Best Western Hotel Docklands is een modern 3-sterren hotel met een rustige ligging tussen de internationale haven en het historische stadscentrum van Antwerpen.
Ingrid Hutter vertelt in dit boek over haar belevenissen als volontaire van de internationale beweging ATD Vierde Wereld in de Irish Channelwijk in New Orleans. Ze woonde acht jaar lang in New Orleans, waarvan bijna vier jaar in de Irish Channelwijk. Samen met andere vrijwilligers probeerde ze de mensen te helpen, door samen met hen aan hun problemen te werken en van elkaar te leren. Ze beschrijft de uitzichtloze situaties waar veel mensen in verkeren, maar ook de onverwoestbare levenskracht, die zich altijd weer naar het licht weet te worstelen. In persoonlijke brieven aan haar vriendin Karin schrijft ze over haar dagelijkse belevenissen, maar ook over haar geloofsontwikkeling, haar zorgen en haar twijfels. Ingrids verhaal is heel persoonlijk en zeer aansprekend. Zij is duidelijk “besmet door het virus van de verontwaardiging", zoals Karel Staes werkzaam in het Vierde Wereld centrum Kauwenberg te Antwerpen zo mooi in zijn voorwoord schrijft. “De warme wervelstorm van verontwaardiging, angst, woede en ontreddering, brengt ons uit het evenwicht, maar de onvoorstelbare solidariteit en het vanzelfsprekende medeleven onderling nodigt altijd opnieuw uit tot delen. Verhalen als die van Ingrid hebben de prikkelende functie van een bel, mogelijk zelfs hier en daar van een alarmbel.”
Dos Winkel, fysiotherapeut. Eigen praktijk te Schoten, België. Direkteur van de Nederlandse Akademie voor Orthopedische Geneeskunde (NAOG) te Delft en de Duitse Akademie für Orthopädische Medizin (AOM) te Stuttgart. Doceert Orthopedische Geneeskunde aan de huisartsenkursus van de Wetenschappelijke Vereniging voor Vlaamse Huisartsen (WVVH). Doceert verder in de Verenigde Staten van Amerika aan de Academy of Orthopaedic Medicine (AAOM). Auteur van talrijke boeken en videofilms.Prof.dr. Marc Martens, orthopedisch chirurg, verbonden aan het Universitair Ziekenhuis te Antwerpen, het O.L. Vrouw Ziekenhuis Middelares te Deurne/ Antwerpen en de APRA-kliniek te Antwerpen. Professor Martens is een autoriteit op het gebied van sportletsels en geniet wereldbekendheid met name bij (top) voetballers.Dr. Pat Wyffels, huisarts en sportarts te Halle-Zoersel. Als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het huisartseninstituut van de Universitaire Instelling Antwerpen (UIA) en docent aan de kursus 'Orthopedische Geneeskunde' van de Wetenschappelijke Vereniging voor Vlaamse Huisartsen (WWH).
Desserten? ze zijn de kers op de taart van een maaltijd. Maar bestonden ze ook in de achttiende en negentiende eeuw? Hoe zag een dessert van 1865 of 1905 eruit en hoe werd het bereid? Besteedden koks aandacht aan het nagerecht? Verorberden alleen adel en burgerij zoet en snoep?Zeven auteurs uit de wetenschappelijke en culturele wereld zochten het uit en stellen de resultaten van hun verkenning voor in dit boek. Ze kijken naar de alledaagse rijke tafels van Vlaamse adellijke families in de achttiende eeuw, waar Engelse pudding en chocoladetaart in trek waren. Ze behandelen de achttiende-eeuwse Brusselse mondaine tafels, die volgens een tijdgenoot niet veel te bieden hadden, maar waar niettemin copieus werd gegeten en gedronken. Ze onderzoeken de piÞces montÚes van kok-architect Antonin CarÛme uit de eerste helft van de negentiende eeuw, kleurrijke composities van fruit, gebak en suiker, waarbij de vorm even belangrijk was als de smaak. Ze hebben het over de status van suiker aan het hof van Leopold II en het feit dat het serveren van frambozensorbets belangrijke gasten doet vermoeden. Daarnaast bestuderen ze ook de mate waarin al dat zoets door gewone mensen werd gegeten.Lees meer over het prijskaartje van adellijke diners, oude rekeningen of handgeschreven receptenboekjes. Bijbehorende illustraties doen u watertanden: menukaarten, gravures van patisserie uit kookboeken van weleer of een kiekje van een gegoede familie aan zee, trots poserend met een ijsje. Heerlijk!Over de auteursDaniÙlle De Vooght studeerde geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel, waar ze sinds 2002 werkt bij de VUBOnderzoeksgroep FOST. Ze bereidt een doctoraat voor over de relatie tussen voeding en macht aan het Belgische hof in de negentiende eeuw. Ze publiceerde hierover in Food & History, Nutrinews en Volkskunde en schreef een hoofdstuk voor The Dining Nobility (VUBPRESS, 2008).Sofie Onghena studeerde geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen en de K.U.Leuven. Ze was projectmedewerker
Hoeveel inkomen heeft een Vlaams gezin nodig om op een minimaal aanvaardbare manier te kunnen participeren aan onze samenleving? In dit boek wordt een antwoord gegeven op deze vraag. Vertrekkende vanuit de universele behoeften aan gezondheid en autonomie, beschrijven de auteurs zeer gedetailleerd welke producten en diensten, tegen welke kwaliteit en in welke hoeveelheid thuishoren in een Vlaams minimumbudget. Het prijskaartje dat hieraan vast hangt, geeft aan over welk inkomen Vlaamse gezinnen moeten beschikken om mee te kunnen in de hedendaagse samenleving. Dit boek richt zich dan ook in de eerste plaats op alle organisaties die regelmatig inkomensbehoeften van gezinnen moeten beoordelen in functie van de menselijke waardigheid zoals OCMW’s, CAW’s, advocaten, schuldhulpverleningsorganisaties, vrederechters, mutualiteiten,... Maar ook wetenschappers en politici die op zoek zijn naar geschikte richtlijnen om de doeltreffendheid van de minimuminkomensbescherming in ons land te beoordelen, kunnen deze budgetstandaard wellicht goed gebruiken.Over de auteurs:BERENICE STORMS werkt aan de KHKempen. Ze coördineert er de onderzoeksactiviteiten aan het Studiecentrum voor Lokaal Sociaal en Lokaal Economisch Beleid en doceert het vak sociaal beleid aan het Departement Sociaal Werk.KAREL VAN DEN BOSCH werkt voor het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck van de Universiteit Antwerpen. Hij is verantwoordelijk voor een aantal onderzoeksprojecten inzake armoede, inkomensverdeling en ouderen. Daarnaast doceert hij het vak statistiek 2.
InhoudsopgaveVerdragen Unesco Convention 1954 for the Protection of Cultural Property in the Event of Armed Conflict First Protocol to Unesco Convention 1954 Second Protocol to Unesco Convention 1954 Unesco Convention 1970 on the Means of Prohibiting and Preventing the Illicit Import, Export and Transfer of Ownership of Cultural Property Unesco Convention 1972 Concerning the Protection of the World Cultural and Natural Heritage Verdrag van Malta (1992) Verdrag van Antwerpen Unidroit-verdrag inzake gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen Verordeningen en Richtlijnen EEG-Verordening nr. 3911/92 Voorstel nieuwe Verordening betreffende de uitvoer van cultuurgoederen (2006) EEG-Richtlijn nr. 93/7 Wetten en besluiten Wet tot behoud van cultuurbezit Monumentenwet Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 1997 Wet op het specifiek cultuurbeleid Bekostigingsbesluit cultuuruitingen Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten Wet werk en inkomen kunstenaars Wet overige OCenW-subsidies Wet tot teruggave cultuurgoederen afkomstig uit bezet gebied Besluit adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog (2002) Burgerlijk Wetboek, Boek 3, titel 4 (art. 80 - 124), titel 11 (art. 296 - 326) Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering, Boek 3, titel 13 (art. 1008 - 1012) Statuten en reglementen Statuten Mondriaan Stichting Statuten Stichting Fonds voor de Letteren Algemeen Reglement van de Stichting Fonds voor de letteren Statuten Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst Huishoudelijk Reglement Stichting Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst Statuten Stichting Fonds voor de Scheppende Toonkunst Huishoudelijk Reglement Stichting Fonds voor de Scheppende Toonkunst Nieuwe Regeling Basissubsidies voor beeldende kunstenaars en vrije vormgevers (2005) Overige Regelingen ICOM Code of Ethics for Museums (20
Een goede taalvaardigheid is een essentiële competentie van een jurist. Het recht is immers bij uitstek een talig beroep: de taal is het belangrijkste werkinstrument waarvan de jurist zich bedient. Dat de aandacht voor juridische taalvaardigheid nodig blijft, blijkt uit de aanhoudende klachten van rechtzoekenden over het te moeilijke taalgebruik van juristen. Dat een toegankelijke en correcte rechtstaal wel mogelijk is, bewijzen rechters en advocaten die aandacht hebben voor hun taalgebruik. Het is daarbij even veel een kwestie van willen als van kunnen. Aan dat kunnen hopen de auteurs alvast met dit boek bij te dragen. Het bevat de belangrijkste struikelblokken voor juristen op taalkundig en communicatief vlak en tips om tot een effi ciëntere en toegankelijkere communicatie te komen, zowel tussen juristen onderling als tussen juristen en rechtzoekenden. Dit boek vormt het eerste deel van een reeks van drie, waarvan de volgende delen zullen handelen over schrijven in de juridische praktijk en rechtswetenschappelijk schrijven.Over de auteurs:Paul Schoukens is hoogleraar aan de K.U.Leuven en is er verbonden aan de Faculteiten Rechtsgeleerdheid en Geneeskunde. Naast sociaal recht, Europees en internationaal socialezekerheidsrecht, medisch-sociaal recht en vergelijkende gezondheidszorgsystemen, doceert hij er ook het werkcollege juridisch schrijven.Evelyne Terryn is hoofddocent handels- en economisch recht aan de K.U.Leuven en titularis van het vak juridisch schrijven aan de campus Kortrijk.Karl Hendrickx is taaladviseur bij het Rekenhof, docent Rechtstaalbeheersing aan de Universiteit Antwerpen en buitengewoon gastdocent aan de K.U.Leuven. Hij is vast medewerker van de Juristenkrant en Over Taal en publiceerde eerder een boekje met juridische taaltips.Karen Deschamps is doctor in de Taal- en Letterkunde: Germaanse talen. Sinds 2003 is ze als assistente verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de K.U.Leuven. Tot 2009 was ze medewerker bij het vak Ned
Ze zijn inmiddels allemaal volwassen, maar de kinderen van het gezin K. hebben geen goede jeugd gehad. Zij maakten deel uit van een in menig opzicht disfunctionerend gezin en er zijn aanwijzingen dat zij op prille leeftijd door hun ouders en wellicht ook anderen seksueel misbruikt zijn. De aanwijzingen voor het misbruik kwamen pas aan het licht enkele jaren nadat de kinderen om andere redenen uit huis waren geplaatst bij twee pleeggezinnen.Complicaties tijdens het opsporingsonderzoek ontstonden toen de beschuldigingen van de kinderen aan het adres van hun ouders steeds verder escaleerden, tot zij een niveau bereikten wßarop zij niet langer geloofd konden worden. De vraag werd toen wanneer men mocht ophouden de kinderen te geloven. Die vraag is in het bijzonder van belang voor Kees van den B., die slechts enkele maanden de vaderrol in het gezin vervulde en aan wiens adres de meest ongeloofwaardige beschuldigingen waren gericht. Het was deze Kees van den B. die deze zaak aan het Project Gerede Twijfel voorlegde.Over de auteurHans Crombag is emeritus hoogleraar rechtspsychologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Van 1975 tot 1998 doceerde hij hetzelfde vak (in deeltijd) aan de Universiteit Antwerpen, en van 1980 tot 1987 (als bijzonder hoogleraar) aan de Universiteit Leiden.Mirthe den Hartog studeerde psychologie aan de Universiteit Maastricht en criminologie aan de Vrije Universiteit. In 2005-2006 was zij aangesteld bij de juridische faculteit van de Universiteit Maastricht. Momenteel werkt zij als gedragsdeskundige bij de politie Gelderlandmidden.
Het verbintenissenrecht en het zakenrecht vormen nog steeds de basis van het privaatrechtelijke bouw- en vastgoedrecht. Bouwstenen van het recht geeft een helder en vlot geschreven overzicht van de voor het bouw- en vastgoedgebeuren relevante principes van deze beide rechtstakken. Het boek biedt een theoretisch onderbouwd kader dat wordt geïllustreerd en verduidelijkt aan de hand van talrijke praktijkvoorbeelden uit de bouw- en vastgoedsector. Het boek verenigt op die manier de voordelen van een klassiek juridisch handboek en de talrijke vastgoednieuwsbrieven. Achtereenvolgens komen het gemeenrechtelijke contractenrecht, de buitencontractuele aansprakelijkheid en een bespreking van zaken en zakelijke rechten aan bod. Het geheel wordt voorafgegaan door een inleidend kader dat moet toelaten een algemeen inzicht in de bronnen van het recht te verwerven en zelf rechtsregels terug te vinden. Tot de doelgroep van dit handboek behoren niet alleen de masterstudenten architectuur en interieurarchitectuur maar iedereen die op professionele wijze met bouwen, verbouwen en vastgoed bezig is: architecten, interieurarchitecten, aannemers, bouwpromotoren, vastgoedmakelaars, bedrijfsjuristen en advocaten.Over de auteur:Kristof Uytterhoeven is hoofddocent aan Sint-Lucas, departement Architectuur van de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst in Brussel en Gent, en advocaat te Antwerpen. Hij is tevens als vrij wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Centrum voor Bouwrecht van de K.U.Leuven.
Jongeren groeien op in een multimediale leefwereld die aast op aandacht. Ieder ogenblik valt er van alles te beleven. Tot rust komen hoort er niet meer bij. Het is een leefwereld van ‘fast learning’: zich heel snel inle- ven in probleemsituaties om er zich met kwinkslagen uit te redden. Leren als in een game: snel, wendbaar en vluchtig. En zonder veel diepgang want heel wat jonge- ren blijven alsmaar zoeken naar teasers. Het gebeuren in de klas ervaren zij als saai, traag en voorspelbaar. Toch zijn deze jongeren ook op zoek naar vaste grond en willen ze zich een identiteit aanmeten. Dat gaat ge- paard met keuzes maken en kleur bekennen, maar daartoe willen zij volop proeven van de wereld en de eigen mogelijkheden. Vandaar hun gretigheid: ze zijn uit op exploreren en ontdekken, ze willen alles zelf mee- maken en ervaren. Ze zijn onstuimig en ongeremd in wat ze allemaal ondernemen: ze gaan ervoor, ook al is het maar voor heel even.Hoe kunnen we in onderwijs inzetten op deze veelzij- dige bevlogenheid van jongeren en hen kansen toe- spelen om op verhaal te komen? ‘Slow teaching’ staat voor een didactische aanpak die kennis verwerven en identiteitsontwikkeling dichter bij elkaar brengt. Aan- knopend bij de ambities van jongeren doen we een stevig appel op hun onderzoekshouding en zin tot doorgronden. We zetten in op Open Exploreren en sturen via verkennen, ontdekken en verbinden aan op verhelderen, afbakenen en verdiepen. Een aanpak die tijd en ruimte vergt: we vertragen om het vitale in ieder leren naar boven te halen.DIRK GOMBEIR is stafmedewerker onderwijsvernieuwing aan de Katholieke Hogeschool Brugge- Oostende (KHBO).LUK BOSMAN is stafmedewerker aan het Centrum Nascholing Onderwijs (CNO) van de Universiteit Antwerpen.Reeks: Vitaal Leren in Eigentijds Onderwijs
Kinder- en jeugdliteratuur is in de loop van de laatste drie decennia een belangrijke speler in het culturele veld geworden. Op esthetisch en artistiek vlak, maar ook als wetenschappelijke discipline groeit de erkenning. Dit boek laat de lezer kennismaken met de belangrijkste genres en vraagstellingen die een rol spelen in de hedendaagse kinder- en jeugdliteratuur. Het is opgebouwd rond tien ontmoetingen: van het samenspel tussen woord en beeld in het prentenboek tot de confrontatie tussen heden en verleden in de historische roman. Theoretische perspectieven worden concreet in verband gebracht met het meest recente werk van auteurs en illustratoren als David Almond, Dirk Bracke, Carll Cneut, Pieter Gaudesaboos, Charlotte Kerner, J.K. Rowling, Carry Slee, Daan Remmerts de Vries, Sylvia Vanden Heede, Edward van de Vendel en Klaas Verplancke. Uitgelezen jeugdliteratuur is vernieuwend in zijn opzet en uitwerking. Het is een basiswerk voor alle vakmensen binnen dit dynamische veld, evenals voor studenten lerarenopleiding en (jeugd)literatuur. 'Dit boek draagt heel wat bij tot de alsnog erg versnipperde secundaire literatuur in het Nederlands over het boeiende genre dat jeugdliteratuur is.' Annemie Leysen, Recensent en publicist kinder- en jeugdliteratuur 'Het literatuurwetenschappelijke perspectief van de auteurs sluit heel goed aan bij de wijze waarop binnen de verschillende opleidingen op dit moment met jeugdliteratuur wordt omgegaan.' Helma van Lierop-Debrauwer, Universiteit van Tilburg en Universiteit Leiden Vanessa Joosen en Katrien Vloeberghs zijn onderzoekers en docenten jeugdliteratuur aan de Universiteit Antwerpen. Vanessa Joosen promoveerde met een proefschrift over hedendaagse sprookjesbewerkingen en doet onderzoek naar o.m. vertaalkunde, hedendaagse jeugdliteratuur. Zij is recensent bij De Standaard en redactielid bij Literatuur zonder Leeftijd en International Research in Children's Literature. Katrien Vloeberghs promoveerde met een proefschrift over kindbeelden in literaire en f
In 1979 publiceerde Sonia Blumenstein haar oorlogsherinneringen, 'Het gebroken uur'. Het boek kreeg lovende pers, werd aanbevolen lectuur in het middelbaar onderwijs en kreeg een herdruk in 1981. Alwin Keyman maakte naar 'Het gebroken uur' een toneelstuk dat in Anterpen in Theater Leguit en in De Singel speelde.Het gebroken uur geraakte nadien toch in de vergetelheid. Het label van jeugdliteratuur was weinig hoog gegrepen voor deze historisch interessante memoires. Bovendien wist men in die tijd nauwelijks iets over de Jodenvervolgingen in Antwerpen in 1940-1944, het verhaal stond dus geïsoleerd.De voorbije jaren verschenen publicaties die toelaten het verhaal van Sonia Blumenstein beter te plaatsen, en die een goed onderbouwde heruitgave van dit boek mogelijk maken.De editie werd toevertrouwd aan herman Van Goethem, hooglereaar geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen. Als jurist en historicus is hij een eminent kenner van de bestuurlijke collaboratie in België tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Deze tweede, herziene druk van Nederlands van Middeleeuwen tot Gouden Eeuw biedt een praktische cursus Middelnederlands en Vroegnieuwnederlands. In het grammaticadeel worden de belangrijkste taalkenmerken van deze historische taalfasen en de achtergronden daarvan duidelijk uitgelegd. Gebruikers maken kennis met spelling- en klankvariatie in oudere teksten, de nominale flexie, het werkwoordelijk systeem, negatie, woordvolgordeverschijnselen, specifieke constructies en bijzonderheden van het lexicon. Elk hoofdstuk wordt gevolgd door opdrachten.Oefening is direct mogelijk aan de hand van gevarieerd tekstmateriaal. De reeksen Middelnederlandse en Vroegnieuwnederlandse tekstfragmenten bestrijken verschillende tekstgenres en vertonen een oplopende moeilijkheidsgraad. De vragen bij de teksten wijzen gebruikers op problematische passages en zetten aan om precies te lezen wat er staat en dit correct te interpreteren. Zo wordt het mogelijk om zelf de oorspronkelijke tekst van de Reinaert en Beatrijs te lezen en te begrijpen waarin de taal van een brief van de schrijver Hooft verschilt van die van een minder geletterde zeemansvrouw. Het boek leent zich zowel voor gebruik bij een collegereeks als voor zelfstudie.Over de auteursMarijke Mooijaart is redacteur voor de historische woordenboeken bij de Taalbank Nederlands van het Leidse Instituut voor Nederlandse Lexicologie en doceert lexicologie en lexicografie aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Antwerpen. Marijke van der Wal is bijzonder hoogleraar Geschiedenis van het Nederlands aan de Universiteit Leiden. Haar aandachtsgebieden zijn de historische taalkunde en de historiografie van de taalwetenschap.
Andere titels in de serie Studies Stadsgeschiedenis: "/Pages/Product.aspx?category=&cat=&productid=9789052602479>9789052602479 Patronen van patronage in het zeventiende-eeuwse Antwerpen "/Pages/Product.aspx?category=&cat=&productid=9789052602486>9789052602486 Tussen stad en eigen gewin "/Pages/Product.aspx?category=&cat=&productid=9789052602493>978
Gegevens over het middelengebruik onder jongeren worden op nationaal, regionaal en lokaal vlak meestal via (kwantitatieve) gestandaardiseerde vragenlijsten verzameld. Niettemin is een goed zicht op het hoe, wat en waarom in de (lokale) context noodzakelijk. Met de Antwerpse Monitor Jongeren, Alcohol en Drugs (AMJAD) worden (periodiek) gegevens verzameld over o.a. de gebruikspatronen, de aanwezigheid van risicofactoren en de levensomstandigheden van spijbelaars, dak- en thuisloze jongeren, hardekernjongeren, allochtone jongeren en jongeren in de prostitutie tot 25 jaar. Dit maakt het voor lokale beleidsmakers mogelijk een 'evidence based' drugbeleid en gerichte preventie- (en harm reduction) initiatieven te ontwikkelen (en evalueren). Naar (inter)nationale literatuur over risico- en protectieve factoren voor middelengebruik en lokale drugmonitors gericht op jongeren beschrijft dit boek de opzet en het uittesten van een dergelijke monitor voor de stad Antwerpen. AMJAD bestaat uit 3 kwalitatieve methoden: een panelstudie onder 34 sleutelfiguren, etnografisch veldwerk door vijf community fieldworkers en aanvullend etnografisch veldwerk door de onderzoeker. De eerste uitgaven van AMJAD biedt inspiratie aan beleidsmarkers, preventiewerkers, hulpverleners, jongerenbegeleiders, scholen, politie,... Het boek belicht zowel de haalbaarheid en de mogelijke organisatievorm van deze monitor als de (actuele) onderzoeksbevindingen waarop lokale beleidsmakers zich kunnen baseren.
Iedereen kan zoeken, iedereen kan vinden. Online zoekmachines toveren in microseconden miljoenen resultaten tevoorschijn. Maar wie zoekt en vindt de juiste informatie? De relevante informatie? Of wetenschappelijke informatie? Dit handboek gaat over het zoeken en verwerken van wetenschappelijke informatie in de eenentwintigste eeuw. Het wil op een toegankelijke wijze tonen hoe zoekmachines efficiënt ingezet kunnen worden om snel de juiste bronnen voor een literatuurstudie te vinden.Het boek wil daarnaast ingaan op het schrijfproces van een wetenschapper. Hoewel schrijven een dagelijkse opdracht is voor wie met wetenschap bezig is, is het een verre van eenvoudige taak. Zonder de ambitie een grammatica- of stijlboek te schrijven, gaan we in op veelgemaakte fouten en bekijken we het groeiproces van een vlotte en toegankelijke tekst.Tot slot kijkt dit boek ook naar de verwerking van literatuur. We gaan in op plagiaat en de soms subtiele vormen waarin dit soort bedrog zich manifesteert. Daarnaast wordt uitgebreid ingegaan op het citeren, parafraseren en refereren.Naar de bron is gericht op studenten en beginnende onderzoekers in de sociale en humane wetenschappen. Het biedt een ruim arsenaal aan instrumenten die inzicht geven in de herkomst, het gebruik en het verwoorden van informatie.Over de auteurs:Dimitri Mortelmans is hoofddocent aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en staat aan het hoofd van het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop Onderzoek (CELLO).Pieter Spooren is stafmedewerker onderwijs aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen.Olivier Chandesais is praktijkassistent methoden en technieken aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
"Het vak Taalbeheersing heeft zich in de afgelopen 25 jaar ontwikkeld tot een breed geschakeerd werkterrein van onderzoekers die geïnteresseerd zijn in mondelinge en schriftelijke communicatie. In deze bundel, Tussenstand, zijn artikelen bijeengebracht uit het Tijdschrift voor Taalbeheersing, sinds de start in 1979 het belangrijkste vaktijdschrift. De artikelen hebben op verschillende manieren hun waarde bewezen. Sommige luidden een nieuwe trend in het onderzoek in, andere bieden een verrassende benadering van een communicatieprobleem of behoren door veelvuldig gebruik in het universitaire onderwijs tot de klassiekers van het vak. Er wordt ingegaan op diverse tekstsoorten, variërend van formulieren tot betogen, voorlichtingsfolders en routebeschrijvingen, op uiteenlopende theorieën over schrijven, argumenteren, overtuigen, informatieordening en informatieverwerking en op methodologische en praktische vragen met betrekking tot tekstevaluatie.De bundel is samengesteld door de redactie van het Tijdschrift voor Taalbeheersing, bestaande uit hoogleraren in het vakgebied aan de universiteiten van Amsterdam, Utrecht, Nijmegen en Twente. De negentien auteurs werken of werkten aan acht verschillende universiteiten, van Groningen tot Antwerpen. Tussenstand is een ideale manier om kennis te maken met het vak Taalbeheersing, voor studenten Nederlands en communicatiewetenschap, maar zeker ook voor iedereen die geïnteresseerd is in onderzoek naar het gebruik van taal en tekst in de communicatie."
Vergroot€ 16,95Prijs per stukAantal: BestellenAllard van Gent (Amersfoort, 1966) woont en werkt sinds april 2011 als vertaler/journalist in Berlijn. Hij groeide op in Doorn, vertrok op zijn achttiende levensjaar naar Utrecht, verbleef kort in Antwerpen en verhuisde daarna naar Deventer. Na het propedeusejaar van de studie THW (Toegepaste Huishoud-wetenschappen) verliet hij de Hanzestad en ging als supervisor stewarding (chef zalen zetten en spoelkeuken) aan de slag in Grand hotel Krasnapolsky. In 1992 volgde hij de opleiding Tekstschrijven aan de Hogeschool Holland in Diemen, die hij in 1996 met succes afrondde. Om die studie te bekostigen werkte hij drie jaar lang parttime in het personeelsrestaurant van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam.In 1997 vertrok hij naar Mallorca. Op het Spaanse eiland richtte hij in 2001 het Nederlandstalige maandblad Mallorca Vandaag op, dat hij tot september 2006 uitgaf. Enkele maanden later keerde hij terug naar Nederland, werkte korte tijd als correspondent voor De Nieuwsbode, schreef teksten voor een reisbureau en belandde als webredacteur bij een gemeente in het oosten des lands. In 2010 won hij de eerste prijs bij de columnwedstrijd van uitgeverij aquaZZ.
Dit boek is in de eerste plaats bedoeld voor logopedisten die, hetzij in een ziekenhuis of verzorgingsinstelling, hetzij in een privé-praktijk, in contact komen met patiënten die een totale laryngectomie ondergaan hebben.In het theoretische gedeelte worden de medische ingreep en de verschillende fasen van het revalidatieproces toegelicht. De meeste aandacht gaat echter uit naar de oefeningen voor spraakrevalidatie en klinisch bruikbare tips bij de logopedische begeleiding van de patiënt.Het boek is opgevat als werkboek, met tal van richtlijnen en oefeningen voor zowel tracheo-oesofageale spraak als klassieke oesofageale spraak en electrolarynxspraak. De oefeningen worden ook digitaal ter beschikking gesteld, zodat ze makkelijk geselecteerd en aangepast kunnen worden voor de individuele patiënt.Over de auteurs:ANNELIES LABAERE is logopediste in het Multidisciplinair Universitair Centrum voor Logopedie en Audiologie (UZ Leuven) en werkt daarnaast als lector aan de opleiding logopedie en audiologie van de Lessius Hogeschool te Antwerpen.MIA LAEREMANS was eveneens gedurende haar hele carrière als logopediste werkzaam in UZ Leuven. Door haar jarenlange ervaring in de begeleiding van laryngectomiepatiënten is zij een experte in dit vakgebied.
In de tweede helft van 2010 is België voorzitter van de Europese Unie. Dat dit gebeurt tijdens het ‘Europees jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting’ is een uitstekende gelegenheid om bijzondere aandacht te schenken aan de toestand van armoede en sociale uitsluiting in België en aan de vraag hoe in België aan armoedebestrijding wordt gedaan. Tegelijkertijd nodigen deze evenementen uit om de toestand in het land en zijn beleid in een Europese context te situeren. Het boek bevat een overzicht van recente cijfers, beleidsmaatregelen en wetenschappelijk onderzoek over armoede en sociale uitsluiting in België. Hoe is het met armoede in België gesteld? Wat zijn de belangrijkste Belgische beleidsmaatregelen? Welke rol in de armoedebestrijding is weggelegd voor de federale overheid? Deze vragen beantwoorden we aan de hand van concrete thema’s zoals gezondheid, schuldbemiddeling, kinderarmoede, sociale rechten, huisvesting, integratiebeleid, participatie, actieve insluiting en het recht op maatschappelijke integratie. Ook kijken we naar de rol van Europa in het Belgische beleid. 2010 is het jaar waarin de Lissabonstrategie ten einde loopt; een nieuwe Europese strategie – Europa 2020 – dient zich aan. Het is ook het jaar waarin de economische crisis zich ten volle laat voelen, vooral op de werkgelegenheid. Hoe pakken België, het Belgisch voorzitterschap en Europa deze uitdagingen aan? Dit boek verschijnt in drie talen (Nederlans, Frans en Engels), naar aanleiding van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie.Over de auteurs:Danielle Dierckx is maatschappelijk assistente, sociologe, postdoctoraal onderzoekster en zij leidt OASeS. Ze is docente aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen.Jan Vranken is socioloog en emeritus gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen (OASeS).
Op 22 juni 2000 werd in het Beatrixpark in Schiedam een tienjarig meisje om het leven gebracht. Haar elfjarige vriendje was daarbij, maar bracht het er levend vanaf. De hoofdverdachte in deze zaak werd op 8 maart 2002 in hoger beroep door het Hof veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf plus TBS. Er zijn echter inmiddels sterke vermoedens gerezen dat hij de dader niet kan zijn. Is hier sprake van een onterechte veroordeling? De onderhavige rechtspsychologische reconstructie, aan de hand van hetzelfde dossier waarop de rechtbank en het Hof hun beslissingen baseerden, geeft een gedetailleerde bespreking van het voorliggende bewijs.Het blijkt dat de politie en het Openbaar Ministerie aan de rechtbank en het Hof een incompleet en eenzijdig verdachtegeleid dossier met bijzonder veel tegenstrijdigheden hebben gepresenteerd.Verontrustend is dat deze onderhavige reconstructie onontkoombaar leidt tot de conclusie dat de kans dat de veroordeelde onschuldig is groter lijkt dan de kans dat hij de dader is. Niet alleen zou daarmee een mogelijk onschuldig man veroordeeld zijn tot 18 jaar gevangenisstraf plus TBS, maar ook is daarmee het risico aanvaard dat de daadwerkelijke dader nog steeds vrij rondloopt en elk moment weer toe zou kunnen slaan.De auteur, Prof.dr. P.J. van Koppen is senior hoofdonderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Leiden, hoogleraar Rechtspsychologie aan het Departement Rechten van de Universiteit Antwerpen en hoogleraar Rechtspsychologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.
‘Veel succes!’ schrijft Filip Dewinter aan de organisatoren van de herdenking van Staf De Clercq, de leider van de collaboratie met nazi-Duitsland. Een maand later staan die mensen enthousiast te applaudisseren bij de geboorte van het Vlaams Belang. Het Vlaams Belang is een respectabele partij die zich heeft ontdaan van extremistische elementen. Dat beweert het toch zelf.De gespecialiseerde nieuwssite www.blokwatch.be kijkt voorbij de maatpakken naar wat er in en om dat Vlaams Belang leeft. Dat resulteert in een verbijsterend beeld van de entourage van Vlaanderens grootste partij.Marc Spruyt bewerkte de beste teksten van Blokwatch over het Vlaams Blokproces, de naamsverandering, het racisme van de partij, het heimwee naar een fout verleden, het geweld, de idee over vrijheid, cultuur en media, het economische congres, het cordon sanitaire en de toekomst van Antwerpen.‘De boeken van Marc Spruyt zijn niet alleen van groot historisch en wetenschappelijk belang, ze zijn ook munitie van zwaar kaliber in de idee trijd tegen het Vlaams Blok.’ -Karl van den Broeck over Wat het Vlaams Blok verzwijgt (2000)Marc Spruyt (1969) is politicoloog. Hij publiceerde eerder Grove borstels (1995) en Wat het Vlaams Blok verzwijgt (2000) die beiden de boeken-Toptien haalden en schreef artikels voor De Morgen, Deng, Humo en Knack. Hij is oprichter van www.blokwatch.be.VEDEZE, grafisch kunstenaar Jacques van der Zee, maakte een reeks originele fotomontages met een knipoog naar John Heartfield en Klaus Staeck.
Ongeveer drie op honderd van de nieuwgeboren kinderen per jaar zullen tijdens hun ontwikkeling stotteren.Bij ongeveer één procent van de bevolking blijft het stotteren voortbestaan. Voor hen kan stotterenongestadig evolueren tot een probleem dat de levenskwaliteit aantast. Het verzamelen en bestuderenvan verschijnselen van stotteren is een nuttige en noodzakelijke stap om het ontstaan en de ontwikkelingvan deze spraakstoornis te kunnen doorgronden. Het is het onderwerp van epidemiologische fenomenologischestudies over stotteren. In dit boek worden gegevens gerapporteerd uit klassieke studies overstotteren van Johnson en medewerkers (1933-1955) en Andrews en Harris (1946-1962) en van meerrecente studies van Yairi en Ambrose (1999-2005) en van Boey (1991-2006). Deze laatste studie isuitgevoerd bij meer dan 1500 personen. Daarbij werden geobserveerde en gerapporteerde gegevensover onder meer stottermomenten en hun karakteristieke eigenschappen, over stottergedragingen, bewustzijnvan stotteren en spreekattitude, over reacties van luisteraars en over de wederzijdse samenhangvan stotteren en persoonlijkheidseigenschappen op systematische wijze verzameld. Er wordt een modelover het ontstaan van stotteren onderbouwd en ook een model over de ontwikkeling van stotteren en devariabelen die dat bepalen. Zo wordt een en ander over het ontstaan en de ontwikkeling van stotterenopgehelderd.Over de auteur:RONNY BOEY is doctor in de medische wetenschappen (Universiteit Antwerpen), bachelor in de logopedie enaudiologie (KVH Antwerpen; nu Lessius Hogeschool) en master in de logopedie en audiologie (K.U.Leuven). Hijspecialiseerde zich in de materie van stotteren sinds 1980 en voert sindsdien intensief klinische praktijk en wetenschappelijkestudies.
Behoort literatuur vandaag nog tot de legitieme cultuur? Is de band tussen boeken en gezag voorgoed doorbroken of is de literaire tekst de inzet geworden van media die anders inspelen op de behoefte van de massa? Hoe komt het dat sommige romans invloed blijven uitoefenen, waar anderen na enkele weken naar de ramsj of stapelplaats verhuizen? Kort en lang boekenplankleven biedt een antwoord op deze vragen en toont, aan de hand van denkers zoals William Marx, Bruno Latour en Bernard Lahire, dat print niet langer tot de algemeen gedeelde cultuur behoort. De esthetische, ideologische en politieke functie van literatuur heeft, na de opkomst van de populaire cultuur, een deel van haar impact verloren. Dit essay geeft aan dat film en nieuwe media het verlangen van een breed publiek in even sterke, zoniet sterkere mate inlossen, dat literatuur moeilijk een plaats verovert binnen de populaire cultuur en dat ze telkens een buitenstaander blijft in het kader van de opkomende cultuurindustrieÙn. Indien literatuur inderdaad een tijdverdrijf tussen andere dreigt te worden, dan en alleen dan zijn we op weg naar een samenleving die haar leden middelmatig maakt. Wat deze middelmaat maakt, heet dan ook steeds minder kunst of literatuur maar cultuur. Over de auteur Sabine Hillen is romaniste. Ze doceert literatuursociologie, kunsttheorie en literatuurkritiek aan de Universiteiten van Antwerpen en Namen. Van haar verschenen: Le roman monologue. Montherlant, auteur, narrateur, acteur (2002), Ecarts de la modernitÚ. Le roman franþais de Sartre Ó Houellebecq (2007) en de bundel De Macht van de sirene. Kennis en verleiding in de moderniteit (2007). In 2008 werkt ze ook, in samenwerking met Tomorrow Book Studio, een scenario af aan de Jan Van Eyckacademie.
Dit addendum verschijnt samen met de derde, licht gewijzigde druk van 'Ayyuhā t-tālib...!, de succesvolle Nederlandstalige leermethode voor het Modern Standaard Arabisch die in 2002 voor het eerst gepubliceerd werd in de vorm van een boek en vijf cd's.Het addendum bevat vrijwel alle oplossingen voor de oefeningen in het boek, plus de teksten en de oplossingen van de oefeningen op cd's, en tot slot een complete lijst van alle woorden die in de methode voorkomen. Daarmee is het een betrouwbaar houvast voor alle gebruikers: docenten en studenten, en zeker voor diegenen die zich het Arabisch via zelfstudie eigen willen maken.Herman Talloen (°1950) studeerde Arabistiek aan de Universiteit Gent. Hij doceerde jarenlang Arabisch aan deze universiteit en aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken van de Hogeschool Antwerpen. Sinds 2004 is hij verbonden aan het departement Toegepaste Taalkunde van de Lessius Hogeschool te Antwerpen.Abied Alsulaiman (°1962) studeerde Klassieke Filologie in Athene en Semitische Taalkunde aan de Universiteit Gent. Hij doceert sinds 1994 Arabisch aan het departement Toegepaste Taalkunde van de Lessius Hogeschool te Antwerpen.
De Belgische gevangenissen zitten overvol. Desondanks is het aantal opgesloten onschuldigen schrikbarend groot. Het volstaat vaak op het foute moment op de foute plaats te zijn of onderwerp te vormen van roddels om opgepakt te worden. Dat is het gevolg van de soms tergende lichtzinnigheid waarmee onderzoeksrechters de wet op de voorlopige hechtenis misbruiken om mensen aan te houden en onder druk te zetten. Tijdens gerechtelijke onderzoeken worden vaak de meest elementaire rechten van de verdediging schandelijk met de voeten getreden. Zwartboek Justitie zet een lange reeks concrete gevallen van gerechtelijke dwalingen op een rij. De gevallen zijn zo veelvuldig, zo schrijnend dat zich maar ÚÚn enkele, harde conclusie opdringt: BelgiÙ evolueert met rasse schreden naar een politiestaat, een land waar de burgers leven in voorlopige vrijheid, waar burgers zonder blikken of blozen door een ontspoord rechtssysteem worden vermorzeld, waar levens worden verwoest. En waar niemand op het einde van de rit echt verantwoording moet afleggen. BelgiÙ, een vrij land. Met vogelvrije burgers. RenÚ De Witte was twintig jaar dagbladjournalist bij achtereenvolgens Gazet van Antwerpen en De Tijd en is vandaag redacteur bij P-Magazine. Hij schreef eerder als (co-)auteur de boeken De val van De Prins/Super Club, Philips & Cie (1992), De zaak Raoul Stuyck/Fraude en corruptie in Antwerpen (1996), De familie De Clerck/De verborgen miljarden (1998) en De L&H Files/Lernout & Hauspie het verhaal en de geheimen (2001).
Het lessenpakket Auditieve discriminatie voor anderstaligen, als onderdeel van Verstaanbaarheid in de praktijk is opgesteld door 4 logopedisten die binnen het vakgebied NT2 (Nederlands als tweede taal) actief zijn. Hun doelstelling is de verstaanbaarheid bij anderstaligen te verbeteren. Uit de praktijk blijkt dat het aspect verstaanbaarheid bij de cursisten onvoldoende spontaan evolueert. Vanuit het uitgangspunt dat auditieve discriminatie één van de vereisten is om tot een goede verstaanbaarheid te komen, is er gekozen om hiervoor een lessenpakket te ontwikkelen voor lesgevers NT2 of individuele remediëring. De lessen zijn gebruiksklaar, nemen niet veel tijd in beslag (± 15’) en zijn meermaals uitgetest met positief resultaat. Dit pakket bestaat uit een Handleiding met uitgewerkte lessen, aangevuld met bijhorende klankplaten en grafeemkaartjes (op de Acco-website). Voor de cursisten is er een Oefenboek voor klassikaal gebruik, inclusief een CD met neerslag waarmee de cursist thuis kan oefenen.Werken aan verstaanbaarheid blijft een vast onderdeel van elke NT2 les en is een voorwaarde voor een vlotte ontwikkeling van de 4 vaardigheden; lezen, schrijven, spreken en luisteren.Over de auteurs:ELSKE EVERAERTS werkt sinds 1999 als lesgever Nederlands voor anderstaligen en als zelfstandig logopediste in haar logopedische praktijk te Sint-Genesius-Rode.SASKIA JANSSENS is licentiaat in de Logopedie en behaalde het getuigschrift didactiek Nederlands aan anderstaligen (2002, UA). Ze maakte dat schooljaar ook de overstap naar het volwassenenonderwijs.MARLEEN LOBELLE werkte jarenlang als logopediste in het B.L.O. en in een logopedische praktijk. Zij is sinds 2001 lesgever NT2.SYLVIA PEETERS werkte enige tijd als zelfstandig logopediste in een groepspraktijk en is sinds 2001 lesgever NT2.Alle auteurs zijn lesgevers in het CVO Antwerpen-Zuid waar ze sinds 2004 ook deel uitmaken van de werkgroep verstaanbaarheid.
Deze volledig herwerkte uitgave bevat allerlei oefeningen voor het articuleren van de medeklinkers of consonanten van het Nederlands. Alle medeklinkers en hun verbindingen worden doorlopen in begin-, midden- en eindpositie en zowel in lettergrepen en woorden als op het niveau van zinnen en teksten. Naast gemengde oefeningen worden ook discriminatieoefeningen aan de hand van minimale paren en wisselrijen aangeboden. Waar mogelijk wordt eenvoudig oefenmateriaal, bedoeld voor kinderen, opgenomen, naast meer complexe woorden en zinnen voor volwassen taalgebruikers.Dit oefenboek is een hulpmiddel voor wie te maken heeft met het inoefenen, bijschaven of verbeteren van de uitspraak, bij zichzelf, als leraar of als therapeut.Greet Huybrechts studeerde logopedie aan de Katholieke Vlaamse Hogeschool te Antwerpen. De medewerkers aan deze herwerkte versie zijn allen verbonden aan de afdeling KNO/Logopedie van de Universitaire Ziekenhuizen te Leuven en aan de licentiaatsopleiding Logopedie en Audiologie van de K.U. Leuven.
De cultuurwetenschappen leven van het woord: teksten zijn niet alleen vaak het object van de studie, maar de resultaten van het onderzoek worden meestal in papers, scripties, dissertaties, artikelen en boeken meegedeeld. Toch wordt in de opleiding vaak te weinig aandacht gegeven aan het aanleren van de lees- en schrijfvaardigheden die nodig zijn om op een minstens adequate manier wetenschappelijke inzichten te communiceren.Filosofen, historici, literatuur- en kunstwetenschappers, maar ook anderen, kunnen aan de hand van praktische tips beter leren lezen en schrijven. De tips die in dit boek worden aangereikt, betreffen zowel de algemene ruwbouw als de fijne afwerking van teksten - en alles wat daartussen ligt. De lezer/schrijver wordt begeleid bij het hele schrijfproces, vanaf de keuze van een onderwerp tot het plaatsen van de laatste leestekens. Doorgaans zijn deze aanwijzingen geldig voor iedereen die op een academische wijze over cultuur en maatschappij wil schrijven. Soms roepen de literatuur, de geschiedenis en de filosofie echter specifieke redactieproblemen op en vergen zij dus specifieke schrijfvaardigheden. Ook die verschillen worden in dit boek behandeld. Het onderzoeksobject van de cultuurwetenschappen is immers veelzijdig, en die veelzijdigheid dient tot uitdrukking te komen in een grote variatie aan schrijfstijlen.Over de auteurs:GEERT LERNOUT is gewoon hoogleraar vergelijkende literatuurwetenschap aan de Universiteit Antwerpen, waar hij het James Joyce Centrum leidt. Hij publiceerde boeken in het Nederlands en het Engels over James Joyce, Friedrich Hölderlin, J.S. Bach, de geschiedenis van het boek en de bijbel; schreef talloze artikelen over Joyce, de Ierse literatuur, editietheorie en genetische literatuurstudie. Bij Acco verscheen eerder Schrijven over literatuur. Gids voor studenten en andere schrijvers.MARNIX BEYEN is docent geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen, waar hij de Onderzoeksgroep Politieke Geschiedenis leidt. Zijn onderzoek betreft de literaire, his
Dit boek is een inleiding tot het recht voor niet-juristen. Naast een overzicht van de nationale, Europese en internationale politieke en gerechtelijke structuren en instellingen, biedt het boek hoofdzakelijk een inleiding tot het burgerlijk recht en tot het privaatrechtelijk procesrecht.Alle voor niet-juristen relevante informatie is hier samengebracht: van de theoretische, historische en ideologische achtergronden van het recht tot de zeer praktische informatie over rechtsregels en rechtspraktijk. Om het praktisch nut nog te verhogen werd een methodologisch hoofdstuk toegevoegd dat de niet-jurist met een zekere basiskennis van het recht, in staat moet stellen om zelfstandig opzoekingen in wetgeving, rechtspraak en rechtsleer uit te voeren.Over de auteurs:BOUDEWIJN BOUCKAERT (Gent, 1947) is gewoon hoogleraar aan de Universiteit van Gent waar hij onder meer de cursus ‘Algemene Beginselen van het Recht’ doceert aan de studenten economie en staats- en sociale wetenschappen, en de cursussen ‘Algemene Rechtsleer’ en ‘Rechtseconomie’ aan de rechtsstudenten. Hij was van 2000 tot 2008 lid van de Hoge raad voor de Justitie. Sinds 7 juni 2009 is hij lid van het Vlaams parlement.MARK VAN HOECKE (Gent, 1949) is onderzoekshoogleraar Rechtstheorie en Rechtsvergelijking aan de Universiteit van Gent en deeltijds onderzoekshoogleraar Methodologie van de Rechtsvergelijking aan de Universiteit van Tilburg. Voorheen was hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen (1972-1984) en aan de K.U.Brussel (1979-2008), waar hij opeenvolgend, tot 2001, ‘Inleiding tot het Recht’ doceerde aan diverse faculteiten. Van 2002 tot 2007 was hij rector van de K.U.Brussel.
Dysorthografie (problemen hebben met spellen) en dyslexie (problemen hebben met lezen) komen in de meeste gevallen samen voor en worden daarom samen behandeld.Dit boek licht recente visies op de behandeling van dysorthografie en dyslexie toe. Het is een uitgesproken doeboek. Via in detail uitgeschreven therapeutische sessies komen de therapeut, het kind en ook de ouders in beeld. Deze mediatiesetting is uniek. Al te vaak wordt de aanwezgheid van ouders tijdens therapie als 'pottenkijken' ervaren. Dit is een gemiste kans.De auteur geeft aan hoe ouders als cotherapeut kunnen worden ingeschakeld, zowel tijdens de sessies als thuis, door bijvoorbeeld dagelijks een korte oefenperiode in te lassen met hun kind. Een andere troef is de grote domeinspecificiteit van de sessies. De oefeningen zijn stap voor stap uitgewerkt en gekaderd binnen specifieke doelstellingen. Ze zijn erop gericht zo veel mogelijk in te oefenen, vooral van de metafonologe kennis en het snel serieel (letter) benoemen. De therapeutische sessies kunnen worden toegepast bij kinderen vanaf het eerste leerjaar/groep 3 tot en met bij volwassenen, voor wie dan uiteraard het tempo van de oefeningen wordt opgedreven.Dit boek richt zich tot de behandelaars van dyslexie en dysorthografie: leerkrachten, therapeuten, begeleiders en - niet te vergeten - ouders.Ludo Cuypers is voorzitter van het Centrum voor Leerstoornissen in Neerpelt. Hij is ook gastdocent aan de Lessius-Hogeschool in Antwerpen, waar hij o.a. aan de wieg stond van het MDCL-Multidisciplinair Diagnostisch Centrum voor Leerstoornissen.
Fantastisch! gaat voor ÚÚn keer niet enkel over het heelal, of Darwin, of de hersenen, maar verenigt alle drie vakgebieden in een fantastisch verhaal dat veertien miljard jaar overspant, om een antwoord te geven op de vraag: wat is het om mens te zijn?Fantastisch! gaat over het ontstaan van het universum en het leven, over de evolutietheorie, de werking van onze hersenen, bewustzijn, denkende computers, kwantummechanica en religie. Mede dankzij recente wetenschappelijke ontdekkingen wil Fantastisch! zelfs de laatste, ultieme vraag beantwoorden: bestaat er een opperwezen? Is er meer dan alleen maar materie en energie? Hiervoor introduceert de auteur een nieuw begrip, het contextverhaal, dat uit drie pijlers bestaat om zo de lezer zelf tot zijn ultieme besluit te laten komen. Fantastisch! gaat niet enkel over wetenschap, maar is ook een filosofisch en spiritueel boek dat gevoelens van ontzag en verwondering wil oproepen, evenals het vermogen om onszelf te relativeren. Om zo de lezer op een andere manier tegen de werkelijkheid te laten aankijken.Kris Verburgh (1986) studeert geneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij schreef op 17-jarige leeftijd Schitterend! Over het universum, dat genomineerd werd voor de Eureka-Wetenschapsprijs. Hij was te gast in diverse radio- en televisieprogramma's en geeft lezingen in BelgiÙ en Nederland over mens en heelal.
Leerlingen kunnen op school problematisch gedrag vertonen. De school en vooral deleerkracht in de klas moet daar wat mee. Dit boek levert ideeën en praktische methoden aan om met situaties waarin mensen binnen het onderwijs meer dan eens vastlopen, om te gaan.Vaak hebben gedrags-of emotionele problemen van leerlingen te maken met gezinssituaties of persoonlijkheidsfactoren. Leerkrachten kunnen daar meestal echter niet veel aan doen. Maar ze moeten nu eenmaal wel uit de voeten kunnen met storend gedrag, of het veranderen, ongeacht wat de oorzaak ervan is. Dit boek houdt zich dan ook bezig met wat er meteen in de praktijk gedaan kan worden. De hier beschreven methoden zijn te gebruiken door leerkrachten in de klas, door begeleiders, in hulpverleningsgesprekken, bij het uitstippelen van schoolstrategieën enz. De aandacht wordt daarbij verlegd van problemen naar oplossingen. Omdat leerkrachten en andere medewerkers van een school vaak krap in hun tijd zitten, is de behoefte aan snelwerkende manieren om problemen het hoofd te bieden groot. Dit boek geeft precies een dergelijke manier van werken aan.Michael Durrant is psycholoog. Hij is directeur van het Brief Therapy Institure of Sydney, Australië, waar o.a. het project Strenghts in Schools onderdeel van is. Hij heeft op grote schaal trainingen verzorgd in Korte Therapie, in Australië, Nieuw-Zeeland, Noord-Amerika, Europa en Zuidoost Azië, Zijn aandachtsveld is het toepassen van ideeën uit de Oplossingsgerichte Korte Therapie op diverse gebieden, zoals residentiële behandeling en onderwijsgerelateerde situaties. Samen met Cheryl White heeft hij Ideas for Therapy with Sexual Abuse uitgegeven. Hij is tevens de auteur van Residential Treatment. A Cooperative, Competency-Based Approach to Therapy and Program Design.Eerder verscheen van Michael Durrant in het Nederlands:Oplossingsgericht werken met jongeren en hun gezin. Een creatieve benadering van de residentiële hulpverleningGarant, Antwerpen/Apeldoorn, 2006
"Geografische informatie Systemen (GIS) bieden mogelijkheden om ruimtelijke informatie beter verkrijgbaar, verwerkbaar, behandelbaar en presenteerbaar te maken. Voor de docent, de student, de onderzoeker en de beleidsvoorbereider is dergelijke informatie van groot belang omdat daarop zijn of haar ruimtelijke analyse is gebaseerd.De boek reikt allereerst de basisbegrippen en principes aan waarop GIS gestoeld zijn, waardoor het geschikt is als eerste kennismaking. Vervolgens laat het boek zien hoe GIS in al zijn standaardfaciliteiten ruimtelijke analyse ondersteunt, en werkt voor een aantal velden van ruimtelijke analyse (netwerk- en bereikbaarheidsanalyse, analyse van sociaal ruimtelijk gedrag en ecologische analyse) de meerwaarde van het gebruik van GIS uit.Onderwerpen• Conceptuele ruimtelijke gegevensmodellen• Het structureren van ruimtelijke informatie, gegevens voor een GIS• Visualisatie en interactie door kaarten• Analysefuncties in GIS• Netwerkanalyse, bereikbaarheidanalyse en GIS• Modellen voor ruimtelijk gedrag• Toepassing in de landschapsecologieDr. A. Borgers (Technische Universiteit Eindhoven), dr. P.H.J. Hendriks (Vakgroep Bedrijfswetenschappen, Katholieke Universiteit Nijmegen), dr. R. van Lammeren, J. Roos-Klein Lankhorst (Landbouw Universiteit Wageningen); M. Molenaar (ITC Enschede); dr. J.J. Harts, dr. T. de Jong, prof.dr. F.J. Ormeling, dr. J.R. Ritsema-Van Eck, prof.dr. H.F.L. Ottens, drs. F. Toppen, ir. C.G.A.M. Wessels (Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, Universiteit Utrecht); drs. P. van Oosterom (Kadaster); drs. R. van der Schans (organisatie-adviseur); dr. F. Witlox (Universiteit van Antwerpen)."
Dit boek gaat op zoek naar hoe in verschillende buurten wordt gewerkt aan activering. Het analyseertde manier waarop de hulpverleners van drie sociale centra binnen het OCMW van Antwerpen omgaanmet activering. Hanteren zij een emancipatorische of een eerder disciplinerende invulling vanactivering? Bestaan er verschillen tussen de sociale centra? Daarnaast behandelt dit boek de rol vanomgevingsfactoren op de visie over activering. De auteurs onderzoeken het belang van de organisatiecultuurbinnen drie sociale centra van het OCMW van Antwerpen en wat de rol is van de ‘buurt’.De ervaringen en beleving van de bevraagde maatschappelijk werkers staan centraal. Op basis van deliteratuur construeren we een typologie van sociale centra. Het boek eindigt met beleidsaanbevelingengericht aan beleidsmakers die op alle niveaus (OCMW, Vlaamse en Federale) de opdracht en werkingvan het OCMW mee bepalen.Over de auteurs:Peter Raeymaeckers is socioloog en onderzoeker bij OASeS. Hij verrichte reeds onderzoek naar de meting vanmultidimensionele armoede in Europa. Momenteel werkt hij aan een project over duurzame activering binnen deBelgische OCMW’s.Jan Vranken is socioloog en gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, waar hij het Centrum Ongelijkheid,Armoede, Sociale Uitsluiting en de Stad (OASeS) leidt.
De auteur heft misverstanden over autisme op en schetst met praktijkgevallen hoe een behandeling kan slagenTiende geactualiseerde druk van dit standaardwerkEen persoon met autisme heeft het moeilijk om betekenissen te begrijpen achter de waarneming. Als je vraagt ‘Wat is er aan de hand?’ kijkt hij wellicht verbaasd naar zijn hand. Als je hem liefdevol zoent en vraagt hoe dat voelt, antwoordt hij waar¬schijnlijk: ‘Nat.’ Deze letterlijkheid weegt op heel zijn doen en laten: zijn communicatie, zijn sociaal gedrag, zijn begrip, zijn gevoel, zijn spel en zijn vrije tijd, kortom, op al die gebieden die ons leven zinvol maken.Ook hulpverleners en ouders hebben daardoor problemen. Ze beseffen onvoldoende hoe ingewikkeld het is om ‘normaal’ te zijn. Er is enorm veel verbeelding nodig om mensen te helpen, die lijden aan een gebrek aan verbeelding. Toch kan het, met veel geduld en inlevingsvermogen. Mensen met autisme kunnen geholpen worden als we hun problemen begrijpen. Dit boek geeft praktische tips, mogelijke oplos¬singen, talloze getuigenissen van ouders én personen met autisme.Theo Peeters is een internationale autoriteit op het gebied van autisme. Hij studeerde in Leuven, Brussel, Londen en North Carolina. Hij richtte het Opleidingscentrum Autisme Theo Peeters in Antwerpen op en introduceerde het begrip teacch (wat staat voor een continuïteit van in autisme gespeciali¬seerde voorzieningen) in Nederland en België. Dit boek verscheen in twaalf talen.‘Peeters valt op door zijn onopgesmukte, voor ieder begrij¬pe¬lijke schrijfstijl. Zijn boek is daardoor in principe voor iedereen, die geïnteresseerd is in, of belang heeft bij het onderwerp autisme, toegankelijk. De vele voorbeelden en anekdotes maken de tekst lichter verteerbaar en vooral ook leuk om te lezen.’Engagement, blad van de Nederlandse Vereniging voor Autisme
'Zolang je niet weet wanneer je sterfdatum is, kan je onmogelijk te vroeg aan een autobiografie beginnen.'Dit motto indachtig, schrijft de amper veertigjarige Vitalski over zijn jeugdjaren in de stille Kempen, zijn slangenmensenbestaan in Antwerpen en tenslotte over zijn streken als kleine vedette in BelgiÙ. Als schrijver, performer, flamboyant minnaar en gecontesteerd mediafiguur doorzwom Vitalski vele wateren: hij kreeg schrijflessen van JMH Berckmans en Gerard reve, zat in de klas met Wim Helsen en Tom Lenaerts en werkte nauw samen met Bent Van Looy, Mauro Pawlowski, Ben CrabbÚ en vele anderen. Daarom ontmaskert Vitalski zichzelf niet zonder tegelijk de kroniek van zijn ganse generatie op te maken.Het geheel van het autobiografische, de sfeerschets van een periode en het literaire talent van de schrijver maakt dit boek tot een boeiend en meeslepend geheel. Voor wie nooit iets van Vitalski gelezen heeft zal het een aangename kennismaking zijn, voor wie zijn eerdere werk kent, een verrassende openbaring.
Onder invloed van Luther en Calvijn begon in de zestiende eeuw de opbloei van de collectieve kerkzang. De calvinistische en lutherse impact op de zangtraditie in de Lage Landen wordt in deze studie beschreven aan de hand van vijf bijzondere berijmingen uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw, beginnend met de roemruchte berijming van Datheen (1566) tot aan de Statenberijming van 1773. Ook de voorgeschiedenis komt ter sprake, en de lijn wordt doorgetrokken naar de praktijk van het huidige kerkgezang. Aldus worden ‘Vier eeuwen psalmen zingen in de Lage Landen’ in een literair- historisch, kerkhistorisch en hymnologisch kader geplaatst.Wist u dat:°de Nederlandstalige liedbundel Souter Liedekens uit 1540 het oudste berijmde volledige psalter in een Europese volkstaal is;°de psalmberijmer Jan Utenhove tot levenslange verbanning uit Vlaanderen werd veroordeeld en later als bootvluchteling het vege lijf moest redden;°in Londen voor het eerst Nederlandstalige psalmen tijdens de kerkdienst zijn gezongen;°er in sommige kerken in Nederland nog steeds wordt gezongen uit de eeuwenoude psalmbundel van Petrus Datheen (1566);°de lutherse psalmberijmer Willem van Haecht uit Antwerpen de organisator was van het grootste theaterspektakel van de zestiende eeuw;°tweeëntwintig lofzangen van Marnix van Sint Aldegonde op verzoek van graaf Enno III van Oost-Friesland zijn vertaald in het Nedersaksisch;°in katholieke kerken in Nederland pas vanaf 1984 Geneefse psalmmelodieën uit 1562 worden gezongen?Sybe Bakker (1937) werkte als docent wiskunde en Nederlands in het voortgezet onderwijs. Zijn studie Nederlands begon aan de Noordelijke Leergangen te Leeuwarden (mo-A en B) en werd voortgezet aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij zich verdiepte in de Nederlandse literatuur der Renaissance, de hymnologie en de liturgiewetenschap. Ook behaalde hij het diploma Kerkmuziek met de bevoegdheidsverklaring III als organist. Als literair criticus schreef hij o.a. voor het tijdschrift Woordwerk en het Ned. Dagblad en als organist bespeel
De auteur, Patrice Delchambre (Leopoldsburg), woont al 27 jaar in Afrika waarvan 17 jaar in Zimbabwe. Zij is Germaans filologe, voormalig medewerkster bij het RISO (Regionaal Instituut Samenlevingsopbouw in Antwerpen), actief binnen het Internationaal Onderwijs, de sociale sector en als kunstenaar. Zij selecteerde 23 vrienden en kennissen die hun verhalen aanbieden terwijl haar levensverhaal de rode draad blijft. Met Zimbabwe, een bijzondere passie wordt een antwoord gegeven op de vraag: 'Hoe gaat het nu in Zimbabwe?' . Het boek geeft een actueel beeld over het dagelijks leven in een land dat ondanks de pijn ook vele prachtige en vooral unieke kanten heeft. Het beschrijft een manier van 'samen' leven, hoe er voor elkaar gezorgd wordt en hoe men, opmerkelijk genoeg, met overtuiging en hoop in Zimbawe blijft geloven. Een levenskunst die in de westerse wereld vaak ver te zoeken is.Met de opbrengst van het boek wordt steun verleend aan Zimbabwean Lawyers for Human Rights en aan Fairhome, een thuishaven voor straatkinderen.
Het lessenpakket Auditieve discriminatie voor anderstaligen, als onderdeel van Verstaanbaarheid in de praktijk is opgesteld door 4 logopedisten die binnen het vakgebied NT2 (Nederlands als tweede taal) actief zijn. Hun doelstelling is de verstaanbaarheid bij anderstaligen te verbeteren. Uit de praktijk blijkt dat het aspect verstaanbaarheid bij de cursisten onvoldoende spontaan evolueert. Vanuit het uitgangspunt dat auditieve discriminatie één van de vereisten is om tot een goede verstaanbaarheid te komen, is er gekozen om hiervoor een lessenpakket te ontwikkelen voor lesgevers NT2 of individuele remediëring. De lessen zijn gebruiksklaar, nemen niet veel tijd in beslag (± 15’) en zijn meermaals uitgetest met positief resultaat. Dit pakket bestaat uit een Handleiding met uitgewerkte lessen, aangevuld met bijhorende klankplaten en grafeemkaartjes (op de Acco-website). Voor de cursisten is er een Oefenboek voor klassikaal gebruik, inclusief een CD met neerslag waarmee de cursist thuis kan oefenen.Werken aan verstaanbaarheid blijft een vast onderdeel van elke NT2 les en is een voorwaarde voor een vlotte ontwikkeling van de 4 vaardigheden; lezen, schrijven, spreken en luisteren.Over de auteurs:ELSKE EVERAERTS werkt sinds 1999 als lesgever Nederlands voor anderstaligen en als zelfstandig logopediste in haar logopedische praktijk te Sint-Genesius-Rode. SASKIA JANSSENS is licentiaat in de Logopedie en behaalde het getuigschrift didactiek Nederlands aan anderstaligen (2002, UA). Ze maakte dat schooljaar ook de overstap naar het volwassenenonderwijs.MARLEEN LOBELLE werkte jarenlang als logopediste in het B.L.O. en in een logopedische praktijk. Zij is sinds 2001 lesgever NT2.SYLVIA PEETERS werkte enige tijd als zelfstandig logopediste in een groepspraktijk en is sinds 2001 lesgever NT2.Alle auteurs zijn lesgevers in het CVO Antwerpen-Zuid waar ze sinds 2004 ook deel uitmaken van de werkgroep verstaanbaarheid.
Twee verhaallijnen draaien om elkaar en vormen zo de bouwstenen van een bijzonder boek. Christine Van Broeckhoven vlecht haar persoonlijke ervaringen samen met haar wetenschappelijke bevindingen tot een geheel dat nog het meest lijkt op de DNA-structuren die ze zo lang heeft onderzocht. Voor een vrouw in de door mannen gedomineerde wetenschappelijke wereld is het niet altijd gemakkelijk, maar de passie voor haar vak en vooral haar persoonlijke betrokkenheid bij alzheimer leidden haar naar de top van haar vakgebied.In Brein en branie vertelt Christine Van Broeckhoven over haar leven en over haar carriÞre in de wetenschap. Ze gaat diep in op de desastreuze ziekte. Is alzheimer erfelijk? Wat is onthouden en wat is vergeten precies? Hoe herinneren we ons ons verleden? Daarnaast vertelt ze hoe ze erin slaagde om als werkloze haar eigen laboratorium op te richten aan de universiteit van Antwerpen, en doe ze verslag van haar strijd met de overheid en de privÚsector, die zich geen raad wisten met een vrouw aan de top. Zo ontstaat een subtiel verslag van een bewogen strijd met de bouwstenen van het menselijk bestaan, en met een onwillige omgeving.
Chronische Pelvische Pijn (CPP) is een moeilijk onderdeel van de pathologie van het kleine bekken. In dit praktijkboek wordt ingegaan op de mogelijke oorzaken en de perifere en centrale mechanismen die hierbij een rol spelen. Het boek gaat dieper in op de verandering van het lichaam tijdens het verloop van de aandoening en de implicaties hiervan voor de behandeling en de evolutie van CPP. Naast de bespreking van enkele oorzaken en ziektebeelden in de urologische, gynaecologische, gastroïntestinale en musculoskeletale stelsels, worden ook de psychologische gevolgen bekeken.Diagnose en behandeling vormen het grootste deel van het werk. Medische en kinesitherapeutische behandelingen worden in detail beschreven. De osteopatische behandeling krijgt een aparte plaats. Dit boek bevat alle informatie die een geïnteresseerde zorgverstrekker maar ook de patiënt zou willen weten.Over de auteur:JEAN-JACQUES WYNDAELE is gewoon hoogleraar urologie aan de Universiteit Antwerpen en diensthoofd Urologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Hij is erkend uroloog en erkend revalidatiearts.
Hoevelen koesteren niet de wens Arabisch te leren om meer te kunnen genieten van wat de Arabische landen en hun cultuur te bieden hebben? En hoevelen kijken hier ten onrechte tegenop?Voor wie het Arabisch beheerst, gaat een wereld open. Een springlevende, uiterst gevarieerde wereld, die steeds meer 'bij ons om de hoek' te vinden is, en een eerbiedwaardige oude wereld waaraan de moderne westerse wetenschap en cultuur zeer schatplichtig zijn.Dit studieboek maakt duidelijk dat het Arabisch een leerbare taal is. Zoals bij elke taal zal enig doorzettingsvermogen nodig zijn. Maar de didactiek zit in het studieboek ingebakken. Twee enthousiaste docenten hebben er een jarenlange leservaring en een buitengewone expertise als native speaker in gebundeld. Het studieboek besteedt bijzondere aandacht aan de moeilijkheden die juist Nederlandstaligen met het Arabisch hebben en legt de grote systematiek van deze wereldtaal bloot.De audio-cd's met de ingesproken basisteksten en oefeningen maken de gebruiker vertrouwd met het Arabisch als spreektaal. Samen met het afzonderlijk gepubliceerde addendum dat de cd-teksten, de oplossingen bij de oefeningen en de geïntegreerde woordenlijst bevat, zullen ze zeker ook bij zelfstudie hun nut bewijzen.Herman Talloen (°1950) studeerde Arabistiek aan de Universiteit Gent. Hij doceerde jarenlang Arabisch aan de Universiteit Gent, de universiteit Antwerpen en het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken van de Hogeschool Antwerpen. Sinds 2004 is hij verbonden aan het departement Toegepaste Taalkunde van de Lessius Hogeschool te Antwerpen.Abied Alsulaiman (°1962) studeerde Klassieke Filologie in Athene en Semitische Taalkunde aan de Universiteit Gent. Hij doceert sinds 1994 Arabisch aan het departement Toegepaste Taalkunde van de Lessius Hogeschool te Antwerpen.
Dit handboek heeft tot doel een snelle en diepgaande introductie te geven in het werken met SAS. Met behulp van reële data die gratis ter beschikking gesteld worden, wordt een inzicht gegeven in elementaire en meer geavanceerde componenten van SAS. Voorbeelden worden gehaald uit de dagelijkse onderzoekspraktijk en zijn zowel gericht op het werken met de SAS-syntax als op de menugestuurde omgeving Enterprise Guide. Vanaf versie 9.2 werd deze module toegevoegd aan SAS waardoor de kracht van de SAS-syntax eenvoudig gecombineerd kan worden met de eenvoud van het menugestuurd werken. In een toegankelijke stijl wordt de plaats van SAS in de verschillende fasen van het onderzoek behandeld (data-invoer, databewerking en analyse).Hierbij komen volgende elementen aan bod: voor het eerst kennismaken met SAS en Enterprise Guide; een eigen vragenlijst omzetten in een SAS-databestand; een extern databestand omzetten naar het SAS-formaat; databestanden cleanen; variabelen defi niëren en analyseklaar maken; tabellen maken en interpreteren; univariate kengetallen opvragen; bivariate associatiematen bekijken en professionele grafi eken maken met Graph-N-Go en Enterprise Guide.Over de auteur:DIMITRI MORTELMANS is hoofddocent aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en staat aan het hoofd van het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop Onderzoek (CELLO). Hij doceert er Kwalitatieve Onderzoeksmethoden en Toegepaste Multivariate Statistiek. Hij is tevens coördinator van het vak Leeronderzoek waarin studenten stap voor stap onderzoekservaring opbouwen. Zijn onderzoek situeert zich in de gezins- en arbeidssociologie en behandelt thema’s als echtscheiding, combinatie gezin en arbeid en loopbaanonderzoek.
Toen een halve eeuw geleden de wereldtentoonstelling in Brussel haar deuren opende, was het geloof in de toekomst onaantastbaar. Inmiddels heeft het vooruitgangsoptimisme een flinke deuk gekregen en zijn veel mensen bang geworden. Op die gevoelens van onzekerheid wordt duchtig ingespeeld door populistische en rechtse partijen, onheilsprofeten en fanatici. In heel Europa hebben progressieve partijen het moeilijk een antwoord te formuleren op die angst en onzekerheid. Toch heeft dit veranderende tijdsgewricht nood aan een progressief sociaal project. Vlaams minister Kathleen van Brempt (sp.a) gaat in Verder dan Morgen dieper in op een aantal belangrijke uitdagingen, zoals duurzaamheid, diversiteit en een progressief gezinsbeleid. In een apart hoofdstuk geeft ze haar mening over de toekomst van de sociaal-democratie in Europa en ons land.Haar inspiratie haalt ze bij mensen met een visie. Kathleen van Brempt sprak met onder anderen de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, antropoloog Rik Pinxten, de Noorse staatssecretaris voor Gelijke Kansen Kjell Erik Ïie, Sunder Katwala, directeur van The Fabian Society, de denktank van New Labour, de econoom Bernard Lietaer... Verder dan morgen is het eerste boek van ÚÚn van de voortrekkers van de nieuwe generatie Vlaamse socialisten.Kathleen van Brempt (1969) is Vlaams minister van Mobiliteit, Gelijke Kansen en Sociale Economie voor sp.a en gemeenteraadslid in Antwerpen. Eerder was ze politiek secretaris van de Vlaamse socialisten, Europarlementslid en staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het Werk.
Frans Buelens is onderzoeker op het Studiecentrum voor Onderneming en Beurs van de Universiteit Antwerpen, en professor aan het HIVT. Hij publiceerde in tijdschriften zoals her European Journal of Economic History, het Hitotsubashi Journal of Economics. Intereconomics, Applied Financial Economics, Explorations in Economic History. Hij was editor van het boek Globalisation and the Nation State (1999) en auteur van het boek Financieel-institutionele analyse van de Belgische beursgenoteerde spoorwegsector 1836-1957 (2004).Congo 1885-1960 Een financieel-economische geschiedenisFrans BuelensDe klemtoon van deze omvattende financieel-economische geschiedenis van koloniaal Congo ligt op de toen in Congo gevestigde bedrijven. Het is een netwerkanalyse van in elkaar hakende bedrijven, met als stuwende fac¬tor de grote Belgische financiële groepen, holdings en trusts. Namen als klokken: Union Minière, Kilo-Moto, Société Générale, Cotonco. Société d'Anvers... De ontrafeling van deze netwerkstruccuren mondt uit in een globale berekening van de winstvoet van de Belgisch-Congolese bedrijven, zowel gemeten met boekhoudkundige data als met behulp van beursdata. Het resultaat is verbluffend.Deze bedrijven haalden in de koloniale periode een winstvoet die tot de allerhoogste ter wereld moet gerekend worden. De rendementen op de beurs bleven niet achter. Het koloniale imperium maakte België tot een van de machtigste grondstoffenleveranciers van de wereld. Daarmee vult het boek een belangrijke lacune van het wetenschappelijke onderzoek naar de geschiedenis van Congo. Het werk van Pierre Joye en Rosine Lewin, Les trusts au Congo (1961) en dat van Jean Stengers krijgt hiermee een uitdieping.De auteur analyseert ook de globale institutionele omkadering van de kolonisatie.Tegelijk zoomt hij in op de belangrijke koloniale figuren met politieke en economische topverantwoordelijkheden. Hij schildert hoenauw deze hoofdrolspelers met elkaar verbonden waren: Allard, Nagelmackers.Jadot. de Goffinets, Empain, Lippens,Van