Hockey is mijn leven - Roelant OltmansMaarten WestermannHockey is de snelst groeiende teamsport in Nederland, die niet alleen veel plezier schenkt aan de 175.000 leden van de KNHB, maar die zich ook in de belangstelling mag verheugen van steeds meer toeschouwers en televisiekijkers. In Hockey is mijn leven, met de succesvolle coach Roelant Oltmans in de hoofdrol, wordt de lezer ingewijd in de achtergronden van een dynamische sport. Niet alleen de beoefenaren zelf zullen genieten van de belevenissen van Oltmans en leren van zijn ervaringen, ook algemene sportliefhebbers, coaches en ouders van kinderen die hun weg in de sport nog moeten vinden zullen zich snel thuis voelen in dit boek. Roelant Oltmans vertelt in Hockey is mijn leven over de successen die onder zijn leiding werden geboekt. Zo werd hij twee keer wereldkampioen - één keer met de heren en één keer met de dames - en werd hij in 1996 olympisch kampioen, met in het gouden team coryfeeën als Floris Jan Bovelander, Taco van den Honert, Marc Delissen, Bram Lomans, Stephan Veen, Jeroen Delmee en Teun de Nooijer. Met hockeyclub Bloemendaal werd Oltmans vier keer landskampioen en won hij twee keer de Europacup. Hij was een jaar bondscoach van Pakistan en is inmiddels teruggekeerd bij het Nederlands elftal, met als eerste grote doelen het WK van 2006 in Duitsland en de Olympische Spelen van 2008 in Peking. In Hockey is mijn leven vertelt Roelant Oltmans over hockey en hockeyers. Hij leidt ons rond over de wereld, vertelt wie zijn favoriete spelers zijn, geeft zijn Nederlands elftal aller tijden prijs en legt uit hoe hij als coach selecteert, motiveert en communiceert. Hockey is mijn leven is na Schaatsen doe je zo met Bart Veldkamp en Judo doe je zo met Cor van der Geest de derde uitgave in een serie toegankelijke sportboeken van Maarten Westermann.
Vlaggenlijn Holland 6 meter. De vlaggenlijn heeft oranje gekleurde vlaggetjes, versiert met het rood, wit en blauw van de Nederlandse vlag. Ultieme Oranje versieren, voor bijvoorbeeld het EK of WK.
Dit houten WK doosje kan je een echt Collectors Item noemen.<br>
<br>
Wedstrijd datums, poules, stadions, finale's, trainers en nog veel meer is gegraveerd in dit mooie houten WK doosje. <br>
<br>
Er zijn er maar een aantal van gemaakt, dus wees er snel bij, want OP = OP ! <br>
<br>
Prijs is inclusief:<br>
Na het WK 2010 ontvangt u nieuwe gegraveerde stroken met daarop alle uitslagen van de gespeelde wedstrijden.<br>
Good Practice 2.0 is een competentiegerichte methode Engels voor niveau 2, 3 en 4 van het mbo en dekt in het mbo-brede deel de taalniveaus A2 en B1. Daarnaast zijn in elke Unit mboPlus gedeelten opgenomen op taalniveau B1 of B2 en sectorprojecten op het uitstroomniveau van de betreffende opleidingen.Good Practice 2.0 is opgebouwd uit drie hoofdelementen:1. Checkbook. Dit boek biedt theorie en achtergronden voor alle leerjaren en sectoren van het mbo. Het Checkbook is een zeer compleet boek met volledig uitgeschreven luisterteksten, leesteksten op alle niveaus, theorie en achtergronden bij leesvaardigheid, gesprekken voeren & spreken en schrijfvaardigheid. Daarnaast bevat het boek een compleet grammaticaoverzicht in duidelijke taal, lijsten van uitdrukkingen, woordenboeken N-E en E-N en de antwoorden van het Workbook.2. Workbook. Maakt in één oogopslag duidelijk op welk mbo-niveau (2, 3 of 4) en taalniveau (A2, B1, B2) geoefend wordt. Dit boek behandelt kerntaken die mbo-breed in beroepssituaties van belang zijn, via praktijkgerichte opdrachten en deelopdrachten (taalgereedschap). Good Practice 2.0 laat aan de hand van het Europese Raamwerk MTV (CEF-niveau) overal zien op welk taalbeheersingsniveau er gewerkt wordt. In elke Unit wordt ook de mogelijkheid geboden op een hoger niveau te werken: het mboPlus niveau. Elke Unit bevat tevens een sectorproject. In de zes Units komen de volgende sectoren aan bod: Administratie, Welzijn, Autotechniek, Handel, Horeca en Groen.3. Studiemeter.nl. De methodesite van Uitgeverij Deviant. De deelnemers kunnen via internet op school en thuis oefenen in het verwerven van de basistaalvaardigheid Engels. Het programma biedt deelnemers de kans om te blijven oefenen tot de resultaten voldoende zijn.De prestaties en vorderingen worden automatisch bijgehouden door het programma.De docenten kunnen altijd en overal de vorderingen van de deelnemers volgen. Er is een automatische, direct toegankelijke feedbackfunctie voor deelnemer en docent. Ook het au
Single vrouwen zijn een veelbesproken groep. De afgelopen jaren zijn ze zowel uitgeroepen tot ‘happy singles’ als uitgemaakt voor dolende, onvolledige zielen die niet zonder man kunnen. In dat licht bezien is het verbazingwekkend hoe weinig kennis er is over de daadwerkelijke beleving van single vrouwen. Niet alleen maar single maakt aan die lacune abrupt een einde. Het rapporteert de resultaten van de meest ambitieuze en veelomvattende studie naar de gevoelens, de ervaringen en de meningen van single vrouwen.Het boek laat zien dat zowel de ‘happy single’ als de ‘ouwe vrijster’ karikaturen zijn die geen recht doen aan de grote diversiteit tussen single vrouwen. Op buitengewoon openhartige wijze praten vrouwen van alle leeftijden en achtergronden over vooroordelen, zelfredzaamheid, toekomstdromen, eenzaamheid, vriendschap, mannen, daten, onzekerheid en seks. Hun persoonlijke verhalen zijn afwisselend hilarisch, ontluisterend en inspirerend.Al met al is er een geheel ontstaan dat vrouwen niet alleen zal boeien en amuseren, maar hun ook inzicht kan geven in hun eigen liefdesleven. Op die manier kan Niet alleen maar single meer opleveren dan menig zelfhulpboek.
De Eerste Wereldoorlog wordt terecht omschreven als de Urkatastrophe van de twintigste eeuw. De oorlog toonde hoe zeer de Europese staten zich hadden ontwikkeld tot su´cidale oorlogsmachines. Vier jaar lang lieten zij elkaar in het smalle niemandsland tussen de loopgraven letterlijk doodbloeden. Miljoenen soldaten sneuvelden.Was het uitbreken van deze oorlog onvermijdelijk? Waarom ontstond er een patstelling op het slagveld die vier jaar zou duren? Waarom konden de politici de oorlog niet door een compromisvrede beÙindigen? Niet alleen het militaire verloop komt aan de orde, Koen Koch gaat ook uitvoerig in op de politieke achtergronden en de sociale, culturele en literaire aspecten van de Grote Oorlog. Een kleine geschiedenis van de Grote Oorlog is een fascinerend boek over een van de bloedigste periodes uit de geschiedenis van de mens: van de moordaanslag op de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand op 28 juni 1914 tot de wapenstilstand op 11 november 1918.
Ontdek waarom je bent wie je bent - en waarom je doet wat je doet.Heb je je ooit afgevraagd wat psychologen nu eigenlijk doen? Wil je graag weten hoe je leert, denkt en voelt? Dit prettig leesbare boek voert je tijdens je ontdekkingsreis naar de achtergronden van het menselijk gedrag langs allerlei stromingen en richtingen in de psychologie.Na het lezen van dit boek zul je beter dan ooit weten hoe je jezelf en anderen beter leert kennen.Over de auteurAdam Cash, PsyD, doceert psychologie, zowel aan academische studenten als aan middelbare scholieren. Momenteel is hij werkzaam als forensisch psycholoog en behandelt hij geesteszieke gevangenen.
De Schrijfwijzer Compact is een kleine, handzame versie van het meestgebruikte adviesboek over de Nederlandse taal. Het boek beantwoordt nog steeds alle praktische vragen die zich bij het schrijven kunnen voordoen. De uitleg is echter kort en ter zake gehouden en de theoretische achtergronden en oefeningen zijn achterwege gelaten. Daarmee is de Schrijfwijzer Compact het ideale taaladviesboek voor taal-gebruikers die zich niet verder willen verdiepen in de taal, maar direct verder willen met het schrijven van hun tekst. Bovendien laat de Schrijfwijzer Compact zich makkelijk meenemen door zijn handzame formaat.Jan Renkema doceert Tekstwetenschap aan de Universiteit van Tilburg. Daarvoor was hij taalkundig adviseur bij de Tweede Kamer, eindredacteur van het maandblad Onze Taal, buitengewoon hoogleraar Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit en bijzonder hoogleraar Taalverzorging, namens het Genootschap Onze Taal.
Het is het voorjaar van 1348. Pestepidemieën rukken op richting Vlaanderen en er is al langer sprake van maatschappelijke onrust. In deze roerige setting legde een kopiist de laatste hand aan zijn boek. Hij had een hele prestatie geleverd: 618 bladzijden had hij volgeschreven met passages uit de Bijbel en andere geestelijke teksten in het Nederlands. Had hij ooit kunnen bevroeden dat zijn boek een van de schatkamers van de Middelnederlandse letterkunde zou worden? Het boek heeft de eeuwen goed doorstaan. Binnen de Bijzondere Collecties van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam behoort handschrift I G 41 tot de topstukken. Esther Jonker heeft dit intrigerende object, het Amsterdams Perikopenboek, onderworpen aan een integrale analyse. Zij bespreekt de letterkundige aspecten van een van de oudste prozahandschriften in het Nederlands, als ook de sociaal-culturele en religieuze achtergronden. Met een synthese van de uitkomsten van haar onderzoek werpt Jonker een nieuw licht op de context van de vroegste Nederlandse Bijbelteksten.
In 1917 beschikte het gemobiliseerde Nederlandse leger over een voorraad strijdgassen en de middelen om deze in te zetten. De voorbereidingen waren in 1915 begonnen, slechts enkele weken nadat chemische strijdmiddelen voor het eerst op grote schaal waren ingezet. Tachtig jaar later, in 1997, vestigde het hoofdkwartier van de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW), de organisatie die toeziet op de naleving van het Chemisch Wapenverdrag, zich in Den Haag. De geest in de fles gaat uitvoerig in op de betrokkenheid van de Nederlandse defensieorganisatie bij de ontwikkelingen, de voorbereidingen en de proefnemingen op het gebied van de chemische oorlogvoering in de tussenliggende periode en belicht de achtergronden ervan. Aan bod komen onder meer de stikgasoefeningen tijdens de Eerste Wereldoorlog, de voor Nederlands-IndiÙ bestemde mosterdgasfabriek en de proeven met zenuwgassen op Nederlands grondgebied, in Frankrijk en in de Sahara. Een groot aantal, vaak niet eerder gepubliceerde afbeeldingen ondersteunt de tekst. Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag is een gespecialiseerd kennis- en onderzoekscentrum op het gebied van de Nederlandse militaire geschiedenis. Het instituut publiceert wetenschappelijke studies, verzorgt onderwijs aan militaire opleidingsinstituten en universiteiten en maakt zijn verworven kennis en audiovisueel bezit toegankelijk voor een breed publiek.
Handboek jeugdzorg (in twee delen) biedt een gedegen overzicht van alle relevante aspecten van de jeugdzorg: achtergronden, doelgroepen en de dagelijkse praktijk. Gekozen is voor een breed werkveld – breder dan de hulp die in het kader van de Wet op de Jeugdzorg wordt geboden – ook jeugdbeschermingsmaatregelen, de geestelijke gezondheidszorg en het preventieve en opvoedingsondersteunende aanbod komen in dit handboek aan de orde. Ieder hoofdstuk is geschreven door een auteur die op dat terrein gezaghebbend is.Dit deel (deel 1) 'Stromingen en specifieke doelgroepen' gaat over de achtergronden en doelgroepen in de jeugdzorg. Onderdeel A schetst de historische achtergrond van de jeugdzorg. Inzicht in de huidige ontwikkelingen is namelijk alleen goed mogelijk als ze geplaatst worden in een historisch kader. Onderdeel B behandelt de verschillende theoretische stromingen die ten grondslag liggen aan de jeugdzorg. Onderdeel C ten slotte beschrijft vijftien specifieke doelgroepen, die in het werkveld aan een aparte benadering onderworpen worden.Deel 2 gaat over de dagelijkse uitvoeringspraktijk van de jeugdzorg. Methodieken en zorgprogramma"s staan hierin centraal
Handboek gezondheidszorgonderzoekSteeds weer worden beleidsmakers, managers, zorggebruikers en zorgverleners geconfronteerd met vragen waarvoor zij bij het oplossen ervan graag een beroep op onderzoeksresultaten doen. Het soort onderzoek dat bij uitstek hiervoor geschikt is, is het gezondheidszorgonderzoek, of het nu gaat om de effecten van de stelselwijziging op de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, het tekort aan verpleegkundigen en artsen, de organisatie van zorg voor chronisch zieken, de organisatie van programma’s voor primaire preventie van roken en overgewicht, de snelheid van het doorvoeren van verbeteringen en innovaties in de zorg, het meten van prestaties van zorgverleners, het versterken van de positie van de zorggebruiker, het beheersen van de kosten of het invoeren van nieuwe bekostigingsmethoden.Het Handboek gezondheidszorgonderzoek is de eerste Nederlandstalige uitgave die een actueel en volledig overzicht van dit werkgebied geeft. Het bevat bijdragen van een groot aantal Nederlandse gezondheidszorgonderzoekers, die langs deze weg hun inzichten over de juiste aanpak van dit soort onderzoek met de lezers delen. Zij behandelen op deskundige wijze definitiekwesties en beschrijven zowel onderzoeksmethodieken en technieken als uiteenlopende toepassingsgebieden van gezondheidszorgonderzoek. Het boek neemt een disciplineoverstijgend wetenschappelijk uitgangspunt in, slaat hiermee een brug tussen diverse disciplines en biedt zo een gemeenschappelijk kader voor onderzoekers met uiteenlopende achtergronden en in verschillende werkomgevingen.De vele Nederlandse voorbeelden in deze uitgave illustreren de rijkdom van het Nederlandse gezondheidszorgonderzoek. Zij tonen tevens hoe het produceren van wetenschappelijke kennis leidt tot toepassing ervan in de dagelijkse praktijk van beleid en management. ledereen die zich met gezondheidszorgonderzoek bezighoudt, krijgt met dit boek niet alleen handvatten aangereikt om onderzoek goed uit te (laten) voeren, maar ook om het resultaat ervan ee
Wat is hechting? Waar komt het begrip ‘hechting’ vandaan en welke andere termen worden er gebruikt? Wat is een hechtingsprobleem en wat is een hechtingsstoornis? Wat is het gevolg van hechtingsproblemen en hoe moet je daar in de behandeling mee omgaan?Op al deze vragen gaat dit boek in. Niet uitputtend, maar voldoende om de lezer een beeld te geven van wat de achtergrond en de implicaties van een verstoorde hechtingsrelatie zijn.Het cahier Voor jou zeker…?! is bedoeld voor studenten en hulpverleners die zich willen verdiepen in de achtergronden en implicaties van een verstoorde hechtingsrelatie.
De meeste kleuters herkennen een verhaal als een verhaal en kunnen vaak zelf ook al een verhaaltje (na)vertellen. Zij hebben dus enige kennis van hoe verhalen 'werken' of zijn opgebouwd. Maar wat is het precies dat kinderen (her)kennen als kenmerken van de verhaalopbouw of als vaste gebruiken van het vertellen? Inzicht in de kennis van verhaalstructuren en vertelconventies bij kleuters is van belang voor het kunnen beantwoorden van vragen als: kinderen kunnen steeds complexere verhaalstructuren volgen naarmate ze ouder worden, maar wat is het precies dat ze daarbij leren? Wat maakt een verhaalstructuur voor kleuters (te) moeilijk of eenvoudig? En waarom ervaren kleuters bepaalde verhaalkenmerken (niet) als spannend of grappig? Een structuralistische benadering van het voorlezen van prentenboeken aan kleuters helpt deze en andere vragen te beantwoorden en biedt inzicht in hoe de ontwikkeling van literaire competentie zich voltrekt. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar personages, spanning en ironische humor in prentenboeken.Prentenboeken lezen als literatuur belicht het verschijnsel literaire competentie vanuit theoretische perspectieven en vanuit diverse praktische invalshoeken (onder meer in verband met onderwijsdoelstellingen en literatuureducatie). De in dit boek voorgestelde leeswijze is via onderwijsontwikkelingsonderzoek in kleutergroepen toegepast en geoptimaliseerd. Hierbij is gebruik gemaakt van speciaal voor dit doel ontwikkelde leesaanwijzingen bij vierentwintig prentenboeken. Vervolgens is de effectiviteit van het voorlezen met deze leesaanwijzingen aangetoond met behulp van een experiment. Dit boek bevat tal van voorbeelden uit de voorleespraktijk, werkwijzen en didactische inzichten om de ontwikkeling van literaire competentie te ondersteunen op een manier die voor kinderen uitdagend en impliciet didactisch is. De combinatie van theoretische achtergronden en praktische toepasbaarheid maakt het boek interessant voor iedereen die ge´nteresseerd is in de literaire ontwikkeling
Kees Ouwens (1944-2004) is de verkenner van het onbereikbare. Hij is de dichter van de schuchtere wanhoop en de schuwe onverbiddelijkheid. Van deerlijke tederheid en roekeloze uitbundigheid.De auteurs in En gene schitterde op de rede komen nabij het unieke universum van het oeuvre van Kees Ouwens. Zij onderzoeken taal en wezen, en beproeven de ontoegankelijkheid en het licht van zijn poëzie. Hun aandacht richt zich op de verhouding tussen Ouwens' proza en zijn poëzie, op het gebruik van klassieke en hedendaagse mythologieën, en op verwantschappen met Descartes, Beckett, Gombrowicz, Pasolini, Achterberg of Faverey. Niet eerder is het werk, de persoonlijke mystiek van Ouwens van zo veel zijden tegelijk benaderd.En gene schitterde op de rede bevat een uitvoerig gesprek met Kees Ouwens zelf, waarin motieven, achtergronden en werkwijze van de dichter aan het licht gebracht worden. Brieven, foto's en handschriften documenteren het beeld van de dichter.Samenstelling & redactie: Hans Groenewegen.Bijdragen: Piet Gerbrandy (Oude chaos, nieuwe orde), Rein Bloem (Klavervier), Lucas Hüsgen (Aarzelingen van de zwaan), Marc Kregting (De verborgen derde persoon), Toine Moerbeek & Kees Ouwens (De realiteit van fictie), Yra van Dijk (Het schuwe schrijven), Hans Groenewegen (Het bestaande heeft je gezocht), Peter van Lier (Voor de dag met dat licht), Tom Van de Voorde (Op weg naar het licht) en Kees Ouwens (Omhelzingen).En gene schitterde op de rede is deel 9 in de serie Poëzie & Poetica.
'Ik probeer alleen maar mijn leven te leven’De reeks Politiewetenschap is een uitgave van het Onderzoeksprogramma Politie & Wetenschap. Dat is een zelfstandig onderdeel van het Kenniscentrum van de Politieacademie en beoogt een stimulans te geven aan zowel de (wetenschappelijke) kennisontwikkeling op het gebied van politie en veiligheid als de daadwerkelijke benutting daarvan in praktijk, beleid en opleiding. Publicaties in de reeks betreffen in het algemeen studies met een meer theoretisch, verkennend of beschouwend karakter.Het vraagstuk van asielmigratie staat al jaren hoog op de politiek-maatschappelijke agenda. De mate van betrokkenheid van asielzoekers bij criminaliteit is onderwerp van een beladen discussie die desondanks, of wellicht juist daardoor, een degelijke empirische onderbouwing mist. Dat betreft eerst en vooral een betrouwbaar cijfermatig inzicht in de betrokkenheid van asielzoekers bij criminaliteit. Dat kan vervolgens als opmaat dienen voor nader onderzoek naar achterliggende verklaringen, oorzaken en omstandigheden.Voor Politie en Wetenschap was het aanleiding voor een meeromvattend drieluik naar zowel de aard en omvang als de achtergronden van betrokkenheid bij criminaliteit van drie groepen asielzoekers: asielzoekers in procedure, (ex-)asielzoekers die een formele status hebben verworven en 'illegalen’: asielzoekers wier asielaanvraag is afgewezen.Gaandeweg is er in Nederland een omvangrijke groep uitgeprocedeerde asielzoekers gegroeid.Van deze groep leven op dit moment naar schatting 17.500 tot 30.000 mensen in de illegaliteit. Zij hebben geen recht meer op opvang en leefgeld, mogen niet werken en komen niet in aanmerking voor een uitkering. Een deel van deze mensen komt na verloopt van tijd in aanraking met de politie als verdachte van criminaliteit.Arjen Leerkes tekende in de Vreemdelingenbewaring van de PI Tilburg de levensverhalen op van 26 (mannelijke) illegalen met een asielachtergrond die in Nederland veroordeeld zijn voor misdrijven. Daarbij staat de
Gerard Reve (1923-2006) was een van de grootste Nederlandse schrijvers van de twintigste eeuw. Met zijn debuut De avonden (1947) schreef hij een roman die een klassieker zou worden, ook al zag het daar aanvankelijk niet echt naar uit. Verhalen als 'De ondergang van de familie Boslowits' en 'Werther Nieland', de brievenboeken Op weg naar het einde en Nader tot u, romans als Oud en eenzaam, Moeder en zoon en Bezorgde ouders: het zijn allemaal geschriften die horen bij de canon van de literatuur.Zijn leven lang was Gerard Reve een omstreden auteur, die geregeld in de publiciteit kwam wegens zijn non-conformistisch optreden en zijn provocerende uitspraken. Hij was een van de bepalende figuren in het culturele leven van de tweede helft van de twintigste eeuw.Ruim 60 jaar na Reve's romandebuut en ruim drie jaar na diens dood, verschijnt het eerste deel van de indrukwekkende, driedelige biografie van literair historicus en Reve-kenner par excellence Nop Maas: Gerard Reve - Kroniek van een schuldig leven. De vroege jaren.In het eerste deel van de biografie wordt een schat aan nieuwe informatie over Gerard Reve's veelbewogen leven voor het eerst openbaar: over zijn jeugdjaren; de oorlogsperiode; zijn huwelijk met de dichteres Hanny Michaelis; de worsteling met zijn homoseksualiteit, zijn communistische verleden en de godsdienst; de achtergronden en de vaak moeizame totstandkoming van zijn werk. De door Reve in omloop gebrachte mythes worden ontrafeld; de verwevenheid van leven en werk wordt, voorzover mogelijk, vastgelegd.Mede dankzij de ruimhartige medewerking van Reve's laatste levenspartner Joop Schafthuizen, die Maas inzage gaf in het privÚ-archief van de schrijver en tevens toestemming verleende om ruimschoots te citeren uit de vele, tot dusver onbekende, originele Reve-teksten waar Maas de hand op wist te leggen, moet Gerard Reve - Kroniek van een schuldig leven bij voorbaat worden beschouwd als hÚt standaardwerk over Reve's leven en
Aardbeien in de winter? Sommige mensen kijken er niet meer van op. We weten dan ook weinig over de achtergronden van ons voedsel. Het zou vol zitten met giftige stoffen, antibiotica en levensgevaarlijke E-nrs. De boer krijgt te weinig betaald, terwijl de supermarkten en Unilevers boeven zouden zijn. Hoe het echt zit schetst Van eten weten. Het boek maakt ook duidelijk dat het zo niet verder kan. We staan op een punt om beslissingen over ons voedsel te nemen.De belangrijkste onderwerpen van foodlog.nl zijn verwerkt in het boek 'Van eten weten'. In 14 korte en puntig geschreven hoofdstukken laat Veerman in hoog tempo een aantal cruciale onderwerpen de revue passeren voor een publiek dat wil weten hoe het eetsysteem in elkaar zit. Welke factoren bepalen wat we op ons bord krijgen, hoe dat is gemaakt en wat dat voor gevolgen heeft voor ons welzijn en onze welvaart?Veerman laat zien dat Europa en dus ook Nederland momenteel staan voor een aantal historische keuzen. Hij schetst vier toekomstscenario’s waaruit we kunnen kiezen. Tevens maakt hij duidelijk dat de lezer zijn voorkeur kenbaar zal moeten maken aan de politiek. Die is het kiezen namelijk verleerd en laat het gebeuren.De burger is weer zelf aan zet; tijd voor voedseldemocratie.
Voor leerkrachten is een effectieve, professionele relatie met kinderen, ouders, collega’s en leidinggevenden essentieel. In veel teams in het primair onderwijs groeit het besef dat zo’n relatie voor een belangrijk deel wordt opgebouwd via gesprekscommunicatie en dat ‘beter communiceren’ te leren is. Aanleiding genoeg voor scholen en opleidingen om hierin te investeren. Gesprekscommunicatie geeft leerkrachten (in opleiding) inzicht in de manier waarop zijzelf en anderen communiceren, en in de wijze waarop communicatie kan worden veranderd of beïnvloed. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat je eerst moet weten hoe je zelf communiceert en wat je wilt uitdragen, voordat je goed met anderen kunt communiceren.Het boek bespreekt achtergronden, theorie en visie. Daarnaast geeft het aan hoe studenten en leerkrachten communicatieve vaardigheden kunnen inzetten in allerlei concrete gesprekssituaties die ze in het onderwijs tegenkomen. De combinatie van theorie met praktische toepassing, herkenbare gesprekstypen en reflectieve oefeningen maken dit boek tot een handboek voor iedereen die gesprekscommunicatie in het primair onderwijs professioneel wil aanpakken.Op de website bij het boek staan onder andere aanvullende opdrachten met bijbehorende formulieren en diverse thema’s die verder uitgediept worden.Adri van den Brand is opleidingsdocent Nederlands aan Hogeschool De Kempel in Helmond. Hij geeft cursussen gespreksvoering aan leerkrachten.
Zijn leven lang heeft Adolf Hitler een geheim gemaakt van zijn afkomst. Veel sporen die naar zijn verleden leiden laat hij systematisch uitwissen. 'Ik heb geen flauw benul van familiegeschiedenis. Op dat gebied ben ik uiterst beperkt', zei de dictator eens. 'Ik ben een compleet onfamiliaal, een unsippisch aangelegd wezen.' Afkomst en afstamming blijven ver-borgen achter de voor propagandadoeleinden opgeworpen fa e van een hoog boven het volk verkerende F hrer van een 'Volksgemeinschaft'. 'Het verbergen en het verheerlijken van de eigen persoon was een van de belangrijkste opgaven van Hitlers leven. Welke andere figuur in de geschiedenis heeft zichzelf met zoveel geweld, zo consequent, op het pedante af, gestileerd en al het persoonlijke uit weten te vlakken', schrijft historicus Joachim Fest. 'Hij was er altijd op bedacht sporen te verwarren, identiteiten onherkenbaar te maken, de al weinig transparante achtergrond van afkomst en familie nog troebeler te maken.' De Britse historicus Ian Kershaw hekelt de 'bijzonder beperkte bronnen ter reconstructie van de levensgeschiedenis van de Duitse dictator'. In dit boek De Hitlers worden de ware achtergronden van Hitler blootgelegd.Wolfgang Zdral, geboren in 1958, studeerde af aan de School voor Journalistiek en studeerde economie, politicologie en communicatiewetenschap. Sinds twintig jaar werkt hij als journalist, momenteel is hij redacteur van het tijdschrift Capital. Bij uitgeverij Ueberreuter verscheen in 2002 zijn boek Der finanzierte Aufstieg des Adolf H. De Hitlers, de onbekende familie van de F hrer werd vertaald door Annemarie Vlaming.
In dit studieboek staan de hoofdlijnen van het in Nederland geldende recht centraal. Het is bedoeld als een eerste, zo helder mogelijke kennismaking met het Nederlandse recht. Daarbij gaat het om de centrale begrippen van het recht, het systeem van het recht en een inleiding op de belangrijkste rechtsgebieden. Steeds is ernaar gestreefd dit te doen met een verwijzing naar de actualiteit, zodat het inzicht in de dynamische ontwikkeling van het recht in de samenleving wordt bevorderd.Het boek Grondslagen van het recht: Hoofdlijnen maakt deel uit van de serie Grondslagen van het recht die in de eerste plaats bedoeld is voor Utrechtse rechtenstudenten die in het eerste jaar van hun bachelorstudie het vak Grondslagen van het recht volgen. De serie bestaat uit vier delen. Hoofdlijnen biedt een introductie in de belangrijkste aspecten van het in Nederland geldende recht. Achtergronden probeert het inzicht in het recht te verdiepen door de achtergronden van het recht te belichten. Vaardigheden biedt eerstejaarsstudenten ondersteuning bij het verwerven van de basisvaardigheden die iedere jurist zich eigen moet maken. Materialen bevat per week geordende studievragen, weekopdrachten en extra materiaal. Materialen is als enige van de serie specifiek gericht op de cursus Grondslagen van het recht. De overige boeken zijn weliswaar voor de cursus geschreven, maar zijn zo opgezet dat ze als zelfstandige boeken kunnen worden bestudeerd.
De Prinsenschool bevat zeven vertellingen met tekeningen voor kinderen van zes tot twaalf jaar met ontwikkelingsstoornissen en/of gedragsproblemen. De prachtige verhalen en illustraties zijn ontstaan op de werkvloer met kinderen met een licht verstandelijke handicap. Door hun eenvoud spreken ze zeer tot de verbeelding. De thema’s zijn echter vrijwel allemaal bruikbaar voor alle beroepskrachten die werken met (groepen) kinderen. Bij De Prinsenschool hoort het handboek De kracht van verhalen (door Adri Bosch, Piet Faas en Tamar Kopmels). Deze handleiding bevat werkmateriaal (activiteiten, gespreksideeën, verwerkingsvormen) en concrete tips en achtergronden voor gebruik in het (speciaal) onderwijs, door groepsleiding en in therapie. Adri Bosch werkt als consulent levensbeschouwing met licht verstandelijk gehandicapte kinderen en jongeren bij Saltho.Wilna van den Heuvel is spelbegeleidster op P.I. School Hondsberg bij Saltho, en docent aan de opleiding voor spelbegeleidsters binnen Hogeschool Utrecht. Zij werkt tevens als beeldend kunstenaar en heeft een eigen galerie.
Al geruime tijd is het beleid van de overheid erop gericht de samenwerking in de zorg te bevorderen. Dit beleid heeft zijn vruchten afgeworpen: inmiddels zijn rond de 2000 praktijken (40% van de Nederlandse praktijken) aan te merken als samenwerkingspraktijk: meer dan één bevoegde tandarts werkt er samen met een wisselend aantal mondhygiënisten, assistenten en andere medewerkers. Als deze trend zich voortzet, zal het aantal samenwerkingspraktijken met 1% per jaar toenemen.Tegelijkertijd is er weinig bekend over samenwerking in de mondzorg. Het boek Samenwerken in de mondzorg brengt daar verandering in door de processen en achtergronden van samenwerking in de zorg vanuit verschillende invalshoeken te beschrijven. Het laat zien dat er verschillende invullingen van het begrip 'samenwerken' zijn.In de hoofdstukken over doelen, sociaalpsychologische aspecten, financiering en communicatie (ICT) wordt uitgelegd hoe men in de tandartspraktijk vorm aan samenwerking kan geven. Het boek besteedt ook aandacht aan de taakverdeling binnen de samenwerking, onder meer in het hoofdstuk over de juridische aspecten van samenwerken. Dat het soms moeilijk is om theorieën in de dagelijkse praktijk toe te passen, komt naar voren in de praktijkvoorbeelden in dit boek. Verschillende aspecten van samenwerking lopen al snel door elkaar heen.Samenwerken in de mondzorg is een praktische handleiding voor de tandarts, de mondhygiëniste en de tandartsassistente. Het boek geeft heldere informatie over het belang van samenwerking, de werkingsprincipes ervan en over optimalisatie van samenwerking in de beroepspraktijk.
Dit is de dertiende, herziene druk van Grondbeginselen der sociologie, al meer dan veertig jaar een veel gebruikte inleiding in dit vakgebied. De herziening betreft vooral de geheel herschreven hoofdstukken over structuur en sociale ongelijkheid. Daarnaast is de tekst op veel plaatsen verbeterd en geactualiseerd en er is nieuwe literatuur verwerkt.Het boek heeft zijn begripsmatige karakter behouden, omdat dit volgens de auteurs onmisbaar is voor helder denken. Gebleven is ook de overzichtelijke indeling, de 'studeerbaarheid' en de mogelijkheid voor de student om met relatief geringe docentbegeleiding tot sociologisch inzicht te komen. Daartoe zijn in de tekst weer tussen- en eindvragen opgenomen.Grondbeginselen der sociologie is in de eerste plaats bestemd voor studenten Hoger Onderwijs, maar kan ook aan andere ge´nteresseerde lezers goede diensten bewijzen. Het blijft immers voor allerlei beroepsbeoefenaren van belang zich bewust te worden van de achtergronden van eigen en andermans functioneren, en inzicht te krijgen in uiteenlopende sociale situaties.Wederom zijn aan het begin van ieder hoofdstuk de 'grondbeginselen' van het behandelde onderwerp geplaatst en zijn ook de leerdoelen duidelijk aangegeven. Opnieuw is zoveel mogelijk getracht ingewikkelde zaken die een beroep doen op het vermogen abstract te denken, aansprekend te presenteren zonder in simplificaties te vervallen.
Wiskundige puzzels waren al in oude tijden bekend, ze hebben klaarblijkelijk altijd een grote aantrekkingskracht op de mens uitgeoefend. In dit boek hebben de auteurs een aantrekkelijke verzameling puzzels samengebracht, die de titel 'Wiskunde voor je plezier' volkomen waarmaakt. Ook degene die na zijn schoolopleiding nooit meer iets met wiskunde te maken heeft gehad, of zelfs heeft willen hebben, zal aan deze verzameling zijn plezier beleven en er verbaasd over zijn hoeveel wiskunde hij nog kent.De puzzels zijn verdeeld over vijf hoofdstukken, die eik ten behoeve van de 'leek' zijn voorzien van een korte inleiding waarin de wiskundige achtergronden van de puzzels belicht worden. De beredeneerde oplossingen laten geen twijfel over het gevonden antwoord of de gevolgde methode bestaan.'Wiskunde voor je plezier' is een stimulerend en uitdagend boek, waar een ieder die de uitdaging aanneemt, vele genoeglijke uren aan beleven kan.
Mannen en vrouwen beleven klachten en problemen vaak verschillend. Ze gaan er anders mee om en zoeken op een andere manier hulp. Ook de hulpverlener zelf is man of vrouw en dat heeft gevolgen voor de wijze waarop zij met hun cliënten en met collega’s communiceren. Seksespecifieke hulpverlening beschrijft hoe jij als hulpverlener rekening kunt houden met de sekse van je cliënt en de invloed van je eigen sekse. Dit wordt toegepast op alle fasen binnen de individuele, groeps- en systeemgerichte hulpverlening.Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat in op de historische achtergrond, de visie op en de methodische aspecten van seksespecifieke hulpverlening. Daarnaast geeft het theoretische informatie over oorzaken en achtergronden van de meest voorkomende seksespecifieke problemen in de hulpverlening.Het tweede deel richt zich op de praktijk door uiteenlopende problemen en cases van cliënten in een seksespecifiek kader te plaatsen. Aan de orde komen onder meer relatieproblemen (waaronder huiselijk en seksueel geweld), materiële problemen, opvoedingsproblemen, middelenproblemen en migratiegebonden problemen. Naast concrete handvatten en voorbeelden biedt het boek reflectie- en discussievragen. Door deze vragen ontwikkel je een eigen seksespecifieke bril waardoor je kritisch naar jezelf en de hulpverlening kunt kijken.Bij deze uitgave hoort een website waarop onder andere werkvormen, casuïstiek en links naar interessante sites te vinden zijn.Seksespecifieke hulpverlening is bedoeld voor social work-opleidingen, met name MWD en SPH.Nico van Oosten is psycholoog en als senior adviseur Huiselijk en seksueel geweld verbonden aan MOVISIE, het landelijk kennisinstituut voor maatschappelijke ontwikkeling. Ineke van der Vlugt is andragoloog en werkzaam als programmacoördinator bij de Rutgers Nisso Groep, het kenniscentrum seksualiteit. Luc Brants is antropoloog en eveneens verbonden aan MOVISIE, waar hij zich vooral bezighoudt met de preventie van seksueel g
Wij mensen zijn zingevende wezens, we doen bijna niets anders dan alles om ons heen tot zin of onzin bestempelen. Zingeving kleurt ons denken, ons handelen , ons werken met en voor anderen, alles wat we doen. Soms verliezen de dingen hun zin en vragen we naar nieuwe zin. Velen weten vaak geen raad met de vragen naar zin en zingeving die zich aan hen opdringen, misschien omdat ze nog te veel aan een bepaald antwoord vastzitten waarvan ze gaan afstand kunnen doen, of omdat ze hun antwoord teveel in een bepaalde richting zoeken. In veel gevallen zijn de vragen belangrijker dan de antwoorden. Dit boek wil laten zien waar de vragen vandaan komen en vanuit welk kader de vragen worden gesteld. Het draagt materiaal aan als achtergrond waartegen het eigen levensverhaal kan worden geplaatst. We staan op de schouders van onze voorouders. De zingevingsvragen zijn van alle tijden. Het verloren gaan van de hoogste zingevende waarde lijkt een gebeurtenis die zich in de geschiedenis voortdurend herhaalt. Vele van onze voorouders hebben daarmee in hun leven te maken gehad. Onzekerheid is de prijs die voor elke verandering of vooruitgang moet worden betaald. De blimseminslag van de waarheid treft altijd datgene wat tot dan toe het hoogste werd aangeslagen, schreef Nietzche. In dit uit twaalf hoofdstukken bestaande boek worden achtergronden geschetst die inzicht proberen te verschaffen in zingevingsvragen en die de aandacht richten op het wonderlijke van ons bestaan. De auteur gaat achtereenvolgens in op wat onder zin en onzin wordt verstaan en hoe kosmologie en levensbeschouwing ons wereldbeeld bepalen. Er wordt stilgestaan bij geluk en verdriet in tijd en geschiedenis en bij het fenomeen van de taal waarmee we praten en denken, waarmee we vragen stellen en antwoorden geven. In hoofdstuk vijf worden mythen en mythologieën besproken als grondslagen van veel zingeving en wereldbeschouwing en in het zesde en zevende hoofdstuk wordt geschetst hoe er naast mythologie ruimte komt voor filosofie en het begin van weten
Jongeren communiceren met elkaar via sms en msn, wisselen informatie uit via Facebook en Hyves, zetten filmpjes op YouTube, gebruiken straattaal en experimenteren met nieuwe sexuele gedragingen, zoals 'swaffellen' en 'schuren'. Docenten en schoolleiders in voortgezet onderwijs en mbo krijgen onherroepelijk te maken met de jongerencultuur.Hoe gaat u hiermee om als docent en als school? Waar trekt u een grens en waarom? Dit boek nodigt uit om de discussie binnen uw team aan te gaan en om als school een gezamenlijk standpunt te bepalen. Het boek biedt hiervoor de juiste vragen, herkenbare voorbeelden en een juridisch kader.
Dit boek biedt een kijkje 'in de keuken' van de schooldirecteur. Het gaat in op zowel de positieve kanten van het vak als op de risico's die het met zich meebrengt.Het is een spannend en uitdagend beroep, waar veel leuke kanten aan zitten. Schoolleiders beleven plezier aan het werken met kinderen en volwassenenen. Het vak biedt mogelijkheden om 'geluk' te vinden in de ruime zin van het woord. Het directiewerk heeft ook risico's. De spanningen kunnen oplopen en te groot worden. Het directiewerk kan enorm veel energie 'vreten'. Sommige directies ervaren hun werk dan ook als belastend en stressvol. Aandacht voor het vinden van een goede balans tussen werk- en privÚleven is essentieÙel. In dit boek is ook aandacht voor de achtergronden van stress, overspannenheid en/of burnout. Er komen mogelijkheden aan de orde om daar iets aan te doen: door zichzelf te veranderen, de werkgewoonten te wijzigen en de omgeving te be´nvloeden. Kortom: wat kan men persoonlijk en ook op schoolniveau doen aan stresspreventie en -beheersing.
De laatste jaren staat het onderwerp dyslexie weer sterk in de belangstelling. De nieuwe definiëring van dyslexie zoals deze is voorgesteld door de Commissie van de Gezondheidsraad (1995) wordt in de praktijk reeds veelvuldig als leidraad gebruikt. Dat wil niet zeggen dat dit begrip met deze nieuwe definitie definitief is vastgesteld. Als gevolg van de gewijzigde definitie van dyslexie dienen nieuwe diagnostische criteria opgesteld te worden om deze lees- en spellingsstoornis in de praktijk vast te kunnen stellen.Eén van de veranderingen als gevolg van recente wetenschappelijke inzichten heeft betrekking op het diagnostisch gebruik van intelligentietests binnen het dyslexie-onderzoek. Maar ook de rol van het taalontwikkelingscriterium staat ter discussie.Niet alleen de leerstoornis zelf, maar ook de voorlopers van dyslexie behoren tot het terrein van het wetenschappelijk diagnostisch onderzoek. Onderzocht wordt welke signalen al op kleuterleeftijd op dyslexie kunnen wijzen, nog voordat de stoornis tot ontwikkeling is gekomen. Het onderzoek naar verschillende behandelmethoden van dyslexie is enerzijds gericht op de vraag naar de effectiviteit van de behandeling van reeds manifeste lees- en spellingsprobleem, anderzijds op het ontwikkelen van methoden voor vroegtijdige interventie.Eveneens met diagnostiek en behandeling samenhangend, is de vraag of verschillende verschijningsvormen van dyslexie een uiting zijn van een zelfde onderliggende stoornis, of dat er sprake is van (sub)typen dyslexie.In dit boek worden de theoretische achtergronden van deze onderwerpen vanuit een psychologisch/onderwijskundige en medisch-neurologische invalshoek beschreven. Aan de hand van structurele en functionele verklaringsmodellen, wordt ingegaan op de relatie tussen de (verstoorde) neuronale ontwikkeling en dyslexie. Naast een theoretische beschrijving is zowel bij de diagnostiek als behandeling een plaats ingeruimd voor casuïstiek.
Scholen zijn veelal goed functionerende instellingen. Tienduizenden leerlingen en leerkrachten realiseren samen dagelijks boeiende leerprocessen. Deze unieke leerbedrijvigheid wordt vaak doorkruist door uiteenlopende vormen van probleemgedrag, zoals pesten, agressie, maar ook naar binnen gekeerd probleemgedrag zoals automutilatie, anorexie en zelfmoordneigingen.Hier duikt ‘preventie’ op; beter voorkomen dan genezen. In dit kader kan het boek gesitueerd worden.Na een schets van probleemgedrag in het onderwijs wordt dieper ingegaan op de achtergronden en cijfers. Vervolgens wordt het model van de preventiepiramide beschreven. Het is een model voor integrale preventie dat orde schept in het complexe preventielandschap en dat bijdraagt tot de ontwikkeling van een positief preventiebeleid op school. De preventiepiramide is een instrument dat door criminologisch onderzoek stevig onderbouwd is en een brede spreiding kent in diverse preventiedomeinen. Een lange reeks concrete preventiemaatregelen wordt kort beschreven en gesitueerd binnen de piramide. Het boek vormt in die zin een unieke combinatie van een transparant en goed werkbaar kader zoals de praktijk dit uitwijst, tegen een stevige theoretische achtergrond enerzijds en een rijke illustratie aan voorbeelden anderzijds. Deze voorbeelden nodigen de lezer uit creatief aan de slag te gaan rond preventie op school.JOHAN DEKLERCK is doctor in de criminologische wetenschappen en verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, K.U.Leuven.Hij bouwde een expertise op rond fundamentele criminologische theorievorming, preventie en veilig- heid, jeugddelinquentie, restorative justice, bemiddeling, herstel na ernstige misdrijven en probleem- gedrag en onderwijs. Daarnaast is hij verbonden aan de ‘Master Européen en Médiation’, Institut UniversitaireK. Boesch, Sion, Zwitserland, en de Master en Médiation, Université du Luxembourg.KEES VAN OVERVELD is coördinator van het Expertisecentrum Gedrag van het Seminarium voor Ortho- pedagogiek (Hogeschool
Het thema dat ten grondslag ligt aan de keuze van de teksten is de figuur van Socrates, zoals hij door Plato en anderen wordt geportretteerd. De belangrijkste aspecten van zijn optreden, zijn verhouding met de Atheense jeugd en zijn filosofische methode en gedachtegoed staan centraal.De examenbundel bestaat uit twee delen:a. Tekstboek- de voorgeschreven Griekse teksten van Plato;- de teksten in vertaling;- inleiding over de persoon en het optreden van Socrates;- hoofdstuk over de bronnen over de persoon en het leven Socrates;- inleiding over de filosofische methode en de ethiek van Socrates;- inleiding over de verhouding tussen Socrates en Plato;- inleiding over de historische achtergronden;- alfabetische woordenlijst.b. HulpboekIn het hulpboek zijn opgenomen:- een uitgebreide annotatie van de Griekse teksten. Hierbij is in principe uitgegaan van de attische basiswoordenlijst van LOGOS. De annotaties zijn gezien het geringe aantal uren voor Grieks in de Tweede Fase ruim. De annotaties zijn van dien aard dat het boek eventueel geschikt is voor zelfwerkzaamheid;- veel vragen en opdrachten bij de Griekse teksten en de teksten in vertaling;- onthoudblokken met het specifieke taaleigen van Plato;- onthoudblokken over belangrijke grammaticale onderwerpen en veel grammaticale vragen aan de hand waarvan de leerlingen stapsgewijs hun grammaticale kennis, noodzakelijk voor het vertalen van de proefvertaling, repeteren;- opdrachten in het kader van het vergelijken van de Griekse tekst met bestaande vertalingen en een toelichting op de hulpmiddelen die vertalers hanteren om tot een leesbare vertaling te komen;- een groot aantal proefvertalingen, 10 in totaal;- de tekst van de syllabus.
Steeds meer vrouwen zijn overbelast door het complex van rollen die ze hebben, op hun werk en thuis. Met als gevolg chronische vermoeidheid. Voor hen schreef Nicolien Bot een positief boek, vol inzicht, inspiratie en tips. Deze vermoeide heldinnen willen 'alle ballen in de lucht houden': hun werkambities waarmaken, hun kinderen goed opvoeden, het huishouden op rolletjes laten lopen, een aantrekkelijke partner zijn en een stimulerend sociaal leven onderhouden. Pit & passie voor vermoeide heldinnen geeft naast herkenbare voorbeelden achtergronden van deze overbelasting. Ook krijgt de lezeres tips om meer ontspannen om te gaan met de hectiek van alledag.Bots uitgangspunt is dat vrouwen geen slachtoffer, maar eindeloos krachtig zijn als ze zichzelf als beginpunt beschouwen. 'Er schuilt een heldin in ons allemaal.' Ze leert vrouwen om meer tevreden te zijn met zichzelf. Door middel van oefeningen - soms spiritueel, soms heel concreet - wordt dit uitgangspunt praktisch toepasbaar. Over de auteurNicolien Bot is zelfstandig trainster en coach, vooral op het gebied van leiderschap en persoonlijke effectiviteit in de publieke sector (politie en zorginstellingen). Daarnaast geeft ze individuele coaching en begeleidt ze intervisiegroepen.
Ieder hoofdstuk van Gezin is volgens een vast stramien opgezet. De auteurs - allen autoriteit op hun vakgebied - geven voor elke situatie de huidige stand van zaken weer van de psychosociale aspecten, de achtergronden, de diagnostiek, de hulpverlening, de prognose en de preventie van eventuele problemen. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een samenvatting en een literatuuroverzicht.In dit deel komen de volgende gezinssituaties aan de orde: broers en zussen, meerlingen, kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking in hun gezin, lastminutemoeders, homoseksuele en lesbische ouders, pleegzorg, adoptiekinderen, echtscheiding, nieuw-samengestelde gezinnen, alcoholverslaafde ouders, drugsverslaafde ouders, ouders met een beperking, psychiatrische problemen bij ouders, depressieve moeders, weglopen, uithuisplaatsing van jeugdigen en multiprobleemgezinnen. Gezin is het zesde deel uit de reeks Kinderen en Adolescenten. Deze reeks geeft een vrijwel volledig overzicht van problemen en risicosituaties die zich bij deze leeftijdsgroepen kunnen voordoen. Per deel wordt volgens een vast stramien een bondige en toegankelijke beschrijving gegeven van het onderwerp, gevolgd door de meest actuele kijk op de diagnostische en behandelingsmogelijkheden.
"De samenleving vraagt om leraren die in staat zijn leerlingen voor te bereiden op het functioneren in onze multiculturele samenleving. Leerlingen met verschillende etnische achtergronden moeten daarin op gelijkwaardige wijze kunnen participeren. Dit stelt hoge eisen aan leraren, zoals om kunnen gaan met culturele verschillen, beschikken over nieuwe didactieken en vaardig zijn in interetnische communicatie.In dit boek maakt de lezer allereerst kennis met lesgeven in multi-etnische situaties. - Hoe ervaar je dat persoonlijk? - Wat betekent het voor je beroep als leraar? - Wat is intercultureel onderwijs? De verkregen inzichten en theoretische kennis worden vervolgens aangevuld met onder meer pedagogisch - didactische vaardigheden die nodig zijn voor het lesgeven in gedifferentieerde groepen. Het boek bevat werkbladen en kaders met voorbeelden en leesteksten.Kleuren in de spiegel is uitgebreid in de praktijk getoetst. De opbouw van het boek maakt het mogelijk verschillende leerroutes te volgen."
Deze derde editie van Poliklinieken, jeugdgezondheidszorg en arbodienst is geactualiseerd en uitgebreid met maar liefst tien nieuwe hoofdstukken. Tijdens de research heeft de auteur gesprekken gevoerd met doktersassistenten en begeleiders in het werkveld. Voor wat betreft de intake– en voorlichtingsfunctie van doktersassistenten is gebleken dat er behoefte bestaat aan veel meer medische achtergrondinformatie. Door de nieuwe druk hierop af te stemmen, is het boek perfect toegesneden op de doelgroep: doktersassistenten en degenen die daarvoor worden opgeleid. Bij het beroep 'doktersassistent' denken veel mensen aan de assistente van een huisarts. Maar ook in poliklinieken, in de jeugdgezondheidszorg en bij arbodiensten werken veel doktersassistenten. In dit boek staan de kennis, vaardigheden en competenties centraal, die in deze specifieke settings vereist zijn. Het onderdeel poliklinieken geeft een overzicht van de belangrijkste achtergronden van aandoeningen en onderzoeken waar een doktersassistente in het ziekenhuis mee te maken kan krijgen. Vele poliklinieken komen aan bod en voor deze derde editie zijn verschillende nieuwe afdelingen beschreven, zoals interne geneeskunde, chirurgie, urologie, dermatologie en verloskunde/gynaecologie. Het deel over jeugdgezondheidszorg is aangevuld met een hoofdstuk over hoofdluis. De overige hoofdstukken staan vol nieuwe informatie, bijvoorbeeld over tics en diverse aan autisme verwante contactstoornissen. De nieuwste inzichten over de veelbesproken aandoening ADHD zijn eveneens verwerkt. Ook 'Ziekte en arbeidsongeschiktheid' en 'Het medische belang van de arbodienst', de twee hoofdstukken van het onderdeel arbodienst, zijn aan de ontwikkelingen van de laatste jaren aangepast. Op de bijgaande CD zijn meer dan 900 korte vragen en antwoorden te vinden, bedoeld om de verwerking van de inhoud van het boek te vergemakkelijken.
Wat is de fascinatie van chaos? Ruim tien jaar geleden ontstond een ware chaosrage die nog steeds niet helemaal uitgewoed is. Het woord chaos heeft daarbij niet alleen maar de oude, negatieve betekenis van ordeloosheid en anarchie. Chaos heeft ook te maken met creativiteit, vitaliteit en raadselachtige, fractale complexiteit.Het weer is een schoolvoorbeeld van chaos en onvoorspelbaarheid. De turbulente atmosfeer maakt betrouwbare weersverwachtingen op lange termijn onmogelijk. Daarnaast komt chaos voor in de meest uiteelopende toepassingsgebieden: mechanica, scheikunde, biologie, economie. Zelfs in de psychologie en bedrijfskunde leidt de chaostheorie tot nieuwe inzichten.In Chaostheorie - het einde van de voorspelbaarheid? schetsen de auteurs, de wiskundigen prof.dr. H.W. Broer (Rijksuniversiteit Groningen), prof.dr. J. van de Craats (Koninklijke Militaire Academie en Universiteit van Amsterdam) en prof.dr. F.Verhulst (Universiteit Utrecht), de achtergronden hiervan in een breed historisch perspectief. Aan de hand van eenvoudige voorbeelden maken zij de revolutionaire ideeën en toepassingen van de chaostheorie duidelijk.Chaostheorie is een oorspronkelijk boek, geschreven door experts voor een breed publiek. Zij plaatsen het begrip voorspelbaarheid in een nieuw licht, openen onverwachte perspectieven en zullen vele lezers daarmee een nieuwe kijk op de werkelijkheid geven. De tweede druk bevat enkele kleine correcties en aanvullingen.Henk Broer werd in 1950 geboren in Diever (Drente), studeerde in Groningen en is thans hoogleraar aldaar met specialismen meetkunde en dynamische systemen. Hij is een actief onderzoeker en heeft vele wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Ook houdt hij zich bezig met het populariseren van de wiskunde in boekvorm, artikelen en door radio en tv-optredens.Naast het wetenschappelijke werk vindt hij nog tijd voor musiceren en het liefdevol doch streng omgaan met zijn honden.Jan van de Craats werd in 1944 geboren te Voorburg,
Tweets oet Twente: inspirerend en enthousiasmerend over Twitter Het boek vertelt zestien twitterverhalen. Inspirerend, enthousiast maar soms ook kritisch. Kornelis Wetsema tekende de verhalen op, maar vertelt ook over zijn eigen ervaringen. Zakelijk resultaat, hoe behaal je dat nou? Maar ook: wat kun je er prive mee? Hij interviewde dertien (ex)Twentenaren over hun twittergebruik en ook drie mensen die namens organisaties twitteren. Zo komen naast bijvoorbeeld de FC Twente twitteraar, onder andere politica Sabine Uitslag, wielrenner Joost Posthuma, zangeres Miss Montreal, schaatster Moniek Kleinsman en radiopresentatoren Gerson Veenstra en Sander Guis aan het woord. Ook Hyves CEO Mark de Vries geeft zijn visie op het gebruik van Twitter. Door de diversiteit aan verhalen haalt iedereen er uit wat voor hem of haar van toepassing is. De tips tussendoor, het Twitterwoordenboekje vooraf en de top 3 bij ieder verhaal maakt het een makkelijk leesbaar, afwisselend maar vooral handig boekje voor iedereen die meer wil weten over dit fenomeen.
Each week presents 8 illustrated lessons plus additional helpful resource material. Each illustrated lesson page shows objects and interactions, with Spanish on one side and English on the other. Each lesson builds on the previous lessons and just one short week takes you from beginner to managing basic needs and conversation. Each additional week adds new grammar material, handy language and cultural information, plus useful quick reference material. Each package includes a 250 page spiral bound book and a 45-minute CD.
Drieluik asielzoekers en criminaliteitSamenvattende beschouwing met enkele beleidssuggestiesDe reeks Politiewetenschap is een uitgave van het Onderzoeksprogramma Politie & Wetenschap. Dat is een zelfstandig onderdeel van het Kenniscentrum van de Politieacademie en beoogt een stimulans te geven aan zowel de (wetenschappelijke) kennisontwikkeling op het gebied van politie en veiligheid als de daadwerkelijke benutting daarvan in praktijk, beleid en opleiding. Publicaties in de reeks betreffen in het algemeen studies met een meer theoretisch, verkennend of beschouwend karakter.Het vraagstuk van asielmigratie staat al jaren hoog op de politiek-maatschappelijke agenda. De - mate van - betrokkenheid van asielzoekers bij criminaliteit is onderwerp van een beladen discussie die desondanks, of wellicht juist daardoor, een degelijke empirische onderbouwing mist. Dat betreft eerst en vooral een betrouwbaar cijfermatig inzicht in de werkelijke betrokkenheid van asielzoekers bij criminaliteit. Dit inzicht kan vervolgens als opmaat dienen voor nader onderzoek naar achterliggende verklaringen, oorzaken en omstandigheden. Voor Politie en Wetenschap was het aanleiding voor een meeromvattend drieluik naar zowel de aard en omvang als de achtergronden van betrokkenheid bij criminaliteit van drie groepen asielzoekers: asielzoekers in procedure, (ex-)asielzoekers die een formele status hebben verworven en 'illegalen': asielzoekers wier asielaanvraag is afgewezen.Over de uitkomsten van het drieluik is gerapporteerd in drie afzonderlijke publicaties (Politiewetenschap 36a, b en c). In deze samenvattende beschouwing worden de belangrijkste bevindingen bijeengebracht en belicht tegen de achtergrond van bestaand en toekomstig beleid op het gebied van asielmigratie, integratie en vreemde-lingentoezicht. De beschouwing, die ook is opgenomen in elk van de drie rapporten, mondt uit in een aantal conclusies en beleidsaanbevelingen. Deze zijn verplichte kost voor bestuurders, politici, rechtshandhavers en beleidsmakers.
Dit boek is bedoeld om verpleegkundigen te laten ervaren wat het belang is van bewust denken en redeneren, voor henzelf, voor de patiënt en voor de ontwikkeling van het verpleegkundig beroep. Dit boek spreekt de verpleegkundige aan die zorgrelaties met patiënten aangaat en wil deze verpleegkundige helpen om zich in de dagelijkse praktijk te kunnen verantwoorden voor de keuzen die zij maakt. Achtergronden en praktische methoden die gerelateerd zijn aan kritisch redeneren worden ter inleiding van de verschillende hoofdstukken behandeld. Om de vragen te kunnen beantwoorden is een verpleegkundig kenniskader nodig. Daarbij is de discipline om na te willen denken over het antwoord en energie te willen steken in het beargumenteren en formuleren van dat antwoord een voorwaarde. Soms lijken de onderwerpen die behandeld worden in dit boek eenvoudig, maar blijken er toch verrassend lastige denkvraagstukken aan te kleven. En soms lijkt iets moeilijker dan het in feite is. Door de vragen in dit boek zo zorgvuldig mogelijk te beantwoorden en door zo het hele boek door te werken scherpt de individuele lezer als het ware haar geest.
Allergie staat in de volle belangstelling. De prevalentie van allergische aandoeningen blijkt toe te nemen. Hedendaags onderzoek is dan ook met name gericht op de achtergronden van deze toename. Ook de patiënt zelf, gevoed door de berichten in de lekenpers, heeft meer dan vroeger, belangstelling voor allergie. De patiënt zal dan ook eerder een beroep doen op de huisarts als het gaat om allergische ziekten.Patiënten met allergische aandoeningen worden door behandelaars uit verschillende disciplines gezien. Dit brengt met zich mee dat diagnostiek en behandeling vanuit meerdere invalshoeken worden toegepast. Tenslotte leven er zowel bij artsen als patiënten vele verschillende denkbeelden op allergologisch gebied, sommige reëler dan andere. Om deze reden is er behoefte aan enig houvast voor de medicus practicus die patiënten met allergische aandoeningen ziet en behandelt. Dit Allergie Formularium hoopt dit houvast alsmede een kader te geven. Daarbij pretenderen we geen volledigheid, wel hopen we voldoende handvatten te bieden om om te gaan met allergologische problemen in de dagelijkse praktijk.De auteurs zijn erin geslaagd een groot aantal deskundigen vanuit de allergologie, dermatologie, kindergeneeskunde, KNO-heelkunde, longziekten en uit het laboratorium bereid te vinden een bijdrage te leveren aan dit formularium.Het Allergie Formularium biedt een beknopt en praktisch overzicht van het brede spectrum aan allergische aandoeningen en de behandeling hiervan.
De Flamenpolitik van de Duitse bezetter tijdens de Eerste Wereldoorlog was erop gericht de Belgische staat te ontwrichten. Het beleid speelde in op de gevoeligheden tussen Vlamingen en Walen en wou de Vlaamse Beweging winnen voor het ideaal van een Duits ‘Mitteleuropa’. Was de Flamenpolitik een onvoorbereide improvisatie of het gevolg van doordachte lange termijnpolitiek? Uitgebreid bronnenonderzoek wijst erop dat de ideologische basis voor een Flamenpolitik al in de negentiende eeuw gelegd werd. Duitse nationalisten pleitten voor een uitbreiding van de grenzen en annexatie van gebieden waar zogezegd etnische Duitsers woonden. Maar ook strategische motieven, zoals een betere kustlijn, zetten de verovering van het Westen in.Drang nach Westen gaat op zoek naar het ontstaan, de achtergronden en oorzaken van de Flamenpolitik. Met aandacht voor het activisme, de Vlaamse Beweging, de situatie in Nederland en de Duitse geopolitiek in andere landen.
Dit verhaal gaat over de ontdekking van tin op Billiton, een eiland tussen Sumatra en Borneo. De hoofdpersonen zijn pioniers John Loudon, baron Van Tuyll en ingenieur Cornelis de Groot. Over de expeditie in 1851 en het begin van de mijnbouw publiceerde Loudon een boek. Maar omdat hij een heer van stand was, had hij zijn eigen verhaal zwaar gecensureerd. In werkelijkheid had Loudon zich in die jaren mateloos geërgerd. Niet alleen aan de eigenwijze baron, maar vooral aan de brutale ingenieur. Dit blijkt uit zijn aantekeningen en zijn originele dagboek die Loudon in een speciale trommel had opgeborgen. Die trommel bevindt zich sinds 1987 in het Nationaal Archief in Den Haag. In dit boekje, dat verschijnt ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de NV Billiton Maatschappij, gaat de trommel definitief open. Na achtergronden over Loudons leven leest u over de spannende beginjaren op Billiton. Loudon laat zien hoe moeilijk dat ging, maar vertelt ook smeuïge details over de personen met wie hij te maken heeft gehad.
Deze tweede, herziene druk van Nederlands van Middeleeuwen tot Gouden Eeuw biedt een praktische cursus Middelnederlands en Vroegnieuwnederlands. In het grammaticadeel worden de belangrijkste taalkenmerken van deze historische taalfasen en de achtergronden daarvan duidelijk uitgelegd. Gebruikers maken kennis met spelling- en klankvariatie in oudere teksten, de nominale flexie, het werkwoordelijk systeem, negatie, woordvolgordeverschijnselen, specifieke constructies en bijzonderheden van het lexicon. Elk hoofdstuk wordt gevolgd door opdrachten.Oefening is direct mogelijk aan de hand van gevarieerd tekstmateriaal. De reeksen Middelnederlandse en Vroegnieuwnederlandse tekstfragmenten bestrijken verschillende tekstgenres en vertonen een oplopende moeilijkheidsgraad. De vragen bij de teksten wijzen gebruikers op problematische passages en zetten aan om precies te lezen wat er staat en dit correct te interpreteren. Zo wordt het mogelijk om zelf de oorspronkelijke tekst van de Reinaert en Beatrijs te lezen en te begrijpen waarin de taal van een brief van de schrijver Hooft verschilt van die van een minder geletterde zeemansvrouw. Het boek leent zich zowel voor gebruik bij een collegereeks als voor zelfstudie.Over de auteursMarijke Mooijaart is redacteur voor de historische woordenboeken bij de Taalbank Nederlands van het Leidse Instituut voor Nederlandse Lexicologie en doceert lexicologie en lexicografie aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Antwerpen. Marijke van der Wal is bijzonder hoogleraar Geschiedenis van het Nederlands aan de Universiteit Leiden. Haar aandachtsgebieden zijn de historische taalkunde en de historiografie van de taalwetenschap.
Er is steeds meer behoefte aan goede onderzoeksjournalisten. Journalisten die niet meegaan in de waan van de dag, maar die op zoek gaan naar de achtergronden van het nieuws, onthullingen doen, soms schandalen blootleggen. Die het beleid van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties tegen het licht houden. Journalisten die proberen maatschappelijke trends en veranderingen te signaleren.Dit boek biedt een uitgebreide ori atie op het complexe terrain van de onderzoeksjournalistiek. Het richt zich op studenten journalistiek aan zowel universiteiten als hogescholen, maar ook op al in de praktijk werkzame journalisten die zich in onderzoeksjournalistiek willen bekwamen.Na een inleidend hoofdstuk over kenmerken en achtergronden van onderzoeksjournalistiek in Nederland wordt aandacht besteed aan gebruik en betrouwbaarheid van zowel schriftelijke als mondelinge bronnen. Het vinden van informatie (in archieven, op internet, maar ook door gebruik te maken van een persoonlijk ‘netwerk’) komt uitgebreid aan bod. Zeer praktisch gericht zijn de hoofdstukken over financi onderzoeksjournalistiek en onderzoek naar maatschappelijke ontwikkelingen. Het laatste hoofdstuk gaat in op de ethische kanten van onderzoeksjournalistiek.Onderzoeksjournalistiek bevat veel praktische voorbeelden en oefeningen, ontwikkeld zowel in de journalistieke praktijk als in het journalistiek onderwijs.Nico Kussendrager is geograaf en journalist. Hij is werkzaam bij het Instituut voor Media/School voor Journalistiek van Hogeschool Utrecht. Kussendrager is co-auteur van het veel gebruikte Basisboek journalistiek.
"Dit succesvolle handboek geeft een heldere kijk op zorgverlening aan mensen met een verstandelijke handicap en is een onmisbaar naslagwerk voor elke hulpverlener die werkzaam is in de gehandicaptenzorg.In deel I staan de algemene uitgangspunten van de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap centraal. Aandacht wordt onder andere besteed aan zorgplanning en ethiek.Deel II behandelt het ontstaan en de achtergronden van een verstandelijke handicap en de ontwikkeling van verstandelijk gehandicapten.In deel III gaat het over de verstandelijk gehandicapte en het gezin. Deel IV geeft een overzicht van de mogelijkheden die er voor volwassenen zijn op het gebied van wonen en werken.Deel V is gewijd aan de professionele zorgverlening; elke auteur geeft vanuit zijn eigen specialisme aan welke mogelijkheden tot interventie er zijn bij een specifiek probleem.In deel VI staan specifieke onderwerpen uit de zorgsector centraal, bijvoorbeeld consultatie bij ernstige gedragsproblemen, indicatiestelling etc."