Het leven van het jonge burgemeesterspaar Van Voerst van Lynden op landgoed De Groote Scheere raakt geleidelijk in de ban van de Duitse bezetting. Als de sfeer grimmiger wordt, ontpopt Sam van Lynden zich tot een spil van het verzet in Gramsbergen. Een maalstroom van gebeurtenissen leidt in januari 1945 tot zijn arrestatie.'Liefste, Wij zijn op reis,' schrijft Sam in maart 1945 vanuit de trein aan zijn echtgenote Hanny. 'Waarschijnlijk naar Duitsland. [...] Wij zijn zoveel samen op reis geweest. Ook nu ga je in gedachten met mij mee. [...] Spoedig zien wij elkaar weer.' Als Sam na de oorlog niet terugkeert gaat Hanny naar hem op zoek.Wie was Sam van Lynden en waarheen voert zijn spoor? Dit reconstrueert zijn kleindochter zestig jaar later aan de hand van brieven, dagboeknotities en gesprekken. Vanaf zijn transport uit concentratiekamp Neuengamme vertakt zich het spoor. Wat vertellen getuigenissen uit een tijd waarin chaos en verwarring meester waren? En wat doet zijn verdwijning met de achterblijvers?Een aangrijpend verhaal, waarin Sam zelf het laatste woord krijgt.Jacqueline Quarles van Ufford is sociaal psychologe en freelance redactrice.
n het jaar 1818 zaait Joseph Jacotot, docent Franse literatuur aan de Leuvense Universiteit en een verbannen revolutionair, paniek in geleerde kringen in Europa. Nadat hij Vlaamse studenten Frans heeft geleerd zonder hen één enkele les te geven, begint hij te onderwijzen wat hij niet weet en tevens het ordewoord van de intellectuele emancipatie te verspreiden: alle mensen hebben een gelijke intelligentie. Men kan alleen leren, zonder meester die uitlegt. Een arme en onwetende huisvader kan zijn kind onderrichten. Tot dan toe had hij geloofd wat alle plichtbewuste leraars geloven: dat de belangrijkste bezigheid van de meester erin bestaat zijn kennis over te dragen aan zijn leerlingen om hen gradueel tot zijn eigen weten te verheffen. De essentiële activiteit van de meester bestaat er in uit te leggen of te verklaren. Zo denken alle plichtbewuste leraren. Zo had ook Joseph Jacotot gedacht en gehandeld gedurende 30 jaar beroepsactiviteit. Maar nadat hij Vlaamse studenten Frans had geleerd zonder hen één enkele les te geven stelde zich de vraag: Was de uitleg van de meester misschien overbodig? Of, indien ze het niet was, voor wie en voor wat was ze dan dienstbaar?Het gaat hierbij niet om een exotische en amusante pedagogie, maar om een discussie van fundamentele pedagogische overtuigingen en om politiek. De intellectuele emancipatie leeft van de gelijkheid. Maar de sociale orde leeft van rangschikkingen en hun verklaringen. Wanneer over emancipatie en over de gelijkheid van intelligenties wordt gesproken, reageert de sociale orde door vooruitgang en opheffing van de ongelijkheid te beloven: nog een beetje meer uitleg, commissies, rapporten en hervormingen en we zullen er geraken. Joseph Jacotot maakt zich vrolijk over de pedagogische mythe van de noodzakelijke uitleg en toont aan hoe een gepedagogiseerde samenleving precies steeds opnieuw ongelijkheid installeert en in stand houdt.
Het Oog in 't Zeil Stedenreeks 3Samengesteld door August Willemsen & Marcel van den BoogertWie aan Lissabon denkt, denkt aan Camões, Pessoa en Slauerhoff, drie schrijvers die in O Lissabon, mijn thuis ruimschoots aan bod komen. Maar de letterkundige geschiedenis van Lissabon is veel rijker.Wat hadden bijvoorbeeld William Beckford, Robert Southey en Lord Byron in de Portugese hoofdstad te zoeken? Wie was de dichter Cesário Verde, door Pessoa beschouwd als zijn 'Meester'? Hoe dacht Eça de Queiroz, Portugals grootste en venijnigste prozaschrijver, over Lissabon? Wat deden F.C. Terborgh en Antonio Tabucchi daar? Hoe voltrok zich de modernistische revolutie in de Portugese poëzie? En wat verbindt de schrijvers José de Almada Negreiros en José Cardoso Pires? Of José Saramago en António Lobo Antunes?De letterkundige opstellen - van o.a. August Willemsen, J. Rentes de Carvalho, Harrie Lemmens en Arie Pos - worden afgewisseld door beschouwingen over de mysterieuze kunstverzamelaar Calouste Gulbenkian, over azulejos, de typisch Portugese tegels, en over de fado, de niet minder typische Portugese liedkunst. Bovendien bevat O Lissabon, mijn thuis, naast bijzondere foto's en schitterende tekeningen van Frits Müller, een schat aan vertaalde teksten van Camões, Pessoa, Mário de Sá-Carneiro en José de Almada Negreiros.
Opkomst en ondergang van het Koninkrijk der wederdopersIn het voorjaar van 1534 maakte een Nederlandse sekte zich meester van de Westfaalse stad Munster. De aanhangerts werden wederdopers. genoemd en door katholieken en protestanten als ketters vervolgd. Munster 'het Nieuwe Jeruzalem', was aan hen gegeven omdat Christus hier uit de hemel zou neerdalen en het laatste oordeel zou vellen.Maar de stad, gezegend met sterke muren, was ook een bisschopszetel. Na de inname door de wederdopers was de bisschop gedwongen tot een beleg. Terwijl ze verschillende aanvallen afsloegen, voerden ze de enen spectaculaire maatregel na de andere door: geld en bezit werden afgeschaft, de 'veelwijverij' werd doorgevoerd, de kleermaker Jan van Leiden werd tot koning gekroond en de profetie van de beloofde stad vond zijn weg naar de Nederlanden.Voor geestverwanten in de Nederland en Duitsland waren de dopers in Munster een bron van hoop, voor vorsten vormden ze een boosaardig gezwel dat opstand verspreidde. De beloofde stad gaat over de strijd tussen geloof en macht, en de wrijving tussen verbeelding en werkelijkheid, waarin passie en doodsangst, bruut geweld en vindingrijkheid elkaar afwisselen.
Adviseren vormt een van de kernactiviteiten van juristen. CliÙnten - of het nu gaat om individuen, groepen of organisaties - mogen van de jurist die zij raadplegen een degelijk advies verwachten. De jurist die de kunst van het adviseren beheerst is niet alleen thuis in het recht, maar is ook een meester in het contact met cliÙnten. Kennis van de uitgangspunten van communicatie is daarbij onontbeerlijk. De juridisch adviseur is daarnaast bekend met de eigen kwaliteiten en kan schakelen tussen verschillende stijlen van adviseren.Bijzonder in de juridische beroepspraktijk is dat de adviseur als expert optreedt voor wat betreft de inhoud van het advies, maar beslissingen over wat te doen nadat het advies is gegeven bij voorkeur aan de cliÙnt laat. Dit vraagt van de juridisch adviseur het vermogen te schakelen tussen verschillende rollen.Bedreven zijn in adviesvaardigheden betekent ook dat de jurist weet wat te doen als zich hobbels op het adviespad aandienen. Hoe wordt slecht nieuws gebracht, wat te doen als de cliÙnt een goed advies niet accepteert, hoe heftige emoties te hanteren, hoe om te gaan met kritiek?In Juridische adviesvaardigheden komen deze aspecten van adviseren aan bod. In overzichtelijke hoofdstukken worden theoretische inzichten weergegeven en toegelicht. Door afwisseling van casu´stiek, voorbeelden, schema's en vragen is dit boek geschikt voor zowel zelfstudie door de beginnend juridisch adviseur of ervaren jurist als voor gebruik in scholing en onderwijs.
Eeuwenlang stonden Aziaten (Chinezen, Indiërs, moslims en anderen) langs de zijlijn van de wereldgeschiedenis. Nu zijn ze er klaar voor om hun deel op te eisen van de wereldmacht. Het Oosten moderniseert in een rap tempo, heeft de snelst groeiende economieën en de grootste financiële reserves. Ook op sociaal en cultureel gebied verandert er veel. Maar hoe reageren Europa en de VS op de stormachtige opkomst van Azië? Volgens de Singaporese intellectueel Kishore Mahbubani lijkt alleen de westerse zakenwereld te anticiperen op veranderingen in het Oosten. De westerse overheden daarentegen steken hun kop in het zand en weigeren te aanvaarden dat de verschuiving van economische macht ook een verschuiving van politieke en culturele macht met zich mee zal brengen. Mahbubani vertelt in De eeuw van Azië waarom het Westen optimistisch zou moeten zijn en de transformatie van Azië zou moeten verwelkomen. Met dit boek daagt hij de lezer uit de zelfgenoegzame interne dialoog te stappen en te begrijpen hoe de rest van de wereld tegen Europa en de VS aankijkt en wat dat kan betekenen voor de toekomst.'Jullie in het Westen hebben geen idee hoe de rest van de wereld tegen jullie aankijkt. Ze zien een keizer zonder kleren. De wereld is enorm veranderd, maar jullie begrijpen totaal niet wat dat betekent.' - Kishore Mahbubani in NRC Handelsblad'Dit soort Aziatische denkers vraagt om ons zoeklicht. [...] het boek is een intellectueel discours dat inkijkjes biedt in een wereld die komen gaat.' - Ben Knapen, NRC Handelsblad'Of je het nu met hem eens bent of niet, Mahbubani bespreekt een van de belangrijkste problemen van deze eeuw op het gebied van wereldpolitiek en -economie.' - Newsweek'Zijn aanbevelingen over wat er moet veranderen binnen de wereldpolitiek zijn verstandig.' - The Economist'Hij is een meester in realpolitik.' - The Daily Telegraph.
Jeroen Brouwers 70 jaar‘Ik word hevig bemind in Vlaanderen, maar in Nederland heb ik het idee dat ik al tien jaar dood en vergeten ben.’ Om deze uitspraak van Jeroen Brouwers te logenstraffen is een dubbele editie van De Parelduiker gewijd aan een van de meest gewaardeerde schrijvers van deze tijd. Het werk van Jeroen Brouwers is sterk autobiografisch, en is erop gericht zijn leven in de literatuur te verankeren. Belangrijke thema’s zijn: literatuur, liefde en dood. Inmiddels heeft de veel gelauwerde Brouwers meer dan zestig boeken op zijn naam staan. Dit eerbetoon doet recht aan de veelzijdigheid van zijn schrijverschap. Behalve een lang interview bevat dit rijk geïllustreerde themanummer onder meer artikelen over de briefwisseling met uitgever Geert van Oorschot, de betekenis van muziek in zijn werk, de Vlaamse koppen die hij portretteerde en natuurlijk zijn verhouding tot Vlaanderen.Met bijdragen van onder anderen Christophe Vekeman, Bart Vervaeck, Johan Vandenbroucke, Arjen Fortuin, Dirk Leyman, Stefan Brijs, Benno Barnard en Jeroen Brouwers.Inhoud Johan Vandenbroucke interviewt Jeroen Brouwers: 'Dat dwarse zit in mijn aard' Christophe Vekeman over zijn essayistiek: 'Bespiegelingen in het vensterglas' Arjen Fortuin over de vriendschap tussen Brouwers en Geert van Oorschot: 'Dat ik je een lel heb gegeven is mij niet bekend' Stefan Brijs: 'De meester en de jongeling' Bart Vervaeck over de romans: 'Moeilijke bevallingen en doodgeboren kinderen' Paul Gellings over Brouwers' tijd in Exel Dirk Leyman met een vrijwel volledige kroniek van Brouwers en de literaire prijzen: 'Als een sierduif op je vensterbank' Jeroen Brouwers zelf met een venijnig stuk over de net afgetreden minister van Cultuur: 'Plasterk in plakjes' Katherina Lindekens bespreekt de muziek in het werk van Jeroen Brouwers: 'Klanken uit een anderwerelds elders' Benno Barnard ten slotte over de brieven van Brouwers aan hem: 'Een bedroefde emigrant'144 pag
CHINEES LEREN IN 12 LESSENMET ONLINE UITSPRAAK VOORBEELDENHet boek is in de eerste plaats gericht op het leren sprekenen verstaan van het Chinees. Wie er extra energie en tijdin steekt, kan bovendien de beginselen van het schrijvenen lezen van het Chinees onder de knie krijgen.Het boek is erop gericht dat de cursist na afloop van detwaalf lessen zo’n 200 woorden in het Chinees beheerst.Omvang: 196 pagina'sFormaat: 25 cm x 28,5 cmZhong Wen, Basiscursus Mandarijn Chinees is een studieboek dat bedoeld is op een zo efficiënt en prettig mogelijke manier de beginselen van het Chinees te leren. Beginners kunnen zich in twaalf lessen een zodanige kennis van grammatica en woordenschat meester maken dat ze simpele conversaties in het Chinees kunnen voeren, zoals de weg vragen, iets bestellen in een restaurant, afdingen op de markt of een taxichauffeur vertellen waar hij naartoe moet. Het boek is in de eerste plaats gericht op het leren spreken en verstaan van het Chinees. Wie er extra energie en tijd in steekt, kan bovendien de beginselen van het schrijven en lezen van het Chinees onder de knie krijgen. Het boek is erop gericht dat de cursist na afloop van de twaalf lessen zo’n 200 woorden in het Chinees beheerst. Een van de sterke punten van dit boek is dat het geheel is afgestemd op de moeilijkheden die Nederlanders ervaren bij het leren van de Chinese taal. Mudan Li, geboren en getogen in China en docente Chinees aan de Volksuniversiteit Amersfoort en diverse middelbare scholen, had de supervisie over de Chinese teksten. Sonja Verbruggen, docente Nederlands en Engels, heeft, met haar jarenlange leservaring aan jongeren en volwassenen, voor de verwerking van de teksten gezorgd. Bij het samenstellen van de cursus zijn de schrijvers ervan uitgegaan dat het boek wordt gebruikt in cursussen onder leiding van een docent. Het is echter ook mogelijk met dit boek geheel zelfstandig, in eigen tijd en eigen tempo, Chinees te leren. Dat is ond
Het Pad is een fascinerend verhaal over de speurtocht van een mens naar de Waarheid. J. Donald Walters (ook bekend onder de naam Swami Kriyananda)verhaalt hoe hij als jongeman vele van de beloften van onze moderne maatschappij onderzocht en als vals verwierp. Geleidelijk aan realiseerde hij zich dat duurzaam menselijk geluk niet komt van uiterlijke successen, maar van de verdieping van spiritueel bewustzijn. Tenslotte bracht zijn speurtocht hem in aanraking met een van de spirituele reuzen van de twintigste eeuw, Paramhansa Yogananda (auteur van de Autobiografie van een Yogi). Wat daarop volgt is de spirituele training van Donald Walters door Yogananda, die hem een duidelijk pad voor het realiseren van spirituele idealen toonde door middel van beoefening van de wetenschap van diepe yogameditatie.De yogafilosofie en - levenswijze worden op levendige wijze verklaard aan de hand van inzichtgevende verhalen en ervaringen, opgedaan in het leven bij een zelfgerealiseerde meester. Voor God alleen leven, als een nauw met zijn meester verbonden discipel, inspireerde Donald Walters tenslotte om een spirituele gemeenschap en een wereldwijde kerk te stichten om de principes en leringen van Yogananda beter met anderen te kunnen delen.Het Pad biedt een schat aan praktische en inspirerende wijsheid. Zeker voor degenen die op zoek zijn naar de transformerende kracht van een werkelijk spirituele klassieker. OVER DE SCHRIJVER J. Donald Walters is vanaf 1948 als directe discipel van Yogananda nauw met hem verbonden geweest Sindsdien heeft hij onafgebroken de leringen van zijn guru in vele landen over de hele wereld verspreid. Hij heeft duizenden lezingen en cursussen gegeven, meer dan zestig boeken geschreven, meer dan 300 muziekstukken gecomponeerd en zijn muziek op talloze CD’s opgenomen. Walters is misschien wel het meest bekend als de oprichter en directeur van Ananda Village nabij Nevada City in
Wie hebben we binnen onze grenzen gekregen sinds RoemeniÙ deel uitmaakt van de Europese Unie? In ieder geval twee miljoen Roemeense Roma - waarmee de Roma in een klap onze grootste etnische minderheid zijn geworden. Allerlei officiÙle rapporten zijn verschenen over de situatie van de Roemeense Roma, maar MariÙt Meester schetst hun leven van binnenuit, met een grote persoonlijke betrokkenheid. Kort na de val van dictator Ceausescu in december 1989 reisde zij naar RoemeniÙ. Daar leefde zij met de Roma. Zij publiceerde er het bewogen De stilte voor het vuur,/i> over. Midden jaren negentig, maar ook in 2004 en 2005 keerde ze terug, om de Roma op te zoeken wier levens ze eerder deelde. Ze ontdekte dat er inmiddels een gypsy-is-beautiful beweging op gang is gekomen. Kreeg ze destijds nog vaak te horen: 'Je moet niet over ons schrijven, wij zijn slechte mensen,' nu hebben de Roemeense Roma hun eigen geschiedenis ontdekt, die er een is van slavernij en deportatie. Nog altijd is de levensverwachting van de Roma vijftien jaar lager dan die van andere Roemenen, al zijn er ook Roma die grote welvaart hebben bereikt.In Sla een spijker in mijn hart brengt MariÙt Meester haar ervaringen van vijftien jaar samen, ge´llustreerd met schitterend fotomateriaal. Het resultaat is een uniek, indringend en genuanceerd portret van een rijk geschakeerde gemeenschap in de marge van de toekomstige Europese Unie - mensen voor wie het eenzijdige stereotype 'zigeuner' hopeloos tekortschiet.
De Utrechtse dichter Ingmar Heytze lijdt aan hodofobie (reisangst). Als gevolg hiervan verliet hij jarenlang zelden zijn woonplaats. Na tien jaar werd het tijd voor een doorbraak: de dichter nam motorrijles, haalde begin 2005 zijn rijbewijs en kocht een zwarte Vespa GT motorscooter. Met de mengeling van (zelf)spot en ernst die zijn werk kenmerkt, doet Heytze in zijn Scooterdagboek uit de doeken hoe hij zijn reisangst langzaam maar zeker van zich af weet te schudden, soms geholpen door het zingen van gospels in zijn motorhelm. Zijn belevenissen op het asfalt zullen een feest van herkenning zijn voor elke motorrijder, en een uitgestoken hand naar iedereen die zijn angst wil overwinnen.Ingmar Heytze (1970) schrijft gedichten en kort proza. Vrij Nederland schreef naar aanleiding van zijn meest recente bundel Schaduwboekhouding: 'EÚn van de sprankelendste liefdesdichters van Nederland. De meester van de onbekommerde en oorspronkelijke gedachte.'
De fascinerende verhalen van John Medina en zijn gevoel voor humor brengen de hersenwetenschap tot levenDe meesten van ons hebben geen idee wat er precies gebeurt in ons hoofd. Toch hebben hersenwetenschappers dingen ontdekt die elke leidinggevende, ouder of leraar zou moeten weten, zoals het belang van lichaamsbeweging voor een optimale werking van de hersenen. Hoe leren we? Welk effect hebben slaap en stress op onze hersenen? Waarom is multitasking een fabeltje? Waarom vergeet je nieuwe informatie snel? Is het waar dat de hersenen van mannen en vrouwen verschillen?In Brein meester onthult moleculair bioloog John Medina hoe we dankzij inzichten uit hersenonderzoek beter kunnen onthouden, werken, leren en opvoeden. In elk hoofdstuk beschrijft hij een breinregel - dingen die wetenschappers zeker weten over de werking van onze hersenen - en geeft hij adviezen voor veranderingen in ons dagelijks leven. Uiteindelijk zul je begrijpen hoe hersenen echt werken - en hoe je het beste uit de jouwe kunt halen. Over de auteurJohn Medina is directeur van het Brain Center for Applied Learning Research aan de Seattle Pacific University. Hij is ontwikkelingsbioloog en professor aan de Universiteit van Washington.
De Zen-verhalen zijn gebaseerd op klassieke filosofische anecdotes, en speciaal bewerkt en schitterend geïllusteerd voor kinderen. Elk boek bevat zowel een levensles (staartje) als een origineel Zen-verhaal.De wijsheden die in deze Zen-verhalen aanschouwelijk worden gemaakt zullen zowel opvoeders, ouders als hun kinderen een leven lang bijblijven.In dit zenverhaal lijdt Aap aan grenzeloze verveling. Niets kan hem nog inspireren. Door middel van haar verlichte wijsheid leert de schildpad, Sri Schillie, Aap met andere ogen naar de wereld te kijken. Dit boek laat zien hoe de geest zowel een strenge meester als een gewillige dienaar kan zijn.
In een land dat zo rijk is aan koren en koortradities verschijnt nu voor het eerst een boek waarin vijf eeuwen koormuziek in kaart zijn gebracht.Zes eeuwen koormuziek omvat zowel erkende meester- en sleutelwerken als werken die misschien minder bekend zijn, maar wel karakteristiek zijn.• beschrijving ca. 60 beeldbepalende componisten• beschrijving en situering sleutelwerk• beschrijving historische context• vermelding van andere belangrijke koorwerken• vermelding van stilistisch verwante en/of beïnvloede tijdgenoten
Hoe handhaaf je je als leraar in het algemeen en als homoseksuele leraar in het bijzonder op een mbo, die gaandeweg steeds meer allochtone leerlingen krijgt? Peter van Maaren doet in Mijn meester is een homo verslag van zijn ervaringen binnen het veranderende klimaat van een Regionaal Opleidingscentrum. Het zijn vrolijke en deels onthutsende verhalen over zijn omgang met zijn leerlingen, maar ook met de andere leerkrachten en leidinggevenden. Dankzij zijn openheid en gevoel voor humor bleek de geaardheid van deze leraar voor de meeste leerlingen en hun ouders geen enkel probleem. Het was vaak moeilijker om zijn collega’s en de schoolleiding ervan te overtuigen dat een homoseksuele leerkracht geen risico voor de school hoefde te zijn. Dat hij bij het kweken van wederzijds begrip, respect en tolerantie juist een positieve bijdrage kon leveren aan het schoolklimaat. Door open en eerlijk over zichzelf te zijn, bereikte hij meer bij zijn leerlingen dan wanneer hij (op last van de schoolleiding) over zijn geaardheid moest zwijgen en de reacties erop probeerde te negeren.
Taal en rekenen zijn basisvaardigheden die niet altijd vanzelfsprekend door leerlingen en studenten ook goed worden beheerst. Een centraal doel in het landelijk onderwijsbeleid is het verbeteren van deze basisvaardigheden door gericht – in alle sectoren van het onderwijs ¬– meer aandacht te besteden aan taal en rekenen of wiskunde, en meer opbrengstgericht te werken.Deze publicatie laat zien hoe verschillende, bij het basis- en voortgezet onderwijs betrokken actoren deze landelijke beleidsdoelstelling opvatten en al dan niet in praktijk brengen. Zij is gebaseerd op een kwalitatief onderzoek bestaand uit verscheidene onderzoeksronden (één schriftelijke ronde en daarna ter verdieping twee ronden met groepsgesprekken). Aan het woord komen schooldirecties en -bestuurders, leerkrachten in het basisonderwijs, docenten in het voortgezet onderwijs, ouders in de medezeggenschapsraden van scholen, interne toezichthouders, gemeentelijk beleidsmedewerkers en wethouders met onderwijs in hun takenpakket of portefeuille aan het woord. Doel van het onderzoek was om een breed beeld te schetsen van hoe men in het onderwijsveld vanuit verschillende posities tegen dit thema aankijkt.Alle partijen vinden de basisvaardigheden heel belangrijk; er bestaat dus zeker een draagvlak voor dit beleid. Dat betekent nog niet dat iedereen zich er ook even goed voor kan of wil inzetten. Wij gaan in op de knelpunten die ertoe bijdragen dat de landelijke beleidsdoelen heel verschillend worden opgevat en in praktijk gebracht.
rederik J. Weijs schreef en illustreerde een prachtige serie prentenboeken over oude ambachten.In Sporen van een ambacht Riet wordt getoond hoe riet, biezen en wilgen het karakter bepalen van het vlakke Hollandse landschap. Weijs volgt de mannen in het veld, zoals de rietsnijders en de griendwerkers in hun eeuwenoude ambacht. Vervolgens zijn er de rietdekkers, mandenmakers, stoelenmatters en bezembinders. Ook is te zien hoe wilgenhout wordt toegepast in de oeverbescherming. De schitterende aquarellen in dit boek zijn een eerbetoon aan de natuur als bakermat voor een door de tijd onaangetast, traditioneel vakmanschap.Weijs is een meester in zijn vak, hij schildert in de traditie van Rien Poortvliet en Anton Pieck. Andere titels in de serie Sporen van een ambacht zijn Hout, Scheepvaart en Visserij.
De manier waarop wij denken bepaalt hoe we functioneren in ons werk en privÚleven. Het zou dus prettig zijn als onze gedachten ons gedrag positief be´nvloedden, maar helaas is dat niet altijd het geval. Wat we denken wordt gekleurd door overtuigingen en die bepalen in hevige mate hoe we in de wereld staan en uiteindelijk hoe succesvol we zijn in het leven. Zodra denken omslaat in piekeren wordt onze blik op de wereld ernstig vertroebeld.In zijn tweede boek leert Pieter Frijters ons ons denken als een bedrijf te managen. Na een korte uitleg over het brein, de zintuigen, denkpatronen en gedrag, laat hij met behulp van voorbeelden en praktijkoefeningen op een heldere manier zien hoe we onze gedachten de baas kunnen worden. Frijters is geen man van lange theoretische verhandelingen maar schrijft vanuit de praktijk. Zijn bevindingen vormen een revolutie op het gebied van het denken.
Nog steeds is het werk van Sigmund Freud veelbesproken en veelomstreden. Binnen de vakkringen der psychiaters en neurologen heeft de meester zijn volgelingen en zijn tegenstanders, maar weinigen van de eersten aanvaarden zijn leer zonder enige kritiek, evenmin als er onder de laatsten nauwelijks gevonden worden die niet op enigerlei wijze de invloed van de grote baanbreker hebben ondergaan. Buiten deze kringen wordt aan de discussie in de week in de lekenwereld deelgenomen en hier nogal eens op een zeer wankele gronden van kennis en competentie. Het werk van prof. Bally, die zowel door zijn lange praktijk als door zijn werkzaamheid als academisch docent ten volle op dit gebied bevoegd is, wil tweeërlei doel dienen: aan studerende en werk in handen geven dat een eerste overzicht van Freuds psychoanalyse bevat; daarnaast aan de vele belangstellenden in de ruimere kring een betrouwbare voorlichting bieden, die hen instaat zal stellen tot een juiste en wellicht bescheidener oordeel over deze ingewikkelde stof. Het boekbezit twee aanmerkelijke voordelen: ten eerste de vlotte en heldere schrijftrant waarin Bally zijn beschouwingen onder woorden weet te brengen, en vervolgens de grote menigte citaten uit de geschriften van Freud zelf, waardoor de beschrijving als het ware een stempel van authenticiteit heeft gekregen. Van het eigen werk van Freud kan men kwalijke beweren dat het bijzonder vlotte lectuur is, maar in verband van Bally's beschouwen en vinden deze aanhalingen een uitnemende verklaring en komen daardoor voor de lezer volkomen tot hun recht. Aldus is deze na aandachtige bestudering van het werk geheel instaat om de kleine keuze van langere samenhangende fragmenten uit de werken van Freud ( en Breuer), die als aanhangsel zijn toegevoegd, zonder al te grote moeite te verwerken. Dit werkt over Freud, over zijn leer en praktische therapie, mag zeker een voorbeeld genoemd worden van verantwoorde populairwetenschappelijke behandeling van een moeilijke stof
Pleiten is een kunst. Maar die kunst kan geleerd worden! Met dit boek als praktische handleiding kan iedereen een meester worden in het pleiten.Uitgaande van de klassieke retorica wordt de praktijk van het moderne pleiten uiteengezet. Vervolgens worden stapsgewijze instructies gegeven voor het op schrift stellen van een pleidooi en voor de mondelinge presentatie ervan.Aan de hand van voorbeelden wordt duidelijk gemaakt hoe een boeiend en overtuigend pleidooi of betoog kan worden opgesteld - en vooral ook hoe het níet moet. Zo geeft Pleitwijzer antwoorden op vragen als: welke methoden en technieken - vergelijkingen, herhalingen, overdrijvingen - zijn het effectiefst op welk moment? Hoe beheers ik mijn zenuwen? Wat is de rol van gebaren en gezichtsuitdrukkingen? Hoe onderbouw ik mijn standpunt en ondergraaf ik dat van een ander? Hoe reageer ik op vragen?Deze geheel herziene druk van Pleitwijzer is uitgebreid met informatie over het civiele procesrecht en met extra voorbeelden.Pleitwijzer maakt u tot een meesterlijk spreker!
Bij het lezen van de titel Japanse verhalen zullen de gedachten van menig lezer onwillekeurig uitgaan naar een ongekende wonderwereld met exotische pracht naast een onvoorstelbare armoede, naar een volk dat zich laat leiden door voor ons geheeld vreemde, in eeuwenlange traditie wortelende gebruiken. Natuurlijk, de Japanse wereld is voor ons vreemd, de mensen leven in bepaalde opzichten werkelijk anders dan wij. Maar de inhoud van deze verhalen wordt niet in de eerste plaats door dit anders zijn bepaald. Ze dateren namelijk alle uit de periode van 1910, een periode – zoals op de achterzijde van dit boek staat – die wordt gekenmerkt door een overheersende oriëntatie op het Westen. Ook in de letterkunde is dat duidelijk te bespeuren. De schrijvers hebben zich meester gemaakt van westerse technieken en genres, waaronder ook de short story, een genre waarbij het allereerst aankomt op wat de schrijver wil zeggen en derhalve geformuleerd in een zo kernachtig mogelijke uitdrukkingswijze. Bij de keuze van deze moderne verhalen zijn daarom de aantrekkelijkheid van het verhaal, de eigenlijke inhoud en de eigen literaire mérites, van meer waarde geweest dan mogelijke japonaiserie en ook meer dan de belangrijkheid of de literaire reputatie van de schrijver. Dat daarbij deze verhalen naar vorm en inhoud nochtans doordrongen zijn van het Japanse leven van alledag, omdat ze in eerste instantie bestemd waren voor de Japanse lezer, maakt dat ze naast boeiend voor ons ook nog karakteristiek zijn door de confrontatie met een geheel eigen leefwereld.
In het jaar 1212 heeft volgens kroniekschrijvers uit het midden van de dertiende eeuw een kinderkruis-tocht plaatsgevonden. Geen veroveringstocht van zwaar bewapende ridders, maar een pelgrimstocht van kinderen, komend uit Frankrijk, het Rijnland en de Lage Landen. Of het een tocht geweest is van kind eren of van paupers, op drift geraakt door hongers-nood en ziektes, staat niet vast. Volgens verschillendekronieken zijn er twee leiders geweest, allebei geroepen door de Heer zelve: de herdersjongen Stephen van Gloies in de Vend me en de student Nikolaus van de kathedraalschool uit Keulen.Hoevelen het er geweest zijn : honderdduizend zoals sommige monniken schrijven of maar enkele duizenden? Vast staat wel dat grote groepen armzalige lieden de tocht naar Genua en Veneti ndernomen hebben tussen mei en augustus van het jaar 1212. Er zijn getuigenissen uit Trier, Speyer, Sch larn aan de Isar, maar ook uit Piacenza en andere plaatsen, waarin nauwkeurig is opgetekend wanneer het leger daar doortrok. De weinigen die de havens bereikten zouden door dubieuze kooplieden aan boord gelokt zijn om te eindigen op de slavenmarkten van Algerije.Dit is een verhaal. Maar wel een verhaal dat gebaseerd is op de verslagen zoals die te vinden zijn in de oude handschriften van kloosters en abdijen.Flip G. Droste, em. hoogleraar aan de Universiteit van Leuven, heeft naast andere romans en verhalen enkele historische romans op zijn naam staan: De Aanslag op Amsterdam (Amsterdam 1997) en Het verraad aan de Meester (Leuven 2000).
s inschakeling van de notaris noodzakelijk of kan rechtszekerheid ook anders geborgd worden? Hoe verhoudt het mededingingsrecht zich met de positie en de rol van de notaris? Twee van de vele vragen die in dit boek aan bod komen.Het boek is geschreven in de vorm van een drieluik. Naast de hiervoor genoemde vragen komen aan bod:- Hoe is het gegaan met de bevordering van de marktwerking van het notariaat in diverse EU-lidstaten?- Hoe zien de regelingen eruit in 17 van de 21 EU-lidstaten met een civil law systeem?- Hoe ziet het notariële landschap in Nederland eruit?- Hoe is het gekomen tot de (fluwelen) revolutie in het notariaat?- Wat is er veranderd als gevolg van de nieuwe Notariswet van 1 oktober 1999?- Wat is er tussen 1999 en 2011 gebeurd?Op welke onderdelen is de Notariswet van 1999 uiteindelijk gecorrigeerd en wat moet er nog gebeuren?Op basis van ervaring en diepgaand eigen onderzoek heeft de auteur de ontwikkelingen in het notariaat op een rij gezet. De nadruk ligt daarbij op de ontwikkelingen na 1 oktober 1999, de datum waarop de nieuwe Notariswet van kracht werd en de notaris werd blootgesteld aan de vrije markt. De auteur prijst sommige van die ontwikkelingen en zet vraagtekens bij andere. Hij doet beargumenteerde voorstellen ter verbetering, waarvan sommige marktbevorderend en andere marktbeperkend zijn.Het boek wordt afgesloten met een serie aanbevelingen. Gewaagde keuzes worden daarbij niet gemeden.Plaggemars was notaris, voorzitter van de beroepsorganisatie KNB, bestuurder van de toezichthouder in het notariaat, het BFT en raadsheerplaatsvervanger in het Gerechtshof Den Haag.
Hoe ontstaan goede ideeën? Verschijnen ze als een donderslag bij heldere hemel, of juist niet? En waar komt die donderslag dan vandaan? Wat kun je zelf doen om een stroom van briljante ideeën op gang te brengen?Steven Johnson beantwoordt bovenstaande vragen en reconstrueert in dit boek de ontstaansgeschiedenis van baanbrekende ideeën van grote denkers, ondernemers en wetenschappers.Bestsellerauteur Steven Johnson toont zich een meester in het openen van elke verstarde geest. Met zijn frisse blik spoort hij zijn lezers aan om creatief te denken en de briljante ideeën te laten komen.
De laatste jaren zijn onze onderwijsinstellingen veel groter geworden en als organisatie een stuk ingewikkelder. In het middelbare en hoger beroepsonderwijs zijn instellingen ontstaan, waar niet zelden tienduizenden studenten staan ingeschreven. De verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering van deze conglomeraten ligt niet langer bij de overheid maar is grotendeels bij de scholen zelf terechtgekomen. Veel van deze instellingen zien zichzelf niet langer als een bundeling van activiteiten van leraren, maar profileren zich liever als modern gerunde kennisbedrijven. De werkomstandigheden van docenten en andere onderwijsmedewerkers zijn hierdoor sterk aan het veranderen. De auteur, Kees de Both, werkte als docent, personeelsmanager en directielid in verschillende onderwijsorganisaties. Vanuit deze ervaring schreef hij deze bundel waarin nu eens niet de student, maar ‘de meester’ centraal staat. In een aantal korte, prikkelende stukjes signaleert en bespreekt hij tal van opmerkelijke verschijnselen die samenhangen met de schaalvergroting en verzakelijking in het onderwijs. Zo behandelt hij het uitsterven van de baardaap en de opkomst van de kale carrièrejager. Ook houdt hij bijvoorbeeld de sterk toegenomen activiteiten van organisatieadviseurs tegen het licht. In de meer essayistische hoofdstukken komen onderwerpen aan de orde als zelfsturende docenten, allergie voor bazen en intimiteit op de werkplek. Bij elkaar laten de bijdragen in De meester centraal zich lezen als een zoektocht naar de menselijke maat in onderwijsinstellingen, die door de schaalvergroting en de verzakelijking van de bedrijfsvoering opnieuw gevonden moet worden.
Frankrijk in oorlog, het nieuwe boek van de bekende Leidse historicus H.L. Wesseling, bevat het verhaal van de roerigste en meest dramatische eeuw uit de moderne Franse - en Europese - geschiedenis, de eeuw die begon met de eerste, zo lichtzinnig begonnen en zo smadelijk verloren, oorlog tegen Duitsland in 1870 en eindigde met het Franse vertrek uit Algerije in 1962. Bijna heel die eeuw is Frankrijk op enigerlei wijze in oorlog geweest. Het lot van Frankrijk, maar ook van veel andere landen in Europa, Azi n Afrika is door die oorlogen bepaald.Frankrijk in oorlog is verhalende geschiedenis op haar best, maar het boek bidet meer dan alleen een verhaal. Het analyseert de conflicten en verklaart de afloop ervan.Na de succesvolle boeken Europa’s koloniale eeuw en het veel vertaalde Verdeel en heers – waarvan alleen al in Itali 00.000 exemplaren werden verkocht! – keert Wesseling in dit boek terug naar zijn oude liefde, de Franse geschiedenis, en toont hij zich opnieuw een meester in het vertellen van het historische verhaal, met al zijn dramatische gebeurtenissen en onverwachte ontknopingen.
Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516) was lid van deIllustre Lieve Vrouwe Broederschap. Vanuit hetZwanenbroedershuis – op steenworp afstand vande Sint-Janskathedraal – ijverde dat genootschapvoor christelijke saamhorigheid. Viermaal per jaarherdacht de Broederschap haar overleden broeders.Met een jaarlijks terugkerend concert in de Sint-Jans-kathedraal wordt deze traditie in ere hersteld.Inspiratiebron is de creativiteit van Bosch.Ter gelegenheid van het Bosch Requiem 2010 schreefpriester en kunsthistoricus Antoine Bodar het essayHekeling toen en nu. Een fragment uit dit stijlvolleschimpdicht: “De meest heldere spiegel geeft deomdraaiing. Daarin was Bosch meester in zijnschilderijen zoals Erasmus in zijn Lof der zotheid.Bewering van het ene, terwijl het tegendeel daarvanwordt bedoeld. Wanneer de zot zich beroemt op eigenwijsheid, weten wij te beter wie spreekt en waar deware wijsheid werkelijk woont.”Naast dit essay biedt het boek Bosch Requiem 2010cultuurhistorische beschouwingen en achtergrondinformatie.Auteurs zijn Véronique Roelvink en Markvan de Voort. Bij het schrijven hebben zij zich lateninspireren door de creativiteit van Jheronimus Bosch,de belangrijkste Nederlandse schilder uit de middeleeuwen.De dvd biedt een concertregistratie van hetBosch Requiem 2010. Op de klanken van CappellaPratensis en het Matangi Quartet winnen de teksten uitdit boek zonder twijfel aan diepte en kleur
Sinds het begin van dit millennium is er veel veranderd in medische vervolgopleidingen. Van het traditionele meester-gezel-model is er een overgang geweest naar een gemengd model waarbinnen veel aandacht is voor competentiegericht leren. Elke medisch specialist wordt tegenwoordig volgens dit nieuwe stramien opgeleid. Ook de bachelor- en masteropleidingen van medisch studenten zijn op deze leest geschoeid. Lijvige stukken en ambtelijke nota's over het nieuwe opleiden zijn er inmiddels genoeg. Een praktisch handboek ontbrak nog. En dat is precies wat Klinisch onderwijs en opleiden in de praktijk is: het geeft een overzicht van de kennis over het nieuwe opleiden en bevat talloze praktische adviezen voor het succesvol toepassen ervan in de drukke dagelijkse klinische praktijk.Ieder rijk ge´llustreerd hoofdstuk heeft een vaste structuur die goed aansluit bij de wensen van opleiders:LeerdoelenCasu´stiekAchtergronden en theoriePraktijkadviesKlinisch onderwijs en opleiden in de praktijk is niet alleen gericht op medisch specialisten die zich bezig houden met klinisch onderwijs, maar ook op co-assistenten en AIOS. Zij zijn, veel meer dan vroeger, zelf verantwoordelijk voor de inhoud en de kwaliteit van hun opleiding. Ook huisartsen zullen veel situaties die in deze uitgave worden beschreven herkennen en gebruik kunnen maken van het praktisch advies waarin dit boek excelleert.Over de auteursProf. dr. Paul L.P. Brand (1961) is kinderarts en opleider op de Amalia kinderafdeling van de Isala Klinieken in Zwolle, een van de grootste opleidingsziekenhuizen van Nederland. In 2007 werd hij benoemd tot honorair hoogleraar klinisch onderwijs aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Dr. Peter M. Boendermaker (1952) is huisarts-opleider geweest in Coevorden, en heeft daarna jarenlang gewerkt bij de huisartsopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 2005 is hij senior stafmedewerker op de Postgraduate School
In 2005 bestaan de Verenigde Naties (VN) zestig jaar. Tijd om een balans op te maken van de verwezenlijkingen en de toekomst van deze organisatie. `De Verenigde Naties. Een wereld van verschil?` bundelt een dertigtal kritische bijdragen van VN-specialisten en betrokkenen uit de academische wereld, de overheid en de niet-gouvernementele sector. Deze uitgave vormt het startpunt van de Wereldvisie-reeks, waarin de vele thema’s die centraal staan voor de VN aan bod komen: gezondheid, ontwikkelingssamenwerking, milieu, cultuur, onderwijs, wereldhandel en werkgelegenheid.Dit boek laat je kennismaken met het institutionele VN-kader en met de plaats van de VN in Vlaanderen, België en de Europese Unie. Er wordt dieper ingegaan op de relatie tussen de VN en niet-overheidsactoren en op de verschillende activiteitsdomeinen, vandaag en in de toekomst.Een aanrader voor wie zich interesseert in of vragen stelt bij de Verenigde Naties, haar betekenis, haar functie en haar wereldomvattende thema’s en activiteiten.De bijdragen in dit boek zijn van Jan Wouters, Karel De Gucht, Alex Reyn, Geert Bourgeois, Diane Verstraeten, Erik Suy, Michiel Maertens, Valérie Arnould, Sten Verhoeven, Raymond Sommereyns, Neri Sybesma-Knol, Bart Bode, Peter Wollaert, Ria Heremans, Lesley Hustinx, Tine Vandervelden, Ann Pauwels, Veronique Joosten, Bernard Mazijn, Maarten Vidal, Roemer Lemaître, Bart De Meester, Diederik Kramers, Frank Maes, Eddy Somers, Marc Cogen, Cedric Ryngaert, Gert Vermeulen, Robert Cliquet, Lili Boeykens en Fiona Ang.
Harry G.M. Prick (1925-2006) was de meester van het detail. Met merkbaar plezier putte hij in zijn literair-historische opstellen en lezingen uit de onafzienbare voorraad feiten die hij in zijn geheugen had opgeslagen. In dit opzicht was hij een buitengewoon goede leerling van de laatste en langstlevende Tachtiger Lodewijk van Deyssel, wiens leven hij in twee zeer kloeke delen beschreef (In de zekerheid van eigen heerlijkheid, 1997 en Een vreemdeling op de wegen, 2003). Als leraar Nederlands, als conservator van het Letterkundig Museum en als publicist heeft Prick steeds enthousiast zijn liefde en eerbied voor de literatuur uitgedragen. Ook Spelevaren getuigt hiervan. Ditmaal is echter niet Lodewijk van Deyssel de hoofdfiguur, maar schrijft Prick over enkele andere van 'zijn' auteurs: August von Platen, Frederik van Eeden, Willem Kloos, Louis Couperus, StÚphane MallarmÚ, HÚlÞne Swarth, P.C. Boutens, Marcel Proust, Frans Erens, Pierre Kemp, Anton van Duinkerken en Gerrit Komrij. De opstellen worden uitgeleide gedaan door een autobiografische beschouwing en een bibliografie van de geschriften van Harry G.M. Prick.
Weinig grenzen in onze samenleving worden zo scherp gesteld als die tussen leven en dood. Toch zijn er plekken waar deze grens lijkt te vervagen. De palliatieve zorgeenheid is zo’n plaats. Een tusseninwereld, een grensland. Om dit land in kaart te brengen, focust dit boek op emoties en sociale relaties in de zorgeenheid, en dan vooral de kleine alledaagse gebeurtenissen en verhalen die de levensgang van mensen ook hier vorm blijven geven.Piet Tutenel bestudeerde deze ongrijpbare wereld op een persoonlijk betrokken manier via de antropologische praktijk van de (participerende) observatie. Hij hield zich – als kamerplant volgens sommigen – op in de gang, de cafetaria, de rokerszaal, de leefruimte en de keuken van het ziekenhuis en de palliatieve zorgeenheid en observeerde de gebeurtenissen, ontmoetingen en confl icten die er passeerden. Hij volgde grenslandbewoners (patiënten, bezoekers, personeel) in hun dagelijkse doen en laten en nam interviews af.Grensland geeft weinig antwoorden en stelt geen grote vragen, of toch niet rechtstreeks. Wel hoopt het werk doorheen de geleefde verhalen vragen op te roepen bij de lezer. Welke vragen? ... Ook dat blijft een turen in de schaduw.Het boek is bedoeld voor sociale wetenschappers met een interesse in ziekenhuisetnografi e en voor mensen binnen de wereld van de zorg voor het levenseinde.De illustraties van Wim Bruyninckx maken het werk bovendien aantrekkelijk voor iedereen die is geboeid door alternatieve voorstellingswijzen en de ontmoeting tussen kunst en wetenschap.Over de auteur:PIET TUTENEL studeerde godsdienstwetenschappen en sociale en culturele antropologie aan K.U.Leuven. Hij is verbonden aan de Katholieke Hogeschool Mechelen als docent levensbeschouwing en religie.WIM BRUYNINCKX is technisch ingenieur (Groep T) en meester in de grafi sche vormgeving (Sint-Lukas Brussel). De mix van wetenschap en kunst is een rode draad doorheen zijn werk; experiment en onderzoek zijn sleutelbegrippen
Johann Bernoulli was een opmerkelijk wiskundige. Kort na 1690 zorgde hij samen met zijn broer Jakob en met L'Hospital voor een doorbraak van de differentiaal- en integraalrekening, die Leibniz eerder in enkele moeilijk te begrijpen artikelen had ingevoerd. Bernoulli was een goed didacticus en een meester in het formuleren en oplossen van fundamentele problemen, maar opmerkelijk was ook de absolute zekerheid waarmee hij voor een leven als wiskundige koos. Tegen de wil van zijn vader ging hij het vak studeren en toen hij niet in Basel aan de slag kon komen trok hij met vrouw en kind in 1695 naar Groningen waar hij tien jaar zou blijven. De behandeling van het fameuze brachystochroonprobleem stamt uit deze tijd.Johann Bernoulli was een markante en tragische persoonlijkheid; zijn leven wordt gekenmerkt door grote productiviteit, maar ook door vele conflicten met vakgenoten, theologen en andere wetenschappers. Al deze aspecten van zijn leven en werk komen in dit boek naar voren. Het laatste hoofdstuk bevat een Kleine Bernoulli Encyclopedie waarin korte biografieën worden gegeven van acht Bernoulli's uit drie generaties en hun bijdragen aan de wetenschappen.Dr. J.A. van Maanen werd in 1953 geboren te Utrecht; na zijn studie wiskunde aldaar promoveerde hij in 1987 aan de Rijksuniversiteit Utrecht op een proefschrift over de wiskunde in de Nederlanden in de 17e eeuw. Hij combineerde zijn wetenschappelijke werk van 1977 tot 1992 met deeltijdbanen in het VWO en aan de lerarenopleiding van de Hogeschool Midden Nederland.Dr. van Maanen is nu verbonden aan de vakgroep wiskunde van de Rijksuniversiteit Groningen waar hij geschiedenis van de wiskunde beoefent en studieadviseur voor de eerstejaars studenten is. Door zijn werk als leraar VWO raakte hij er steeds meer van overtuigd dat de geschiedenis van de wiskunde een belangrijke didactische steun kan zijn. Vanaf de vroege oudheid hebben mensen wiskunde gemaakt, zowel om hun levensomstandigheden te verbeteren als omdat ze het leuk vonden. Het boek
Hertog, schavuit en troubadourHertog Willem IX van Aquitanië (1087-1127) was een schavuit van het zuiverste water. Als volbloed schuinsmarcheerder liet hij voor zijn vermaak tijdens een kruistocht zelfs een scheepslading lichtekooien aanvoeren. Vrouwen genoten zijn bijzondere belangstelling, niet alleen fysiek, maar ook in zijn verzen. Want hertog Willem was een meester in de dichtkunst. Willem IX verwierf de eretitel ‘De Troubadour’ met de vele verzen die hij dichtte, van een melodie voorzag en ten gehore bracht voor de mannen die als gasten aanwezig waren bij de uitbundige feesten in zijn paleizen.Van zijn chansons zijn er elf bewaard gebleven. En die gaan voornamelijk over zijn geliefde onderwerp ‘de vrouw’. In zijn verzen neemt Willem geen blad voor de mond. Hij permitteert zich in de eerste chansons een taalgebruik, dat ook nu nog menig eerzame ziel doet blozen. Na terugkeer van een mislukte kruistocht krijgen zijn verzen echter een heel andere toon. De onbeschaamde wellust waarmee eerder de vrouw werd opgevoerd, is verdwenen. In plaats daarvan zette hij dit als ‘inferieur’ beschouwde wezen nu neer als iemand, die respect en verering verdient. De vrouw wordt op een voetstuk geplaatst.Met deze ommezwaai werd Willem de Troubadour de grondlegger van de ‘hoofse poëzie’. Die had niet alleen een literair-historisch belang. De hoofse ideeën over het gedrag van mannen tegenover vrouwen hebben de verhouding tussen beide geslachten ingrijpend veranderd en hebben zich zelfs tot in onze dagen gehandhaafd. De Troubadour is het zevende boek van Guus Pikkemaat (1929). Hij is historicus en was meer dan twintig jaar hoofdredacteur van De Gooi- en Eemlander. In 2007 verscheen zijn veelgeprezen en vuistdikke Eleonore van Aquitanië, waarvan al vijf drukken zijn verschenen. Eleonore was de kleindochter van Willem IX.
Onderwijs staat in het brandpunt van de maatschappelijke belangstelling. Van voorschoolse educatie tot studiehuis, van competentieleren op de pabo tot de brede school, iedereen heeft er wel een mening over. Vaak worden die meningen uit de losse pols geponeerd, ze berusten op mythes. In dit boek worden dertien hedendaagse onderwijsmythes tegen het licht gehouden door gerenommeerde wetenschappers. De meeste mythes betreffen het kind, de leerling dus. Zo is er aandacht voor de mythe van het vroege leren, de mythe van de sterke benen, de kennismythe, de mythe van het (ab)normale kind en de mythe dat het brein er niet toe doet.Op leerkrachtniveau worden de mythe van de knappe meester en de mythe van de vrouwelijke didactiek onder de loep genomen. Op school- en organisatieniveau moeten de mythe van het maakbare kind, de mythe van de manager en de vrijheid van onderwijsmythe het ontgelden. Het boek sluit af met twee essays over de wijze waarop Rousseaus ontdekking van het kind doorwerkt in de hedendaagse onderwijsmythologie.Mythes in het onderwijs is verplichte kost voor een ieder die professioneel met onderwijs te maken heeft: van leraren in opleiding en schoolhulpverleners tot onderwijsmanagers en politici.
'Reiki - de tweede graad' werd al meteen na verschijning in 1997 als standaardwerk gebruikt voor het leren van tweede-graad Reiki op cursussen, naast 'Reiki - heel jezelf en anderen'. Het is bedoeld voor iedereen die al een cursus Reiki eerste graad gevolgd heeft, en zich verder wil ontwikkelen op dit pad.Het belangrijkste kenmerk van de tweede graad is het behandelen op afstand.In dit boek beschrijft Reiki-meester Eckart Warnecke zowel de grondslagen en technieken van tweede-graads Reiki, als een groot aantal praktische toepassingsmogelijkheden. Enkele daarvan zijn:- het gebruik en de functie van de symbolen- het gebruik van Reiki II ter verbetering van relaties- het oplossen van innerlijke blokkades- het gebruik van Reiki II bij het behandelen van kanker- het gebruik van Reiki II bij metale herprogrammering- reiniging van woonruimtes- Reiki-douches, enz., enz.Zevende druk met nieuwe omslagEckart Warnecke is reeds jarenlang werkzaam als Reiki-meester. Hij verbindt ideeen uit de psychologie, psychotherapie en Mentale Training met elkaar tot een harmonisch geheel bij zijn werkzaamheden in een Reikicentrum.
Frederik J. Weijs schreef en illustreerde een prachtige serie prentenboeken over oude ambachten.In Sporen van een ambacht Hout wordt verteld hoe hout als grondstof dient voor allerlei producten en over de gespecialiseerde ambachten die daaruit zijn ontstaan. Vele handwerklieden worden gevolgd: houthakkers, timmermannen, klompenmakers, scheepsbouwers en vioolbouwers; allen met hun specifieke gereedschappen en werkomgeving.Het resultaat is een prachtig uitgevoerd boek met schitterende aquarellen waarin de bewondering voor de vaklieden, die hun eeuwenoude vak met toewijding uitvoeren, de boventoon voert.Ook Weijs is een meester in zijn vak, hij schildert in de traditie van Rien Poortvliet en Anton Pieck. Andere titels in de serie Sporen van een ambacht zijn Riet, Visserij en Scheepvaart.
Door de toegenomen arbeidsdeelname van vrouwen en de toegenomen deelname door mannen aan zorgtaken zijn er steeds meer taakcombineerders. Vooral vrouwen kiezen er massaal voor om in deeltijd te werken. Kinderopvang en verlofrege-lingen zijn andere mogelijkheden om de combinatie van arbeid en zorg te vergemakkelijken. Nederland kent sinds 1991 een wettelijk recht op ouderschaps- verlof, in 2001 werd het kortdurend zorgverlof ingevoerd en sinds 2005 is er ook een wettelijk recht op langdurend zorgverlof. Dit rapport biedt een overzicht van de behoefte aan en het gebruik van die verlofregelingen. Er is nagegaan welke factoren van invloed zijn op het gebruik van die regelingen en in hoeverre mannen en vrouwen op dat punt verschillen.Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van de gegevens van de Enquête Beroepsbevolking van het Centraal Bureau voor de Statistiek.Edith de Meester werkte als onderzoeker bij de onderzoeksgroep Emancipatie, Jeugd en Gezin van het SCP. Haar onderzoeksgebieden zijn ruimtelijke mobiliteit, de combinatie van arbeid en zorg en verlofregelingen.Saskia Keuzenkamp is hoofd van de onderzoeksgroep Emancipatie, Jeugd en Gezin bij het SCP en bijzonder hoogleraar Emancipatie in internationaal perspectief aan de Vrije Universiteit.
Een wervelende historische roman over passie, roem, oorlog en nietsontziende liefdeOp het hoogtepunt van zijn roem richt de wereldberoemde balletdanser Vaslav Nijinski zich midden in een optreden tot zijn publiek. 'Nu is het kleine paardje moe,' zegt hij en loopt het toneel af. De rest van zijn leven, nog 31 jaren, brengt hij door zonder te spreken en zonder ooit nog te dansen.In het mondaine skioord Sankt Moritz reconstrueren drie ooggetuigen de gebeurtenissen rond deze noodlottige dag, 19 januari 1919, ieder vanuit zijn of haar eigen optiek: zijn echtgenote Romola, die als een tijgerin heeft gevochten om deze 'God van de dans' te veroveren, zijn afgewezen minnaar, de legendarische Sergej Diaghilev, oprichter van de Ballets Russes, die alles in het werk heeft gesteld omhem te vernietigen, en zijn bediende, die uit de dramatische beslissing van zijn meester moed put om ook zijn eigen leven radicaal om te gooien. Te midden van de puinhopen van de Eerste Wereldoorlog hoopte Nijinski de mensheid te kunnen bekeren tot de liefde. Als hij merkt dat hij niet gehoord wordt, zelfs niet door hen die van hem houden, sluit hij zich voorgoed van de wereld af. Is dat een daad van waanzin of van wijsheid?
Balram Halwai is een man met vele gezichten. Hij is dienaar, chauffeur, filosoof en entrepreneur. En hij is een moordenaar. Balram groeit op in de binnenlanden van India en blijkt al snel het slimste jongetje van het dorp te zijn, maar zijn familie kan geen verdere scholing betalen. Wanneer een welvarende zakenman uit Delhi hem inhuurt als zijn chauffeur krijgt hij eindelijk een kans op succes.Delhi is een openbaring voor Balram: overal ligt rijkdom voor het grijpen en zijn uitzichtloze bestaan lijkt ten einde. Maar Balram beseft dat er maar ÚÚn manier is om boven zijn eigen kaste uit te stijgen: hij moet zijn meester vermoorden.De witte tijger is een rauwe en venijnige roman over het moderne India. Het debuut van Aravind Adiga, geschreven in de vorm van een bekentenis, introduceert een uitdagende, nieuwe literaire stem. Mede daarom werd het boek werd bekroond met de Man Booker Prize.
'Mystery heeft van de loser die ik was een superster gemaakt. Er is er maar ÚÚn die nu aan hem kan tippen, en datben ik. Samen waren we heer en meester in de wereld van de verleiding. We hebben de meest spectaculaire versierstunts uitgehaald in Los Angeles, New York, Montreal, Londen, Melbourne en Belgrado. Het was een gekkenhuis.'Neil Strauss dook twee jaar onder in een wereld van mannen die iedere vrouw weten te versieren. Mannen met een eigen taalgebruik en eigen erecodes. Nachten achter elkaar benaderde Neil, samen met zijn mentor Mystery, nieuwe 'doelwitten' tot ook hij de kunst bezat om iedere vrouw te strikken. Hij transformeerde van een timide, kalende schrijver in zijn gladde, charmante alter ego: Style. Het spel is een aaneenschakeling van onweerstaanbare anekdotes en diepe inzichten in de verschillen tussen mannen en vrouwen. Het bevat tips om vrouwen te versieren, maar laat ook zien hoe vrouwen dit gemakkelijk kunnen doorzien. Het spel is hÚt boek voor iedereen die versiert of w¾rdt versierd!'Het spel is een onwaarschijnlijk vermakelijk boek. Ik houd van elke pagina. En ik laat Neil Strauss nooit in de buurt van mijn vrouw komen.' - Esquire'Het spel is het hilarische verslag van de twee jaar die Strauss doorbracht als versierkunstenaar Style.' - De Volkskrant'Neil Strauss dook twee jaar onder in de wereld van de mannen die iedere vrouw weten te versieren en schreef er het uiterst vermakelijke en leerzame boek Het spel over. (...) Een must voor iedere kerel die graag Het Spel speelt.' - Men's Health'Het spel is niet zozeer een handleiding als wel een vlijmscherpe analyse van menselijk gedrag, humoristisch genoteerd.' - Penthouse
De meester van groep zeven is ziek. De vervanger kan de klas niet aan, en er wordt volop geruzied en gepest. Een paar kinderen proberen er iets aan te doen, maar dat lukt niet erg. Bij toeval ontdekt Dagmar dat er bij Sarah thuis rare dingen gebeuren, maar ze moet beloven om haar mond te houden. Op een dag loopt het zo uit de hand, dat Dagmar haar belofte verbreekt. En dan komt groep zeven eensgezind in actie. Want dat hun klasgenootje mishandeld wordt, dat pikken ze niet!
Ha´ti, de parel van de Antillen, aan het eind van de achttiende eeuw. Hier komt voor het eerst de zwarte bevolking in opstand tegen de slavernij. Hier wordt de eerste onafhankeljke zwarte staat gesticht.En hier begint de nieuwe roman van Isabel Allende. Dit is de achtergrond waartegen zij het verhaal vertelt van een slavin die haar vrijheid vindt door het lot in eigen handen te nemen.Het eiland onder de zee is het verhaal van Zarité, een Caribische vrouw in de achttiende eeuw, die op haar negende als slavin wordt verkocht aan de Fransman Toulouse Valmorain, de eigenaar van een van de grootste suikerplantages op Haïti. Ze werkt voor zijn twee echtgenotes, verzorgt zijn zoontjes en wordt concubine.Als de slaven in opstand komen tegen hun onderdrukkers, kan Zanité zich ontdoen van het juk van haar meester, maar omwille van zijn kinderen helpt ze Valmorain het eiland te ontvluchten. Ze doen eerst het levendige Havana aan, om zich vervolgens in het opbloeiende New Orleans te vestigen. Hier zal Zarité de liefde vinden en de weg vrijmaken voor het geluk waarnaar ze zo lang heeft verlangd.
Meester Kees heeft nog nooit voor de klas gestaan. De kinderen moeten hem nog een beetje leren hoe dat moet, meester zijn. En dat doen ze graag! Ze leren hem dat je best om kwart over negen je pauzeboterhammen op mag eten, als je maar op het bord schrijft dat het om een voedselproject gaat. En dat het heel handig is als ieder kind maar één rijtje sommen van de taak maakt, zodat niet iedereen hetzelfde werk zit te doen...
De Zhuang Zi (spreek uit: Dzwßngdzu) is een van de meesterwerken uit de wereldliteratuur. Het werk ontleent zijn naam aan Zhuang Zi (Meester Zhuang 'de Volkomene'), die in de vierde eeuw voor onze jaartelling geleefd moet hebben. Als een van de grondleggende teksten van het tao´sme heeft de Zhuang Zi een grote invloed uitgeoefend op de mystiek en de kunst van het Verre Oosten. Ondanks zijn meer dan tweeduizendjarige ouderdom is de Zhuang Zi nog steeds een van de meest geliefde boeken in China en Japan, een werk vol wijsheid en humor, vol ironie over onze menselijke kennis en wetenschap, en vol kritiek op de schijnheiligheid van zedenmeesters.De Zhuang Zi bestaat uit drie delen, die de innerlijke, de uiterlijke en de gemengde geschriften worden genoemd. De innerlijke geschriften zijn de oudste en worden aan Zhuang Zi zelf toegeschreven. De twee andere delen zijn het werk van zijn navolgers uit de derde eeuw voor onze jaartelling. Toch vormen de verschillende geschriften een aansluitend geheel waarin de steeds vernieuwende gedachtewereld van het tao´sme in zijn volle diepgang tot uitdrukking komt.
Siddhartha is het verhaal van een brahmanenzoon die zijn leven wijdt aan het zoeken naar het ware zelf. Als asceet in de bergen mediteert en vast hij, maar vindt de waarheid niet. Zwervend als bedelmonnik hoort hij spreken over de Boeddha, maar ook de grote Meester kan hem de waarheid niet geven. Dan stort hij zich in het wereldse leven, wordt minnaar van de courtisane Kamala, verwerft rijkdom en bezit, totdat hij voelt hierin ten onder te zullen gaan; en opnieuw wordt hij bedelaar.Geleid door het heilige Om komt Siddhartha ten slotte aan de grote rivier, symbool van harmonie en vergankelijkheid. In de hut van de oude veerman leert hij de wereld der dingen lief te hebben en te begrijpen.'Van een steen kan ik houden, en ook van een boom of een stuk schors. Het zijn tastbare zaken, en van wat tastbaar is kan men houden. Maar van woorden kan ik niet houden. Daarom zie ik niets in een leer.'Zo is Siddhartha van asceet en bedelmonnik, levensgenieter en rijkaard teruggekeerd tot de eenvoud van een kind: hij heeft de harmonie, het eeuwige Om gevonden.Over de auteurHermann Hesse (1877-1962) ontving in 1946 de Nobelprijs voor Literatuur. Tot zijn beroemdste romans horen Demian, De steppewolf, Narziss en Goldmund en Het Kralenspel.