Mensen met een fysieke, zintuiglijke, cognitieve of psychische beperking kunnen moeite hebben met het functioneren in de maatschappij. Zij worden vaak belemmerd in het vervullen van sociale rollen, zoals de rol van huurder of werknemer, en in het uitvoeren van dagelijkse activiteiten, zoals boodschappen doen of studeren. Rehabilitatie is een vorm van zorg- of hulpverlening die zich richt op verbetering van het functioneren in het dagelijks leven. De zorg- of hulpverlener gaat uit van de wensen, sterke kanten en groeimogelijkheden van mensen met beperkingen en ondersteunt de cliënten bij het ontdekken en realiseren hiervan. Handboek rehabilitatie voor zorg en welzijn helpt zorg- of hulpverleners de competenties te verwerven die nodig zijn om te werken met rehabilitatie. Het boek bestaat uit drie delen. In deel 1 worden algemene concepten besproken, zoals herstel, verschillende rehabilitatiestromingen en maatschappelijke steun. Deel 2 gaat over de toepassing van rehabilitatietechniek op de verschillende doelterreinen: wonen, werken, leren en sociale contacten. Deel 3 beschrijft de toepassing bij specifieke doelgroepen, zoals mensen met een verslaving, niet-aangeboren hersenletsel (NAH) of autisme, en dak- en thuislozen, jongeren en ouderen.Elk hoofdstuk sluit af met studieactiviteiten. Daarnaast is er een website beschikbaar met uitgebreid studiemateriaal, zoals een docentenhandleiding, toetsvragen, casuïstiek en PowerPointpresentaties.Handboek rehabilitatie voor zorg en welzijn is een compleet studieboek voor studenten die een opleiding tot zorg- of hulpverlener volgen en voor cliëntgebonden werkers in zorg en welzijn, bijvoorbeeld maatschappelijk werkers, sociaal-pedagogisch hulpverleners, (sociaal) psychiatrisch verpleegkundigen, rehabilitatiewerkers en ergotherapeuten.Lies Korevaar is als lector Rehabilitatie verbonden aan de Hanzehogeschool Groningen en als directeur/hoofdopleider aan de Stichting Rehabilitatie ’92 te Utrecht. Jos Dröes is psychiater en als docent en senior consultant verbonden a
Over de liefde zijn er genoeg boeken uitgegeven. De meeste verdwijnen al snel van de boekenmarkt. Maar er is een boek dat generaties lang overleeft, namelijk de kamasutra. Het indische leerboek van de liefde, geschreven door Vatsyayana.
In Psychiatrie, een inleiding worden sterk uiteenlopende psychische stoornissen besproken zoals depressie, schizofrenie, anorexia, autisme, paniekstoornis, dementie en ADHD. Op heldere en indringende wijze wordt een beeld geschetst van de psychiatrie en haar onderzoeksgebied. Daarbij staan vragen centraal als: Wat is afwijkend gedrag? Hoe ontstaat het? Wat zijn de gevolgen en hoe is het te behandelen?Aan de hand van het DSM-classifi catiesysteem (IV-TR) behandelt Psychiatrie op overzichtelijke wijze verschillende vormen van afwijkend gedrag. Hierbij is er niet alleen aandacht voor de symptomen, oorzaken en behandelmethoden van psychische stoornissen, maar ook voor de mensen die aan deze stoornissen lijden en de gevolgen die zij hiervan ondervinden. De casevoorbeelden en persoonlijke verhalen van echte patiÙnten die leven met stoornissen maken de menselijke kant van de psychiatrie zichtbaar. Daarnaast worden per hoofdstuk onderwerpen over eigentijdse problemen of onderzoeksgebieden gepresenteerd die studenten dwingen kritisch na te denken over alledaagse psychiatrische kwesties.Op de bij dit boek geleverde cd-rom staan videofragmenten die zijn gekoppeld aan de casu´stiek uit het boek. Tevens zijn op de website toetsvragen beschikbaar die inzicht geven in het kennisniveau van de student.Dit boek is geschikt voor studenten in het hoger onderwijs die een opleiding volgen waarbij basiskennis van de psychiatrie van belang is.De auteurJeffrey S. Nevid, Spencer A. Rathus en Beverly A. Green zijn verbonden aan verschillende universiteiten in de Verenigde Staten en hebben veel gepubliceerd op het gebied van de psychologie en psychiatrie. Bewerkers Erik Hoencamp en Judith Haffmans zijn beiden werkzaam bij de Parnassia Bavo Groep en de Universiteit Leiden. Josine van Loon is psycholoog en verbonden aan de Hogeschool Utrecht.
Koop nu ook het officiële FC Utrecht thuisshirt in de voetbalshop van Voetbalshirts.com! In dit shirt speelt FC Utrecht de thuiswedstrijden gedurende het seizoen 2011/2012. Het shirt heeft dit jaar opnieuw twee diagonale vlakken, welke rood en wit zijn. Op de rechterborst van het shirt staat het logo van Kappa, evenals op beide mouwen. Op de linkerborst is het logo van FC Utrecht geborduurd. Op het midden van het uitshirt van FC Utrecht staat de nieuwe hoofdsponsor: simpel.nl. Ook is de Domtoren weer te zien op het FC Utrecht shirt. Deze staat aan de onderkant. In dit shirt schitteren sterren als Nilsson, Vorstermans, Wuytens, Martensson, Asare, Mulenga, Oar, Demouge en Gerndt.
Koop vanaf nu ook het officiële FC Utrecht uitshirt in de voetbalshop van Voetbalshirts.com! In dit shirt speelt FC Utrecht de Eredivisie uitwedstrijden gedurende het seizoen 2011/2012. Het shirt heeft dit jaar opnieuw twee diagonale vlakken, welke roze en zwart zijn. Op de rechterborst van het shirt staat het logo van Kappa, evenals op beide mouwen. Op de linkerborst is het logo van FC Utrecht geborduurd. Op het midden van het uitshirt van FC Utrecht staat de nieuwe hoofdsponsor: simpel.nl. Ook is de Domtoren weer te zien op het FC Utrecht shirt. Deze staat aan de onderkant. In dit shirt schitteren sterren als Nilsson, Vorstermans, Wuytens, Martensson, Asare, Mulenga, Oar, Demouge en Gerndt.
Geef me de 5 is geschreven naar ouders en opvoeders toe. Een kind met autisme op voeden en begeleiden, HOE doe je dat? Daar gaat dit boek over. Het is geschreven vanuit de behoefte aan duidelijkheid en voorspelbaarheid die het kind met autisme nodig heeft. Het kind vraagt als het ware van ons: Geef me de 5. Of anders gezegd: WAT is mijn taak, HOE voer ik hem ui, WAAR vindt het plaats, WANNEER moet ik het doen en WIE is erbij betrokken?Al lezende leert men deze wijze van handelen te hanteren, doordat er uitleg wordt gegeven over wat de gevolgen van de stoornis voor het kind kunnen zijn. Daardoor ontstaat er langzaam bij de lezer het inzicht. Dit noemt de schrijfster: 'de auti-bril opzetten'. Door deze auti-bril op te zetten kun je eigenlijk pas zien HOE het kind denkt zodat je, als ouder/begeleider, daarbij op een passende wijze kunt aansluiten.De CD-ROMOp de CD-ROM Geef me de 5 staan o.a. videofragmenten van beschreven situaties zoals:gedragskenmerken van de stoornisgebruikmaken van visualiseren van takenomgaan met auti-communicatieEen aantal werkbladen in kleurDe meest voorkomende pictogrammen uit het boekOver de auteurColette de Bruin-Wanrooy, is werkzaam als trainer en ambulant begeleider in gezinnen waar sprake is van kinderen met autisme die al dan niet een verstandelijke handicap hebben. Zij is moeder van 5 autistische pleegkinderen en mede opgevoed door een vader met het Syndroom van Asperger. De schrijfster neemt haar lezer mee in haar praktische manier van werken, die natuurlijk naar de eigen situatie vertaald kan worden.
Als je geen orde kunt houden in de klas, ben je geen goede leraar, luidt het vooroordeel.Veel leraren hebben moeite met de vaardigheid om orde te houden. Een bijkomende factor is dat wat bij de ene leraar niet mag, bij de andere geen enkel probleem is. Het is daarom niet alleen van belang dat leraren orde kunnen houden in hun eigen klas, maar ook leren hun aanpak zo op elkaar af te stemmen dat er sprake is van uniforme leefregels binnen de school. Leerlingen leren immers het best in een veilige, plezierige omgeving.Lessen in orde biedt (aanstaande) leraren een methode voor het creëren van zo’n stimulerend werkklimaat. De methodiek is op vier niveaus uitgewerkt: het niveau van de klas, van de school, van de individuele leraar en van de individuele leerling. Zo reikt dit boek de leraar concrete instrumenten aan om orde te houden en tal van praktische tips over hoe in te grijpen bij ordeverstoringen. Ook biedt het handvatten om tot een gezamenlijke aanpak te komen binnen de school. Verder is er onder meer aandacht voor zorgleerlingen en het sturen van groepsprocessen.Dit boek is vanuit de praktijk geschreven en bevat veel voorbeelden en ervaringen. Daarnaast staan er op de website reflectievragen en opdrachten, verdiepingsstof en een variëteit aan praktische materialen, zoals voorbeeldbrieven, beoordelingsformulieren en checklists.Lessen in orde is bedoeld voor studenten aan lerarenopleidingen, startende leraren, zij-instromers, schoolleiders en voor alle leraren die de kwaliteit van hun onderwijs willen verbeteren.Peter Teitler is als docent verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht met als specialisme het omgaan met gedragsproblemen. Hij staat zelf voor de klas en is lerarenopleider. De auteur past de in het boek gepresenteerde methodiek met veel succes toe en adviseert erover op diverse scholen in het basis-, voortgezet-, speciaal en middelbaar beroepsonderwijs.
Je zult het maar meemaken dat je zoon maandenlang denkt dat hij een hond is en de kinderen van het dagverblijf de stuipen op het lijf jaagt met zijn gegrom. Of dat hij zijn hele gezin verplicht om op straat in een nette rij achter elkaar te stappen, of onschuldige omstaanders in de supermarkt in een berg aardbeien katapulteert. In Mijn hoofd heeft het nogal druk vandaag neemt Georgina Derbyshire de lezer mee op een wonderlijke reis in de leefwereld van haar zoontje Bobby. Ze beschrijft op hilarische en hartverwarmende wijze hoe de wereld best verwarrend kan zijn, zeker als je een tienjarig autistisch jongetje bent met een fascinatie voor stenen, meetlinten en treinen. Een must voor iedereen die geconfronteerd wordt met autisme, en op zoek is naar steun, herkenning én humor. Want zoals Georgina Derbyshire het zelf verwoordt: 'Lachen is toegestaan!'
"In zijn nieuwe boek stelt Peter Vermeulen eerst orde op zaken en rekent af met enkele hardnekkige misverstanden. Autisme zit aan de binnenkant, het zien van autisme aan de buitenkant bij normaal begaafden is niet zo eenvoudig. De auteur herleest en onderzoekt kritisch de oorspronkelijke publicatie van Hans Asperger (1944). Gewikt en gewogen is de conclusie duidelijk: het Asperger-syndroom vertoont meer gelijkenis dan verschil met de omschrijving van Kanner.Hun typisch autistisch zijn op het gebied van communicatie, omgang met anderen en specifieke routines beschrijft en illustreert Vermeulen in de hem eigen en ons ondertussen bekende en gewaardeerde stijl: concreet, verhelderend, vaak met een vleugje humor... maar steeds vanuit een diep respect voor hun anders zijn, hun worsteling om te overleven in een voor hen vaak onbegrijpelijke wereld.Ook wordt in dit boek een typische auti-benadering uitgewerkt voor normaal begaafde mensen met autisme: op maat van hun intelligentie én hun autisme, want... brein bedriegt.Een prachtig basisboek. En daarmee zeggen we meteen: we kijken uit naar het vervolg waarin thema's worden uitgediept rond onderwijs, seksualiteit en intieme relaties, psychoterapie, individuele coaching, ouderlijke zorg enz...Had ik dit boek maar 25 jaar eerder kunnen lezen!" - Toon De Vriendt, orthopedagoog, afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie UZ Gasthuisberg, Leuven
Tegen welke problemen lopen vrouwen met een vorm van autisme aan? Wat doet het met je als vrouw wanneer dit op latere leeftijd wordt vastgesteld? Actuele vragen, nu blijkt dat het percentage vrouwen met autisme waarschijnlijk ca. vier keer zo hoog is dan gedacht.Autisme leek een vooral mannelijke aandoening. Maar een toenemend aantal vrouwen blijkt er ook mee behept te zijn. Veelal wordt het bij hen op latere leeftijd vastgesteld. De stoornis valt bij hen minder op, omdat vrouwen doorgaans meer gevoeligheid tonen dan mannen, maar er wordt van zulke vrouwen meer gevoeligheid verwacht dan ze kunnen laten zien. Daardoor lopen vrouwen met autisme tegen specifieke problemen aan.In dit boek komen vrouwen aan het woord bij wie op latere leeftijd autisme is geconstateerd. Ze vertellen over hun ervaringen voor en hun verwerking van de diagnose. Een boek dat vrouwen met autisme een hart onder de riem steekt en laat zien dat ze niet ongevoelig zijn, maar eerder overgevoelig.
Wat als iemand zich chronisch moe voelt, of voortdurend pijn heeft, en de dokter heeft alle medische testjes gedaan maar kan niets vinden? Dan staat de arts voor een raadsel en belandt de patiÙnt in de enorme restbak van mensen die lijden aan medisch onverklaarde klachten. Tot frustratie van de patiÙnt wordt de oorzaak dan vaak 'tussen de oren' gezocht. Hoewel patiÙnten soms wel een diagnose krijgen, zoals fibromyalgie, chronisch-vermoeidheidssyndroom of prikkelbare-darmsyndroom, biedt die vaak weinig soelaas.In De dokter kan niets vinden geeft Jan Houtveen aan de hand van recent wetenschappelijk onderzoek antwoord op vragen als: Wat gebeurt er in het brein? Bestaat hyperventilatie? Waarom hoor je zo vaak dat de klachten beginnen na een virusinfectie? Waarom gaat pijn zo vaak samen met vermoeidheid?Houtveen laat zien dat psychologische factoren beslist een rol spelen, maar dat een puur psychologische verklaring te kort door de bocht is. De dokter kan niets vinden biedt een overzicht van actuele kennis en nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. Door de heldere uitleg en de concrete voorbeelden worden 'vage klachten' voor de lezer steeds minder vaag. De dokter kan niets vinden is een aanrader voor iedereen die - al dan niet beroepshalve - meer wil weten over het raadsel van medisch onverklaarde klachten.Over de auteurJan Houtveen (1964) promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op het gebied van psychologische en fysiologische reacties op stress. Sinds 2001 is hij verbonden aan de afdeling Klinische en Gezondheidspsychologie van de Universiteit Utrecht, waar hij zich bezighoudt met onderwijs en onderzoek op het gebied van medisch onverklaarde lichamelijke klachten.
Oorlog en terrorisme worden vaak beschouwd als een zaak van mannen. Toch zijn vrouwen al sinds lang betrokken bij gewelddadige bewegingen. In Gevaarlijke vrouwen worden tien militante vrouwen onder de loep gelegd.Met de emancipatie en de verbeterde kansen voor vrouwen neemt hun rol in terroristische organisaties toe. In de jaren zeventig zaten er bijvoorbeeld veel vrouwen in leidinggevende posities bij de links-revolutionaire Rote Armee Fraktion (RAF). Ulrike Meinhof is daarvan het bekendste voorbeeld. Maar het hangt sterk af van het type terroristische organisatie wat voor een rol er voor de vrouwelijke leden was weggelegd. Mochten ze meevechten, waren ze koerier, vriendin van, of werden ze als zelfmoordterroriste opgeofferd?Minstens zo belangrijk voor het radicaliseringproces van vrouwen was de manier waarop er tegen hen werd aangekeken, door de media en door de terrorismebestrijders. Vaak zag de buitenwacht ze als bijzonder gevaarlijk. In Gevaarlijke vrouwen laat Beatrice de Graaf zien hoe vrouwelijke militanten als stereotypen werden neergezet, en wat het met hen deed. Onder meer ‘amazone’ Tanja Nijmeijer (FARC-strijders), ‘ontaarde moeder’ Ulrike Meinhof (RAF) en ‘Black Panther’ Angela Davis worden besproken.Over de auteurBeatrice de Graaf is verbonden aan de Universiteit Utrecht. Eerder schreef zij het succesvolleboek Over de Muur. De DDR, de Nederlandse kerken en de vredesbeweging, en Theater van de angst, de strijd tegen terrorisme in Nederland, Duitsland, Italië en Amerika.
Dit boek is een inleiding in de Projectieve Meetkunde die mede gebaseerd is op de ervaringen van de auteur met onderwijs aan de lerarenopleiding. De meetkunde staat opnieuw in de belangstelling in onderwijs en onderzoek en het boek is, behalve voor studenten, dan ook bedoeld voor allen die hun kennis van de meetkunde willen opfrissen.Hoewel dit boek vele klassieke resultaten bevat zoals de stellingen van Pappos, Desargues en Pascal, is de opzet niet conventioneel. Uitgangspunten en axiomatiek worden op verschillende plaatsen besproken, maar de tekst is niet volgens een onverbiddelijk systeem van spelregels opgebouwd. Dit komt, zonder in ataxie te vervallen, de levendigheid van de behandelingen zeer ten goede.In het eerste deel worden projecties als uitgangspunt genomen: aan de samenhang met de leer van het perspectief, die zoveel heeft bijgedragen aan de Projectieve Meetkunde, wordt veel aandacht besteed. Het tweede deel geeft resultaten voor kogelsneden ( de ingenieuze verhandeling van Pascal over dit onderwerp is als appendix opgenomen), het derde deel gaat over meetkunde met coördinaten. Aan elk deel is een vraagstukkenverzameling toegevoegd.Deze nieuwe druk bevat, behalve correcties, een toevoeging van 80 bladzijden met uitwerkingen van de vraagstukken.Martin Kindt werd in 1937 geboren te Rotterdam. Na het halen van akten voor actuariële wetenschappen en voor wiskunde m.o. werd hij in 1960 leraar bij het voortgezet onderwijs en in 1967 raakte hij voor het eerst betrokken bij leerplanontwikkeling. In 1973 werd hij deeltijd wetenschappelijk medewerker aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, in 1975 trad hij in dienst bij het IOWO te Utrecht, waaruit, via de vakgroep OW & OC, het huidige Freudenthal Instituut van de Universiteit Utrecht is ontstaan.
In het Regeerakkoord ‘Samen Werken, Samen Leven’ van 7 februari 2007 is een relatie gelegd tussen de taalontwikkeling van kinderen en hun ouders. In het Regeerakkoord is het volgende opgenomen: ‘Kinderen bij wie op driejarige leeftijd door het consultatiebureau of elders een taalachterstand wordt geconstateerd, zullen via kinderopvang/peuterspeelzalen, voor- en vroegschoolse educatie en aparte (schakel)klassen op het vereiste niveau worden gebracht. De ouders van die kinderen worden hierbij direct betrokken via een verbrede leerplicht.’ De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie heeft vervolgens mede namens de Minister voor Jeugd en Gezin en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan onderzoekers van de Universiteit Utrecht en de Radboud Universiteit Nijmegen opdracht gegeven om een onderzoek te doen met het doel inzicht te krijgen in de juridische (on)mogelijkheid van een verbredeleerplicht.Het onderzoek heeft de juridische (on)mogelijkheid verkend van de verbrede leerplicht. Het rapport is als volgt opgebouwd; Na een inleiding in hoofdstuk 1 volgt een hoofdstuk over de onderzoeksaanpak, het onderzoekskader en een korte verkenning naar de context van het onderzoek (hoofdstuk 2). Hoofdstuk 3 is onder meer gewijd aan de vraag wie de doelgroep is van een verbrede leerplicht. In hoofdstuk 4 wordt de juridische inkadering van een verbrede leerplicht gegeven en wordt ingegaan op de grondslagen van, de beperkingenaan en de aanknopingspunten voor een verbrede leerplicht vanuit internationaal, EG-rechtelijk en nationaal oogpunt. Ten slotte worden in hoofdstuk 5 de onderzoekvragen beantwoord, te weten: (1) Kunnen ouders van jonge kinderen met een risico op taalachterstand in het Nederlands, wettelijk verplicht worden tot het leren van de Nederlandse taal?; Zo ja (2) Hoe zou aandeze verplichting juridisch vormgegeven kunnen worden?; (3) Wat zijn mogelijke implicaties voor specifieke groepen (autochtone) Nederlanders?; (4) Is het huidig instrumentarium om bij jonge kinderen
Deze wetseditie bevat nagenoeg alle fundamentele teksten die van belang zijn voor de constitutionele geschiedenis van Nederland, waaronder een aantal die voor het eerst in hedendaags Nederlands hertaald zijn (o.a. de Blijde Inkomste van 1356 en het Groot Privilege van 1477). De documenten kunnen gezien worden als mijlpalen in de soms moeizame strijd van de burger voor rechten en vrijheden. Oude overeenkomsten, tractaten, staatsregelingen, grondwetten etc. blijken vaak nog verrassend aktueel.Vragen over soevereiniteit, vrijheid, representatief en beperkt bestuur zijn in een nabij en verder liggend verleden eerder gesteld en soms op een voor Nederland kenmerkende manier beantwoord. Momenteel staan vragen met betrekking tot het al dan niet bestaan van een Nederlandse identiteit en de plaats van Nederland binnen de Europese Unie, in het middelpunt van de belangstelling.De teksten worden voorafgegaan door een inleiding waarin de vraag aan de orde komt of er terugkerende beginselen in de Nederlandse constitutionele geschiedenis zijn aan te wijzen bij negeren waarvan sprake zou zijn van een breuk. Het boek wordt gecomplementeerd door een als discussiestuk opgenomen concept-Grondwet.De teksten zijn veelal voorzien van LmargekopjesL die een snelle oriëntatie mogelijk maken.Inhoud Inleiding Literatuur Lex Frisionum (793/794) Het Friese Karelsprivilege (1297) Korte toelichting op het Friese Karelsprivilege Blijde Inkomste (1356) Algemeen privilege (1477) Smeekschrift der edelen (1566) Unie van Utrecht (1579) Apologie of Verantwoording (1581) Plakkaat van Verlatinge (1581) Vrede van Munster (1648) Déclaration des droits de tout peuple qui veut la liberté (1788) Verklaring over de rechten van iedereen die vrijheid wil (1788) Vrijheid, gelijkheid, broederschap (1795) Concept-Floh (1797) De Proloog van het Dikke Boek (1797) Staatsregeling voor het Bataafse volk (1798) Staatsregeling (1801) Staatsregeling (1805)
Hoe komt het dat wij gedachten en gevoelens van anderen begrijpen? Wat is de neurologische basis van sociale vaardigheden? Empathie, imitatie en inlevingsvermogen zijn belangrijke eigenschappen van de mens en voorwaarden voor vooruitgang en beschaving. Sinds kort weten we hoe ze werken: door middel van 'spiegelneuronen' in ons brein, 'slimme cellen' die ons in staat stellen om ons te spiegelen aan anderen.'Spiegelneuronen zullen voor de psychologie doen wat DNA voor de biologie deed', zei V.S. Ramachandran van de University of California in San Diego. En The New York Times stelde: 'De ontdekking raakt talloze wetenschappelijke disciplines en verandert ons begrip van cultuur, filosofie, taal, empathie, imitatie, autisme en psychotherapie.'Het spiegelende brein is het eerste boek dat deze revolutionaire wetenschap toegankelijk maakt voor een breed publiek. Iacoboni beschrijft in onderhoudende verhalen hoe de spiegelneuronen zijn ontdekt door het team van Giacomo Rizzolatti van de Universiteit van Parma. Hij legt uit hoe ze werken en waarvoor ze belangrijk zijn: om anderen te begrijpen, voor imitatiegedrag, moreel gedrag, bij het leren, taalverwerving, verslaving, politieke voorkeur en de al dan niet vrije wil. Hij gaat ook in op commerciÙle toepassingen, zoals het bepalen van consumentenkeuzes. Er is zelfs een nieuw vakgebied ontstaan: neuromarketing. Ook situaties waarin het spiegelen niet lukt komen aan bod, zoals bij autisme.Marco Iacoboni is neuroloog en neurowetenschapper aan de University of California in Los Angeles.
Mensen met autisme lijken vaak bewust het alleenzijn te verkiezen boven het gezelschap van anderen. Kun je daaruit afleiden dat ze zich nooit eenzaam voelen? Baukje van Kesteren concludeert het tegendeel. Rond haar vijftigste blijkt dat zij een aan autisme verwante stoornis heeft. Anderhalf jaar is ermee gemoeid voor zij deze nieuwe wetenschap over zichzelf een plaats heeft gegeven. Eén van de dingen waarop zij stuit, is het mogelijke verband tussen de stoornis en het gevoel van eenzaamheid waarmee zij al sinds haar kindertijd wordt geconfronteerd. In Een gat waar je hart zit vertelt de auteur eerst haar eigen verhaal en laat zij vervolgens een twintigtal lotgenoten aan het woord. Hun ervaringen werpen een schrijnend licht op het dagelijkse gevecht tegen de eenzaamheid van veel – maar uitdrukkelijk niet alle – mensen met autisme. Daarnaast laat zij professionals aan het woord over hun pogingen mensen met autisme een uitweg uit de eenzaamheid te helpen vinden. Ook besteedt ze aandacht aan een minder bekende benadering van autisme, namelijk de antroposofische. Een verrassend extraatje vormen de gedichtjes waarin ze de gevoelens van een buitenbeentje herkenbaar en ontroerend verwoordt. Een confronterend boek over een gevoelig onderwerp.
Verhalen spelen een belangrijke rol in ieders leven. Ieder heeft zijn eigen levensverhaal, maar ieder haalt ook kracht en inspiratie uit de verhalen van anderen. Zo kun je anderen ondersteunen en inspireren met een verhaal dat je speciaal aan hen vertelt. De kracht van het verhaal in de begeleiding van kinderen en volwassenen is dan ook het centrale thema van dit boek dat zich richt op leerkrachten (in allerlei vormen van onderwijs), groepsleiders, peuterleidsters, maatschappelijk werkers, psychotherapeuten, activiteitenbegeleiders, spelbegeleiders en speltherapeuten. Het boek is samengesteld door Centrum Spelmethodiek van de Hogeschool van Utrecht dat jaarlijks de 'Spel werkt'-dag organiseert, een studiedag waarin spel in al zijn verschijningsvormen centraal staat. Het thema is dit jaar: Spel werkt, vertel het door! In dit boek treft u de theoretische of methodische onderbouwingen van de workshopleiders op deze studiedag. De auteurs vertellen hoe je een verhaal kunt inzetten ter ondersteuning van de ontwikkeling en ontplooiing van kinderen, hoe kinderen - én volwassenen - middels spel hun verhaal vertellen en ze reiken technieken en methodieken aan in het bedenken en vertellen van verhalen. Ieder spel laat een verhaal zien en verhalen vertellen is keer op keer een spel. Spel werkt. Vertel het door!
In het dagelijks leven wordt veel gemeten. Ook wordt vaak de maat van iets afgeleid uit andere gemeten waarden; denk aan lengte, gewicht, gemiddelde, oppervlakte, kans. De wiskundige beschrijving van deze activiteiten vindt plaats binnen de maat- en integratietheorie, een basisonderwerp van de moderne wiskunde. Elke student wiskunde komt hier in meer of mindere mate mee in aanraking. Dat geldt ook voor velen die zich bezighouden met toepassingsgebieden van de wiskunde.Dit boek geeft een elementaire inleiding in de Lebesgue-theorie zoals die zich in de loop van de twintigste eeuw heeft ontwikkeld. De klassieke Riemann-integratie komt overigens in een appendix aan de orde. Daarnaast is er aandacht voor motivering van uit de waarschijnlijkheidsrekening; als toepassing wordt in het laatste hoofdstuk voor een 'wet van grote aantallen' een elementair bewijs gegeven. Met voldoende basiskennis van de analyse is dit boek geschikt voor zelfstudie.Dr. K. van Harn werd in 1948 geboren te Lunteren, studeerde wiskunde aan de Universiteit van Utrecht en promoveerde in 1978 aan de Technische Universiteit te Eindhoven. Hij is als universitair docent verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.Prof.dr. P.J. Holewijn werd in 1935 geboren te Utrecht, studeerde wiskunde aan de Technische Universiteit te Delft en promoveerde aldaar in 1965. Tot zijn emeritaat was hij als hoogleraar waarschijnlijkheidsrekening verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Veel sociale professionals hebben hun beroep gekozen omdat ze graag met mensen willen werken: het maakt hun werk boeiend en afwisselend. Maar hoe komt het dat het werken met sommige mensen als vanzelf gaat, terwijl het met anderen veel moeite kost? Het antwoord op deze vraag ligt voor een groot deel verscholen in diversiteit: verschillen in identiteit van de professionals en van de mensen met wie zij werken. Retourtje inzicht helpt toekomstige professionals inzicht te ontwikkelen in de vele facetten van hun eigen identiteit en die van anderen.Het boek bevat drie leerroutes. In de route ‘Denken’ presenteren de auteurs de theorie en in de route ‘Doen’ worden de studenten met behulp van opdrachten uitgedaagd om op een creatieve en praktische manier aan hun diversiteitscompetenties te werken. In het ‘Dagblog van een reiziger’ kunnen ze zich laten inspireren door het verslag van een zoektocht naar inzicht. Verder maken de studenten kennis met kleurrijke professionals die laten zien hoe zij creatief omgaan met diversiteit.In Retourtje inzicht wordt gewerkt volgens de Community Art-methode: een nieuwe, creatieve manier van onderzoek doen. Het boek bevat veel opdrachten: individuele en groepsopdrachten, denk- en doeopdrachten, en real life- en filosofische opdrachten. In alle hoofdstukken wordt gewerkt met internetsites, films, portretten, boeken, muziek en citaten. Dit alles maakt Retourtje inzicht een verrassende reisgids voor iedereen die zich wil voorbereiden op het succesvol omgaan met diversiteit in welzijn, gezondheidszorg of onderwijs.Toinette Loeffen werkt als dramadocent op de Hogeschool Utrecht en als onderzoeker bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie. Zij is projectleider van een landelijk Sia-Raakproject: Kunst inclusief. Herma Tigchelaar is theoloog en doet bij hetzelfde kenniscentrum onderzoek naar religie en biografie. Samen ontwikkelen zij programma’s rond diversiteit en creativiteit.
Taalmethodes bieden vaak kant-en-klare lessen waarmee docenten efficiënt en verantwoord aan de leerdoelen kunnen werken. Maar daarnaast blijven docenten behoefte hebben aan werkvormen die ze in kunnen zetten om te reageren op wat er in de klas gebeurt. Hoe laat je die woordenlijst nog een keer de revue passeren? Hoe kun je een ingeslapen klas voor het resterende half uur weer oppeppen? Hoe zet je je leerlingen of cursisten wat actiever aan het werk met die leesopdracht? In Actief met taal bieden de auteurs ruim zestig verschillende werkvormen aan die als inspiratiebron voor de (aspirant-)taaldocent kunnen dienen. De werkvormen zijn gerubriceerd en voorzien van labels die de vaardigheid, het taalniveau en de groeperingsvorm aanduiden, zodat een geschikte werkvorm gemakkelijk te vinden is. Ook worden variatiemogelijkheden en didactische tips gegeven. Met Actief met taal kan iedere taaldocent – beginnend of ervaren en in welke moderne taal dan ook – zijn vakmanschap een nieuwe impuls geven om het onderwijs leuker, dynamischer en efficiënter te maken. Dieuwke de Coole is onderwijskundige en NT2-docent. Ze is verbonden aan de pabo van Hogeschool Domstad in Utrecht en werkte voorheen aan de Universiteit van Maastricht, Hogeschool INHolland in Amsterdam, aan een ROC en aan een basisschool. Anja Valk is onderwijskundige, taalwetenschapper en NT2- docent. Zij werkte aan verschillende ROC’s en pabo’s en is nu verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
De buitenschoolse opvang groeit sinds 2007 en raakt steeds meer verbonden met de basisschool. De samenwerking is in het begin vooral organisatorisch, maar gaandeweg komen er ook inhoudelijke verbindingen. Dit boek biedt coördinatoren, directeuren, pedagogen en beleidsmedewerkers informatie en inspiratie hoe aan deze inhoudelijke samenhang vorm te geven. Geïllustreerd door (brede) scholen die dit al in praktijk brengen. Interessant voor basisscholen, buitenschoolse opvang en gemeenten. Er is meer mogelijk dan u op het eerste gezicht denkt. U kunt kiezen uit samen opvoeden, samen werken aan de ontwikkeling of aan de gezondheid van kinderen. U kunt ook samen aan de slag voor de kinderen van de school die extra zorg nodig hebben. En wat denkt u ervan om aan de schooltijden te sleutelen nu de school toch open is van ‘s ochtends tot ’s avonds? Al deze samenwerkingsmogelijkheden zijn in het belang van de kinderen. U leest hierover in deze bundel. U krijgt ook discussiestof mee over de maatschappelijke gevolgen van dagarrangementen. Vragen die in elk team opkomen: is het goed voor kinderen om de hele dag op school te zitten, wat betekent deze verandering voor gezinnen en vrijetijdsorganisaties? Liesbeth Schreuder en Marja Valkestijn zijn ervaren auteurs die in dit boek hun inzichten over buitenschoolse opvang en brede school wederom hebben gebundeld. Liesbeth Schreuder is ontwikkelingspsycholoog en Marja Valkestijn is afgestudeerd in de Algemene Sociale Wetenschappen. Zij publiceerden eerder het boek Dagarrangementen in de brede school. Zij zijn werkzaam bij het Nederlands Jeugdinstituut/ NJi te Utrecht. Susanne Mewissen studeert af in de Pedagogische Wetenschappen en is stagiaire bij het NJi.
Met de komst van internet is burgerjournalistiek serieus in opkomst. RTV Utrecht en het algemeen Dagblad startten in 2007 een officieel forum voor burgerjournalisten:Unieuws.nl. Burgerjournalisten, bloggers, kunnen hier hun nieuws uit hun omgeving verslaan. Dat resulteerde in een aantal interessante bloggers. Eén van hen is de blogger IdolMind die straatberichten uit zijn geliefde Utrechtse “Vogelaarwijk” Zuilen schrijft. Volgens landelijkemedia bijna een no-go-area. IdolMind probeert echter dieper te graven in deze wijk, die vaak als gevolg van gewelddadige ontsporingen in het nieuws is geweest. In zijn Straatberichten komt Zuilen echter naar voren als een samenleving die oneindig anders is dan het platte beeld dat de media geven. Zuilen blijkt een unieke gemeenschap. Een actieve gemeenschap die, zo schetstIdolMind in zijn boek, bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2010 voor een interessante aardverschuiving kan zorgen. IdolMind weet het echte Zuilen helder en toegankelijk te portretteren. En is Zuilen dan een Vogelaarwijk of misschien juist wel een Modelwijk? Delezer moet daar zelf een oordeel over geven.IdolMind is een 46 jarige inwoner van Zuilen. Hij woont 25 jaar in Utrecht, waarvan de laatste 15 jaar in Zuilen. Daar wil hij oud worden met zijn vrouw, 2 zonen en 2 main coon katers.Uitgeverij Aspektwww.uitgeverijaspekt.nl
M.J. Langeveld (1905-1989) behoort tot de grootste Nederlandse pedagogen van de twintigste eeuw. Dit is de biografie van deze beroemde opvoedkundige, die tevens een gevreesde autoriteit was en een fenomenoloog van internationaal formaat.Zijn naam vindt nog altijd weerklank. Er is een Langeveld-school, een Langeveld-centrum en een Langeveld-prijs. Een instituut draagt zijn naam, net als een gebouw aan de universiteit in Utrecht. Dat is geen toeval: Martien Langeveld, schrijver van een immens oeuvre, heeft een halve eeuw lang een stempel op zijn vak gedrukt. Zijn Beknopte theoretische pedagogiek is door generaties studenten gelezen.De biografie gaat over de context waarin Langeveld opgroeide, zijn relatie met zijn leermeesters, de oorlogsjaren en de tijd erna, zijn grote werken en zijn polemieken. Aan de hand van interviews, brieven, ongepubliceerde autobiografische fragmenten en andere bronnen ontstaat een intiem portret van een man die gedreven werd door maar een wens: de grootste pedagoog van Nederland te zijn.Over de auteurDr. Jaap Bos (1961) is psycholoog en werkt aan de universiteit Utrecht. Hij schreef eerder Een eeuw Freud (2001), Evart van Dieren. Een kroniek van het falen (2008) en (samen met Leendert Groenendijk) The Self-Marginalization of Wilhelm Stekel (2008).
Een revolutionair boek om kinderen het beste uit zichzelf te laten halen!Er is niets frusterender dan slimme, getalenteerde kinderen steeds weer te zien worstelen met simpele taken als huiswerk, opruimen of aankleden. Of met het omgaan met teleurstelling of boosheid. Recent onderzoek laat zien dat deze kinderen tekortschieten in executieve functies.Executieve functies maken het mogelijk om rationele beslissingen te nemen, impulsen onder controle te houden en te kunnen focussen op wat belangrijk is. Verminderde executieve functies leiden tot problemen met doelgericht gedrag. Dat komt voor bij kinderen met ADHD, autisme, leerstoornissen en niet-aangeboren hersenafwijkingen.In Slim maar ... hebben Peg Dawson en Richard Guare baanbrekend onderzoek vertaald naar uiterst praktische adviezen en tips. Met behulp van werkbladen, vragenlijsten en uitgebreide leeftijdsgebonden informatie kunnen ouders en professionals voor elk kind een specifiek en effectief actieplan opstellen.- Herken de sterke en zwakke punten bij kinderen- Gebruik activiteiten en spelletjes om specifieke vaardigheden te trainen- Oefen dagelijkse routines zoals aankleden, huiswerk maken, naar bed gaan- Leer kinderen strategieÙn om beter met andere kinderen om te gaan- Help kinderen zich minder angstig en meer zelfverzekerd te voelen'Dit briljante boek is verreweg het beste dat ik over dit onderwerp heb gelezen.' - Russell A. Barkley, auteur van Diagnose ADHDOver de auteurPeg Dawson is psycholoog aan het Center for Learning and Attention Disorders in Portsmouth, New Hampshire. Richard Guare is neuropsycholoog en directeur van dit Center. Beiden hebben meer dan 30 jaar ervaring met het werken met kinderen met aandachtstekort-, leerstoornissen en gedragsproblemen.
De deelname aan vrijwilligerswerk in Nederland is internationaal gezien hoog en lijkt dat voorlopig ook te blijven. Er worden wel veranderingen gesignaleerd in de aard van het vrijwilligerswerk en de groepen waarin het zich concentreert. Ontwikkelen zich inderdaad lossere, meer geïndividualiseerde vormen? Bieden stijgende opleidingsniveaus en postmaterialistische waarden compensatie voor afnemende kerkelijkheid? Hebben nieuwe Nederlanders een achterstand in vrijwillige inzet en gaan ze die dan inlopen? Hoe past vrijwilligerswerk in de dagelijkse drukte en patroon van tijdsbesteding? Hoe is het gerelateerd aan lidmaatschappen van verenigingen? Is er een verschuiving van het geven van tijd naar het geven van geld? Groeit de betrokkenheid van het bedrijfsleven en wat zijn de gevolgen daarvan?Dit zijn enkele vragen die in dit vijfde en laatste deel van de serie 'Civil society en vrijwilligerswerk' aan de orde komen. Een keur aan onderzoekers van vrijwillig engagement in Nederland belicht in deze bundel vrijwilligerswerk in meervoud, van burgerinitiatieven tot bedrijfsinnovaties, van levensbeschrijvingen tot enquêtecijfers, van meer institutionalisering tot informalisering, van persoonlijke motivaties tot wijkkenmerken, van Smilde tot Utrecht.
De Prinsenschool bevat zeven vertellingen met tekeningen voor kinderen van zes tot twaalf jaar met ontwikkelingsstoornissen en/of gedragsproblemen. De prachtige verhalen en illustraties zijn ontstaan op de werkvloer met kinderen met een licht verstandelijke handicap. Door hun eenvoud spreken ze zeer tot de verbeelding. De thema’s zijn echter vrijwel allemaal bruikbaar voor alle beroepskrachten die werken met (groepen) kinderen. Bij De Prinsenschool hoort het handboek De kracht van verhalen (door Adri Bosch, Piet Faas en Tamar Kopmels). Deze handleiding bevat werkmateriaal (activiteiten, gespreksideeën, verwerkingsvormen) en concrete tips en achtergronden voor gebruik in het (speciaal) onderwijs, door groepsleiding en in therapie. Adri Bosch werkt als consulent levensbeschouwing met licht verstandelijk gehandicapte kinderen en jongeren bij Saltho.Wilna van den Heuvel is spelbegeleidster op P.I. School Hondsberg bij Saltho, en docent aan de opleiding voor spelbegeleidsters binnen Hogeschool Utrecht. Zij werkt tevens als beeldend kunstenaar en heeft een eigen galerie.
Gebarentalen zijn natuurlijke talen en worden overal gebruikt waar dove mensen een gemeenschap vormen. Ze zijn bijzonder, omdat ze op een heel andere manier worden geproduceerd en waargenomen dan gesproken talen – namelijk met de handen en met de ogen. Door gebarentalen te bestuderen kunnen we veel leren over taal in het algemeen. 'Gebarentaalwetenschap' is bedoeld als een inleiding in de taalwetenschappelijke studie van gebarentalen. Niet alleen de Nederlandse Gebarentaal komt aan bod maar ook veel andere gebarentalen uit de hele wereld. Hoe is de structuur van gebarentalen? In hoeverre verschillen gebarentalen van elkaar? Hoe leren kinderen zo’n taal? Zit gebarentaal net zo in de hersenen als gesproken taal? En bestaan er dialecten in een gebarentaal? Wie nieuwsgierig is naar de antwoorden op zulke vragen en interesse heeft voor taal in het algemeen, zal dit boek met veel plezier lezen.De redactie:Anne Baker is hoogleraar Taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.Beppie van den Bogaerde is lector Dovenstudies bij de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht.Roland Pfau is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Taalwetenschap van de Universiteit Amsterdam.Trude Schermer is directeur van het Nederlands Gebarencentrum te Bunnik.
Het geheim van de ruimtelift vertelt het verhaal van Linus, een jongen met een passie voor computers en liften. De klasgenoten van Linus noemen hem Mr. Spock omdat hij overeenkomsten vertoont met het personage uit Star Trek: net als Mr. Spock analyseert hij de wereld rationeel en analytisch.Linus is gefascineerd door allerlei details in zijn omgeving, maar heeft daar tegelijkertijd ook veel last van. Wat klasgenoten en andere mensen uit zijn omgeving doen en zeggen, is voor hem een groter geheim dan de werking van liften. Het liefst van al sluit hij zich af van al die verwarrende zaken. Onderzoek bij de psycholoog wijst uit dat Linus een autismespectrumstoornis heeft...Het geheim van de ruimtelift is het allereerste stripverhaal over autisme.Erik Thys brengt een verhaal in beeld dat herkenbaar is voor veel begaafde jongeren met een autismespectrumstoornis, maar ook voor hun omgeving: ouders, klasgenoten, leerkrachten. De strip maakt autisme toegankelijk en bespreekbaar voor een breed publiek. Achteraan de strip vertellen deskundigen van Autisme Centraal hoe je het stripverhaal kan gebruiken bij psycho-educatie en sensibilisering. Maar het is en blijft in de eerste plaats natuurlijk een goed stripverhaal dat je ook gewoon voor het plezier kan lezen.
Aap-zee-koe is een leesprogramma om kinderen met autisme te leren lezen. Werkboek en werkbladen op cd-rom!De bestaande leesmethodes blijken niet altijd even geschikt voor kinderen met een autismespectrumstoornis. Ze zijn te 'speels', vertrekken meestal van verhalen en zijn daardoor in bepaalde opzichten te abstract. Vaak zijn ook de bijhorende werkboekjes niet aangepast. Die aanpassing gebeurt met Aap-zee-koe, vanuit de praktijk door Hilde Cornelis en Ilse Van Beversluys. Aap-zee-koe is duidelijk, visueel gestructureerd, voorspelbaar en realistisch. Van bij de aanvang staat de essentie van het lezen centraal: een woord wordt geanalyseerd in zijn verschillende componenten, namelijk de letters, en deze worden weer samengevoegd tot een zinvol geheel: het woord. En het kind wordt gewezen op de betekenis van het woord dat het leest. Er werd geopteerd zoveel mogelijk met tekeningen te werken. Personen met autisme hebben nood aan het visualiseren van abstracte zaken, en wat is er abstracter dan onze gesproken of geschreven taal? Van in het begin wordt duidelijk gemaakt dat lezen te maken heeft met de realiteit: de woorden die je leest, verwijzen naar dingen uit de werkelijkheid. Het lezen wordt ook onmiddellijk functioneel gemaakt: je kan niet alleen iets zéggen, maar je kan het ook opschrijven zodat jij en anderen het altijd opnieuw kunnen lezen. Of omgekeerd: anderen schrijven iets neer en jij kan het nu of later lezen en begrijpen wat gevraagd of bedoeld wordt.
In dit boek laten toonaangevende onderzoekers hun licht schijnen over de immigratie en integratie van allochtonen. Zij geven het debat rond dit thema een nieuwe impuls door de Nederlandse situatie in een internationaal perspectief te plaatsen. Daarbij komen diverse vraagstukken aan bod: in ternationaleinternationale migratie, immigratie- en integratiebeleid, anti-immigratiepar-tijen, etnocentrisme, politieke mobilisatie van allochtonen, schoolprestaties, jeugdwerkloosheid en ruimtelijke segregatie.Hoe verhoudt het Nederlandse immigratie- en integratiebeleid zich tot dat van andere landen? Waarom trekken anti-immigratiepartijen in Nederland zo weinig stemmen? Zijn de slechtere schoolprestaties en hoge werkloosheid-cijfers onder allochtonen uniek voor Nederland? Deze en andere vragen wor-den beantwoord in Allochtonen in Nederland in internationaal perspectief.Frank van Tubergen en Ineke Maas zijn verbonden aan de capaciteits-groep Sociologie van de Universiteit Utrecht.Met bijdragen van Han Nicolaas & Arno Sprangers; Han Entzinger & Alfons Fermin; Meindert Fennema & Wouter van der Brug; Ruud Koopmans; Marcel Coenders, Marcel Lubbers & Peer Scheepers; Mark Levels, Jaap Dronkers & Gerbert Kraaykamp; Gideon Bolt, Maarten van Ham & Ronald van Kempen.M&M Allochtonen in Nederland in internationaal perspectief is de boekaf-levering bij jaargang 81 (2006) van het sociaal-wetenschappelijk tijdschrift Mens & Maatschappij.
"Iedereen die werkzaam is in de Nederlandse gezondheidszorg weet doorgaans vrij goed wat er speelt in zijn of haar directe werkomgeving. Een totaalbeeld ontbreekt echter veelal, terwijl dit voor een goed begrip van de eigen beroepsuitoefening en werksituatie wel noodzakelijk is. Veranderingen in het beroepenveld, in de samenwerking van verschillende beroepsbeoefenaren en instellingen, in de verhouding van preventie, curatie en verzorging, in de zorgverzekeringen en de bekostiging van zorg, in de wetgeving voor marktwerking, kwaliteit en patiëntenrecht: het zijn allemaal onderwerpen die van invloed zijn op de dagelijkse gang van zaken van zowel beroepsbeoefenaren als hun patiënten/cliënten.Ook deze tweede herziene druk van Organisatie van de gezondheidszorg biedt de lezer inzicht in de structuur en het functioneren van de gezondheidszorg. Er is (geactualiseerde) informatie over de beroepen, over de vele verschillende instellingen voor behandeling en zorg, over preventie en bedrijfsgezondheidszorg en over patiëntenorganisaties en -wetgeving. Ook gezondheid en ziekte blijven niet onbesproken, evenals de rol daarin van zowel de nationale als gemeentelijke overheid. Over de auteurJan Maarten Boot is als universitair hoofddocent beleid en management gezondheidszorg verbonden aan het UMC Utrecht (Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnsgeneeskunde). Daarnaast is hij (internationaal) consultant public health management en educatie.Organisatie van de gezondheidszorg wordt te actualisering van gegevens en signalering van nieuwe ontwikkelingen ondersteund door de website www.organisatievandegezondheidszorg.vangorcum.nl."
In de huidige meer marktconforme gezondheidszorg verwachten de overheid, de inspectie voor de gezondheidszorg, zorgverzekeraars en cliÙnten(-organisaties) van hulpverleners en instellingen dat zij verantwoording afleggen over de doeltreffendheid, doelmatigheid en vraaggerichtheid van de geboden zorg. Het is dan de vraag hoe het in de GGz gesteld is met de kwaliteit van zorg. In het eerste deel van 'Koersen op kwaliteit in de GGz' worden de referentiekaders van kwaliteitszorg in de GGZ besproken en komen nieuwe ontwikkelingen aan bod, zoals de invoering van prestatie-indicatoren, de doorbraakmethode en uitkomstenmanagement. In deel twee komen grote kwaliteitsprojecten aan bod, zoals Doorbraakprojecten, Psychiater & Kwaliteit, Resultaten Scoren (verslavingszorg), Evidence-based interventies in de GGZ en de implementatie van zorgprogramma.s. In dit deel worden ook een aantal lokale kwaliteitsprojecten gepresenteerd. De voorbeelden, hoe verschillend ook in doelstelling en aanpak, illustreren dat er dankzij het enthousiasme van de voortrekkers veel winst valt te behalen. In het laatste deel van het boek geven de samenstellers een kritische beschouwing van de huidige stand van zaken en hun visie op de gewenste ontwikkelingen op het gebied van kwaliteitszorg in de geestelijke gezondheidszorg. De auteursJohan Havenaar werkt als psychiater bij Altrecht Geestelijke Gezondheidszorg te Utrecht. Hij is deskundig op het terrein van kwaliteit en sociale psychiatrie, en was betrokken bij verschillende innovatieve trajecten in de psychiatrie.Peter van Splunteren is senior wetenschappelijk medewerker bij het Trimbos-instituut te Utrecht. Hij is deskundig op het gebied van implementatie van innovaties, kwaliteitsvraagstukken en het managen van complexe verandertrajecten in verschillende sectoren van de zorg.John Wennink is socioloog. Hij werkte de laatste jaren als programmahoofd bij het Trimbos-instituut en als senior-adviseur bij Zorg Consult Nederland. Hij is onder meer deskundig in strategische p
El Jag³el is een volkswijk aan de rand van de enorme agglomeratie van Buenos Aires, de hoofdstad van ArgentiniÙ. Op het eerste gezicht stelt El Jag³el niet veel voor. De wijk is lelijk en slordig. Vrijwel alle mensen die er wonen, zijn arm.Min of meer toevallig kwam Marc van der Post, theoloog en pastor van beroep, daar met zijn gezin begin 2001 wonen. Vanuit de plaatselijke kapel begon hij een pastoraal project. Gebruikmakend van de methodiek van het presentiepastoraat, ging hij als buurman en vrijwilliger het dagelijkse leven met zijn buurtgenoten delen.In de contacten met de bewoners heeft voor Marc van der Post dat dagelijkse bestaan van zijn buren zich langzaam geopend. Naast geweld, hardnekkige armoede en kwetsbare sociale netwerken ontmoette hij grote gastvrijheid, geloof en liefde voor het leven. Hij is het leven in El Jag³el gaan ervaren als een uitnodiging om zich los te maken van zijn eigen, Nederlandse maatstaven. Liever stelde hij vertrouwen op de eigen kracht en inzichten van zijn buren.Schijnbaar onbeduidend bevat een diepgaande beschrijving van het leven in zomaar een arme stadswijk op het zuidelijk halfrond. Daarnaast biedt het boek de theologische verwerking van een missionair werker, die een ontwikkeling heeft doorgemaakt van professioneel hulpverlener naar betrokken buurman en vrijwilliger. Daarin ligt de sleutel om anders te leren kijken naar de dagelijkse werkelijkheid van een wijk als El Jag³el. Dit boek biedt bovendien een waardevolle bijdrage aan de huidige discussie in Nederland over wat internationale solidariteit kan beogen.Over de auteurMarc van der Post werkte van 1989 tot 1991 als co÷rdinator bij een dagopvang voor dak- en thuislozen in Utrecht. Van 1991 tot 2001 was hij pastoraal werker, eerst in een parochie in Enschede en daarna in Barranquilla (Colombia).
Herstructurering van achterstandswijken is in volle gang. Er wordt gerenoveerd, gesloopt en nieuw gebouwd. Wat de jongeren die in deze herstructureringswijken wonen hiervan vinden, blijft onderbelicht. Hoe vinden zij het om in de wijk te wonen? Wat vinden ze mooi en wat kan er beter? Wat vinden zij van de veranderingen? Welke invloed heeft de herstructurering op hun activiteiten, hun vriendschappen en hun toekomst? Jongeren vinden hun wijk gezellig. Hun beelden van de wijk zijn positiever dan die van de publieke opinie waarin deze wijken worden geassocieerd met criminaliteit en onveiligheid. Jongeren zijn gewend aan de goede, maar ook de slechte kanten van de wijk. Toch willen veel van hen later liever in een betere wijk wonen. Dit boek laat zien hoe toekomstdromen van jongeren verschillen van de plannen die gemeente en woningcorporaties hebben met herstructureringswijken. Dit zet aan tot een kritische discussie over de bestaande plannen.Dr ir Martijn Koster (antropoloog, Universiteit Utrecht) en Dr Karel J. Mulderij (pedagoog, Hogeschool Utrecht) schreven dit boek voor iedereen die zich interesseert in de problematiek van jongeren in herstructureringswijken. Zij deden onderzoek onder jongeren tussen 12 en 19 jaar oud in de Utrechtse wijk Overvecht.
Morgen doe ik het anders! geeft verpleegkundigen inspiratie om in werktijd regelmatig 44 minuten te besteden aan deskundigheidsbevordering. Het is een van de vele activiteiten die NU'91 uitvoert waarmee verpleegkundigen hun professionaliteit kunnen bijhouden en ontwikkelen. Het boek inspireert verpleegkundigen om bij te blijven in het vak.Het is een doeboek met veel voorbeelden en oefeningen in professionaliteit voor jezelf en voor het team die in minder dan 44 minuten uitgevoerd kunnen worden. Morgen doe ik het anders! geeft je ideeÙn over net die ene oefening waar jouw team naar op zoek is. Wat dacht je van met je team oefenen in professionele bejegening. Misschien was je al langer van plan een intervisiegroep of intercollegiale toetsing op te zetten? Ben je benieuwd of je kindertaal gebruikt naar de zorgvrager? Wil je eindelijk eens met je team een zorgsituatie bij de kop pakken? Dit boek geeft oefeningen op het gebied van terugblikken op je handelen, bejegening, bijblijven in je vak, samenwerken in je team, doordacht verplegen en beroepsverantwoordelijkheid. Te veel om op te noemen. Over de auteurAnja Cremers is beleidsmedewerker bij NU'91 in Utrecht. Ze is afgestudeerd als verpleegkundige, manager, docent en gezondheidswetenschapper. Haar passie ligt in creativiteit en inspiratie. Ze geeft workshops over allerlei onderwerpen die de professionaliteit van de verpleegkundige stimuleert. Ze adviseert het bestuur van NU'91 over beleid en activiteiten die de vereniging zou kunnen oppakken om haar leden te ondersteunen.
Niets wijst erop dat de evolutie het ontstaan van de mens als doel heeft gehad. En niets wijst erop dat het leven draait om één enkel individu. Hoe komt het dan dat we onszelf toch zo belangrijk, zo uniek vinden? Hoewel de gedragingen van groepen mensen structureel gelijkenis vertonen met wat wel een superorganisme is genoemd, een termietenstaat, is ieder individueel lid van zo’n groep er stellig van overtuigd dat hij zich beweegt met volledige controle over zijn eigen gedachten, eigen handelingen, en eigen gevoelens. Over deze ietwat ongemakkelijke paradox gaat De mierenmens.Vanuit een oorspronkelijke verwondering voert Jelle Reumer ons langs de gebeurtenissen van onze tijd, waarin een tot in het absurde doorgevoerde individualisering samen lijkt te vallen met een bijna dwangmatig groepsgedrag dat doet denken aan een school vissen of een zwerm spreeuwen. Leeft de mens steeds liever teruggetrokken in een zelfgekozen privé-domein, of vormt hij een steeds beter aangepaste schakel in een superbrein - opgebouwd uit de gezamenlijke hersenen van al die mensen die via onzichtbare glasvezeldraden met elkaar verbonden zijn? Op zijn zoektocht naar de verklaring van deze paradox ziet Jelle Reumer een nieuwe, nog niet eerder beschreven mensensoort vorm krijgen, die de evolutie meer recht lijkt te doen dan ons lief is.De mierenmens is geen futuristisch of apocalyptisch scenario. Integendeel. Jelle Reumer houdt zich aan dezelfde feiten als waar het leven zich al een evolutie lang aan heeft gehouden, want ook de toekomst is aan de evolutie.Over de auteurJelle Reumer (1953) is directeur van het Natuurhistorisch Museum te Rotterdam, en als bijzonder hoogleraar paleontologie verbonden aan de Universiteit Utrecht. In een uiterst vruchtbare combinatie van evolutiebiologie en paleontologie reconstrueert hij hoe aan de hand van fossiele overblijfselen en biologische verschijnselen de oneindig lijkende biodi
Dit praktische boek beschrijft een nieuwe methode voor het begeleiden van mensen met een verstandelijke beperking en zwakbegaafden. De Affectief Bewuste Benadering is ontstaan door de samenwerking tussen een aantal professio nals uit het werkveld.Het uitgangspunt van deze succesvolle begeleidingsmethode is dat je je als begeleider bewust bent van het cognitieve en emotionele niveau van de cliënt, en tegelijk ook van dat van jezelf. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de principes van Expressed Emotion (emotionele expres sie), de systeemtheorie en de uitgangspunten van de cliëntgerichte therapie (Carl Rogers). De methode creëert voorwaarden voor de begeleiding en biedt naast een visie ook de be geleidingsmethodiek om deze in praktijk te brengen. Hiermee kan de kwaliteit van de bejegening geoptimaliseerd worden.De Affectief Bewuste Benadering geeft concreet begeleidingspotentieel bij thema’s als: hoe breng ik afstand en nabijheid in balans, hoe ga ik om met emotie in de begeleidingsrelatie en hoe krijgt het netwerk van de cliënt en de begeleider invloed op deze relatie?Brian Twint studeerde sociaalpedagogische hulpverlening aan de Hogeschool van Amsterdam. Na een periode van zeven jaar in de jeugdzorg is hij sinds 2005 werkzaam als begeleider in de verstandelijk gehandicaptenzorg, zowel op de dagbesteding als in de residentiële en ambulante zorg.Bianca van Kouwen studeerde orthopedagogiek en geestelijke verzorging aan de Universiteit van Utrecht en Rijksuniversiteit Groningen. Vanaf 2003 is zij werkzaam in diverse instellingen in de gehandicaptenzorg als (gezins)begeleider.
In the railway sector there is a great deal of interest in objective time but hardly any in passengers’ subjective experience of time. The focus of this publication is thus not on (shortening) objective time but on how time itself is experienced and how this can be improved.Aware that a journey must not only be quick but also pleasant, Netherlands Railways (NS) consequently sets itself the following objective: “To transport our passengers safely, on time and in comfort via appealing stations.” Particularly the wait is found to be unpleasant, with passengers regarding stations and especially platforms as sombre, boring and grey places, devoid of atmosphere and colour. By improving the waiting environment, we can kill two birds with one stone: passengers will find waiting more pleasant and the waiting time will appear to be shorter. The practical question in this research thus reads: “Which measures are effective to make the waiting time at stations more pleasant and/or to shorten the perception of waiting time?”After obtaining his degree in economic geography at Utrecht University, Mark van Hagen (8 November 1961) worked for the Province of Noord-Brabant and Schiphol Airport. Since 1990, Mark has been employed by Netherlands Railways, holding various positions in which the constant focus of his research and policy advice has been on the customer.