De Tweede Wereldoorlog staat in Nederland sterk in de historische en publieke belangstelling. Datzelfde geldt voor de 'oorlog na de oorlog': de van karakter veranderende herinnering aan, omgangswijze met en beeldvorming over de periode 1940-1945, inclusief de naoorlogse lotgevallen van slachtoffers, daders en omstanders.Verbazingwekkend weinig studies zijn echter gewijd aan herdenkingen: de rituelen, symbolen en gewoonten waarmee oorlog, bezetting en bevrijding in herinnering worden geroepen, de beeldtaal van monumenten, de gehanteerde beeldspraak en retoriek en de onderliggende opvattingen, motieven en belangen van organisatoren, deelnemers en toeschouwers. Niet alleen op 4 en 5 mei en 15 augustus wordt de oorlog herdacht; de herdenkingskalender is buitengewoon gevarieerd, de herinneringsgemeenschappen zijn zeer divers en de herdenkingspraktijken vormen steeds inzet van politieke strijd en pogingen tot toe-eigening en herdefiniÙring. Het is deze dynamiek van de herinnering - herdenking als herordening - die in Rondom de stilte centraal staat.
"Westerbork Cahiers, 7In samenwerking met Stichting Herinneringscentrum Kamp WesterborkDe geschiedenis van kamp Westerbork is langer dan de periode 1940 - 1945. Het kamp was geen schepping van de Duitse bezetter, maar werd in opdracht van de Nederlandse regering gebouwd. Het is niet gesticht in de bezettingstijd, maar reeds in gebruik genomen voordat de oorlog uitbrak. Het was niet gepland om radertje te zijn in de vernietingsmachine, maar gebouwd om te dienen als opvangkamp. De keuze viel in eerste instantie op Elspeet. Maar daartegen rezen bezwaren. Van de ANWB en van één van de buren: koningin Wilhelmina. Toen werd het Westerbork. Op 9 oktober 1939 arriveerden daar de eerste joodse vluchtelingen uit Duitsland. Over deze onbekende periode van kamp Westerbork gaat dit Westerbork Cahier. Daarin staan de verhalen van de vluchtelingen centraal. "
'Dagboeken zijn een heel belangrijke bron voor de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog, dat blijkt steeds meer. Voor het Dagboek van de Houtcentrale geldt dat zeker. Het verslag noemt allerlei gebeurtenissen in stad en regio die van historisch belang zijn geweest. Van de bommen op de Biltstraat tot de anti-joodse maatregelen, van de april-meistakingen tot de razzia op mannen van 17 tot 50 jaar, oktober 1944, van Dolle Dinsdag tot de belevenissen van collega's die in Duitsland te werk gesteld zijn. Het illustreert bovendien de economische ontwikkeling tijdens de oorlog: de eerste anderhalve jaar komt het bedrijf tot aanzienlijke bloei, de omzet schiet zelfs omhoog. Maar gaandeweg valt alles stil, is er steeds minder werk en moeten steeds meer werknemers naar Duitsland.Misschien wel het meest opvallend aan het Dagboek is de ongekende bureaucratie die eruit blijkt. Zonder twijfel is het verhaal over de extra voedselvoorziening voor het personeel het meest spectaculair in het relaas van Verhoef. De Houtcentrale kende een dubbele boekhouding, waarbij de klanten een deel van hun bestellingen illegaal moesten afrekenen in voedsel, dat vervolgens aan het personeel ten goede kwam. Het Dagboek is ook nog te beschouwen als een virtuoze balanceer-act van hoofdboekhouder Verhoef. Hij heeft niet alleen de Duitsers om de tuin geleid, maar Verhoef moet ook het eigen bedrijf voor heel veel geld hebben opgelicht.' - Ad van Liempt
Europa en zijn koloniën danken hun bevrijding in de Tweede Wereldoorlog voor een belangrijk deel aan Suriname, de Antillen en Nederlands-Indië. De arbeiders in de bauxietindustrie (Alcoa), de Chinese stokers in de olie-industrie (Shell, Lago) en de arbeiders op de schepen van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij hebben daarvoor een hoge prijs betaald.De productie van bauxiet in Suriname en benzine in Curaçao voor de geallieerden werd veiliggesteld door de stakers in deze bedrijven te behandelen als staatsgevaarlijke vijanden van Nederland. De naar Suriname en Curaçao vluchtende Nederlandse Joden vonden om dezelfde materiële redenen geen veilig onderkomen in de overzeese gebieden.In de analyse van prof. Loe de Jong en andere historici komt niet of onvoldoende naar voren dat gekozen werd voor het veiligstellen van Surinaams bauxiet en Antilliaanse olie als reden om Joodse landgenoten in deze Nederlandse koloniën als asielzoekers te weigeren. Met deze studie is het mij redelijk gelukt de blinde vlekken van de Parlementaire Enquête Regeringsbeleid 1940-1945 en van historicus Loe de Jong zichtbaar te maken. Ik toon aan dat de ideologie waarop het kolonialisme is gebaseerd op zowel de stakers in de bauxietmijnen en olie-industrie als op de Joodse vluchtelingen dezelfde desastreuze uitwerking had. Met deze publicatie wil ik voorkomen dat de huidige Nederlandse geschiedenis over de rol van Suriname, de Nederlandse Antillen en Indonesië in WO II een te sterk gecensureerde wetenschap en eenzijdige interpretatie van feiten is.
De Oorlog is het verhaal van de overheersing van Nederland Ún het toenmalige Nederlands-IndiÙ door respectievelijk Duitsland en Japan.Het boek gaat in op allerlei aspecten van die allesoverheersende periode in de twintigste eeuw, zowel de grote verschuivingen op wereldschaal, als de ingrijpende gevolgen voor het dagelijks leven. Er is uitvoerig aandacht voor de gevolgen van de oorlog, zowel op de korte, als op de veel langere termijn: hoe de oorlog nog decennialang doorwerkte in de Nederlandse samenleving.De hoofdrolspelers van de Tweede Wereldoorlog komen in het boek in een helder licht te staan. Hitler natuurlijk, maar ook de rijkscommissaris in Nederland Seyss-Inquart en de Indonesische nationalistenleider Soekarno. Ook is er aandacht voor de rol van veel minder bekende personen.De Oorlog gaat niet alleen over Nederland, maar ook over de ontwikkelingen in de wereld die tot de Tweede Wereldoorlog geleid hebben. De heftige strijd in Europa om de hegemonie tussen de grote systemen in de jaren dertig: fascisme, communisme en parlementaire democratie. En de schuivende machtsverhoudingen in AziÙ, waardoor Nederland in tien jaar tijd zijn uitgestrekte kolonie kwijtraakte en zijn invloed op het wereldtoneel zag verdampen.De tragedie van de jodenvervolging is ook een centraal thema in het boek. Ook andere drama's worden belicht: het bombardement op Rotterdam, de vernietigende strijd in Zeeland en rond Arnhem, de hongerwinter, de massale tewerkstelling van meer dan een half miljoen Nederlandse mannen in Duitsland en de slopende internering van Nederlanders in de Japanse kampen.Het boek beperkt zich niet tot de periode 1940-1945. Er is een hoofdstuk gewijd aan de bijzonder moeilijke tijd die volgde: met de berechting van de politieke delinquenten, de misstanden in de interneringskampen, en de worsteling met de revolutionaire beweging in IndonesiÙ. De nasleep van de oorlog was voor veel mensen een nog grotere ingreep in hun leven dan die oorlog zelf en de gebutste nati
This work states that Danish Unity can be seen in the context of general European Fascism. During the German occupation 1940-1945, Danish Unity contributed substantially to the resistance movement, and after the liberation it tried to re-define its ideology.
Europa en zijn koloniën danken hun bevrijding in de Tweede Wereldoorlog voor een belangrijk deel aan Suriname, de Antillen en Nederlands-Indië. De arbeiders in de bauxietindustrie (Alcoa), de Chinese stokers in de olie-industrie (Shell, Lago) en de arbeiders op de schepen van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij hebben daarvoor een hoge prijs betaald.De productie van bauxiet in Suriname en benzine in Curaçao voor de geallieerden werd veiliggesteld door de stakers in deze bedrijven te behandelen als staatsgevaarlijke vijanden van Nederland. De naar Suriname en Curaçao vluchtende Nederlandse Joden vonden om dezelfde materiële redenen geen veilig onderkomen in de overzeese gebieden.In de analyse van prof. Loe de Jong en andere historici komt niet of onvoldoende naar voren dat gekozen werd voor het veiligstellen van Surinaams bauxiet en Antilliaanse olie als reden om Joodse landgenoten in deze Nederlandse koloniën als asielzoekers te weigeren. Met deze studie is het mij redelijk gelukt de blinde vlekken van de Parlementaire Enquête Regeringsbeleid 1940-1945 en van historicus Loe de Jong zichtbaar te maken. Ik toon aan dat de ideologie waarop het kolonialisme is gebaseerd op zowel de stakers in de bauxietmijnen en olie-industrie als op de Joodse vluchtelingen dezelfde desastreuze uitwerking had. Met deze publicatie wil ik voorkomen dat de huidige Nederlandse geschiedenis over de rol van Suriname, de Nederlandse Antillen en Indonesië in WO II een te sterk gecensureerde wetenschap en eenzijdige interpretatie van feiten is.
Waarom zijn er tijdens de Tweede Wereldoorlog meer joden uit Nederland gedeporteerd en vermoord dan uit andere West-Europese landen? Op deze schrijnende vraag geeft Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en BelgiÙ eindelijk antwoord.Tientallen jaren hebben historici zich beziggehouden met het opmerkelijke verschil in de percentages omgekomen joden uit Nederland (ongeveer 75%) en landen als BelgiÙ (40%) en Frankrijk (25%). De historici Griffioen en Zeller doen in dit boek uitspraken over deze kwestie, waarbij zij zich voor het eerst baseren op grondig en toegespitst onderzoek. Ze hebben gekeken naar de overeenkomsten en verschillen in het bestuur van de bezetters in Nederland, Frankrijk en BelgiÙ, de houding van de overheden en de bevolking en de mogelijkheden van de joodse bevolkingsgroepen om aan vervolging te ontkomen. Griffioen en Zeller voorzien met hun onderzoek in een diep gevoelde behoefte, zowel wetenschappelijk als maatschappelijk.Over de auteurs Pim Griffioen (1963) en Ron Zeller (1957) studeerden geschiedenis aan de Vrije Universiteit. Als onderzoekers zijn ze betrokken bij het project Holocaust and Polycracy in Western Europe.
From 1940 to 1945 the Channel Islands were the only part of Britain to fall under German occupation. This is an examination of the ways in which officials co-operated in the implementation of legal measures against the islands' Jewish community and their property.
De ramp in de Lübecker BochtNederland op de Cap Arcona, de Thielbek en de AthenS.P. GeertsemaTe midden van de talloze tragedies van die tijd springt deze er toch nog uit: het geallieerde bombardement van het passagiersschip Cap Arcona op 3 mei 1945, waarbij duizenden concentratiekampgevangenen om het leven kwamen. Dit boek reconstrueert de toedracht van de ramp.Vijf dagen voor de Duitse capitulatie torpedeerden Britse piloten in de Bocht van Lübeck de Cap Arcona en het vrachtschip Thielbek. De piloten leefden in de veronderstelling dat ze Duitse troepentransportschepen aanvielen. Aan boord van beide vaartuigen bevonden zich echter gevangenen uit het concentratiekamp Neuengamme.7000 tot 8000 mensen kwamen om het leven, in laaiend vuur of ijskoud water. Onder hen ruim 300 Nederlanders.Met welk doel hebben de nazi’s de gevangenen op de schepen geplaatst? En een nog prangender kwestie: hoge Britse officieren wisten al op 2 mei 1945 wie de opvarenden waren, maar bliezen desondanks het bombardement niet af. Aan de hand van getuigenverklaringen en andere bronnen beschrijft S.P. Geertsema de ondergang van de Cap Arcona en de Thielbek. Over de auteur(s):Dr. S.P. Geertsema is verbonden aan de Stichting Vriendenkring Neuengamme. Deze stichting werd in 1993 opgericht met onder andere als doel om de nagedachtenis aan omgekomenen in het concentratiekamp Neuengamme levend te houden. In 2005 verscheen van o.a. Geertsema Nederlanders in Neuengamme. De ervaringen van ruim 5500 Nederlanders in een Duits concentratiekamp, 1940-1945.
Nadat de 'Blitzkrieg' die Hitler over Europa had gebracht tot staan was gekomen, diende de Tweede Wereldoorlog zich aan als een uitputtingsslag. Voor de 'totale oorlog' moest iedereen gemobiliseerd worden. Omdat het gros van de Duitse mannen zich aan het front bevond, werden in heel bezet Europa de mannen opgepakt om te werk te worden gesteld. Zo ook in ons land.In dit boek schetst de bekende historicus Albert Oosthoek de gevolgen van deze maatregel, welke gezinnen uit elkaar trok en mannen van huis en haard verdreef.
The British Isles have only been successfully invaded and occupied once since 1066: the German occupation of the Channel Islands from 1940-1945. This book commemorates a defining period in the history of the islands and an important aspect of contemporary British history.
Brieven rond De Blauwe Schuit (1940-1945)Bezorgd, geannoteerd en ingeleid door Mieke van der Wal, Frans Blom en Willem van KoppenDe beroemde kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945) heeft een grote naam als schrijver van opmerkelijke brieven. Deze monumentale uitgave bevat vijf integrale briefwisselingen rond De Blauwe Schuit, Werkmans clandestiene uitgeverij in oorlogstijd. In deze uitvoerig geannoteerde editie is de gehele achterhaalde correspondentie van Werkman en zijn correspondenten – onder wie Willem Sandberg – bijeengebracht. De brieven vertellen veel over de manier waarop de kunstenaar Werkman te werk ging, en over het reilen en zeilen van De Blauwe Schuit. In algemene zin geven ze direct commentaar op het artistieke leven in Nederland tijdens de bezetting. Maar de correspondentie biedt ook een uniek venster op het alledaagse leven in Nederland. Daarnaast getuigen ze van Werkmans zachtmoedige persoonlijkheid, zijn passies en afkeren, zijn toekomstdromen en de hechte vriendschappen die in de correspondentie opbloeien.
Based on interviews with 70 surviving participants, who recreate their activities during the period, 1940-1945, and with access to previously classified materials, this is a history of the role of women in the French Resistance during the Nazi occupation.
Zicht op verledenDe vervolging en deportatie van Sinti en RomaOp 31 december 2009 beëindigde de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma (SRSR) haar werkzaamheden voor Sinti en Roma in Nederland, die na de Tweede Wereldoorlog grotendeels buiten het rechtsherstel werden gelaten. Met de beëindiging van haar bestaan, achtte het bestuur van de SRSR het wenselijk om de aanleiding en noodzaak van haar oprichting in boekvorm vast te leggen. Op verzoek van de SRSR schreef Carry van Lakerveld Zicht op verleden. De vervolging en deportatie van Sinti en Roma 1940-1945, waarin zij de ontberingen, systematische vervolging en uitroeiing van Sinti en Roma gedurende de Tweede Wereldoorlog beschrijft. Het boek besluit met een compact overzicht van de oprichting van de SRSR en de werkzaamheden die de stichting gedurende de periode oktober 2000 - december 2009 voor het rechtsherstel van Sinti en Roma in Nederland heeft verricht.Met ingang van januari 2010 zijn de taken en activiteiten van de SRSR grotendeels overgenomen door het Nederlands Instituut Sinti en Roma.Coauteur Raoul NijstOp verzoek van de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma, schreef Raoul Nijst voor het boek Zicht op verleden. De vervolging en deportatie van Sinti en Roma 1940-1945, het onderdeel: Het rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog. Raoul Nijst heeft rechten en communicatie gestudeerd en heeft sinds 1995 zijn eigen communicatieadviesbureau Nijst Communicatie. Raoul Nijst, was communicatieadviseur van de SRSR in de periode 2005-2009 en is sinds januari 2010 extern communicatieadviseur van het Nederlands Instituut Sinti en Roma in ’s-Hertogenbosch.
De geïllustreerde encyclopedie van de luchtvaart 1939 - 1945 (deel 2) is een zeer belangrijk naslagwerk over de rol die luchtvaart speelde in de Tweede Wereldoorlog. Het boek staat vol belangwekkende militaire vliegtuigen, maar ook zeer kleurrijke karakters die aan de toestellen verbonden waren, uit deze belangrijke periode van wereldgeschiedenis en van ontwikkeling van de luchtvaart. Luchtvaart was van groot belang in de Tweede wereldoorlog en groeide uit tot een wapen dat de oorlog besliste. Onlosmakelijk verbonden met deze grote rol waren de grote sprongen vooruit die gedaan werden op het gebied van aëronautiek en vliegtuigbouw ? de wereld van de luchtvaart zou na de Tweede Wereldoorlog voorgoed veranderd zijn. In afzonderlijke paragrafen worden belangrijke toestellen uit deze belangrijke periode uitgelicht, geïllustreerd met prachtige tekeningen van John Batchelor, een van de meest vooraanstaande technische tekenaars ter wereld. De achtergrondinformatie is van de hand van de bekende luchtvaarthistoricus Malcolm V. Lowe. De geïllustreerde encyclopedie van de luchtvaart, 1939-1945, is het tweede deel van een driedelige encyclopedie die het opmerkelijke verhaal van de luchtvaart vertelt. Deel 1 verscheen eerder en verhaalt over de belangrijkste luchtvaartpioniers en de ontwikkeling binnen vliegtuigontwerp en technologie tot de Tweede Wereldoorlog.
Dit monumentale boek beschrijft de geschiedenis van de spoorwegen in Nederland van 1834 tot nu. Pas na lange jaren en vele ingrijpende gebeurtenissen - de Spoorwegwet van 1860, de stakingen van 1903, de Tweede Wereldoorlog - kregen de spoorwegen de huidige vorm.Guus Veenendaal is erin geslaagd deze gecompliceerde ontwikkelingsgang van de spoorwegen in Nederland helder en overzichtelijk te beschrijven. Hij gaat de pijnlijke onderdelen van die geschiedenis niet uit de weg, waarbij in de eerste plaats moet worden gedacht aan de jaren 1940-1945, toen vele duizenden joden per trein werden weggevoerd. Daarnaast besteedt de auteur aandacht aan de veranderde positie van de NS in een geliberaliseerd en gedereguleerd openbaar vervoer.
In mei 2009 bestond Uitgeverij De Arbeiderspers tachtig jaar. Sinds haar oprichting in 1929 heeft de uitgeverij heel wat stormen doorstaan. Maar de hevigste storm vond wel tijdens de Duitse bezetting plaats. Kort na de capitulatie bezette Meinoud Rost van Tonningen ‘De Rode Burcht’. Hij had opdracht gekregen De Arbeiderspers om te vormen van een socialistisch tot een nationaal-socialistisch platform, naar eigen zeggen om ‘het ware volksche socialisme’ aan de arbeider terug te geven.De nieuwe leiding stond voor de uitdaging de ideologische grondslagen van De Arbeiderspers te veranderen zonder haar trouwe lezers kwijt te raken. Toen de uitgever het verwijt kreeg dat hij de nationaal-socialistische regelgeving niet strikt genoeg doorvoerde, verweerde hij zich met de woorden dat De Arbeiderspers nu eenmaal moest blijven ‘marcheeren’. Maar hóé bleef De Arbeiderspers ‘marcheeren’?Op deze en andere vragen geeft Frederike Doppenberg antwoord aan de hand van een kritische reconstructie van het uitgavenbeleid van ‘AP’ in de periode 1940-1945. Het resultaat is een boeiende en aangrijpende casestudy die nieuw licht werpt op de botsing tussen ideologie en pragmatisme van een Nederlands bedrijf in oorlogstijd.
This book explores the idea that the Mediterranean theatre of World War II was the first truly modern war - a highly mobile conflict in which logistics was a critical and often deciding factor. From the very beginning it became apparent that victory would not be possible without close tactical coordination between the land, sea, and air elements. Each side would ultimately advance and withdraw across 1,000 miles of desert until the Axis forces were decisively defeated at El Alamein in 1942.
[1e druk]. Jaarboek 1940-1945 met aandacht voor o.a. 10 mei 1940, Koningin Wilhelmina en prinses Juliana, prins Bernhard, de jodenvervolging, Max Blokzijl, Jan Campert en de Achttien Dooden, de februaristaking, de invoering van het persoonsbewijs, Englandspiel, concentratiekamp Vught, het verzet, Dolle dinsdag, de Slag om Arnhem, Walcheren onder water en de Bevrijding. Geïllustreerd met zwart-wit foto's. Mooi exemplaar. Trefw.:// Persfotografie / Media / Nieuws / Tweede Wereldoorlog /
Kunst was er eerder dan veel andere dingen, eerder dan het wiel, de veeteelt, het schrift. Kunst was er misschien zelfs al voordat de mens kunst begon te maken. Bianca Stigter vond kunst in musea en bioscopen, maar ook op websites en bij opgravingen; op schilderijen en beelden, maar ook in fossielen en stervende vissen, in nieuwe kerken en oude televisieseries, in bloed en plastic. Stigter werd verrast door de beelden van Anish Kapoor, de gebouwen van Peter Zumthor, de schilderijen van Adriaen Coorte, de films van Ingrid Bergman, het niets van Yves Klein. Bianca Stigter studeerde geschiedenis en is redacteur van NRC Handelsblad. Eerder publiceerde ze onder meer De bezette stad: Plattegrond van Amsterdam 1940-1945 en Goud uit stro: Het menselijk lichaam als avontuur. De ontsproten Picasso: Reizen door kunst en tijd werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 2008.‘De blik van Stigter is ronduit origineel en dat is ook haar manier van schrijven. Die is licht, vaak geestig, ernstig
Verslag van een reis, die de Zwitserse schrijfster maakte in de jaren 1940-1945 door het zuidwesten van India om op zoek te gaan naar zichzelf, waarbij ze een bijzondere vriendschap sloot met een jonge poes, die haar tijdens die reis begeleidde.
Met de Jodenvervolging van 1940-1945 wilden de nazi’s de Joden vernietigen als definitieve oplossing van de Judenfrage. Maar alvorens de Joden te vermoorden zorgde de Duitse bezetter ervoor eerst hun bezittingen in handen te krijgen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is door Duitsers voor op zijn minst 13,6 miljard euro in hedendaagse waarde van de Nederlandse Joden gestolen. Na de oorlog had de Nederlandse regering zich als taak gesteld de geroofde eigendommen aan de oorspronkelijke eigenaren
Het Scholtenhuis, het statige herenhuis aan de Grote Markt in Groningen, was tijdens de bezetting van Nederland het hoofdkantoor van de Duitse Sicherheitsdienst in Noord-Nederland. Het staat symbool voor vijf jaren van onderdrukking en terreur. Het was de plek waar vele mensen zijn verhoord, vernederd en gemarteld; voor een groot aantal van hen het vertrekpunt naar de dood. Tot nu toe ontbrak een complete wetenschappelijke studie over het huis, zijn bewoners en bezoekers, de gepleegde daden en de organisatiestructuur en de hiërarchie binnen de Sicherheitsdienst.In deze driedelige serie over Het Scholtenhuis wordt uiteengezet hoe de terreur zo uit de hand kon lopen. Historica Monique Brinks, directeur van de Stichting Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen plaatst de daden van de SD in de context van het Duitse politieke systeem en de waan van de dag. Haar objectiviteit maakt de ontluistering over het schrikbewind op het Scholtenhuis tot een beklemmend relaas.Naast ee
De Tweede Wereldoorlog staat in Nederland sterk in de historische en publieke belangstelling. Datzelfde geldt voor de 'oorlog na de oorlog': de van karakter veranderende herinnering aan, omgangswijze met en beeldvorming over de periode 1940-1945, inclusief de naoorlogse lotgevallen van slachtoffers, daders en omstanders.Verbazingwekkend weinig studies zijn echter gewijd aan herdenkingen: de rituelen, symbolen en gewoonten waarmee oorlog, bezetting en bevrijding in herinnering worden geroepen, de beeldtaal van monumenten, de gehanteerde beeldspraak en retoriek en de onderliggende opvattingen, motieven en belangen van organisatoren, deelnemers en toeschouwers. Niet alleen op 4 en 5 mei en 15 augustus wordt de oorlog herdacht; de herdenkingskalender is buitengewoon gevarieerd, de herinneringsgemeenschappen zijn zeer divers en de herdenkingspraktijken vormen steeds inzet van politieke strijd en pogingen tot toe-eigening en herdefiniÙring. Het is deze dynamiek van de herinn
"Westerbork Cahiers, 7In samenwerking met Stichting Herinneringscentrum Kamp WesterborkDe geschiedenis van kamp Westerbork is langer dan de periode 1940 - 1945. Het kamp was geen schepping van de Duitse bezetter, maar werd in opdracht van de Nederlandse regering gebouwd. Het is niet gesticht in de bezettingstijd, maar reeds in gebruik genomen voordat de oorlog uitbrak. Het was niet gepland om radertje te zijn in de vernietingsmachine, maar gebouwd om te dienen als opvangkamp. De keuze viel in eerste instantie op Elspeet. Maar daartegen rezen bezwaren. Van de ANWB en van één van de buren: koningin Wilhelmina. Toen werd het Westerbork. Op 9 oktober 1939 arriveerden daar de eerste joodse vluchtelingen uit Duitsland. Over deze onbekende periode van kamp Westerbork gaat dit Westerbork Cahier. Daarin staan de verhalen van de vluchtelingen centraal. "
'Dagboeken zijn een heel belangrijke bron voor de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog, dat blijkt steeds meer. Voor het Dagboek van de Houtcentrale geldt dat zeker. Het verslag noemt allerlei gebeurtenissen in stad en regio die van historisch belang zijn geweest. Van de bommen op de Biltstraat tot de anti-joodse maatregelen, van de april-meistakingen tot de razzia op mannen van 17 tot 50 jaar, oktober 1944, van Dolle Dinsdag tot de belevenissen van collega's die in Duitsland te werk gesteld zijn. Het illustreert bovendien de economische ontwikkeling tijdens de oorlog: de eerste anderhalve jaar komt het bedrijf tot aanzienlijke bloei, de omzet schiet zelfs omhoog. Maar gaandeweg valt alles stil, is er steeds minder werk en moeten steeds meer werknemers naar Duitsland.Misschien wel het meest opvallend aan het Dagboek is de ongekende bureaucratie die eruit blijkt. Zonder twijfel is het verhaal over de extra voedselvoorziening voor het personeel het meest spectaculair in
Geen enkele periode uit de recente geschiedenis heeft zo’n grote impact op Nederland gehad als die van de Tweede Wereldoorlog. Je bent vóór of na ‘de oorlog’ geboren en een eerste, tweede, en nu ook derde generatie hoort de verhalen en vertelt ze verder. Maar de tijd schrijdt voort, en er zijn steeds minder ooggetuigen te vinden. Om de invloed van die oorlog te onderstrepen en om de belangrijkste gebeurtenissen en personen daaruit in één helder en handzaam naslagwerk te bundelen voor de Nederlanders van nu, heeft David Barnouw van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) deze Bezettingscanon samengesteld. Een overzichtelijk standaardwerk dat samenvat wat iedere Nederlander over de Tweede Wereldoorlog zou moeten weten. De Duitse bezetting in 50 hoofdstukken over Hitler, het bombardement van Rotterdam, de ballingschap van Wilhelmina in Londen, de NSB, het verzet, de jodenvervolging en de kampen. Natuurlijk komen ook onderduikers, operatie Market-Garden, Eisenhower, Churc
Vijfenzestig jaar na de Tweede Wereldoorlog stuiten archeologen in Overijssel nog regelmatig op gedumpte of afgeworpen bommen, sporen van bominslagen, loopgraven en lanceerinrichtingen. Deze vondsten vormen een mooie aanvulling op het historisch bronnenmateriaal. Ook boven de grond zijn hier en daar nog overblijfselen uit de periode 1940-1945 te zien: restanten van schijnvliegvelden, enkele barakken van Rijkswerkkampen en bunkers van verdedigingslinies. In dit themanummer beschrijven archeologen en historici deze zichtbare elementen in het Overijsselse landschap en enkele recente vondsten.Inhoud: LYDIE VAN DIJK, Voorwoord RUURD KOK, Archeologie van de Tweede Wereldoorlog in Overijssel.Een verkenning van thema's voor gericht onderzoek BART VERMEULEN, Sporen van de Tweede Wereldoorlog in Deventer MICHAEL KLOMP, Zelfs te veel voor 'Winston Churchill' MICHAEL KLOMP, Fotokatern MICHAEL KLOMP, Sporen van de IJssellinie RENÉ VOSSEBELD, Vliegveld Twente LYDIE VAN DIJK,
Waarom zijn er tijdens de Tweede Wereldoorlog meer joden uit Nederland gedeporteerd en vermoord dan uit andere West-Europese landen? Op deze schrijnende vraag geeft Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en BelgiÙ eindelijk antwoord.Tientallen jaren hebben historici zich beziggehouden met het opmerkelijke verschil in de percentages omgekomen joden uit Nederland (ongeveer 75%) en landen als BelgiÙ (40%) en Frankrijk (25%). De historici Griffioen en Zeller doen in dit boek uitspraken over deze kwestie, waarbij zij zich voor het eerst baseren op grondig en toegespitst onderzoek. Ze hebben gekeken naar de overeenkomsten en verschillen in het bestuur van de bezetters in Nederland, Frankrijk en BelgiÙ, de houding van de overheden en de bevolking en de mogelijkheden van de joodse bevolkingsgroepen om aan vervolging te ontkomen. Griffioen en Zeller voorzien met hun onderzoek in een diep gevoelde behoefte, zowel wetenschappelijk als maatschappelijk.Over de auteurs
Nadat de 'Blitzkrieg' die Hitler over Europa had gebracht tot staan was gekomen, diende de Tweede Wereldoorlog zich aan als een uitputtingsslag. Voor de 'totale oorlog' moest iedereen gemobiliseerd worden. Omdat het gros van de Duitse mannen zich aan het front bevond, werden in heel bezet Europa de mannen opgepakt om te werk te worden gesteld. Zo ook in ons land.In dit boek schetst de bekende historicus Albert Oosthoek de gevolgen van deze maatregel, welke gezinnen uit elkaar trok en mannen van huis en haard verdreef.
Kunnen oude vijanden nieuwe vrienden worden? Kunnen vastgeroeste vooroordelen worden beslecht? Toen thriller- en policierschrijver Bert Spoelstra de luchtoorlog 1940-1945 boven Zuid-Limburg onderzocht, verwachtte hij niet daardoor in contact te komen met een Duitser uit de "beladen generatie". Hij had al helemaal niet verwacht, dat dit zou leiden tot een vriendschap die zijn kijk op de Duitsers in het algemeen, zou verzachten... In Duitse vriend rekent de auteur af met een vijandbeeld; verhaalt hij over zijn eigen visie op het wereldgebeuren en over de intense correspondentie die hij gedurende vele jaren voerde met een voormalige boordmarconist van de Luftwaffe. Deze Duitse vriend schreef zijn eigen oorlogsgeschiedenis op. In afwisselende hoofdstukken komt dit verbijsterende, ontroerende en verhelderende relaas aan bod en beleven we de toenadering van die twee. Over de auteurBert Spoelstra
Brieven rond De Blauwe Schuit (1940-1945)Bezorgd, geannoteerd en ingeleid door Mieke van der Wal, Frans Blom en Willem van KoppenDe beroemde kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945) heeft een grote naam als schrijver van opmerkelijke brieven. Deze monumentale uitgave bevat vijf integrale briefwisselingen rond De Blauwe Schuit, Werkmans clandestiene uitgeverij in oorlogstijd. In deze uitvoerig geannoteerde editie is de gehele achterhaalde correspondentie van Werkman en zijn correspondenten – onder wie Willem Sandberg – bijeengebracht. De brieven vertellen veel over de manier waarop de kunstenaar Werkman te werk ging, en over het reilen en zeilen van De Blauwe Schuit. In algemene zin geven ze direct commentaar op het artistieke leven in Nederland tijdens de bezetting. Maar de correspondentie biedt ook een uniek venster op het alledaagse leven in Nederland. Daarnaast getuigen ze van Werkmans zachtmoedige persoonlijkheid, zijn passies en afkeren,
Dit monumentale boek beschrijft de geschiedenis van de spoorwegen in Nederland van 1834 tot nu. Pas na lange jaren en vele ingrijpende gebeurtenissen - de Spoorwegwet van 1860, de stakingen van 1903, de Tweede Wereldoorlog - kregen de spoorwegen de huidige vorm.Guus Veenendaal is erin geslaagd deze gecompliceerde ontwikkelingsgang van de spoorwegen in Nederland helder en overzichtelijk te beschrijven. Hij gaat de pijnlijke onderdelen van die geschiedenis niet uit de weg, waarbij in de eerste plaats moet worden gedacht aan de jaren 1940-1945, toen vele duizenden joden per trein werden weggevoerd. Daarnaast besteedt de auteur aandacht aan de veranderde positie van de NS in een geliberaliseerd en gedereguleerd openbaar vervoer.
Met de Jodenvervolging van 1940-1945 wilden de nazi's de Joden vernietigen als definitieve oplossing van de Judenfrage. Maar alvorens de Joden te vermoorden zorgde de Duitse bezetter ervoor eerst hun bezittingen in handen te krijgen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is door Duitsers voor op zijn minst 13,6 miljard euro in hedendaagse waarde van de Nederlandse Joden gestolen. Na de oorlog had de Nederlandse regering zich als taak gesteld de geroofde eigendommen aan de oorspronkelijke eigenaren terug te geven. Dit naoorlogse Rechtsherstel is vanaf 1990 onderwerp geweest van omvangrijk onderzoek. Econoom Philip Staal - een van de ondertekenaars van de overeenkomst met de banken, de Amsterdamse beurs en de Joodse organisaties, waarin medio 2000 de teruggave van 143 miljoen euro aan Joodse oorlogstegoeden werd geregeld - kwam in die periode tot het besef dat er door niemand ooit was gekeken naar het vermogensbeheer van de ruim 1300 min
Uniformkenteken. Organisatie en indeling. Ontstaan. Voorwaarden van aanvaarding. Richtlijnen en meldingen van het eerste kontingent Vlaams Legioen. De eerste Vlaamse officieren 1941. Organisatie van het Vlaams Legioen. Getalsterkte en samenstelling. Geschiedenis : een chronologisch overzicht. Uit het persoonlijk dagboek van Jef Van Houtven. De lijst van de gesneuvelden tot 22 januari 1941. Richtlijnen voor Oostfrontverlofgangers. De granaatwerpers in het legioen. Veldpost. De postzegels van eht Vlaamse Legioen en het Oostfront.