De boekverkoperstip van Bernard Cremer (selexyz scholtens)Nieuwe inzichten"Onthullend boek over de massamoorden in Midden-Europa in de jaren 1933-1945. Timothy Snyder toont ons nieuwe inzichten. De meeste joden bijvoorbeeld stierven niet in kampen, maar gewoon op straat. Daarnaast werden door de nazi's miljoenen andere burgers systematisch vermoord. En ook de Sovjets doodden t.t.v. De Grote Zuivering (1934-1938) miljoenen 'politieke tegenstanders'. Prachtig geschreven."In Midden-Europa - het huidige Oekraïne, Wit-Rusland, Polen en de Baltische staten - werden in de periode 1933-1944 door de nazi's en de Sovjets jaarlijks meer dan een miljoen burgers uitgehongerd, doodgeschoten of vergast. In de landen tussen Berlijn en Moskou woonden de meeste Europese Joden, en het was ook het gebied waar de Wehrmacht en het Rode Leger vochten tot het bittere einde en waar de NKVD, de Russische veiligheidsdienst, en de Duitse SS hun volop huishielden.De enorme schaal waarop in de periode 1933-1944 in deze zogenaamde bloedlanden werd gemoord gaat elke voorstelling te boven. In Bloedlanden reconstrueert Timothy Snyder de Midden-Europese geschiedenis. Naast wetenschappelijke bronnen, raadpleegde hij ook alledaagse bronnen: de brieven die mensen elkaar in de oorlog schreven, de notities die uit de trein werden gegooid en de dagboeken die men vond in de kleding van vermoorde burgers.Bloedlanden is een baanbrekend boek over de verschrikkingen van de twintigste eeuw in Midden-Europa. In een weergaloze stijl zet Snyder de nazi- en de Sovjet-regimes niet neer als totalitaire tweelingbroers maar eerder als rivalen wier meedogenloze najagen van dezelfde doelen miljoenen slachtoffers tot gevolg had.Over de auteurTimothy Snyder is hoogleraar geschiedenis aan Yale University. Met zijn
Waarom is het zo moeilijk om ongezonde gewoontes te veranderen? Waarom kampen zo veel mensen blijvend met psychische en relationele problemen? Het gelaagde brein geeft antwoord op de vraag welke consequenties kennis over onze hersenen heeft voor het werken aan gedragsverandering. Het boek biedt een stappenplan voor reflectie en discipline, waarmee je op nuchtere wijze de balans op kunt maken en vervolgens kunt besluiten om je gedrag al dan niet te veranderen.Het gelaagde brein is goed te gebruiken als zelfhulpboek. Daarnaast kunnen hulpverleners die van een nuchtere, korte en krachtige aanpak houden er heel goed mee uit de voeten.Over de auteurMartin Appelo is gezondheidszorgpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt als docent, trainer, therapeuten supervisor bij Cure & Care Development, Het Behouden Huys en de Rijksuniversiteit Groningen.
Van je vrienden moet je het hebben’, dacht Hans Oosterwijk.Net als hijzelf is een groot deel van zijn vriendenkring geboren en getogen in het voormalig Nederlands-Indië. Juist in de jaren dat ze opgroeiden naar jongvolwassenheid, werd hun opvoeding aan banden gelegd door een wrede heerser, de Japanse bezetter van het land.Heel vaak komt men in gesprekken met elkaar tot het ophalen van herinneringen over die tijd. Immers, het was oorlogstijd in Indië en hun zonnige leven werdruw onderbroken.Of hun belevenissen zich afspeelden in een interneringskamp of op een locatie buiten de kampen, het had alles te maken met het regiem van de Japanse bezetting en de kort daarop volgende Republikeinse revolutie.Hans besloot al die verhalen van zijn vrienden op te schrijven en te bundelen in dit boek. Uit de belevenissen van zijn vrienden kan telkens worden opgemaakt, hoe de levensomstandigheden van de Europese bevolkingsgroepin Indië verschillende varianten kende.
'Er zijn situaties die zo extreem zijn dat ze in al hun monsterlijkheid zeer moeilijk te bevatten zijn, tenzij je er toevallig bij bent.'Janny Moffie-Bolle heeft de extreme en monsterlijke kanten van de werkelijkheid aan den lijve ondervonden. Zij overleefde Auschwitz-Birkenau, Gross-Gosen, Grõben en Bergen-Belsen, legt rekenschap af van wat zij in een lang leven heeft ervaren en hoe zij heeft standgehouden. Haar herinneringen grijpen de lezer naar de keel, omdat zij de verschrikkingen niet alleen de baas blijft, maar ook omdat zij haar vitaliteit heeft weten te bewaren.Van haar 'rijke' joodse jeugd, via de ontmenselijkte kampen, tot en met haar naoorlogse jaren komt Janny Moffie-Bolle tevoorschijn als een onvoorstelbaar weerbare en vastbesloten vrouw. Haar verhaal behoort tot de grootste nachtmerrie die de geschiedenis kent. En toch: het zal ook worden herkend als een ode aan het leven, en aan nieuwe mogelijkheden.
Wat is ADHD? De laatste tijd staan ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) en ADD (Attention Deficit Disorder) sleeds meer in de belangstelling. Steeds meer mensen herkennen zich in de verhalen van mensen met ADHD of ADD. Terwijl men lange tijd heeft gedacht dat deze stoornis alleen bij kinderen voorkwam, is er sinds kort een groeiend besef dat ook veel volwassenen met vergelijkbare problemen kampen.Als u snel bent afgeleid, moeite heeft met details, het moeilijk vindt om te plannen, vaak dingen vergeet, zich bijna altijd rusteloos voelt, dan kan het zijn dat u aan ADHD of ADD lijdt. In dit boek leest I meer over de symptomen. Uitvoerig beschrijft Kathleen Nadeau welke problemen u Kunt tegenkomen in uw relatie, binnen het gezin of op het werk, Aan de hand van herkenbare voorbeelden zet zij vervolgens uiteen hoe u beter met probleemsituaties om Kunt gaan. Praktische tips en strategieën worden afgewisseld met persoonlijke verhalen en aangrijpende voorbeelden. Er wordt ook ruime aandacht besteed aan de effecten van medicatie en psychotherapie en in een apart hoofdstuk wordt er stilgestaan bij de vraag wat ADD/ADHD voor vrouwen betekent.Aandacht – een kopzorg? is een praktische gids voor iedereen met concentratieproblemen. Door de zeer heldere stijl van Kathleen Nadeau is het boek geschikt voor iedereen die benieuwd is naar ADHD. Als zodanig is gediagnosticeerd of specifieke problemen ervan ondervindt. Tegelijkertijd is het ook zeer geschikt voor u als u iemand kent met ADD of ADHD.Verwante uitgavenADHD bij vrouwen, Richtlijnen voor diagnostiek en behandelingP. Quinn en K. Nadeau, le druk 2004, ISBN 9789026517419ADHD bij volwassenen. Inleiding in diagnostiek en behandelingJ.J.S. Kooij, 3e druk 2005, ISBN 9789026517228AD(H)D, een volwassen benadering. Individuele coaching en groepsbehandeling H.Wenning en M. Santana e.v. Kloek, 2e druk 2005, ISBN 9789026517617Volwassen & ADHD. Signalering en coaching binnen de eerstelijnshulpverleningS. Haafkes en I. Venema-Bos
De ervaringen in en met de nazi-concentratiekampen zijn van grote invloed op ons mens- en godsbeeld geweest (. .theologie na Auschwitz..). Wat er precies in de kampen gebeurde, lijkt zich echter te onttrekken aan ons begrip en bevattingsvermogen. In deze studie worden alle gepubliceerde Nederlandse dagboeken en memoires over de nazi-concentratiekampen bijeen gebracht en met elkaar vergeleken, met speciale aandacht voor de theologische, ethische en literaire aspecten. Niet alleen bekende schrijvers als Abel Herzberg, G.L. Durlacher, Etty Hillesum, Floris Bakels en Hellema worden besproken, ook schrijvers die eerder theologisch dan literair bekend zijn, zoals J. Overduin en Corrie ten Boom, en daarnaast nog ruim honderd andere, minder bekende auteurs.Uit de diepten ontsluit een wereld aan teksten waarvan verreweg de meeste in het duister zijn gebleven, of daar inmiddels weer in zijn geraakt. Door de centrale plaats van zingevingsvragen wordt de levensbeschouwelijke betekenis van 'het kamp' voor het heden zichtbaar.De auteurBettine Siertsema is neerlandica en werkt bij het Blaise Pascal Instituut van de Vrije Universiteit. Zij publiceert op het grensvlak van levensbeschouwing en literatuur en promoveerde op deze studie aan de Vrije Universiteit.
Als je voortdurend de neiging hebt om je ontlasting te controleren op aanwezigheid van witte pitjes en als je daarbij je vrouw inschakelt om, met gebruik van vork en zaklantaarn, je oordeel bevestigd te krijgen, dan heb je een probleem.Zo ook als je bang bent voor bloed of sperma, en wel zodanig dat je niet meer uit eten durft te gaan, omdat de kok misschien wel in zijn vingers heeft gesneden of omdat hij het mogelijk niet zo nauw genomen heeft met de hygiëne na gebruik van het toilet.In zulke gevallen spreken we van een angststoornis. En hoewel tegenwoordig iets als hoogtevrees algemeen aanvaard is, zijn er nog vele angsten waar een taboe op rust. Angsten waar men niet over spreekt, maar des te meer onder lijdt.Bijna tien procent van de bevolking lijdt op enigerlei wijze aan een angststoornis. Onder hen zijn velen die er pas na jaren over durven te spreken. Mensen met angstklachten zullen zich in de verhalen in dit boek kunnen herkennen. Door de ontdekking kennelijk niet de enige te zijn, kan een weg vrij worden gemaakt om over de angstklachten te spreken. Diverse angststoornissen komen aan de orde in dit boek waarbij ook de behandelvormen aandacht krijgen die bij dergelijke klachten worden ingezet. De auteur heeft niet de bedoeling gehad een zelfhulpboek te schrijven, wel om helderheid te verschaffen over diverse begrippen, die samenhangen met angststoornissen en hun behandeling, waardoor dit boek ook uitermate geschikt is voor lezers die zelf geen last hebben van dergelijke angsten, maar wel mensen kennen in hun directe omgeving die hiermee kampen.
Fred Lanzing groeide op in Nederlands-Indië tussen 1933-1946. Hij werd door de Japanners geïnterneerd, de laatste zes maanden in een jongenskamp. Jaren later las hij veel autobiografische geschriften en memoires van leeftijd- en lotgenoten. Deze lectuur bezorgde hem toenemende verbazing en wrevel: het 'jappenkamp' werd vaak geschetst als één lange lijdensweg van honger, vernedering en barbaarsheid. Dat was niet wat hij zich herinnerde: als jongen had hij een tamelijk zorgeloze en soms avontuurlijke tijd, tijdens en ook na de oorlog. En er was nog iets. De laatste anderhalf jaar ontfermde een Japanse officier zich over hem. Dit was de later als oorlogsmisdadiger ter dood veroordeelde luitenant Sone. In dit boek vertelt Fred Lanzing over zijn jeugd in de kolonie, zijn verblijf in de kampen en zijn omgang met Sone. Een jeugd als in een jongensboek, vindt hij zelf. Over de Pacific-oorlog is een verhaal als dit niet eerder verteld.
Alom ter wereld hebben de media het moeilijk, zeker ook in Nederland. Vooral kranten en weekbladen kampen met teruglopende oplagen en snel slinkende advertentieinkomsten. Hoe kunnen de redacties deze crisis overleven en welke keuzes moeten daarbij worden gemaakt?Ter ere van het gouden jubileum van Het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren worden in Storm in de media tien dilemma's in tijden van crisis voorgelegd aan steeds twee hoofdredacteuren met tegengestelde oplossingen. Jonge, veelbelovende maar vooral kritische journalisten doen hiervan verslag.Zo geeft Storm in de media een uniek kijkje achter de schermen van de hoofdredactionele keuzes in Nederland. Wie weet de oplossing, en waarom?
Overal in Nederland zijn de afgelopen jaren zelfsturende teams van Buurtzorg aan het werk gegaan met als doel de cliënt en de mensen om hem heen weer centraal te stellen in de zorg. Daarvoor is niet alleen een organisatievorm gekozen die radicaal breekt met de reguliere zorg, maar ook een bijpassende werkwijze. Onder het motto 'Eerst buurten, dan zorgen' heeft een aantal voortrekkers de afgelopen jaren gezocht naar manieren om de zorg van wijkverpleegkundigen en wijkziekenverzorgenden beter af te stemmen op de behoeften, mogelijkheden en omstandigheden van de cliënt en zijn naasten. Ter ondersteuning daarvan is het Buurtzorg Informatie Systeem opgezet dat de teams online kunnen gebruiken. Daarin is onder andere een Nederlandse bewerking van het Amerikaanse Omaha-systeem opgenomen. In dit boek beschrijven Aart Pool, psycholoog en adviseur van Buurtzorg, en Jennie Mast, projectcoördinator bij Buurtzorg, de werkwijze van Buurtzorg. Ze spiegelen die aan het ideaal van maatschappelijke gezondheidszorg of 'community health nursing'. Dat houdt in dat mensen die kampen met ziekte en beperkingen zodanig ondersteund worden dat zij niet buiten de gemeenschap komen te staan. De wijkverpleegkundige speelt hierin een belangrijke rol omdat zij de verbinding kan maken tussen individuele zorg, ondersteuning van de mantelzorg en zorg voor de buurt. Buurtzorg werkt stap voor stap aan het realiseren van dat ideaal, maar ziet ook dat er nog veel te doen is.
De bijna onbekende geschiedenis van het kamp Schoorl: Nederlands legerkamp, Duits interneringskamp, concentratiekamp - Polizeiliches Durchgangslager van de beruchte Sicherheitsdienst, Wehrmachtkamp, daarna Bewaringskamp voor het opsluiten van NSB-ers en collaborateurs na het einde van de Tweede Wereldoorlog en daarna weer Nederlands legerkamp is nu voor het eerst gedetailleerd beschreven. Henk ten Berge schreef een inleiding voor deze derde druk en Wil de Bie maakte een illustratie voor het omslag. In dit boek worden de belevenissen van de gevangenen, vaak in hun eigen woorden, weergegeven van o.a. 740 joodse gevangenen (razzia's van februari en juni 1941 ) die van Schoorl naar Buchenwald en Mauthausen getransporteerd werden. Slechts 2 mannen hebben die kampen overleefd. Voorts waren er bijna 100 KLM'ers, geallieerde gevangenen, 176 Sommelsdijkse gijzelaars en ongeveer 700 politieke gevangenen. Het boek is gebaseerd op 110 interviews, daardoor leest het met ongewone spanning.Schoorl was het begin van een lange lijdensweg voor velen van de 1900 gevangenen, meer dan 1000 van hen, voornamelijk joodse en politieke gevangenen, zijn daarvan niet teruggekeerd.Albert Boer, auteur van Het Kamp Schoorl, werd in 1935 in Beverwijk geboren en werd tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog geëvacueerd met zijn familie naar een boerderij in Bergen aan de rand van het militaire vliegveld.Boer begon een veelzijdige carrière als (leerling-) gasfitter, daarna als straathoekwerker op Kattenburg. Hij kreeg een beurs van de Rotary Club om in de Verenigde Staten te studeren. Als maatschappelijk werker, later directeur van buurthuizen en culturele centra werkte hij in Detroit en Boston. Als parttime adjunct-professor doceerde hij voor de Wayne State Universiteit in Detroit en de Universiteit van Boston. Na dertig jaar in de Verenigde Staten kwam hij terug naar Nederland. Als beeldend kunstenaar werkte hij voor bronsgieterij De Hooischuur in Alkmaar. Boer schreef eerder een boek over de eerste buurthuizen in Amerika, ook een
De Oorlog is het verhaal van de overheersing van Nederland Ún het toenmalige Nederlands-IndiÙ door respectievelijk Duitsland en Japan.Het boek gaat in op allerlei aspecten van die allesoverheersende periode in de twintigste eeuw, zowel de grote verschuivingen op wereldschaal, als de ingrijpende gevolgen voor het dagelijks leven. Er is uitvoerig aandacht voor de gevolgen van de oorlog, zowel op de korte, als op de veel langere termijn: hoe de oorlog nog decennialang doorwerkte in de Nederlandse samenleving.De hoofdrolspelers van de Tweede Wereldoorlog komen in het boek in een helder licht te staan. Hitler natuurlijk, maar ook de rijkscommissaris in Nederland Seyss-Inquart en de Indonesische nationalistenleider Soekarno. Ook is er aandacht voor de rol van veel minder bekende personen.De Oorlog gaat niet alleen over Nederland, maar ook over de ontwikkelingen in de wereld die tot de Tweede Wereldoorlog geleid hebben. De heftige strijd in Europa om de hegemonie tussen de grote systemen in de jaren dertig: fascisme, communisme en parlementaire democratie. En de schuivende machtsverhoudingen in AziÙ, waardoor Nederland in tien jaar tijd zijn uitgestrekte kolonie kwijtraakte en zijn invloed op het wereldtoneel zag verdampen.De tragedie van de jodenvervolging is ook een centraal thema in het boek. Ook andere drama's worden belicht: het bombardement op Rotterdam, de vernietigende strijd in Zeeland en rond Arnhem, de hongerwinter, de massale tewerkstelling van meer dan een half miljoen Nederlandse mannen in Duitsland en de slopende internering van Nederlanders in de Japanse kampen.Het boek beperkt zich niet tot de periode 1940-1945. Er is een hoofdstuk gewijd aan de bijzonder moeilijke tijd die volgde: met de berechting van de politieke delinquenten, de misstanden in de interneringskampen, en de worsteling met de revolutionaire beweging in IndonesiÙ. De nasleep van de oorlog was voor veel mensen een nog grotere ingreep in hun leven dan die oorlog zelf en de gebutste nati
De babyboomers van nu maken zich op voor hun tweede jeugd op de leeftijd dat hun ouders gingen denken aan hun pensioen. Ze worden ouder, en er zijn meer ouderen dan ooit.De tweede levenshelft heeft nog nooit zo lang geduurd. Maar tegelijk weten we minder dan ooit er zin aan te geven. Willen we eigenlijk wel oud worden? En hoe worden we dan goed oud? Collectieve antwoorden op die vraag brokkelen af; met de nieuwe ouderen is ook de ouderdom geïndividualiseerd. Hoe kunnen we dan toch zinnig over oud worden spreken?In dit boek wordt gezocht naar wegwijzers in het niemandsland van de nieuwe ouderdom. Goed oud worden vraagt op zijn minst om evenwichtskunst, waarin gezondheid, autonomie, gemeenschap en zingeving met elkaar in balans worden gebracht. De generatie ouderen op komst is echter ook de eerste die groot geworden is met waarden als zelfontplooiing en authenticiteit. Kunnen we daarmee oud worden?De schrijver van dit boek (lichting 1955) denkt dat het kan. Maar dan moeten we wel eerst van de jeugdwaan van de babyboomers worden verlost en weer leren wat het is om eindig te zijn.Frits de Lange is als hoogleraar ethiek verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit (Kampen).
Vincent Weyand, zoon van de schilder Jaap Weyand, groeide op in het Noord-Hollandse kunstenaarsdorp Bergen. Na zijn gymnasiumtijd verdiepte hij zich in de oude talen en hield hij zich bezig met de Griekse mythologie, de poëzie van Hölderlin en de Engelse lyrici. Van de Nederlandse dichters bewonderde hij vooral het werk van J.H. Leopold en P.C. Boutens. Met zijn beste vriend, de altviolist en dichter Chris Dekker, verkeerde hij in de kring van de Duitse humanist en dichter Wolfgang Frommel (1902-1986), die gevlucht was voor het Nazi-regime en van 1939 tot 1942 veelal in Bergen woonde.Dit herdenkingsboek bevat allereerst Weyands kleine, maar belangrijke dichterlijke nalatenschap: achtendertig gedichten, ontstaan in de jaren 1940-1944, waaronder elf sonnetten. Daarnaast is een ruime keuze gemaakt uit zijn vertalingen naar de Duitse dichter Stefan George. Weyands zeer oorspronkelijke lyriek moet door de lezer worden veroverd. Zij geeft zich niet gemakkelijk gewonnen, maar de moeite wordt ruimschoots beloond. De verhelderende interpretaties van zijn gedichten door Chris Dekker en Corrado Hoorweg kunnen helpen bij een eerste oriëntatie.Herinneringen van Chris Dekker en Vincents broer Olaf geven een levendig beeld van de persoonlijkheid van de dichter.Francesca Rheannon verrichtte onderzoek naar de periode die Weyand ¿ na zijn arrestatie in juli 1944 op het landgoed Eerde bij Ommen ¿ doorbracht in verschillende kampen, onder meer Erica en Amersfoort, tot aan zijn overlijden in Buchenwald in februari 1945. Treffend zijn de teruggevonden dagboekbladen, met tekeningen, die Ad Lysen in augustus 1944 bijhield in een met Weyand gedeelde cel van de koepelgevangenis te Arnhem.Ruim zestig jaar na Weyands tragische dood wordt door deze uitgave de blijvende betekenis van zijn dichterschap en persoonlijkheid duidelijk.
Steeds meer kinderen hebben te kampen met gewichtsproblemen. Overgewicht kan de gezondheid ernstig schaden. De zoektocht naar geschikte behandelingen heeft tot hiertoe veel ontgoochelingen opgeleverd. Het ziet er dan ook steeds meer naar uit dat een aangepaste levensstijl de enige weg is om overgewicht in te dijken. Deze publicatie is erop gericht kinderen en jongeren te helpen om een strakkere controle over hun levensstijl te krijgen en zo hun overgewichtprobleem beter te beheersen. Vanzelfsprekend moeten hierbij de ouders worden betrokken. Het geheel bestaat uit vier verschillende trainingen: ouder-, kinder-, adolescenten- en bewegingsprogramma. Ze bevatten pyschologische en pedagogische componenten, voedings- en bewegings- en andere adviezen enz. De opeenvolgende stappen worden zorgvuldig toegelicht. Nagenoeg 1000 jongeren hebben ondertussen deze programma.s gevolgd. Hiermee hebben zij de basis gelegd voor het huidige concept. Evaluatie heeft de aanzet gevormd tot evidence-based werken. Het programma is samengesteld door een team van experten en berust op hun jarenlange ervaring. Het is een efficiÙnt werkinstrument in handen van artsen, psychologen, diÙtisten en vele andere paramedici.Voor elke doelgroep zijn er aparte Werkboeken.
Wat zingt het popelend refrein is de eerste samenhangende studie over de betekenis van muziek en dans bij Ida Gerhardt. Het werpt een verrassend ander licht op de dichter en haar werk. De zes essays zijn gewijd aan verwijzingen naar klassieke muziek, kinderliedjes, volksliedjes en religieuze liederen uit diverse tradities. De manier waarop Gerhardt deze verwijzingen weet in te weven in haar verzen maakt haar uniek in de Nederlandse poëzie. Ook is er aandacht voor muzikale dromen, muzikale synesthesie en voor de relatie tussen muziek, dans en poëzie in haar werk. Muziek speelde in het leven van Ida Gerhardt (1905-1997) een grote rol. Op 7 november 1991 schrijft ze aan een goede vriend: De wonderen zijn de wereld niet uit. De uitvoering in Kampen (poëzie en muziek) overtrof alles wat ik op dit gebied ooit gehoord heb. ’n Jonge en sterke volmaaktheid; ’n saamhorigheid zoals ik eveneens nooit heb meegemaakt en waarin ik vanzelf opgenomen werd. Zielsgelukkig en maar nauwelijks gelovend dat zoiets prachtigs waar kon zijn. Geen gedonder van standen, maar poëzie en muziek. Dr. Trudy van Wijk is neerlandicus. Ze publiceerde onder meer De huid vanzelfsprekend bewonen. Over literair-existentialisme en mystiek bij Ellen Warmond (Maastricht 2003) en Vergeet nooit dat ge vleugels hebt (Gorinchem 2008), een biografie van de remonstrantse predikant Alle Klaver.
Dementie is een hersenziekte waarbij de patiënt langdurig te kampen krijgt met onmacht en vervreemding, ontwrichting van het dagelijks leven, ontheemding en ontreddering. Dement: zo gek nog niet gaat onder meer in op het bewustzijn, ontkennen en aanvaarden van de ziekte. Dat is een proces van verwerking dat met onzekerheid en twijfel gepaard gaat. De lezer wordt op een heldere en meeslepende manier binnengeleid in de gedachte- en belevingswereld van mensen die aan dementie lijden en in die van hun familieleden en verzorgenden. Dementerende mensen zelf, hun familie, vrienden en hulpverleners kunnen dit boek veel inzicht, steun en houvast ontlenen. Zo worden hun gevoelens hanteerbaar. Een indringend boek over de psychologische kanten van dementie.Deze (her)uitgave van Dement: zo gek nog niet is gebaseerd op o.a. klinisch onderzoek en intensieve omgang met mensen met dementie, hun naasten en professionele verzorgenden. Het boek, bedoeld als een kleine psychologie van dementie, vormt als zodanig de theoretische basis voor het boek Zorg om mensen met dementie. Samen vormen zij, nu ook qua uiterlijk en lay-out, een algemene introductie tot de boeiende wereld van patiënten, familie en hulpverleners.
Maatschappelijk werkers worden steeds vaker geconfronteerd met cliënten met financiële problemen. In sommige steden heeft ruim 35% van de aanvragen bij het algemeen maatschappelijk werk betrekking op schulden.Dit boek gaat over de vraag wat maatschappelijk werkers aan kennis en vaardigheden in huis moet hebben om mensen met financiële problemente kunnen helpen. Uitgangspunt is dat schuldhulpverlening altijd een samenspel is van financiële én psychosociale hulp.In het eerste deel brengt de student zijn eigen financiën in kaart en krijgt hij een beeld van de (historische) context rond schulden. Ook wordt aandacht besteed aan twee studenten die kampen met schulden.In deel twee gaan persoonsopvatting en methodiek samen. Wie zijn de mensen met financiële problemen en wie zijn hun schuldeisers? Verder komt de rol en positie van de schuldhulpverlener aan bod. Deel drie gaat over de methodiek zelf. Welke kennis en vaardigheden heeft de schuldhulpverlener nodig en met welke (kern)partners werkt hij samen?In het vierde deel wordt aandacht besteed aan het beroep van social worker.Hoe kijkt men binnen het social work tegen schuldhulpverlening aan en hoe ziet de toekomst eruit? In het vijfde deel wordt de best practice op schuldhulpverleningsgebied van drie organisaties beschreven.De ondersteunende wetten en kaders die van belang zijn voor de schuldhulpverlenerspraktijk worden in deel zes besproken. In het zevende en laatste deel is het werkmodel schuldhulpverlening voor social workers te vinden, dat gericht is op het voortraject van schuldhulpverlening.Elk hoofdstuk biedt oefeningen en opdrachten, waarmee studenten werken aan kennis, vaardigheden maar ook houdingsaspecten. Zo leren zij niet alleen te werken met de methodiek, maar ook inzicht te krijgen in hun rolen positie als schuldhulpverlener.
Het vervolgverhall van de gebeurtenissen die we van dag tot dag nieuws noemenen later geschiedenis - kan nauwkeurig iemands levensloop bepalen. Het zijn opmerkelijke hoofdstukken uit de Nederlandse geschiedenis waarmee het levensverhaal van Eugène Guljé (1925) is verweven.Het gaat over de Tweede Wareldoorlog, over de ‘goede’ Nederlanders die hun ‘foute’ landgenoten mishandelden in de naoorlogse Nederlandse kampen, over de rijke rooms kerk die met de turbulente jaren zestig worstelt en de opvang van de eerste generatie harddrugsverslaafden in de Amsterdamse jellinekkliniek.De rode draad door het verhaal is de onopgeloste moord op de vader van Eugène, voorzitter van de Algemene Katholieke Werkgevers Vereniging en beoogd minister in herrijzend Nederland. De zoektocht naar het motief en de dader van die moord eindige - niet toevallig - gelijktijdig met de zoektocht van de priester die uit zijn ambt werb gezet naar de essentie van zijn geloof.Marian Spinhoven is journaliste.
Kwaliteitsvol werken in de Jeugdzorg. Hoe doe je dat? Onderzoek toont aan dat de klassieke kinder- en jeugdpsychotherapie te weinig aantoonbare effecten heeft, terwijl protocollaire behandelingen voor de jeugd wel effectief blijken. Daar waar behandelprotocollen lange tijd enkel beschikbaar waren op de universiteiten komt hier stilaan verandering in. Zo zijn de auteurs van dit handboek bereid geweest hun protocollen uit te schrijven. Dit heeft 21 protocolbeschrijvingen opgeleverd. Sommige protocollen zijn eerder gericht op jonge kinderen (en hun ouders) en gaan over de behandeling van onder meer slaapproblemen, gedragsproblemen, buikpijnklachten of enuresis. Andere protocollen richten zich op kinderen met autisme, obesitas, ADHD, depressie, angsten, tics, dwangklachten en hechtingsproblemen. Verder vindt u in dit boek een reeks protocollen voor adolescenten die kampen met klachten zoals automutilatie, eetstoornissen, verslaving, chronische vermoeidheid, PTSS na ÚÚnmalig seksueel geweld en emotieregulatieproblemen aansluitend bij borderline-problematiek.In elk hoofdstuk wordt op een gestructureerde wijze beschreven hoe bepaalde problemen kunnen worden aangepakt, en wat er stapsgewijs moet gebeuren. Sommige zijn gericht op groepen, andere op individuele behandeling. Ze zijn alle gestandaardiseerd en ze omvatten uitvoerige richtlijnen voor het opzetten van de behandeling alsook werkbladen, suggesties voor het brengen van de rationale, en tips voor de evaluatie van het therapie-effect. Wat dit boek uniek maakt is dat elk protocol geÙvalueerd is en aantoonbaar effectief is of op zijn minst veelbelovend.Dit boek is bedoeld voor al diegenen die kinderen en jeugdigen met psychopathologie behandelen in de jeugdzorg en GGZ. Orthopedagogen, gz-psychologen, klinisch psychologen, kinder- en jeugdpsychiaters, maar ook sociaal-pedagogisch hulpverleners, sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen en maatschappelijk werkers kunnen er hun voordeel mee doen. Het boek kan tevens worden gebruikt in de pre- en postdoctoral
Werkers in de hulpverlening, dienstverlening en verpleging hebben op veel manieren te maken met seksualiteit en intimiteit. Veel cliënten kampen vaak met problemen op het seksuele vlak, die vaak niet onderkend worden. Over de grenzen in de intieme omgang tussen hulpverlener en cliënt wordt in tal van instellingen discussie gevoerd.Professioneel optreden stoel ook hier op twee zaken: kennis van zaken en de vaardigheid om te praten over seksualiteit. In de vakliteratuur is hier al veel over gepubliceerd. Seksualiteit, intimiteit en hulpverlening bundelt als eerste de informatie op dit terrein. Het zet studenten door middel van studietaken en praktijkvoorbeelden aan tot reflectie en vaardigheidsontwikkeling.
Enkele jaren geleden ontdekte Chelly (Rachel) Spijer een oude doosmet een manuscript van haar vader Jack Spijer. Dat manuscript heeftveel losgemaakt. De oorlogswond van haar familie werd weer blootgelegd.De familieband van de Spijers was voorgoed doorgesneden ,omdat ze als enigen terugkeerden uit de concentratiekampen.Jack schrijft onverbloemd over zijn kampervaringen. Sjacheraar inkamp Vught, illegale handelaar en klusjesman in Westerbork,arbeider in Amersfoort en lijkendrager in Bergen - Belsen.Liefde van Jack en zijn vrouw Hennie voor hun kinderen was erzeker, maar ze waren, door de gruwelijke ervaringen in de kampen,niet meer in staat het gezin in een innig verband bij elkaar te houdenen structuur te geven. Jack was altijd weg alsof hij op de vlucht was,terwijl Chelly, haar moeder en haar zusters fysiek en psychisch uitbalans raakten. De familie Spijer zweefde stuurloos door het leven.Wie was Jack Spijer? is het indringende verhaal van een ongeschooldemarktkoopman, die samen met zijn vrouw en de in 1939 geborendochter Greta, de Holocaust weet te overleven. Na terugkomstdreigen Jack en zijn gezin de oorlog alsnog te verliezen. Is Chellygeboren als compensatie voor de vermoorde familie? Is zij hetresultaat van een ontspoord leven? Dit boek legt het verborgen leedvan de Holocaust bloot.
"Kinderen met ernstige meervoudige beperkingen hebben, net als elk kind, recht op en behoefte aan opvoeding. De betrokken ouders en begeleiders – leerkrachten, groepsbegeleiders, speltherapeuten, fysiotherapeuten – kampen daarbij dikwijls met ingewikkelde opvoedingsvragen. Veel gebeurt intuïtief en doordat een daadwerkelijke ‘onderbouwing’ ontbreekt, is het vaak niet duidelijk welke (deel)activiteiten leiden tot (welk) resultaat. Het feit dat niet duidelijk is in welke richting, waaraan en met behulp waarmee kan worden gewerkt leidt tot onzekerheid bij alle betrokkenen.Om dit probleem te ondervangen wordt er de laatste jaren steeds vaker gebruik gemaakt van het zogeheten Opvoedingsprogramma. In Een programma van jezelf wordt dit Opvoedingsprogramma nader uitgewerkt. Na een eerste deel met informatie over het programma, volgt een tweede deel met een korte toelichting op de praktische toepassing ervan. Dit deel bevat bovendien uitgewerkte voorbeelden en opdrachten (reflecties). De uitgave is bestemd voor cursorisch onderwijs, maar zeker ook geschikt als bron van informatie voor hen die voor de zorg verantwoordelijk zijn: professionele zorgverleners, leerkrachten, maar ook ouders.Een Programma van jezelf maakt deel uit van een ‘trilogie’. Naast dit boek en Levensloop in perspectief – over volwassenen met ernstige meervoudige beperkingen – omvat deze de uitgave Met zorg vernieuwen. Dit deel, complementair aan de beide andere, gaat in op de problemen die de invoering van een opvoedings-/ondersteuningsprogramma met zich meebrengt en biedt daarmee een handreiking voor een succesvolle implementatie."
Vluchtelingen hebben huis en haard verlaten. Ze kampen daardoor vaak met verlies van bezittingen en dierbaren en met verregaande culturele aanpassingen in het gastland. Deze gemeenschappelijke kenmerken maken groepstherapie zinvol voor de behandeling van vluchtelingen met psychische klachten, ondanks verschillen in herkomst en cultuur.Groepstherapie met vluchtelingen schetst een actueel beeld van wat in Nederland op dit gebied gebeurt en biedt een schat aan informatie voor alle werkers in dit veld. In aparte hoofdstukken beschrijven verschillende psychotherapeuten hun manier van werken. Daarbij gaan zij onder meer in op de samenstelling van de groep en de invloed van de buitenwereld. Vanuit de praktijk worden belangrijke handvatten aangereikt voor het omgaan met bijvoorbeeld taalproblemen en met veel voorkomende bezwaren tegen deelname aan een therapiegroep, zoals achterdocht tegen de hulpverlening en angst voor stigmatisering door medevluchtelingen.Psycho–educatie is bij deze patiëntgroepen een voorwaarde voor resultaat van de behandeling. De auteurs geven hiervoor dan ook praktische aanwijzingen. Er worden methoden aangereikt waardoor patiënten leren zich te uiten, zich leren te ontspannen en persoonlijke doelen, zoveel als mogelijk is, leren te verwerkelijken.Dit boek is het eerste Nederlandse boek over groepstherapie met vluchtelingen waaraan diverse auteurs hun bijdrage leveren. Door de brede benadering, de levendige casuïstiek en de praktische insteek is het een inspirerende leidraad – niet voor alleen groepswerkers, maatschappelijk werkers, (psycho)therapeuten en psychiaters, maar ook voor mensen die hiervoor in opleiding zijn en alle anderen die beroepshalve een bijdrage leveren aan de geestelijke gezondheid van vluchtelingen.
Europarlementariërs kampen als gevolg van berichten over fraude, schandalen en crises met een slecht imago. Ze zouden zakkenvullers en nietsnutten zijn. Maar klopt dit beeld wel? Dit boek laat zien dat de werkelijkheid anders is.In deze bundel komen (voormalige) Nederlandse Europarlementariërs aan het woord over hun ervaringen. Zij vertellen over de werking en dagelijkse praktijk van het Europees Parlement. Welke overeenkomsten en verschillen zijn er met het Nederlandse parlement? Wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden van de Europarlementariërs om invloed uit te oefenen? Welke zaken worden er zoal in de achterkamertjes afgekaart, en welke in het openbare debat? En hoe gaan Europarlementariërs om met lobbyisten?De interviews in dit boek behandelen deze en andere vragen, en bieden de lezer zodoende een kijkje in de Brusselse keuken.Over de auteursLeon van Damme (1982) studeerde geschiedenis en internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Hij publiceerde in 2009 samen met Mari Smits de interviewbundel Voor de ontwikkeling van de Derde Wereld. Politici en ambtenaren over de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking, 1949-1989.Hilde Reiding (1975) studeerde geschiedenis in Nijmegen. Sinds 2006 is zij verbonden aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis.
Nederland telt een groot aantal mensen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking of chronische aandoening. Het blijkt dat de sportparticipatie van deze bevolkingsgroepen sterk achterblijft bij de sportdeelname van validen.Er is brede wetenschappelijke steun voor het gegeven dat verantwoord bewegen positieve effecten heeft op de gezondheid en het welzijn. Dit geldt nog meer voor hen die kampen met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke beperking of chronische aandoening.Sportvoorlichting blijkt één van de beste manieren te zijn om de sportparticipatie van de doelgroepen te stimuleren en vergroten. Daarbij spelen medici, paramedici, sportdocenten, maatschappelijk werkers, sociale diensten een belangrijke rol. Zij moeten goed op de hoogte zijn de (aangepaste) sportmogelijkheden en de restcapaciteiten van hun cliënten.Sporten kan iedereen heeft tot doel alle informatie te verschaffen die u nodig heeft om mensen met een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke beperking of chronische aandoening adequaat te kunnen voorlichten over de mogelijkheden voor sport en beweging en de (aangepaste) sportfaciliteiten die er bestaan. Verder geeft deze uitgave u handvatten voor het doorverwijzen van de potentiële sporter naar instanties die goed thuis zijn in de wereld van het aangepast sporten. Ook beleidsmakers in onderwijs, gezondheidszorg en recreatie zullen baat hebben bij de informatie die Sporten kan iedereen biedt.Deze uitgave pretendeert niet een receptenboek te zijn; er bestaat immers geen standaardadvies dat voor iedere patiënt van toepassing is. Het is een naslagwerk waaruit u algemene en specifieke achtergrondinformatie kunt halen waarmee u, in combinatie met uw eventuele eigen specifieke kennis, sportvoorlichting kunt geven.
Vlaanderen behoort tot de topregio's in Europa wat landbouw betreft. Dit danken we aan de zeer intensieve manier van werken op meer dan 30.000 eerder kleinschalige en meestal op familiale leest geschoeide land- en tuinbouwbedrijven. De Vlaamse landbouw realiseert samen met de agro-voedingssector een opmerkelijk hoog aandeel in het exportsaldo. Toch blijft de sector met een aantal fundamentele problemen kampen. Als enige sector binnen de economie die levend materiaal voortbrengt, is de landbouw immers een uitermate kwetsbare sector. De recente voedselcrisis heeft dit nog eens extra in de verf gezet. De problemen zijn voor een groot stuk het gevolg van de aard van de sector zelf, vermits landbouwproductie erg gevoelig is aan de grillen van de natuur een een schoolvoorbeeld is van volledige mededinging. Technologische vooruitgang, globalisering en culturele en socio-demografische veranderingen in onze maatschappij zetten de sector verder onder druk. Dit boek biedt een economische analyse van de problemen en uitdagingen waarmee de landbouw geconfronteerd wordt, en van de mogelijke oplossingen waarover de sector beschikt. Naast studenten universitair en hoger onderwijs zal dit boek zeker ook een breder publiek van adviseurs, ambtenaren, beleidsmakers, financiële instellingen, NGO's en natuurlijk ook de landbouwers zelf aanspreken.
Op 11 mei 2006 werden Oulematou N'Douye en de kleine Luna in koelen bloede vermoord. De families van de dader, van de zwaar gekwetste Songul Koþ, van N'Douye en de familie van Luna werden door een ontspoorde jongen levenslang gekwetst. Wat die dag gebeurde was zo onaanvaardbaar dat het een breed maatschappelijk discours op de gang bracht. Simpele analyses van dit complex gegeven hadden kunnen leiden tot manipulatie en politiek misbruik. Maar dat gebeurde niet. Door haar vragen, emoties en overpeinzingen neer te schrijven, tracht Suzanne Van Well, Luna's oma, de pijn en de afschuw te plaatsen. Want feiten en daden in een brede context zetten helpt. En relativeren verzacht woede en pijn.In Hans lezen we het dagboek van Suzanne Van Well, haar nooit verzonden brieven aan Hans Van Themsche en een dialoog met de maatschappij. 'Wat ik nu zeg, zeg ik al mijn hele leven, al krijgt het nu een veel grotere weerklank. We zijn allemaal egocentrische wezens, luisteren meestal in functie van onszelf. Als je luistert in functie van de andere, sta je in twee kampen en worden problemen oplosbaar. Tot mijn grote ontgoocheling moet ik besluiten dat Hans Van Themsche niet kan inzien wat hij gedaan heeft, daarvoor mist hij de empathie.'Suzanne Van Well (1939) studeerde scenografie en psychologie. Ze is filmcostumiÞre en docente communicatietechnieken. Door het weekblad Knack werd ze in 2007 uitgeroepen tot vrouw van het jaar.
Tot voor kort werd ADHD voornamelijk als een aandoening bij kinderen beschouwd. Ook volwassenen kampen met ADHD. Het is een stoornis waarmee je geboren wordt, dat niet zomaar overgaat bij het ouder worden. Je kunt in het dagelijks leven veel last hebben van ADHD. Maar er is ook veel te doen om de stoornis hanteerbaar te maken en negatieve gevolgen te beperken. Het is daarom belangrijk te weten hoe je er het beste mee omgaat.Voor mensen met ADHD is het remmen van gedrag en het filteren van informatie moeilijk. Zelfs zo moeilijk dat aanlopen tegen problemen op school, in werk en bij het aangaan van sociale contacten, iedere dag plaatsvindt. ADHD kenmerkt zich door aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Bij volwassenen treden vooral problemen met het richten en volhouden van de aandacht op de voorgrond.In Leven met ADHD geven Maura Beenackers, Fiona Kat en Willemijn ter Brugge antwoord op vragen als: Wat er is met mij aan de hand? Wat betekent ADHD voor mij en mijn omgeving? En: Wat kan ik er zelf aan doen? De auteurs geven praktische tips en bruikbare adviezen over het veranderen van leefgewoonten en het aanleren van nieuwe vaardigheden. Ook de diverse behandelmogelijkheden binnen de GGZ komen aan bod.Leven met ADHD is bedoeld voor mensen met ADHD en hun directe omgeving. Het boek is tevens bruikbaar in de hulpverlening: voor psychologen, psychotherapeuten, huisartsen en maatschappelijk werkers die mensen met ADHD behandelen of begeleiden.
Het beschrijven van een groots leven als dat van Thomas Mann (1875 Lübeck – 1955 Zürich) is meer dan een avontuurlijke reis. Natuurlijk kennen wij hem als auteur van De Buddenbrooks, een roman waar hij in 1929 de Nobelprijs voor ontving, van Dood in Venetië en van De Toverberg. Naast vele romans en novellen schreef hij essays, gaf hij lezingen en hield hij nauwgezet dagboeken bij. Drie romans en een novelle zijn voor verfilming bewerkt en over zijn leven verscheen een film. Want behalve zijn vier jaar oudere, eveneens schrijvende broer Heinrich Mann, werden twee van zijn zes kinderen ook beroemd als journalist en schrijver: Erika en Klaus. Thomas Mann bleef zijn hele schrijversleven schatplichtig aan het milieu waar hij uit voortkwam: een welvarend koopmansgeslacht uit Lübeck, met de graanfirma Joh.Siegm.Mann, die door de vroege dood van zijn vader in 1891 teloorging. En hoewel de tijden veranderden, bleef hij standsbewust en woonde hij altijd in villa’s of landhuizen met personeel. Naast het belang van zijn achtergrond, is Thomas Mann echter vooral de auteur van het Fin de siècle en van het Interbellum. Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, was hij een huisvader met vier kinderen. Deze oorlog leidde tot een breuk met Heinrich omdat ze verschillende kampen vertegenwoordigden. Bijna twintig jaar later nam Thomas Mann met pijn in het hart afscheid van Duitsland toen het land was uitgeleverd aan de nazi’s. Publiceren werd hem onmogelijk gemaakt en met zijn gezin woonde hij na 1933 vijf jaar in Zwitserland en bijna veertien jaar in Amerika. Hier ontwikkelde hij zich tot politiek geweten van Duitsland. Zijn persoonlijk leven en zijn leven als publieke persoon waren hierbinnen niet altijd te scheiden. Hij verzuchtte dan ook weleens dat velen iets over hem vonden, maar dat hij zelden werd gekend.Margreet den Buurman is literatuurwetenschapper, vertaler Duits en auteur. Voor Aspekt vertaalde zij vele boeken uit het Duits. Ook verscheen van haar een monografie over de Rote Armee Fraktion.Martijn
Mensen die te kampen hebben met langdurende psychische aandoeningen worden meestal gezien als slachtoffers van een ernstige ziekte, die vooral veel zorg van anderen nodig hebben om zich staande te houden. Zij zouden hierbij primair afhankelijk zijn van de professionele kennis van de geestelijke gezondheidszorg, de sector die zich al dan niet over hen ontfermt. De laatste jaren groeit, mede door het werk van de herstelbeweging, de belangstelling voor wat mensen met psychische aandoeningen zélf weten, de kennis die voortvloeit uit het ervaren van psychische kwetsbaarheid en het leven met de gevolgen daarvan. Ervaringskennis, als het collectieve verhaal van psychiatrische patiënten, is een kennisgebied in opkomst. Tot dusverre is deze kennis echter nog maar beperkt in concrete termen beschreven. Er is meer geschreven over dat patiënten weten, dan over wat zij weten. Deze uitgave is een aanzet om ervaringskennis van mensen met psychische aandoeningen tastbaar te maken. Het geeft de resultaten weer van een eerste studie naar de uitwisseling van ervaringen in de herstelwerkgroepen van het HEE-project (Trimbos-instituut). De studie toont de levensthema’s die voor mensen met psychische aandoeningen van belang zijn en de manier waarop zij, ieder op hun eigen wijze, met hun kwetsbaarheden omgaan. Dit boek is bestemd voor mensen die leven met psychische aandoeningen, voor hun omgeving, voor ervaringsdeskundigen-in-opleiding en voor professionele zorgverleners.
Waarom maken sommige kinderen niets dan hanenpoten of hebben ze problemen met puzzelen en tekenen? En waarom kunnen ze nooit eens netjes eten met mes en vork? Gedrag dat vroeger 'onhandig' werd genoemd, wijst vaak op een dieper liggende en ernstigere oorzaak: het zijn in vele gevallen deze kinderen die ook kampen met leerproblemen. In Mijn kind is onhandig gaat Wendy Peerlings in op de vraag hoe ouders en begeleiders kinderen kunnen helpen dit soort van visuomotorische problemen te lijf te gaan. Met een uitgebreid praktisch deel vol spelletjes, oefenmateriaal, tips en werkbladen, dat ouders helpt de vaardigheden van hun kinderen beter te ontwikkelen.
Van de omstreeks 1,5 miljoen Nederlanders vanaf zestien jaar die in re´ncarnatie geloven, kent nog maar een deel de heilzame werking van re´ncarnatietherapie. Dat geldt ook voor de omstreeks 5 miljoen landgenoten die rekening houden met een individuele ziel en de inmiddels 3,5 miljoen nieuwe landgenoten met een geheel eigen beleving van ziel en spiritualiteit.Dit boek is bedoeld als een kennismaking met deze therapie: er worden vragen beantwoord zoals 'wat is het' en 'wat gebeurt er tijdens de therapiesessies?'In een groot landelijk dagblad schreef een hoogleraar psychiatrie onlangs dat de omvang van de psychiatrie nog nooit zo groot is geweest: bijna 2 miljoen mensen lijden aan een psychische stoornis. Naar schatting 738.000 mensen in ons land kampen met depressies; 94.000 mensen doen jaarlijks een poging hun leven te beÙindigen. Er is dringend behoefte aan een nieuwe weg naar geestelijke gezondheid. Re´ncarnatietherapie lijkt die weg te bieden.
Jacob Klompstra (60) heeft ADHD. Dat heeft hij al zijn hele leven, maar de diagnose is pas 2,5 jaar geleden (begin 2006) gesteld. Vanaf zijn vroegste jeugd ondervindt hij de gevolgen van het anders zijn en niet weten waarom.Jacob: “Het is onvoorstelbaar eenzaam om een buitenbeentje te zijn. Mijn hele leven is een zoektocht naar acceptatie, naar een plek waar ik rust vind en rustig kan zijn.”Het leven van Klompstra staat in het teken van uitproberen, grenzen stellen, overmatig alcoholgebruik en een enorm tekort aan tijd om alles te doen wat hij wil. Dit leidt tot verdrietige ervaringen, maar ook tot vermakelijke situaties. In dit boek vertelt hij over zijn leven, zijn ervaringen en zijn zoektocht naar zichzelf. Het is het verhaal van iemand die niet wist waarom hij altijd zo chaotisch was, die moeite had met plannen en opruimenen nooit kon stilzitten. Het is het verhaal van iemand met een leven dat in het teken stond van impulsief gedrag, onbegrip en het onvermogen om die situatie te kunnen veranderen. Voordat de diagnose ADHD werd gesteld, rende Jacob achter zichzelf aan.Hij pleegde roofbouw op zijn lichaam en zijn geest. Zijn omgeving begreep niets van zijn enorme gedrevenheid en tomeloze energie.Sinds 2006 gebruikt hij medicijnen, waardoor zijn leven wat meer structuur en rust kent.Jacob Klompstra wilde het verhaal vertellen over zijn leven, zijn ervaringen en de zoektocht naar zichzelf en vroeg auteur Madeleine van de Wouw om het als ghostwriter voor hem op te schrijven. Vele gesprekken later is het eindresultaat het boek ‘Wat is die jongen druk! – Een leven met ADHD’.Met dit boek wil Klompstra aandacht vragen voor mensen die zelf met ADHD kampenen voor wie (nog) onvoldoende aandacht is. Het verhaal is niet geschreven vanuit een psychologisch of medisch perspectief, maar vanuit het standpunt van een mens die leeft met ADHD. Voor wie?Dit boek is bestemd voor iedereen die zich herkent in een leven met ADHD of die een partner of familielid heeft met deze aandoening. He
Na de oorlog leefde er, behalve respect voor de mensen die geleden hadden in de kampen, ook schaamte, twijfel en achterdocht. De wereld wilde geloven in vrede. De zwarte jaren moesten worden vergeten. En dus werd er gezwegen. Dat stilzwijgen duurde lang: 'Ik heb mijn verhaal pas jaren later voor het eerst naar buiten gebracht, hortend en stotend, en het was alsof een blok van duizend kilo van mijn hoofd viel.' Roger Rutten zocht de kinderen en nabestaanden van verzetsmensen op, en zocht in archieven. Ongeweten (familie-)geschiedenissen kwamen aan het licht. En ook het kluwen van verzetsmensen en 'zwarten' in de Limburgse mijnstreek en de Maaskant.
Vijfenzeventig jaar geleden richtte Anton Mussert de NSB op. Dat vrouwen lid werden is bekend, maar waar¾m zij voor de NSB kozen is nauwelijks onderzocht. Na de bevrijding werden veel 'kameraadskes', zoals de vrouwelijke NSB-leden werden genoemd, gearresteerd en in kampen opgesloten, beschuldigd van landverraad.Zonneke MatthÚe onderzoekt met behulp van niet eerder onderzochte bronnen de redenen voor het NSB-lidmaatschap van vrouwen die, naar Duits voorbeeld, binnen de NSB een eigen organisatie oprichtten: de Nationaal Socialistische Vrouwen Organisatie. Zij laat zien welke vrouwen zich aangetrokken voelden tot de NSB en tot het nationaal-socialisme in het bijzonder, op welke manier zij zich inzetten in naam van 'Volk en Vaderland' en wat hen dreef om actief te blijven, aanvankelijk via de parlementaire weg en sinds mei 1940 aan de kant van de Duitse bezetter. Via een aantal biografische portretten laat zij de onderlinge verschillen zien tussen deze vrouwen, hun persoonlijke achtergrond, hun motivatie en hun opvattingen over het nationaal-socialisme.Voor Volk en Vaderland is de eerste studie over de motieven van vrouwen voor het NSB-lidmaatschap, hun 'geloof in de nieuwe orde' en de wijze waarop zij zich hebben moeten verantwoorden voor hun lidmaatschap.
Dit is een werkboek voor cliënten die kampen met depressies. Het is te gebruiken naast een behandeling (cognitieve) therapie. Het werkboek bevat informatie, formulieren en uitleg die de client tijdens de behandeling nodig heeft. Cognitieve gedragstherapie bij depressie biedt een leidraad voor de behandeling van volwassen cliënten met als hoofddiagnose een milde tot ernstige depressieve stoornis, met of zonder dystyme stoornis. Dit werkboek is gebaseerd op cognitief therapeutische uitgangspunten. De nadruk ligt op wat de client zelf kan doen en is effectief gebleken in het ontwikkelen van een regelmatiger en stabieler levenspatroon.Het gedetailleerde protocol maakt gebruik van bewezen effectieve cognitief gedragstherapeutische technieken. In de therapie is aandacht voor: het ontwikkelen van een regelmatiger en stabieler levenspatroon, het onderkennen van problematische cognities, negatieve gedachten of leefregels die van invloed zijn op de depressieve stemming en het leren doorbreken van deze depressogene assumpties.Dit werkboek voor de cliënt, 'Doorbreek je depressie' is opgebouwd volgens dezelfde structuur als het protocol en vormt een essentieel onderdeel van het protocol.
Op 6 juni 1944, toen in Normandië de invasie begon, barstte voor de Hongaarse joodse jongen Dov Nasch de hel van de Tweede Wereldoorlog los. Samen met zijn moeder, drie zussen en zijn jongste broertje Emil werd hij vanuit zijn geboorteplaats Nové-Zamky (toen Ersekujvar) gedeporteerd naar het vernietingskamp Auschwitz (Oswiecim) in Polen. Hun reis duurde drie dagen en drie nachten. Bij zijn deportatie was hij veertien jaar. Een jaar later, tijdens een dodenmars, werd hij toevallig door het Amerikaanse leger bevrijd. Toen pas zou hij beseffen wat de Naziterreur had aangericht. De helft van zijn familie werd uitgeroeid. Na een lange periode van stilzwijgen vond hij eindelijk de moed om over zijn gevangenisperiode te praten, ook met zijn naaste fa-milieleden. Dovs getuigenis werd een eerste keer uitgegeven in 2001, voor jongeren. De periode die hij als jongen doorbracht in de kampen liet hem echter niet los. Hij bleef zoeken naar zijn moeder en zijn broertje, maar ook naar mensen die met hem in de kampen Auschwitz-Birkenau, Gleiwitz en Flossenburg waren geweest. Bij een herdenking in Duitsland ontmoette hij voor de allereerste keer een medegevangene die drie plaatsen verder stond op de Appelplatz. Eindelijk konden zij elkaar in de armen sluiten. Ondertussen zijn er tien jaren verstreken sinds het verschijnen van de eerste versie van Bewaar altijd een stukje brood. Aan de herwerkte versie werden gegevens toegevoegd. Dov hield ondertussen honderden lezingen in scholen en gespecialiseerde verenigingen. Bewaar altijd een stukje brood blijft een uniek getuigenisdocument over een periode in de geschiedenis die nooit mag worden vergeten. De schrijfster verwerkte de herinneringen van Dov Nasch aan de gruwelijkste tijd uit zijn leven in een gevoelig boek.
"Als jongeren een eerste psychose doormaken, is het niet altijd duidelijk in welk diagnostisch kader de psychose uiteindelijk terecht zal komen. Soms blijft het bij een eenmalige, kortdurende psychotische stoornis, soms ook ontwikkelt zich een schizofrene of bipolaire stoornis. De zorgvraag en -behoefte van jeugdigen en jongvolwassenen met een (eerste) psychose kent echter één grote gemene deler, ongeacht de aard van de psychose: bij de behandeling moet niet alleen rekening worden gehouden met het ziektebeeld, maar ook met de levensfase waarin de betrokkene verkeert. Vaak wonen de jongeren nog bij hun ouders, gaan naar school en hebben te kampen met specifieke ontwikkelingstaken. Daarom zal er expliciet aandacht moeten worden besteed aan de begeleiding van de ouders, de stagnatie in het functioneren op school en de invloed van de psychose op de psychosociale ontwikkeling van de jongere. In de zorglijn Jongeren met Psychotische Stoornissen – een neerslag van de klinische ervaring en het gedachtegoed van medewerkers van de afdeling jeugdpsychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) – worden deze aspecten concreet vorm gegeven, zowel in de beschreven modulen als in de algemene richtlijnen. De beschreven zorglijn kan dienen als blauwdruk voor de (verdere) ontwikkeling van behandelprogramma’s voor jeugdigen en jongvolwassenen met psychotische stoornissen.Dr. Patricia Schothorst is kinder- en jeugdpsychiater en staflid van de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het UMCU. Zij heeft als speciaal aandachtsgebied psychotische stoornissen bij jeugdigen. Claudia Emck is psycholoog en thans werkzaam als universitair docent aan de faculteit bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Destijds heeft zij een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de zorglijn voor jeugdigen met een psychotische stoornis in het UMCU.Hanneke Hop is psycholoog en was destijds werkzaam op de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie UMCU met als t
Het zittingsproces-verbaal is in de afgelopen jaren verworden tot één van de meer essentiële processtukken die ons strafproces kent: het vormt namelijk op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad de enige ‘kenbron’ van hetgeen zich tijdens het onderzoek ter zitting heeft afgespeeld. Als gevolg van onder meer de Schiedammer parkmoordzaak is in de afgelopen jaren discussie gevoerd over de wijze van vastlegging van in het vooronderzoek afgelegde verklaringen: onderdeel van die discussie betreft devraag of verhoren in het vooronderzoek niet standaard zouden moeten worden opgenomen op een geluids- of videoband. De vraag of iets vergelijkbaars zou moeten gelden voor ter zitting afgelegde verklaringen, is tot op heden onderbelicht gebleven.In haar oratie als hoogleraar Strafrechtsprakijk aan de Universiteit Utrecht analyseert Petra van Kampen de vraag welk strafproces de wetgever voor ogen stond toen hij concludeerde dat het proces-verbaal van de zitting geen minutieus verslag behoeft te zijn van al hetgeen ter zitting is geschied, meer in het bijzonder waar het daar afgelegde verklaringen betreft. Daarnaast komt de vraag aan de orde of dat in essentie nog hetzelfde strafproces is, waarmee we heden ten dage te maken hebben. De auteur gaat ten slotte in op de vraag of auditieve registratie de strafzitting uitkomst zou kunnen bieden.
Jaarlijks zijn duizenden kinderen in Nederland getuige van geweld tussen hun ouders. Het gaat om geweld dat zich stelselmatig voor hun ogen afspeelt of dat zij horen als ze in hun bed liggen. Zij zien de blauwe plekken en vluchten soms met hun moeder naar een opvanghuis. Veel kinderen die getuige zijn van geweld kampen met gedragsproblemen en ontwikkelen gevoelens van angst en depressiviteit. Hun contacten met leeftijdgenoten verlopen problematisch en ze hebben moeite zich te concentreren op school. Hoe langer kinderen getuige zijn van geweld, des te groter is de kans op schade. Omstanders kunnen door tijdig te signaleren en in te grijpen een sleutelrol vervullen in het beperken van de schade. Dit boek brengt deze groep kinderen in beeld en belicht de achtergrond en de aard van de problematiek. Op grond van binnen- en buitenlandse literatuur worden handreikingen gedaan voor het signaleren en adviezen gegeven voor de hulpverlening.
Het bevorderen van duurzame arbeidsparticipatie is een kerntaak voor paramedici en arboprofessionals. In sociaal opzicht is arbeidsparticipatie belangrijk omdat het bijdraagt aan zelfstandigheid en zelfrespect. Maar niet iedereen kan een baan vinden of houden. Bovendien zullen door de stijgende pensioenleeftijd meer werknemers te kampen krijgen met arbeidsbeperkingen. Hoe kunt u als paramedicus of arboprofessional uw cliënten ondersteunen in het arbeidsparticipatieproces? Het antwoord op deze vraag vindt u in de tweede editie van Arbeid & Gezondheid. De geactualiseerde denkmodellen en onderwerpen in dit handboek dienen als handvatten voor professionals om de arbeidsparticipatie van hun cliënten te optimaliseren. Daarbij is kennis vanuit verschillende disciplines noodzakelijk. In de eerste editie lag de nadruk op interventie (preventie, behandeling en reïntegratie). Deze uitgebreide herziening bespreekt de rol van professionals in drie praktische contexten: (meer) aan het werk, aan het werk (blijven) en weer aan het werk. Daarvoor wordt in deel 1 het theoretische kader aangeboden. Deel 2 gaat vervolgens in op de praktische kant en geeft onder andere talloze tips, voorbeelden en nuttige adressen.
Tussen de Wereldoorlogen was de joodse gemeenschap in Nederland volledig geïntegreerd in de samenleving, weliswaar met eigen tradities en leefgewoonten. Joodse artiesten als Louis Davids, zijn zus ‘Heintje’ en Sylvain Poons droegen de joodse cultuur uit. In grote steden woonden joden veelal samen in eigen wijken. Van deze leefgemeenschappen is prachtig filmmateriaal bewaard gebleven.Vanaf 1933 zochten tienduizenden Duitse joden hun toevlucht in Nederland uit angst voor Hitlers nationaalsocialisme. De vervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland sloeg de joodse gemeenschap uiteen. Anti-joodse maatregelen mondden uit in verbanning naar Kamp Westerbork en de vernietigingskampen. Van het vertrek uit Westerbork zijn indringende filmbeelden gemaakt die op deze DVD’s zijn opgenomen.Na de oorlog probeerden de overlevenden van de kampen en de geredde onderduikers de joodse gemeenschap weer op te bouwen. De oprichting van de eigen joodse staat Israël bracht hoop en langzaam kwam het joodse verenigingsleven weer op gang.Deze DVD bevat unieke en indrukkende beelden, onder andere uit het wekelijkse Polygoon Journaal in de bioscopen, dat de ontwikkelingen op de voet volgde.Samengesteld door het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD).
LevenstekensBrieven uit WesterborkHilde VerdonerHet doorgangskamp Westerbork was het laatste wat talloze Nederlandse Joden van Nederland zouden zien. Tussen juni 1942 en september 1944 voerden de treinen meer dan honderdduizend Joden vanuit Westerbork naar vernietigingskampen als Auschwitz en Sobibor. Een van hen was Hilde Verdoner.Voordat Hilde op 8 februari 1944 op transport werd gesteld naar Auschwitz, smokkelde ze een groot aantal brieven het kamp uit, bestemd voor haar familie en vrienden. Deze aangrijpende levenstekens geven een vaak verrassend beeld van het kamp Westerbork. Hoewel de aanwezigheid van de naziterreur op alle bladzijden voelbaar is, werd het leven er ook gekenmerkt door een onverwachte alledaagsheid. Kamp Westerbork had een ziekenhuis, een school en zelfs een winkel. Tegelijk was er elke dinsdag weer de dreiging van het transport naar de kampen in het oosten.De brieven van Hilde Verdoner-Sluizer, moeder van drie kinderen en echtgenote van een fietsenfabrikant, vormen een zeer persoonlijk verslag van de wonderlijke microsamenleving in Westerbork. Subtiel verhuld voor ongewenste meelezers schreef ze over de zorgen, de hoop en de angst die ze had om haar man en haar ondergedoken kinderen.Die kinderen overleefden de oorlog wel. Dit boek bevat ook een lange brief van Hildes zoon Otto aan zijn onderduikmoeder, vele jaren na de bevrijding geschreven. Daarin brengt hij onder woorden hoe zijn persoonlijke ontwikkeling beïnvloed is door zijn dramatische jeugdjaren.Over de auteur(s):Het boek wordt bezorgd door de Eline Hopperus Buma en is ingeleid en vertaald door Coen Hilbrink, auteur van een groot aantal boeken over de Tweede Wereldoorlog.
Elke vrouw die ooit bevallen is, heeft zeker te kampen gehad met de vraag of die buik nu wel helemaal weer in vorm zou komen.Tijdens een eerste zwangerschap is een vrouw meer geïnteresseerd in de voorbereiding op de bevalling. Postnatale kinesitherapie wordt dikwijls maar na een tweede geboorte gevolgd wanneer blijkt dat het buikje niet zo goed meer weg te krijgen is. De buik is eigenlijk een spiergordel die de ingewanden en organen van de lage buik omvatten met bovenaan het middenrif, vooraan de buikwandspieren, achteraan de rugspieren en onderaan de bekkenbodemspieren. De buikgordel staat in nauwe relatie met de borstkasen de bekkengordel. In dit boek wordt, doorheen de verschillende levensfasen van de vrouw, geschetst hoe die buikgordel veel wijzigingen kan ondergaan door zwangerschap en bevalling. Een onvolledig herstel van de buikgordel heeft niet alleen esthetische gevolgen (striemen en overtollig vetweefsel), maar kan ook leiden tot lichamelijke klachten, zelfs vele jaren later, zoals rugpijn, bekkeninstabiliteit en seksuele klachten. Preventie is daarom uitermate belangrijk. Regelmatige oefeningen voor alle betrokken spieren kunnen gemakkelijk ingeschakeld worden in het dagelijkse leven. De vele oefeningen en adviezen die de auteur stap voor stap beschrijft zijn hierbij een grote hulp. Het boek is dan ook vooral gericht naar elke vrouw die meer wil weten over zwangerschap en bevalling, maar is zeker ook nuttig voor kinesitherapeuten en hun patiënten, vroedvrouwen, gynaecologen en huisartsen.MARIE-JOSÉE DECOSTER is gedurende bijna dertig jaar praktijklector geweest aan de Hogeschool voor Kinesitherapie Parnas te Dilbeek. Zij heeft daarnaast veel ervaring opgebouwd in een zelfstandige praktijk met aandachtvoor de perinatale kinesitherapie en het behandelen van bekkenklachten zowel in als rond het bekken.
De situatie van veel allochtone jongeren wordt gekenmerkt door keuzeconflicten. De verwachtingen thuis, op school en op straat liggen vaak ver uit elkaar. Deze jongeren moeten veelal voldoen aan een dubbel eisenpakket. Ze laveren voortdurend tussen de verschillende eisen die gesteld worden vanuit culturele, etnische en religieuze achtergrond, en de eisen waaraan ze moeten voldoen op school. Ernstige loyaliteitsconflicten kunnen daarvan het gevolg zijn. Bij sommigen van hen leidt die situatie tot het ontstaan van psychiatrische problematiek. Het Nederlandse zorgsysteem staat bekend als zeer specialistisch, gestructureerd en gericht op het individu. Een dergelijk systeem leidt binnen de GGz voor allochtone jongeren vaak tot problemen aangezien zij niet worden benaderd als een onlosmakelijk onderdeel van de eigen groep. De hulpverlening aan deze jongeren verloopt dan ook inderdaad problematisch, omdat deze onvoldoende is toegesneden op hun wensen en behoeften. Bij de instellingen voor Jeugd-GGz in Amsterdam staat het thema interculturalisatie sinds 2003 prominent op de beleidsagenda; de Amsterdamse Jeugd-GGz ziet het als haar taak om jongeren die te kampen hebben met psychiatrische problematiek passende, effectieve diagnostiek en behandeling en begeleiding te bieden. Sinds 2003 organiseren de Amsterdamse instellingen themamiddagen en congressen om kennis en ervaringen op het gebied van interculturalisatie te delen. De eerste resultaten daarvan werden vastgelegd in het succesvolle Meer kleur in de Jeugd-GGz (2004).In Interculturalisatie in de Jeugd-GGz zijn de bijdragen opgenomen van de sprekers van de afgelopen twee jaar.
Tieners kampen steeds vaker met overgewicht. Het is dus meer dan alleen een probleem van volwassenen. Dit is niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat er tegenwoordig overal eten verkrijgbaar is, de verleiding om te eten is dan ook enorm groot. Ook bewegen tieners veel minder dan kinderen die op de basisschool zitten. Als jij te zwaar bent of je te dik voelt, kan dit werkboek je helpen. In tien 'smakelijke' en overzichtelijke hoofdstukken leer je wat gezond eten en drinken is, hoeveel je per dag of per week moet bewegen, Ún hoe je dit moet volhouden. Vaak werkt het nog beter om het samen met een diÙtist aan te pakken. Als je tiener bent droom je soms van een gezond lijf, een goede conditie en een gave huid. Maar daar moet je dan wel wat voor doen, en soms ook laten. Dit werkboek bevat alle informatie die je nodig hebt om sterk te staan. Sterk tegen de verleiding van al het lekkers. Sterk in kiezen. Sterk in gewichtbeheersing.
‘Eigenlijk wil ik niet dood, maar ik weet niet hoe ik moet leven.’Deze gedachte kan door het hoofd gaan van iemand die suïcidaal is. Het uitspreken van deze gedachte is een eerste stap naar het creëren van nieuwe, positieve gedachten om uit een depressie te komen. Het eerste deel van ’s Nachts lijkt alles groter bestaat uit tien ervaringsverhalen van mensen die langzaam uit hun persoonlijk drama zijn gekomen en de draad van het leven weer durfden op te pakken. Wie deze ervaringen leest, en zelf te kampen heeft met een zware depressie, kan hierin herkenning vinden en er moed uit putten om het leven weer zin te geven. In het tweede deel komt het begrip depressie aan bod. Wat verstaan we eronder? Welke mogelijkheden voor hulp zijn er? Hoe kun je omgaan met de sociale omgeving? Naast antwoorden op deze vragen, krijgt de lezer ook tips over zelfhulp en lotgenotencontact. Dit boek is in eerste instantie geschreven voor mensen die met suïcidale gedachten rondlopen. Daarnaast is het ook uitermate geschikt voor hulpverleners en studenten die meer inzicht willen krijgen in deze problematiek. Ria Tulkens is sinds zeventien jaar een vrijgevestigde psychotherapeut. Daarnaast is zij adviseur en supervisor bij de landelijke Stichting EX 6, de stichting die zich inzet voor mensen die suïcidaal zijn (geweest). Zij schreef in dit verband enkele artikelen over suïcide en zelfhulpgroepen van lotgenoten.
Leren en werken in Nederland - Op koersDEEL 3Basisleergang NederlandsVoor volwassen anderstaligenFouke JansenVrije Universiteit Amsterdam Afdeling Nederlands Tweede TaalTitia BoersHinke van KampenMet IJsbreker leren cursisten de taal die ze nodig hebben om optimaal te kunnen functioneren in de Nederlandse maatschappij. IJsbreker besteedt aandacht aan het dagelijks leven, maar ook aan werken in Nederland.Bij de leergang hoort een uitgebreid computerprogramma met veel audio en videomateriaal. IJsbreker kan voor een groot deel zelfstandig worden doorgewerkt.IJsbreker is bedoeld voor laag- en middenopgeleide cursisten.De leerstof is gekoppeld aan het Raamwerk NT2. IJsbreker deel 3 'Leren en werken in Nederland - Op koers' leidt op tot en met niveau B1.
In de schaduw van Auschwitz beschrijft de veranderingen in de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, vanaf de bevrijding tot aan de recente debatten over de plaats van de nazistische vernietiging in de geschiedenis van de westerse beschaving. In de loop van vijfig jaar is het beeld van de oorlog ingrijpend veranderd. Overheerste aanvankelijk het nationale perspectief, waarin nauwelijks plaats was voor daders, weifelaars of overlevenden van de kampen, de laatste decennia is de systematische moord op de joden, zwakzinnigen, zigeuners en andere als minderwaardig beschouwde groepen centraal komen te staan. Gedenktekens, beelden, films, romans, documentaires, geschiedwerken fungeren als ankerplaatsen van het publieke geheugen, gefixeerde vormen die getuigen van de manier waarop de samenleving de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog levend houdt. Deze voorstellingen zijn een rijke bron om de verschuivingen in het denken en spreken over de oorlog in kaart te brengen.In de schaduw van Auschwitz bevat een beschouwing van de naoorlogse monumenten, films en documentaires in Nederland, en analyseert de onttakeling van het nationale geschiedbeeld en de centrale plaats van de nazistische vervolgingspolitiek in de herinnering aan de oorlog. Dat de historische cultuur en de publieke herinnering zich in Nederland op vergelijkbare wijze ontwikkelden als in andere landen blijkt uit de polemieken over de uitbeelding van Auschwitz in film en literatuur en uit het actuele debat over de betekenis van deze catastrofe voor de hedendaagse samenleving.