De Pedicure-instrumentenwijzer geeft een zo compleet mogelijk beeld van alle mogelijke soorten instrumenten die een pedicure tot haar of zijn beschikking heeft. Het accent ligt op het gebruik van de instrumenten. Per hoofdstuk is aansluiting gezocht bij wat er in de richtlijnen van ProVoet en de Code van het Voetverzorgingsbedrijf staat over de betreffende handeling en het gebruik van de instrumenten.Dit boek benoemt eerst alle handelingen en de instrumenten die daarbij gebruikt worden. Zowel de basishandelingen als medische handelingen - voetverzorging bij mensen met reumatische aandoeningen en bij mensen met diabetes mellitus - komen aan bod. De auteur geeft advies over welk instrument gebruikt moet worden tijdens welke handeling, hoe deze instrumenten eruitzien en hoe je ze het beste vast kunt houden. Daarna volgen hoofdstukken over apparatuur, zoals frezen, motoren en tangen. Van de meeste instrumenten en handelingen zijn duidelijke foto’s in het boek opgenomen.
"“De medische sociologie wordt hier niet gepresenteerd als een afgesloten ‘body of knowledge’, maar als een fascinatie met ziekte, gezondheid en zorg als sociale verschijnselen die vanuit een steeds wisselende gezichtshoek worden bekeken.”Paul Schnabel, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 1995, ten aanzien van de vorige druk.“Samengevat: een informatief, overzichtelijk en helder geschreven inleiding met een beperkt aantal zwakke plekken.”Joop Jaspers, Medische Antropologie, 1996, ten aanzien van de vorige druk.Al sinds 1977 neemt de Inleiding in de medische sociologie een prominente plaats in binnen het onderwijs aan aankomende beroepsbeoefenaren in de zorgsector. J.M.D. Boot heeft de uitgave midden jaren negentig ingrijpend herzien. De ‘state of the art’ van de medisch sociologisch discipline werd opnieuw verwoord in sociologische begrippen en theorieën en toegepast op gezondheid, ziekte en (gezondheids)zorg. De zevende druk is benut om de meest recente ontwikkelingen qua sociologisch denken en onderzoeksresultaten toe te voegen, en om de in het verleden geconstateerde ‘zwakke plekken’ te elimineren door de waardevolle commentaren van recensenten, docenten en studenten te verwerken. Actualisering van illustratieve tekstboxen zorgt voor een goede aansluiting van deze sociologische theorie en praktijk op de maatschappelijke realiteit van ziekte, gezondheid en (gezondheids)zorg. "
In de ruim vijfentwintig jaar dat Functionele histologie verkrijgbaar is, heeft de Nederlandstalige editie van Basic Histology zich een vaste plaats in het (para-)medisch onderwijs veroverd.Aanleiding voor de elfde druk vormden de ontwikkelingen in de moleculaire biologie en de (pre-)klinische wetenschappen. Er is gestreefd naar een goede aansluiting met deze wetenschappen. Daarnaast zijn de nummering, de labeling en de onderschriften van de vele kleurenillustraties nog eens onder de loep genomen. Veel aandacht is besteed aan de relatie tussen structuur en functie.Bestemd voor:Functionele histologie is bedoeld voor studenten geneeskunde, tandheelkunde, biomedische wetenschappen, biologie en biotechnologie, maar ook voor degenen die werkzaam zijn in het vakgebied is het een uitstekend naslagwerk. Daarnaast kan het boek gebruikt worden in de opleidingen tot medisch analist, fysiotherapeut en verpleegkundige. Nieuw: Studeren 2.0Een wezenlijk onderdeel van het boek is de website www.studeren2punt0.nl. Het boek is digitaal beschikbaar. De lezer kan zelf online aantekeningen maken. Docenten kunnen publieke bestanden uploaden die alleen zichtbaar zijn voor zijn/haar studenten.
In vrijwel alle gezinnen met tieners is minimaal computer met een interverbinding aanwezig, vaak zijn het er meer. Een belangrijk deel van het dagelijkse leven van tieners spelt zich af via internet. Ze communiceren er met elkaar, doen er hun schoolwork, leren er nieuwe vrienden kennen en organiseren er hun social eleven. Maar naast de voordelen rijzen er vragen over de veiligheid van jongeren online. In hoeverre hebben ouders zicht op wat hun tieners doen op internet? Zijn de internetactiviteiten en vaardigheden van ouders toereikend genoeg om aansluiting te vinden bij de digitale leefwereld van hun kinderen? En in hoeverre geven ouders hun tieners voorlichting en stellen ze regels voor internetgebruik?In Nieuwe links in het gezin wordt verslag gedaan van een onderzoek onder tieners in het voortgezet onderwijs en hun ouders. Het biedt een brede kijk op de digitale leefwereld van tieners en de plaats die de ouders daarin innemen. Het bezit van ICT in gezinnen wordt omschreven en er wordt gedetailleerd ingegaan op het computer-en internetgebruik van tieners en ouders, en de kennis van de ouders over het gedrag van de tieners op internet. Hun computervaardigheden worden onderling vergeleken: bestaat er bijvoorbeeld zoiets al seen digitale gezinskloof? Er wordt een inkijke gegeven in het sociale leven van tieners online en tot slot wordt ingegaan op hun veiligheid op internet en de rol die ouders kunnen spelen bij het waken daarover.
Als programmeren nieuw voor je is, dan is dit het aangewezen leerboek. Visual Basic is een elegante en consistente programmeertaal, waardoor deze taal eenvoudig te leren en te gebruiken is. Het boek veronderstelt geen voorkennis op het gebied van programmeren en het is geschreven in een eenvoudige, directe stijl. In aansluiting op de huidige aanpak van het programmeeronderwijs behandelt het boek de objectgeoriÙnteerde concepten al in een vroeg stadium. Bovendien wordt het aanleren van een goede programmeerstijl gestimuleerd.De auteurs benaderen het leren van objectgeoriÙnteerd programmeren door nieuwe begrippen zorgvuldig een voor een te introduceren.Begrippen komen in het begin van het boek aan de orde en worden in latere hoofdstukken in een ingewikkelder context behandeld.De verschillende onderwerpen worden besproken aan de hand van een grote variÙteit aan voorbeelden, zoals informatiesystemen, spelletjes en wetenschappelijke berekeningen.Om de interesse en het plezier in het programmeren te stimuleren wordt gebruikgemaakt van graphics.In het gehele boek wordt gebruikgemaakt van UML-diagrammen.Het overzicht aan het eind van elk hoofdstuk bevat testvragen, opgaven, 'programmeerprincipes' en 'programmeervalkuilen'.Dit boek is geschikt voor iedereen die zich de beginselen van Visual Basic wil eigen maken.Over de auteursDouglas Bell en Mike Parr zijn als docent verbonden aan de Sheffield Hallam University in Engeland. Zij hebben een aantal programmeerboeken geschreven, waaronder het bekende Java voor studenten. Dit boek is bewerkt voor de Nederlandstalige markt door Kris Hermans verbonden aan XIOS Hogeschool Limburg.
Mijn moeder schaamt zich vaak voor mij omdat ik niet normaal ben. Ik maak en breng net als andere 'normale' meiden geen thee of koffie omdat ik hier niet van hou. Ook hang ik niet, net als andere 'normale' meiden, de was op. In het kort is mijn moeder verdrietig omdat ik niet net als andere meiden thuis werk doe. Maar wat mijn moeder het liefst van al zou willen, is dat ik net als alle andere Turkse meiden zou praten en mij hetzelfde zou kleden. In dit openhartige boek vertelt Birsen haar levensverhaal. Een leven met autisme in een allochtone cultuur in Nederland. Hoewel haar liefdevolle en zorgzame ouders er alles aan doen om Birsen aansluiting te laten vinden met leeftijdsgenootjes en familieleden, is er in de omgeving vooral onbegrip over haar autisme (otizm in het Turks). Met genoeg bidden en meer tussen de mensen komen, zou het probleem vanzelf opgelost worden. In allochtone culturen is weinig bekend over de diverse vormen in het autismespectrum, zoals Syndroom van Asperger en PDD-NOS. Daar wil Birsen verandering in brengen. Zo geeft zij de jongvolwassen allochtoon met autisme een stem.
In dit themanummer van Bijblijven presenteren wij een aantal nieuwe vogels in de geneeskunde: diagnostische of therapeutische benaderingen die de afgelopen decennia ontwikkeld zijn. Sommige daarvan lijken aansluiting te zoeken bij de reguliere geneeskunde, andere lijken blijven alternatief.Aan bod komen:• Mindfulness• Haptotherapie in de eerstelijnsgezondheidszorg• Eye Movement Desensitization en Reprocessing• Colonhydrotherapie• Celzouttherapie • Craniosacraaltherapie• Prognos: diagnose en therapie
genomineerd voor Langeveldprijs 2010 Gespreksactiviteiten met jonge kinderen in de klas zijn van groot belang. In samenhang met spel, lees-schrijfactiviteiten en reken-wiskundeactiviteiten bevorderen zij de taalvaardigheden.Leidsters en leerkrachten stimuleren de vrije communicatie in de groep, omdat het belangrijk is dat alle kinderen hun stem laten horen. Zij krijgen volop kansen, ruimte en tijd om taal te gebruiken, zowel mondeling als schriftelijk. Er is ook expliciete ondersteuning van taalvaardigheden, taalkennis en van gespreksvaardigheden. De leerkracht ontwerpt daarvoor een rijke leeromgeving met actuele en interessante thema’s, zorgt voor een begrijpelijk taalaanbod en voor goede feedback. Dit boek fungeert daarbij als gids.Allereerst wordt duidelijk gemaakt welke plaats mondelinge taal krijgt in Basisontwikkeling. Informatie over taalverwerving, woordenschat en tweedetalige ontwikkeling wordt in dit boek gekoppeld aan de ontwikkelingsgerichte didactiek voor de onderbouw. Vervolgens komt de concrete uitwerking aan de orde: wat doen leidsters en leerkrachten precies om gesprekken met kinderen vorm te geven. In aansluiting daarop worden de verschillende gespreksactiviteiten besproken: gesprekken bij thema’s in de groep, gesprekken bij kernactiviteiten en gesprekken in de groepskring.Kortom: dit boek biedt een zeer compleet beeld van gesprekken in de klas, rijkelijk geïllustreerd met voorbeelden en foto’s uit de praktijk. 'Zoeken naar woorden' is bestemd voor pabo-studenten en leerkrachten onderbouw in het primair onderwijs. Daarnaast is het boek bruikbaar voor onderwijsassistenten, peuterleidsters en anderen die de ontwikkeling van jonge kinderen willen bevorderen. Voor iedereen die goed in gesprek wil gaan!Bea Pompert is als auteur van 'Naar lezen, schrijven en rekenen', 'Met jou kan ik lezen en schrijven' en 'Thema’s en taal' een bekende naam in de wereld van de onderwijspedagogiek. Zij werkt als nascholer en onderwijsontwikkelaar bij De Activiteit
Deze nieuwe Elektor praktijkgids richt zich tot iedereen die geïnteresseerd is in de techniek, de planning, de opbouw en het mogelijke rendement van zonnestroominstallaties. Het boek bevat veel nuttige informatie. Van de principes van het genereren van stroom uit zonlicht via de dimensionering van leidingen, de werking van omvormers, laadregelaars en accu's tot en met de beschrijving van complete autonome of netgekoppelde fotovoltaïsche generatoren. Zowel de leek als de (meer of minder ervaren) elektrotechnicus kan dit boek als leidraad gebruiken bij de aansluiting van een generator op het elektriciteitsnet conform de voorschriften van de netbeheerder.Het boek bevat verder wetenswaardigheden over veiligheidsbepalingen en over de belasting door en deugdelijke constructie van fotovoltaïsche generatoren. Ontwerp, planning en montage worden aan de hand van een groot aantal illustraties gedetailleerd en op een ook voor leken begrijpelijke wijze behandeld. Bovendien geeft deze praktijkgids waardevolle informatie over de kosten en eventuele opbrengsten van zonnestroomgeneratoren.Tenslotte geeft de auteur een overzicht van belangrijke websites waar gratis software kan worden gedownload voor het ontwerp en de dimensionering van netgekoppelde en autonome fotovoltaïsche installaties. U hoeft dus geen kostbare PC-programmatuur aan te schaffen!
Muzisch-Agogische MethodiekEen gedicht maken kan een belangrijke manier van uiten zijn voor iemand die bijvoorbeeld noodgedwongen in een groep zit. Door te werken met een muzisch middels als poëzie groeit het zelfinzicht en worden gevoelens bespreekbaar. Behalve poëzie kunnen ook andere muzische middelen in het social work worden ingezet. Deze bieden een andere ingang dan alleen een gesprek of training. Muzische activiteiten zijn in het social work dan ook geen doel, maar een waardevol middel - als ze tenminste op een methodische manier worden ingezet: in aansluiting op de problematiek en de belangstelling van de groep.In dit boek wordt een brug geslagen tussen de muzische en de agogische aspecten van het social work. Vanuit notities als mensbeeld, creativiteit en beroepshouding leert de student muzisch-agogisch werken. Praktijkvoorbeelden en oefencasussen maken dit boek tot een heldere en praktische handleiding.
Sprong in het Dal van Diepe DuisternisDe WO2 memoires van een paratroeper van het 508ste Parachutistenregiment van de 82ste LuchtlandingsdivisieEen intieme kijk op de gevechten tijdens luchtlandingsoperaties gedurende de Tweede Wereldoorlog, gezien door de ogen van een tiener die in het heetst van de strijd wordt geworpen van de grootste veldslagen uit de wereldgeschiedenis.Toen Dwayne Burns 18 werd was de Tweede Wereldoorlog in volle gang. Hij besloot samen met de besten te vechten. Hij nam dienst en werd parachutist bij het 508ste Regiment van de 82ste Luchtlandingsdivisie. Hij had nooit gedacht dat hij een jaar later in een door flak doorzeefde C-47 boven Normandië zou vliegen. Hij maakte deel uit van de voorhoede van de geallieerde veldtocht om Europa te bevrijden van het juk van Nazi Duitsland. Burns landde achter de vijandelijke linies tijdens de nachtelijke uren van D-Day en vond geleidelijk aan aansluiting met andere overlevenden van zijn regiment.Tijdens Market Garden sprong hij met zijn eenheid ver achter de vijandelijk linies bij de Wylerbaan in Groesbeek en raakte verwikkeld in de gevechten tegen Duitse troepen die meerdere malen het landingsveld en Beek bestormden. Samen met andere eenheden voorkwam het 508ste dat Nijmegen weer overspoeld zou worden door Duitse troepen vanuit het oosten. Op de Duivelsberg gelegerd nam hij onder leiding van Luitenant Lloyd Polette en samen met zijn F-Compagnie deel aan een opmerkelijke stormloop de berg af, om een Duits bataljon te verjagen.Het verhaal van Burns geeft ook duidelijk de beslommeringen van een frontsoldaat weer, van de opleiding tot en met de thuiskomst. De zaken waar hij zich aan vastklampt of tegen aanloopt: geloof, hoop, liefde, vriendschap, vreugde, angst, vertwijfeling en verlies. Het komt allemaal aan bod.Burns beschrijft in zijn boek deelname aan acties in Normandië, Nederland, België en Duitsland.
it handboek voor taaldidactiek behandelt de taalontwikkeling van alle kinderen in de basisvorming, ongeacht hun moedertaalachtergrond, vanaf de peuterleeftijd tot en met de eerste graad van het secundair onderwijs. In het boek komen alle essentiële onderdelen van het curriculum aan bod: luisteren, spreken, lezen, schrijven, taalbeschouwing... Elk hoofdstuk bespreekt de relevante ontwikkelingsdoelen en/of eindtermen. Het schetst de wijze waarop de kennis, vaardigheden, houdingen bij kinderen tot ontwikkeling komen en de moeilijkheden die daarbij kunnen optreden. Telkens worden de belangrijkste pedagogische en taaldidactische knelpunten belicht. Bovendien zijn er in elk hoofdstuk één of meerdere inspirerende voorbeelden van goede taaldidactiek over het betreffende onderdeel van het curriculum taal opgenomen. Dit handboek is in de eerste plaats bedoeld voor studenten en docenten uit de lerarenopleiding lager onderwijs, kleuteronderwijs en lager secundair onderwijs en uit verwante opleidingen zoals logopedie en ergotherapie, onderwijskunde, pedagogiek en schoolpsychologie. Er is gestreefd naar een evenwicht tussen theoretische onderbouwing en praktijknabijheid, en tevens naar een goede balans tussen gerichtheid op de Vlaamse onderwijscontext en aansluiting bij internationale ontwikkelingen.
Over het boek:In dit boek wordt de lezer meegenomen in een interactief dialogisch proces op weg naar een ‘Perspectief op inclusief’. Aan dat proces is deelgenomen door een collectief van 35 scholen uit één samenwerkingsverband. Om voor de eigen regio zo’n perspectief te openen is een veldbreed opvattingenonderzoek gestart. Vele stemmen werden daarin gehoord en ieders opvatting werd daarbij erkend. Het onderzoek heeft geleid tot een breed beeld van de uiteenlopende opvattingen in de regio; vervolgens zijn daaruit een aantal scenario’s voor de toekomst afgeleid. In aansluiting op dit onderzoek hebben acht collega’s uit deze regio de opleiding HBO Master SEN (Special Educational Needs) gevolgd in de leerroute ‘Praktijkgericht onderzoek & inclusie’. Zij hebben kleinschalig praktijkgericht onderzoek uitgevoerd naar deelthema’s uit het opvattingenonderzoek, toegespitst op hun eigen concrete praktijk en professionele situatie. Thema’s van die onderzoeken zijn geweest: visieontwikkeling m.b.t. inclusie, de één-zorgroute, de integratieklas, de brede school, inclusie & mentaliteit, perspectief op inclusief vanuit de beleving van ouders & leerlingen op het SBO en ambulante begeleiding verkend vanuit de behoeften van ouders, leerlingen en leerkrachten. De opbrengsten van deze acht onderzoeken kunnen als voorbeeld dienen voor iedere school in de regio. De methoden van praktijkonderzoek waarmee de collega’s aan de slag zijn gegaan stimuleren de interactieve kennis- en praktijkontwikkeling in de regio.Het belang van ieder kind zal daarbij steeds centraal staan. Wanneer een regio zich daarvoor inzet wordt inclusie….. een passende uitdaging. Dit boek is een steun in de rug voor alle scholen en instellingen die de komende jaren voor de enorme uitdaging staan om inclusief passend onderwijs, of liever nog: passend inclusief onderwijs waar te maken.
In het opvoedingsproces sluiten doorgaans de ontwikkeling van het kind en de opvoeding op elkaar aan. Maar soms is dat niet het geval. Het opvoedingsproces wringt dan of zit vast. In Orthopedagogiek - Antwoorden op vraagstellingen wordt een weg gewezen om de vraagstelling op te sporen en worden bouwstenen voor de hulpverlening aangedragen. Het Vraagstelling Ordenend Systeem (V.O.S.) wordt daartoe gepresenteerd. Het gedrag van het kind en de manier waarop de opvoeder opvoedt worden daarbij geanalyseerd in hun betekenis voor het opvoedingsproces. Beoogd wordt het opvoedingsproces zo te doen verlopen dat het de beste kansen biedt voor de ontwikkeling van het kind. De uitkomst van het zoekproces - met behulp van V.O.S. - wordt vastgelegd in een behandelingsplan.De manier waarop het V.O.S. een functie vervult voor de indicatiestelling en voor de zorgprogrammering komt daarna aan de orde.De auteurs hebben binnen de jeugdhulpverlening en de gehandicaptenzorg ervaring met orthopedagogische diagnostiek en behandeling, waardoor de aansluiting met het orthopedagogisch handelen in de praktijk is gewaarborgd. In theoretisch opzicht bouwen de auteurs voort op het werk van J.W.F. Kok en P.W.H.M. van Oeffelt.
Kennis is macht. Wie de taal niet goed beheerst, wie weinig woorden kent, die staat onmachtig tegenover personen die wel de taal goed beheersen. Mensen met een kleine woordenschat zijn als een ridder met een aardappelschilmesje. Je staat met een beperkte vocabulaire niet alleen in discussies zwak, maar je hebt ook geen toegang tot de wat moeilijker teksten. En daarmee blijft de denkwereld van veel belangrijke of interessante mensen voor je gesloten.Deze stoomcursus woordenschat biedt een verzameling van ruim duizend ’moeilijke’ woorden die, in aansluiting op jouw bestaande woordenschat, je zullen helpen om straks ook de lastige teksten uitstudieboeken, kranten en tijdschriften goed te lezen. Want de meeste woorden uit deze cursus zijn uit de gezaghebbende kranten en tijdschriften gehaald zoals NRC-Handelsblad, De Volkskrant, De Standaard,Trouw, De Haagse Post, etc. En daarmee is het een actuele, praktische schat aan woorden die je aan je eigen woordenverzameling kunt toevoegen.
Je bent thuis gebleven voor de kinderen, maar opeens begint het weer te kriebelen: je wilt weer aan de slag. Hoe pak je dat aan, zonder dat het thuis meteen in de soep loopt? Hoe vind je weer aansluiting bij de arbeidsmarkt? In Ik wil weer aan de slag, hoe doe ik dat? staat stap voor stap beschreven hoe je de draad weer kunt oppakken, door:* je zelfvertrouwen te vergroten* inzicht te krijgen in je carrièremogelijkheden* gebruik te maken van je netwerk* steun te krijgen van je gezin.De benadering van zowel de praktische als de emotionele kant van herintreden maakt dit een inspirerend boek dat je een hart onder de riem steekt. Carol Fishman Cohen en Vivian Steir Rabin onderbraken allebei hun carrière voor de kinderen. Enkele jaren later maakten ze – met de nodige hindernissen - een succesvolle doorstart.
Dit boek biedt een inleiding tot de rechtsvergelijking voor studenten van universitaire of daarmee gelijkgestelde juridische opleidingen en voor rechtspractici. Een uitgebreid algemeen deel belicht de rechtsvergelijking als discipline en als methode. De kentrekken van drie Europese en vier niet-Europese rechtsstelsels of -families komen aan bod, mede in het licht van de geschiedenis en maatschappelijke eigenheid van elk systeem. Uit het boek spreekt bovenal de overtuiging dat klassieke rechtsvergelijking als vergelijking van rechtsregels van staten, niet langer voldoet nu het nationale recht steeds sterker wordt beïnvloed door het recht van de Europese Unie en het internationale recht. Bestudeerd moet worden hoe nationaal recht interageert met supra- en internationaal recht. Processen van eenmaking van recht worden daarbij tot bevoorrecht studieobject. Van interessante academische bezigheid, bedoeld om kennis te vergaren, wordt rechtsvergelijking plots tot een essentieel middel om er, via het zoeken naar principes die nationale rechtsstelsels gemeen hebben, voor te zorgen dat eengemaakt recht aansluiting vindt bij nationale rechtstradities en aldus gedragen, gelegitimeerd recht wordt.WOUTER DEVROE is gewoon hoogleraar Rechtsvergelijking en vicedecaan aan de Rechtsfaculteit van de K.U.Leuven. Hij is tevens hoogleraar Competition Law aan de Universiteit van Maastricht en directeur van het Leuven Centre for a Common Law of Europe.Hij combineerde zijn academische activiteit steeds met rechtspraktijk, achtereenvolgens als referendaris bij het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg, als lid van de Raad voor de Mededinging (administratief rechtscollege dat deel uitmaakt van de Belgische Mededingingsautoriteit) en tegenwoordig als advocaat bij de balie te Brussel.Reeks: Studie Juri
Taxatieboek onroerende zakenHet Taxatieboek onroerende zaken is hét hulpmiddel om de waarde van onroerende zaken in Nederland op zorgvuldige wijze te bepalen. InhoudBehandelt diverse waarderingsvraagstukken, zoals de taxatie voor de jaarrekening, taxatie volgens de onteigeningswet, taxatie in het kader van planschade, nadeelcompensatie, huurkoop, Wet WOZ, enz. De theorie van waardebepaling wordt beknopt uiteengezet en is voorzien van taxatievoorbeelden uit de praktijk. Waar mogelijk wordt aansluiting gezocht bij de vakbekwaamheidseisen, zoals die gelden voor de certificering als taxateur.Met een unieke code krijgt u toegang een internetsite met taxatierapporten voor bedrijfs-, agrarisch-onroerendgoed, een standaard opnameformulier voor gebouwen en rekenmodellen.Bestemd voorHet Taxatieboek onroerende zaken is een praktisch hulpmiddel voor iedereen die met taxeren van onroerend goed van doen heeft.
Elektrische netwerken, derde editie is een toegankelijke inleiding op de theorie en praktijk van elektrische netwerken: essentiÙle stof voor iedere elektrotechnicus. Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel komt de algemene basiskennis aan bod. In deel twee wordt die kennis uitgebreid met een breed pakket 'gereedschappen': (complexe) rekenmethoden om elektrische en elektronische schakelingen uit te werken. Het derde deel staat in het teken van verdiepende thema's en de uitbreiding van het technisch inzicht. Het accent van dit boek ligt op praktische toepasbaarheid. Modelvorming, aansluiting bij de praktijk, probleemaanpak en technisch inzicht krijgen dan ook meer aandacht dan formele theoretische bewijsvorming. Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvatting en op - gaven. Om de student daarbij te helpen, staan achter in het boek hints en antwoorden. Door het gebruik van kleur is deze nieuwe editie overzichtelijker geworden. Over de auteurDr. Ir. Paul Holmes was als docent Elektrotechniek jarenlang verbonden aan Fontys Hogescholen.
Sinds de Japanse archipel onder de naam Cipangu in het reisverhaal van Marco Polo (ca. 1254-1324) bekend werd, viel de Japanse geschiedenis in Europa slechts matige belangstelling ten deel. Toch verdient het historische parcours van het eilandenrijk - ooit een bescheiden regionale factor, maar thans een belangrijke speler op het wereldtoneel - ten volle onze aandacht. Dit boek belicht de ontwikkelingsgang van Japan. De zoektocht naar een evenwicht tussen aansluiting bij en afzijdigheid van het Aziatische continent en de wereld vormt hierbij de rode draad. Van de primitieve natuurgemeenschappen wordt de blik gewend naar de consolidatie van het centraal bestuur onder het keizerschap als bindende factor. Vervolgens komen de Japanse middeleeuwen ter sprake, waarin de luister van het aristocratische regime uiteindelijk plaatsmaakt voor de opkomende krijgersklasse, die in de figuur van de shogun een spreken maar tegelijk ook verdelend symbool krijgt. Veelbewogen interne twisten sluiten de middeleeuwen af en luiden een tijdperk van eenmaking en naderhand van langdurig isolationisme in. Die afzijdige houding wordt onhoudbaar wanneer de golven van de westerse industriële en technologische beschaving komen aanrollen. Het boek gaat in op de transformatie van Japan tot een moderne staat en op de ontsporing ervan in een imperialistisch avontuur, om af te sluiten met een summiere behandeling van de wederopstanding van een verslagen koloniale macht als een economische wereldspeler en recent als soft power.
Curriculum vitaeC.J.M. Klaassen studeerde rechten aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (thans Radboud Universiteit Nijmegen). In aansluiting op haar studie is zij in 1991 aan deze universiteit gepromoveerd op de dissertatie Risicoaansprakelijkheid (cum laude). Vervolgens is zij werkzaam geweest in de advocatuur te Amesterdam. Thans is zij hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Nijmeegse universiteit. Zij is onder andere als hoofddocent betrokken bij de Grotius opleidingen Personenschade alsmede Onderneming & Aansprakelijkheid.Iets over dit boekjeDeze monografie vormt een drieluik met de monografie B34 en B36, respectievelijk: Schade vergoeding: algemeen, deel 1 (A.R. Bloembergen /S.D. Lindenbergh) en Schadevergoeding: algemeen, deel 3 (Spier). In dit tweede deel worden art. 6:97-100 BW behandeld. Deze monografie vangt aan met de begroting van de schade en behandelt vervolgens tweeaspecten van de begrenzing van de verplichting tot schadevergoeding, namelijk de causaliteit en de voor deelstoerekening. In dit verband wordt ook aandacht besteed aan de processuele aspecten van de schadebegroting en in het bijzonder de causaliteit. Hierbij staat met name het bewijs centraal.
Individuele, groepsgewijze en klassikale werkvormen voor de behandeling van leesproblemenMet het beschikbaar komen van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie in 2001 heeft het basisonderwijs een veelgevraagd hulpmiddel gekregen om kinderen met (dreigende) leesproblemen te signaleren en te begeleiden. In Dyslectische kinderen leren lezen worden in aansluiting op het Protocol een groot aantal concrete werkvormen voor het lezen besproken voor individuele begeleiding, voor het werken in kleine groepjes en voor klassikaal lezen. Bij alle werkvormen is er uitgebreid aandacht voor de voorbereiding en worden er beschikbare hulpmiddelen, software en geschikte boekjes genoemd. Er wordt veel aandacht besteed aan het volgen van de vorderingen met behulp van gerichte observaties en running records, en aan de didactische opbouw van de lessen. De werkvormen zijn uitgebreid in de praktijk beproefd en zeer effectief bevonden.Het boek is geschreven voor leerkrachten in de onder- en middenbouw van het basisonderwijs, voor interne begeleiders en remedial teachers en voor hen die zich met de behandeling van dyslectische kinderen bezighouden.
"Taaie ouwe is een praktisch doe-boek met een tweeledig doel. Het ondersteunt P&O functionaris sen in het fit houden van hun werknemers en het helpt Veertig Plussers bij het opdoen van zelfinzicht. Zo kunnen ouder wordende werknemers ondanks de vele werk- en levensveranderingen enthousiast blijven functioneren. De arbo-psycholoog Hans van Krimpen baseert zich op ruim twintig jaar ervaring, opgebouwd uit het contact met clienten waarvan het overgrote deel de veertig jaar is gepasseerd. Mensen die wellicht al tientallen jaren hard gewerkt hebben bezoeken veelvuldig het spreekuur van de auteur omdat ze zijn vastgelopen in hun werk, in hun ontwikke ling. Ze verdienen extra aandacht volgens Van Krimpen. In zijn advisering richt Van Krimpen zich zowel op de ouder wordende werknemer als op de leidinggevende, zowel curatief als preventief, in het gezond blijven werken. Daarom zijn in het boek een aantal pragmatische tips opgenomen voor werkgever en werknemer, rechtstreeks afkomstig uit de dagelijkse praktijk van de auteur. Taaie ouwe biedt bruikbare oplossingsstrategieen in te verwachten of optredende probleemsituaties. Aansluiting bij bestaande theorie en beeldvorming wordt minder benadrukt dan de eigen gedacht evorming van de schrijver. Juist dit maakt het boek lezenswaardig en kritisch uitdagend. Vanuit dit oogpunt is het boek ook cursorisch van waarde in sociaal-medische opleidingssituaties.Hans van Krimpen is arbo-psycholoog en houdt zich al een groot aantal jaren bezig met advisering en begeleiding van werknemers en werkgevers met betrekking tot de gezondheid van werknemers. Van zijn hand verschenen bij Van Gorcum ook Stresshantering voor managers en Stress, een kwestie van inzet."
Vanuit een psychodiagnostisch onderzoek bijdragen tot de hulpverlening aan kinderen en gezinnen vereist in eerste instantie een begrijpen van wat er met dit kind aan de hand is, van hoe dit kind zich binnen zijn context voelt en gedraagt, van wat sterktes en kwetsbaarheden zijn. Dergelijk psychodiagnostisch begrijpen impliceert dat we de persoonlijke expressiviteit van dit kind binnen een diagnostisch proces ondersteunen en faciliteren. In dit cahier wordt uiteengezet hoe men het diagnostisch verhaal zoveel mogelijk het verhaal van het kind kan laten worden, opdat aangrijpingspunten voor groei en verandering doorheen het verdere hulpverleningsproces gevonden kunnen worden. Er wordt stilgestaan bij hoe de leeftijdseigen communicatie van kinderen via spel, verhaal en creatieve uitingen diagnostisch gehanteerd kan worden. De principes van interpretatie van het verzamelde diagnostisch materiaal, met zo nauw mogelijke aansluiting bij de ontwikkeling van het individuele kind, worden uiteengezet. Vervolgens wordt dit denkkader toegepast op enkele diagnostische beelden en op specifieke ontwikkelingsfasen. Deze worden uitvoerig geïllustreerd via gevalsbeschrijvingen. Een verhaal met betekenis biedt de clinicus een inleiding in het belevingsonderzoek als onderdeel van psychodiagnostiek bij kinderen en jongeren. Het boek biedt een kader om het diagnostisch handelen en interpreteren te verfijnen en om de eigen betekenissen van het kind zoveel mogelijk op de voorgrond te krijgen. Aansluitend geeft het handvatten die de verkregen onderzoeksresultaten vertalen naar verdere hulpverlenin
Het Jeugdzorgadviesteam (Jat) is een effectief model voor de aansluiting van jeugdzorg in brede zin bij het basisonderwijs. Bureau Jeugdzorg, de jeugdgezondheidszorg en het algemeen maatschappelijk werk brengen hun zorg naar de scholen toe. Een Jeugdzorgadviesteam kan een belangrijke rol spelen bij vroegtijdige signalering en snelle hulp aan basisschoolleerlingen en hun ouders of verzorgers. Deze publicatie biedt een praktische handleiding om initiatieven tot samenwerking tussen basisonderwijs en jeugdzorg te ondersteunen. Met informatie over de opzet en werkwijze van het Jeugdzorgadviesteam, het voorbereidings-traject en de partners die erbij betrokken zijn.
David M. CroweOskar SchindlerDe biografie en het ware verhaal achter de 'Schindlerlijst'Spion, zakenman, bon vivant, NSDAP-lid en Rechtvaardige onder de Volkeren. Dat alles tegelijk was Oskar Schindler, de controversi Sudeten-Duitser die 1100 Joden redde tijdens de holocaust, maar nadien tevergeefs probeerde aansluiting te krijgen bij de naoorlogse wereld en pas laat internationale erkenning verwierf voor zijn wapenfeiten tijdens de oorlog. David M. Crowe brengt in zijn baanbrekende biografie het leven van Schindler minutieus in kaart en laat ons kennismaken met een mensenredder van mythische proporties die tegelijk een opportunist en spion was die Nazi-Duitsland hielp Polen te veroveren. Schindler staat vooral bekend om het redden van meer dan duizend Joden, die hij op de beroemde 'Schindlerlijst' liet plaatsen en vervolgens overbracht naar zijn fabriek in zijn geboortestreek in de huidige Tsjechische Republiek. In werkelijkheid speelde Schindler — overigens geheel buiten zijn schuld — een ondergeschikte rol bij de totstandkoming van de lijst. De geschiedenis van de totstandkoming van de lijst, een van de meest intrigerende aspecten van het levensverhaal van Schindler, wordt hier voor de eerste maal uit de doeken gedaan.Schindler werd na de oorlog gedwongen zijn geboorteland te verlaten, slaagde er nimmer in maatschappelijk weer overeind te krabbelen, kampte met steeds meer gezondheidsproblemen en stierf in 1974 op 65-jarige leeftijd. Hij bleef ook na zijn overlijden een omstreden figuur, zeker toen Emilie Schindler, na een huwelijk van 46 jaar, felle kritiek uitoefende op haar voormalige echtgenoot nadat in 1993 Steven Spielbergs film Schindler's List was uitgebracht.In zijn biografie van Schindler prikt David Crowe de mythen door die zich rond Oskar Schindler hebben gevormd en ontrafelt hij leven en werken van de man die een vooraanstaande 'Schindler-Jood' heeft omschreven als een 'uitzonderlijk man in een uitzonderlijke tijd'.
Vanaf de eerste levensjaren wordt de basis gelegd voor lezen en leesplezier. In de jaren daarna is de ontwikkeling van leesmotivatie en kennismaking met jeugdliteratuur van belang. Studenten aan de opleidingen voor Pedagogisch Werker (PW3 en PW4) en Onderwijsassistent (OA) missen voldoende ervaring met voorlezen en zelf lezen om kinderen en ouders/verzorgers tot lezen aan te zetten. Daarnaast beschikken de docenten aan deze opleidingen over onvoldoende mogelijkheden om bij hun studenten competenties te ontwikkelen op het gebied van voorlezen en leesbevordering. Deze docentengids is daar een antwoord op.In Competent in leesbevordering zijn bestaande initiatieven, materialen en middelen voor het eerst gebundeld. Uitgangspunt bij de samenstelling zijn vragen als: hoe kan ik zó voorlezen dat kinderen de smaak van lezen te pakken krijgen? Hoe zorg ik voor een ruim en verantwoord boekenaanbod? Hoe laat ik kinderen kennismaken met jeugdliteratuur? Hoe zorg ik voor een leesklimaat dat vooral leesplezier uitdraagt?De opbouw is thematisch. Aan bod komen: voorlezen, taal- en leesontwikkeling kinderen 0-12 jaar, kinder- en jeugdliteratuur, een rijke leesomgeving, werken met kinderboeken, leesoverleg, netwerken en netwerkpartners.De docentengids biedt tevens ondersteuning bij de legitimering en borging van voorlezen en leesbevordering in het curriculum van de opleidingen PW en OA. De uitwerking van de thema’s sluit aan bij de kwalificatie-eisen van de opleidingen. Verwijzing naar kerntaken en werkprocessen van de kwalificatiedossiers maakt de aansluiting helder.
In aansluiting op het katern Zelfstandige (be)handelingen deel 1 wordt in dit deel eveneens aandacht besteed aan handelingen die binnen het kader van de wet BIG door tandartsassistenten kunnen worden uitgevoerd. Zelfstandige (be)handelingen deel 2 is een theoretische leidraad voor het aantoonbaar bekwaam worden op het gebied van de röntgenologie en de intake van (pijn)klachten. Verder wordt aandacht geschonken aan tandtechniek en noodsituaties in de tandheelkundige praktijk.InhoudDigitale röntgenfoto"s Intake van (pijn)klachten Tandtechniek Noodsituaties in de tandheelkundige praktij
Hoewel de school steeds symbool heeft gestaan voor vooruitgang en een betere toekomst, is het tegelijkertijd zo dat ze vanaf haar ontstaan niet uit de beklaagdenbank is geraakt. Haar functioneren maar vooral ook haar maatschappelijke rol en haar bestaan zelf stonden voortdurend ter discussie.Welke zijn de aanklachten vandaag? Om te beginnen maakt de school zich schuldig aan wereldvreemdheid: ze is een eiland met gebrekkige aansluiting bij de arbeidsmarkt en bij de leefwereld van leerlingen, de leerstof is niet relevant. Ten tweede draagt de school bij tot machtsbestendiging: de reproductie van sociale ongelijkheid, te weinig gelijke kansen. Ten derde wordt ze beticht van demotivering van de jeugd: er is te veel conservatisme en immobilisme, te weinig aandacht gaat naar het welbevinden van leerlingen, naar hun leerplezier en talenten. Ten vierde schiet de school tekort inzake effectiviteit en inzetbaarheid: ze produceert niet op de gewenste manier de gewenste leerresultaten.Deze aanklachten vertalen zich voor sommigen in de (oude en bekende) eis om de school grondig te hervormen. Anderen gaan nog een stap verder en stellen dat de school eigenlijk overbodig is geworden wegens een gebrek aan meerwaarde in tijden van internet en elders verworven kwalificaties.Deze verdedigingsrede weerlegt de aantijgingen tegen de school.Over de auteurs:JAN MASSCHELEIN enMAARTEN SIMONS zijn verbonden aan het Laboratorium voor Educatie en Samenleving van de K.U.Leuven. Ze delen een interesse in het onderzoek van de publieke dimensie van opvoeding en onderwijs en in de ontwikkeling van een kritische opvoedingsfilosofie.
Dit is de vertaling en bewerking van een honderd jaar oud boek over het meest duurzame landbouwsysteem dat de mensheid ooit heeft gekend. Het is het gedetailleerde ooggetuigeverslag van de grondlegger van de Amerikaanse bodemkunde, professor Franklin Hiram King, die in 1909 tientallen boeren en tuinders in China, Korea en Japan een half jaar lang observeerde. Hij maakte in China kennis met een echte kringlooplandbouw die vierduizend jaar zonder onderbreking in dat land werd toegepast met volledig behoud van de bodemvruchtbaarheid en zonder de natuur iets tekort te doen. King was ook de visionair, die voorspelde dat binnen honderd jaar de door hem bezochte landen wereldmachten zouden worden en dat zowel fossiele brandstoffen als delfstoffen waarmee kunstmest wordt gemaakt schaars zouden zijn geworden. Vertaler/ bewerker Sietz Leefl ang voegde als extra aan dit boek het ‘Manifest voor de Kringlooplandbouw’ toe, een hedendaagse versie van het manifest, dat King in aansluiting op zijn boek in 1911 had willen uitbrengen en waar hij door zijn dood in dat jaar niet meer aan toe kwam.
De zorg in Nederland verkeert in zwaar weer. Ze dreigt onbetaalbaar te worden,er is te weinig personeel, er is sprake van enorme bureaucratie met een sterkenadruk op verantwoording en controle, en de opvattingen over mogelijkebijstellingen van het stelsel lopen sterk uiteen.Het moet anders en het kan anders: terug naar de kern van de zorg. Presentiestreeft ernaar dat de mens die op zorg is aangewezen en de zorgrelatiewaarbinnen deze zorg tot stand moet komen, weer centraal komen te staan.Door nauwkeurig af te stemmen op en met aandacht en trouw aan te sluitenbij de cliënt en diens leefwereld kan mismatch worden voorkomen. Bovendienkunnen medewerkers (opnieuw) vanuit hun kracht en passie voor het vak werkenen verbetert de kwaliteit van zorg ingrijpend. De strategie tot een presentietransitiebestaat bovendien niet in het implementeren van een uitgewerkteblauwdruk - en al helemaal niet door topmanagers of van buiten en bovenaangetrokken consultants en veranderkundigen - maar in het in transitiebrengen van werkers én leidinggevenden, hun werkwijze en de werkorganisatiedoor middel van leerprocessen.Buigzame zorg in een onbuigzame wereld is de neerslag van het transitieproject'Presentie: radicale aansluiting van 0-100', dat prachtige praktijken heeftopgeleverd en waardevolle inzichten in de (leer)processen die voor eenpresentietransitie nodig zijn. De lezer wordt een sprekend, leerzaam enaanstekelijk voorbeeld geboden van de weg die gegaan kan worden en deresultaten die verwacht mogen worden bij transities naar presentie.
Managementboek van het jaar 2011LinkedIn, Twitter, Facebook, YouTube en Hyves: miljoenen mensen zijn virtueel met elkaar verbonden. We leven in een open en onbegrensde wereld van samenwerking, creativiteit en communicatie. De macht over de markt verschuift van bedrijven naar deze sociale netwerken. Bedrijven verliezen de binding met klant en medewerker. Binnen deze organisaties moet dan ook een omslag gaan plaatsvinden: van gesloten, hiÙrarchisch en onpersoonlijk naar open, authentiek en verbonden. Connect! is een welgemeende aansporing. Want het is tijd om te handelen, en wel nu.Op basis van onderzoek onder managers in Nederland, en gesprekken met tientallen Nederlandse en Belgische bedrijven maakt Menno Lanting inzichtelijk welke stappen nodig zijn om die omslag te kunnen maken. Hij geeft concrete antwoorden op vragen als: Hoe kan ik zelf sociale netwerken gebruiken? Welke nieuwe business modellen ontstaan er? Op welke manier behouden we als organisatie aansluiting met de jonge, sociale netwerkgeneratie?Bedrijven kunnen een ontmoetingsplek worden voor connecties en creativiteit, maar dat gaat niet vanzelf. Daarom is Connect! een must voor iedere leider, manager of professional.
Het betreft hier een dwarsligger, een compleet boek in een handzaam formaat. Een boek dat past in een handtas en zelfs in een broekzak of binnenzak en je overdwars leest. De kwaliteit van de dwarsligger is onmiddellijk herkenbaar: gebonden, een doordachte lay-out en gedrukt op fraai, helder wit en milieuvriendelijk papier.In Calamiteitenleer voor gevorderden beschrijft Marisha Pessl de lotgevallen van Blue van Meer, die op de eliteschool St. Gallway in North-Carolina aansluiting vindt bij een groep charismatische scholieren en hun al even intrigerende docente Hannah Schneider. Wanneer een van Hannahs vrienden verdrinkt en ook zijzelf op een gruwelijke manier aan haar eind komt, ontdekt Blue dat achter deze mysterieuze sterfgevallen een wereld van raadsels en geheimen schuilgaat.Calamiteitenleer voor gevorderden is een duizelingwekkend verhaal over de dood en vlinders, vrouwen, zwerftochten, de Amerikaanse McCulture, hoogtepunten uit de westerse literatuur, politiek radicalisme en kalverliefdes.'Speels en vaak grappig. Stilistisch gezien bijzonder sterk.' - de Volkskrant'Wat deze roman vooral bewonderenswaardig maakt, is de stilistische bravoure van Pessl. Het verhaal is spannend en de personages blijven verbazen.' - De Standaard'Pessl schrijft als een trein. Het einde van haar roman is bovendien ijzersterk.' - Het Financieele Dagblad
Stijn en Storm fietsen na een avondwedstrijd naar huis. Onderweg wordt hun aandacht getrokken door een vrouw die voor een brandend huis staat. Het blijkt dat een van haar kinderen nog in het huis aanwezig is. Storm bedenkt zich geen moment en rent het brandende huis in om het kind te redden.Nauwelijks bekomen van dit avontuur worden de jongens er van verdacht zelf de brand te hebben aangestoken. Als ook hun vriend en een van ’s werelds beste voetballers Bert Pringel erbij wordt betrokken, snappen de voetbalgoden er helemaal niets meer van. Ze gaan op onderzoek uit en komen tot verrassende ontdekkingen.Ondertussen doen de jonge voetbaltalenten hun best om met FC Rapitas aansluiting te houden met de top in de competitie en zich te handhaven in de beker, speelt Kick ’69 met Bert Pringel een belangrijke wedstrijd in de Champions League en doet Stijns vriendinnetje Femke een mededeling die gevolgen kan hebben voor de vriendschap tussen de beide voetbalgoden.
"Wie denkt met dit boek in de hand op efficiënte wijze een einde te kunnen maken aan onze overgeorganiseerde samenleving, heeft het mis. Chaos heeft hier een totaal andere betekenis. Het staat voor een constructieve volgende stap in ons denken, waarbij niet minder maar méér orde wordt nagestreefd. Maar die orde is wel van een heel andere aard dan voorheen het geval was.Chaosdenken is de benaming voor een geheel nieuwe wijze van kijken die ontstaan is in de exacte wetenschappen, en nu ook binnen de bedrijfswetenschappen haar intrede heeft gedaan. In dit boek is het Chaosdenken specifiek van toepassing gemaakt op organisaties. Daarbij staat niet alleen de theorie, maar ook de praktijk centraal.Dit boek is bestemd voor mensen die al enige ervaring hebben opgedaan met het Chaosdenken, en hun modellen, aanpakken en toepassingen willen spiegelen aan anderen. 'Verdieping van Chaosdenken' is geschreven door auteurs die in hun werk dagelijks met Chaosdenken bezig zijn, en de voor- en nadelen ervan kennen. Het vormt een hulpmiddel voor al diegenen die de aansluiting op een wereld die steeds dynamischer en complexer wordt, niet willen verliezen.Dit boek vormt het tweede deel in de Chaosforum Boekenreeks. De Stichting Chaosforum.com wil een platformfunctie vervullen voor mensen die gefascineerd worden door het Chaosdenken. Zij wil contacten stimuleren tussen ondernemers, adviseurs, managers, professionals, organisatiewetenschappers en studenten. RedactieFrans van Eijnatten is verbonden aan de faculteit Technologie Management van de Technische Universiteit Eindhoven.Marian Kuijs studeerde in 1987 te Utrecht af in de ontwikkelingspsychologie.Julien Haffmans studeerde af in de psychologie en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. "
Aansluiting houden op de snel veranderende omgeving is tegen-woordig de belangrijkste uitdaging voor bedrijven. Mee veranderen is noodzakelijk, maar door de druk van marktwerking, publieke opinie en opdrachtgevers krijgen bedrijven steeds minder tijd om de bedrijfsinrichting voldoende snel en adequaat aan te passen. Ervaring leert dat bedrijven daarom baat hebben bij een systematische aanpak van de bedrijfsinrichting: 'werken onder architectuur'.In dit boek leggen Rob van de Wetering en Gerard van der Zaal op heldere wijze uit hoe grote, complexe en veranderende bedrijven met bedrijfsarchitectuur een belangrijk stuurinstrument in handen hebben.Bij velen bestaat de indruk dat architectuur vooral iets is voor IT-vraagstukken en IT-architecten. Dit boek maakt duidelijk dat architectuur ook voor managementvraagstukken in de business een zinvol instrument kan zijn. De bedrijfsarchitectuur biedt lijn-, programma- en projectmanagers overzicht, inzicht en controle. Het verschaft de kapstok voor sturing op (de verandering van) producten, processen, organisatie, informatievoorziening, en de relaties daartussen.De insteek is praktisch en pragmatisch: de auteurs maken concreet wat 'werken onder architectuur' betekent en lichten verschillende gebruiksmogelijkheden van bedrijfsarchitectuur toe. Het streven van veel bedrijven naar marktgerichtheid en adaptiviteit krijgt hierbij bijzondere aandacht. Ook werken ze een concrete aanpak uit voor de relatie tussen architectuur en ontwerp. Rollen en verantwoordelijkheden van architect en management vormen de rode draad.Architecten en ontwerpers leren zo om op een effectieve manier met bedrijfsarchitectuur om te gaan. Zij doen met dit boek de basiskennis op die nodig is om in de praktijk met verschillende architectuurraamwerken en aanpakken uit de voeten te kunnen.
Het onderwijs is in korte tijd grondig veranderd. De opgave van het schoolgebouw is daarom meer dan ooit een architectonische opgave; klaslokalen hebben plaatsgemaakt voor leerdomeinen, aula's hebben zich ontwikkeld tot ware plaza's.Dit boek geeft een actueel en onthullend overzicht van recente scholenbouw in Nederland. In vier essays, gekoppeld aan telkens tien schoolportretten worden door Like Bijlsma, Dolf Broekhuizen, Paul Groenendijk, Eireen Schreurs en Ton Verstegen de architectonische veranderingen in gebouwen voor het basis- en voortgezet onderwijs van 1990 tot heden geanalyseerd en weergegeven. Architectuur kan bijdragen aan stimulerende leeromgevingen, maar architectuur is meer dan een optimale vertaling van leerprocessen. De leeromgeving is ook een leefomgeving die voor een bepaalde tijd wordt bewoond. Architectuur kan voor nieuwe generaties nieuwe ruimtelijke ervaringen scheppen die deel worden van het geheugen. Zo vindt aansluiting plaats bij de traditie, die in deze tijd een traditie van verandering is.
Het Design Museum in Gent is al jarenlang een vaste partner van het Drents Museum. Er is dan ook alle reden de rijke collectie op het gebied van de Art Nouveau en Art Deco van het Gentse Museum nu eens in Assen te laten zien. De Belgische art nouveau vertoont enkele duidelijke eigen kenmerken, zoals het streven naar samenwerking met de industrie en aandacht voor het constructieve. Niet toevallig waren de vier pioniers van de Art Nouveau in België, Gustave Serrurier-Bovy, Paul Hankar, Victor Horta en Henry van de Velde, ook werkzaam als architect. Na de Eerste Wereldoorlog en de Wederopbouw slaagden Oscar Van de Voorde en Albert Van Huffel erin de sterke dominantie van de florale-decoratieve richting om te buigen naar een meer constructieve vorm van design. In Vlaanderen kwam de aansluiting bij vooruitstrevende buitenlandse stromingen pas in de late jaren ’20 en de vroege jaren ’30. Ontwerpers als Huib Hoste, Marcel-Louis Baugniet, Louis-Herman De Koninck en Gaston Eysselinck ontwikkelden, weliswaar heel kortstondig, een modernistische buismeubelproductie.
Toon Daalder, een in zichzelf gekeerde twintiger, mist de aansluiting met de maatschappij en de mensen om hem heen. Als zijn werk in de afwaskeuken van een chique hotel erop zit, droomt hij weg in mythologische, spirituele lectuur. Op een doordeweekse dag zorgt een foldertje van een fraai berghotel in Zweden voor een dramatische wending in zijn leven. Hij zegt het benauwde gezinsleven in Den Haag vaarwel en laat het leven komen zoals het komt.In de inspirerende leegte van het Hoge Noorden dwalen zijn gedachten regelmatig af naar de godenverhalen uit de noordse mythologie. Zij geven kleur en inhoud aan zijn dagelijkse, aardse beslommeringen in een hotel-restaurant, naast de skilift en in een pottenbakkerij. Noorderlucht biedt een fascinerende zwerftocht naar een zinvol bestaan dat getekend wordt door verlangen, eenzaamheid en een onbereikbare liefde.
Na een competitiewedstrijd fietst Zahra later naar huis dan haar tweelingzus Nikki. Langs de route ziet ze in de verte een oploop van mensen rond een ambulance. Als ze dichterbij komt, herkent ze in het gras de hockeystick en de fiets van haar zus. Nikki werd aangereden en de dader is ervandoor. In het ziekenhuis blijkt de toestand van Nikki kritiek en wat de gevolgen voor de toekomst zijn, blijft lange tijd onduidelijk. Het onrecht wat hun zus is aangedaan, doet Timo en Zahra besluiten de dader op te sporen. Door het ongeluk van haar zus heeft Zahra niet zoveel zin meer in hockey. Toch weet ze haar team op sleeptouw te nemen om in de competitie de aansluiting met de koplopers te behouden en zich in te zetten voor het nationale elftal dat zich voorbereidt op een belangrijke kwalificatiewedstrijd tegen Engeland. Maar een ding is duidelijk: als je dreigt het belangrijkste in je leven te verliezen, worden de hoofdzaken van de bijzaken gescheiden.
Dit is het tweede werk van de Vlaamse schrijver Hugo Kegels. In 'Driemaal is scheepsrecht' beschrijft hij het waargebeurde levensverhaal van Karel, die na twee moeizame relaties met vrouwen uiteindelijk de ware liefde vindt bij zijn Wim. Dat doet hij door de belevenissen van drie generaties voorouders te beschrijven, vanuit de filosofie dat elk mens de som is van zijn genen en zijn verleden."Vaak intrigerend, soms rauw, maar altijd volks en met een nauwkeurige aansluiting bij het tijdsbeeld van elke periode. 'Vlaamse filmkes', jawel, maar dan verteld met de beeldende kracht à la Ernest Claes."Dirk Clotmans, journalist
"Shared Service Centers I werd bekroond met de Vakjuryprijs van de Orde van Organisatiekundigen en -adviseurs - OoaNu in veel ondernemingen shared service centers zijn ingevoerd doet de vraag zich voor hoe deze efficiënter aan te sturen en vooral ook te integreren in de innovatieprocessen. Ook de toepassing van SSC’s in de non-profit-sector en in de publieke sector neemt een steeds grotere vlucht. Deze nieuwe editie van het standaardwerk over shared service centers behandelt hoe de problematische p x q-aansturing vervangen kan worden door een efficiëntere en effectievere aansturing van SSC’s. De resultaten zijn lagere kosten en tegelijk een betere integratie in innovatieprocessen. Ook wordt duidelijk op welke wijze shared service centers kunnen bijdragen aan de waardepropositie van de onderneming voor de afnemer en daarmee hoe ze competitief en strategisch ingezet kunnen worden.Voor veel ondernemingen betekent het werken met shared service centers een leerproces naar een multidimensionale organisatie om de aansluiting met een steeds dynamischer en gedifferentieerdere markt niet te verliezen. Dit leerproces gaat niet alleen over de ontwikkeling van het shared service center zelf, maar vooral ook over de kwaliteit van het ondernemerschap en de ontwikkeling van de organisatie als geheel. In deze editie wordt een driedimensionaal ontwikkelingsmodel geïntroduceerd dat inmiddels door meerdere organisaties met vrucht wordt toegepast. In de non-profit-sector en de overheid gelden andere regels dan in het bedrijfsleven. Deze editie besteedt hieraan specifieke aandacht, bijvoorbeeld door intergemeentelijke samenwerking, daarmee samenhangend komt ook de juridische vormgeving van samenwerking in de vorm van shared service centers aan bod. Ook biedt het boek beslismomenten voor outsourcing.Het boek bevat negen uitgewerkte casebeschrijvingen. Zeven daarvan zijn afkomstig uit de vorige editie waarbij een update wordt gegeven. De lezer kan zo zien welke ontwikkelingen onderneming
Advieswerk of managementconsultancy is een vrij beroep. Iedereen kan zich adviseur noemen. Wat de goede adviseur van de minder goede onderscheidt is moeilijk te bepalen. Opdrachtgevers hebben een beslissende stem, maar de markt is niet het enige criterium. Adviseurs wijzen bij vragen naar de kwaliteit van hun vak graag naar hun professionele standaard. In de wereld van organisatieprofessionals; van adviseurs, interim-managers, opleiders en trainers, projectmanagers, coaches, beleidsmakers en wetenschappers is het niet eenvoudig om van een standaard te spreken. De veelheid aan verscheidingsvormen maakt dat lastig. ‘Ieder zijn vak’ gaat bij adviseurs sterk op, al zijn deskundigheid, betrouwbaarheid, zorgvuldigheid, professionele onafhankelijkheid en collegialiteit belangrijke uitgangspunten.In ‘de lerende adviseur’ komen vragen aan de orde als: wat is professionalisering? Hoe werk je eraan en wordt het meetbaar? Is een senior adviseur op een andere manier met professionalisering bezig dan een junior? Hoe leert een adviseur eigenlijk? Maar ook, is het beroep van adviseur wel een professie?Het boek is opgebouwd rond drie sporen: verhalen over professionalisering, onderzoek naar wat professionalisering betekent voor junior, medior en senior adviseurs en gesprekken met professionals die dagelijks met het onderwerp bezig zijn.Het resultaat is een caleidoscoop van meningen, ideeën over en ervaringen met professionalisering in het adviesvak. Een breed en veelkleurig overzicht van wat er speelt en leeft in de beroepsgroep van adviseurs. Een van de conclusies is dat het organisatieadviesvak zich steeds meer als professie ontwikkelt. Met zijn eigen kwaliteitseisen. Een andere is dat professionalisering ook te maken heeft met aansluiting van de professie op maatschappelijke ontwikkelingen. Het boek ‘ de lerende adviseur’ legt een scherpe focus op professionalisering. Het is de uitdaging voor iedere organisatieadviseur om te voldoen aan de eisen die het beroep stelt en waar
Veranderen in organisaties lukt lang niet altijd. Dit komt bijvoorbeeld doordat het management geen gedeelde visie heeft op wat er anders moet, er geen aansluiting is tussen het programmateam en de organisatie of tussen de projectteams onderling, of door versnipperde communicatieboodschappen.Lees in De maakbare verandering hoe u een organisatieverandering wel tot een succes maakt. Of het nu gaat om de invoering van een nieuwe werkwijze en de aansturing hiervan, een reorganisatie of een integratie: de methodes uit dit boek hebben betrekking op elktype veranderingsproces.Het boek biedt in een overzichtelijk stappenplan vijf leidende principes voor verandering, een stappenplan en tips voor het management. Daarnaast laten anekdotes en cases zien hoe u dat in de praktijk toepast. Met deze combinatie van een conceptueel kader en praktische handvatten heeft uw veranderingsproces wel degelijk kans van slagen.Dit boek is geschreven voor iedereen, variÙrend van manager tot adviseur, die te maken heeft met organisatieverandering en wil weten wat hij kan doen om de verandering te laten slagen.Over de auteursJan Joost Wobben, Annemarie Kalshoven en Rob de Groot zijn alledrie werkzaam bij organisatieadviesbureau Berenschot. Hun expertise is verandermanagement. Zij hebben de aanpak uit dit boek bij verschillende soorten opdrachtgevers toegepast.
"Veel publicaties over organisatieverandering beperken zich tot theoretische beschouwingen, waarbij aansluiting bij behoeften in de praktijk ver te zoeken is. Daarom is hier gekozen voor een geheel afwijkende benadering: op een uiterst toegankelijke manier worden doordachte ervaringen uit de adviespraktijk aan bruikbare theorie gekoppeld. Otto put uit zijn ervaringen in het organisatie-advieswerk. De Leeuw verbindt deze gesystematiseerde praktijkervaringen op een eclectische wijze met de theorie. De verfrissende dialoogvorm is daarbij wezenlijk.Organisaties zijn weerbarstig en complex. Het bewerkstelligen van veranderingen is dan ook niet eenvoudig. Het realiseren van veranderingsprogramma’s vraagt om kijken en interpreteren. Daarnaast moet gedacht worden over hoe de beoogde verandering te bereiken valt en op welke manier het veranderingsproces op gang is te brengen en te houden. Kijken, denken en doen is hierbij geen lineaire ordening, maar op te vatten als een schakelprogramma. Dit boek is bedoeld als hulpmiddel bij organisatieveranderingen, die altijd weer het product zijn van een unieke creatieve en persoonlijke synthese."
LinkedIn, Twitter, Facebook, YouTube en Hyves: miljoenen mensen zijn virtueel met elkaar verbonden. We leven in een open en onbegrensde wereld van samenwerking, creativiteit en communicatie. De macht over de markt verschuift van bedrijven naar deze sociale netwerken. Bedrijven verliezen de binding met klant en medewerker. Binnen deze organisaties moet dan ook een omslag gaan plaatsvinden: van gesloten, hiërarchisch en onpersoonlijk naar open, authentiek en verbonden. Connect! is een welgemeende aansporing. Want het is tijd om te handelen, en wel nu. Op basis van onderzoek onder managers in Nederland, en gesprekken met tientallen Nederlandse en Belgische bedrijven maakt Menno Lanting inzichtelijk welke stappen nodig zijn om die omslag te kunnen maken. Hij geeft concrete antwoorden op vragen als: Hoe kan ik zelf sociale netwerken gebruiken? Welke nieuwe business modellen ontstaan er? Op welke manier behouden we als organisatie aansluiting met de jonge, sociale netwerkgeneratie? Bedrijven kunnen een ontmoetingsplek worden voor connecties en creativiteit, maar dat gaat niet vanzelf. Daarom is Connect! een must voor iedere leider, manager of professional.
De economische crisis gaat niet ongemerkt aan de arbeidsmarkt voorbij. Duizenden banen zijn verloren gegaan en het aantal werklozen is snel opgelopen. Tegelijkertijd ligt aan de horizon het perspectief van een dreigend tekort aan arbeidskrachten als gevolg van de vergrijzing en de krimp van de beroepsbevolking. Deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid loopt als een rode draad door de beschouwingen over .Arbeid in crisis. in deze bundel. Ze vormen de neerslag van een conferentie die de stichting Nederlandse Arbeidsmarkt Dag en het jubilerende 'Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken' op 14 oktober 2009 organiseerden in Den Haag.In Arbeid in crisis? komen uiteenlopende thema.s aan de orde, die deels op macro- en maatschappelijk niveau liggen (zoals vergrijzing, re-integratie, aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt), en deels op meso- en organisatieniveau (zoals personeelsbeleid, de combinatie arbeid en zorg en parttime werk). Sommige bijdragen zijn gebaseerd op kwantitatief onderzoek, andere op kwalitatief onderzoek. De meeste zijn empirisch van aard, andere zijn meer conceptueel. Tezamen bieden de bijdragen aan deze bundel een staalkaart van recent Nederlands onderzoek op het gebied van arbeidsvraagstukken.Met bijdragen van onder meer Andries de Grip, Jaap de Koning, Ruud Muffels, Wiemer Salverda, Coen Teulings en Ton Wilthagen.
Het beeld van de arbeidsmarkt wordt vaak bepaald door de waan van de dag. Dit boek biedt echter een perspectief op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt op langere termijn. Welke factoren zijn van invloed op de vraag naar arbeid (de werkgelegenheid), op het aanbod van arbeid (de beroepsbevolking) en op de aansluiting tussen vraag en aanbod (werkloosheid en vacatures)? Beknopte theoretische beschouwingen worden geïllustreerd met beschrijvingen van ontwikkelingen in de praktijk. Naast algemene thema's behandelt het boek uiteenlopende actuele onderwerpen, waaronder:Wat zijn de gevolgen van de vergrijzing voor de arbeidsmarkt? Welke voor– en nadelen heeft het poldermodel? Wie wint de race tussen technologie en opleiding? Welke factoren verklaren de arbeidsmarktpositie van allochtonen? Verstoort de sociale zekerheid de werking van de arbeidsmarkt? Werkt het arbeidsmarktbeleid?Perspectief op de arbeidsmarkt is een geheel herziene uitgave van Arbeidsmarkt in perspectief, dat eerder door Bohn Stafleu van Loghum is uitgegeven.