonlijk, eigen wijze lezer, schrijver en vormgever worden. Boeken maken blijkt voor veel oudere kinderen in de basisschool een uitermate inspirerende activiteit te zijn."
Humor en lachen spelen een belangrijke rol in ons leven, maar wat is humor eigenlijk, wat voor effect heeft het op ons en waarom lachen we? Bij nader inzien zijn dit lastige vragen, en filosofen, sociologen, psychologen en kunstenaars hebben altijd weer naar een antwoord gezocht. Lach en humor kunnen goddelijk zijn, maar ook duivels.