De stokroos is geliefd om de lange aren met bloemen, en de planten zijn meestal onvertakt. Hij is winterhard, maar heeft wel beschutting nodig tegen de wind. Prefereert zon, en rijke, zware goed doorlatende grond.
De stokroos is geliefd om de lange aren met bloemen, en de planten zijn meestal onvertakt. Hij is winterhard, maar heeft wel beschutting nodig tegen de wind. Prefereert zon, en rijke, zware goed doorlatende grond.
De stokroos Alcea rosea (mix) is geliefd om de lange aren met bloemen, en de planten zijn meestal onvertakt. Hij is winterhard, maar heeft wel beschutting nodig tegen de wind. Prefereert zon, en rijke, zware goed doorlatende grond.
De Alcea rosea 'Charters Rot' is geliefd om de lange aren met bloemen, en de planten zijn meestal onvertakt. Hij is winterhard, maar heeft wel beschutting nodig tegen de wind. Prefereert zon, en rijke, zware goed doorlatende grond.
Herkomst: U.S.A. Groeivorm: Min of meer struikvormig. Blad: Donkergroen, langwerpig lancetvormig. Bloemen: In veelbloemige schermen. Groeiplaats: Vraagt vrij droge, goed doorlatende grond. Toepassing: Een mooie, aparte borderplant, ook uitstekend als snijbloem. De Nederlandse naam verwijst naar de 'zijdeachtige' zaadpluizen. De planten sterven in de herfst bovengronds af. Pas in het voorjaar op voor slakkenvraat en treedt daar zonodig tegen op. Vermeerderen door zaaien. Als u in maart zaait, kunnen ze het eerste jaar al bloeien. Niet winterhard, dus afdekken.
Herkomst: Canada, U.S.A., Japan, Korea enz. Groeivorm: Goed uitstoelende, sterke bodembedekker. Blad: Donkergroene, eironde blaadjes. Bloemen:Inn hoofdjes. Na de bloei worden mooie rode bessen gevormd. Groeiplaats: In enigzins vochtige, humeuze grond, liefst bosgrond. Groeit uitstekend onder bomen. Toepassing: Prachtige bodembedekker op plaatsen waar de meeste andere planten het wegens lichttekort laten afweten. Goed winterhard. Vooral het eerste jaar na het planten zorgen voor voldoende vocht tegen verdrogen, dus zonodig veel gieten. Vermeerderen door delen, stekken of zaaien (het zaad moet wel gestratificeerd worden!).
Bodembedekker voor een humusrijke grond. Bloeiwijze roomwit, bessen rood.
Herkomst: Door kruisingen ontstaan. Groeivorm: Een laagblijvende, zodevormende, vrij gesloten plant. Blad: Blauw (blauwgroen), klein, lijnvormig. Bloemen: Enkelbloemige, meestal alleenstaande, eindstandige rode bloemen. Groeiplaats: Anjers houden van kalkrijke grond, iets aan de droge kant is geen bezwaar. Toepassing: als borderplantje, rotsplantje in muren en tussen stenen, maar ook in bloembakken. Voldoende winterhard, bij late nachtvorst wat bescherming aanbrengen. Ook buiten de bloeitijd is het mooie blauwe bodembedekkende gewasje een lust voor het oog. Deze groep anjertjes heeft een geheel eigen uitstraling. Ze zijn beslist de moeite waard. Koop uw planten vroeg in het jaar, dan geniet u van alle bloemen die verschijnen. Vermeerderen door stekken, afleggen of door oudere planten te delen. Scharlakenrood.
Snijbloem. Herkomst: Noord-Amerika. Groeivorm: Vormt bloemstengels vanuit de basis. Hoogte: 40-50 cm. Blad: Grijsgroen, nogal wisselend van vorm, van veerdelig tot langwerpig-lancetvormig. Bloemen: Rode bloemen met gele rand . Groeiplaats: Op een zonnige plek in tamelijk droge, iets kalkhoudende grond. Toepassing: Een aardige borderplant die uitbundig bloeit. Niet geheel winterhard, dus een winterdek geven. De plant werd vroeger vegetatief vermeerderd. Deze gaf toen geen zaad en bloeide nog rijker. Nu vermeerderen door zaaien, of door in mei af te schoffelen. Er kunnen dan tientallen nieuwe planten worden opgeplant.
Herkomst: Oost-Azie, o.a. Taiwan en China. Groeivorm: Een zeer kleurrijke lage plant die ondergrondse uitlopers vormt. Hoogte: 25-40 cm. Blad: Ei- tot hartvormig, zeer bont gekleurd met rode, gele en groene tinten. Bloemen: Aarvormige bloemen met witte blaadjes aan de basis juni-augustus. Groeiplaats: In normale tuingrond tot zeer vochtige grond en in de volle zon tot halfbeschaduwde plaatsen. Toepassing: Bij vijvers, waterpartijen en slootranden, maar ook te gebruiken in de border. De planten hebben een heel aparte geur waar ze duidelijk aan te herkennen zijn. Door de groei naar de buitenkant ontstaat een soort 'heksenkring'. De planten hebben de neiging om 'weg te lopen', ze groeien fors uit. Hoewel ze niet helemaal winterhard zijn, redden ze het meestal wel, zeker met wat winterbescherming. Vermeerderen door delen.
Herkomst: Centraal- en Zuid-europa. Groeivorm: Klimplant. Hoogte: 100-200 cm. Blad: Blauwgroen, lancetvormig. Bloemen: Vier tot tien rode bloemen in okstelstandige trossen. Groeiplaats: Liefst in middelzware kalkrijke grond die niet te nat mag zijn. Toepassing: Een van de weinige klimmende vaste planten, met wat aanbindhulp te gebruiken voor de begroeiing van allerlei klimsteunen, maar met name gaascontructies zijn geschikt. Zonder aanbinden een wat slordig gewas. Een snelle groeier. De bloemen kunnen ook als snijbloem gebruikt worden. Groeit heel gezond en is volkomen winterhard. Uitsluitend door zaad te vermeerderen. Van geisoleerde planten gewonnen zaad geeft soortechte nakomelingen.
Herkomst: U.S.A. Groeivorm: Vormt een dichtbebladerd bladrozet. Hoogte: 70-100 cm. Blad: Groen, lijn- tot lancetvormig. Bloemen: Aarvormig, lilapurper. Groeiplaats: In goede doorlatende, voldoende vochtige grond, in de volle zon. Toepassing: Een goede borderplant met uitstekende snijbloemen. In tegenstelling tot de meeste andere bloemplanten is bij de Liatris de bloei middelpuntvliedend. Voor de snijbloemproduktie worden de knolvormige wortelstokken door snijbloemtelers wel ingevroren om de bloeitijd te veranderen. De plant is goed winterhard. Vermeerderen uit zaad van geisoleerde planten.
Herkomst: U.S.A. Groeivorm: Met kruipende, liggende wortelstokken. Hoogte: 20-30 cm. Blad: Groen, langwerpig-eirond. Bloemen: Kelkvormige oranje bloemen. Groeiplaats: In niet te droge humeuze frond . Toepassing: Leuke borderplant, ook voor de rotstuin en in troggen. De aan de oppervlakte groeiende wortelstokken zijn vorstgevoelig. De planten zijn dus niet winterhard en moeten met turfmolm of potgrond worden afgedekt. Het direct na de bloei afsnijden van de uitgebloeide bloemen veroorzaakt een uitbundige tweede bloei. Vermeerderen door delen of stekken.
Herkomst: China. Groeivorm: In de zomer struikachtig, met daarboven de 'pioenrozen'. Overwintert ondergronds. Hoogte: 80-100 cm. Blad: Groot, donkergroen en glanzend, zeer diep ingesneden, bij het uitlopen roodbruin van kleur. Bloemen: Gevulde bloemen die op een roos lijken, wit met een goudgeel hart. Groeiplaats: Beter niet voor de hele zuidkant van muren e.d. Houdt van goede, voedzame, niet te droge grond. Volkomen winterhard. Toepassing: Achter in borders en als solitairen. Het blad wordt al in augustus minder mooi, daarom beter niet vooraan in borders plaatsen. Zeer sterke planten die heel lang op hun plaats kunnen blijven. Geschikt als snijbloem. Vermeerderen alleen door delen (snijden) mogelijk. De beste tijd daarvoor is september (wortels niet laten droggen!).
Herkomst: Japan, China, Korea. Groeivorm: Grondstandige stengels die vanuit de basis groeien. Hoogte: 60-80 cm. Blad: Groen, ovaal-lancetvormig. Bloemen: Soms alleenstaand, soms in trossen. Groeiplaats: In niet te zware, goed doorlatende grond. Toepassing: Als border- en snijbloemplant. De Nederlandse naam is ontleend aan de gesloten bloemknop die wel wat aan een ballon doet denken. Redelijk winterhard. Vermeerderen door zaaien, komt kleurecht terug uit zaad dat gewonnen werd van geisoleerd staande planten.
Sterkgroeiende decoratieve planten, die diep wortelen. Bladeren klein, groeiwijze opgaand(dwergvormig).
Krachtig woekerende, wintergroene bamboe. Hoogte circa 80 cm. Vormt een bossige plant. Groen blad. Voor zon - schaduw. Groeit op elke grondsoort. Goed winterhard. Mag na de winter afgeknipt worden.
Rotsplant. Herkomst: Europa. Groeivorm: Alle bladeren ontstaan vanuit een kleine basis. Hoogte: 20-40 cm. Blad: Groen, in jong stadium grijsbehaard, dubbel geveerd. Bloemen: Klokvormig, iets geknikt. Groeiplaats: Graag in iets kalkrijke, goed doorlatende grond. Toepassing: Als borderplant, ook geschikt onder lichte begroeiing. Het is na de winter een wonder om de bloeiexplosie van deze plant mee te beleven. Na de bloei sieren de zaadpluizen de tuin nog eens. Volkomen winterhard. Vermeerderen door zaaien, komt kleurecht terug als het zaad van geisoleerd groeiende planten is geoogst.
De stokroos is geliefd om de lange aren met bloemen, en de planten zijn meestal onvertakt. Hij is winterhard, maar heeft wel beschutting nodig tegen de wind. Prefereert zon, en rijke, zware goed doorlatende grond.
Herkomst: Zuid-Afrika. Groeivorm: Vormt knollen waaruit de bladeren groeien. Blad: Zwaardvormig, groen blad. Bloemen: Rode bloemen in aren. Groeiplaats: Op plekken in volle zon in doorlatende, normale tuingrond. Toepassing: Als sierlijke borderplant en snijbloem. De plant is niet bijzonder winterhard, dus goede winterbescherming is een vereiste. Het is tenslotte een zgn. 'Kaaps' gewas. Ook de zaaddozen zijn sierlijk. U kunt de knollen in de herfst oprooien en tot het planten in maart vorstvrij bewaren. Vermeerderen door delen.
Goede borderplant en snijbloem op goed doorlatende grond. Rood.
Herkomst: Centraal-Azie, o.a. Tibet. Groeivorm: Een opvallende, uitlopers vormende plant. Hoogte: 100-125 cm. Blad: Lancetvormig blad dat in jong stadium een rode gloed vertoont en daarna wat meer groen wordt. Bloemen: Zeer opvallende bloeiwijzen in schermen in de periode mei-juli. Maar de schijn van de totale bloeiwijze bedriegt, want de eigenlijke bloempjes zijn geel. Groeiplaats: Groeit in gewone, niet te natte tuingrond op plekken in volle zon tot lichte schaduw. Toepassing: Zowel een goede borderplant als een prima snijbloem. Deze wolfsmelk is niet geheel winterhard, dus zorg voor een goede winterbescherming. Alle Euphorbia's bevatten giftig melksap. U zult er niet gauw last van krijgen zolang u het niet binnen krijgt, maar het sap geeft wel vervelende vlekken. Maar ze zijn zo mooi dat u dat maar op de koop toe moet nemen. Vermeerderen door stekken en delen.
Langdurig bloeiende planten die lichte schaduw verdragen. Ook geschikt als solitair. Rood.
Geranium riversleaianum 'Mavis Simpson'bloeit de hele zomer, lichtroze van kleur.De planten zijn redelijk winterhard, bij strenge vorst is een licht winterdek wel aan te bevelen. Geranium riversleaianum 'Mavis Simpson' is goed te gebruiken als bodembedekker.
Geranium riversleaianum 'Russell Prichard' komt oorspronkelijk uitEngeland. Deze Geranium vormt bladrozetten met min of meer kruipende bloeistengels. Hoogte: 20-30 cm. Het blad is grijsgroen van kleur en deze Geranium bloeit roze tuilen van mei-september. Geranium riversleaianum 'Russell Prichard' vraagt een niet te natte, liefst iets kalkhoudende grond. Geschikt als rots- en borderplant. De zeer lange bloeitijd en de groeihoogte geven deze ooievaarsbek echt een meerwaarde. De planten zijn redelijk winterhard, bij strenge vorst is een licht winterdek wel aan te bevelen.
Gemakkelijk groeiende, herfstbloeiende planten. Overhangend. Herkomst: U.S.A. Groeivorm: Een vrij hoge en laat in het seizoen bloeiende plant. Hoogte: 175-250 cm. Blad: Groen, zittend, aan de toppen van de stengels, langwerpig-lijnvormig. Bloemen: Geel, in hoofdjes; van geen betekenis. Groeiplaats: In volle zon en normale tuingrond. Toepassing: Vanwege de hoogte als achtergrondplant in de border en als solitair. Bij deze plant geven niet de bloemen de sierwaarde, maar de hele, tot 25 cm lange geelgroen gekleurde stengeltop. Geef de planten wat steun tegen omwaaien, zeker als ze alleen staan. Redelijk winterhard. Vermeerderen door in het voorjaar (!) uitlopers af te nemen en apart uit te planten.
Plant met grote trompetvormige bloemen. Purperroze, van binnen oranjegeel. Herkomst: China. Groeivorm: Vormt bladrozetten met opgaande bloemstengels. Hoogte:30-50 cm. Blad: Groene, geveerde blaadjes. Groeiplaats: Staat het liefst in tamelijk droge, goed doorlatende grond, vooral in de winter kan een teveel aan vocht funest zijn. Een plek in de volle zon is een absolute 'must'. Toepassing: Een leuke plant voor border en rotstuin. Goed winterhard, mits de standplaats niet te nat is. Om problemen te voorkomen, kunt u - als u het niet helemaal vertrouwt - de plant ook oprooien en bewaren zoals dat met bijv. dahlia's gebeurt. Alleen door zaad te vermeerderen. Als u zaad neemt van geisoleerd staande planten, komen de zaailingen soortecht terug.
Herkomst: De soort komt verspreid op het noordelijk halfrond voor. Groeivorm: Opgaand met onvertakte stengels. Hoogte: 40-60 cm. Blad: Groen, omgekeerd eirond tot spatelvormig. Bloemen: Wit, in alleenstaande hoofdjes. Groeiplaats: In volle zon; margrieten groeien in bijna elke grondsoort, gewone goede tuingrond is dus uitstekend. Toepassing: Als border- en snijbloemplant. Het is een van de eerste voorjaarsbloeiers met voldoende stengellengte voor de snij. De planten zijn voldoende winterhard. Vermeerderen door delen, de soort kan gezaaid worden.
Kleurige borderplant. Uitgebloeide bloemen afsnijden, de planten bloeien dan opnieuw. Herkomst: Door kruisingen ontstaan. Groeivorm: Vormt een forse, bossige plant. Hoogte: 100 cm. Blad: Groen, lancetvormig, iets behaard blad dat in kransen aan de einden van de stelen staat. Bloemen: Geel, in dichte trossen aan sterke stengels. Bloeitijd juni-juli. Groeiplaats: Groeit in iedere normale en niet te natte tuingrond. Toepassing: Als borderplant, maar zeker ook als snijbloem. Als de bodemomstandigheden gunstig zijn, een redelijk vitale plant. In de nazomer kan meeldauw een probleem zijn. Matig winterhard. Vermeerderen uit zaad. In tegenstelling tot de oude cultivars komen de nieuwe hybriden soortecht uit zaad.
Langdurig bloeiende, enigzins struikvormig groeiende planten. Voor voedzame grond. Herkomst: Europa. Groeivorm: Opgaand, bossig. Hoogte: 60-80 cm. Blad: Groen, rond tot niervormig. Bloemen: Roze bloemen in trossen. Groeiplaats: Liefst in tamelijk droge tuingrond. Toepassing: Leuke borderplant, zeer geschikt als snijbloem. Langdurige bloei, zeker als ervan gesneden wordt. Daardoor een waardevol en bovendien volkomen winterhard gewas. De soort M. moschata komt in heel Europa verwilderd voor. Malva s. 'Primley Blue' vermeerderen door stekken in het voorjaar, alle andere uit zaad vermeerderen.
In het algemeen hebben deze planten een koele, humusrijke, matig vochtige standplaats nodig. Violetblauw. Herkomst: Centraal- en Zuid-europa, Klein-Azie. Groeivorm: Laaggroeiende plant. Hoogte: 15-25 cm. Blad: Groen, eirond met spitse top. Bloemen: In dichte schijnaren (zgn. korfjes). Groeiplaats: In normale, liefst wat kalkrijke grond. Toepassing: Geschikt voor aanplant in de voorgrond van de border, maar ook als bodembedekker. Een leuke plant, die u zo mogelijk ieder jaar moet verjongen om hem beter winterhard te laten zijn. Het instrooien van wat potgrond in het hart van de plant, waardoor zich nieuwe wortels ontwikkelen, verhoogt de winterhardheid ook. Vermeerderen door delen.
Waardevolle rijkbloeiende schaduwplanten voor een humusrijke, doorlatende grond. Bladeren duidelijk gevlekt. Herkomst: De soort uit Zuidoost-Frankrijk, Italie. Groeivorm: Wortelstandige bladrozetten. Hoogte: 20-30 cm. Blad: Ovaal-lancetvormig. Bloemen: In losse schichten. Toepassing: Voor in de border en als onderbeplanting onder bomen en struiken. De groei en bloei van deze planten heeft plaats voordat er blad aan de bomen komt. Je kunt aan het blad voelen dat deze plant tot de ruwbladigen behoort. Volkomen winterhard. Vermeerderen door delen.
Iris-achtige planten voor een doorlatende grond. Hebben winterbescherming nodig. Bladeren groengeel. Herkomst: U.S.A. Groeivorm: Opgaand gewas. Hoogte: 60-80 cm. Blad: Groen, lancet-lijnvormig. Bloemen: In trosvormige pluimen. Groeiplaats: Stelt geen bijzondere eisen aan de bodem. Iedere normale tuingrond is goed. Toepassing: Zeer geschikt voor de border, ook als snijbloem. Het geelgroene blad in de bladtop voor de bloei heeft een wat aparte uitstraling. Volkomen winterhard. Vermeerderen door delen.
Probleemloze planten voor een humusrijke, doorlatende grond. Bladeren zilverig witviltig; bloemen zelden aanwezig. Herkomst: Het Nabije- (of Midden-)Oosten. Groeivorm: Zodevormend. Hoogte: 15-20 cm. Blad: Behaard en ovaal-langwerpig. Groeiplaats: In iets kalkhoudende, goed doorlatende grond. Toepassing: Geschikt voor borders en rotstuinen. Deze selectie bloeit niet. De plant ontleent zijn sierwaarde aan het prachtige blad. Redelijk winterhard, bij strenge vorst is schermen wel aan te raden. Vermeerderen door delen, maar de soort kan ook gezaaid worden.
Ruwbladige goed groeiende planten voor een humusrijke grond. Geneeskrachtig. Herkomst: Uit een kruising ontstaan. Groeivorm: Vormt dichte bladrozetten. Hoogte: 40-60 cm. Blad: Groen, eirond-lancetvormig. Bloemen: In hangende schichten. Groeiplaats: In koele, vochtige grond. Toepassing: Een ideale bodembedekker op minder zonnige plaatsen in de border. De plant vormt geen uitlopers, maar de dichte bladrozetten overgroeien concurrenten. Smeerwortel wordt graag door bijen bezocht. De plant is winterhard. Vermeerderen door delen of wortelstek in de herfst.
Bodembedekkende bladplanten. Bladeren roodachtig. Herkomst: U.S.A. Groeivorm: Vormt dichte bladrozetten. Hoogte: 40-50 cm. Blad: Rond-hartvormig, handlobbig. Bloemen: In lange, smalle trossen. Groeiplaats: Liefst in vochtige, wat humeuze grond. Toepassing: Een plant met een wat afwijkende bloeivorm voor plekken waar andere planten het laten afweten vanwege de lichtomstandigheden. Ook het blad is apart van kleur. De plant lijkt qua groeivorm wel wat op Heuchera, het purperklokje.Winterhard. Alleen door delen te vermeerderen.
Langdurig bloeiende planten. Geschikt voor borders en de wilde tuin. Ze zijn weinig winterhard. Kleine bloemen, in dichte aren, stijf opgaand; bladeren lancetvormig.
Achillea filipendulina 'Parker's Variety' (duizendblad) is een stevig goed opgaande plant.
De bladeren zijn dof grijsgroen.
Heeft grote gele bloemen.
Bloeit in juli en augustus.
Is als snijbloem te gebruiken in een vaas.
Men kan de bloemen ook zeer goed drogen.
De planten hebben een kruidige geur.
Standplaats zonnig.
Winterhard.
Alchemilla alpina zijn planten oorspronkelijk van de bosranden. Goede snijbloemen en bodembedekkers. Na de bloei knippen. Groengeel; blad grijsgroen. Winterhard
Alstroemeria aurea 'Orange King' komt uit Chili. Groeivorm: Vormt een vrij dichte bladermassa. Blad: Groot, groen, lancetvormig. Schitterende bloemen in dichtbezette schermen. Groeiplaats: In droge, niet te voedzame tuingrond. Toepassing: Als borderplant en als snijbloem, maar niet winterhard in ons klimaat, dus goed afdekken. De kleur-Alstroemeria's die als snijbloem in kassen geteeld worden, zijn ongeschikt om buiten aan te planten. Alstroemeria's vormen vlezige, knolvormige wortelstokken. Vermeerderen door het delen van wortelstokken na de winter.
Herkomst: Zuidoost-Europa, o.a. Balkangebied. Groeivorm: Kruipende, kussenvormende plant. Blad: Kleine groene tot grijsgroene spatelvormige blaadjes. Bloemen: Helderblauwe bloemen die samen in volle bloei een gesloten bloementapijt vormen. Bloeit zo ongelooflijk rijk en vroeg dat er in die tijd van het jaar geen echte concurrenten zijn. Groeiplaats: Absoluut in volle zon, groeit het mooist op kalkrijke niet te voedzame grond. Toepassing: Door de vroege bloei leuk in de border, als randplant en als bodembedekker. Als de standplaats goed is gekozen zijn de planten zeer vitaal en kunnen een dicht tapijt vormen. Winterhard, maar vraagt wel bescherming tegen te veel vocht. Cultivars kunnen in de herfst gemakkelijk gestekt worden. Er zijn ook soorten die kunnen worden gezaaid.
Herkomst: Oostelijk en Centraal-Amerika. Groeivorm: Een wat struikachtige groei met enigzins verhoutende stengels. Blad: Groen, fraai geveerd blad. Groeiplaats: Stelt geen speciale eisen aan de grond. Groeit bijna overal, als het maar in de volle zon is. Toepassing: Een bijzonder leuke en vitale borderplant die wat stijfjes omhoog groeit, maar daardoor zonder hulp uitstekend blijft staan. De ondergrondse uitlopers doen mij door hun kleur en vorm altijd aan vermicelli denken. Winterhard. Vermeerderen door delen of stekken in het voorjaar.
Mooie en langdurig bloeiende planten. Citroengeel.
Rijkbloeiende borderplant. Hoogte circa 50 cm. Talrijke citroengele margriet-achtige bloemen op dunne stelen. Juni - oktober. Donkergroen, diep ingesneden blad. Zon - halfschaduw. Goed gedraineerde en voedzame grond.
Een mooie voorjaarsbloeiende plant voor een kalkrijke, humeuze grond. Herkomst: Europa. Groeivorm: Blijft laag en vormt kleine polletjes. Hoogte: 5-10 cm. Blad: Groen en drielobbig. Bloemen: Blauw, alleenstaand op dunne, iets behaarde steeltjes. Bloeit meestal voordat er nieuw blad gevormd is. Groeiplaats: Het is een bosplantje dat daarom van lekker losse en wat vochtige, humeuze grond houdt; groeit in halfschaduw tot zelfs vrij zware schaduw. Toepassing: Ideaal inheems plantje voor schaduwrijke plekken en op goede standplaatsen zeer vitaal. Is volkomen winterhard en heeft nauwelijks verzorging nodig. Een van de vroegst bloeiende vaste planten, komt bij temperaturen even boven nul spontaan in bloei. Vermeerderen door delen. Zaad winnen is moeilijk, maar ze vormen wel zaad dat overal in de tuin wordt verspreid.
Imposant bloeiende groep voor een warme, doorlatende plaats. Herkomst: De soort stamt uit Midden-Europa. Groeivorm: Vormt vlezige wortelstokken waaraan grondstandige bladeren ontspringen. Hoogte: 60-90 cm. Blad: Blauwgroen, zwaardvormig. Bloemen: Blauwe lisbloemen aan de toppen van de stengels in mei-juni. Groeiplaats: Deze cultivar is het resultaat van zoveel kruisingen, dat van een speciale bodemeis geen sprake meer is. De plant doet het vrijwel overal. Toepassing: Uitstekend als achtergrondbeplanting in de border, als solitair en voor aanplant van randen. De bloei duurt niet zo lang, maar de bloemen zijn zo mooi dat de planten toch zeer gewaardeerd worden. In veel landen, (U.S.A., Belgie) zijn clubs van irisliefhebbers die hun best doen om door nieuwe kruisingen nog mooiere cultivars te verkrijgen. Volkomen winterhard gewas. Vermeerderen door delen in augustus. Iedere knol naar het zuiden gericht planten (voor zo'n 80% in de grond, de toppen erbovenuit). Andere soorten/cultivars: Er zijn duizenden cultivars, te veel om op te noemen. Het is het meest praktisch om ze op kleur te kopen. Liefhebbers kunnen het best een speciaal irisboek aan schaffen.
Gemakkelijke planten, die niet lang leven, maar zich vaak zelf uitzaaien. Herkomst: Zuid-Italie. Groeivorm: Opgaand gewas. Hoogte: 50-70 cm. Blad: Lancetvormig en grijziggroen van kleur. Bloemen: Purperviolette bloemen in aren. Groeiplaats: In droge,niet te voedzame grond en in de volle zon. Toepassing: Als borderplant. De plant is op zich niet zo vitaal en ook niet erg winterhard, maar vlasleeuwebek zaait zichzelf zo gemakkelijk uit dat u niet gauw zonder planten zult zitten. Laat de plant zichzelf dus voor de vermeerdering uitzaaien. Jonge zaailingen kunt u verplanten.
Nepeta faassenii 'Six Hills Giant' is een lang doorbloeiende tuinplant voor een drogere standplaats. Groeit struikvormig, vaak wijd uithangend. Hoogte: 50-60 cm. Blad: Grijsgroen, geurend, eirond met gezaagde randen. Bloemen: In schijnkransen aan de einden van de stengels. Groeiplaats: Staat het liefst in de volle zon in kalkrijke, droge grond. Daar ontwikkelt zich ook de geur het sterkst. Toepassing: In vakken, perken en borders. Uitstekend als randplant langs stoffige wegen en paden. Niet geheel winterhard, tijdig verjongen. Jonge planten zijn meestal sterker. Laat het oude loof er tot na de winter aanzitten, dat geeft extra bescherming. Na de hoofdbloei op 5-8 cm afknippen veroorzaakt een tweede bloei en bevordert eveneens de winterhardheid. Vermeerderen alleen door stekken of delen.
Rijkbloeiende planten voor iedere doorlatende tuingrond. Winterbescherming is nodig. Herkomst: Uit diverse kruisingen ontstaan. Groeivorm: Een klein, leuk bloeiend struikje. Hoogte: 40-60 cm. Blad: Groen, lancetvormig. Bloemen: Donkerrood. Groeiplaats: In normale, goed doorlatende tuingrond; in de volle zon. Toepassing: Borderplant, ook voor vakbeplanting en als snijbloem. Door het tijdig verwijderen van de uitgebloeide stengels kan de bloei aanmerkelijk verlengd worden. De plant is weinig winterhard, dus of goed inpakken en hopen dat het goed gaat of ieder jaar nieuwe planten kopen. Dat de plant toch tot het vasteplantenassortiment wordt gerekend, komt waarschijnlijk door z'n schoonheid. Alleen door stek te vermeerderen.
Phyllostachys aurea is een woekerende bamboe. Phyllostachys aurea vormt de karakteristieke dikke bamboe stengels. De stevige bamboe stengels zijn geelgroen van kleur. Wij adviseren om bij het planten wortelbegrenzer te gebruiken anders gaat deze woekerende bamboe door uw hele tuin groeien.
De bladeren zijn vrij klein en lichtgroen van kleur.
Phyllostachys aurea groeit op elke grondsoort in de zon of halfschaduw. Deze bamboe is winterhard.
Phyllostachys nigra is een woekerende bamboe. Phyllostachys nigra vormt de karakteristieke dikke bamboe stengels. De stevige bamboe stengels zijn zwart van kleur. Wij adviseren om bij het planten wortelbegrenzer te gebruiken anders gaat deze woekerende bamboe door uw hele tuin groeien.
De bladeren zijn vrij klein en lichtgroen van kleur.
Phyllostachys nigra groeit op elke grondsoort in de zon of halfschaduw. Deze bamboe is winterhard.
Veelzijdig bruikbare, rijkbloeiende planten met aardbei-achtig blad. Aanplanten op een doorlatende grond. Abrikooskleurig met karmijnrood hart. Herkomst: Europa, Azie. Groeivorm: Een lage groeier met liggende stengels. Hoogte: 10-15 cm. Blad: Groen, drie- tot vijftallig samengesteld, omgekeerd eirond. Bloemen: In tuilen. Groeiplaats: In goede tuingrond. Toepassing: Leuke lage plant voor de rotstuin en als voorgrondbeplanting in de border. Een rijkbloeiende zonaanbidder die redelijk winterhard is, maar voor alle zekerheid toch maar iets schermmateriaal aanbrengen als strenge vorst dreigt. Vermeerderen door delen of stekken.