Wat een uitzicht! Dit authentieke, vrijstaande vakantiehuis is gebouwd in Ardèche-stijl en biedt uitzicht op de dichtbeboste bergen. Het ligt schitterend op een hoogte van 750 m, even buiten het piepkleine dorpje Pourchères (slechts 150 inwoners). De omgeving leent zich uitstekend voor mountainbike- en wandeltochten, u vindt er vele uitgestippelde wandelroutes door de kastanjebossen. Het sprankelende riviertje de Mezayon stroomt langs Pourchères en het is heerlijk om in te zwemmen of te vissen. Wilt u een kano of kajak huren dan kunt u terecht in St. Sauveur-de-Montaigut (31 km) en de charmes van de vallée de l'Eyrieux eens bekijken. Enkele bezienswaardigheden in de buurt: de ruïnes van Château de Boulogne (15 km) of die van Château de la Tourette (45 km); het plaatsje Beauchastel (35 km), één van de prachtige, middeleeuwse dorpjes van de omgeving; La Voulte (32 km) met zijn oude centrum aan de voet van het kasteel. Verder Privas (11 km) met het Musée de la Terre Ardèchoise. En Soyons waar u prehistorische grotten, de Ardèche in miniatuur en de archeologische opgravingen van 150.000 jaar geschiedenis kunt bezoeken. Soyons ligt in het Rhônedal (50 km), even voor Valence dat u vast ook zult bezoeken (55 km). Supermarkt, terrasjes en restaurants in Privas.
Vrijstaand, comfortabel vakantiehuis. U beschikt over een heerlijk privé-zwembad (11 x 5 m, diep 1.45 m) waar u ongetwijfeld veel tijd zult doorbrengen. Het zwembad ligt beschut op een lager niveau. Daarnaast is er voldoende ruimte voor de kinderen om lekker te spelen terwijl u op een van de terrassen (tuinmeubilair en BBQ aanwezig) lekker geniet van de rust en privacy. De inrichting is netjes en verzorgd. Gezellige woonkamer met zithoek bij de houtkachel en radio/cd. Moderne woonkeuken met magnetron, afwasmachine, koel/vriescombinatie, eethoek en houtkachel. Slaapkamer 1: een 2-pers.bed. Slaapkamer 2: twee 1-pers.bedden. Badkamer met douche en toilet. Slaapkamer 3: twee 1-pers.bedden. Alle bedden zijn 2 m lang, er zijn dekens en dekbedden. Wasmachine. - Samenstelling reisgezelschap: 6 pers.
'Politiek besmette jeugd'. Zo werden ze genoemd, de kinderen van NSB'ers en andere Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog aan Duitse kant stonden. In de jaren van de wederopbouw hadden kinderen van 'foute' ouders een uitzonderlijke positie. Zij werden aangekeken op de daden van hun ouders. Tegelijkertijd kon de overgrote meerderheid van deze kinderen persoonlijk niets worden aangerekend.In Besmette jeugd onderzoekt Ismee Tames hoe in het naoorlogse Nederland werd omgegaan met schuld en boete. Daarbij laat zij overtuigend zien dat het leven van deze kinderen op een unieke manier de toenmalige opvattingen over opvoeding, gezin en man-vrouwverhoudingen weerspiegelt. Deze opvattingen waren bepalend voor de manier waarop de overheid en maatschappelijke organisaties, maar ook de buurt, de school en andere ouders reageerden op kinderen van 'foute' ouders.Tames schetst een geheel nieuw beeld van de naoorlogse jaren. Om te voorkomen dat er in een volgende oorlog opnieuw een groep collaborateurs zou opstaan, moesten de kinderen van 'foute' Nederlanders zo snel mogelijk worden ge´ntegreerd en onzichtbaar gemaakt. Deze geforceerde integratie had vaak een averechts effect: kinderen voelden zich afgewezen en in het nauw gebracht. Dat inzicht maakt Besmette jeugd tot een historisch werk met grote actualiteitswaarde.Over de auteurIsmee Tames (1976) is als historicus en politicoloog verbonden aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). Zij doet onderzoek naar de gevolgen van de collaboratie in Nederland en co÷rdineert het onderzoeksprogramma 'Erfenissen van Collaboratie'. In 2006 promoveerde zij op 'Oorlog voor onze gedachten. Oorlog, neutraliteit en identiteit in het Nederlandse publieke debat, 1914-1918'.
Er is een duidelijke relatie tussen opvoeding en de manier waarop het er in de wereld aan toe gaat. Als kinderen van jongs af aan meekrijgen dat het normaal is om er bij het minste of geringste op los te slaan, dan zullen ze als volwassenen hoogstwaarschijnlijk niet erg gediend zijn van het poldermodel. En wie opgroeit in een samenleving of buurt waarin het recht van de sterkste heerst, loopt een flinke kans om van zijn ouders te leren dat praten weinig helpt. Beroemde filosofen en pedagogen, zoals Kant, Dewey, Montessori en Freire legden een direct verband tussen de sociale en politieke misstanden uit hun tijd en de manier waarop kinderen werden grootgebracht. Aan die analyse ontleenden ze de ambitie om met behulp van pedagogische hervormingen de wereld te willen verbeteren. Om allerlei redenen is het tegenwoordig niet meer hip om opvoeding en ‘de toestand in de wereld’ met elkaar in verband te zien. Opvoeding is nu een individueel project, een soort gedragstherapie. Maar is een kind eigenlijk wel goed opgevoed als hij niet crimineel is geworden? Of als zij niet ten prooi is gevallen aan een loverboy of breezersex? De stelling van dit boek is dat het in opvoeding, onderwijs en jeugdbeleid om veel meer zou moeten gaan dan gedrag. Bijvoorbeeld om het leren begrijpen en internaliseren van democratisch burgerschap, humaniteit en vrijheid. Wat betekent het om te leven in een democratische samenleving waarin je recht hebt op een eigen identiteit, maar waarin je dan ook anderen datzelfde recht moet gunnen? Hoe bied je weerstand tegen het verleidelijke wij-zij denken, dat enerzijds een veilig gevoel van verbondenheid geeft, maar anderzijds het risico van dehumaniseren en uitsluiten van de ander met zich meebrengt?Dit boek heeft niet de pretentie om wereldproblemen op te lossen. Maar het heeft wel een hele duidelijke ambitie: namelijk om iedereen die zich met opvoeding, onderwijs en jeugdbeleid bezighoudt weer flink wat ambitieuzer te maken als het om sociale, maatschappelijke en globale doelen van opvoeding ga
Hoe is het om kind te zijn in deze tijd? Met welke mogelijkheden, uitdagingen en beperkingen hebben kinderen te maken? In het basisonderwijs is het belangrijk te begrijpen hoe kinderen hun eigen wereld ondergaan en ervaren. Als leraren zich kunnen inleven, kunnen zij gemakkelijker en beter inspelen op de ontwikkelingsbehoeften van kinderen. In De eigen wereld van het kind brengen de auteurs de leefwereld aan de hand van de eigen ervaringen van kinderen in beeld. Met behulp van vele kinderuitspraken en -gedachten wordt geïllustreerd hoe kinderen tegen hun omgeving aankijken en wat zij van hun leeftijdgenoten en van volwassenen vinden. De leefwereld komt telkens vanuit een ander perspectief aan bod: allereerst vanuit historie, familie en school, vervolgens vanuit levensbeschouwing, media, de buurt en multiculturaliteit. De auteurs koppelen kennis uit de psychologie, de sociologie en de pedagogiek aan dat wat kinderen zelf te zeggen hebben. Arjan Dieleman is lector Pedagogische kwaliteit van de leraar aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen en universitair hoofddocent aan de Open Universiteit Nederland. Fedor de Beer is werkzaam als opleidingsdocent op Pabo Groenewoud in Nijmegen en onderzoeker bij de educatieve faculteit van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen .
Het belang van school, ouders, vrienden en buurt.Ouders, school, vrienden en buurt zijn alle van belang voor de gedragsontwikkeling van kinderen en jongeren. Ook probleemgedrag ontstaat onder invloed van de sociale omgeving. Dit gegeven biedt professionals in zowel jeugdzorg als onderzoek aanknopingspunten voor programma's en andere interventies.Het belang van school, ouders, vrienden en buurt belicht dit thema van meerdere kanten. Verschillende auteurs laten zien hoe de sociale omgeving de ontwikkeling van gedrag bij kinderen en jeugdigen in gewenste of ongewenste richting kan be loeden. Ook komt een aantal interventiemogelijkheden aan bod, waaronder het groeps-behandelingsprogramma 'Zelfcontrole', het programma 'Families in Transition' en 'TripleP' (Positief Pedagogisch Programma). Ten slotte komt de vraag aan de orde in hoeverre je op basis van vaak beperkte informatie toch tot zinvolle uitspraken kunt komen over bijvoorbeeld gezinskenmerken of de effecten van specifieke interventies.Voor professionals in beleid en praktijk, maar ook voor onderzoekers biedt Het belang van school, ouders, vrienden en buurt stof tot kritisch nadenken over de vele samenhangen tussen de sociale omgeving in al haar facetten en gedragsuitkomsten bij kinderen en jongeren.
Genieten van de sterrenhemel Dit is het eerste deel van een serie van drie boeken voor iedereen - jong en oud - die geïnteresseerd is in het heelal, maar er nog niet veel over weet. Om de jeugd te bereiken is de schrijfstijl en lay-out prettig en kleurrijk. De boeken bevat zeer veel kleurrijke illustraties en zijn geschikt vanaf 12 jaar. Tekst, illustraties en lay-out: Rob Walrecht Dit eerste deel gaat over: Alle bewegingen die wij zien De mens en de kosmos (over tijd, getijden, de kalender enz.) Afstanden, maten en coördinaten Onze omgeving (zonnestelsel, sterren in de buurt, rest van het heelal Sterrenkaarten en sterrenkijken Het bevat een leuk waarneemprogramma per seizoen, om zelf op astronomische speurtocht te gaan Het is in feite een echte inleiding, waarin wordt verteld wat wij vanaf de aarde zien gebeuren. Het bevat alles wat iedereen eigenlijk zou moeten weten over de sterren, en zaken als onze tijd, onze kalender en bijvoorbeeld ook de getijden. Het is dan ook zeer geschikt voor gebruik op scholen !
Onderzoek naar de sociale effecten van stedelijke herstructurering heeft in Nederland al veel plaatsgevonden. In verreweg de meeste gevallen werden volwassenen onderzocht. Het is nauwelijks bekend welke effecten stedelijke herstructurering heeft op jongeren. Dit onderzoek brengt daar verandering in.De onderzoekers hebben zich in dit boek vooral gericht op de vraag in hoeverre jongeren profijt hebben dan wel nadeel ondervinden van het feit dat zij vanwege sloop hun woning moesten verlaten. Sloop van de woning betekent vaak, maar niet altijd, een verhuizing naar een andere buurt. Uit het onderzoek blijkt dat veel jongeren het aanvankelijk vervelend vonden om te moeten verhuizen, maar dat ze uiteindelijk vinden dat hun woonsituatie is verbeterd na de sloop: ze wonen vaak in een betere of grotere woning van een hogere kwaliteit. Veel jongeren zijn wel opnieuw in achterstandsbuurten terecht gekomen. Mede daarom vinden veel jongeren dat ze qua woonbuurt minder progressie hebben geboekt dan qua woning.In termen van sociale contacten en activiteiten hebben veel jongeren wel te lijden gehad van de verhuizing. Velen zien hun oude vrienden en bekenden niet meer en velen zijn gestopt met bijvoorbeeld sportactiviteiten. Sloop en verhuizing zijn hierbij overigens niet altijd de schuldige. Jongeren stoppen ook met bepaalde contacten of met activiteiten, omdat zij gewoon in een andere leeftijdscategorie komen. Qua onderwijs en arbeidsmarkt zijn er geen noemenswaardige effecten gevonden van een gedwongen verhuizing.Al met al komt uit dit onderzoek naar voren dat de stedelijke herstructurering positieve effecten heeft gehad op de wooncarrière van jongeren. Op andere terreinen heeft de gedwongen verhuizing meestal geen effect (onderwijs, arbeid) of slechts een tijdelijk effect (sociale contacten, vrijetijdsbesteding) gehad.
Tot voor kort gingen ouderen vaak uit voorzorg naar het verzorgingshuis. En nog steeds gaan veel ouderen die chronisch ziek of zwaar gehandicapt zijn naar het verpleeghuis. Verzorgings- en verpleeghuizen vormen echter niet in alle opzichten een ideale woonomgeving. In het eerste deel van Vitaal en kwetsbaar grijs werkt Joop Belderok negatieve kenmerken van instellingen concreet uit aan de hand van de moderniseringstheorieën van Foucault, Habermas en Giddens. Veel ‘nieuwe’ ouderen blijven wonen in hun buurt. Welzijn en zorg laten zij niet over aan liefdadigheid, kerk of de overheid, maar ze willen er medeverantwoordelijk voor zijn. Betrokkenheid van vitale ouderen met kwetsbare ouderen in de buurt lijkt daarbij een nieuw gegeven. Voor zorgorganisaties vraagt dat om een nieuwe rol. Zij moeten rugdekking geven in de buurt, samen met professionele veldwerkers in de domeinen wonen, welzijn en veiligheid. Het vormt een uitdaging voor vitale ouderen met lef en voor zorgorganisaties die onvoorwaardelijk geloven in de competenties van kwetsbare ouderen. Joop Belderok is erin geslaagd om op toegankelijke en systematische wijze wetenschappelijk inzicht te verbinden met praktische aanwijzingen voor een succesvolle vermaatschappelijking van de ouderenzorg. Daarmee is Vitaal en kwetsbaar grijs uitermate geschikt voor zowel zelforganisaties en instellingen op het brede terrein van wonen, welzijn en zorg voor ouderen, als voor het hoger beroepsonderwijs en het universitair onderwijs.
Overal in Nederland zijn de afgelopen jaren zelfsturende teams van Buurtzorg aan het werk gegaan met als doel de cliënt en de mensen om hem heen weer centraal te stellen in de zorg. Daarvoor is niet alleen een organisatievorm gekozen die radicaal breekt met de reguliere zorg, maar ook een bijpassende werkwijze. Onder het motto 'Eerst buurten, dan zorgen' heeft een aantal voortrekkers de afgelopen jaren gezocht naar manieren om de zorg van wijkverpleegkundigen en wijkziekenverzorgenden beter af te stemmen op de behoeften, mogelijkheden en omstandigheden van de cliënt en zijn naasten. Ter ondersteuning daarvan is het Buurtzorg Informatie Systeem opgezet dat de teams online kunnen gebruiken. Daarin is onder andere een Nederlandse bewerking van het Amerikaanse Omaha-systeem opgenomen. In dit boek beschrijven Aart Pool, psycholoog en adviseur van Buurtzorg, en Jennie Mast, projectcoördinator bij Buurtzorg, de werkwijze van Buurtzorg. Ze spiegelen die aan het ideaal van maatschappelijke gezondheidszorg of 'community health nursing'. Dat houdt in dat mensen die kampen met ziekte en beperkingen zodanig ondersteund worden dat zij niet buiten de gemeenschap komen te staan. De wijkverpleegkundige speelt hierin een belangrijke rol omdat zij de verbinding kan maken tussen individuele zorg, ondersteuning van de mantelzorg en zorg voor de buurt. Buurtzorg werkt stap voor stap aan het realiseren van dat ideaal, maar ziet ook dat er nog veel te doen is.
"Serie: Ruimte voor de toekomst, deel 2De multiculturele samenleving, of het ontbreken daarvan, kan niet los worden gezien van discussies over ongelijkheid en polarisatie, met betrekking tot inkomens in Nederland. Maatschappelijke ontwikkelingen, en met name ook de voorspoedige economische ontwikkelingen van de laatste jaren, kunnen leiden tot een grotere welvaart voor iedereen, maar in het algemeen is het in dergelijke situaties zo dat bepaalde groepen wel en andere niet of veel minder profiteren. Nog steeds is het in Nederland zo dat allochtonen in het algemeen minder profijt hebben van gunstige maatschappelijke ontwikkelingen dan anderen. Hoewel Nederland wordt gekenmerkt door een sterk ontwikkelde welvaartsstaat, waarin ook veel aandacht bestaat voor wonen in het algemeen en volkshuisvesting in het bijzonder, is het zeker niet zo dat iedereen kan wonen waar hij of zij wil. Velen worden meer of minder gedwongen om in een bepaalde woning op een bepaalde plek (straat, buurt, stad) te wonen. Lage inkomens en -weer- allochtonen hebben de minste keuzemogelijkheden. Daarbij komt nog eens dat het wonen in buurten die niet de eerste keuze zijn van de bewoners allerlei problemen met zich mee kunnen brengen. In dit boek gaat het om de ruimtelijke concentratie en segregatie van allochtonen en lage-inkomensgroepen in en rond de (grote) steden. Er wordt bekeken waar zij wonen, hoe hun ruimtelijke patronen zich in de laatste twintig jaar hebben gewijzigd. Daarnaast wordt uitgebreid ingegaan op de nadelen en voordelen van het geconcentreerd wonen van allochtonen en lage-inkomensgroepen. In het laatste hoofdstuk wordt uitgebreid ingegaan op de vraag of het nodig is met (ruimtelijk) beleid iets te doen aan het bestaan of de aard van dergelijke concentraties. De auteurs zijn allen specialisten op het terrein van de huisvesting en ruimtelijke segregatie van allochtonen en lage-inkomensgroepen.Gideon Bolt, Pieter Hooijmeijer en Ronald van Kempen zijn verbonden aan de Uniersiteit van Utrecht, Jack Bu
Een nauwkeurige inventarisatie en evaluatie van ons moderne woongedrag.Vinex-wijken hebben voor wat betreft sociale cohesie veelal niet zo’n beste naam. Is dit een vooroordeel of is dat terecht? Vijf onderzoekers togen naar drie Vinex-nieuwbouwwijken om eens heel nauwkeurig te analyseren hoe de stemming, houding en opvattingen zijn van de pioniers aldaar.De Aker, IJburg en Getsewoud, alledrie rond de eeuwwisseling in de omgeving van Amsterdam en in Nieuw-Vennep uit de grond gestampt, staan model voor de inventarisering van de onderzoekers – die de resultaten van hun wetenschappelijk werk op vele manieren grafisch verduidelijken. Of de bewoners zich verbonden voelen met hun nieuwe woonwijk – dat is de hamvraag. Om maar direct het resultaat te onthullen: het valt ontzettend mee met die sociale cohesie. Er is wel degelijk binding in de buurten, en betrokkenheid en sociale controle. Zij het in wat andere vormen dan vroeger en ook variërend zowel per wijk als per ontwikkelingsfase. De bewoners zijn vaak trots, en zuinig, op hun wijk en de binding met de buurt blijft bestaan – zeker als je als pionier in die straat bent komen wonen. De bewoner is niet footloose geworden, vaak wel kritischer, en hij of zij moet wel enigszins in de nieuw te vormen sociale structuur passen.Kinderlozen ervaren dit wat anders dan gezinnen met kinderen, maar zou dat anders zijn dan in al langer bestaande woonwijken elders in het land? Deze bundel maakt deel uit van het NWO-onderzoeksproject naar ‘Sociale Cohesie’. Dit project heeft als doel de vele vragen ten aanzien van de multiculturele en pluriforme samenleving in een nieuw perspectief te plaatsen en een beantwoording ervan naderbij te brengen.
‘Een eigen huis, een plek onder de zon….’ Huisvesting is een belangrijk onderwerp. Ieder mens heeft ermee te maken, en een goede woning kan grote invloed hebben op hoe gelukkig mensen zijn. In de sociaal-juridisch praktijk krijgen professionals dan ook vaak te maken met zaken die aan wonen gerelateerd zijn.In Werken aan wonen komen alle sociaal-juridische aspecten van huisvesting samen. Het behandelt vragen als hoe kom je aan een woning, is kopen beter dan huren, hoe zit het met huurtoeslag en wat te doen bij overlast. Bij de uitwerking hiervan worden onderwerpen betrokken als de geschiedenis van volkshuisvesting in Nederland, bouwen en plannen, de woningcorporaties en hun taak van sociaal verhuur. Ook de stedelijke vernieuwing in de wijken komt uitgebreid aan de orde en met name de mensen in de buurt. De praktische kant wordt belicht met casuïstiek en ook in de opdrachten op de bijbehorende website.Door de brede invalshoek biedt dit boek studenten SJD de kennis en kunde die zij op het gebied van wonen nodig hebben, maar is het bovendien geschikt voor de opleidingen social work en vastgoed en makelaardij en voor elke professional die betrokken is bij volkshuisvesting. Siep van der Werf is docent aan het Instituut voor Hoger Juridisch Onderwijs van de Hogeschool van Amsterdam. Eerder schreef hij De verdeling van arbeid en Allochtonen in de multiculturele samenleving, en samen met Klaas Hoeksema Sociologie voor de praktijk.
Hoe gaat het met dove kinderen en jongeren die een Cochleair Implantaat (CI) hebben? Welke problemen komen zij tegen in het reguliere en speciale onderwijs? Hebben ze contact met horende, dove en/of slechthorende leeftijdgenoten? Gebruiken ze gebarentaal en/of gesproken Nederlands? Voelen ze zich thuis in de horende wereld en/of de dovenwereld? Deze vragen staan in dit boek centraal. Dove en slechthorende kinderen en jongeren komen door maatschappelijke en technologische ontwikkelingen steeds dichter bij de horende wereld te staan. Digitale hoortoestellen en cochleaire implantaten maken spraakverstaan makkelijker en openen daardoor voor veel kinderen en jongeren de weg naar het reguliere onderwijs.Kinderen, jongeren en ouders blijken tevreden tot zeer tevreden te zijn over het CI. Het CI vergemakkelijkt immers de communicatie. Toch is er ook reden tot zorg, vooral omdat de ervaringen van kinderen met een CI lijken op die van slechthorende kinderen. Veel dove kinderen met een CI gebruiken geen gebarentaal of ondersteunende gebaren meer. Een aantal dove kinderen heeft geen vriendjes in de buurt en voor kinderen en jongeren die naar het reguliere onderwijs gaan blijkt contact met dove en slechthorende leeftijdgenoten moeilijk te organiseren. De meerderheid van deze kinderen en jongeren heeft behoefte aan lot- en bondgenotencontact. In het reguliere onderwijs blijkt men vaak onvoldoende te beseffen dat kinderen met een CI slechthorend zijn; in het speciaal onderwijs worden veel kinderen en jongeren nauwelijks aangesproken op hun cognitieve en sociale mogelijkheden. Kortom, er is een grote rol weggelegd voor de ambulante begeleiding van deze kinderen en jongeren. En ook aan het omgaan met soloapparatuur valt nog veel te verbeteren, aldus Jet Isarin.Dr. Jet Isarin (1958) studeerde andragogie en filosofie. Sinds 2005 doet ze onderzoek voor de Koninklijke Effatha Guyot Groep en PonTeM. Haar medeonderzoekers zijn leden van de doelgroep. Van haar verscheen het boek ‘Hoor hen! – part
Maakt de buurt verschil? Deze studie gaat na of de etnische samenstelling van buurten van invloed is op de mate van interetnisch contact en wederzijdse beeldvorming van niet-westerse migranten en autochtone Nederlanders. Is het zo dat migranten die in zwarte buurten wonen minder vaak omgaan met autochtone Nederlanders en negatiever over hen denken dan migranten die in witte wijken wonen? En hoe zit dat omgekeerd? Maakt het voor de interetnische contacten en opvattingen over migranten van autochtone Nederlanders uit in welke buurt ze wonen?In het beleid neemt het vraagstuk van ruimtelijke concentratie van bevolkingsgroepen een belangrijke plaats in. De bevindingen van deze studie laten zien in hoeverre de ruimtelijke concentratie nadelig uitwerkt voor de interetnische verhoudingen in buurten en geeft daarmee richting aan keuzen voor beleidsinterventies.
De overheidsambities stapelen zich op: achterstandswijken moeten socialer, buurten veiliger, mensen minder dik en burgers moeten elkaar meer gaan helpen. De overheid is voor het realiseren van die ambities indringend op zoek naar brave burgers: die moeten vrijwilligerswerk doen, mantelzorg bieden, afslanken, actief worden in hun wijk en de politie helpen om de buurt veiliger te maken. Er lijkt sprake van een nieuwe maakbaarheid, waarbij de overheid niet zozeer zelf ingrijpt, maar burgers zover probeert te krijgen dat zij de problemen oplossen die de overheid uit naam van het publieke belang benoemt. In ‘Brave burgers gezocht’, het nieuwe jaarboek van ‘TSS, Tijdschrift voor sociale vraagstukken’, onderzoeken sociale wetenschappers wat de nieuwe focus op brave burgers betekent. Worden zij voor het karretje van de overheid gespannen? Of hebben ze zelf ook nog wat in te brengen? Mogen ze bedanken voor de eer? Gaan ze ook in tegen de overheid? Wat vinden burgers eigenlijk zelf van hun nieuwe rol? In dit zevende ‘TSS’-jaarboek bijdragen van onder meer Evelien Tonkens, James Kennedy, Willem Trommel en Bas van Stokkom.
De leukste en verrassendste statussymbolen van vroeger en nu. Iedere (sub)cultuur kent zijn eigen status, met bijbehorende kleding, gedrag en bezittingen.Iedereen wil zich status aanmeten, zonder als patser te worden gezien (behalve de kopers van dit boek, want die kopen het natuurlijk voor iemand anders.)Luchtig, informatief en lichtironisch van toonVoor mensen met oud geld, nieuw geld, geen geld,burgerlijke types en alternativo's.Waarom was een gehavend gebit een statussymbool en kon je rijkdom afmeten aan de omvang van het zoutvaatje op tafel? Welke logica zit er in het slopen van de typeaanduiding van een auto en wanneer wordt het ongezond om in een rijke buurt te wonen? Hoe krijg je status zonder het bezit van stapels geld, een dubbele achternaam of chique titels?Status geeft de antwoorden op deze vragen vertelt de geschiedenis en het heden van iets dat iedereen wil hebben, maar waar niemand voor uit wil komen.Over de auteurRichard van Berkel is directeur van LVB Networks, Nederlands grootste bureau voor redactionele communicatie. Hij heeft diverse boeken op zijn naam staan.
"Zowel in beleid als wetenschap wordt de mogelijkheid geopperd dat de woonomgeving van invloed is op de maatschappelijke positie van allochtonen. De ruimtelijke concentratie van allochtonen zou hun integratie in de Nederlandse samenleving belemmeren. Of beter gezegd: het tekort aan (potentieel) contact met autochtonen plaatst allochtonen in een isolement van waaruit zij de taal onvoldoende leren beheersen en niet op de hoogte geraken van de gebruiken van de Nederlandse samenleving. Dit zou een negatieve uitwerking hebben op hun sociaal-economische en sociaal-culturele positie. In dit licht bezien lijkt het (al dan niet actief) spreiden van allochtonen over ‘wittere’ wijken een voor de hand liggende oplossing. Bovendien, zo is de heersende gedachte, leidt spreiding van allochtonen dan wel autochtonen, tot een hogere mate van leefbaarheid in concentratiewijken.In dit boek wordt antwoord gegeven op de centrale vraag of, en in welke mate, de etnische concentratie van de woonbuurt van invloed is op de leefomgeving en de maatschappelijke positie van allochtonen. "
Hoe breng je de sociale functie van kinderopvang in de praktijk? De kinderopvang krijgt immers steeds meer te maken met een grotere diversiteit in de samenleving. Kinderopvang toegankelijk maken voor alle kinderen en hun ouders, ook voor de meest kwetsbaren in de samenleving, vormt – naast de economische en pedagogische functie van de kinderopvang – een van de belangrijkste uitdagingen. Dit boek is een inspirerende handleiding voor verantwoordelijken van kinderopvangvoorzieningen die willen werken aan kwaliteit. Het belicht het kind-, ouder-, buurt- en personeelsbeleid en bevat vele getuigenissen, goede praktijkvoorbeelden en foto's uit buurtgerichte kinderopvanginitiatieven.
De brede school biedt fantastische mogelijkheden om spannende en leerrijke activiteiten te organiseren met kinderen en jongeren, in basis- en voortgezet onderwijs. Activiteiten in of juist buiten school, met medewerking van allerlei mensen en instellingen uit het buitenschoolse leven. Tezamen: een geheel aan ontwikkelingsarrangementen, waarin van alles te doen, te ontdekken en te leren valt. Om al dit moois te realiseren, moeten de activiteiten en begeleiders wel de nodige kwaliteiten bezitten. Maar het is voor scholen en andere instellingen vaak lastig, om samen afspraken te maken over die kwaliteit. Hoe wordt je het eens over doelen en evaluatiecriteria? Hoe kun je de kwaliteit die je in huis hebt vasthouden, verbeteren en verdiepen? Waarop kies je nieuwe activiteiten of medewerkers? Dit werkboek biedt scholen en instellingen een instrumentarium, om de doelen en kwaliteiten van hun jeugdactiviteiten inzichtelijk te maken en te evalueren. Pedagogisch uitgangspunt is een gezamenlijk streven naar meer levensecht leren, uitgewerkt in enkele globale doelen. Daarbij hoort een evaluatie-instrument, waarmee u zo globaal of precies kunt evalueren als u maar wilt. Plus handreikingen om uw activiteiten en methodiek inzichtelijk en doelgericht te beschrijven, voor uw eigen mensen en voor anderen. De auteurs van het Expertisecentrum Brede School NJI (Nederlands Jeugd Instituut) ontwikkelden dit werkboek samen met drie brede-schoolpraktijken op verschillende plekken in het land. De menselijke maat staat voorop in hun benadering van kwaliteit en evaluatie: de hele zaak staat of valt met de betrokkenheid van kinderen zelf, hun begeleiders en andere medewerkers, uit de buurt of andere contreien van ‘het echte leven’.
Conflicten vormen een breed maatschappelijk verschijnsel. Meer dan vroeger ontstaan er in onze huidige samenleving tegenstellingen in visies en belangen. Het is daardoor niet verwonderlijk dat je het onderwerp 'conflicthantering' steeds vaker tegenkomt in de curricula van hbo-instellingen en universiteiten. Deze vijfde druk van het Trainingsboek conflicthantering en mediation is in opzet gelijk aan de vorige druk. Maar doordat het communicatieperspectief steeds belangrijker is geworden in de conflictliteratuur, heeft dit nu meer aandacht gekregen. Dat geldt ook voor mediation, een vorm van conflictinterventie door een derde partij, die sterk in de belangstelling is komen te staan.Voor wie?Deze praktische uitgave is een zelfstudieboek, maar is ook bedoeld als werkboek in onderwijs-, cursus- en trainingssituaties op hbo- en wo-niveau. In de gebruikte voorbeelden is gekozen voor conflicten die zich op kleinere schaal voordoen: tussen personen en tussen groepen binnen gezin, buurt en in werksituaties.
Over het boek:Nu kopen? Nu verbouwen? Nu renoveren? Het blijft een prangende vraag voor iedereen die een eigen dak boven het hoofd wil. Het gaat om vele keuzes: stad of dorp, klein of groot, huis of appartement, oude molen of loft, met of zonder tuin, levendige of rustige buurt. Het kost behoorlijk wat geld, maar vastgoed is en blijft een goede bescherming tegen de geldontwaarding. Dit boek geeft brede informatie en vele wenken om alvast goed te starten met een renovatieproject: Hoe koop je een oud pand? Waar moet je aandacht aan besteden? Op welke bepalingen moet je letten vooraleer je tot een aankoop beslist? Denk hierbij niet alleen aan een oud huisje. Er zijn tal van interessante mogelijkheden en alternatieven waar niet iedereen aan denkt. Kijk naar het ongewone.De meer dan 500 tips die de auteur geeft zijn eveneens van toepassing voor wie op zoek is naar een pand voor kantoren, een winkel, een opslagplaats of een industriële ruimte.De boodschap is in elk geval dat het nu een goede tijd is om te handelen: De markt van oude woningen en oude industriepanden raakt stilaan uitgeput, de prijzen zijn redelijk en door werktekort in de nieuwbouw bieden veel aannemers goede prijzen voor renovatieopdrachten. Moet je alles zelf doen? Neen. Een veel betere manier om voor weinig geld goed te renoveren is de hele renovatie zelf te organiseren. Concentreer je op het belangrijkste: de markt grondig verkennen om voor een lage prijs te kopen, veel nadenken over eenvoudige ingrepen, daarbij kleine onvolmaaktheden aanvaardend door sommige plannen niet uit te voeren, door simpele oplossingen te bedenken, en misschien ook door niet-essentiële werken naar later te verschuiven.Met deze rijk gevulde gids vol budgetvriendelijke ideeën, recht uit de praktijk, begin je in elk geval anders te denken over een eigentijdse loft, watertoren of de windmolen van morgen.Dit boek bevat ook een cd-rom met handige werkdocumenten.Over de auteur(s):Arnold Lampaert was na een professionele loopbaan als int
"Jongens die in groepen rondhangen en de omgeving last bezorgen: het is in Nederland geen nieuw verschijnsel, maar tegenwoordig zijn het vaak Marokkaanse jongens die door dit gedrag van zich doen spreken. Toch is respect in Marokkaanse kring voor oud én jong een centrale waarde. Hoe komt het dan dat jongens buitenshuis zo over de schreef kunnen gaan?Bovenstaande vormde de leidende vraag in de studie met de veelzeggende titel Respect van twee kanten. Overlastgevend gedrag van Marokkaanse jongens wordt daarin bestudeerd vanuit een sociaal-pedagogische invalshoek, met name door middel van (groeps)gesprekken met Marokkaanse jongeren en deskundigen. Op hun percepties en verklaringen ligt het accent.De belangrijkste bevinding is dat lastige jongens geleerd hebben dat respect een recht is van de sterkste. De twee kanten van respect, namelijk respect geven en respect ontvangen, zijn in hun perceptie niet in evenwicht. In het gezin, in de buurt, op school en in de relaties met de ‘Nederlandse’ omgeving ervaren zij eerder disciplinering en wantrouwen; zij moeten respect geven, maar krijgen het niet. De straat en de groep bieden de mogelijkheid om, althans tijdelijk, de rollen om te draaien en het zelfrespect desnoods kwaadschiks op te vijzelen.De aanbevelingen voor preventie vloeien uit deze visie voort. Ze concentreren zich op het herstel of het vinden van een nieuwe balans. Het accent ligt op dialoog en samenwerking, naast handhaving van de orde. 'Respect van twee kanten' vormt een belangrijke voorwaarde om overlastgevend gedrag te voorkomen.Trees Pels was tot november 2002 verbonden aan het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam en is sindsdien werkzaam bij het Verwey-Jonker Instituut te Utrecht als senior onderzoeker en coördinator van de Onderzoeksgroep Multiculturaliteit.Uit de inhoud1 Inleiding1.1 Inleiding1.2 Leeswijzer2 Het onderzoek2.1 Inleiding2.2 Probleemstelling2.3 Doelstell
Duurzame woningverbetering. Daarmee redt u zich als projectleider wel. Bouwen en verbouwen is uw vak. Maar hoe zit het met de communicatie met bewoners? Weet u ook hoe u dat aanpakt? Hoe betrekt u huurders, huurdersorganisaties en bewonerscommissies op constructieve wijze bij de renovatieplannen? Hoe enthousiasmeert u uw huurders, zodat ze instemmen met de voorgestelde maatregelen, ook als deze een huurverhoging met zich meebrengen? En, bij duurzame woningverbetering heel belangrijk: hoe zorgt u ervoor dat bewoners de nieuw aangebrachte, moderne voorzieningen op de juiste manier gaan gebruiken, zodat een optimaal wooncomfort samengaat met een minimale energierekening? Deze vragen laten zich niet met standaardoplossingen beantwoorden. Net als de renovatie zelf, vraagt communicatie om maatwerk. Maatwerk dat afhankelijk is van factoren als:- het karakter van de buurt- leeftijd, gezinssamenstelling, opleidingsniveau en leefstijl van de bewoners- omvang en complexiteit van de ingreep- wel of geen huurverhoging?- de vraag of de huidige huurders/bewoners ook de bewoners van de toekomst zijn- de relatie tussen verhuurder en huurders(organisaties)- de reputatie van de verhuurder op het gebied van onderhoud en communicatie- de relatie tussen gemeente en verhuurders/corporaties.Het handboek Bewonerscommunicatie bij duurzame woningverbetering is een praktische gids voor het systematisch, tijdig en zorgvuldig opzetten van de communicatie met bewoners. Met behulp van het CommunicatieKompas bepaalt u uw basisstrategie. Daarna bepaalt u aan de hand van adviezen, checklists en praktijkvoorbeelden hoe u die basisstrategie uitwerkt in communicatiemiddelen en –activiteiten. Voorbeelden en tips voor de bewonerscommunicatie zijn per projectfase en per communicatiestrategie geordend.Bewonerscommunicatie bij duurzame woningverbetering is de communicatie’tool’ bij de Toolkit Bestaande Bouw. Het boek kan ook zelfstandig worden gebruikt. Het is een hulpmiddel voor corporaties
In dit boek staat de vraag centraal hoe binnen- en buitenschools leren op een zinnige manier te combineren zijn. De auteurs beschrijven het leren van kinderen en jongeren als proces van identiteitsontwikkeling, dat zich in allerlei omstandigheden afspeelt: zowel binnen als buiten de school, thuis of in de buurt. Zij bespreken óf en hoe dit leren in de huidige samenleving wordt gestimuleerd en hoe het beter zou kunnen. Diverse deskundigen gaan in op de combinatie van binnen- en buitenschools leren in onder meer ICT, kunst- en buurteducatie. In dit boek worden actuele discussies over leren in het verband van de brede-schoolontwikkeling geplaatst. Eerdere publicaties belichtten vooral de organisatorische kant van de brede school. In deze bundel wordt voor het eerst zichtbaar dat ook de inhoudelijke kant van leren op de brede school verandert. Dit boek is geschreven voor iedereen die met kinderen en jongeren werkt, zowel binnen als buiten school, en die meer wil weten over leren en de koppeling tussen leren op school en leren buiten school.
De vervuiling van uw lichaam verhindert U om helder te denken.In zijn onderzoek naar het verstand en het leven, ontdekte L. Ron Hubbard een belangrijke barrière tussen het individu en zijn potentieel voor persoonlijke vooruitgang en succes in het leven: drugs en giftige chemicaliën.Tegenwoordig leven we in een vijandige samenleving, welke niet alleen wordt gebombardeerd door tot op heden nog niet eerder voorgekomen aanvallen van drugsgebruik, maar ook door duizenden chemische vergiften en verontreinigingen in ons voedsel, water en lucht.L. Ron Hubbard was de eerste die ontdekte dat chemicaliën, drugs en giftige stoffen in uw lichaam achter blijven lang nadat U er aan was blootgesteld. Hij stelde ook vast exact waar in het lichaam de ophoping van deze giftige stoffen plaatsvindt en exact hoe u het kunt kwijtraken. Geen enkel ander programma komt ook maar in de buurt van het aanpakken van deze diepgelegen giftige verontreining die uw geestelijke alertheid en levenskracht vernietigen.Gebaseerd op onderzoek van tientallen jaren in de geestelijke en spirituele effecten van drugsgebruik in het verleden en blootstelling aan giftige stoffen, wordt het Reinigings-programma sinds haar introductie in 1979 over de gehele wereld gebruikt.Meer dan 100.000 mensen hebben dit programma voltooid met wonderbaarlijke resultaten.In vele duizenden brieven en verklaringen melden mensen dat ze nu: * Helderder denken * Emoties kunnen voelen die ze in jaren niet gevoeld hadden * Het leven met meer enthousiasme en energie ervarenL. Ron Hubbard schreef Een heldere geest in een schoon lichaam opdat het programma voor iedereen beschikbaar zou zijn. Dit boek laat u stap voor stap zien hoe u zelf deze wonderbaarlijke resultaten kunt bereikenLees Een heldere geest in een schoon lichaam en ontdek het huidige, enige effectieve programma om de levensvernietigende effecten van drugs en giftige stoffen aan te pakken.
Professionals in zorg en welzijn hebben te maken met nieuwe vraagstukken rond de zorg en ondersteuning van mensen met ernstige psychische, sociale en lichamelijke beperkingen. Aan de ene kant gaat het om basale ondersteuning in de woonsituatie, aan de andere kant betreft het de bevordering van participatie van deze burgers in de samenleving.Zorg en welzijn kunnen niet langer gescheiden van elkaar aangeboden worden. Het vereist een nieuwe geïntegreerde individuele én wijkgerichte aanpak. Welzijn en zorg worden ‘welzijnszorg’.Deze ontwikkeling vraagt om professionals die zowel kunnen werken aan individuele ondersteuning als aan sociale samenhang en maatschappelijke participatie. In dit boek worden de resultaten gepresenteerd van een project waarin in drie wijken van Amersfoort twee jaar lang professionals uit zorg en welzijn geëxperimenteerd hebben met deze nieuwe benadering. Uit het onderzoek komt een nieuw type sociale professional naar voren. Een professional die weet te schakelen tussen mensen en organisaties. Een professional die goed op de hoogte is van wat er leeft in de wijk en die mensen, vraag en aanbod met elkaar weet te verbinden. Deze professional werkt niet solistisch, maar maakt deel uit van een wijkteam, zodat mensen met verschillende expertise elkaar kunnen aanvullen.
Een praktisch en stimulerend handvat voor de dagelijkse opvang van kinderen van 4 tot 12 jaar.Kinderen worden op veel verschillende locaties opgevangen waar ze huiswerk kunnen maken, spelen, hangen, knutselen, lezen. Wat oudere kinderen gaan, soms zelfstandig, naar een sportvereniging, muziekles of huiswerkklas. Ze zijn redelijk zelfstandig, maar hebben ook aandacht, begeleiding en belangstelling nodig.Deze scheurkalender gaat in op tal van praktische aspecten van de opvang, pedagogische kwesties, het contact met ouders, de samenwerking met andere organisaties, de mogelijkheden in de buurt. Er zijn tips voor uitvoerbare uitstapjes in de vakantieperiode, binnen- en buitenactiviteiten voor verschillende leeftijden, handige websites, toepasselijke boeken.Ieder blaadje biedt de begeleider of pedagogisch medewerker een beschrijving van een (pedagogische) tip, idee of activiteit die zonder al te veel voorbereiding uit te voeren is.tip: scheur de kalender niet, maar noteer op de daarvoor bestemde blaadjes geslaagde activiteiten of oplossingen en gebruik hem volgend jaar weer!
Het lokale veld van sociaal beleid en wijkbeleid is in korte tijd drastisch veranderd. De lokale sociale sector is verzakelijkt, gedecentraliseerd en gemodelleerd naar het idee van actief burgerschap, zoals verwoord in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor de positie van sociale professionals in buurten. Zij moeten zich meer met het beleid verbinden, resultaatgericht werken, klantgericht zijn en eropaf gaan. Die omslag blijkt in de praktijk niet altijd even gemakkelijk.Uit Samenspel in de buurt blijkt dat beleidsmakers, managers en uitvoerende professionals het redelijk eens zijn over de richting van lokaal sociaal beleid: nadruk op eigen en gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers voor hun directe leefomgeving en een faciliterende en stimulerende rol voor overheid en instellingen. De problemen liggen veeleer op het terrein van de beleidsuitvoering. Deze blijkt vaak rommelig, verwarrend en onbevredigend. Veel van het beleid is te kenmerken als ‘georganiseerde discontinuïteit’. Verder ontbreekt het in de onderzochte wijken vaak aan lokale kennis. Inzicht in de sociale dynamiek en problematiek van afzonderlijke wijken is vaak afwezig.Samenspel in de buurt verhaalt van het gelijknamige onderzoek in verschillende buurten naar het samenspel van uitvoerende professionals, managers en ambtenaren. Het verhaal van het onderzoek wordt verdiept door reflecties, betogen en aanbevelingen. Zo geven de auteurs een boeiende kijk op de worsteling om sociaal beleid neer te leggen bij de lokale overheid, de burgers, de professionals en de markt.Inge Scheijmans, Hans van Ewijk en Vincent de Waal zijn verbonden aan het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht. Katja van Vliet is verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut.
Straatroven, winkeldiefstallen, bedrijfsinbraken en overvallen in woningen. Het merendeel van deze delicten wordt gepleegd door jeugdige criminelen. Verontrustend is vooral het toenemende geweld waarmee de overvallen gepaard gaan.Jongeren die niet tijdig worden gecorrigeerd ontwikkelen zich in rap tempo van overlastveroorzakers tot door de wolgeverfde criminelen. De overheid zet daarom fors in op handhaving en preventie om de veiligheid en leefbaarheid in de wijken te verhogen. Met camerabeveiliging, straatcoaches, straathoekwerkers, bureaus Jeugdzorg, geneeskundige diensten, en andere organisaties probeert men het tij te keren. En dat is goed. Maar als deze inspanningen geen vruchten afwerpen, jongeren de begeleidingstrajecten slechts gebruiken om een gevangenisstraf te ontlopen, dan blijft alleen nog de harde aanpak over. Dat betekent opsporen en opsluiten om hen ondanks alles met gedragsbeïnvloedende maatregelen weer op het rechte pad proberen te brengen.Toch komen opsporingsonderzoeken naar criminele jeugdgroepen maar uiterst moeizaam van de grond. Hoe kan dit? Waarom delft nou juist de recherchematige aanpak van criminele jeugdgroepen zo dikwijls het onderspit; is ze letterlijk het kind van de rekening?Voor politiefunctionarissen, bestuurders, beleidsmakers, politici en geïnteresseerde leken probeert Hans Schaafsma in ‘De buurt is bang’ deze vragen te beantwoorden.Hans Schaafsma is schrijver en journalist. Hij verdiepte zich acht jaar lang in de politie. Als vaste redacteur schreef hij voor Recherche Magazine, het algemene vaktijdschrift voor de Nederlandse recherche. Sinds de samenvoeging van Recherche Magazinemet het Algemeen Politieblad is hij redacteur van politievakblad Blauw..
WRR-rapport 72: Over het tegengaan van problemen van een afnemende sociale cohesie en een afnemend politiek vertrouwen op buurtniveauDe verkenning bij deze titel 'Sociale herovering in Amsterdam en Rotterdam. Eén verhaal over twee wijken' (9789053567364).De samenleving heeft te maken met individualisering van burgers en schaalvergroting van veel (overheids-) organisaties. Dit kan vervreemding, criminaliteit en dergelijke in de hand werken, en ook in verband worden gebracht met een slechter functionerende democratie. De vraag is of die problemen van een afnemende sociale cohesie en een afnemend politiek vertrouwen (ook) op buurtniveau kunnen worden tegengegaan. Wat is daar aan initiatieven en beleid mogelijk om mensen de ruimte te geven zelf bij te dragen aan de aanpak van leefbaarheidsproblemen in hun directe omgeving? Welke bestuurlijke voorwaarden moeten daarvoor gecreëerd worden? En hoe duurzaam zijn die? Mede aan de hand van veldonderzoek naar 28 'good practices' laat de WRR zien wat we daarvan kunnen leren.Verwante titel: 9789053567272 'Burgers in de buurt'. Het jaarboek bij het tijdschrift 'Mens & Maatschappij'
Vroegsignalering, ketenaanpak, afstemming, gezinsinterventies, coaching. Begrippen die op dit moment de boventoon voeren in het werken met gezinnen waar zorgelijke opvoedingsituaties zijn ingebed in een mêlee van maatschappelijke, persoonlijke en financiële problemen. Maar hoe haal je die begrippen van het bureaublad af en zet je ze om in daadwerkelijk handelen? Hoe stap je een gezin binnen dat volgens de politie of de juf van de groep 3 bulkt van de problemen, maar dat niet op jouw bezoek zit te wachten? Hoe stimuleer je andere organisaties om te gaan investeren in dat gezin? Hoe zorg je er voor dat die juf van groep 3 weer wat vertrouwen krijgt in de kansen van het kind en z’n ouders?Waar een Wig is, is een weg beschrijft antwoorden op deze vragen, zoals Lindenhout die met de Wijkgerichte Intensieve Gezinsbegeleiding heeft uitgewerkt. Het gaat over het krijgen van mandaat om echt met de problemen aan de slag te gaan; over het tot leven brengen van netwerken, met de ouders zelf als belangrijkste participant; over integraal werken: ín het gezin, óp school, ín de buurt en in een actieve verbinding met alle partners die kunnen bijdragen. Het gaat over lef, vasthoudendheid en geduld. Het gaat over respect, betrokkenheid en vooral over geloof in mogelijkheden van mensen.
Dit is een boek voor en over kinderen en jongeren met CVI. Zij hebben problemen om goed te kijken en de oorzaak daarvan ligt in de hersenen. Boeken zijn eigenlijk niet zo hun ding. Om dit boek voor hen toegankelijker en bruikbaar te maken hebben we beroep gedaan op de ervaring van jongeren zelf en van hun ouders en begeleiders. Voor de twee leeftijdsgroepen (8 tot 12 jaar en 12 tot 20 jaar) is er een apart deel in het boek met telkens een begrijpelijke uitleg over CVI en een reeks voorbeelden van dagelijkse situaties die moeilijk kunnen zijn als je CVI hebt. We geven ook mogelijke oplossingen. De problemen en de oplossingen komen uit het echte leven van kinderen en jongeren. Het doe-gedeelte van het boek bestaat uit invulbladen. Die zijn ook terug te vinden op een aparte ondersteunende website. De kinderen en jongeren kunnen er mee aan de slag om hun eigen CVI-paspoort te maken. Daarin noteren ze wat CVI voor hen is en wat hen helpt. Ze kunnen het paspoort gebruiken om zichzelf voor te stellen aan anderen: een broer of zus, opa of oma, een vriend of vriendin, iemand in hun buurt, een leerkracht, een therapeut, een begeleider van een vrijetijdsactiviteit, enz. Allemaal mensen die willen weten wat CVI is en vooral hoe ze kunnen helpen.
Het is maar een paar uur vliegen van het VN gebouw in New York naar Ha´ti, en daar kan je op klaarlichte dag onderhandelen over de prijs van de aankoop van een mens. In Zuidoost-Europa kost een vrouw minder dan een derdehands auto. Alles is overal op de wereld te koop, jongens en meisjes, mannen en vrouwen, slavernij is een globaal fenomeen en na drugs de meest lucratieve handel. In India of in Sudan, op Ha´ti, in het Middenoosten of in Europa - 140 jaar na de afschaffing van de slavernij worden wereldwijd meer dan 27 miljoen mensen als slaven behandeld en zonder betaling tot werk en/of seks gedwongen. E. Benjamin Skinner schetst een onthutsend en nietsontziend beeld van dit 'schaamtevolle hoofdstuk van de geschiedenis'. Zijn moed tijdens zijn recherches is adembenemend. Hij doet ook research waar het pijnlijk dichtbij komt; in de rosse buurt van Amsterdam, in de nieuwe EU-landen en in Washington. Het is een beangstigende wereld waar levens worden gekocht, verkocht, gebruikt en soms bruut vernietigd.'De gedetailleerde beschrijving van allerlei vormen van misbruik is weerzinwekkend, maar er is hoop: door de slachtoffers een stem te geven helpt Skinner hun waardigheid terug te winnen en hij maakt cruciale stappen voorwaarts om dit schaamtevolle hoofdstuk van de geschiedenis af te sluiten.' - Bill Clinton
'Door mijn verslaving volledig te onderdrukken heeft baclofen mijn leven gered. Ik ben ervan overtuigd dat het ook het leven van andere verslaafden kan redden - en daarom heb ik dit boek geschreven.'Olivier Ameisen was een briljant cardioloog, lijfarts van de Franse oud-premier Raymond Barre en daarna werkzaam in New York, tot hij gegrepen werd door de alcohol. Hij brak pols, schouder en ribben tijdens black-outs, stierf bijna aan epileptische aanvallen en moest zijn praktijk opgeven. Hij frequenteerde de Anonieme Alcoholisten, probeerde psychotherapie, medicijnen - niets hielp.Toen ontdekte hij baclofen, een spierverslapper die MS-patiÙnten gebruiken als pijnbestrijder en bij proefdieren bleek te werken tegen hunkering en verslaving. Ameisen schroefde de dosis op tot een niveau waarop hij niet meer hunkerde naar alcohol. Daarna kon hij de dosis langzaam verlagen en was hij genezen van zijn alcoholisme.Het einde van mijn verslaving is een wervelend verhaal van een briljant pianist en cardioloog over zijn jeugd, familie, contacten in hoge Franse kringen, neergang en ellende in New York en herstel dankzij baclofen. Olivier Ameisen werpt op basis van persoonlijke ervaringen licht op het effect en de behandeling van verslaving.'Dit boek MOET je lezen als je verslaafd bent aan alcohol of drugs, of als iemand in je buurt dat is.' - David Servan-Schreiber
Dit boek gaat uit van talent. Iedereen heeft het maar komt er niet altijd uit. Hoe kunnen nieuwe inzichten over het functioneren van de hersenen ertoe bijdragen dat kind en tiener zich optimaal ontwikkelen? Waarom is een kind soms niet vooruit te branden? Waarom presteren jongens en meisjes op school zo anders? Kunnen tieners hun vrijheid eigenlijk wel aan en zijn ze in staat om verantwoorde keuzen te maken?Jelle Jolles gaat in op nieuwe inzichten uit het onderzoek naar de hersenen en de biologische basis van ons gedrag. Zijn stelling is dat er grote individuele verschillen zijn in de rijping van het brein, die bij veel adolescenten doorloopt tot na het twintigste jaar. De omgeving - ouders, leraren, de buurt en cultuur - zijn mede bepalend voor die rijping. Vandaar dat steun, sturing en inspiratie van groot belang zijn voor de ontplooiing en talentontwikkeling van onze kinderen: voor het verbreinen.
Dit boek, wat zich afspeelt in het begin van de vorige eeuw, geeft een tijdsbeeld van het leven van de twaalfjarige Machiel. Zijn vader is eigenaar van een slepersbedrijf annex stalhouderij/tapperij, in de oudste stadswijk van Deventer: 'de Noordenberg'. De lezer wordt deelgenoot van zijn belevenissen in een tijd dat excentrieke typen, huzaren, ambachtslieden en neringdoenden het stadsbeeld bepaalden.Machiel werd geboren in het Klooster, een uitstulping van de Noordenbergstraat, die als een levensader door de wijk loopt. Deze ligt in de omgeving van de schipbrug over de IJssel, waar vanouds een levendige en bedrijvige sfeer heerste. In deze volkswijk woonden veel ambachtslieden die hun bedrijf aan huis uitoefenden, zoals schoenmakers, kleermakers, handelaars in gebruikte goederen, kuipers e.d. Daarnaast fabrieksarbeiders en lieden met onbestemde bezigheden. Ook waren er verschillende logementen en cafés, die bekend stonden om hun onbezorgde en wat zondige sfeer, waar huzaren en dragonders hun vertier zochten. Machiel groeit op tussen bewoners met een sterke liefde voor hun stad, chauvinistisch, gemoedelijk van aard en een sterke sociale verbondenheid met de buurt. De Noordenberg' was het kloppend hart van de stad waar uitersten elkaar ontmoette. Het boek geeft een realistisch tijdsbeeld van het dagelijks leven in een oude volkswijk, waar de sfeer overdag bepaald werd door hardwerkende ambachtslieden en ’s avonds en ’s nachts door vertier zoekende dansmeisjes, dragonders en huzaren. De Noordenberg is gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen.
'Waarschijnlijk heeft u het laatste uur nog – onbewust en indirect– te maken gehad met kwaad van slavernij door de koffie die u drinkt, de chocolade die u eet of de kleding die u draagt.'Dit boek van auteur en presentator Steve Chalke haalt de problemen ‘aan de andere kant van de wereld’ heel dichtbij. De ellende in de wereld kan ons moedeloos maken. Er is zoveel honger, geweld en onrecht. STOP THE TRAFFIK maaktmet indrukwekkende feiten en persoonlijke verhalen duidelijk hoe omvangrijk de problematiek van mensenhandel en economische uitbuiting is. Het is echter geen boek om moedeloos van te worden. Wij kunnen wel degelijk iets doen! Door activiteiten op school, op het werk, in verenigingsverband of in de kerk te organiseren. Maar ook door kritisch koopgedrag en door vragen te stellen over de herkomst van producten; zijn kinderen gedwongen om te werken op een cacaoplantage zodat wij ‘lekkere’ chocolade kunnen eten? Wonen er in onze straat of buurt vrouwen die gedwongen worden tot prostitutie? Dit boek helpt bij de bewustwording en geeft ook tekenen van hoop.Cherie Blair (echtgenote van voormalig Britse premier Tony Blair en bekend advocaat) schreef een speciale bijdrage aan dit boek. Tevens hebben diverse bekende Nederlanders een aanbeveling geschreven.
Het Actualiteitencollege dat de NSV jaarlijks organiseert, stond in 2008 in het teken van de sociale samenhang in de oude wijken. Wat is daar nu precies mis mee of is het eigenlijk niet zo’n groot probleem? Is het de leefstijl van de bewoners of zijn het de spanningen tussen allochtonen en autochtonen in de wijk? Kunnen sloop en nieuwbouw een betere samenhang bevorderen tussen verschillende bevolkingsgroepen en neemt de huidige tegenstelling tussen arm en rijk, tussen allochtoon en autochtoon dan af? De inleidingen en referaten die enkele bekende sociale wetenschappers en beleidmakers hierover hebben gehouden, zijn in verkorte vorm in dit boekje gebundeld. Beate Völker (Universiteit Utrecht) vraagt zich af of buurtgemeenschappen eigenlijk wel bestaan. Ze komt tot de conclusie dat zij wel bestaan, zij het met zwakke sociale bindingen. Talja Blokland (Erasmus Universiteit) gaat in op de veiligheidsbeleving en sociale controle in achterstandsbuurten. Peer Scheepers, Maurice Gesthuizen en Tom van der Meer (Radboud Universiteit Nijmegen) analyseren de invloed van etnische diversiteit op de leefbaarheid van een buurt. De bijdragen van genoemde inleiders zijn van commentaar voorzien door Rogier Noyon (woningcorporatie Amsterdam) en Marnix Norder, wethouder Bouwen en wonen van Den Haag.
Ofschoon de wereld in allerlei opzichten nog nooit zo veilig is geweest, wanen mensen zich omringd door nauwelijks te beheersen risico’s. Hoe moeten wij, en met name de overheid, daar rationeel op reageren?De multiculturele samenleving levert onverwacht hoge criminaliteit op bij enkele etnische groepen en er zijn nieuwe vormen van delinquentie (vrouwenbesnijdenis, eerwraak) geïntroduceerd. Hoe moet de Nederlandse strafrechtspleging daarop reageren? Is het acceptabel dat sommige groepen hun buurt voor buitenstaanders, zoals journalisten, afsluiten onder het motto: oprotten met die camera! Hoe wordt de dreiging van het (internationale) terrorisme tegemoet getreden? Door op Schiphol met behulp van ethnic profiling de potentiële boosdoeners uit de rij te halen? Door radicalen in de buurt in een vroeg stadium te signaleren en een pittig gesprek aan te gaan?
Hoe kunnen professionals, vrijwilligers en studenten in de sociale beroepen worden getraind om besluitvorming door de cliÙnt zelf, in samenhang met zijn familie en sociale netwerk, een structurele plaats te geven in de methodiek? Dat is de vraag die centraal staat in dit boek. Om een antwoord te formuleren verkent Krachten en kansen uiteenlopende onderwerpen als burgerschap, vraaggericht werken, empowerment, macht en zeggenschap, activering en professionalisering vanuit het perspectief van het welzijnswerk. In het denken over sociale vernieuwing zijn 'autonomie' en 'eigen verantwoordelijkheid' op dit moment de kernbegrippen. Hulp- en dienstverleners worden in dit boek uitgedaagd om sociale kwesties op een andere manier te benaderen, en op zoek te gaan naar de kracht en kennis die aanwezig zijn in de samenleving. Aan de hand van praktijkvoorbeelden op verschillende terreinen (zoals sociale vernieuwing, gezinnen in armoede, veilige school, cohesie in de buurt, opvang van ouderen, problemen in gezinnen) is er aandacht voor autonomie en ondersteuning vanuit empowerment.
Kinderen hebben recht op tijd en ruimte om te spelen. Niet voor niets is dat recht vastgelegd in het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind dat Nederland in 1995 heeft geratificeerd. Spelen is essentieel voor het plezier dat kinderen in hun leven hebben en een onmisbare motor voor hun ontwikkeling.Jantje Beton zet zich sinds 1968 in voor het verbeteren van speelmogelijkheden van kinderen. Hoewel iedereen het belang van spelen onderschrijft, ontbreekt het tegenwoordig vaak niet alleen aan ruimte, maar ook aan tijd en aan een positief speelklimaat in de buurt. Steeds vaker wordt buiten spelen als vorm van overlast gezien, terwijl kinderen tegelijkertijd moeten leren meedoen in de samenleving en niet te dik mogen worden. Kinderen binnenhouden is geen oplossing, want dan brengen ze vaak veel tijd door achter de televisie en de computer, bewegen ze minder en missen ze daardoor mogelijkheden om de echte wereld spelenderwijs te leren kennen. Bovendien leidt de angst van volwassenen voor de veiligheid van kinderen ertoe dat ze niet meer leren omgaan met risicos.Het is een uitdaging voor ouders, vrijwilligers, beleidsmakers en professionals in kinderwerk, jeugdwerk, speeltuinen, opvangorganisaties en ruimtelijke ordening om een pedagogisch klimaat in de buurt te scheppen waardoor kinderen in hun spel vrijheid en avontuur kunnen beleven.
Onze Buren beschrijft een succesvol voorbeeld van wijkgerichte samenwerking, waarbij instellingen en bewoners samen werken aan de leefbaarheid in de wijk. Aanpak van overlastsituaties is de eerste stap. Politie, woningcorporatie, GGZ en andere partijen zien overlast als een hulpvraag en werken nauw samen in de bestrijding daarvan. Cliënten maken niet alleen ‘gebruik’ van de wijk maar worden gestimuleerd om een positieve bijdrage aan hun directe leefomgeving te leveren. Denk aan het opknappen van tuinen van buurtbewoners, het organiseren van een rommelmarkt en het opzetten van een internetcafé. Dergelijke activiteiten in de buurt zijn belangrijk om de interactie tussen de cliënten en hun buren te vergroten. GGZ-medewerkers beschouwen de wijk in toenemende mate als ‘cliënt’ en dit stelt andere eisen aan hun werkhouding. Zij moeten bereid zijn om de grenzen van hun werkveld te verleggen en de buurt gaan zien als maatschappelijk steunsysteem voor mensen met psychiatrische stoornissen en verslavingsproblemen. Dit boek is de neerslag van een bijna drie jaar durend onderzoek naar het project Onze Buren en gaat in op bovengenoemde inhoudelijke en organisatorische aspecten en op de effecten daarvan voor de wijk. Winnaar van de Douglas Bennett Award 2004
De stadsbuurt: ontwikkeling en betekenisDe stadsbuurt staat weer volop in de belagstelling van beleidsmakers en wetenschappers. Meer dan ooit worden thema’s als de buurt– en wijkeconomie, het samenleven in de buurt, buurtconflicten en buurtreputaties onderzocht en op hun beleidsrelevantie bekeken. De angst voor sociale en culturele segregatie, en het (mogelijke) verband tussen segregatie enerzijds en culturele en sociale integratie anderzijds lijken ten grondslag te liggen aan deze nieuwe belangstelling voor de stadsbuurten. Met name geldt dit voor buurten met een concentratie van – vaak verschillende – groepen kansarmen. Tegelijkertijd is er ook een positiever beeld: buurten bieden individuen de mogelijkheid om zich thuis te voelen – om er te werken, te wonen en te verblijven. De rol die de buurt in het individuen speelt, kan overigens enorm verschillen. Sommige bewoners maken er nauwelijks gebruik van; anderen begeven zich juist vrijwel nooit buiten de grenzen van de buurt.In dit boek is recente kennis over het economisch en sociaal functioneren van buurten bijeengebracht. Centraal Staan economische en sociale thema’s die te maken hebben met de reputatie van buurten. Hierbinnen komt een veelhied van aspecten aan de orde: de nieuwe wijkeconomie, locale diversiteit en innovatie, spreading en concentratie van economische activiteiten, het leven in een achterstandbuurt, sociale cohesie, sociaal kapitaal, en interne en externe reputaties. De stadsbuurt: ontwikkeling en betekenis geeft zo een overzicht van recente onderzoeksresultaten met betrekking tot de stadsbuurt en vormt een rijke informatiebron voor iedereen die betrokken is bij het stedelijk beleid.De redactieRonald van Kempen is hoogleraar stadsgeografie aan de Universiteit Utrecht Sako Musterd is hoogleraar stadsgeografie aan de Universiteit van Amsterdam.
Kennis is heilig in de 21e eeuw. Nationaal streven we naar een 'kenniseconomie' en het versterken van zogenoemde 'brainports'. Individueel laten we ons door massamedia als kranten, de tv of het internet overspoelen met alles wat we willen weten. Maar wat weten we eigenlijk van de kwaliteit van onze lokale leefomgeving?In tegenstelling tot de net genoemde over (inter)nationale ontwikkelingen is informatie over de directe leefomgeving nog slecht ontsloten. Deze ligt verspreid over vele overheidsafdelingen en organisaties en is daardoor lastig te vinden. Professionals zijn er onnodig veel tijd mee kwijt en de burgers weten amper waar ze moeten zoeken.In deze uitgave wordt een oplossing geboden: een milieuatlas voor de lokale leefomgeving. Door informatie te bundelen, te structureren en op begrijpelijke wijze te presenteren wordt de kwaliteit van onze leefomgeving tastbaar gemaakt Voor burgers is de milieuatlas een bron van kennis over hun buurt en straat.Voor professionals is hij een prima instrument om het maken en evalueren van beleid te ondersteunen. De milieuatlas wordt dan ook een belangrijke pijler voor het lokale milieubeleid.Dit boek is bedoeld om allen die zich beroepshalve of uit interesse bezighouden met de kwaliteit van onze leefomgeving te inspireren. Het geeft zowel een overzicht van ervaringen op lokaal niveau in Nederland als een reflectie op buitenlandse initiatieven, en geeft daarmee inzicht in de achtergronden en de te nemen stappen bij het ontwikkelen van een milieuatlas.Jelger Visser en Christian Zuidema zijn als onderzoekers verbonden aan de basiseenheid Planologie van de Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Zie ook www.ruimte-rijk.nl.