Familiehotel Paterswolde is een 4-sterren hotel met een prachtige ligging nabij recreatiegebied Paterswoldsemeer en de stad Groningen. De omgeving is niet alleen geschikt voor het maken van wandelingen en fietstochten, maar ook voor andere leuke en culturele uitstapjes. Het hotel is uitgerust met een health club, voorzien van sauna, zonnebank, zwembad en fitnessruimte, zodat u optimaal kunt ontspannen.
Familiehotel Paterswolde is een 4-sterren hotel met een prachtige ligging nabij recreatiegebied Paterswoldsemeer en de stad Groningen. De omgeving is niet alleen geschikt voor het maken van wandelingen en fietstochten, maar ook voor andere leuke en culturele uitstapjes. Het hotel is uitgerust met een health club, voorzien van sauna, zonnebank, zwembad en fitnessruimte, zodat u optimaal kunt ontspannen.
Dit is het officiële uitshirt van FC Groningen voor het seizoen 2011/2012. In dit voetbalshirt speelt FC Groningen de uitwedstrijden in de Eredivisie. Het FC Groningen uitshirt is paars en wordt gekenmerkt door de twee witte verticale banen over de voorkant van het shirt. Deze banen worden onderbroken door het logo van hoofdsponsor Essent op het midden van het shirt. De banen staan ook aan de boven- en onderkant van de achterkant van het shirt. Op de achterkant staat ook subsponsor Energy Valley. Het shirt bevat verder een klassieke opstaande retrokraag, waarop ''FC Groningen 40 Years'' staat. Ook ter hoogte van beide oksels zijn twee dunne witte ringen te vinden. Op de linkerborst is een authentiek goud logo van FC Groningen geborduurd en op de andere borst het logo van teamkledingleverancier Klupp.
Dit het officiële thuisshirt van FC Groningen voor het seizoen 2011/2012. In dit voetbalshirt speelt FC Groningen de Eredivisie thuiswedstrijden in het Euroborg Stadion. Het FC Groningen thuisshirt staat geheel in het teken van het 40 jarig bestaan van de club, is wit en wordt gekenmerkt door de twee verticale banen over de voorkant van het shirt. Deze banen worden onderbroken door het logo van hoofdsponsor Essent op het midden van het shirt. De banen staan ook aan de boven- en onderkant van de achterkant van het shirt. Op de achterkant staat ook subsponsor Energy Valley. Het shirt bevat verder een klassieke opstaande retrokraag, waarop ''FC Groningen 40 Years'' staat. Ook ter hoogte van beide oksels zijn twee dunne groene ringen te vinden. Op de linkerborst is een authentiek goud logo van FC Groningen geborduurd en op de andere borst het logo van teamkledingleverancier Klupp.
Waarom is het zo moeilijk om ongezonde gewoontes te veranderen? Waarom kampen zo veel mensen blijvend met psychische en relationele problemen? Het gelaagde brein geeft antwoord op de vraag welke consequenties kennis over onze hersenen heeft voor het werken aan gedragsverandering. Het boek biedt een stappenplan voor reflectie en discipline, waarmee je op nuchtere wijze de balans op kunt maken en vervolgens kunt besluiten om je gedrag al dan niet te veranderen.Het gelaagde brein is goed te gebruiken als zelfhulpboek. Daarnaast kunnen hulpverleners die van een nuchtere, korte en krachtige aanpak houden er heel goed mee uit de voeten.Over de auteurMartin Appelo is gezondheidszorgpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt als docent, trainer, therapeuten supervisor bij Cure & Care Development, Het Behouden Huys en de Rijksuniversiteit Groningen.
Inleiding in het Nederlandse recht is sinds vele jaren een toonaangevend studieboek, dat met name op universiteiten en in het hoger beroepsonderwijs op grote schaal wordt voorgeschreven.In het boek nemen rechtsvorming en rechtshandhaving een centrale plaats in. De eerste vijf hoofdstukken vormen een inleiding in het systeem van het Nederlandse recht en in de hoofdstukken 6 tot en met 14 worden de belangrijkste rechtsgebieden besproken zoals het vermogensrecht, burgerlijk procesrecht, ondernemingsrecht, arbeidsrecht en het straf(proces)recht. Het boek sluit af met een hoofdstuk over internationaal recht.Door de systematische opzet, het heldere taalgebruik en de vele kleurrijke voorbeelden is dit boek bij uitstek geschikt voor het onderwijs. Het gebruik van margekopjes en een groot aantal schema’s dragen bij aan een goede toegankelijkheid van de tekst. Ook de samenvattingen aan het eind van elk hoofdstuk bieden de student een gewaardeerd hulpmiddel bij zijn studie van het Nederlandse recht. Van het boek verschijnt elke twee jaar een nieuwe, bijgewerkte druk.Deze uitgave is bestemd voor studenten in het hoger juridisch onderwijs.AuteursinformatieMr. J.W.P. Verheugt was jarenlang werkzaam als docent inleiding recht aan de universiteiten van Groningen en Leiden. Hij is thans onder meer werkzaam in de rechterlijke macht.
Nederlands in gang is een beginnersmethode NT2 voor hoogopgeleide anderstaligen. Verdeeld over achttien hoofdstukken komen alledaagse situaties aan bod. Alle taalvaardigheden worden hierbij geoefend: lezen, luisteren, spreken en schrijven. Daarnaast is er aandacht voor grammatica, uitspraak en intonatie, cultuur, praktijkopdrachten en reflectie. Bij alle onderdelen ligt het accent op het gebruik van het Nederlands in het dagelijks leven.Op een afwisselende manier legt de beginnende student de basis van het Nederlands. Aan de hand van levensechte dialogen, spreek- en schrijfopdrachten, vormoefeningen, teksten, filmpjes en liedjes werkt de student toe naar niveau A2 van het Europees Referentiekader. Samen met de vervolgdelen Nederlands in actie en Nederlands op niveau vormt dit boek een complete leergang voor het leren van de Nederlandse taal.Op de bijgeleverde audio-cd’s staan dialogen en uitspraakoefeningen. Bij het boek hoort ook een website met aanvullende oefeningen, intensieve luisterteksten, filmpjes en liedjes. Voor docenten is er op de website een toetsenbank en een docentenhandleiding met kopieerbladen en lessuggesties beschikbaar. Berna de Boer, Margaret van der Kamp en Birgit Lijmbach zijn docenten NT2 bij het Talencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder schreven zij onder meer In de startblokken, Nederlands in actie en Nederlands op niveau.
Door de hoge vlucht die de geneeskunde heeft genomen, is onze levensverwachting aanzienlijk toegenomen. Als gevolg zijn de aantallen chronisch zieke patiënten en dementerenden fors gestegen. Soms is zelfs het lijden van mensen groter geworden omdat er zoveel behandelingsmogelijkheden zijn. Maar hoewel we steeds ouder worden, is de grootste zekerheid nog altijd dat er een einde aan ons leven komt. Op een gegeven moment moeten we accepteren dat het einde van het leven daar is. En wie neemt dan de beslissing om met de behandeling te stoppen?Doeke Post behandelt in dit boek de vele en grote vragen die zich voordoen rond het einde van het leven. Hij wil de discussie stimuleren over het geven van een volmacht aan een vertrouwd persoon, die in de geest van de patiënt niet alleen beslissingen neemt over het soort behandeling, maar ook over de beëindiging van het leven.Over de auteurProf. dr. Doeke Post was vele jaren werkzaam als huisarts, werkte als adviseur van een ziekenfonds en was van 1992 tot 2004 hoogleraar Sociale Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij publiceerde over uiteenlopende medischethische thema’s. In 2009 verscheen van zijn hand het standaardwerk De derde weg. Een analyse en toekomstvisie vanuit vijftig jaar ervaring in de zorgsector.
Marine insurance has been of great importance to the expansion of long distance trade and economic growth in the early modern period, in particular for seafaring nations such as the Dutch Republic. The Amsterdam market became Europe's leading insurance market and within the Republic other insurance systems also emerged. Little is known about the differing institutional frameworks governing these industries and the interaction between the institutions and the actors in the industry. This study will examine the development of marine insurance in the Netherlands in Amsterdam, Rotterdam and the province of Groningen from c. 1600 to 1870 from an institutional point of view. It will examine how the behaviour of authorities, insurers, underwriters and brokers was affected by the formal and informal constraints of the industry and how in turn their conduct has influenced the institutional framework and induced institutional change. A comparative institutional analysis will be made of three insurance systems in the Netherlands, each with its own distinctive characteristics.The interaction between institutions and actors will be studied in relation to the effects of technological innovations and international geo-political changes. By examining developments over a period of two and half centuries the path of long-term institutional change becomes discernable.
In het juridische werkveld is grote behoefte aan competente juridische schrijvers. In het hoger beroepsonderwijs wordt uitgezien naar een praktisch leer- en oefenboek over juridisch schijven. Schrijven voor juristen komt tegemoet aan beide behoeftes. In dit boek wordt helder en overzichtelijk ingegaan op belangrijke juridische schrijfproducten als de pleitnota, de dagvaarding, de beschikking, de juridische informatieve brief, de juridische adviesbrief en adviesnota, de juridische klachtenbrief en de sommatie. Ook wordt aandacht besteed aan lees- en schrijfstrategieÙn die toegepast kunnen worden bij juridische stukken. Kenmerken van juridische boodschappen en van de juridische vaktaal worden eveneens behandeld. Er worden vele praktische schrijftips gegeven, onder andere over het schrijven voor een lekenpubliek. Verder is er aandacht voor tactieken om de betekenis van moeilijke woorden te achterhalen, schriftelijke communicatie in juridische casussen en de historische oorsprong van de Nederlandse rechtstaal.Schrijven voor juristen is bruikbaar vanaf het eerste leerjaar en kan tijdens de gehele opleiding voor de student dienen als leer- en instructieboek bij juridische schrijfopdrachten en als naslagwerk. Doel van het boek is de juridische schrijfvaardigheid van studenten te optimaliseren. Het boek is geschreven door drie docenten van het Instituut voor Rechtenstudies van de Hanzehogeschool Groningen.
Esther Jansma legt in Mag ik Orpheus zijn? messcherp uit wat het lezen en schrijven van poëzie en proza voor haar inhoudt. Wat betekent het om ‘ik’ te zeggen in een gedicht, mag een tekst worden herleid tot de persoon van de maker, in hoeverre wordt wat wij ‘het leven’ noemen bepaald door wat we hebben gelezen, zijn er grenzen aan de verbeelding en waar zouden die dan moeten liggen, wie bepaalt wat wel en niet mag of kan in een tekst? Voor deze essays bewerkte zij vier lezingen die zij in Berkeley en als gastschrijver aan de Rijksuniversiteit Groningen heeft gegeven.
Onvoorspelbaar verleden is een multimediale methode voor geschiedenisonderwijs op de pabo, maar wordt ook toegepast binnen de lerarenopleiding geschiedenis.Het boek geeft een rijk en geïllustreerd en compleet overzicht van de vaderlandse geschiedenis in een Europese en mondiale context. De leerstof biedt een gedegen basis voor de eigen ontwikkeling en dit sluit goed aan bij de praktijk van de basisschool. Aan de hand van beeldvorming (kaarten, tijdsbalken en ooggetuigenverslagen), opdrachten (met of zonder cd-rom) en tips kunnen studenten hun overzichtskennis stap voor stap verwerven.De cd-rom is het hulpmiddel waarmee studenten de stof nog beter kunnen verwerken. De student kan zich per tijdvak en onderwerp voorbereiden op het maken van een toets, het schrijven van een verslag, een studieopdracht uitvoeren, of een les of thema ontwerpen. Hij doet dit in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier. De student heeft daarbij verschillende bronnen tot zijn beschikking (beeld, video, geluid, tekst) en kiest zelf welke informatie hij nodig heeft. De cd-rom laat studenten het verleden beleven zodat ze beter gevoel krijgen voor het geven van geschiedenisles op school.De methode als geheel biedt een moderne kijk op het verleden en bereidt de student voor op zijn toekomst!Drs. Wim Kratsborn is sinds 1971 docent geschiedenis aan de pabo van de Hanzehogeschool te Groningen. Daarnaast ontwerpt hij Europese projecten over democratie, esthetiek en mensenrechten. Met de eerste editie van Onvoorspelbaar verleden in 1999, maakte hij naam als auteur van geschiedenismethodes."
De macht van de stad Groningen over de Ommelanden is bijna spreekwoordelijk. Het stapelrecht,dat eenieder dwong zijn waren op de Groninger markt te brengen, is het bekendste voorbeeld. Maar ook de organisatie van de rechtspraak heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de hegemonie van de stad. In de zestiende eeuw nam de Hoofdmannenkamer bijna de gehele rechtspraak in het gewest over, terwijl zij ook bestuurlijke bevoegdheden had. Na de staatsrechtelijke wijzigingen van 1749 werd de Hoge Justitiekamer, als opvolgervan de Hoofdmannenkamer, veel meer een beroepsinstantie.Deze PROCESGIDS geeft de hoofdlijnen van het procederen in civiele zaken voor Hoofdmannenkamer en Hoge Justitiekamer, zowel in eerste instantie als in appel. Met behulp van deze gids kan een onderzoeker zijn weg banen door het archief van de Kamer. Hierin is veel te achterhalen over de samenleving van Stad en Lande.Dr. P. Brood is werkzaam bij het Nationaal Archief, dr. E. Schut bij de Groninger Archieven. De serie PROCESGIDSEN is een initiatief van de Stichting tot uitgaaf der bronnen van het Oud-Vaderlands Recht.
Jacques Wallage (1946) was raadslid, wethouder en burgemeester in Groningen, Kamerlid, staatssecretaris en PvdA-fractievoorzitter in Den Haag. Na bijna veertig jaar in publieke dienst nam hij vorig jaar afscheid als burgemeester van Groningen. Als bijzonder hoogleraar integratie en openbaar bestuur aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) keert hij terug aan de universiteit, waar hij in 1971 als socioloog afstudeerde en (kort) wetenschappelijk medewerker was. In deze oratie verkent hij de betekenis van het begrip identiteit. Draagt een bewust uitgedragen zelfbeeld bij aan de integratie van migranten of is het hiervoor een belemmering? De auteur verbindt zijn visie op de betekenis van identiteit aan zijn kijk op Nederland en laat zien dat ruimte voor identiteit past in het pluriforme zelfbeeld van ons land. ‘Diversiteit is ons handelsmerk’, stelt hij. Jacques Wallage ontloopt in zijn oratie de lastige vraagstukken niet, bijvoorbeeld door in te gaan op de noodzaak identiteiten te verbinden met de moderniteit. Wanneer deze verbinding niet wordt gezocht, kan identiteit een drempel worden voor de integratie.
Fotograaf Peter Elenbaas maakte na vier succesvolle delen Amsterdam onbewolkt onlangs een prachtig boek met luchtfoto’s van de Nederlandse eilanden en het Waddengebied: De Wadden onbewolkt. Nu heeft hij zijn koers verlegd naar het vasteland. Deze zomer voerde het vluchtplan naar de provincie Groningen, waar Elenbaas ons van Delfzijl tot Zoutkamp voert. We zien naast klassiekers als de Martinitoren, de veenkoloniën en het vestingstadje Bourtange ook de wierde-dorpen Ezinge en Warffum en de Blauwe Stad in het Oldamtmeer. Peter Elenbaas is fotograaf. Frits Poelman is journalist bij het Dagblad van het Noorden.
Dit praktische boek beschrijft een nieuwe methode voor het begeleiden van mensen met een verstandelijke beperking en zwakbegaafden. De Affectief Bewuste Benadering is ontstaan door de samenwerking tussen een aantal professio nals uit het werkveld.Het uitgangspunt van deze succesvolle begeleidingsmethode is dat je je als begeleider bewust bent van het cognitieve en emotionele niveau van de cliënt, en tegelijk ook van dat van jezelf. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de principes van Expressed Emotion (emotionele expres sie), de systeemtheorie en de uitgangspunten van de cliëntgerichte therapie (Carl Rogers). De methode creëert voorwaarden voor de begeleiding en biedt naast een visie ook de be geleidingsmethodiek om deze in praktijk te brengen. Hiermee kan de kwaliteit van de bejegening geoptimaliseerd worden.De Affectief Bewuste Benadering geeft concreet begeleidingspotentieel bij thema’s als: hoe breng ik afstand en nabijheid in balans, hoe ga ik om met emotie in de begeleidingsrelatie en hoe krijgt het netwerk van de cliënt en de begeleider invloed op deze relatie?Brian Twint studeerde sociaalpedagogische hulpverlening aan de Hogeschool van Amsterdam. Na een periode van zeven jaar in de jeugdzorg is hij sinds 2005 werkzaam als begeleider in de verstandelijk gehandicaptenzorg, zowel op de dagbesteding als in de residentiële en ambulante zorg.Bianca van Kouwen studeerde orthopedagogiek en geestelijke verzorging aan de Universiteit van Utrecht en Rijksuniversiteit Groningen. Vanaf 2003 is zij werkzaam in diverse instellingen in de gehandicaptenzorg als (gezins)begeleider.
Vertalen uit het SpaansTEKST EN UITLEGBij het vertalen van een Spaanse tekst ben je bezig met het vinden van de juiste Nederlandse equivalenten van Spaanse woorden, uitdrukkingen en grammaticale vormen. Maar daarmee ben je er nog niet. Je hebt bijvoorbeeld ook te maken met de cultuur van de lezers. Zo nemen Spaanse lezers een medische folder pas serieus als er de nodige vaktaal in staat, terwijl Nederlanders en Vlamingen het juist waarderen als ze in begrijpelijke taal worden toegesproken.In dit boek wordt het vertalen uit het Spaans behandeld in ál zijn aspecten. Studenten en (beginnende) vertalers leren de theorie en de toepassing ervan in de praktijk aan de hand van talloze oefenteksten, voorbeelden en uiteenzettingen.Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat authentieke teksten uit Spanje en Spaans-Amerika met een variatie aan thema’s, teksttypen en vertaalproblemen. Deze teksten zijn voorzien van een relistische vertaalinstructie: wie is de opdrachtgever, voor welke doelgroep is de originele takst geschreven en voor wie is de vertaling bedoeld? Bij alle teksten geven de auteurs verolgens uitgewerkte vertalingen met varianten en commentaar op problemen. In het tweede deel, de vertaalgrammatica, wordt een grote hoeveelheid vertaalproblemen systematisch behandeld en van voorbeelden voorzien. Vanuit de vertaalgrammatica wordt telkens naar de teksten in het eerste deel verwezen en omgekeerd.Of je nu studeert op academisch of hbo-niveau, in groepsverband of zelfstandig, met Vertalen uit het Spaans zullen (aankomende) vertalers hun kennis en vaardigheden vergroten, en bovendien hun plezier in het vertalen verder ontwikkelen.Stella Linn is als docent vertalen, vertaalwetenschap en taalverwerving verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Miel Slager doceerde taalvaardigheid en vertalen Spaans aan de Universiteit Utrecht. Eerder publiceerde hij onder meer een voorloper van dit boek: Valkuilen en valse vrienden, leidraad voor het vertalen Spaans - nederlands.
Over het boek: Vaak wordt gezegd dat de kindertaal een taal apart is, een soort geheimtaal voor ingewijden, een taal voor moeder en kind. Geheel ten onrechte: ondanks alle verhaspelingen, moeilijkheden met klanken, woordvormen en zinsbouw, is het jonge kind bezig niet alleen de taal van zijn ouders na te bootsen, maar ook zich te manifesteren en te ontwikkelen als zelfstandig denkend wezen, als mens. In en door de taal komt het kind tot denken en dit denken heeft zijn eigen logica, gebrekkig soms en afwijkend van wat de ouderen als logisch hebben geleerd te aanvaarden. Geen periode in het mensenleven is daarom zo belangrijk als de vier jaar waarin het kind leert spreken. Bij het schrijven van dit boek is alle geleerddoenerij achterwege gebleven, zodat het veeleer een interessant gesprek is geworden tussen de schrijver zelf vader en grootvader en de lezers ouders en opvoeders over het wonder van de taal en hoe hun kinderen deze taal ervaren en trachten te leren.Over de auteur: J. A. Meijers (geb. Groningen 1897) studeerde wijsbegeerte en Franse letteren en is vele jaren in het onderwijs werkzaam geweest, o.a. aan het Haagsch Lyceum. Hij publiceerde veel over taal en letterkunde, zowel in periodieken, (o.a. in De Groene Amsterdammer) als in boekvorm. In de Prismareeks verschenen nog van hem Dagelijks leven in spreekwoorden (P 742) en Het woord (P 947).
"Groninger Historische Reeks, 12De problemen met betrekking tot de vestiging en het verblijf van migranten staan de laatste jaren in het brandpunt van het politiek en maatschappelijk debat. De historische dimensies worden in dit debat wel eens uit het oog verloren. Immers, ook in vroegere tijden hebben veel migranten om uiteenlopende redenen hun heil in de Nederlanden gezocht. In dit boek van E. Schut wordt de vestiging en het verblijf van een bepaalde groep migranten, nl. de joden in de stad Groningen behandeld. Het idee dat Nederland in het verleden een tolerant land was, dat open stond voor de vestiging van nieuwkomers, maakte lange tijd deel uit van het collectief bewustzijn van de Nederlandse natie. Dergelijke denkbeelden deden ook al aan het eind van de achttiende eeuw opgeld. Zo schreef in 1796 een commentator in het Groningse weekblad 'De Onverwachte Courier' dat de houding van het Groninger stadsbestuur ten opzichte van de vestiging en het verblijf van de joden in de stad Groningen werd gekenmerkt door een grote mate van verdraagzaamheid. De laatste jaren is deze 'mythe' van de Nederlandse verdraagzaamheid echter in toenemende mate ter discussie gesteld. Maar ook in deze discussie wordt de historische dimensie vaak uit het oog verloren. In dit boek onderzoekt de auteur hoe de vestiging van de joden, de vorming van de Joodse Gemeente en de appreciatie van de joden door de verschillende bevolkingsgroepen in de stad Groningen verliepen. Was er werkelijk sprake van een verdraagzame houding ten opzichte van de joden? De schrijver wil met deze studie een bijdrage leveren aan het onderzoek naar de vestiging en appreciatie van de 'afwijkende' groepen in de Nederlandse samenleving ten tijde van de Republiek."
Wat is de fascinatie van chaos? Ruim tien jaar geleden ontstond een ware chaosrage die nog steeds niet helemaal uitgewoed is. Het woord chaos heeft daarbij niet alleen maar de oude, negatieve betekenis van ordeloosheid en anarchie. Chaos heeft ook te maken met creativiteit, vitaliteit en raadselachtige, fractale complexiteit.Het weer is een schoolvoorbeeld van chaos en onvoorspelbaarheid. De turbulente atmosfeer maakt betrouwbare weersverwachtingen op lange termijn onmogelijk. Daarnaast komt chaos voor in de meest uiteelopende toepassingsgebieden: mechanica, scheikunde, biologie, economie. Zelfs in de psychologie en bedrijfskunde leidt de chaostheorie tot nieuwe inzichten.In Chaostheorie - het einde van de voorspelbaarheid? schetsen de auteurs, de wiskundigen prof.dr. H.W. Broer (Rijksuniversiteit Groningen), prof.dr. J. van de Craats (Koninklijke Militaire Academie en Universiteit van Amsterdam) en prof.dr. F.Verhulst (Universiteit Utrecht), de achtergronden hiervan in een breed historisch perspectief. Aan de hand van eenvoudige voorbeelden maken zij de revolutionaire ideeën en toepassingen van de chaostheorie duidelijk.Chaostheorie is een oorspronkelijk boek, geschreven door experts voor een breed publiek. Zij plaatsen het begrip voorspelbaarheid in een nieuw licht, openen onverwachte perspectieven en zullen vele lezers daarmee een nieuwe kijk op de werkelijkheid geven. De tweede druk bevat enkele kleine correcties en aanvullingen.Henk Broer werd in 1950 geboren in Diever (Drente), studeerde in Groningen en is thans hoogleraar aldaar met specialismen meetkunde en dynamische systemen. Hij is een actief onderzoeker en heeft vele wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Ook houdt hij zich bezig met het populariseren van de wiskunde in boekvorm, artikelen en door radio en tv-optredens.Naast het wetenschappelijke werk vindt hij nog tijd voor musiceren en het liefdevol doch streng omgaan met zijn honden.Jan van de Craats werd in 1944 geboren te Voorburg,
Keuzegids Masters 2011In april 2010 kwam de Keuzegids voor het eerst met een speciale editie ‘Masters’. Het vertrouwde recept van de gidsredactie (overzicht bieden, feiten geven, helder uitleggen en tenslotte beoordelen) werd toen voor het eerst losgelaten op de meer dan duizend masteropleidingen in het wo en hbo. Daarmee was de eerste kwaliteitsgids van Nederlandse masters een feit. Nu, in februari 2011, komt het vervolg. Volledig geactualiseerd, en met nieuwe oordelen bij vrijwel alle opleidingen.Wat staat er in de Keuzegids Masters?Per vakgebied geeft de gids een overzicht van de beschikbare masters en de verschillen en nuances. Wat is het verschil tussen die ene master in Utrecht en de gelijknamige variant in Groningen? Welke specialisaties of mastertrajecten bieden zij aan? Ook is er aandacht voor de toelatingseisen: Moet je als hbo'er een schakelprogramma volgen? Kan iedereen meedoen of moet je op intakegesprek komen? En wat is eigenlijk het verschil tussen een universtaire master en een hbo-master in hetzelfde vakgebied?Verder behandelt de Keuzegids Masters bij elke studie de kansen op de arbeidsmarkt. Wat levert het je op als je aan die master special educational needs begint? En wat ga je verdienen?Tenslotte vind je in deze gids per vakgebied een ranglijst van opleidingen. Deze is gebaseerd op de oordelen van studenten en experts. Zo zie je eenvoudig aan welke universiteit of hogeschool je de beste toekomst tegemoet gaat. Want de ene master is de andere niet.
Socratisch motiverenMartin AppeloSocratisch motiveren is een methode om ‘moeilijke gevallen’ in de hulpverlening in beweging te krijgen, de strijdbijl te begraven en stilstand of hopeloosheid te veranderen in acceptatie. Martin Appelo beschrijft in dit handboek hoe deze methode gebruikt kan worden.Hulpverleners, therapeuten en (bedrijfs)artsen kunnen Socratisch motiveren gebruiken bij cliënten met wie ze ‘vastzitten’.In het socratisch gesprek heeft de therapeut geen ander doel dan het verduidelijken van de motieven van de cliënt en de consequenties die belangrijke anderen daaraan verbinden. Hij houdt daarbij veel rekening met iemands persoonlijkheid, mening, tempo, mogelijkheden en omstandigheden. De methode past zich bij de cliënt en zijn omgeving aan, niet andersom. Socratisch motiveren is nooit gericht op inhoudelijke verandering maar brengt de cliënt toch vaak op een ander spoor. Na een introductie waarin de stappen van de methode en veel praktijkvoorbeelden aan de orde komen, volgt in Socratisch motiveren een beschrijving van de theorie en de uitgangspunten. Daarna geeft de auteur uitgebreide richtlijnen voor de stappen in het proces en een werkschema. Vervolgens beschrijft hij voorbeelden uit de praktijk en mogelijke complicaties. Socratisch motiveren bevat een dvd met een demonstratie van de methode bij drie verschillende persoonlijkheidstypen."Dit boek verdient het om nationaal en internationaal verspreid te worden." Tijdschrift voor Psychotherapie"Een praktisch en prachtig boek." Filosofie Over de auteur(s):Martin Appelo is gezondheidszorgpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt als docent, trainer, therapeuten supervisor bij Cure & Care Development, Het Behouden Huys en de Rijksuniversiteit Groningen.
Voor het bestaan van effecten van hulpverleningsprogramma’s gericht op volwassenen, kinderen, ouders en gezinnen, moet empirisch bewijs geleverd worden. Dit boek levert een bijdrage aan de wetenschappelijke discussie over goed effectonderzoek in de gedragswetenschappen. Het bevat een algemene beschouwing over de empirische methodologie, definities van centrale begrippen en een beschrijving van ideaaltypische kenmerken van effectstudies. Omdat het ideale (experimentele) design slechts zelden realiseerbaar is, krijgen vervolgens de praktische belemmeringen en valkuilen ruime aandacht. Voorts wordt gezocht naar oplossingen, die een compromis vormen tussen de methodologische eisen en praktische beperkingen. Afsluitend is er enige verdieping in technische onderwerpen. Tot de doelgroep behoren universitaire studenten en docenten in de gedragswetenschappen en een ieder die in de onderzoeks- en hulpverleningspraktijk te maken krijgt met effectonderzoek. Het boek scherpt het oordeel aan en biedt, met behulp van samenvattingen en checklists, tal van handvatten voor onderzoeksopzet, –uitvoering en -discussie. Daphne van Loon is als onderzoeker gelieerd aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen en de Stichting JSL en werkt als projectmanager bij de Bedrijven Contactdagen en de Eerstelijnsdag. Bieuwe F. van der Meulen was tot 2008 als bijzonder hoogleraar verbonden aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, met als leeropdracht de opvoeding van het chronisch zieke kind. Alexander Minnaert is als hoogleraar orthopedagogiek en klinische onderwijskunde verbonden aan de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen.
De acht studies in deze bundel behandelen een aantal afzonderlijke momenten uit de levensloop van de historicus Johan Huizinga (1872-1945). Ze reiken van het gezin waarin hij opgroeide, de invloed van zijn vader en zijn studententijd in Groningen, tot het conflict met Menno ter Braak en zijn historische overpeinzingen uit de jaren 1940-1943.Huizinga heeft zich op zijn weg tot de historie pas laat afgewend van zijn aanvankelijke voorkeuren, de vergelijkende taalwetenschap en de Indische literatuur- en godsdienstgeschiedenis. Zijn werkzaamheid als historicus werd ingrijpend beïnvloed door de eigentijdse maatschappelijke ontwikkelingen. De eerste wereldoorlog was voor hem een keerpunt, dat hem dwong zijn geschiedopvatting grondig te herzien. In de beschaving van het moderne Amerika vond hij deels een bevestiging van zijn cultuurpessimisme, maar ook de hoop op iets beters. Van zijn plannen om na Herfsttij der Middeleeuwen een nieuw groot werk over de middeleeuwse cultuur te schrijven wist hij echter maar weinig te realiseren. In het laatste decennium van zijn leven liet hij de geschiedenis in zekere zin weer vallen. De beoefening van het vak werd voor hem een vorm van contemplatie, een middel om aan het veranderlijke en onbestendige van de dingen te ontkomen. Zijn werk over de Nederlandse geschiedenis van de zeventiende eeuw getuigt van deze veranderde houding.Met grote nauwgezetheid, in een bezonnen en verzorgde stijl, laat de auteur zien hoe Huizinga's gecompliceerde persoonlijkheid in zijn werk wordt weerspiegeld. Huizinga's omvangrijke schriftelijke nalatenschap maakt het mogelijk het gangbare beeld op belangrijke punten te herzien. Tegelijkertijd is in deze studies veel aandacht besteed aan de contekst waarin zijn werk tot stand kwam, zodat zij tevens een bijdrage leveren tot de algemene Nederlandse cultuurgeschiedenis van het fin de siècle en het interbellum.
"Het Groninger Vensterscholenproject stond aan de oorsprong van de ‘brede school’-beweging in Nederland. In Groningen floreert nog steeds de enige geheel nieuw opgerichte Leon van Gelder-middenschool in Nederland. Dit zijn twee voorbeelden van een jarenlange actieve onderwijspolitiek dat zich over een breed spectrum uitstrekte. Het boek beschrijft voor het eerst nauwkeurig hoe dit onderwijsbeleid zich gedurende het laatste kwart van de vorige eeuw, 1975-2000, ontwikkelde. De kern daarin was het gelijke kansenbeleid.De schrijver komt tot de conclusie dat de politieke ideologie van het college van B&W een cruciale rol heeft gespeeld in het gelijke kansenbeleid. Dat begon met het eerste linkse programcollege in Nederland. Wethouder Wallage, de latere staatssecretaris van Onderwijs, legde toen de grondslag voor een koersvast beleid. In tegenstelling tot de teleurstellende resultaten in het onderwijskansenbeleid in Nederland wist Groningen, na een continue achterstand, het gemiddelde niveau in het basisonderwijs op te krikken tot het gemiddelde niveau in Nederland. Volgens de schrijver heeft het voeren van een succesvol onderwijsbeleid vooral te maken met het ontwikkelen van een gedegen visie voor de lange termijn. Daar schort het al jarenlang aan op landelijk niveau, vooral in de eerste drie jaren van het voortgezet onderwijs.Na Jacques Wallage voerde een aantal onderwijswethouders – Rein Zunderdorp, Tonny van de Vondervoort en Henk Pijlman – achtereenvolgens een consistent gelijke kansenbeleid en niet zonder succes. Tal van onderwerpen komen aan de orde, die veel achtergrondinformatie geven over actuele discussies: de basisvorming, het vmbo, onderwijs aan culturele minderheden, onderwijskansenbeleid, integraal onderwijsbestuur door gemeenten, selectie, evaluatie, de ineengevlochten breedte- (Vensterscholen) en dieptestrategie (onderwijskansenbeleid), enzovoort. Het boek geeft een goede inkijk in de processen die daarbij een rol spelen, zowel in het beleid als in de onderwijspraktijk. Voor ge
Gedurende de afgelopen jaren zijn er belangrijke wijzigingen aangebracht in ons straf(proces)recht, waarmee de overheid de beschikking heeft gekregen over een aantal nieuwe straf(proces)rechtelijke instrumenten ter voorkoming en ter bestrijding van het hedendaagse terrorisme. In deze studiepocket worden deze instrumenten besproken.De opzet van deze studiepocket komt het best tot uitdrukking in het begrippenpaar 'overzicht' en 'inzicht'. Er worden diverse overzichten gegeven. In deze overzichten is gestreefd naar bondigheid en volledigheid, zodat deze studiepocket niet alleen kan fungeren als een eerste kennismaking, maar voor de jurist met watmeer kennis van zaken ook kan worden gebruikt als naslagwerk. Daarnaast wordt inhoudelijk ingegaan op de maatregelen en instrumenten. Zo worden er bijvoorbeeld, zowel vanuit het mensenrechtenperspectief, als vanuit het doelmatigheidsperspectief, aanzetten gegeven tot een kritische overdenking van het nut en de noodzaak van de vele instrumenten die de overheid ter beschikking staan bij de bestrijding van terrorisme.Over de auteurN.J.M. Kwakman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Winnaar van de LTP / Van den Berghprijs 2008De werkvloer is in toenemende mate cultureel divers geworden. Globalisering, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en vragen van consumenten maken van diversiteit tevens een economische noodzaak. Hoe kunnen organisaties hierop inspelen? Wat kunnen zij doen om de positie van allochtone medewerkers te verbeteren en de samenwerking tussen hen en autochtone medewerkers op de werkplek te bevorderen? Hoe kunnen organisaties allochtoon talent kennen en herkennen en profiteren van creativiteit en innovatie? In het boek stellen de auteurs diversiteit op de werkvloer centraal. Aan de hand van theoretische concepten geven zij inzicht in de verschillen. Maar ook de positieve gevolgen van diversiteit komen aan bod, zoals het benutten van de heterogeniteit aan perspectieven en het stimuleren van creativiteit en innovatie. Ten slotte beschrijven de auteurs verschillende interventies - gericht op individuen, teams en de organisatie als geheel - om verschillen te overbruggen en kansen te benutten op een cultureel diverse werkvloer.‘Culturele diversiteit op het werk’ biedt managers, HRM-professionals, adviseurs en andere professionals inzicht in de kennis die op dit moment over het onderwerp voor handen is. Daarnaast geeft het boek praktische handvatten om als organisatie van een cultureel diverse werkvloer te profiteren.Karen van Oudenhoven-van der Zee is werkzaam als hoogleraar Organisatiepsychologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Haar onderzoek is gericht op culturele diversiteit in organisaties. Daarnaast is zij directeur van het maatschappelijk instituut Integratie en Sociale Weerbaarheid dat onderzoek verricht op het gebied van integratievraagstukken.Jan Pieter van Oudenhoven is bijzonder hoogleraar Cross-culturele psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij voorzitter van de Stichting Bevordering Intercultureel Contact (www.intercultureelcontact.nl). Zijn onder
Jonge kinderen staan op een heel eigen wijze in de wereld. Ze zijn nieuwsgierig en vol verwondering. Door te spelen en te onderzoeken, in een actieve interactie met andere kinderen en volwassenen, verwerven ze nieuwe inzichten en vaardigheden en leren ze zichzelf en de wereld om hen heen steeds beter kennen en begrijpen.In dit boek staat de eigenheid van jonge kinderen centraal. Een eigenheid die vooral is te herkennen in de nieuwsgierigheid en verwondering die peuters en kleuters laten zien in hun spontane activiteiten en fantasiespel. Vanuit actuele wetenschappelijke inzichten in de ontwikkeling van jonge kinderen beschrijft de auteur in dit boek de manier waarop leerkrachten en begeleiders in hun interactie en handelen kunnen aansluiten bij deze eigenheid. Intensief kijken en luisteren naar alles wat kinderen laten zien en horen staat daarbij voorop.Het begint met kijken en luisteren biedt leerkrachten en begeleiders (in opleiding) van peuter- en kleutergroepen een praktische theorie en inspiratie voor het werken met jonge kinderen, waarin het fantasiespel en het onderzoeken een belangrijke plek innemen.Het begint met kijken en luisteren besteedt expliciet aandacht aan de belangrijke rol van fantasie en verhalen, waarin kinderen en alles wat ze doen en zeggen met elkaar worden verbonden. Daarbij zijn een onderzoekende houding van kinderen (én volwassenen) en de uitwisseling van hun eigen vragen en ideeën, in alle mogelijke communicatievormen, van belang.Over de auteurJenthe Baeyens is afgestudeerd als algemeen pedagoog aan de Rijksuniversiteit Groningen en is werkzaam als basisschoolleerkracht in de kleuterbouw.
Rijkswaterstaat is well known for its powerful position in the development of transport and hydraulic infrastructure in the Netherlands, for its engineering expertise and for bringing the Dutch worldwide fame by realising major public works, such as the Delta Works. In recent decades, however, Rijkswaterstaat's strong position of power and its working methods have been increasingly challenged in various intense public debates. These debates were about its perceived technocratic management of large infrastructure projects and, more generally, about its contribution to the modernisation of the Dutch government. As a consequence, Rijkswaterstaat found itself on the horns of a dilemma. On the one hand, it needed its renowned expert status to fulfil its public responsibilities. On the other hand, it also needed to distance itself from this expert status to be able to meet the increasing social and political imperative of developing into a more responsive and efficient public organisation. By adopting a discursive approach, this book examines the way in which Rijkswaterstaat tried to deal with this dilemma in constructing a new organisational identity, in particular in the early years of the 21st century, and how this is reflected in concrete Room for the River planning practices. Over de auteurMargo van den Brink conducted her PhD research at the Radboud University in Nijmegen, in the Department of Spatial Planning. She is now an assistant professor in the Department of Planning at the University of Groningen.
Seksuele intimidatie op het werk speelt zich af tussen beide seksen, waarbij zowel de vrouw als de man slachtoffer of dader kan zijn. <br/>In dit boek wordt uitgegaan van mannen als pleger en vrouwen als slachtoffer.<br/><br/>Het boek begint met een verklaring vanuit theorie en onderzoek waarmee seksespecifieke intimidatie inzichtelijk wordt. <br/>Vervolgens zoomt Professioneel bemiddelen bij seksuele intimidatie in op de vraag op welke wijze mediation bij gevallen van seksuele intimidatie een geschikte aanpak kan zijn om ontstane geschillen op te lossen. Bij mediation wordt uitgegaan van het gezamenlijk oplossen van een geschil met behulp van een neutrale conflictbemiddelaar: de mediator. <br/>Op basis van de aangereikte theorie en aanzetten tot begeleiden wordt, tot slot, een vertaalslag gemaakt naar attitude en vaardigheden van de genderspecifieke mediator. <br/><br/>Carla Goosen is verbonden aan de faculteit voor psychologische, pedagogische en sociale wetenschappen aan de Universiteit van Groningen en doet onderzoek naar seksuele intimidatie. Als therapeut in de gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg behandelde zij jarenlang ondermeer slachtoffers van seksueel misbruik en zette een terugval-preventietraject op voor jeugdige daders.<br/>Sinds 1994 zit zij als gedragsdeskundige in klachtencommissies voor ongewenste omgangsvormen. Zij studeerde rechten aan de Universiteit van Utrecht en heeft de academische graad Master of Dispute Resolution behaald aan de Universiteit van Amsterdam. Carla Goosen is NMI-Gecertificeerd Mediator, Gecertificeerd Forensisch Mediator en is als rechtbankmediator verbonden aan het Ressort Arnhem.
"Het vak Taalbeheersing heeft zich in de afgelopen 25 jaar ontwikkeld tot een breed geschakeerd werkterrein van onderzoekers die geïnteresseerd zijn in mondelinge en schriftelijke communicatie. In deze bundel, Tussenstand, zijn artikelen bijeengebracht uit het Tijdschrift voor Taalbeheersing, sinds de start in 1979 het belangrijkste vaktijdschrift. De artikelen hebben op verschillende manieren hun waarde bewezen. Sommige luidden een nieuwe trend in het onderzoek in, andere bieden een verrassende benadering van een communicatieprobleem of behoren door veelvuldig gebruik in het universitaire onderwijs tot de klassiekers van het vak. Er wordt ingegaan op diverse tekstsoorten, variërend van formulieren tot betogen, voorlichtingsfolders en routebeschrijvingen, op uiteenlopende theorieën over schrijven, argumenteren, overtuigen, informatieordening en informatieverwerking en op methodologische en praktische vragen met betrekking tot tekstevaluatie.De bundel is samengesteld door de redactie van het Tijdschrift voor Taalbeheersing, bestaande uit hoogleraren in het vakgebied aan de universiteiten van Amsterdam, Utrecht, Nijmegen en Twente. De negentien auteurs werken of werkten aan acht verschillende universiteiten, van Groningen tot Antwerpen. Tussenstand is een ideale manier om kennis te maken met het vak Taalbeheersing, voor studenten Nederlands en communicatiewetenschap, maar zeker ook voor iedereen die geïnteresseerd is in onderzoek naar het gebruik van taal en tekst in de communicatie."
Gert-Jan Hospers Krimp!---Je zou het misschien niet zeggen, maar de bevolking krimpt in sommige delen van Nederland. Dit komt door de vergrijzing en doordat gezinnen steeds minder kinderen krijgen. Hoewel krimp vaak als iets negatiefs wordt gezien – we zijn immers zo gewend aan groei – zitten er ook aantrekkelijke kanten aan: meer woonruimte bijvoorbeeld. In dit boek laat Gert-Jan Hospers ons de mogelijkheden van krimp zien. Limburg, Zeeland en Groningen hebben al te maken met bevolkingsdaling en vanaf 2025 zal dat ook gelden voor Overijssel en Noord-Brabant. Dit betekent dat huizen, winkels en kantoren leeg komen te staan en dat scholen, theaters en zwembaden moeten sluiten. Hier doemt een beeld op van ongezellige leegstaande panden, maar de vraag is of dat beeld reëel is. Gert-Jan Hospers ziet de krimp niet somber in. Hij pleit voor een creatieve aanpak en bespreekt in dit boek verschillende mogelijkheden van wonen in de natuur, aan het water, met of zonder eigen haven, in een park of in het bos, tot de terugkeer van de SRV-man en andere mobiele dienstverleners.AuteursinformatieGert-Jan Hospers is docent en onderzoeker Economische Geografie aan de Universiteit Twente en bijzonder hoogleraar City- en Regiomarketing aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is hij voorzitter van Stichting Jane, die het gedachtegoed van de Amerikaanse stadsactiviste Jane Jacobs propageert, en maakt hij deel uit van het wetenschappelijk comité van Cittaslow International.Andere titels door Gert-Jan HospersDe levende stad
100 dagarrangementen erbij en 1000 combinatiebanen in brede scholen, dat is het beleidsvoornemen van het kabinet anno 2004. Dagarrangementen zijn booming business geworden. Een dagarrangement is een samenhangend en doorlopend aanbod van onderwijs, opvang en vrijetijdsvoorzieningen waar schoolkinderen en ouders op basis van behoefte en eigen keuze gebruik van kunnen maken. Leuk voor kinderen en prettig voor ouders. In dit boek zijn de dagarrangementen van vijf verschillende locaties in Amsterdam, Oss, Heerenveen, Sluis en Groningen beschreven. Zij realiseerden een dagarrangement in de brede school. De ervaringen van deze voortrekkers leiden tot tal van aanbevelingen voor nieuwe dagarrangementen. U vindt in dit boek gegevens over de tussenschoolse opvang, over een naschools aanbod en over de ontwikkeling van een gezamenlijk pedagogisch klimaat en aan het einde een lijst van criteria waaraan een goed dagarrangement moet voldoen. Het is tijd om anderen op de hoogte te stellen van de mogelijkheden, ook al zijn nog niet alle knelpunten opgelost. Dit boek is geschreven voor de coördinator die een dagarrangement in het kader van de brede school wil opzetten. Veel organisaties zouden die coördinator kunnen leveren: de basisschool, het welzijnswerk, de buitenschoolse opvang of de gemeente, om de belangrijkste spelers in het veld maar eens te noemen. Deze coördinator krijgt met dit boek een handreiking bij de uitdagende taak om iets nieuws te creëren uit bestaand aanbod.
Elke Groninger kende ze, de overdekte bakfi etsen volbezems, borstels en matten van de Vereniging Zwakzinnigenzorg.Het waren vertrouwde verschijningen in hetstraatbeeld in een tijd waarin liefdadigheid de hoofdrolspeelde in de zorg voor mensen met een verstandelijkebeperking. De produkten op de bakfi ets waren gemaaktin speciale ‘werkplaatsen voor mindervaliden’, opgezeten geëxploiteerd door de Vereniging Zwakzinnigenzorg.Wie iets uit het brede assortiment kocht, haalde niet alleeneen onverslijtbaar produkt in huis, maar steundeook de activiteiten van ‘Zwakzinnigenzorg’.Dit boek schetst de bijzondere rol van de VerenigingZwakzinnigenzorg in de ontwikkeling van de zorg voormensen met een verstandelijke beperking in de provincieGroningen. ‘Zwakzinnigenzorg’ stond aan de wiegvan de eerste voorzieningen, totdat ook haar woon- enwerkactiviteiten overgingen naar grotendeels door deoverheid gefi nancierde instellingen. De Vereniging bleefactief als fi nancier van talloze projecten voor de doelgroep,in 2009 bezegeld door de omvorming tot StichtingSinnige Fonds.
Russisch-Nederlands woordenboekNa de turbulente jaren aan het einde van de vorige eeuw speelt Rusland in toenemende mate weer een rol op het wereldtoneel. Handelscontacten, wetenschappelijke en culturele uitwisselingen en toerisme naar Rusland nemen snel in omvang toe. Hierdoor is het voor steeds meer mensen van belang om de Russische taal redelijk te beheersen.Het Russisch-Nederlands woordenboek van professor Van den Baar is sinds zijn verschijnen in 1979 een betrouwbare gids gebleken voor iedereen die het Russisch gebruikt. Aan deze nieuwe, geheel herziene editie zijn ongeveer 1300 nieuwe trefwoorden en zinnen toegevoegd. Bij veel trefwoorden zijn de gangbare uitdrukkingen en samenstellingen vermeld, zodat de opgezochte woorden direct in een context geplaatst kunnen worden. Tevens is er informatie opgenomen over de klemtoon en over de verbuiging of vervoeging van het woord. Tot slot biedt het boek beknopt de hoofdlijnen van de Russische grammatical en syntaxis.Prof. dr. A.H. van den Baar was als hoogleraar Slavische taalkunde verbonden aan de Universiteit Utrecht.De redactie en opmaak van deze editie was in handen van Jeanette Bron en Peter de Groot. Jeanette Bron is in Groningen werkzaam in het onderwijs Russisch. Peter de Groot is als slavist verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
In Duitsland staat Nederland in de belangstelling: velen willen de Nederlandse taal leren en de interesse in het buurland is groot. Daarbij weten steeds meer Duitse studenten hun weg te vinden naar de Nederlandse universiteiten en hbo-opleidingen. Ook al lijken de talen van de buurlanden op elkaar, toch is een gedegen basis belangrijk om tot een goede taalvaardigheid in het Nederlands te komen.In de startblokken voorziet Duitstaligen van adequaat studiemateriaal voor een snelle start. Deze methode bevat achttien hoofdstukken met dialogen over dagelijkse situaties. Daarnaast worden woordenlijsten, grammatica, spreek- en schrijfopdrachten aangeboden en extra opdrachten voor thuis. Doordat er optimaal gebruik wordt gemaakt van de voorkennis uit het Duits, kunnen de cursisten in korte tijd niveau A2 van het Europees Referentiekader bereiken. In de startblokken bestaat uit een boek, een cd met de dialogen en uitspraakoefeningen en een website met interactieve oefeningen en uitgebreid docentenmateriaal. In hun eerdere publicaties hebben de auteurs al laten zien dat zij borg staan voor effectief, maar gevarieerd en levendig cursusmateriaal. Berna de Boer, Margaret van der Kamp en Birgit Lijmbach zijn als docent NT2 verbonden aan het Talencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen. Berna de Boer en Birgit Lijmbach schreven eerder onder meer Nederlands in actie en Nederlands op niveau.
Van de plant op de hooggelegen hellingen in de Andes naar het pak met spaarpunten in de schappen van onze supermarkt: de weg die de koffie aflegt is duizenden kilometers lang. Olaf Hammelburg brengt die weg in beeld. Zijn camera legt de poezie vast van het productieproces, maar ook de harde realiteit ervan: het zware werk van de koffieplukkers, de balensjouwers en de vrouwen die met de hand sorteren. In dit boek krijgen ze een gezicht, een naam, een verhaal.Over de auteurOlaf Hammelburg (1970) studeerde econometrie in Groningen en fotografie aan de Fotoacademie in Amsterdam. Hij werkte voor onder meer NRC Handelsblad, Holland Herald, Het Financieele DAgblad, Elle Girl, de Rabobank, Ahold en Solidaridad.
Een hellehond van pluche is het indringende, nu en dan licht absurdistische, persoonlijke verhaal waarmee theaterregisseur Godfried B eumers terugkijkt op de zware levertransplantatie die hij onderging.Godfried Beumers krijgt eind 2009 een telefoontje vanuit het UMC in Groningen. Er is een lever beschikbaar en het operatieteam staat klaar om diezelfde avond nog een transplantatie uit te voeren.Precies vijf weken ligt hij in het ziekenhuis, levend tussen euforie en hallucinaties.Een hellehond van pluche is het verhaal van zijn operatie; het ene moment wanhopig, het volgende nuchter of haast vrolijk. Met behulp van indrukwekkende en ontroerende beelden en een ritmische, bij vlagen bijna poëtische taal rijst het beeld op van een metregelmaat danig verwarde patiënt, van wie het nog maar zeer de vraag is of hij dit gevecht wel kan winnen.