Ghent River Hotel is gelegen aan de oever van de Leie, die van de 11e tot de 15e eeuw de Gentse stadsgrens vormde. Door de oude aanlegsteiger is Ghent River Hotel als enige in Gent bereikbaar per boot.
Tu ne verras pas Verapaz 2002Prijs beste Belgische documentaire 2002 en 2003 van de Vlaamse en Waalse GemeenschapWie goat er mee noar Verapas?Doar moete wij niet wirkeEten en drenke op eu gemakSloape gelijk een virke. Dit oude volksliedje bezingt een Gents beluikje in de Muide uit het begin van de 20e eeuw het Verapa ondertussen getransformeerd tot een reeks garageboxen. De oorsprong van de naam verapaz verwijst naar een lang vergeten stuk vaderlandse geschiedenis de voormalige Belgische kolonie in Guatemala Santo Tomas de Castilla. Toen Leopold I in 1843 een stuk van Guatemala kocht was dat niet om met kolonialistische grondstoffen de welvaart in eigen land te bevorderen maar om de werklozen kansarmen en avonturiers af te voeren en met hen de lage zeden en de kleine criminaliteit. Propaganda was heel belangrijk er circuleerden exotische gravures die Guatemala afbeeldden als het beloofde land. Ook valse brieven deden de ronde zogezegd geschreven door Belgische migranten die Santo Tomas bezongen als land van melk en honing. An van. Dienderen en Didier Volckaert vertrokken van dit liedje en gingen op zoek naar de achterachterkleinkinderen van de Belgische emigranten in Guatemala. De documentaire vertrekt van de sporen achtergelaten door deze vergeten kolonisatie en hoe deze een verhaal van alle tijden over migratie vertellen. Regie An van. Dienderen en Didier Volckaert naar een idee van vzw de hondsjarenProductie Elektrischer Schnellseher Gesubsidieerd door KunstenFestivaldesArts Koning Boudewijnstichting Stad Gent provincie OostVlaanderen vzw de hondsjaren en het Vlaams Filmfonds. meer info? Kijk op httpwww.elektrischerschnellseher.comELEKTRISCHER
Aan de hand van 4 wandelingen worden een aantal Gentse wijken belicht : Ekkergem, de Brugepoort, het Rabot, Bloemekenswijk, de Muide en Meulestede. De behandelde periode ligt grosso modo tussen 1860 en 1960. Eerder dan het te hebben over belangrijke gebouwen of monumenten wordt vooral de kleine geschiedenis van de vermelde wijken beschreven. Dit boek gaat in hoofdzaak over mensen, over hun werk en hun ontspanning. Niet alle informatie is nieuw, het gros van het fotomateriaal is dit echter wel en
Koop nu ook het officiële uitshirt van de Belgische club KAA Gent in de online voetbalshop van Voetbalshirts.com! In dit voetbalshirt speelt de Belgische Pro Jupiler club de uitwedstrijden gedurende het seizoen 2011/2012. Het uitshirt van Gent is overwegend wit en wordt verder gekenmerkt door de dunne verticale lichtgrijze banen over de voorkant van het shirt. De rechter zijkant van het shirt bevat bovendien een zwarte boog. Het shirt is verder voorzien van een kleine witte V-hals met daaromheen zwarte accenten. Daaronder staat het logo van teamkledingsponsor JAKO. Op de rechterborst staat het logo van hoofdsponsor VDK, evenals op het midden van het shirt. Op de linkerborst is het logo van KAA Gent te vinden.
100% polyester. De KAA Gent tenues zijn voorzien van het JAKO Keep Dry Systeem®. Dit systeem zorgt ervoor dat vocht direct naar de buitenzijde van de stof getransporteerd wordt, waardoor het shirt snel droogt, het beschermt tegen afkoeling en het een aangenaam lichaamsgevoel geeft tijdens het sporten.
Aan de hand van 4 wandelingen worden een aantal Gentse wijken belicht : Ekkergem, de Brugepoort, het Rabot, Bloemekenswijk, de Muide en Meulestede. De behandelde periode ligt grosso modo tussen 1860 en 1960. Eerder dan het te hebben over belangrijke gebouwen of monumenten wordt vooral de kleine geschiedenis van de vermelde wijken beschreven. Dit boek gaat in hoofdzaak over mensen, over hun werk en hun ontspanning. Niet alle informatie is nieuw, het gros van het fotomateriaal is dit echter wel en komt integraal uit tot op vandaag gesloten gebleven privé-verzamelingen. Het boek zoekt het evenwicht tussen “kijken” en “lezen”. Elk onderschrift geeft relevante informatie en is niet zelfde afkomstig van de mondelinge overlevering. Vaak geven de teksten ook randinformatie die het de lezer toelaten de bewuste foto in een ruimere context te plaatsen.<br/><br/>
Over het boek:Deze publicatie is een werkboek voor adolescenten. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er is een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten, licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici… die jongeren (en hun ouders) willen helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleem te komen.In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.Over de auteur(s):Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentie
Sommige kleuters hebben het extra moeilijk als ze bewegen, anderen zijn bijzonder handig. Dit boek biedt een bondig theoretisch kader waarin bewegingszorg voor kleuters gerealiseerd kan worden. Daarnaast bevat het tal van praktische mogelijkheden om een kleuter optimaal te stimuleren in zijn bewegingsontwikkeling. Een zorgbrede aanpak start met een goede observatie. Aan de hand van enkele spelen uit het boek Speelkriebels voor kleuters vindt de lezer praktische voorbeelden om gericht beweging te observeren. Bij deze voorbeelden horen observatieformulieren. Ze zijn gebaseerd op heldere ontwikkelingslijnen voor verschillende facetten van motoriek. De observatieformulieren kunnen makkelijk geïntegreerd worden in het kindvolgsysteem dat in de eigen werksituatie gebruikt wordt. Aansluitend bij het observeren bieden we in dit boek verschillende ideeën om goed in te spelen op bewegingssignalen van kinderen. Het gaat over zorgbreedte-initiatieven om spelen aan te passen, kleuters gerichter te stimuleren, de organisatie bij te sturen, nieuwe activiteiten te creëren, ruimte te maken in andere activiteiten. Kortom: praktisch haalbare tips die aansluiten bij de eigenheid van kleuters en het kleuteronderwijs. De auteurs zijn licentiaat in de lichamelijke opvoeding en verbonden aan de lerarenopleiding van respectievelijk de Katholieke Hogeschool Leuven, de Arteveldehogeschool Gent en de Katholieke Hogeschool Mechelen.ELS BERTRANDS is medeauteur van Speelkriebels voor kleuters. CHRISTINE DE MEDTS is pedagogisch begeleider basisonderwijs in het bisdom Gent en werkte mee aan de Praktijkmap voor een creatieve speelplaatswerking. GISELE DESCHEPPERE is lector aan de Katholieke Hogeschool Mechelen.
Over het boek:Dit boek behandelt de grammaticale structuur van de Nederlandse zin. Dat gebeurt aan de hand van de ontleding in zinsdelen, die stuk voor stuk een bespreking krijgen. Niet alleen de onderlinge relaties tussen de zinsdelen maar ook de inwendige structuur of binnenbouw van de constituenten krijgt aandacht. De opbouw van de zin wordt zo inzichtelijk mogelijk gemaakt vanuit een valentietheoretisch uitgangspunt, met aandacht voor de rol van referentie en predicatie.Bij de behandeling van de woordvolgorde wordt de syntactische benadering aangevuld met overwegingen van semantische en pragmatische aard.Behalve van de enkelvoudige zin en van de zinsconstituenten biedt het boek ook een overzicht van de samengestelde zin, met speciale aandacht voor de types bijzinnen.Met het oog op de didactische bruikbaarheid wordt systematisch aandacht besteed aan technieken die kunnen helpen bij de analyse van concrete zinnen.Het boek is in de eerste plaats als studieboek bedoeld in de bachelorjaren van taal-en vertaalopleidingen.Over de auteur(s):De auteurWilly VANDEWEGHE is hoogleraar Nederlands aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.De medewerkersMagda DEVOS is hoofddocent Nederlandse Taalkunde aan de Universiteit GentFons DE MEERSMAN is hoogleraar Nederlands aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
"Wereldwijd verdiepen lezers en onderzoekers zich in de dagboeken en brieven die Etty Hillesum (1914-1943) ons heeft nagelaten. De manier waarop wij haar lezen, wordt sterk bepaald door onze eigen context. De grote opgave van het onderzoek naar Etty Hillesum is daarom de eigen context van de lezers en de context van Etty Hillesum zelf met elkaar in evenwicht te brengen. In deze bundel brengen zeven onderzoekers uit Nederland, Vlaanderen, Japan en Italië de context van Etty Hillesum en haar lezers in beeld. Hoe wordt zij in Japan gelezen? Wat heeft de vriendschap met Tideman voor haar betekend? Waarom wilde zij niet onderduiken? Heeft zij Edith Stein in het kamp Westerbork echt ontmoet? In welk opzicht heeft het lezen van Jung en Suarèz haar denken en leven beïnvloed? Welke nieuwe inzichten geeft de these van Eric Voegelin over de ‘Flow of Presence’ bij het lezen van Etty Hillesums werk? Al deze vragen komen in deze bundel aan de orde. Een aanrader voor iedere lezer die door de nagelaten geschriften van Etty Hillesum geboeid is geraakt en haar werk beter wil verstaan. Dit nieuwe deel in de serie Etty Hillesum Studies stond onder redactie van Ria van den Brandt, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, en Klaas A.D. Smelik, directeur van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum van de Universiteit Gent."
De mond, spiegel van gezondheid geeft een beeld van de gezonde mond en schetst de belangrijkste afwijkingen en aandoeningen. Naast het aanreiken van preventieve maatregelen en strategieÙn, komt het verband tussen voeding en mondgezondheid uitgebreid aan bod. De determinanten van mondgezondheid worden beschreven en er wordt ook stilgestaan bij risico-inschatting. In het laatste deel van het boek gaat uitgebreid aandacht naar mondzorg bij bijzondere aandachtsgroepen, zoals peuters met ernstige cariÙsproblemen, ouderen, personen met verstandelijke, motorische en sociale beperkingen, sociaal economisch zwakkeren, medisch gecompromitteerde patiÙnten, enzovoort.Het verband tussen mondgezondheid en algemene gezondheid wordt er uitgelegd. In elk hoofdstuk geven we ten slotte praktische tips voor al wie betrokken is bij hun zorg. Dit boek wil een uitnodiging zijn voor al wie een gezonde interesse heeft in mondgezondheid en mondgezondheidspromotie. Hierdoor is het boek niet alleen boeiend voor artsen en tandartsen, maar ook voorverpleegkundigen, logopedisten, opvoeders en verzorgenden.Over de auteursLuc Martens is gewoon hoogleraar bij de Vakgroep Tandheelkunde van de Universiteit Gent en is sinds 25 jaar betrokken bij de Vlaamse adviezen betreffende mondgezondheid.Dominique Declerck is hoogleraar aan het Departement Tandheelkunde, Mondziekten en Kaakchirurgie van de K.U.Leuven en was wetenschappelijk raadgever bij de ontwikkeling van verschillende adviezen met betrekking tot het behoud van mondgezondheid.Roos Leroy is wetenschappelijk co÷rdinator van het project 'Tandje de Voorste', een project ter bevordering van de mondgezondheid bij jonge kinderen en hun ouders (K.U.Leuven). Verder werkt ze aan de ontwikkeling en implementatievan de Standaard Mondgezondheid voor de Centra voor Leerlingenbegeleiding en als praktijkassistent bij het Centrum Bijzondere Tandheelkunde (Universiteit Gent).Jackie Vanobergen is docent bij de Vakgroep Tandheelkunde van de Universiteit Ge
Kenmerkend voor de wereldwijde crisis is dat ideologieën van het verleden hebben afgedaan. Die gaven immers enkel een antwoord op situaties die zich binnen de beslotenheid van een natiestaat voordeden. Men hield nauwelijks rekening met wat er daarbuiten gebeurde. Maar dat kan niet langer. Grenzen zijn zowel geestelijk als fysiek gesloopt. Of we het willen of niet, we zijn met elkaar verbonden. Crisissen in andere delen van de wereld hebben door de verstrengeling van onze economische, maatschappelijke en culturele belangen ook invloed op ons. De wereld houdt niet langer op aan de Vlaamse, Belgische of Europese grens. We staan vandaag in verbinding met iedereen en elke golfslag in een ander continent heeft sterke gevolgen in eigen land. De oude ideologieën zijn achterhaald omdat ze nog geënt zijn op de evidenties van vroeger. Daarom is er nood aan een nieuwe synthese, een nieuw uitgangspunt, een nieuw paradigma. En dat paradigma ligt paradoxaal genoeg in het liberalisme dat nu zo fel bekritiseerd wordt.Mathias De Clercq roept op tot een ideologische herbronning.Mathias De Clercq (1981) is kernlid van Liberales, schepen van de stad Gent en volksvertegenwoordiger voor Open VLD.
Het verbintenissenrecht en het zakenrecht vormen nog steeds de basis van het privaatrechtelijke bouw- en vastgoedrecht. Bouwstenen van het recht geeft een helder en vlot geschreven overzicht van de voor het bouw- en vastgoedgebeuren relevante principes van deze beide rechtstakken. Het boek biedt een theoretisch onderbouwd kader dat wordt geïllustreerd en verduidelijkt aan de hand van talrijke praktijkvoorbeelden uit de bouw- en vastgoedsector. Het boek verenigt op die manier de voordelen van een klassiek juridisch handboek en de talrijke vastgoednieuwsbrieven. Achtereenvolgens komen het gemeenrechtelijke contractenrecht, de buitencontractuele aansprakelijkheid en een bespreking van zaken en zakelijke rechten aan bod. Het geheel wordt voorafgegaan door een inleidend kader dat moet toelaten een algemeen inzicht in de bronnen van het recht te verwerven en zelf rechtsregels terug te vinden. Tot de doelgroep van dit handboek behoren niet alleen de masterstudenten architectuur en interieurarchitectuur maar iedereen die op professionele wijze met bouwen, verbouwen en vastgoed bezig is: architecten, interieurarchitecten, aannemers, bouwpromotoren, vastgoedmakelaars, bedrijfsjuristen en advocaten.Over de auteur:Kristof Uytterhoeven is hoofddocent aan Sint-Lucas, departement Architectuur van de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst in Brussel en Gent, en advocaat te Antwerpen. Hij is tevens als vrij wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Centrum voor Bouwrecht van de K.U.Leuven.
Men schat dat ongeveer 10% van alle kinderen tussen 6 en 7 jaar een articulatiestoornis vertonen en dat problemen met de spraakklankproductie zowat 75% uitmaken van alle communicatiestoornissen bij kinderen. Het is dan ook belangrijk dat een logopedist een goede basiskennis heeft van articulatiestoornissen. Dit boek geeft een overzicht van de oorzaken en types van articulatiestoornissen en van de manier waarop deze stoornissen kunnen gediagnosticeerd en behandeld worden. Het is op de eerste plaats bedoeld voor beginnende studenten in de logopedie maar zal zeker ook artsen en andere paramedici uit de revalidatiesector interesseren.De publicatie maakt deel uit van de serie Basisbegrippen logopedie. Deel 2: Communicatiestoornissen. Samen met het eerder verschenen Basisbegrippen logopedie. Deel 1: Logopedie en communicatie biedt deze serie een geïntegreerd overzicht van de logopedie als klinische wetenschap.Over de auteur:JOHN VAN BORSEL is licentiaat in de Germaanse fi lologie (K.U.Leuven) en doctor in de neurolinguïstiek (Vrije Universiteit Brussel). Hij is hoofddocent aan de opleiding logopedie en audiologie van de Universiteit Gent en wetenschappelijk medewerker op de Dienst Neus-keel-oorheelkunde van het Universitair Ziekenhuis Gent. Wetenschappelijk is hij vooral actief op het vlak van spraakstoornissen.
Onder de naam 'De protocollen van de Wijzen van Zion' waart al sinds het begin van de 20e eeuw een vervalst document door de wereld, bedoeld als bewijs dat er een Joods complot zou bestaan om de wereldheerschappij te verwerven. Hoewel het sinds lang duidelijk is dat het om een vervalsing gaat, steken de Protocollen tot in de huidige tijd de kop op, steeds weer in een andere, aangepaste vorm.In De zeven levens van de Protocollen van de Wijzen van Zion volgt Prof. Dr. Smelik het spoor terug. Over het ontstaan van de Protocollen, over de motieven van de makers en verspreiders, over de historische context en over de steeds wisselende politieke rol die de Protocollen spelen.Zijn relaas volgt de zeven levens van de Protocollen, van het Rusland v¾¾r de revolutie via het Derde Rijk en het Midden-Oosten tot in de New Age. Een verhaal dat leest als een trein op basis van gedegen onderzoek. Een overtuigend antwoord op de vraag waarom er nog steeds mensen zijn die beweren dat deze vervalste documenten echt zijn, en waarom zij worden geloofd.Over de auteurProf. Dr. Klaas A.D. Smelik (Hilversum 1950) studeerde theologie, Semitische talen, oude geschiedenis en archeologie. In 1977 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 1 oktober 2005 is hij voltijds verbonden aan de vakgroep Talen Culturen van het Nabije Oosten en Noord-Afrika van Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent voor de vakken Hebreeuws en Jodendom.
Tusssen juni en september 2006 startten 12 projecten, onder de vleugels van het Europees Sociaal Fonds, met als doel de werkbaarheid te verhogen via ingrepen in de arbeidsorganisatie. Hun verhalen zijn gebundeld in dit boek, dat zowel een inspiratie- als leerboek wil zijn. De gebundelde ervaringen van de pilootprojecten zullen ondernemers, leidinggevenden en werknemers inspireren om samen werk te maken van sociale innovatie. Aan de projectpromotoren is tevens gevraagd de hindernissen, lessen, tips & tricks, do’s en don’ts neer te schrijven.Het boek bevat de innovatieprojecten van ArcelorMittal Gent, Bosch Tienen en EADS rond competentiemanagement. Deloitte en Tandtechnisch Labo Camerlynck initieerden en Philips Turnhout evalueerde zelfsturing. Ook BnS Engineering maakte de kanteling. Binnen de sociale economie sleutelden De Oesterbank, de Kringwinkel Midden West-Vlaanderen en de Beschutte werkplaats Klein-Brabant aan hun arbeidsdeling. Deceuninck ontwikkelde een gezondheidsbeleid en Roularta integreerde verschillende deelredacties tot één integrated newsroom.Dit boek is deel 2 uit de Synergie-‘trilogie’. Het eerste boek Anders organiseren & beter werken (Van Hootegem, van Amelsvoort, Van Beek & Huys, 2008) bevat de theorie en praktijk van sociale innovatie en verandermanagement. Het derde boek In het land van Flanders synergy (Van Hootegem, Huys, Van Beek & Beens, 2008) schetst de demografische en maatschappelijke context waarin het overheidsbeleid gestalte moet krijgen.
ENGELAND WONDERLANDEngeland. Geografisch gezien zo nabij en cultureel toch zo verschillend. De pionier van onze moderne wereld, maar ook een land waar de tijd stil lijkt te staan. Van afgelegen Romeins wingewest naar dominante wereldmacht en na de Tweede Wereldoorlog weer verweesd...Redenen te over om je een weg te banen door de geschiedenis van dit wonderland. Van talentvolle en minder begenadigde machthebbers langs het merkwaardige Engelse recht tot de tragiek van Winston Churchill en het debat over de deelname van Groot-Brittanni an de Eerste Wereldoorlog. Dit boek analyseert de belangrijke feiten in het verleden en het heden van Engeland. Met een anekdotische knipoog en talrijke persoonlijke herinneringen van de auteur.RAOUL VAN CAENEGEM, hoogleraar emeritus aan de Universiteit van Gent, onderzocht jarenlang oorspronkelijke Engelse bronnen en heeft veel contacten in Engeland. Hij bekleedde o.a. leerstoelen aan de universiteiten van Cambridge en Harvard. De universiteiten van T bingen, Leuven en Parijs verleenden hem de titel van doctor honoris causa. Van Caenegems continentale blik biedt een waarde-vol tegenwicht voor de talrijke geschiedkundige geschriften van over het Kanaal zelf.
Sinds eeuwen oefent Rusland op West-Europeanen een bijzondere fascinatie uit. Het is het land van besneeuwde steppen en snelle trojka's, van kerken met gouden uien op hun torens, van wrede tsaren en verkleumde boeren, van de Russische roman en de Russische avant-garde, van Lara en haar dokter Zjivago, van wodka en kaviaar. Beroemd zijn ook de afgronden van de Russische ziel.De geschiedenis van Rusland zit vol opmerkelijke figuren en dramatische momenten, maar is gelukkig heel wat minder ondoorgrondelijk. Je hoeft de onpeilbare Russische ziel niet te kennen om te begrijpen hoe Rusland zich van een klein vorstendom in het Mongoolse Rijk heeft ontwikkeld tot een Europese grote mogendheid.De beste remedie tegen de vele mythen over Rusland is uit te gaan van zijn 'gewoonheid'. Dat maakt Rusland overigens niet minder fascinerend. De geschiedenis van Rusland is een geschiedenis die ons aangaat en waar we dus maar beter nuchter tegenaan kunnen kijken. Sinds de tijd van Peter deGrote, einde 17de - begin 18de eeuw, spreekt Rusland een woordje mee in de Europese politiek. Nu het zich weer langzaam hersteld heeft van de teloorgang van de Sovjet-Unie, eist Rusland opnieuw zijn plaats op in de wereld - naast de andere supermachten, de vs en de Europese Unie. Is dat een bedreiging of worden op die manier oude evenwichten hersteld?Raymond Detrez (1948) is hoogleraar en doceert geschiedenis van Rusland aan de Universiteit Gent. Hij publiceerde eerder onder meer De sloop van JoegoslaviÙ en De Balkan. Van burenruzie tot burgeroorlog.
Een geschiedenis van het Joodse volk is uitzonderlijk. Geen ander volk uit de Oudheid heeft nog dezelfde taal en religie als 2500 jaar geleden. Er zijn redenen genoeg om te verwachten dat het Joodse volk in de loop van de geschiedenis in andere volkeren zou zijn opgegaan, maar dat is niet gebeurd. Hoe komt dat? Waarin ligt het eigene van de Joodse geschiedenis? Waardoor is dat volk blijven voortbestaan ondanks de vaak zeer ongunstige omstandigheden?Als een geboren verteller leidt Klaas A.D. Smelik je door de Joodse geschiedenis. De grote thema’s, gaande van ballingschap tot de stichting van de staat Israël, komen één voor één aan bod. Een boeiend verhaal met vaak verrassende doorkijkjes in de geschiedenis, zowel voor lezers zonder enige voorkennis van het jodendom als voor lezers die weten waar Abraham zijn mosterd haalt.Voor deze nieuwe editie werd de tekst geheel herzien en geactualiseerd. Bovendien is een nieuw hoofdstuk toegevoegd over de Joodse emigratie naar de Verenigde Staten.KLAAS A.D. SMELIK werd in Hilversum geboren en woont nu in Gent. Naast zijn wetenschappelijk en populair-wetenschappelijk werk schreef hij drie detectiveromans en zes bewerkingen van bijbelverhalen voor de jeugd. Zijn schrijfstijl werd in de nationale en internationale pers meermaals geprezen en zorgt ervoor dat Herleefde Tijd niet alleen een historisch boek is, maar ook een boeiend en diep doorleefd verhaal.
Dit boek is een bundeling van het hedendaags gezondheidssociologisch onderzoek, hoofdzakelijk in Vlaanderen. De bonte verzameling van theoretische bijdragen - over sociale ongelijkheid en sociaal kapitaal, over medicalisatie en de verloskundige praktijk, over handicap en emancipatie - en empirische studies over, onder meer, formele en informele zorg, over jongvolwassenen met kanker, over ziekteen lijden, over handicap, over het welbevinden van senioren in rusthuizen en over de levenskwaliteit van aidspatiënten, toont de verrassend gevarieerde belangstelling van de sociologie voor de meestdiverse aspecten van gezondheid, haar maatschappelijke wortels en haar gevolgen voor individu ensamenleving.Over de auteur:Piet Bracke is als hoofddocent verbonden aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent. Hij doceert er algemene sociologische vakken, naast een gevorderd vak gezondheidssociologie. Daarnaast verricht hij, als lid vande onderzoeksgroep Hedera (Health & Demographic Research-Ghent University: www.hedera.ugent.be), onderzoekop het raakvlak van de gezondheidssociologie met de gezinssociologie. Gender of de verhoudingen tussen vrouwen en mannen zijn in zijn wetenschappelijk onderzoek nooit veraf. Mentale gezondheid en subjectief welbevinden staan doorgaans eveneens centraal. Vandaar ook zijn aandacht voor de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg en de maatschappelijke positie van personen met psychische problemen. In de nabije toekomst zal hij zich meer richten op internationaal vergelijkend onderzoek van gezondheidssociologische thema’s.
Over het boek:Methodisch werken is één van de belangrijke beroepsgerichte competenties die elke gezondheidswerker moet verwerven. Dit boek brengt in kaart wat interdisciplinair methodisch werken in de gezondheidszorg inhoudt. Vanuit diverse bronnen en inzichten wordt een gemeenschappelijke structuur aangereikt en wordt de brede waaier van gehanteerde begrippen op elkaar afgestemd.Methodisch werken is doelgericht en kenmerkt zich door een bewust gekozen systematische en procesmatige aanpak in functie van de concrete zorgsituatie.De zorgverstrekker gaat hierbij planmatig en cyclisch te werk, en doorloopt de verschillende fasen van het procesmodel. Dit dynamische model wordt uitgebreid toegelicht en geïllustreerd met talrijke casussen.De auteurs leggen de klemtoon op het klantgericht werken vanuit een holistische mensvisie, waarbij voortdurend rekening wordt gehouden met de context van de zorgvrager. De randvoorwaarden zijn eveneens belangrijk: kwaliteitszorg, evidence-based werken, professionalisering en interdisciplinair samenwerken.Dit alles kan niet zonder essentiële competenties die het methodisch werken onderbouwen, zoals observeren, rapporteren, communiceren, wetenschappelijk en klinisch redeneren.Het boek is in eerste instantie bestemd voor studenten uit alle opleidingen in de gezondheidszorg. Het is ook een interessant naslagwerk voor zorgverstrekkers die actief zijn in het werkveld. Daarnaast is het een blijvend ankerpunt in de context van interdisciplinair samenwerken.Over de auteur(s):De auteurs zijn verbonden aan diverse bacheloropleidingen van de Arteveldehogeschool in Gent. Annemie Coussens is orthopedagoog (Opleiding Logopedie en Audiologie). Sabine De Bruyne is kinesitherapeut en podoloog (Opleiding Podologie). Veerle De Frène is vroedvrouw (Opleiding Vroedkunde). Johanna Descamps is ergotherapeut (Opleiding Ergotherapie). Patrick Haegeman is verpleegkundige (Opleiding Verpleegkunde). Marleen Lauwers is arts (Opleiding Vroedkunde)
De ontwikkeling van een veilige gehechtheid staat bij personen met een verstandelijke beperking onder druk. Deze kwetsbaarheid voor een onveilige gehechtheid kan leiden tot verschillende gedrags-, emotionele en relationele problemen zoals aantrekken en afstoten, leegzuigen en tegen elkaar uitspelen van ouders en/of begeleiding, vermijden van (dieper) contact, impulsief en agressief gedrag, machtsstrijd, ... Dergelijke problemen belasten de kwaliteit van leven en maken het ouders en hulpverleners moeilijk om ondersteuning te bieden.Dit boek wil met een theoretische situering en herkenbare casussen een kader bieden om deze problemen te plaatsen en een houvast om ermee om te gaan.Het boek verschijnt naar aanleiding van de studiedagen die in 2005 en 2006 door het Steunpunt Expertisenetwerken (SEN vzw) georganiseerd warden. De eerste hoofdstukken beschrijven en illustreren het ontstaan van gehechtheidsrelaties en de gehechtheid 'onder druk'. Verder wordt 'emotionele beschikbaarheid', een belangrijke basishouding, voorgesteld. Daarna volgen vier casussen, met bijzondere aandacht voor beeldvorming en ankerpunten voor behandeling en ondersteuning. Twee bijdragen weiden uit over de invloed van een onveilige gehechtheid op hulpverleningsrelaties en op de teamsamenwerking. Het boek eindgit met de beschrijving van een onderzoek naar de organisatorische voorwaarden om duurzame zorg te realiseren.Erik De Belie, orthopedagoog, psychodynamisch kindertherapeut, is verbonden aan de Volwassenenwerking en De Hagewinde, Lokeren.Filip Morisse, ortho-agoog, is therapeutisch coördinator van De Steiger en Polikliniek, P.C. Dr. Guislain, Gent.(Met bijdragen van o.m.: Nicole Vliegen, Erik De Belie, Filip Morisse, Mia Coppens, Leen Blontrock, Marinka Coulier en Boelina Sikma, Eddy Weyts, Luk Steemans, Myriam Van Gael en Wil Buntinx.)
Bossen vervullen een belangrijke functie in het Nederlandse en Vlaamse landschap. Lag vroeger de nadruk vooral op de productie van hout als hernieuwbare grondstof, tegenwoordig is het belang van bossen voor natuurbehoud, recreatie en milieubescherming sterk toegenomen. Dit vraagt om een hoog kennisniveau van de beheerder. Bovendien vereisen veranderingen in de maatschappelijke en natuurlijke omgeving, zoals klimaatverandering, inzicht in de processen die in het bosecosysteem plaatsvinden. Deze inzichten zijn nodig om met kennis van zaken beheerstrategieën te ontwerpen die een duurzame functievervulling van het bos in de toekomst garanderen.In dit boek worden kennis en ervaringen over het beheer van bos en zijn ecologische grondslagen samengebracht. De teksten zijn geschreven door een brede groep van vakspecialisten uit Nederland en Vlaanderen met een goed inzicht in zowel de wetenschappelijke achtergronden alsook de praktische aspecten van bosbeheer. De basis van het boek wordt gevormd door inzicht in de opbouw en het functioneren van bomen en bossen. Vervolgens worden de belangrijkste beheermaatregelen besproken in het licht van brede maatschappelijke functievervulling en duurzaam gebruik van het bos op de lange termijn.Dit boek richt zich vooral op studenten in het hoger onderwijs binnen de vakgebieden bos- en natuurbeheer, biologie en ecologie. Daarnaast is het boek bedoeld voor terreinbeheerders en andere geïnteresseerden die zich willen verdiepen in de werking van het bosecosysteem en in de achtergronden en grondslagen van het beheer van bossen in Nederland en Vlaanderen.Over de auteurs:JAN DEN OUDEN is universitair docent Bosecologie en Bosbeheer aan Wageningen Universiteit.BART MUYS is hoogleraar Bosecologie en Bosbeheer aan de Katholieke Universiteit Leuven.FRITS MOHREN is hoogleraar Bosecologie en Bosbeheer aan Wageningen Universiteit.KRIS VERHEYEN is hoofddocent Bosecologie en Bosbeheer aan de Universiteit Gent
BEGRAAFPLAATSEN IN EUROPAElke mens heeft over de dood nagedacht. Elk volk en elke generatie is ge rigeerd door de eindbestemming van lichaam en geest. De dode heeft dan ook altijd een bijzondere plaats gekregen tussen de levenden.Megalieten, grafkelders, tumuli, militaire kerkhoven, graven in kathedralen... Miljoenen doden hebben evenveel prachtige begraafplaatsen nagelaten. Dit boek is een reis langs de bestemmingen van de doden in Europa. Koningen, filmsterren, wetenschappers, politici...: noem een figuur uit de Europese geschiedenis en je vindt zijn laatste rustplaats in deze begraafplaatsengids. Reizen in Europa heeft vanaf nu een dimensie meer.Lucien de Cock schreef hierbij aansluitend een boek over de markante Europese dodencultussen: Geschiedenis van de dood. Rituelen en gewoonten in Europa. Beide boeken vormen samen een allesomvattende reflectie over het lot van ‘het stoffelijk overschot’. Een fascinerende cultuurgeschiedenis van hoe in Europa met de dood werd omgegaan, van de prehistorie tot nu. Met honderden schitterende illustraties, waarvan vele in kleur.Dr. LUCIEN DE COCK is internist-geriater en docent aan de Artevelde Hogeschool Gent. Gefascineerd door de menselijke existentie, heeft hij de dood jarenlang bestudeerd. Hij heeft er talloze reizen voor ondernomen en heeft honderden boeken, artikels en andere bronnen bestudeerd.
Vergroot€ 16,95Prijs per stukAantal: BestellenAllard van Gent (Amersfoort, 1966) woont en werkt sinds april 2011 als vertaler/journalist in Berlijn. Hij groeide op in Doorn, vertrok op zijn achttiende levensjaar naar Utrecht, verbleef kort in Antwerpen en verhuisde daarna naar Deventer. Na het propedeusejaar van de studie THW (Toegepaste Huishoud-wetenschappen) verliet hij de Hanzestad en ging als supervisor stewarding (chef zalen zetten en spoelkeuken) aan de slag in Grand hotel Krasnapolsky. In 1992 volgde hij de opleiding Tekstschrijven aan de Hogeschool Holland in Diemen, die hij in 1996 met succes afrondde. Om die studie te bekostigen werkte hij drie jaar lang parttime in het personeelsrestaurant van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam.In 1997 vertrok hij naar Mallorca. Op het Spaanse eiland richtte hij in 2001 het Nederlandstalige maandblad Mallorca Vandaag op, dat hij tot september 2006 uitgaf. Enkele maanden later keerde hij terug naar Nederland, werkte korte tijd als correspondent voor De Nieuwsbode, schreef teksten voor een reisbureau en belandde als webredacteur bij een gemeente in het oosten des lands. In 2010 won hij de eerste prijs bij de columnwedstrijd van uitgeverij aquaZZ.
En dit is dan de biografie van een fabrieksdorp zoals ze er in Vlaanderen geen twee hebben. Een ruwe schets van een door het kanaal Gent-Terneuzen in tweeën gezaagd industrieel eiland. Het labyrintisch relaas van socialistische burgemeesters die van de vakbond zijn, van bezettingen en fabrieksstakingen, van gipsbergen en slibstorten, en van mémékes die weigeren gemeentetaks te betalen. Een relaas dat bijna een eeuw omspant.Centraal staat de komst van de Sidérurgie Maritime in de jaren zestig, die heel Zelzate de polonaise doet dansen. Sidmar stuwt het fabrieksdorp definitief op in de vaart der volkeren. Pistier Omer De Bruyder, die voor een bak trappist een stuur dubbel plooit; meneer Laureys van de RVA, die half Zelzate aan een job helpt bij Sidmar en actief is bij het ACW. Tina Turner die met haar Ike optreedt in zaal The Mercury; de jonge dokters Roland Van Acker en Frans Van Acoleyen die een groepspraktijk op het Groenplein openen; Rode Valk Freddy De Vilder die de coming man van de SP wordt; en een auteur die nog nooit in Zelzate geweest was en niet begrijpt hoe de Partij Van de Arbeid daar zes gemeenteraadsleden heeft: een handvol mensen, een gemeente, een kleine eeuw. "Thomas Blommaert is een nieuwe stem in de Vlaamse literaire non-fictie, bevlogen en verbolgen als Boontje, monkelend en vloekend als Walter van den Broeck, maar bovenal vurig en idealistisch als zichzelve." - David Van Reybrouck, schrijver van o.a. Congo, een geschiedenis en Pleidooi voor populisme.'Een trefzekere ontleding van de Zelzaatse microkosmos waarin ook de Grote Verhalen van deze tijd oplichten: de teloorgang van de oude sociaaldemocratie en de milieuverloedering. Gepassioneerde reportagejournalistiek.' - Pascal Verbeken, schrijver van Arm Wallonië en Humo-journalist.
Dit boek geldt al enige tijd als het basisboek voor de verloskundige praktijk. Het beschrijft hoe de normale baring en het normale kraambed begeleid kunnen worden. De klinische praktijk van de vroedvrouw staat hierbij centraal, met een overzicht van de benodigde theoretische kennis, vaardigheden en beroepsattitudes. Het boek richt zich in het bijzonder tot studenten in de opleiding bachelor vroedkunde maar ook tot alle anderen die begaan zijn met de zorg voor de barende vrouw en de kraamvrouw.In deze editie heeft Annick Bogaerts dit basiswerk aan een grondige herziening onderworpen, waarbij een aantal inzichten aangepast en bijgewerkt zijn.Ook een aantal nieuwe thema's krijgen aandacht, zoals de bekkenbodemspieren, de hormonen die van belang zijn bij (het begin van) de arbeid, het nut van een episiotomie en damsteun, houdingen van de moeder tijdens de arbeid en bevalling enz. Ook de begeleiding van de normale baring en het kraambed, inclusief het borstvoedingsbeleid, is geactualiseerd. Geheel nieuw is een inleidend hoofdstuk over zorgmodellen en gezond gedrag van de vrouw als voorbereiding op de baring en het kraambed.Deze uitgave is de door Annick Bogaerts herziene en vermeerderde druk van: F. Gooris & L. Geerdens, Normale baring en kraambed. Leerboek voor de verloskundige praktijk.Over de auteursAnnick Bogaerts, vroedvrouw en master in de medischsociale wetenschappen, is lector aan de Opleiding Vroedkunde Limburg in Hasselt.Lisette Geerdens en Francine Gooris zijn de voormalige opleidingsco÷rdinatoren van de opleidingen Vroedkunde, respectievelijk van de Provinciale Hogeschool Limburg in Hasselt en de Arteveldehogeschool in Gent.
Tests vormen een belangrijk onderdeel van het instrumentarium van een logopedist. Om uit te maken of er al dan niet een stoornis aanwezig is bij een persoon, om de aard en de ernst van een stoornis te bepalen of om na te gaan of er na een periode van therapie al vooruitgang werd geboekt, zijn tests onmisbaar. Bovendien zijn testgegevens een vereiste bij een aanvraag voor tegemoetkoming in de onkosten van een behandeling. Dit boek biedt een theoretische inleiding op tests en testgebruik en geeft een overzicht van de belangrijkste tests op vlak van communicatiestoornissen die momenteel voorhanden zijn in ons taalgebied. Het boek is op de eerste plaats bedoeld voor beginnende studenten in de logopedie maar kan wellicht ook artsen en andere paramedici uit de revalidatiesector interesseren.De publicatie maakt deel uit van de serie Basisbegrippen logopedie. Deel 2: Communicatiestoornissen. Samen met het eerder verschenen Basisbegrippen logopedie. Deel 1: Logopedie en communicatie biedt deze serie een geïntegreerd overzicht van de logopedie als klinische wetenschap.Over de auteur:JOHN VAN BORSEL is licentiaat in de Germaanse fi lologie (K.U.Leuven) en doctor in de neurolinguïstiek (Vrije Universiteit Brussel). Hij is hoofddocent aan de opleiding logopedie en audiologie van de Universiteit Gent en wetenschappelijk medewerker op de Dienst Neus-keel-oorheelkunde van het Universitair Ziekenhuis Gent. Wetenschappelijk is hij vooral actief op het vlak van spraakstoornissen.Het reeds eerder aangekondigde Boekdeel 2: Communicatiestoornissen (ISBN 978 90 334 7140 7) vervalt als apart boekdeel. Het is nu opgesplitst in 8 verschillende kleinere boekdelen. In het voorjaar 2010 verschijnen de volgende boekdelen: Taalontwikkelingsstoornissen / Dyslexie, dysorthografie, dysgrafi e en dyscalculie / Stotteren en broddelen / Afasie, dysartrie, apraxie en andere neurogene communicatiestoornissen / en, tenslotte, Niet-verbale logopedische stoornissen
De oudste ingenieursdiscipline, de bouwkunde, spreekt sterk tot de verbeelding. Torenhoge gebouwen en bruggen met recordafmetingen komen ook in de niet-gespecialiseerde media vaak aan bod. Hierbij wordt doorgaans minder aandacht besteed aan de basisdefinities en basisprincipes van de bouwkunde. Wat is het geheim van een constructie die een zeer brede kloof met schijnbaar gemak letterlijk ‘overbrugt’? Waarom vallen wolkenkrabbers in Manhattan niet om bij zware stormwind?Antwoorden op dergelijke vragen komen in essentie steeds op hetzelfde neer: “omdat de optredende krachten met elkaar in evenwicht zijn”. Het hoofdprincipe van de bouwkunde, het evenwicht, vormt een bijzonder krachtig beginsel dat de ingenieur in staat stelt ed stabiliteit van soms zeer gedurfde constructies te garanderen.Dit boek is geschreven voor al wie wil kennismaken met de basisdefinities en basisprincipes van de bouwkunde.Er wordt getracht de lezer vertrouwd te maken met de taal van de bouwkundig ingenieurs. Het boek is geïllustreerd met talrijke foto’s en figuren. Tevens worden enkele rekenvoorbeelden gegeven waardoor ook de niet-specialist zich even ingenieur kan voelen.GEERT DE SCHUTTER is burgerlijk bouwkundig ingenieur en doctor in de Ingenieurswetenschappen, bouwkunde. Als hoogleraar aan dde Universiteit Gent is hij een gerenommeerde wetenschapper op het vlak van betontechnologie. Naast zijn opdrachten in dit vakgebied doceert hij tevens een inleidende cursus Bouwkunde aan de opleiding Handelsingenieur.
Oefentherapie bij rugaandoeningen biedt de praktiserende kinesitherapeut in de eerste plaats een overzicht van de literatuur over de behandeling van rugpijn met behulp van actieve oefentherapie.In het eerste deel werken de auteurs een aantal begrippen uit met betrekking tot oefentherapie. Ze situeren het concept lumbopelvische stabiliteit en motiveren het belang van de kwaliteit ervan binnen dagelijkse houdingen en activiteiten. De verschillende componenten die bijdragen tot deze stabiliteit worden uitgewerkt.Er wordt dieper ingegaan op alle mogelijke articulaire, myogene, neurogene, psychosociale disfuncties en motorischecontorledisfuncties die zich kunnen manifesteren. Deze disfuncties worden vervat in een klinisch redeneermodel van waaruit vervolgens een ge ividualiseerd oefenprogramma opgesteld kan worden. Naast een wetenschappelijke achtergrond bij de keuze van de oefeningen vindt de lezer in dit boek een ruim aanbod van voorbeelden van oefeningen die bruikbaar zijn tijdens de revalidatie van veelvoorkomende rugaandoeningen.In het tweede deel werken de auteurs stap voor stap een algemeen revalidatieschema uit dat als leidraad kan dienen bij zowel preventieve als therapeutische interventies. Dit algemene schema is ook de basis voor meer ge ividualiseerde oefenprogramma’s. Deze specifieke toepassingen worden in het laatste deel beschreven, waarin een behandeling van een aantal casussen gedetailleerd besproken wordt. Meer dan 120 foto’s van oefeningen uit de praktijk vormen een praktische leidraad tijdens de revalidatie van pati en.De auteursLieven Danneels en Bart Vanthillo zijn kinesitherapeuten die dagelijks bezig zijn met pati en met rugaandoeningen. In Oefentherapie bij rugaandoeningen bundelen ze hun ervaring en kennis.Lieven Danneels promoveerde in 2001 tot doctor in de Motorische revalidatie en Kinesitherapie aan de Universiteit Gent met als onderwerp Evaluation and Rehabilitation of Functional Lumbopelvic Stability. Sinds 2003 is hij voltijds docent aan de UGent, vak
In de Middeleeuwen, toen boeken nog schaars en kostbaar waren, speelde het geheugen een belangrijke rol bij het opslaan en de overdracht van kennis. Er werd dan ook zorg besteed aan scholing van het geheugen en aan de selectie en het beheer van het mentale bezit. De geheugentechnieken die tot het klassieke erfgoed behoorden, bleven in aangepaste versies zowel in het Latijn als in de volkstaal in omloop. Een goed gestoffeerd geheugen werd daarbij niet alleen op zichzelf hoog gewaardeerd, het droeg bovendien bij tot wijsheid en inzicht, en daardoor uiteindelijk tot het zielenheil. Annelies van Gijsen bespreekt deze opvattingen aan de hand van uiteenlopende geschriften uit de Lage Landen. Een passage uit het Middelnederlandse commentaar op Boethius' Vertroosting van de Filosofie (Gent, 1485) krijgt daarbij een centrale plaats.
Dit addendum verschijnt samen met de derde, licht gewijzigde druk van 'Ayyuhā t-tālib...!, de succesvolle Nederlandstalige leermethode voor het Modern Standaard Arabisch die in 2002 voor het eerst gepubliceerd werd in de vorm van een boek en vijf cd's.Het addendum bevat vrijwel alle oplossingen voor de oefeningen in het boek, plus de teksten en de oplossingen van de oefeningen op cd's, en tot slot een complete lijst van alle woorden die in de methode voorkomen. Daarmee is het een betrouwbaar houvast voor alle gebruikers: docenten en studenten, en zeker voor diegenen die zich het Arabisch via zelfstudie eigen willen maken.Herman Talloen (°1950) studeerde Arabistiek aan de Universiteit Gent. Hij doceerde jarenlang Arabisch aan deze universiteit en aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken van de Hogeschool Antwerpen. Sinds 2004 is hij verbonden aan het departement Toegepaste Taalkunde van de Lessius Hogeschool te Antwerpen.Abied Alsulaiman (°1962) studeerde Klassieke Filologie in Athene en Semitische Taalkunde aan de Universiteit Gent. Hij doceert sinds 1994 Arabisch aan het departement Toegepaste Taalkunde van de Lessius Hogeschool te Antwerpen.
Over het boek:Deze publicatie is een werkboek voor kinderen. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er is een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten, licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici… die jongeren (en hun ouders) willen helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleem te komen.In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.Over de auteur(s):Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.Saskia Mels, klinisch psychologe, is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en S
Kinderen met spraakproductieproblemen hebben het soms moeilijk met de vorming van individuele klanken maar kunnen ook proble-men hebben met het contrasteren en gebruik van klanken bij de opbouw van woorden. Ze laten dan meer algemene foutenpatronen zien. Een manier om deze foutenpatronen op te sporen en te beschrijven is fonologische procesanalyse. Dit boek is bedoeld als een handleiding voor fonologische proces-analyse. Het geeft een overzicht van de belangrijkste fonologische processen die in het Nederlands van toepassing zijn en beschrijft hoe men praktisch te werk gaat bij het uitvoeren van een fonologische procesanalyse. Naast talrijke voorbeelden bevat het boek ook oefeningen op het uitvoeren van een fonologische procesanalyse. Het boek richt zich tot studenten logopedie en logopedisten die in hun klinische praktijk te maken krijgen met kinderen met spraakproductieproblemen. Het biedt een houvast om spraakproductieproblemen nauwkeurig te beschrijven met het oog op een doelgerichte behandeling.JOHN VAN BORSEL is licentiaat in de Germaanse filologie (K.U.Leuven) en doctor in de Neurolinguïstiek (V.U.Brussel). Hij is docent aan de opleiding logopedie en audiologie van de U.Gent en wetenschappelijk medewerker op de dienst Neus-keel-oorheelkunde van het Universitair Ziekenhuis Gent. Wetenschappelijk is hij vooral actief op vlak van spraakstoornissen.
Toegepaste stromingsleer behandelt de principes en toepassingen van stromingsleer.Op overzichtelijke wijze worden flu´dumeigenschappen zoals druk,dichtheid, viscositeit, stroming en statica behandeld. De theorie heeft betrekking op zowel statische als dynamische situaties en wordt gekoppeld aan systemen en toepassingen in de chemische industrie, de scheepsbouw, de offshore, de mechanische (serie-)fabricage en de milieu- en civiele sector.Ieder hoofdstuk begint met een introductie en sluit af met opgaven. De concepten zijn helder geformuleerd en verwijzen naar voorbeelden en vraagstukken die de theorie toelichten. Geprogrammeerde instructies maken de student stap voor stap bekend met de verschillende oplossingsprocedures. De uitgebreide bijlagen zijn bruikbare hulpmiddelen bij het beantwoorden van de vraagstukken.Op de bijbehorende cd-rom staan alle Excel-spreadsheets die in dit boek zijn gebruikt. Ook zijn voor de student drie softwareprogramma's beschikbaar gesteld waarmee stromingsvraagstukken kunnen worden opgelost: HYDROFLO, Pumpbase en HCALC. Via de Engelstalige website is voor docenten supplementair materiaal beschikbaar zoals powerpoints en uitwerkingen.Toegepaste stromingsleer is geschikt voor studenten in het hoger technisch onderwijs, met name bij de opleidingen Werktuig bouwkunde en Civiele Techniek, maar ook bij Bouwkunde, Luchtvaarttechnologie en Algemene Operationele Technologie.Over de auteurRobert L. Mott is verbonden aan de University of Dayton. Hij heeft Machineonderdelen, theorie en praktijk geschreven. De bewerking voor de Nederlandstalige markt is uitgevoerd door Robert Plat, hoofd offshore research bij IHC Merwede en Peter van Ransbeeck, docent stromingsdynamica en -modellering aan de Hogeschool Gent.
De meest literaire onder alle sporten blijft inspireren tot geweldige verhalen, gedichten en foto’s in hét wielertijdschrift voor Nederland en Vlaanderen, onder redactie van Peter Ouwerkerk, Mart Smeets en Bert Wagendorp.In de Muur 32 o.a.: Een prachtig verhaal (Die fucking auto rijdt gewoon door....!) van Wiep Izenga over de aanrijding van Jesper Skibby op de Koppenberg Glitter en glamour onder een Zaanse Zon over geluksvogel Niki Terpstra, door Mark Misérus Een interview met wielrenner Maarten Tjallingii Sven Spoormakers over het halfvolle bloedzakje van Riccardo kaka Benjo Maso over de Giro d'italia en de politieke lust over de grens te gaan De geruisloze opkomst van een standaardwerk over schrijver Georges Matthys en Gent-Wevelgem, door Arthur van den Boogaard
Zowel aan de universiteit als daarbuiten staat de studie van de historische letterkunde onder druk. In omringende landen heeft de marginale positie van de historische letterkunde geleid tot een vernieuwing van de traditionele methode waarmee teksten doorgaans werden gelezen. Vooral in de Angelsaksische wereld zijn schrijvers uit vervlogen tijden op grond van een New Historicism weer interessant voor jonge onderzoekers. In het eerste deel van Historische letterkunde wordt de vraag gesteld waarom zo’n aanpak in de Neerlandistiek voorlopig niet van de grond is gekomen en wat een Dutch New Historicism zou kunnen inhouden. Het tweede deel bevat drie methodologische beschouwingen over de centrale topos van het New Historicism: de gedachte dat het lezen van een tekst uit een ver verleden een gesprek inhoudt met de dode auteur van die tekst. In het derde deel, ten slotte, krijgt de lezer drie portretten van vooraanstaande vernieuwers van de historische letterkunde: Stephen Greenblatt, Catherine Belsey en Jerome McGann.Jürgen Pieters is hoogleraar algemene literatuurwetenschap aan de Universiteit Gent. Hij is de auteur van Speaking with the dead. Explorations in Literature and History (2005) en Moments of Negotiation. The New Historicism of Stephen Greenblatt (2001).‘Met Historische letterkunde raakt Pieters aan de kern en het voortbestaan van de beoefening van de Nederlandse literatuurgeschiedenis. De discussie over het boek kan een ‘cause célèbre’ worden binnen en buiten het vak. Het is geschreven met een hoge mate van opportuniteit en goed beargumenteerd in een helder en toegankelijk proza dat ook de theorie-vrezenden niet zal afschrikken.’– Em. prof. dr. Frank Ankersmit, Rijksuniversiteit Groningen
Als een beslissing van de Europese Unie in de media komt, dan begint het bericht vaak met het zinnetje ‘Europa heeft beslist dat...’ Het lijkt erop alsof de besluiten ergens boven de hoofden worden genomen en op een gegeven moment gewoon neerdalen. Dat beeld klopt niet. De Europese Unie is wel degelijk een politieke machine, met vergaderzalen en wandelgangen, lobbyisten en parlementsleden, adviesorganen en administraties. Er komt veel diplomatie aan te pas en er zijn permanent conflicten, links tegen rechts, klein tegen groot, hard tegen onzacht. Kortom, er wordt politiek bedreven. Dit boek probeert de dynamiek bloot te leggen die speelt bij de Europese besluitvorming. Wie is erbij betrokken en hoe verhouden de spelers zich tegenover elkaar? Hoe worden conflicten beslecht? Wie heeft er macht? Welke rol spelen de instellingen en hoe werken ze? Er gaat uiteraard aandacht naar de formele procedures, maar vooral naar de manier waarop die in de praktijk worden toegepast. Op zoek naar trends en machtsverhoudingen in dit politieke proces, wordt er een onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten Europese beslissingen: de grote, historische afspraken komen immers op een andere manier tot stand dan ‘gewone’ wetgeving of uitvoeringsbesluiten. Talrijke voorbeelden lichten de realiteit van de besluitvorming toe. Met deze survival kit is de lezer alvast gewapend om zijn weg te vinden in de Europese doolhof.Over de auteur:HENDRIK VOS is professor in de Europese politiek en is directeur van hetCentrum voor EU-Studies van de U.Gent.
Deze tweetalige bundel Over grenzen/Oor grense is het eerste resultaat van een jarenlange samenwerking tussen letterkundige onderzoekers van de Afrikaanse en de Nederlandstalige poëzie na 1945. Het boek biedt niet alleen een staalkaart van lopend onderzoek, maar wil ook een aanzet zijn voor nieuw onderzoek dat het vakgebied bredere perspectieven aanreikt. Het boek presenteert zestien gevallenstudies waarin ontwikkelingen, auteurs en publicaties in de naoorlogse literatuur van Zuid-Afrika (Afrikaans), Nederland en Vlaanderen centraal staan. Academici verbonden aan universiteiten in Zuid-Afrika en in het Nederlandse taalgebied hebben met het oog op deze vergelijkende studies van moderne poëzie bijdragen geleverd die speuren naar raakvlakken en verschillen tussen literaire velden. De interactie tussen literaire actoren is nog maar zelden supranationaal, grens- en taaloverschrijdend onderzocht. In comparatistische deelstudies wordt ingegaan op de wijze waarop teksten interageren, hoe schrijvers elkaar inspireerden en konden beïnvloeden, en in welke mate vormen van samenwerking en uitwisseling van ideeën heeft plaatsgevonden in de respectieve literairesystemen. Zestien verhalen. Verhalen over Anna Enquist en Antjie Krog, Karel Jonckheere en N.P. van Wyk Louw, M. Vasalis en Elisabeth Eybers, Annie M.G. Schmidt en Philip de Vos, J. Slauerhoff en C. Louis Leipoldt,Mustafa Stitou en Sydda Essop, performances en smartlappoëzie. De auteurs kijken ook hoe poëzie in de Afrikaanse kritiek en de Nederlandse/Vlaamse kritiek toen en nu wordt gelezen, hoe literaire thema’s andere invullingen krijgen en schrijvers toch verwant maken. Bij deze wetenschappelijke uitgave hoort de poëzieanthologie Grenzeloos/Grensloos (Acco 2009) met teksten van Afrikaanstalige en Nederlandstalige dichters.Over de auteur:Ronel Foster (Universiteit van Stellenbosch), Yves T’Sjoen (Universiteit Gent) en Thomas Vaesens (Universiteit van Amsterdam) zijn de samenstellers van de bundel.
Dit boek is een inleiding tot het recht voor niet-juristen. Naast een overzicht van de nationale, Europese en internationale politieke en gerechtelijke structuren en instellingen, biedt het boek hoofdzakelijk een inleiding tot het burgerlijk recht en tot het privaatrechtelijk procesrecht.Alle voor niet-juristen relevante informatie is hier samengebracht: van de theoretische, historische en ideologische achtergronden van het recht tot de zeer praktische informatie over rechtsregels en rechtspraktijk. Om het praktisch nut nog te verhogen werd een methodologisch hoofdstuk toegevoegd dat de niet-jurist met een zekere basiskennis van het recht, in staat moet stellen om zelfstandig opzoekingen in wetgeving, rechtspraak en rechtsleer uit te voeren.Over de auteurs:BOUDEWIJN BOUCKAERT (Gent, 1947) is gewoon hoogleraar aan de Universiteit van Gent waar hij onder meer de cursus ‘Algemene Beginselen van het Recht’ doceert aan de studenten economie en staats- en sociale wetenschappen, en de cursussen ‘Algemene Rechtsleer’ en ‘Rechtseconomie’ aan de rechtsstudenten. Hij was van 2000 tot 2008 lid van de Hoge raad voor de Justitie. Sinds 7 juni 2009 is hij lid van het Vlaams parlement.MARK VAN HOECKE (Gent, 1949) is onderzoekshoogleraar Rechtstheorie en Rechtsvergelijking aan de Universiteit van Gent en deeltijds onderzoekshoogleraar Methodologie van de Rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg. Voorheen was hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen (1972-1984) en aan de K.U.Brussel (1979-2008), waar hij opeenvolgend, tot 2001, ‘Inleiding tot het Recht’ doceerde aan diverse faculteiten. Van 2002 tot 2007 was hij rector van de K.U.Brussel.
Eeuwenlang stelden pedagogische theorievormers de persoonlijke relatie tussen opvoeder en opvoedeling centraal. De laatste decennia werd het gewicht van de ‘persoonlijke factor’ in het educatief gebeuren echter in twijfel getrokken. Contextvariabelen op verschillende niveaus bleken hier immers meer invloed op uit te oefenen dan vroeger werd gedacht.Desondanks wordt in maatschappelijke discussies steeds opnieuw gewezen op het belang van de ‘persoonlijke factor’: ouders behoren hun verantwoordelijkheid te nemen, leerkrachten dienen een actieve rol te spelen in hun klas en bij het verhelpen van probleemsituaties geeft persoonlijke betrokkenheid de doorslag.Op de 11de Pedagogendag, die plaats vond op 10 mei 2003 aan de Universiteit Gent, bogen Nederlandse en Vlaamse historische en wijsgerige pedagogen zich over de betekenis van de ‘persoonlijke factor’ in de opvoeding. Op welke manier werd dit concept in het verleden ingevuld, en hoe kunnen we het op de dag van vandaag verwoorden? Hoe verhoudt de persoonlijke relatie tussen opvoeder en opvoedeling zich tot andere, ‘onpersoonlijke’ factoren in het opvoedingsgebeuren? Op welke wijze kunnen we de huidige tendens van ‘functionele differentiatie’ van de opvoeder duiden? Het zijn slechts enkele van de vele vragen die in dit boek aan bod komen.
Vers les sources des langues romanes brengt in vier hoofdstukken het verhaal van het ontstaan en de geschiedenis van de Romaanse talen, vanaf het prille begin, wanneer de Latijnen in Italië verschijnenen Rome stichten. Het boek richt zich tot de niet-geïnitieerde lezer die de paradox van het Latijn en de Romaanse talen beter wil begrijpen. De paradox van een dode taal die nooit verdwenen is, maar meer dan ooit voortleeft in het Frans, het Spaans, het Italiaans, het Portugees, het Catalaans, het Roemeens,...De paradox van een wereldtaal die samen met het wereldrijk dat ze vertegenwoordigt uit elkaar valt in een reeks nationale talen waarvan de Romaanse eenheid nochtans duidelijk herkenbaar blijft. Het verhaal toont hoe het historische toeval een plaatselijk dialect kan verheffen tot de taal van een natie of een volk, hoe door de werking van een ingewikkeld kluwen van factoren uit één homogene taal, het Latijn,een veelvoud van nieuwe talen ontstaat, met een eigen fysionomie en identiteit.Over de auteur:Eugen Roegiest is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent waar hij zich toelegt op het onderzoek en onderwijs van de Spaanse taalkunde en vergelijkende Romaanse taalkunde.
Culturen bedienen zich vaak van meer dan één taal. Tegenwoordig worden Nederlands en Engels door elkaar heen gebruikt, in de Middeleeuwen was dat het geval met Nederlands en Latijn. In maart 2007 werd door onderzoekers van de Universiteit Gent en de Universiteit Utrecht in Gent een colloquium georganiseerd over de wisselwerking tussen die twee 'spraken' en de wijze waarop die het culturele leven in de laatmiddeleeuwse Nederlanden bepaalde. De voortdurende en evoluerende 'dialoog' tussen de Middelnederlandse literatuur en de Latinitas kreeg gestalte in uitwisseling van teksten, maar ook van ideeën en vormen. Dit themanummer bevat een eerste reeks bijdragen over het thema Tweespraak. Een volgend nummer van Queeste zal de afsluitende artikelen over deze problematiek bevatten.
Hoe ga je goed om met leerlingen in de klas? Een vraag die voor leerkrachten, van het primair of kleuteronderwijs tot het hoger onderwijs, een hele loopbaan lang relevant blijft. Opvoeden in de klas wil iedere lesgever helpen bij zijn of haar dagelijkse job.Het boek beschrijft principes en technieken waarmee leerkrachten kunnen werken om hun eigen aanpak verder uit te bouwen, en besteedt ook de nodige aandacht aan een geode samenwerking met collega's binnen de typische schoolomgeving.Herman Van den Broeck is doctor in de pedagogiek en professor aan de Vlerick Leuven Gent Management School. Hij schreef succesvolle boeken zoals Lerend management en Organisaties op scherp en maakte eveneens naam met veelgelezen boeken als Lessen uit emotionele intelligentie en Stapstenen naar het geluk.Opvoeden in de klas heeft de afgelopen jaren op het nachtkastje gele gen van vele duizenden leerkrachten. In deze derde herwerkte editie vindt de lezer een vernieuwd inleidend hoofdstuk over de actuele tendensen in het onderwijs, een apart hoofdstuk over pesten en plagen, meer aandacht voor positief omgaan met emoties en flow als kernbegrip in elk pedagogisch proces. Aan deze editie zijn de recentste inzichten uit wetenschappelijk onderzoek rond klasmanagement toegevoegd en een reeks denkoefeningen die de lezer meteen aan de slag zetten.
Hoevelen koesteren niet de wens Arabisch te leren om meer te kunnen genieten van wat de Arabische landen en hun cultuur te bieden hebben? En hoevelen kijken hier ten onrechte tegenop?Voor wie het Arabisch beheerst, gaat een wereld open. Een springlevende, uiterst gevarieerde wereld, die steeds meer 'bij ons om de hoek' te vinden is, en een eerbiedwaardige oude wereld waaraan de moderne westerse wetenschap en cultuur zeer schatplichtig zijn.Dit studieboek maakt duidelijk dat het Arabisch een leerbare taal is. Zoals bij elke taal zal enig doorzettingsvermogen nodig zijn. Maar de didactiek zit in het studieboek ingebakken. Twee enthousiaste docenten hebben er een jarenlange leservaring en een buitengewone expertise als native speaker in gebundeld. Het studieboek besteedt bijzondere aandacht aan de moeilijkheden die juist Nederlandstaligen met het Arabisch hebben en legt de grote systematiek van deze wereldtaal bloot.De audio-cd's met de ingesproken basisteksten en oefeningen maken de gebruiker vertrouwd met het Arabisch als spreektaal. Samen met het afzonderlijk gepubliceerde addendum dat de cd-teksten, de oplossingen bij de oefeningen en de geïntegreerde woordenlijst bevat, zullen ze zeker ook bij zelfstudie hun nut bewijzen.Herman Talloen (°1950) studeerde Arabistiek aan de Universiteit Gent. Hij doceerde jarenlang Arabisch aan de Universiteit Gent, de universiteit Antwerpen en het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken van de Hogeschool Antwerpen. Sinds 2004 is hij verbonden aan het departement Toegepaste Taalkunde van de Lessius Hogeschool te Antwerpen.Abied Alsulaiman (°1962) studeerde Klassieke Filologie in Athene en Semitische Taalkunde aan de Universiteit Gent. Hij doceert sinds 1994 Arabisch aan het departement Toegepaste Taalkunde van de Lessius Hogeschool te Antwerpen.
In de nieuwe methodologische reeks Methoden en technieken voor het pedagogisch onderzoek, van het Centrum voor Methodologie van het Pedagogisch Onderzoek K.U.Leuven willen wij studies publiceren die gewijd zijn aan onderzoeksmethoden en analysetechnieken. Wij hebben hierbij vooral de bruikbaarheid van nieuwe bevindingen op het gebied van de pedagogische wetenschappen in het bijzonder en de sociale wetenschappen in het algemeen, op het oog. De redactie van de reeks bestaat uit Chris Masui, Limburgs Universitair Centrum, Patrick Onghena, K.U.Leuven, Gilberte Schuyten, U.Gent en Agnes De Munter, K.U.Leuven (hoofdredactie). In het eerste boek uit deze nieuwe reeks, Probleemstelling bij praktijkonderzoek, reikt de auteur aan vorsers en praktijkwerkers een verantwoorde leidraad aan voor bruikbare probleemstellingen bij praktijkonderzoek. De theoretische inzichten worden er toegelicht aan de hand van de probleemanalyse bij het onderzoek naar het verschil in schools presteren tussen jongens en meisjes. Binnen het raam van het ‘natuur-cultuur debat’ en de ‘ontwerpkunde’ (van T. de Jong) worden voor eenzelfde problematiek twee verschillende probleemstellingen gepresenteerd. Tevens wordt verduidelijkt dat de visualisering en de methodische beheersing van de gerezen problemen niet alleen op objectieve gronden ontstaan, maar ook beïnvloed worden door de theoretische inzichten en de normen en waarden van de vorsers.
In dit overzichtelijke en rijk geïllustreerde naslagwerk zijn alle belangrijkste personen, zaken en gebeurtenissen uit de geschiedenis van Vlaanderen samengebracht. Deze vijftig onderwerpen, waarmee iedere Vlaming bekend zou moeten zijn, vormen tezamen de ‘canon’ van ons Vlaams verleden: de Vlaamse culturele identiteit zoals wij die van generatie op generatie doorgeven. Vlaanderen kende woelige tijden, zowel toen het nog een (min of meer) zelfstandig graafschap was, als meer recentelijk, als gewest van het koninkrijk België. Hoogtepunten en dieptepunten wisselden elkaar af, net als zij die er de macht uitoefenden: Franse koningen, Bourgondische hertogen, Spaanse en Oostenrijkse vorsten, Napoleon Bonaparte, Koning Willem I van Nederland en Adolf Hitler deelden hier de lakens uit. Sinds België een zelfstandige monarchie werd hebben koningen, regeringen en niet in het minst de diverse bevolkingsgroepen het zichzelf en elkaar niet gemakkelijk gemaakt. De beschrijving van de Vlaamse geschiedenis begint bij de eerste graven in Noordwest Frankrijk en de ontwikkeling van hun kleine leengoed tot het meest welvarende deel van het Bourgondische Rijk. Aan bod komen onder meer de Stroppendragers van Gent, de Hervorming, de Gulden Sporenslag en de boekdrukkers. Vanzelfsprekend komt ook de Antwerpse schilderschool langs, de Kongo, de schoolstrijd en natuurlijk de taalstrijd. Het boek besluit met de huidige tijd, waarin eeuwenoude delicate vraagstukken nog altijd actueel zijn.
‘Ik kende die madam niet die me na de Burgeroorlog vanuit Spanje was komen opzoeken. Mijn moeder. Ik wilde naar mijn mama, zoals ik mijn pleegmoeder altijd ben blijven noemen.’ Dat zegt Carlos Pascual Madorran. Hij was vier toen hij naar België kwam en is hier gebleven.Tijdens de Spaanse Burgeroorlog warden 32.000 kinderen naar het buitenland geëvacueerd. Daarvan kwamen er vijfduizend in België terecht. Kleuters en lagereschoolkinderen. Ze woonden bij pleeggezinnen in Gent, Mechelen, Brussel en Luik. Nu zijn het zeventigers en tachtigers. Hoe is het hen later vergaan? Welke impact had de oorlog? De oorlogskinderen, niños de la guerra, vertellen.Interviews:Stefaan Anrys, Karin Eeckhout Hilde Pauwels André Rubbens Karel Van Keymeulen en Jan Verstraete Historische duiding: Frank Caestecker en Sarah Eloy Beeld: Lieven Van Assche Coördinatie: Hilde Pauwels
De Martini-atlas van de anatomie geeft in fullcolour een overzicht van de menselijke anatomie. Aan de hand van 194 foto’s en 53 radiologische scans wordt de bouw van het menselijk lichaam op heldere en aantrekkelijke wijze weergegeven. Daarnaast maakt het boek de menselijke embryologie inzichtelijk met illustraties en beschrijvingen van de verschillende stadia van de ontwikkeling van het embryo. Deze uitgave is uitermate geschikt voor gebruik naast Anatomie en fysiologie van Frederic Martini en Edwin Bartholomew, maar kan naast ieder willekeurig anatomie en fysiologieboek worden gebruikt. Het is met name bedoeld voor studenten aan paramedische opleidingen, de faculteit geneeskunde en de opleiding verpleegkunde. Docenten die het boek voorschrijven kunnen gebruikmaken van een digitale beeldbank in powerpoint. Over de auteurFrederic Martini werkt aan de universiteit van Hawaï (Hilo en Manoa) en het Shoals Marine Laboratory. Dit boek is bewerkt voor de Nederlandstalige markt door Ingrid Kerckaert van de Universiteit Gent.
Mindfulness is het moderne codewoord om de stress de baas te blijven. Maar hoe pas je het in hemelsnaam toe? Veel boeken blijven steken in een beschouwing van wat mindfulness is. Dit inspirerende basisboekje toont aan de hand van korte oefeningen hoe je mindfulness dagelijks in de praktijk kunt brengen: bij het opstaan, tijdens het ontbijt, in de file, tijdens een moeilijke vergadering...De kern van mindfulness, en van de Wijsheid van de ezel, valt volgens de auteur samen te vatten met de IA-klank: de I staat voor inzicht, de A voor aandacht. Door meer aandacht te geven, krijgen we meer inzicht in ons leven, onze emoties, ons denken en ons gedrag.Het is een ideaal geschenkboekje voor iedereen die de stress van elke dag beter wil leren hanteren, maar geen tijd heeft om dikke boeken te lezen.Over de auteurErik Van Vooren noemt zichzelf een enterTrainer. Met zijn voordrachten en workshops inspireert hij zijn toehoorders om het beste uit zichzelf en uit hun team te halen. Door zijn enthousiaste, speelse stijl - en zijn vlotte talenkennis - slaagt hij erin om zijn publiek te boeien. In 1988 startte hij zijn eigen DM Institute dat aanvankelijk vooral gespecialiseerd was in direct marketing opleidingen.De afgelopen tien jaar heeft hij zijn actiedomein verruimd tot alles wat te maken heeft met persoonlijk leiderschap, teamwerk en stressmanagement. Hij is ook gastprofessor aan de Vlerick Leuven Gent Management School.