Dit is het officiële ADO Den Haag thuisshirt voor het seizoen 2011/2012. In dit shirt speelt ADO Den Haag de Eredivisie & Europese thuiswedstrijden in het Kyocera Stadion in Den Haag. Het thuisshirt van ADO heeft een groen/geel gebaand design. De voorkant wordt gekenmerkt door vier gele en vier groene banen. Het shirt bevat verder een V-hals, welke ook geheel in stijl van de clubkleuren van de club is: groen/geel. Op de linkerborst is het logo van ADO Den Haag geborduurd en op de andere borst staat het logo van de nieuwe teamkledingsponsor Errea. Voorgaande jaren was dit nog Hummel. Het logo van Errea staat ook op beide mouwen. Aan de binnenkant van de kraag, ter hoogte van de nek, heeft het shirt ook een echt Ado design. Deze wordt namelijk gekenmerkt door het groen/geel gebaande design en het embleem van Ado Den Haag: de iconische ooievaar. Ook het logo van de nieuwe hoofdsponsor van ADO Den Haag, Healthcity, is op het midden van dit bedrukt.
100 % polyester. De ADO Den Haag tenues zijn voorzien van het Errea Ti-Energy systeem, waardoor het shirt een metaal laagje bevat, welke een waterafstotend effect heeft.
Dementie zorgt ervoor dat je de greep op je leven geleidelijk kwijtraakt. De patiënt levert vaak een gevecht tegen verlies van controle en veiligheid. Uiteindelijk een gevecht tegen de bierkaai, met grote gevolgen. Vooral voor degene die het treft, maar ook voor de partner, het gezin, de familie en de vrienden- en kennissenkring.Tegenwoordig willen familieleden maar ook mensen met dementie zelf zich verdiepen in de ziekte. Er komt immers heel wat op je af. Dan is het maar beter om over zaken te hebben nagedacht en gesproken. Je leven wint aan kwaliteit als je niet steeds achter de feiten hoeft aan te hollen. Dit boek helpt daarbij. Als patiënt en familie kun je naast kennis en inzicht veel baat hebben bij een professionele steun in de rug. Zo pleit Bère Miesen voor het vroegtijdig inschakelen van een coach die de opties kent, helpt te anticiperen op de ontwikkeling van de ziekte en op de gevolgen daarvan, en de weg weet in de wereld van zorg en welzijn.Dr Bère Miesen is psycholoog en werkt sinds 1969 in de zorg voor mensen met dementie. Hij promoveerde in 1990 op het proefschrift Gehechtheid en dementie, bedacht in 1997 het ‘Alzheimer Café’ en werd in 2005 benoemd tot eerste lector PsychoGeriatrie aan De Haagse Hogeschool. Hij is adviseur psychogeriatrie bij de WoonZorgcentra Haaglanden in Den Haag.
In 1917 beschikte het gemobiliseerde Nederlandse leger over een voorraad strijdgassen en de middelen om deze in te zetten. De voorbereidingen waren in 1915 begonnen, slechts enkele weken nadat chemische strijdmiddelen voor het eerst op grote schaal waren ingezet. Tachtig jaar later, in 1997, vestigde het hoofdkwartier van de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW), de organisatie die toeziet op de naleving van het Chemisch Wapenverdrag, zich in Den Haag. De geest in de fles gaat uitvoerig in op de betrokkenheid van de Nederlandse defensieorganisatie bij de ontwikkelingen, de voorbereidingen en de proefnemingen op het gebied van de chemische oorlogvoering in de tussenliggende periode en belicht de achtergronden ervan. Aan bod komen onder meer de stikgasoefeningen tijdens de Eerste Wereldoorlog, de voor Nederlands-IndiÙ bestemde mosterdgasfabriek en de proeven met zenuwgassen op Nederlands grondgebied, in Frankrijk en in de Sahara. Een groot aantal, vaak niet eerder gepubliceerde afbeeldingen ondersteunt de tekst. Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag is een gespecialiseerd kennis- en onderzoekscentrum op het gebied van de Nederlandse militaire geschiedenis. Het instituut publiceert wetenschappelijke studies, verzorgt onderwijs aan militaire opleidingsinstituten en universiteiten en maakt zijn verworven kennis en audiovisueel bezit toegankelijk voor een breed publiek.
Het boek Martelen en martelwerktuigen in cultuurhistorische perspectief geeft, aan de hand van historische bronnen en de collectie van Museum de Gevangenpoort in Den Haag, een reconstructie van de martelpraktijken in de Gevangenpoort van de 15e-19e eeuw.Niet alleen de praktijk maar ook de regelgeving wordt bekeken en getoetst, aan de praktijken zoals die door de eeuwen heen gangbaar waren in de Nederlanden, en vooral in de Gevangenpoort, en aan onze hedendaagse perceptie over martelen in het verleden. Dat dit tot opmerkelijke en onverwachte resultaten leidt zal de lezer duidelijk - en misschien wel ‘pijnlijk’ - duidelijk worden.
"De diplomatieke betrekkingen in Europa zijn sinds de Vredes van Münster en Osnabrück (1648) bijna onherkenbaar veranderd, maar er is in het Westfaals internationaal systeem ook sprake van continuïteit. Historici en politicologen uit Nederland en België geven in dit boek inzicht in verleden en heden van de Europese diplomatie. Het is bedoeld voor geïnteresseerden in het ontstaan van het statenstelsel, de Europese diplomatie ten tijde van Westfalen en ontwikkelingen in de hedendaagse diplomatieke praktijk. Europese diplomatie heeft oog voor de grote lijn en belangrijke breukpunten in de evolutie van 350 jaar allerminst rimpelloze diplomatieke praktijk. Evenmin ontbreken saillante details en anekdotes over zaken als pauselijke diplomatie en protocollaire eigenaardigheden van het diplomatieke métier, voorbeelden van de wonderlijke wijze waarop in de zeventiende eeuw werd onderhandeld of analyses van de complexe diplomatie in het hedendaagse Europa. De bundel, grotendeels gebaseerd op een conferentie aan het Instituut Clingendael in Den Haag, vormt zowel een bijdrage aan de geschiedenis van de internationale betrekkingen als aan de studie van de diplomatie. Helder geschreven en toegankelijk, leent dit werk zich voor gebruik in het hoger en universitair onderwijs in de geschiedenis en politieke wetenschappen.RedactieJan Melissen is hoofddocent internationale betrekkingen en executive director van het Centre for the Study of Diplomacy, University of Leicester, in het Verenigd Koninkrijk. Hij is tevens coördinator van het Diplomatic Studies Programme, een internationaal onderzoeksnetwerk, en associate editor van het vaktijdschrift Diplomacy & Statecraft. "
Jacques Wallage (1946) was raadslid, wethouder en burgemeester in Groningen, Kamerlid, staatssecretaris en PvdA-fractievoorzitter in Den Haag. Na bijna veertig jaar in publieke dienst nam hij vorig jaar afscheid als burgemeester van Groningen. Als bijzonder hoogleraar integratie en openbaar bestuur aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) keert hij terug aan de universiteit, waar hij in 1971 als socioloog afstudeerde en (kort) wetenschappelijk medewerker was. In deze oratie verkent hij de betekenis van het begrip identiteit. Draagt een bewust uitgedragen zelfbeeld bij aan de integratie van migranten of is het hiervoor een belemmering? De auteur verbindt zijn visie op de betekenis van identiteit aan zijn kijk op Nederland en laat zien dat ruimte voor identiteit past in het pluriforme zelfbeeld van ons land. ‘Diversiteit is ons handelsmerk’, stelt hij. Jacques Wallage ontloopt in zijn oratie de lastige vraagstukken niet, bijvoorbeeld door in te gaan op de noodzaak identiteiten te verbinden met de moderniteit. Wanneer deze verbinding niet wordt gezocht, kan identiteit een drempel worden voor de integratie.
'Vileine hippocraten'. Geneeskunde in dichtvorm door Constantijn Huygens (1596-1687) bestaat uit twee delen. Een samenvattende verklarende inleiding en een bloemlezing van ruim zevenhonderd geneeskundige gedichten. Huygens heeft opvallend veel geneeskunde in zijn oeuvre - dagboek, brieven en gedichten - verwerkt. Dit is bij het grote publiek vrijwel onbekend gebleven. Er is in dit boek nader onderzocht hoeveel en hoe frequent geneeskunde in zijn gedichten voorkomt, waar dit uit bestaat en hoe dit waarschijnlijk tot stand is gekomen. De zeventiende-eeuwse geneeskunde wordt nader belicht en alle geneeskundige gedichten zijn nu voor het eerst gezamenlijk, in een tiental rubrieken, gepubliceerd. Waar nodig zijn zij in het Nederlands vertaald.Een aantal registers van personen, geneeskundige zaken, medisch netwerk en gedichten per rubriek completeert dit boek, waardoor snel en efficiënt diverse zaken kunnen worden nageslagen. Beide delen, deinleiding en de gedichtenbundel, kunnen door een korte introductie per rubriek in de bloemlezing apart gelezen worden.Barend Haeseker (Amerongen, 1942) studeerde na zijn Haarlemse middelbare schooltijd geneeskunde aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam. Na een loopbaan als huisarts, tropenarts en plastisch chirurg besloot hij zich toe te leggen op de studie van de geschiedenis van de geneeskunde. De basis daarvoor werd in 1983 in Rotterdam gelegd met een proefschrift over de ontwikkeling van de plastische en reconstructieve chirurgie in de Eerste Wereldoorlog, gecentreerd rondom de Nederlander dr J.F.S. Esser.In 2007 verscheen bij Erasmus Publishing in Rotterdam, De geschiedenis van het HagaZiekenhuis 1823-2007, in samenwerking met prof.dr M.J. van Lieburg en in 2008 'Pylers van het bouvallig leven'. Vier eeuwengeneeskunde in Den Haag.
In april 2011 verschijnt het 0-nummer van het nieuwe Haagse literaire tijdschrift Extaze. Voorlopig bestaat de redactie uit Els Kort (vormgeving) en Cor Gout.Medewerkers zijn: Nicolette Smabers, Wim Noordhoek, Jan-Hendrik Bakker, Kees Ruys, Kees 't Hart en Wim Willems. Het blad wordt geproduceerd door de Stichting Trespassers W (Den Haag) in samenwerking met uitge-verij In de Knipscheer (Haarlem).Extaze zal vier keer per jaar verschijnen en aandacht schenken aan literair proza, poëzie en essayistiek. Het 'Haagse' van het tijdschrift zal vooral tot uiting komen in de keuze van de onderwerpen en een voorkeur voor Haagse schrijvers bij de selectie van binnengekomen teksten. Want nu de uitgeverijen en literaire tijdschriften Den Haag hebben verlaten kan Extaze als platform voor gevestigde en beginnende talentvolle schrijvers in een behoefte voorzien.In dit 0-nummer essayistische bijdragen van Jan-Hendrik Bakker (over De Haagse roman), Tom Dommisse (over waardering van de cultuur vanuit perspectief filosofie/Thomas Mann), Leo Samama (idem, vanuit perspectief muziek), Wim Noordhoek (over beeldend kunstenaar Marcel van Eeden), Rob H. Bekker (over Captain Beefheart), Kees Schuyt (over Willem Hussem).Verder Proza/Brieven met verhalen van Frits van den Bosch (met inleiding van Kees Ruys), Kees 't Hart, Nicolette Smabers, Yolande de Bok en Gertrude Kunze; briefwisseling Tjalie Robinson-Maria Dermoût en twee brieven van Willem Bijsterbosch aan Marjan Borger met een inleiding. De poëzie in dit nummer komt van Gilles Boeuf, Paul Steenhauer en Didi de Paris. Het katern 'beeld' wordt gevuld door Marcel van Eeden.www.extaze.nl
Eens waren de juridische beroepen een rustig bezit. De advocaat, de notaries en de rechter waren notabelen; gezaghebbend, achtenswaardig en vooral belangeloos. Dit beeld van de juristerij is grondig gewijzigd. De kranten staan vol incidenten: rechters met verstrengelde belangen, advocaten die zand in de machine strooien, en notarissen die worden verdacht van fraude. Is dit alleen maar de beeldvorming of is er meer gaande? Wat is er aan de hand met de juridische beroepen? En wat betekent dit voor de juristen en de dilemma’s die zij in hun dagelijkse praktijk tegenkomen? Deze en verwante vragen staan central in dit boek.<br>Marc Loth is hoogleraar Inleiding tot de rechtswetenschap en Rechtstheorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Amsterdam en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Den Haag.<br>Jeanne Gaakeer is bijzonder hoogleraar Rechtstheorie en universitait hoofddocent Inleiding tot de rechtswetenschap aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en rechter in de Rechtbank Middelburg.<br>professionele dilemma’s<br>De PRAKTIJKVAARDIGHEDEN zijn bestemd voor studenten die een opleiding volgen in het hoger juridisch onderwijs.<br>Elk deel geeft met schema’s, vragen en voorbeelden de student snel toegang tot de praktische toepassing van kennis in de rechtspraktijk.<br>Verschenen titels<br>Balanslezen in de rechtspraktijk<br>Ethiek en het juridisch beroep<br>(HR-) Management in de rechtspraktijk<br>ICT in de rechtspraktijk<br>Mediation in de praktijk<br>Practical legal English: legal terminology<br>Schrijfvaardigheid in de rechtspraktijk
De Schrijfwijzer van Jan Renkema is het standaardwerk op het gebied van taaladvies. De Schrijfwijzer wil vragen beantwoorden die zich bij het schrijven kunnen voordoen, en wel op zo.n manier, dat schrijvers snel verder kunnen met hun werk. In de Schrijfwijzer komen de volgende onderwerpen aan de orde: tekstkwaliteit (o.a. stijl en tekstanalyse), leesgemak (begrijpelijkheid, nauwkeurigheid, bondigheid en aantrekkelijkheid), taalkwesties, spelling, leestekens en opmaak.
"Waar moet je aan denken als je een campagne gaat voeren om bijvoorbeeld jongeren te betrekken bij vraagstukken over mensenrechten, of wanneer je een lobby wilt beginnen om in Den Haag of Brussel een bepaald onderwerp op de agenda te krijgen? Is het zinvol om te proberen de televisie te interesseren voor het probleem van eerlijke handel? Wie hebben in Nederland belangstelling voor mondiale vraagstukken en hoe benader je hen? Of hoe benader je juist degenen die niet direct geïnteresseerd zijn? Is fondsenwerven alleen maar geld vragen of gaat het om meer? Wat bieden nieuwe technologieën aan mogelijkheden voor nieuwe activiteiten en het bereiken van nieuwe doelgroepen? Hoe meet je het resultaat van je inspanningen op dat gebied? Voor dit soort vragen geeft 'Wereldburgerschap' handreikingen.Tegelijkertijd geeft het boek achterliggende informatie. Het geeft een historische schets van de betrokkenheid van Nederland en Nederlanders bij ontwikkelingssamenwerking en mondiale vraagstukken. Daarnaast komen veranderingen aan bod die zich de laatste decennia voordeden in het denken over ontwikkelingssamenwerking en over de resultaten daarvan. Het laat zien dat we meer moeten denken in termen van mondiale vraagstukken die zich voordoen in zowel lage-, hoge- als middeninkomenslanden. Bovendien gaat het in op uitdagingen waarvoor organisaties die op dit gebied werkzaam zijn de komende jaren staan.'Wereldburgerschap' is bedoeld voor medewerkers van organisaties en instellingen die zich bezighouden met internationale samenwerking en die zich sterk willen maken voor een grote betrokkenheid van Nederlanders bij mondiale vraagstukken en dat op een professionele manier willen aanpakken."
Gedetailleerd beschrijft Hilberdink Lodeizens Amerikaanse studentenjaren (1946-1948) aan een deftig college in Massachusetts, zijn contacten in de ondergrondse homocultuur in New York en later Den Haag, met de opzienbarende passage over Lodeizens arrestatie op grond van het beruchte artikel 248 bis. Lodeizen werd opgepakt en vastgezet, maar door ingrijpen van zijn vader, hoe precies wordt niet helemaal duidelijk, bleef de schade beperkt. Hilberdink gaat uiteraard ook in op Lodeizens pogingen om zijn gedichten gepubliceerd te krijgen en ten slotte zijn ziekte en de aangrijpende laatste weken voor zijn overlijden in Zwitserland op net 26-jarige leeftijd.Voor de schets van deze levensloop gebruikt Hilberdink het in overvloedige mate bewaard gebleven archiefmateriaal: dagboeken, notitieboekjes, aantekeningen, gedichten, brieven, gesprekken met familieleden, vrienden en tijdgenoten. Opvallend is, dat na Hans Lodeizens volledige acceptatie van zichzelf omstreeks april 1948, de onzekerheid, onwaarachtigheid en pedanterie grotendeels uit zijn taal verdwijnt. Hij overtuigt in zijn intieme geschriften en in zijn poÙzie. Het is Hilberdinks verdienste dit aspect van Lodeizens leven en poÙzie op inzichtelijke wijze voor het voetlicht te hebben gebracht. Hilberdink schrijft helder, informatief en efficient, laat zich door zijn onderwerp niet meeslepen en produceert toch een meeslepend boek.
Harry's grootvader werkte in de melk, Harry's vader werkte in de melk, en Harry zelf werkte in de melk, totdat het door zijn grootouders in de Schilderswijk in Den Haag opgerichte melkbedrijf in 1998, bijna honderd jaar na haar oprichting, door de toenmalige eigenaar Campina werd afgebroken. De geschiedenis van dit bedrijf, met al haar ups en downs, die tegelijkertijd de levensgeschiedenis van Harry van Grieken zelf is, wordt door de hoofdpersoon op meeslepende wijze uit de doeken gedaan.Het is tegelijkertijd een schets van de veranderende tijden, van het noeste werken van de kleine zelfstandige ondernemer naar de schaalvergroting, de beleggingen en fusies.Het boek leest als een familieroman met het eigen bedrijf als belangrijke rode draad.
Het gaat slecht met het onderwijs in Nederland, en de universiteiten delen in de malaise. In deze bundel leggen hoogleraren en andere universitaire medewerkers uit wanneer en hoe het is misgegaan en wat er moet verbeteren.Jarenlang heeft de Nederlandse overheid tegen-gesproken dat er met het onderwijs iets aan de hand zou zijn. En toen kwam, begin 2008, het rapport van de Commissie Dijsselblom, met als conclusie: 'De overheid heeft haar kerntaak, het zeker stellen van de kwaliteit van het onderwijs, de afgelopen jaren ernstig verwaarloosd.' Insiders wisten dit al langer. In If you're so smart why aren't you rich? brengen geleerden als Vincent Icke, Louise Fresco, Thomas von der Dunk, Ad Verbrugge en vele anderen de deprimerende staat van het universitaire onderwijs en onderzoek voor het voetlicht. Het moet anders en het kßn anders, dat is de ondubbelzinnige conclusie, maar dan moet het roer in Den Haag wel om.
Dit verhaal gaat over de ontdekking van tin op Billiton, een eiland tussen Sumatra en Borneo. De hoofdpersonen zijn pioniers John Loudon, baron Van Tuyll en ingenieur Cornelis de Groot. Over de expeditie in 1851 en het begin van de mijnbouw publiceerde Loudon een boek. Maar omdat hij een heer van stand was, had hij zijn eigen verhaal zwaar gecensureerd. In werkelijkheid had Loudon zich in die jaren mateloos geërgerd. Niet alleen aan de eigenwijze baron, maar vooral aan de brutale ingenieur. Dit blijkt uit zijn aantekeningen en zijn originele dagboek die Loudon in een speciale trommel had opgeborgen. Die trommel bevindt zich sinds 1987 in het Nationaal Archief in Den Haag. In dit boekje, dat verschijnt ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de NV Billiton Maatschappij, gaat de trommel definitief open. Na achtergronden over Loudons leven leest u over de spannende beginjaren op Billiton. Loudon laat zien hoe moeilijk dat ging, maar vertelt ook smeuïge details over de personen met wie hij te maken heeft gehad.
Vijf jaar geleden eindigde de Stabilisation Force in Iraq (SFIR), een voor Nederland unieke militaire operatie. Missie in Al Muthanna blikt terug op deze gedenkwaardige inzet.De uitzending van Nederlandse militairen naar de provincie Al Muthanna in Zuid-Irak begon in 2003 in het kader van de bezetting van Irak door een geallieerde militaire coalitie. SFIR was een twintig maanden durende, complexe stabilisatieoperatie, waarin de Nederlandse krijgsmacht onder andere - voor het eerst sinds koloniale tijden - weer in gevecht kwam met guerrillastrijders. Al Muthanna was tevens de geboortegrond van de term Dutch approach, een 'typisch Nederlandse aanpak' van crisisbeheersingsoperaties. Op het al dan niet bestaan van dit fenomeen gaat Missie in Al Muthanna uitvoerig in, net als op de problematiek van SFIR als operatie tussen vredeshandhaving en bezetting. Bovenal biedt dit boek een treffende karakterschets van een atypische militaire operatie, uitgevoerd in het kielzog van een invasie die wereldwijd altijd omstreden is gebleven.Over de auteurThijs Brocades Zaalberg en Arthur ten Cate zijn respectievelijk wetenschappelijk medewerker en senior wetenschappelijk medewerker bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag.
Charlotte Mutsaers behoort tot die bijzondere groep kunstenaars die zowel schrijvend als schilderend vorm aan het leven geeft. In 2000 ontving zij voor de vruchten van dit dubbeltalent de Jacobus van Looyprijs. Eind 2009 zal haar werk in haar tweede 'vaderstad' Oostende worden geÙxposeerd. Behalve haar schilderijen en grafiek zullen daar in samenwerking met het Letterkundig Museum talloze voorwerpen, manuscripten, brieven, foto's en andere documenten bijeen worden gebracht. Voorjaar 2010 zal deze overzichtstentoonstelling doorreizen naar het vernieuwde Letterkundig Museum in Den Haag. Het rijk ge´llustreerde Schrijversprentenboek Paraat met pen en penseel vormt de catalogus bij deze twee tentoonstellingen. Het bevat inleidende essays over haar literaire werk (Bart Vervaeck) en beeldende werk (Paul Hefting). De schilderijen worden paginagroot en full colour afgebeeld. De talloze foto's, citaten en fragmenten uit haar werk en interviews geven een schitterend beeld van Mutsaers' vaak bejubelde veelzijdigheid.
In 30 dagen langs 100 schrijversgravenAad Meinderts (tekst) en Jessica Swinkels (foto's)Aad Meinderts, directeur van het Letterkundig Museum, reisde gewapend met witte rozen in 30 dagen langs 100 Nederlandse en Vlaamse schrijversgraven. Meinderts schrijft persoonlijk en beeldend over zijn reis en de auteurs wier graven hij heeft bezocht. Zijn literaire roadtrip bracht hem ook in onder meer Jeruzalem, Elmina (Ghana), Bazel, Parijs en Londen. Hoewel de dood nooit ver weg is, is Meinderts’ reis een vrolijk literair avontuur. Met meer dan 200 schitterende foto’s van Jessica Swinkels.Alle tijdens de reis gemaakte filmpjes zijn op www.literaireroadtrip.nl te bekijken.Het boek verschijnt gelijktijdig met de tentoonstelling in het Letterkundig Museum in Den Haag, die te zien is van 4 september 2010 t/m 14 augustus 2011.
Waarom staan hunebedden, kerken, tempels, paleizen en kastelen op een bepaalde plaats? De kritisch en wetenschappelijk ingestelde auteur heeft het in een tien jaar durend onderzoek met de nodige reserve grondig onderzocht. Daarbij kwam hij tot verbijsterende ontdekkingen. Een groot geheim dat tot op heden wordt gekoesterd.De auteur heeft met een ongeëvenaarde methode talloze tot nu toe niet meetbare plekken opgespoord en de coördinaten op enkele meters nauwkeurig vastgelegd. Met computerberekeningen en historisch onderzoek heeft hij het verschijnsel voor eens en altijd bewezen. De stichting van steden als Amsterdam, Den Haag, Londen, Parijs en Frankfurt, bleek gebaseerd op een oud geheim. Stonehenge heeft niets van wat moderne druïden denken.
Transgenders en Prostitutie: Een Haagse Nachttocht schetst een actueel beeld over transgender prostituees en prostitutie. Er is in Nederland nog niet eerder onderzoek gedaan naar wat er specifiek is aan transgender prostitutie. SHOP (Stichting Hulpverlening Opvang Prostituees – Den Haag) heeft om die reden aan Paul van Gelder gevraagd een kwalitatief onderzoek uit te voeren.‘Transgender’ is een verzamelnaam voor: ‘travestieten’; ‘transgenderisten’; en ‘transseksuelen’. ‘Travestieten’ zijn mannen die zich in vrouwenkleren aan klanten presenteren. ‘Transgenderisten’ hebben (nog) geen geslachtsaanpassende behandeling gehad. Man-naar-vrouw ‘transseksuelen’ hebben dat wel of zijn ermee bezig.Het boek geeft inzicht in de kleurrijke wereld van transgender prostituees en de circuits waarin zij contact leggen met klanten. Ook is er aandacht voor de behoeften en hulpvragen van transgender prostituees. Op basis van gesprekken met deskundigen en hulpverleners geeft het boek een overzicht van ‘goede praktijken’ met de doelgroep. Kortom, een leerzaam boek dat ook stof biedt tot bezinning en actie.
Een journalistiek geheim ontsluierdDit boek gaat over de stelselmatige beïnvloeding van de Nederlandse journalistiek tijdens de Eerste Wereldoorlog vanuit Wenen. Niet door krantenlezers in te palmen met Sachertorte of Mozartkugel voor bij de schaars geworden koffie, maar door bijna alle redacties van gemanipuleerd nieuws en geregisseerde reportages te voorzien.De Dubbelmonarchie huurde de Tsjech Robert Saudek in om de publieke opinie in het neutrale Nederland en ver daarbuiten te winnen voor de belangen van Oostenrijk-Hongarije. Via het Hollandsch Nieuws-Bureau in Den Haag slaagde deze gewiekste spindoctor er in, het vertrouwen van redacties en individuele journalisten te winnen. Buiten medeweten van zijn opdrachtgevers aan de Donau speelde hij bovendien een dubbelspel - onder andere door zijn diensten ook in Berlijn aan te bieden.Journalisten wrongen zich in allerlei bochten om een bezoek aan het Oostelijke Front te kunnen brengen. Na toelating door het Oostenrijks-Hongaarse Kriegspressequartier bedreven zij embedded oorlogsverslaggeving. Voorzien van een perskaart werden Nederlandse legerofficieren in de gelegenheid gesteld, het oorlogsgebeuren in ogenschouw te nemen.Al met al gaat het in Een journalistiek geheim ontsluierd om geheimzinnige affaires die nu pas als een vergeten - of verdrongen? - hoofdstuk in de persgeschiedenis aan het licht komen. Journalisten die boter op hun hoofd hadden deden na 1918 geen beroep op het zelfreinigend vermogen van hun beroepsgroep. Zij werkten de mythe van een onafhankelijke journalistiek in een afzijdig gebleven Nederland in de hand. De auteur vraagt zich af of mede daardoor de risico’s van het proces van gelijkschakeling in het begin van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn onderschat.Prof. dr. J.M.H.J. Hemels (1944) gaf op 20 maart 2009 een openbaar college bij gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar Communicatiewetenschap in het bijzonder communicatiegeschiedenis, aan de Universiteit van Amster
Deftige aristocraten, voorname ambtenaren en succesvolle winkeliers: in negentiende-eeuws Den Haag onderscheidden zij zich niet alleen van de lagere standen, maar minstens zo nadrukkelijk van elkaar. Een ambtenaar voelde zich veel fatsoenlijker dan welgestelde middenstanders, ook al kon zíjn gezin zich thuis geen vlees veroorloven. Rijke fabrikanten werden in adellijke kringen amper getolereerd. In bekende ontmoetingsplaatsen als De Witte, de Koninklijke Schouwburg, de Haagse dierentuin en het Kurhaus draaide het vaak maar om één ding: hoe houden wij hier onze stand op?Plaatsen van beschaafd vertier biedt een collectieve biografie van de gegoede kringen in negentiende-eeuws Den Haag. Aan de hand van een schat aan onontgonnen archiefmateriaal beschrijft Jan Hein Furnée hoe zij in het befaamde Haagse uitgaansleven hun onderlinge standsverhoudingen bevestigden en soms ook doorbraken, de verschillende rollen die mannen en vrouwen hierin speelden en de vele politieke conflicten die hiermee gepaard gingen. De vaak ironische, maar steevast messcherpe commentaren in dagbladfeuilletons en andere getuigenissen brengen de gloriedagen en de schaduwzijden van de deftige Haagse wereld op een sprekende en dikwijls vermakelijke manier tot leven.
Een literaire wandeling door het Den Haag van Louis CouperusJosé BuschmanLouis Couperus schreef zijn mooiste romans in Den Haag, maar werd ‘een ontrouwe zoon van de Ooievaarsstad’ toen hij verhuisde naar het buitenland. De meest Couperiaanse plekken van Den Haag samengevat in een handig en duidelijk boekje.‘Flaneren langs Hollandse netterigheid.’ de Volkskrant96 pagina'sgeïllustreerd
Cyriel Buysse (1859-1932) was schrijver en fabrikant. Hij was de Vlaamse naturalist bij uitstek, een verteller par excellence, een pionier van de moderne roman in Vlaanderen. In zijn jonge jaren pendelde hij tussen Nevele en New York, later tussen Deurle en Den Haag. Met Maurice Maeterlinck, Louis Couperus en de schilder Emile Claus onderhield hij duurzame vriendschappen. Als vrijzinnig liberaal met socialistische sympathieën, maar ook als tegenstander van zowel Vlaams- als Franshaters botste hij met zowat alle taboes van zijn tijd. Dit boek maakt korte metten met de clichés en vooroordelen waarmee Buysse zijn leven lang werd achtervolgd. Bovendien is het een verrassende combinatie van biografie en historiografie: 75 jaar Vlaamse en Europese cultuurgeschiedenis als achtergrond en context van een intrigerend schrijversleven in het grensgebied van de 19de en de 20ste eeuw.De biografie werd bekroond met de ABN AMRO Bank Prijs voor het Beste Non-Fictie Boek 2007 en de prijs van de Vlaamse provincies voor essay en monografie 2008.
In het project Resultaten Scoren heeft de gehele verslavingszorg zich verenigd en een gezamenlijke agenda gemaakt voor de vernieuwing en kwaliteitsverbetering van de sector. Om de voornemens uit de nota in de praktijk te kunnen gaan brengen, zijn drie ontwikkelcentra ingericht en een aantal ondersteunende projecten benoemd.De drie ontwikkelcentra zijn:Kwaliteit en Innovatie van ZorgPreventie-innovatieSociaal VerslavingsbeleidHet Ontwikkelcentrum Kwaliteit en Innovatie van Zorg richt zich op protocollering en benchmarking. Voor het eerst in de geschiedenis van de verslavingshulpverlening in Nederland worden protocollen gemaakt die bepalend zijn voor de verleende zorg. Deze protocollen komen tot stand in het kader van het beleidsvoornemen van de sector om tot een ingrijpende kwaliteitsverbetering te komen.Vier instellingen en drie wetenschappelijke instituten hebben zich verbonden om in nauwe samenwerking de komende jaren een aantal protocollen tot stand te brengen. Dat samenwerkingsverband is het Ontwikkelcentrum Kwaliteit en Innovatie en de instellingen die daar aan deelnemen zijn Novadic (Sint Oedenrode), Parnassia (Den Haag), Brijder Stichting (Alkmaar), Jellinek (Amsterdam), Amsterdam Institute for Addiction Research (Amsterdam), Parnassia Addiction Research Centre (Den Haag) en University of Nijmegen Research Group on Addictive Behaviours (Nijmegen).Dit eerste protocol, getiteld Leefstijltraining 1 richt zich op kortdurende interventie bij problematisch middelengebruik. Het volledige protocol bestaat uit drie delen:Handleiding voor de trainerWerkboek voor de trainerWerkboek voor de cli De module is nadrukkelijk gebaseerd op het gebruik van deze drie boeken.
Dit is een bijzonder boekje: een master scriptie over beschrijvende merken in de Benelux en in Europa. De auteur werd geïnspireerd door schijnbaar diametraal tegengestelde arresten van het Hof Den Haag en het Hof Brussel inzake beschrijvende merken; een bedreiging voor de Benelux als rechtseenheid op het gebied van merken? Dit onderzoek biedt een verfrissende duik in de vijver van het communautaire Benelux merkenrecht en leidt tot verrassende en genuanceerde inzichten in de toetsing van beschrijvende merken. Een leuk en interessant werk voor iedere IE liefhebber. Een must voor de merkenspecialist, omdat o.m. alle rechtspraak is verwerkt die is gewezen tussen het BBIE en de drie bevoegde Gerechtshoven van de Benelux. De auteur is historicus en jurist en sinds 1997 werkzaam als onderzoeker bij het BBIE.
Rondom de Nacht van SchmelzerDe kabinetten-Marijnen, -Cals en -Zijlstra, 1963-1967Peter van der Heiden, Alexander van KesselRondom de Nacht van Schmelzer beschrijft een van de roerigste perioden in de Nederlandse politieke geschiedenis: 1963-1967, de jaren van ontzuiling en afnemend overheidsgezag. Nederland kende niet minder dan drie kabinetten van uiteenlopende signatuur.Op basis van de verkiezingsuitslag van mei 1963 werden maar liefst drie kabinetten geformeerd. Allereerst het confessioneel-liberale kabinet-Marijnen, dat in 1965 struikelde over de Omroepwet. Daarop vormden KVP, ARP en PvdA het ambitieuze kabinet-Cals, dat in het najaar van 1966 viel tijdens de beruchte Nacht van Schmelzer. Het interimkabinet-Zijlstra (KVP/ARP) maakte de tijd vol tot de verkiezingen van februari 1967. Nederland veranderde in deze jaren van groeiende welvaart op vele fronten. Den Haag bouwde de verzorgingsstaat uit, bestreed de woningnood en maakte het hoger onderwijs voor grotere groepen toegankelijk. Tegelijk droeg de inzettende ontzuiling bij aan een afname van het overheidsgezag. De rookbom bij het huwelijk van Beatrix en Claus, in maart 1966, was ook gericht tegen de politieke ‘regenten’.Rondom de Nacht van Schmelzer geeft een scherp beeld van het veranderende politieke klimaat in een woelige samenleving.Over de auteur(s):De auteurs zijn verbonden aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis in Nijmegen.
Journalisten Jos Heymans en Frits Wester van RTL Nieuws volgden in het hart van de Haagse stolp de totstandkoming van het eerste kabinet-Rutte op de voet.In Over rechts komen de onderhandelaars zelf aan het woord. Jos Heymans heeft een politiek dagboek bijgehouden en de twee kopstukken, Mark Rutte en Maxime Verhagen, exclusief geïnterviewd. Beide heren vertellen in opvallende en openhartige gesprekken over hun optreden tijdens de historische formatie, de uiteindelijke uitkomst en de betekenis daarvan voor het politieke landschap van ons land.Frits Wester analyseert hierna vlijmscherp de betekenis van deze voor Nederland unieke situatie. Want wat wil het eigenlijk zeggen, deze gedoogconstructie? Gaat het hier om een onschuldig steunen door de PVV van een broodnodige rechtse coalitie, zoals de drie partners beweren? Of neemt Geert Wilders nu feitelijk de macht over in Den Haag - zoals de oppositie zegt te vrezen.Over de auteursJos Heymans werkt sinds 1995 als politiek verslaggever bij RTL Nieuws. Hij is plaatsvervangend chef van de Haagse redactie en voorzitter van de Parlementaire Pers Vereniging. Hij staat bekend als een zeer ervaren en gedegen journalist en is zeer vertrouwd met het politieke spel zoals zich dat op het Binnenhof afspeelt. Frits Wester trad in 1985 als voorlichter in dienst bij de Tweede-Kamerfractie van het CDA. In 1990 werd hij Hoofd Voorlichting bij deze fractie. Sinds 1994 is hij politiek verslaggever en commentator voor RTL Nieuws.
Voorafgaand aan de bekerwedstrijd ADO Den Haag. Jong Heerenveen heeft Tweede Kamerlid Pierre Heijnen (PvdA) op 1 november het eerste exemplaar in ontvangst genomen. Inmiddels hebben de Nederlandstallige media in Spanje De Week, Temperament en radiozender XFM ruimschoots aandacht aan het boek besteed.Over het boek: Dertig procent van Nederlanders loopt met emigratiegevoelens rond. Deze conclusie trekt onderzoeksjournalist Bart Bakker uit een diepgaand in dit boek beschreven emigratieonderzoek. Spanje is niet alleen een populair vakantieland, maar staat in de top 5 van Europese landen waar duizenden Nederlanders een nieuw bestaan willen opbouwen. Bakker verbleef voor zijn boek een aantal maanden in Spanje en sprak met Nederlanders die deze grote stap hebben gezet. Zij hebben hiervoor in Nederland hun huis verkocht, ontslag genomen of hun bedrijf stopgezet. Tevens hebben zij hun kinderen van school en uit hun sociale omgeving weggehaald. Hun openhartigheid maakt van dit boek met als titel: 'Als mañana geen morgen meer is', een bijzonder document. De titel geeft onderhuids perfect weer dat emigratie begint met het heden. Zoiets kan dan vervolgens bijzonder confronterend zijn. "Spanje is niet alleen een land van geld verdienen, maar vooral een land van geld uitgeven", constateert een mislukte emigrante veelzeggend. "Mijn kinderen hebben het vreselijk op de Spaanse school", zegt een gezinsmanager. "Neem meteen een advocaat, al is het maar uit voorzorg." "Er komt van alles op je af", waarschuwt een Nederlandse jurist. Bakker geeft tussen de regels ook aan waarom Nederlanders emigreren. Dat lijkt een vraag die op het eerste gezicht makkelijk is te beantwoorden. Maar is dat daadwerkelijk wel het geval? De gesprekken met Nederlanders die wel én geen succesvolle emigratie achter de rug hebben zijn verplichte kost voor iedereen die in het buitenland dingen zoekt, die in Nederland niet meer bereikbaar lijken.
"De ziekte van Huntington is een ernstige, ongeneeslijke ziekte van het zenuwstelsel met een wijdvertakte problematiek die bij veel hulpverleners onvoldoende bekend is. De symptomen bestaan niet alleen uit achteruitgang in motoriek en denken, maar leiden ook tot karakterveranderingen en psychiatrische problemen. De ziekte is in hoge mate erfelijk; met een DNA-test is inmiddels te voorspellen of iemand de ziekte zal ontwikkelen. Niet alleen de patiënt wordt langdurig met de gevolgen van de ziekte geconfronteerd, maar ook de partner, de kinderen en verdere familie. Het aantal mensen in Nederland dat dagelijks psychosociale gevolgen ondervindt van deze ziekte wordt geschat op vijftien- tot twintigduizend personen. Goede psychosociale opvang van zowel de patiënt als de direct betrokkenen is mede daarom van groot belang.'De ziekte van Huntington en verwante erfelijke neuropsychiatrische aandoeningen' is bedoeld om alle wetenschappelijke kennis en praktische informatie rondom de ziekte van Huntington en enkele verwante aandoeningen te bundelen op een voor de hulpverlener inzichtelijke manier. Het boek geeft een overzicht van de verschijnselen en de medische en erfelijke achtergronden, en beschrijft de problematiek van alle betrokkenen tijdens verschillende stadia van het ziekteproces. De situatie rond het erfelijkheidsonderzoek in Vlaanderen wordt eveneens kort belicht. Voorts wordt aan de hand van de ervaring opgedaan bij Steunpunt Huntington inzicht gegeven in de wijze waarop de psychologische en psychotherapeutische hulpverlening gestalte kan krijgen. Uiteraard is er in het boek aandacht voor het dilemma rondom het ondergaan van een DNA-test en wordt dieper ingegaan op de gevolgen van de gemaakte keuze.Mevr. drs. E.L. Vervoort, klinisch psycholoog en psychotherapeut, is oprichtster van Steunpunt Huntington bij PsyQ te Den Haag en begeleidt al vele jaren Huntingtonpatiënten en hun familie.Mevr. dr. F.J. van Zuuren, psychotherapeut en universitair hoofddocent Vrije Universiteit Amsterdam,
Wat is de aard van de malafide activiteiten in de vastgoedsector? Welke actoren spleen een rol? Welke mogelijkheden zijn er voor een betere aanpak?Dit boek doet verslag van een onderzoek naar malafide exploitatie en speculatie in de vastgoedsector in de vier grote steden. Tijdens het onderzoek hebben de auteurs gesproken met vele lokale en landelijke experts, veilingen bezocht en gegevens van het Kadaster geanalyseerd.Het exploiteren van en speculeren met vastgoed zijn in beginsel volstrekt legitieme en gerespecteerde bezigheden, die echter wel allerlei mogelijkheden tot onrechtmatig en crimineel handelen bieden.De exploitatie van het vastgoed kent in de vier grote steden verschillende gezichten. In Amsterdam en Utrecht concentreert de problematische exploitatie van panden zich vooral rond illegale onderhuur en malafide woningbemiddelaars waarbij huurders slachtoffer kunnen worden van (dreiging met) geweld. Rotterdam en Den Haag beantwoorden meer aan het klassieke beeld van exploitatie waarin tradionele huisjesmelkers, gemarginaliseerde huurders en illegale vreemdelingen de belangrijkste actoren zijn en waarbij er sprake is van overlast, onveiligheid, verkrotting en overbewoning van de veelal particuliere panden. Voor speculatie geldt minder date er sprake is van een couleur locale. Verschillende actoren die deels afkomstig zijn uit de formele economie maken in de vier steden gebruik van vergelijkbare constructies en kanalen om met panden te speculeren of geld wit te wassen. ABC-constructies, hypotheekfraude en belastingontduiking zijn hierbij de belangrikste verschijningsvormen. ‘Vastgoedcarrousels’, waarbij panden regelmatig van eigenaar wisselen en via executieveiligen weer op de markt komen, vinden de auteurs in beperkte mate in Den Haag en Rotterdam terug.Malafide activiteiten in de vastgoedsector laat een breed spectrum aan criminaliteit binnen sector zien: van commune criminaliteit en oplichting tot georganiseerde misdaad en witteboordencriminaliteit en bidet handreikingen voor de
In Spaak kijkt schrijver Pierre CarriÞre terug op zijn burn-out. In zijn tuinhuisje aan de rand van de stad leest hij in het dagboek dat hij van die periode bijhield. Spaak geeft inzicht in de oorzaken van de burn-out. Hoe is het om een paar maanden thuis te zitten? CarriÞre neemt de lezer mee in zijn proces van herstel en beschrijft onder andere zijn sessies bij een psycholoog, haptonoom en natuurgenezer. Hij leert dat een burn-out een ziekte en genezing, pech en een zegen tegelijkertijd is. Een ziekte die dwingt tot verandering van levensritme en acceptatie van gebeurtenissen en karaktereigenschappen. De schrijver wisselt de dagboekverhalen af met luchtige stukjes over het reilen en zeilen rond zijn tuinhuisje. De directe schrijfstijl en de humor maken Spaak contrastrijk en prettig leesbaar. Het is tevens een boek over universele thema's als rouwverwerking, angst, loslaten, omgaan met pijn, verkrijgen van zelfinzicht en persoonlijke groei. Spaak raakt de lezer en zet hem aan het denken. Vooral over zichzelf. Wat veel mensen 'jezelf veranderen' noemen is niet zozeer iemand anders worden, maar juist meer jezelf. Het is eerder oude blokkades opheffen dan nieuwe eigenschappen aanleren. Over de auteurPierre CarriÞre (1967, Den Haag) studeerde economie in Groningen en werkt sinds 1994 als tekstschrijver in de reclame. In 2002 was hij medeoprichter van communicatiebureau Open, waarmee hij diverse reclameprijzen won (Effie, NIMA-Award). Daarnaast werkt hij als coach voor kunstenaars en startende ondernemers. In 2007 debuteerde hij als schrijver met Bermspinsels, waarin hij teksten schreef bij door hemzelf gemaakte foto's.
In toenemende mate worden scholen geconfronteerd met ernstige psychosociale problemen bij allochtone en autochtone jongeren. Goed met deze problemen omgaan is niet altijd simpel. De grenzen tussen school en zorg zijn soms diffuus. Sommige jongeren willen niet naar de reguliere hulpverlening of het aanbod sluit niet aan bij hun vragen. Ook als er wel goede hulpverlening tot stand komt, blijft de jongere op school en is een goede afstemming en samenwerking tussen school en zorg noodzakelijk. In dit handboek voor leerlingbegeleiders en hulpverleners geven de auteurs handvatten om om te gaan met de meest voorkomende problematiek. Zij maken een duidelijk onderscheid in begeleiding op school en behandeling elders. Leerlingbegeleiders krijgen inzicht in wat er op school gedaan kan worden en wanneer verwezen dient te worden. Er wordt ook stilgestaan bij methodes waarin jongeren leren zelf hoe ze om moeten gaan met hun klachten en hoe ze op het spoor gezet kunnen worden van effectiever probleemoplossend gedrag. Verder wordt aandacht besteed aan verwijzing (de zogenoemde 'warme overdracht') en de terugkoppeling aan hulpverleners en ouders. Marion Ferber is voormalig docent/leerlingbegeleider en tegenwoordig werkzaam als preventiecoördinator/casemanager op het gebied van suïcide en zelfbeschadiging bij jongeren bij de GGD Den Haag. Nelleke Nicolai is psychiater-psychotherapeut, zelfstandig gevestigd in Rotterdam. Zij publiceerde eerder over incest, psychotherapie en gender, de behandeling van ernstige, vroegkinderlijke trauma's en vrouwenhulpverlening.
In onze kennisintensieve samenleving neemt het aanbod van informatie voortdurend toe. Het is essentieel dat leerlingen de vaardigheden leren om die veelheid aan informatie te hanteren. Ze moeten de benodigde informatie kunnen opsporen, beoordelen en effectief en zorgvuldig gebruiken. Het onderwijs heeft de taak deze informatievaardigheden aan te leren.In Goochelen met informatievaardigheden leren (aankomende) leerkrachten en leraren in het primair en secundair onderwijs hoe zij hun leerlingen informatievaardig kunnen maken. Het boek bestaat uit twee delen. Eerst wordt ingegaan op de achtergronden van informatievaardigheden: de manier waarop kinderen gebruikmaken van internet, de theorie achter informatievaardigheden en internetvaardigheden en de manier waarop leerprocessen verlopen. In het tweede deel wordt aan de hand van het Suc6-model een gestructureerde aanpak van onderwijs in informatievaardigheden uiteengezet. De lezer leert om het informatiezoekproces volgens vaste stappen te sturen en oefent hiermee aan de hand van praktische opdrachten.Het boek wordt op verschillende manieren via het internet ondersteund. In een online beschikbare methodiek maakt de leraar kennis met de stappen van informatievaardigheden door het maken van een eigen opdracht. Op die manier krijgt hij zicht op het proces van informatievaardigheden van zijn leerlingen. Daarnaast biedt de bijbehorende website extra leesmateriaal en nuttige links rond informatievaardigheden en mediawijsheid.Peter den Hollander is directeur van Infovaardig, Instituut voor media en informatievaardigheden in Den Haag en docent Nederlands aan het Montaigne Lyceum in Den Haag.
DE ROOTS VAN HET MOSLIMTERRORISME<br>Ze zijn onzichtbaar. Ze gaan op in de massa. Ze voelen zich uitverkoren in een wereld van barbaren. Niemand kent hun ware gelaat. Hun geest waart door Europa. De geest van de terreur. Waarom staan we machteloos? Wat voedt hun haat? Wie zijn ze?<br>Rudi Vranckx volgt het spoor van de moslimterroristen, van Brussel tot Bagdad, van London tot Libanon, van Den Haag tot Jalalabad. Hier is niets wat het lijkt.<br>In Geesten van het avondland toont Rudi Vranckx zich eens te meer een begenadigd verteller en een scherp observartor. Hij schreef het boek samen met Ine Maes en Inge Vrancken, die beiden voor de VRT-nieuwsdienst werken.<br>Rudi Vranckx is historicus. Voor het tv-journaal van de VRT volgt hij sinds vele jaren het Midden-Oosten van nabij. Over zijn successvolle boek<br>Van het front geen nieuws. Herinneringen aan de oorlogen in het Midden-Oosten (2003)<br>schreef de pers:<br>‘Een voortreffelijk boek van een dappere journalist.’ DE STANDAARD
Pas in 1863 kreeg Suriname een politiekorps. Tot de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975 ontwikkelde de politie zich van een blank militair korps tot een ordehandhaver voor alle mensen. Een boek over de grillige ontwikkeling van het politieapparaat in een kleurrijk land.De Surinaamse politie, na de afschaffing van de slavernij in 1863 opgericht, kent een afwisselende geschiedenis. Ze was betrokken bij een mislukte staatsgreep, maar kreeg ook te maken met de goudkoorts en rubberhausse aan het begin van de twintigste eeuw, het opkomend communisme en de koloniale onderdrukking in de jaren dertig. Na de oorlog, toen Suriname een autonome status had gekregen, leidde de controle over de politie tot een krachtmeting tussen oude en nieuwe gezagsdragers. De Surinaamse politie werd in de jaren zestig en zeventig geconfronteerd met arbeidsonrust, een grensconflict met Guyana en uiteindelijk de onafhankelijkheid van Suriname. Op 25 november 1975 hees de politie de Surinaamse vlag bij de onafhankelijkheidsceremonie. Haar rol als interne ordehandhaver leek bevestigd. Over de auteurEllen Klinkers promoveerde aan de Universiteit Leiden. Ze werkte als onderzoeker bij het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag (ING) en het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) in Leiden.
Podiumangst is een veel voorkomend verschijnsel. Bij het leveren van een topprestatie voor publiek hoort een zekere spanning die nodig is voor de concentratie. Te sterke podiumangst kan een optreden of het plezier om te spelen echter bederven, ongeacht iemands talent.In dit boek wordt uitgelegd wat podiumangst is, welke factoren een rol spelen en hoe je ermee om kunt gaan. Het geheel wordt verlevendigd door citaten van bekende en minder bekende podiumkunstenaars. Podiumangst gaat in op de lichamelijke en psychische factoren, en op de omstandigheden van een optreden. Eenduidige remedies voor podiumangst bestaan niet, maar elk plan van aanpak bevat de volgende elementen: een degelijke voorbereiding, concentratievermogen en vertrouwen in de eigen aanpak. De nieuwste ontwikkelingen in de behandeling komen in dit boek aan bod, evenals een aantal oefeningen die als hulpmiddel kunnen dienen.Over de auteursLiesbeth Citroen is psychologe/psychotherapeute. Ze geeft in haar praktijk therapie aan musici en heeft samen met Pim Wippoo twee boeken gepubliceerd: Podiumangst en Alle ogen gericht op… Omgaan met podiumangst. Samen met Martine van der Loo verzorgt ze regelmatig workshops, gericht op het hanteerbaar maken van podiumangst.Martine van der Loo is solofluitiste bij het Residentie Orkest in Den Haag en psycholoog. Ze heeft zich gespecialiseerd in de mentale begeleiding van professionele musici, conservatoriumstudenten en gevorderde amateurs.
In Nederland heeft een aantal ggz-organisaties de afgelopen tien jaar gespecialiseerde centra opgezet die zich richten op arbeidsre egratie van cliёnten met een psychiatrische achtergrond.In Arbeidsre egratie vanuit de ggz staan drie van dergelijke praktijken beschreven. Het betreft DaAR in Apeldoorn, Demarrage in ’ s-Hertogenbosch en TRACK in de regio Gouda/ Zoetermeer/Den Haag. Deze drie centra verdienen het predicaat ‘goede praktijk’. Zij zijn inspirerende voorbeelden hoe momenteel vanuit de ggz arbeidsre egratie vorm gegeven wordt. De centra vervullen een brugfunctie tussen enerzijds de zorg en anderzijds de samenleving. Aan de ene kant wordt samengewerkt met de ggz-instelling, aan de andere kant met gemeenten, uitvoeringsintanties en werkgevers.De centra werken vanuit de psychosociale rehabilitatiebenadering. Hierbij wordt uitgegaan van de wensen en doelen van de cliёnt. De werkwijze wordt gekenmerkt door een persoonlijke benadering, waarbij de cliёnt ondersteund wordt om een passend traject uit te zetten richting opleiding of (betaald) werk.De voorbeelden van de drie beschreven organisaties kunnen de verdure ontwikkeling inspireren van voorzieningen die mensen met psychische beperkingen op een goede wijze kunnen ondersteunen bij het kiezen, verkrijgen en behouden van de door hen gewenste werksituatie.