Via Twitter, Facebook en Hyves is het noteren en zelfs publiceren van persoonlijke observaties en berichten tegenwoordig vanzelfsprekend. Zo’n twee eeuwen geleden stonden een Nijmeegse wijnhandelaar slechts pen, papier en soms tekenstift ter beschikking. Dat weerhield hem er niet van jarenlang nauwgezet en trouw op te tekenen welke gebeurtenissen zich in en rondom Nijmegen voordeden: alles wat hij wilde doorgeven aan volgende generaties. Van kruiend ijs in de Waal tot koninklijk bezoek en van archeologische vondsten tot publieke terechtstellingen.Vader Jan Willem en later zijn zoon Gerrit van Druijnen, beide oprechte dilettanten, kunnen niet alleen worden beschouwd als chroniqueurs en voortzetters van een Nijmeegse traditie, ze blijken ook mondigerepresentanten van hun tijd en hun stad. Hun kroniek wordt nu voor het eerst uitgegeven: geannoteerd, ingeleid en rijkelijk geïllustreerd. In weerwil van de hedendaagse communicatiemogelijkhedenheeft het Vervolg der Kronijk van Nijmegen nog n
Via Twitter, Facebook en Hyves is het noteren en zelfs publiceren van persoonlijke observaties en berichten tegenwoordig vanzelfsprekend. Zo’n twee eeuwen geleden stonden een Nijmeegse wijnhandelaar slechts pen, papier en soms tekenstift ter beschikking. Dat weerhield hem er niet van jarenlang nauwgezet en trouw op te tekenen welke gebeurtenissen zich in en rondom Nijmegen voordeden: alles wat hij wilde doorgeven aan volgende generaties. Van kruiend ijs in de Waal tot koninklijk bezoek en van ar
Via Twitter, Facebook en Hyves is het noteren en zelfs publiceren van persoonlijke observaties en berichten tegenwoordig vanzelfsprekend. Zo’n twee eeuwen geleden stonden een Nijmeegse wijnhandelaar slechts pen, papier en soms tekenstift ter beschikking. Dat weerhield hem er niet van jarenlang nauwgezet en trouw op te tekenen welke gebeurtenissen zich in en rondom Nijmegen voordeden: alles wat hij wilde doorgeven aan volgende generaties. Van kruiend ijs in de Waal tot koninklijk bezoek en van archeologische vondsten tot publieke terechtstellingen.Vader Jan Willem en later zijn zoon Gerrit van Druijnen, beide oprechte dilettanten, kunnen niet alleen worden beschouwd als chroniqueurs en voortzetters van een Nijmeegse traditie, ze blijken ook mondigerepresentanten van hun tijd en hun stad. Hun kroniek wordt nu voor het eerst uitgegeven: geannoteerd, ingeleid en rijkelijk geïllustreerd. In weerwil van de hedendaagse communicatiemogelijkhedenheeft het Vervolg der Kronijk van Nijmegen nog niets van zijn charme verloren; deze kroniek biedt zicht op het relatief rustige leven aan de Waal in en rond de provinciestad Nijmegen. Een boek dat verademing biedt.
We herkennen vaak wel de opgeblazen ego's van anderen, maar niet die van onszelf. Treffend beschrijft Roos Vonk de dwalingen van de menselijke geest, zoals de illusie dat je later wÚl tijd hebt, waarom seks op economie lijkt, waarom slijmen werkt, hoe machtige mensen hun realiteitszin verliezen, hoe bonussen het ego behagen en de wijsheid ondermijnen, waarom politici discussiÙren over besluiten die ze allang genomen hebben, waarom mensen volharden in onbeantwoorde liefdes, waarom brainstormen effectief lÝjkt maar het niet is, waarom 'jezelf zijn' zo moeilijk is, en vele andere herkenbare psychologische verschijnselen uit het dagelijks leven. Met haar brede kennis van zaken en inzicht in de menselijke natuur houdt ze de lezer een ontnuchterende spiegel voor en laat ze zien: je bent net als iedereen. Ze doet dat zo verfrissend en luchthartig dat iedere lezer zijn menselijke gebreken met alle plezier zal herkennen. Dit boek is gebaseerd op haar veelgelezen columns voor Psychologie Magazine en Intermediair, waarover lezers al jaren zeer enthousiast zijn.Over de auteurRoos Vonk is hoogleraar Sociale Psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is zij freelance trainer en adviseur. Ze heeft ruime ervaring met coachen en adviseren, en weet haar inzicht in alledaagse strubbelingen feilloos te integreren met wetenschappelijke kennis over de menselijke natuur.
Capita Encyclopedie en Rechtsfilosofie behandelt in 11 hoofdstukken enkele hoofdvragen van de encyclopedie en filosofie van het recht. Is de rechtswetenschap wel een echte wetenschap? Mogen wij andere culturen beoordelen met onze normen? Is godsdienst een fundament voor de moraal? Moet vrijheid van meningsuiting ook gelden voor mensen in overheidsbetrekking? Wat zijn de grondslagen van het moderne denken over democratie en rechtsstaat? Capita wordt in Leiden gebruikt bij het eerstejaars onderwijs in de encyclopedie van de rechtswetenschap. Het is geschreven door de hoogleraren die dit vak doceren.Prof. dr. P.B. Cliteur is hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenchap aan de Universiteit van Leiden. Zijn laatste boek is: God houdt niet van vrijzinnigheid. Bij Ars Aequi verscheen eerder van hem: De filosofie van mensenrechten.Prof. dr. A. Ellian is hoogleraar sociale cohesie, burgerschap en multiculturaliteit, eveneens verbonden aan de Universiteit van Leiden. Zijn laatst gepubliceerde boek is: Brieven van een Pers.Beiden schreven zij bijdragen in: B.C. Labuschage, red., Religie als bron van sociale cohesie in de democratische rechtsstaat, Ars Aequi, Nijmegen 2004. Zowel het boek Capita als ook het boek over religie als bron sociale cohesie geeft een indruk van het terrein van onderzoek van de Leidse beoefenaren van de metajuridica.
Dit boek is een inleiding in de Projectieve Meetkunde die mede gebaseerd is op de ervaringen van de auteur met onderwijs aan de lerarenopleiding. De meetkunde staat opnieuw in de belangstelling in onderwijs en onderzoek en het boek is, behalve voor studenten, dan ook bedoeld voor allen die hun kennis van de meetkunde willen opfrissen.Hoewel dit boek vele klassieke resultaten bevat zoals de stellingen van Pappos, Desargues en Pascal, is de opzet niet conventioneel. Uitgangspunten en axiomatiek worden op verschillende plaatsen besproken, maar de tekst is niet volgens een onverbiddelijk systeem van spelregels opgebouwd. Dit komt, zonder in ataxie te vervallen, de levendigheid van de behandelingen zeer ten goede.In het eerste deel worden projecties als uitgangspunt genomen: aan de samenhang met de leer van het perspectief, die zoveel heeft bijgedragen aan de Projectieve Meetkunde, wordt veel aandacht besteed. Het tweede deel geeft resultaten voor kogelsneden ( de ingenieuze verhandeling van Pascal over dit onderwerp is als appendix opgenomen), het derde deel gaat over meetkunde met coördinaten. Aan elk deel is een vraagstukkenverzameling toegevoegd.Deze nieuwe druk bevat, behalve correcties, een toevoeging van 80 bladzijden met uitwerkingen van de vraagstukken.Martin Kindt werd in 1937 geboren te Rotterdam. Na het halen van akten voor actuariële wetenschappen en voor wiskunde m.o. werd hij in 1960 leraar bij het voortgezet onderwijs en in 1967 raakte hij voor het eerst betrokken bij leerplanontwikkeling. In 1973 werd hij deeltijd wetenschappelijk medewerker aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, in 1975 trad hij in dienst bij het IOWO te Utrecht, waaruit, via de vakgroep OW & OC, het huidige Freudenthal Instituut van de Universiteit Utrecht is ontstaan.
Historical processes are the result of the behavior of countless individual actors. In this book, therefore, the authors compare the demography of the Taiwanese town Lugang and the Dutch town Nijmegen using data on the lifes of thousands of their inhabitants. The period covered is approximately 1850 to 1945. First, the standard demographic rates on nuptiality, fertility and mortality are calculated to test the Malthusian predictions on a so called 'positive' and a 'preventive' demographic regime. Next, the authors try to disentangle the individual rationality behind aggregated measures in order to find out how the inhabitants of the two towns used the one life they had. Unaware of each others existence, the people living in Nijmegen and Lu-kang had more in common than one would expect given the huge cultural differences. Two cities, one life is the third volume in the series Life at the Extremes: The Demography of Europe and China, edited by Chuang Ying-chang (Academia Sinica, Taiwan), Theo Engelen (Radboud University Nijmegen, the Netherlands), and Arthur P. Wolf (Stanford University, U.S.A.).
Praktijkboek beroepsgeheim en informatievoorziening in de zorgHet medisch beroepsgeheim is bepalend in de relatie tussen hulpverlener en patiënt, maar zonder adequate informatieverstrekking is werken in de zorg niet mogelijk. Het gevolg is dat hulpverleners altijd een keuze moeten maken tussen spreken of zwijgen. Tijd om te overleggen met collega’s of om een handboek te raadplegen ontbreekt meestal. Ook het uitstellen van de keuze tussen geheimhouding en informatieverstrekking is een keuze. Zelfs niet kiezen is een keuze. Dit Praktijkboek beroepsgeheim beschrijft in (vaak korte) casus een groot aantal verschillende situaties waarin die keuze een rol speelt en geeft per geval kort en krachtig aan wat de verschillende hulpverleners wel of niet mogen/kunnen doen.Dit Praktijkboek is bedoeld als handreiking voor elke hulpverlener in de zorg die wordt geconfronteerd met dilemma’s over geheimhouden en informatieverstrekking en waarbij een praktisch antwoord wordt verwacht.Mr. Dr. W.L.J.M. (Wilma) Duijst studeerde geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en rechten aan de Open Universiteit Nederland. In 2005 promoveerde zij op het proefschrift ‘Boeven in het ziekenhuis, Een juridische beschouwing over de verhouding tussen het medisch beroepsgeheim en de opsporing van strafbare feiten’. Zij doceert strafrecht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en is onder meer betrokken bij de opleiding voor huisartsen, kinderartsen en justitiële geneeskundigen. Daarnaast is zij forensisch geneeskundige in de regio Ijsselland en is plaatsvervangend (straf ) rechter bij de rechtbank Arnhem.
In het Regeerakkoord ‘Samen Werken, Samen Leven’ van 7 februari 2007 is een relatie gelegd tussen de taalontwikkeling van kinderen en hun ouders. In het Regeerakkoord is het volgende opgenomen: ‘Kinderen bij wie op driejarige leeftijd door het consultatiebureau of elders een taalachterstand wordt geconstateerd, zullen via kinderopvang/peuterspeelzalen, voor- en vroegschoolse educatie en aparte (schakel)klassen op het vereiste niveau worden gebracht. De ouders van die kinderen worden hierbij direct betrokken via een verbrede leerplicht.’ De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie heeft vervolgens mede namens de Minister voor Jeugd en Gezin en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan onderzoekers van de Universiteit Utrecht en de Radboud Universiteit Nijmegen opdracht gegeven om een onderzoek te doen met het doel inzicht te krijgen in de juridische (on)mogelijkheid van een verbredeleerplicht.Het onderzoek heeft de juridische (on)mogelijkheid verkend van de verbrede leerplicht. Het rapport is als volgt opgebouwd; Na een inleiding in hoofdstuk 1 volgt een hoofdstuk over de onderzoeksaanpak, het onderzoekskader en een korte verkenning naar de context van het onderzoek (hoofdstuk 2). Hoofdstuk 3 is onder meer gewijd aan de vraag wie de doelgroep is van een verbrede leerplicht. In hoofdstuk 4 wordt de juridische inkadering van een verbrede leerplicht gegeven en wordt ingegaan op de grondslagen van, de beperkingenaan en de aanknopingspunten voor een verbrede leerplicht vanuit internationaal, EG-rechtelijk en nationaal oogpunt. Ten slotte worden in hoofdstuk 5 de onderzoekvragen beantwoord, te weten: (1) Kunnen ouders van jonge kinderen met een risico op taalachterstand in het Nederlands, wettelijk verplicht worden tot het leren van de Nederlandse taal?; Zo ja (2) Hoe zou aandeze verplichting juridisch vormgegeven kunnen worden?; (3) Wat zijn mogelijke implicaties voor specifieke groepen (autochtone) Nederlanders?; (4) Is het huidig instrumentarium om bij jonge kinderen
Een aanzienlijk deel van het werk van ingenieurs wordt uitgevoerd en afgeleverd in de vorm van projecten. Projectmanagement is dan ook een belangrijk onderdeel van de meeste technische opleidingen. Projectmanagement in de techniek geeft studenten inzicht in de projectmanagementprocessen en in de projectmanagementtechnieken die ze kunnen inzetten om projecten tot een goed einde te brengen. Ook gaat het boek in op de financiÙle kant van projectmanagement en op de samenstelling van teams. Ten slotte wordt aandacht besteed aan de ethische verantwoordelijkheden van ingenieurs.Elk hoofdstuk begint met een openingscase. Deze is bedoeld om de student te betrekken bij een scenario dat een specifiek projectmanagementthema introduceert en een opstap biedt naar de rest van het hoofdstuk. Belangrijke onderwerpen worden extra toegelicht in uitgewerkte voorbeelden. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een aantal opgaven.Projectmanagement in de techniek is geschreven voor studenten binnen het hoger technisch onderwijs.Olusegun Faniran is verbonden aan de University of New South Wales in Sydney, AustraliÙ. De Nederlandse bewerking is gedaan door Ino de Gijsel, als docent verbonden aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en Manfred Rudolf, managing project engineer bij Vredestein Banden bv.
Moet een werknemer waarschuwen tegen verspilling? Mag een werknemer eisen dat zijn werkgever mensenrechten respecteert?In een arbeidsrelatie heeft men tegenover elkaar recht op arbeid, op loon. Op loyaliteit en creativiteit. Op zorg voor de veiligheid, en op alles wat de rechtvaardigheid eist. Maar wat eist de rechtvaardigheid eigenlijk? Welke belangen van werkgever en werknemer kunnen we onderkennen? Verdienen ze erkenning binnen de arbeidsrelatie? Hoe worden zij afgewogen tegen belangen van de tegenpartij?In onze grenzeloze wereld, waarin onze daden gevolgen hebben voor mensen ver weg en voor generaties na ons, eist rechtvaardigheid dat we rekening houden met belangen ook buiten onze grenzen van contract, tijd en plaats. Voor rechtvaardigheid nu moeten we ook kijken naar gedrag tegenover anderen, en tegenover toekomstige generaties. Dat zijn belangen die gediend worden met maatschappelijk verantwoord ondernemen, waar werkgever en werknemer beide aan bijdragen. Belangen die als rechten en plichten van werkgever en werknemer binnen de arbeidsrelatie erkend moeten worden. Want wat binnen de arbeidsrelatie gebeurt, raakt per definitie maatschappelijk verantwoord ondernemen.Irene Asscher-Vonk is emeritus hoogleraar sociaal recht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zij heeft veel gepubliceerd op het gebied van het arbeidsrecht en de sociale zekerheid en over gelijke behandeling. Haar afscheidscollege Dienend sociaal recht (2009) bevat een pleidooi voor het benadrukken van de waarde rechtvaardigheid in de relatie tussen werkgever en werknemer.Het wetenschappelijk werk combineerde zij met diverse bestuursactiviteiten. Van 1988 tot 2006 was zij kroonlid van de Sociaal Economische Raad. Op dit moment vervult zij verscheidene adviserende, toezichthoudende en geschilbeslechtende functies.
Hoe is het om kind te zijn in deze tijd? Met welke mogelijkheden, uitdagingen en beperkingen hebben kinderen te maken? In het basisonderwijs is het belangrijk te begrijpen hoe kinderen hun eigen wereld ondergaan en ervaren. Als leraren zich kunnen inleven, kunnen zij gemakkelijker en beter inspelen op de ontwikkelingsbehoeften van kinderen. In De eigen wereld van het kind brengen de auteurs de leefwereld aan de hand van de eigen ervaringen van kinderen in beeld. Met behulp van vele kinderuitspraken en -gedachten wordt geïllustreerd hoe kinderen tegen hun omgeving aankijken en wat zij van hun leeftijdgenoten en van volwassenen vinden. De leefwereld komt telkens vanuit een ander perspectief aan bod: allereerst vanuit historie, familie en school, vervolgens vanuit levensbeschouwing, media, de buurt en multiculturaliteit. De auteurs koppelen kennis uit de psychologie, de sociologie en de pedagogiek aan dat wat kinderen zelf te zeggen hebben. Arjan Dieleman is lector Pedagogische kwaliteit van de leraar aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen en universitair hoofddocent aan de Open Universiteit Nederland. Fedor de Beer is werkzaam als opleidingsdocent op Pabo Groenewoud in Nijmegen en onderzoeker bij de educatieve faculteit van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen .
In zijn in-memoriam in de Volkskrant prees Kees Fens de Tilburgse hoogleraar Hugo Verdaasdonk vooral als literatuurkenner, onder meer vanwege diens 'groot gevoel voor kwaliteit in de literatuur' en zijn ongeÙvenaarde 'belezenheid in de Nederlandse, de Europese en de Amerikaanse literatuur'. Zo werd Verdaasdonk geprezen om de grote lezer die hij - inderdaad - was. Maar in zijn wetenschappelijk onderzoek boog hij zich juist over de vraag op welke manier oordelen als 'kwaliteit in de literatuur' tot stand komen. Hugo Verdaasdonk werkte aan de afronding van Snijvlakken van de literatuurwetenschap toen hij in 2007 overleed, pas 62 jaar oud. Het manuscript was al in een vergevorderd stadium en wat hem voor ogen stond was duidelijk: een staalkaart geven van zijn ontwikkeling als empirisch literatuurwetenschapper. Verdaasdonk ziet het niet als taak van de literatuurwetenschap om alom al als waardevol erkende literaire werken te analyseren. Dat is in feite een vicieuze - en zeker niet wetenschappelijke - activiteit. De literatuurwetenschap dient uit te gaan van empirische vraagstellingen naar feitelijk analyseerbaar gedrag: van lezers, boekenkopers, literaire jury's enzovoort. Snijvlakken van de literatuurwetenschap volgt Verdaasdonks weg, die steeds haaks op de gangbare literatuurwetenschap stond: vanaf de baanbrekende artikelenreeks die hij midden jaren zeventig publiceerde in De Revisor (in bewerkte vorm het openingshoofdstuk van dit boek) tot aan zijn recente, opmerkelijke bevindingen rond de statistische kans van een auteur om een prestigieuze prijs als de AKO-prijs of P.C. Hooftprijs toegekend te krijgen.Snijvlakken van de literatuurwetenschap werd geredigeerd en van een inleiding voorzien door Jos Joosten, verbonden aan de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen en Wouter de Nooy van de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit van Amsterdam.
In 2004 the Business and Law Research Centre of the Radboud University Nijmegen reinstated the International Working Group on European Trust Law, which previously produced the book Principles of European Trust Law edited by Professors Hayton, Kortmann and Verhagen, published in 1999. The Working Group on Trust Law was subsequently enlarged, so as to prepare the way for a new law on protected funds in the EU and backed by a broad range of National Reports explaining the current legal position and considering implementing the protective fund directive into national law. By doing so, the International Working Group on Trust Law has shifted its purpose.Instead of reviewing or consolidating current law, as was the case in previous projects, it has taken a step further by working towards a proposal for new legislation in the European Union. The result of this proposal - a draft Directive on Protected Funds - is presented in this book.
Het Van der Heijden Instituut werd in 1966 door prof.mr. W.C.L. van der Grinten en prof.mr. J.M.M. Maeijer opgericht als studiecentrum voor rechts-personen- en vennootschapsrecht. Het heeft ten doel om, in de lijn van een indertijd te Nijmegen door prof.mr. E.J.J. van der Heijden gevestigde traditie, op alle mogelijke wijzen bij te dragen tot de ontwikkeling en verdieping van deze onderdelen van het privaatrecht. Nadien is het onderzoeksterrein van het Van der Heijden Instituut uitgebreid met het fiscale recht inzake ondernemingen en het effectenrecht. HetVan der Heijden Instituut is gelieerd aan het Onderzoek centrum Onderneming & Recht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen.In de Serie vanwege het Van der Heijden Instituut verschijnen monografie proefschriften, congresbundels en uitkomsten van onderzoek naar de werking in de praktijk van regelgeving op het aangegeven onderzoeksterrein. Tevens verschijnen in deze Serie publicaties van de Vereniging voor Effectenrecht en Geschriften vanwege de Vereniging Corporate Litigation.De wetenschappelijke leiding van het Van der Heijden Instituut en de redactie van de Serie zijn in handen van prof.mr. J.M.M. Maeijer, prof.mr. H.M.N. Schonis, prof.mr. F.J.P. van den Ingh, prof.mr. G. van Solinge, prof.mr. M. van Olffen en prof.mr. M.P. Nieuwe Weme.
Algemeen wordt de Principia van Isaac Newton uit 1687, waarin hij zijn theorie van zwaartekracht formuleert, gezien als een van de meest revolutionaire werken binnen de natuurwetenschap. Op basis van twee eenvoudige wetten, de Bewegingsvergelijking en de Gravitatiewet, ontvouwt Newton zijn theorie, waarmee hij de wetten van Kepler over planeetbewegingen en de Valwet van Galilei voor projectielen langs wiskundige weg kan afleiden.In dit boek wordt Newtons gravitatieleer behandeld op een manier die op twee punten afwijkt van de gebruikelijke uitleg in hedendaagse tekstboeken. Enerzijds krijgt de historische ontwikkeling van het vakgebied veel aandacht. Anderzijds is de behandeling Euclidisch meetkundig van aard, in tegenstelling tot de meer rekenkundige aanpak in de moderne teksten. Deze meetkundige route heeft didactisch grote voordelen ten opzichte van de gebruikelijke rekenkundige weg.De tekst is ontstaan uit een masterclass voor 6 VWO leerlingen, gegeven aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.Maris van Haandel is gepromoveerd op het gebied van de Analyse te Nijmegen en is nu docent wiskunde aan het RSG Pantarijn te Wageningen. Gert Heckman is hoogleraar Meetkunde aan de Radboud Universiteit.
"Wereldwijd verdiepen lezers en onderzoekers zich in de dagboeken en brieven die Etty Hillesum (1914-1943) ons heeft nagelaten. De manier waarop wij haar lezen, wordt sterk bepaald door onze eigen context. De grote opgave van het onderzoek naar Etty Hillesum is daarom de eigen context van de lezers en de context van Etty Hillesum zelf met elkaar in evenwicht te brengen. In deze bundel brengen zeven onderzoekers uit Nederland, Vlaanderen, Japan en Italië de context van Etty Hillesum en haar lezers in beeld. Hoe wordt zij in Japan gelezen? Wat heeft de vriendschap met Tideman voor haar betekend? Waarom wilde zij niet onderduiken? Heeft zij Edith Stein in het kamp Westerbork echt ontmoet? In welk opzicht heeft het lezen van Jung en Suarèz haar denken en leven beïnvloed? Welke nieuwe inzichten geeft de these van Eric Voegelin over de ‘Flow of Presence’ bij het lezen van Etty Hillesums werk? Al deze vragen komen in deze bundel aan de orde. Een aanrader voor iedere lezer die door de nagelaten geschriften van Etty Hillesum geboeid is geraakt en haar werk beter wil verstaan. Dit nieuwe deel in de serie Etty Hillesum Studies stond onder redactie van Ria van den Brandt, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, en Klaas A.D. Smelik, directeur van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum van de Universiteit Gent."
Van 2 naar 16 miljoen mensenDemografie van Nederland, 1800-nuKennis van de omvang en samenstelling van de bevolking is onontbeerlijk voor goede geschiedschrijving. Van 2 naar 16 miljoen mensen is het eerste overzichtswerk op dit terrein sinds 1981.In tweehonderd jaar is de Nederlandse bevolking acht keer zo groot geworden, een explosie die ongekend is in de geschiedenis van het land. Daarbij nam ook de welvaart sterk toe, met alle gevolgen van dien voor de beschikbare ruimte. Steeds meer mensen wilden steeds meer woonruimte, bij voorkeur te bereiken met hun eigen auto’s over filevrije asfaltwegen. Dit boek brengt de bevolkingsgroei in kaart, met alles wat daarbij hoort: vruchtbaarheid, huwelijk, sterfte en migratie. Van 2 naar 16 miljoen mensen is een noodzakelijke bron voor onderzoek en onderwijs, en een fascinerend leesboek over de consequenties van de bevolkingsgroei.--------------------------------------------------------------------------------Over de auteur(s):Theo Engelen is hoogleraar Geschiedenis aan de Radbout Universiteit te Nijmegen. Daarnaast is hij kinderboekenschrijver.
InhoudHoe kun je goed leren?Taken aanpakken1. Hoe lees ik een tekst?2. Hoe leer ik een tekst?3. Hoe maak ik een samenvatting?4. Hoe leer ik begrippen?5. Hoe leer ik woordjes?6. Hoe maak ik schema's?7. Hoe maak ik een verhaaltjessom?8. Hoe maak ik een toets?9. Hoe kan ik kiezen?Plannen10. Hoe maak ik een planning voor de korte termijn?11. Hoe maak ik een planning voor de lange termijn?12. Hoe kan ik mijn cijfers plannen?Controleren13. Hoe kan ik mezelf overhoren?14. Leer ik wel op de goede manier?15. Hoe stel ik mezelf vragen na een proefwerk?Inzet op peil houden16. Hoe houd ik mijn aandacht erbij?17. Hoe blijf ik gemotiveerd?Samenwerken18. Hoe voeren we samen een taak uit?19. Hoe nemen we samen een besluit?20. Hoe kan ik goed luisteren?21. Hoe kan ik nee zeggen?22. Hoe geef ik commentaar?23. Hoe ontvang ik commentaar?24. Hoe kan ik een meningsverschil oplossen?Onderzoek doen (werkstuk maken, scriptie schrijven)25. Hoe houd ik mijn logboek bij? 26. Hoe kies ik een onderwerp?27. Hoe pak ik mijn onderwerp aan?28. Hoe maak ik een werkplan?29. Hoe voer ik het onderzoek, werkstuk of scriptie uit?30. Hoe beantwoord ik de hoofdvraag?31. Hoe schrijf ik een verslag?Informatie32. Waar vind ik informatie?33. Hoe maak ik aantekeningen?34. Hoe neem ik een interview af?35. Hoe houd ik een spreekbeurt?Problemen en oplossingen
Jongeren communiceren met elkaar via sms en msn, wisselen informatie uit via Facebook en Hyves, zetten filmpjes op YouTube, gebruiken straattaal en experimenteren met nieuwe sexuele gedragingen, zoals 'swaffellen' en 'schuren'. Docenten en schoolleiders in voortgezet onderwijs en mbo krijgen onherroepelijk te maken met de jongerencultuur.Hoe gaat u hiermee om als docent en als school? Waar trekt u een grens en waarom? Dit boek nodigt uit om de discussie binnen uw team aan te gaan en om als school een gezamenlijk standpunt te bepalen. Het boek biedt hiervoor de juiste vragen, herkenbare voorbeelden en een juridisch kader.
"Statistics is sometimes given a bad name because it is associated with complex mathematical knowledge such as probability theory. For many students in the social sciences however, knowledge about statistics is not an end in itself but a practical means to answer research questions. Therefore, the focus of Statistical Tools is not on complex statistical theory, but on the proper use of common statistical applications and on the correct interpretation of statistical results. As such, no mathematical knowledge is required to understand the content of this textbook. Using survey data sets from recent years, we illustrate why statistics is an indispensable tool in social science research. All data (in SPSS format) are available on the Internet, allowing the reader to replicate the statistical results presented throughout this text.Manfred te Grotenhuis is an assistant professor of quantitative data analysis at Radboud University Nijmegen, the Netherlands, and an affiliate of the Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS). Recent statistical contributions include articles in Acta Psychiatrica Scandinavica, American Journal of Sociology, American Sociological Review, European Sociological Review, European Societies, Journal for the Scientific Study of Religion, Quality & Quantity, Review of Religious Research, and Psychiatric Services.Theo van der Weegen is head of the statistical research department at Radboud University Nijmegen, the Netherlands. He has supervised statistical research projects for more than 25 years. Both authors have been teaching statistics to students from the Faculty of Social Sciences at Radboud University Nijmegen since 1995.The data used in this textbook, the exercises, and other advanced statistical tools are available online at: www.ru.nl/mt/statistics/home. De Nederlandstalige variant van Statistic tools is
On 24 December 2010 the deadline for the transposition of the Returns Directive (2008/115/EC, Directive on Common Standards and Procedures in Member States for Returning Illegally Staying Third Country Nationals) expired. The lectures on which this book is based were originally given during a Jean Monnet/Centre for Migration Law seminar on the Returns Directive that took place in Nijmegen, at the Centre for Migration Law, Radboud University, on Monday 14 February 2011. In light of the very substantial level of interest, we have decided to publish a book on the results of the seminar so that people who were not able to attend may benefit from the wealth of knowledge and information which was shared. The book is divided in two sections. The first section goes into the central themes and the problem issues of the Returns Directive. The second part of the book focuses on the implementation of the Returns Directive in a selected number of Member States. This book offers insight in all the different aspects of the Returns Directive.
De Hollandsche natie (1812) van Jan Frederik Helmers is een van de meest nationalistische gedichten uit de Nederlandse literatuur. Met veel gevoel voor retoriek betoogt Helmers dat geen ander volk een roemrijker verleden kent dan het Nederlandse. Michiel de Ruyter, Willem van Oranje, Abel Tasman, Joost van den Vondel en vele anderen leveren het bewijs dat Nederland grote helden heeft voortgebracht.Of het nu gaat om oorlogsvoering, zeevaart, wetenschap of kunst, op al deze terreinen hebben de Nederlanders uitgeblonken. Zij hebben dan ook alle reden om trots te zijn op hun vaderland, aldus Helmers: 'Bemint uw vaderland, vereert uw voorgeslacht!' Waar kwamen Helmers' vurige vaderlandsliefde, passie voor de nationale geschiedenis en heldenverering vandaan? En hoe verhoudt deze dichterlijke explosie van nationalistische gevoelens zich tot de hedendaagse maatschappelijke trends?Dankzij deze moderne heruitgave kan een breed publiek zich opnieuw laten verrassen door deze ongeÙvenaarde dichterlijke liefdesbetuiging aan het vaderland. Over de auteurLotte Jensen is neerlandicus en filosoof. Zij is als onderzoeker verbonden aan de leerstoelgroep Moderne Nederlandse letterkunde van de Universiteit van Amsterdam en doceert oudere Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Recent verscheen van haar De verheerlijking van het verleden.Marinus van Hattum is neerlandicus en secretaris van de Vereniging 'Het Bilderdijk-Museum'. Hij is auteur van Jan Frederik Helmers (1767-1813). Leven en werk van een Amsterdamse wereldburger.
Tweets oet Twente: inspirerend en enthousiasmerend over Twitter Het boek vertelt zestien twitterverhalen. Inspirerend, enthousiast maar soms ook kritisch. Kornelis Wetsema tekende de verhalen op, maar vertelt ook over zijn eigen ervaringen. Zakelijk resultaat, hoe behaal je dat nou? Maar ook: wat kun je er prive mee? Hij interviewde dertien (ex)Twentenaren over hun twittergebruik en ook drie mensen die namens organisaties twitteren. Zo komen naast bijvoorbeeld de FC Twente twitteraar, onder andere politica Sabine Uitslag, wielrenner Joost Posthuma, zangeres Miss Montreal, schaatster Moniek Kleinsman en radiopresentatoren Gerson Veenstra en Sander Guis aan het woord. Ook Hyves CEO Mark de Vries geeft zijn visie op het gebruik van Twitter. Door de diversiteit aan verhalen haalt iedereen er uit wat voor hem of haar van toepassing is. De tips tussendoor, het Twitterwoordenboekje vooraf en de top 3 bij ieder verhaal maakt het een makkelijk leesbaar, afwisselend maar vooral handig boekje voor iedereen die meer wil weten over dit fenomeen.
Een van de meest in het oog springende kenmerken van de agrarische sector is haar relatie tot de productiefactor grond. Tal van andere marktpartijen leggen – vaak in toenemende mate – een beslag op deze productiefactor, als gevolg waarvan prijzen stijgen en in veel gevallen de boer uiteindelijk moet wijken. Maar ook bij financiering, uitbreiding, over- dracht en verplaatsing van de onderneming draait het in veel gevallen steeds weer om de productiefactor grond, met alle daaraan verbonden fiscale gevolgen. De landbouwvrijstelling is hierbij een van de fiscal pijlers waar de agrarische sector in Nederland in belangrijke mate op steunt.De faciliteit mag dan wel een pijler vormen waarvan het belang voor de sector wel vast staat, onomstreden is zij allerminst. Vanaf het moment dat de vrijstelling met de hjakken over de sloot in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 belandde heeft zij onder vuur gelegen. De voortdurende kritiek heeft er toe geleid dat de vrijstelling onder het regime van de Wet IB 1964 en verder bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 ingrijpend is gewijzigd. Als enige onderdeel van de Belastingherziening 2001 was bij de wijziging van de landbouwvrijstelling sprake van wetswijziging met ingang datum persbericht. En ook daarna is de materie in beweging gebleven. In deze brochure wordt ingegaan op een constante, maar wat betreft bereik krimpende, factor in de inkomstenbelasting. Sinds de vorige druk (1993) verschenen wetswijzigingen, rechtspraak en beleid, zijn in deze nieuwe druk verwerkt, Ook wordt aan-dacht besteed aan de fiscale gevolgen van de vervreemding van landbouwgronden door niet-onder-nemers.Mr. S.F.J.J. (Sylvester) Schenk FB studeerde Nederlands recht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (thans: Radbound Universiteit) en fiscaal recht aan de Katholieke Universiteit Brabant (thans: Universiteit van Tilburg). Hij is sinds 1987 werkzaam in de fiscale adviespraktijk, momenteel als directeur fiscal en juridische zaken van GIBO Accountants en Adviseurs te Arnhem,
Migratie is zo oud als de mensheid. Wie historische atlassen bekijkt, krijgt een goed beeld van de migratiebewegingen in het verleden en ontdekt dat de huidige staatsgrenzen niet meer zijn dan de voorlopige uitkomst van een dynamisch proces.In de laatste decennia is migratie een fors politiek probleem geworden, ook in Nederland. De meningen over de mogelijkheden en grenzen van Nederland als migratieland lopen sterk uiteen: sommigen pleiten voor gesloten grenzen, anderen betogen dat een ruimhartig migratiebeleid gerechtvaardigd is, zeker nu de samen-leving steeds meer onder invloed geraakt van de globalisering. De discussie over deze problematiek is complex en wordt bovendien gehinderd door mythen en misverstanden. In dit boek stellen deskundige auteurs enkele van deze misvattingen aan de kaak. Zij beogen helderheid te scheppen over belangrijke juridische, filosofische, bestuurskundige, sociologische, economische en politieke aspecten van migratie.Mythen en misverstanden over migratie is het resultaat van de studiegroep 'Migratie' die in 2004 op initiatief van het Soeterbeeck Programma is opgericht. De leden van deze studiegroep zijn wetenschappers verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Lig je ook wel eens wakker van dat ene kind? Ben je dan aan het piekeren wat je kunt doen om het gedrag van dat kind te verbeteren? Vind je je werk minder leuk omdat het gedrag van dit kind zo heftig is? In dit boek staat omgaan met kinderen met gedragsproblemen centraal.<br/><br/>Veel professionele opvoeders geven aan dat de gedragsproblematiek toeneemt. Het omgaan met dit gedrag vraagt veel van hun kwaliteiten. Professioneel pedagogisch handelen, biedt een fundament om op een professionele manier om te gaan met kinderen met gedragsproblemen. Op basis van een theoretisch kader wordt beschreven hoe je gedragsproblemen kunt voorkomen en indien nodig kunt verminderen. <br/><br/>Dit boek richt zich op het versterken van je pedagogisch inzicht om van daaruit op een goede manier professioneel te handelen. Het boek bevat veel praktische tips die direct toepasbaar zijn in de beroepspraktijk.<br/><br/>Dit praktijkgerichte basisboek is bestemd voor studenten en professionals die in een professionele setting omgaan met (groepen) kinderen.<br/><br/>Gerbert Sipman heeft ruime ervaring als leerkracht en intern begeleider in het reguliere onderwijs en het speciaal onderwijs, waar hij veel werkte met kinderen met gedragsproblemen. In dit boek legt hij de relatie tussen deze praktijkervaring en de theorie. Momenteel is hij als docent pedagogiek verbonden aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (Pabo Arnhem).
De klassieke Fouriertheorie bestaat uit twee gedeelten: de theorie der Fourierreeksen en die van de Fouriertransformatie. Beide delen spelen een belangrijke rol, zowel in de wiskundige analyse als in de natuurkunde en de ingenieurswetenschappen. De bedoeling van het boek is om een algemene inleiding te geven, die vaste grond biedt bij verdere gespecialiseerde studie, zowel voor de zuivere wiskunde als voor de toepasser. Hoewel het boek niet primair een handleiding is voor toepassingen, wordt de toepasbaarheid van de theorie aan de hand van voorbeelden gedemonstreerd. Daarnaast is een hoofdstuk toegevoegd over een verwant onderwerp, de theorie van de Laplacetransformatie.Prof. dr. A.C.M. van Rooij werd in 1936 geboren te Eindhoven, studeerde wiskunde in Utrecht en promoveerde aldaar in 1963 bij H. Freudenthal. Hij verbleef een jaar aan de universiteit van Pennsylvania en daarna herhaaldelijk voor kortere tijd in de VS. In 1965 werd hij benoemd tot lector, in 1971 tot hoogleraar aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen.
Doorgaans zijn hoogopgeleide anderstaligen met een (ver)gevorderd niveau van het Nederlands prima in staat om een boodschap over te brengen. Maar in formele situaties missen zij vaak de finesses van het Nederlands en de kennis van bepaalde omgangsvormen om zelfverzekerd te kunnen spreken.Met behulp van dit boek kunnen cursisten hun spreekvaardigheid verbeteren en meer zelfvertrouwen krijgen in moeilijke spreeksituaties. Dixi! bestaat uit vier hoofdstukken, waarin steeds één spreeksituatie centraal staat: de discussie, de vergadering, het tweegesprek en de monoloog. Door middel van de vele opdrachten kunnen cursisten het beschrevene steeds in de praktijk brengen en zich trainen in het spreken. In deze opdrachten is soms ook speciale aandacht voor woordgebruik, uitspraak of grammaticale kwesties.Dixi! biedt een methode om cursisten tijdens het oefenen van een spreeksituatie te corrigeren met gebaren.Het voordeel hiervan is dat de docent de spreker niet hoeft te onderbreken: de cursist ziet aan het gebaar wat voor soort fout hij gemaakt heeft,waarna hij die vervolgens zelf kan herstellen.Dit spreekvaardigheidsboek is geschreven voor volwassen anderstaligen met een niveau van het Nederlands vergelijkbaar met dat van programma II van het Staatsexamen NT2, of niveau B2 van het Common European Framework of Reference.José Bakx en Ghislaine Giezenaar zijn werkzaam bij het Universitair Taal- en Communicatiecentrum Nijmegen. Van José Bakx (e.a.)verscheen ook Nota Bene! Cursus schrijfvaardigheid voor hoogopgeleide anderstaligen. Ghislaine Giezenaar is medeauteur van Hogerop! De puntjes op de i.
Een goede wetenschappelijke tekst schrijven is geen gemakkelijke opgave. De academische praktijk is immers complex: elke opleiding stelt andere eisen aan teksten en het schrijfproces verloopt zelden zoals je van tevoren had bedacht. Daarnaast vraagt het onderzoek, dat de basis vormt van de te schrijven tekst, de nodige aandacht.Handboek academisch schrijven geeft inzicht in de mechanismen van academisch denken, academisch schrijven en academische teksten, zodat universitaire studenten de schrijfopdrachten tijdens hun opleiding succesvol kunnen uitvoeren. De auteur bespreekt de aanpak van kleine schrijfopdrachten (papers en essays) en grote schrijfopdrachten (bachelor- en masterscripties). Hierdoor is dit handboek tijdens de hele studie bruikbaar.Het boek is ingedeeld in vier delen, naar de fasen van het schrijfproces: oriënteren op de opdracht, een plan maken, het onderzoek uitvoeren en het schrijven zelf. De auteur beschrijft in elke fase de stappen die moeten worden gezet om tot een goed eindproduct te komen.Op de bijbehorende website zijn aanvullende theorie, extra voorbeelden en formulieren voor de uitwerking van de verschillende stappen te vinden. Ook staan er verwijzingen naar handige websites en boeken. De stappenplannen, die op verschillende schrijfopdrachten toepasbaar zijn, en de voorbeelden uit vele wetenschappelijke disciplines maken Handboek academisch schrijven een leerzaam en toegankelijk boek dat geschikt is voor alle universitaire studenten. Joy de Jong is coördinator van het Academisch Schrijfcentrum Nijmegen (ASN) van de Radboud Universiteit Nijmegen en is gepromoveerd op onderzoek naar scriptiegesprekken. Al ruim twintig jaar verzorgt ze cursussen en workshops op het gebied van academisch schrijven en het begeleiden ervan. Ze is medeoprichter van het landelijke Netwerk Academische Communicatieve Vaardigheden.
Statistiek associeert men al snel met ingewikkelde wiskundige formules en berekeningen. Bij het gebruik van de statistiek in sociaal-wetenschappelijk onderzoek, speelt dit echter slechts op de achtergrond een rol. Het gaat namelijk vooral om de juiste toepassing en de correcte interpretatie van de uitkomsten.In Statistiek als hulpmiddel staat daarom de praktische toepasbaarheid centraal. Hoewel er ook aandacht is voor de grondbeginselen van de statistiek, is dit niet het voornaamste leerdoel. De nadruk ligt op het gebruik van statistische toepassingen bij de beantwoording van onderzoeksvragen op het terrein van de sociale wetenschappen. Deze toepassingen worden ge´llustreerd aan de hand van gegevens uit grootschalig onderzoek onder de Nederlandse bevolking.De gegevens zijn beschikbaar via het internet, zodat men de statistische uitkomsten kan reproduceren met behulp van het computerprogramma SPSS. Enige basiskennis van dit programma, zoals beschreven in Basiscursus SPSS en SPSS met Syntax (Van Gorcum: 2006 en 2007), is daarbij wel noodzakelijk. Er wordt geen wiskundige kennis verondersteld.Over de auteursManfred te Grotenhuis is werkzaam als universitair docent kwantitatieve analysetechnieken en publiceert regelmatig over statistische toepassingen.Theo van der Weegen is hoofd van een onderzoekstechnische afdeling. Beiden hebben meer dan 10 jaar ervaring met het doceren van statistiek aan studenten binnen de faculteit Sociale Wetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen en zijn betrokken bij tal van sociaal-wetenschappelijke onderzoeksprojecten.
Het statistische programma SPSS is erg populair, wat onder andere komt door de toepassing van gebruikersvriendelijke menu's. Tijdens het menugebruik worden de uitgevoerde bewerkingen en analyses echter vaak niet vastgelegd. Daardoor is het lastig naderhand te controleren wat men precies (fout) heeft gedaan en bovendien wordt het herhalen van alle handelingen op deze manier een moeizaam karwei. Daarnaast zijn de menu's noodzakelijkerwijs beperkt in de mogelijkheden. Vandaar dat veel gebruikers van SPSS werken met zogenaamde syntaxbestanden warrin alle handelingen om de gegevens te bewerken en te analyseren zijn opgeslagen. Deze werkwijze biedt naast de toegenomen mogelijkheden het voordeel dat de bewerkingen en de statistische analyses controleerbaar en eenvoudig herhaalbaar zijn.SPSS met Syntax geeft een overzicht van de meest gangbare commando's en is zoveel mogelijk opgezet als een collectie losse paragrafen, waarin snel specifieke informatie gevonden kan worden. Enige basiskennis van SPSS, zoals bijvoorbeeld beschreven in Basiscursus SPSS (Van Gorcum: 2006), is wel vereist. Uit deze publicatie is het didactische principe overgenomen, namelijk het zelfstandig uitvoeren van computerhandelingen met behulp van voorbeeldbestanden waarbij de belangrijkste uitkomsten zijn weergegeven ter controle.Manfred te Grotenhuis is universitair docent Kwantitatieve Analysetechnieken en Chris Visscher is universitair docent Statistiek. Beide auteurs zijn werkzaam bij de sectie Methoden & Technieken van de Radboud Universiteit Nijmegen.In de tekst wordt gebruik gemaakt van diverse databestanden. Deze zijn beschikbaar via het internet: http://www.vangorcum.nl/nl/. Kies op deze site voor 'uitgebreid zoeken' en type SPSS met Syntax in als titel en klik vervolgens op zoek. Klik op de publicatie en klik op bestanden SPSS met Syntax. Kies voor 'openen' en daarna voor 'extract' of alle bestanden uitpakken'.Op het internet is een site (http://www.ru.nl/methodenentechnieken/syntax/home) beschikbaar waar voorbeelden van
Authorsdrs. W.B. ten Brinke, drs Chr. de Jong, drs. J.H.A. PadmosEditorsU.R. Bouma, drs. W.B. ten Brinke, drs. Chr. de Jong, drs. B.J. MaatmanDesign springvorm bno, 's-HertogenboschLayoutArmand Haye, Amsterdam; Sittrop Grafische Realisatie, NijmegenThe publisher has made every effort to meet all statutory regulations concerning copyright. Anyone claiming to have any further rights not covered here should apply to the publisher for details.ThiemeMeulenhoff develops learning tools for: Primary Education, General Secondary Education, Vocational Education, Adult Education and Higher Vocational Education.For more information on ThiemeMeulenhoff and our learning tools:www.thiememeulenhoff.nl
"Teksten voeren nog steeds de boventoon als het gaat om kennisuitwisseling, opinievorming, gedragsbeïnvloeding en instructie, ondanks de toenemende visualisering van onze communicatiecultuur. Dit boek behandelt in kort bestek vijf analytische methoden om teksten te bestuderen: functionele analyse, coherentieanalyse, retorische analyse, argumentatieanalyse en genreanalyse. In elk hoofdstuk zetten de auteurs de stap van analyse naar evaluatie en demonstreren ze de methode aan de hand van een uitgewerkt voorbeeld. Het boek verruimt zo de analytische vaardigheden van de lezer, het geeft zicht op de vele facetten van tekstkwaliteit en legt de basis voor een kennismaking met onderzoek naar teksten, hun eigenschappen en effecten.'Tekstanalyse' is bedoeld voor studenten letteren en communicatiewetenschap, en voor afgestudeerden die in de praktijk van onderwijs of communicatie dagelijks met teksten werken.De auteurs zijn werkzaam aan de Universiteit Twente en de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze zijn betrokken bij de opleidingen Toegepaste communicatiewetenschap, Bedrijfscommunicatie en Nederlandse taal en cultuur.Extra materiaal bij het boek:Hieronder is oefenmateriaal te downloaden van de verschillende hoofdstukken in PDF-formaat. Download inleiding bij de oefeningenDownload oefeningen bij hoofdstuk 1, Functionele analyseDownload oefeningen bij hoofdstuk 2, CoherentienanalyseDownload oefeningen bij hoofdstuk 3, Retorische analyseDownload oefeningen bij hoofdstuk 4, ArgumentatieanalyseDownload oefeningen bij ho
Rijkswaterstaat is well known for its powerful position in the development of transport and hydraulic infrastructure in the Netherlands, for its engineering expertise and for bringing the Dutch worldwide fame by realising major public works, such as the Delta Works. In recent decades, however, Rijkswaterstaat's strong position of power and its working methods have been increasingly challenged in various intense public debates. These debates were about its perceived technocratic management of large infrastructure projects and, more generally, about its contribution to the modernisation of the Dutch government. As a consequence, Rijkswaterstaat found itself on the horns of a dilemma. On the one hand, it needed its renowned expert status to fulfil its public responsibilities. On the other hand, it also needed to distance itself from this expert status to be able to meet the increasing social and political imperative of developing into a more responsive and efficient public organisation. By adopting a discursive approach, this book examines the way in which Rijkswaterstaat tried to deal with this dilemma in constructing a new organisational identity, in particular in the early years of the 21st century, and how this is reflected in concrete Room for the River planning practices. Over de auteurMargo van den Brink conducted her PhD research at the Radboud University in Nijmegen, in the Department of Spatial Planning. She is now an assistant professor in the Department of Planning at the University of Groningen.
In Twitteren op je werk; Social media voor interne communicatie komen allerlei social media aan de orde die mogelijkheden bieden voor kennis uitwisseling en communicatie binnen organisaties, zoals social network als Hyves en Facebook en de kennisplatforms zoals Wiki's. Hierbij komen verschillende voorbeelden voorbij, van Madonna tot Maxime Verhagen, van Google tot Achmea.De lezer van dit boek krijgt ook zicht op de mogelijkheden die social media bieden voor een nieuwe stijl van communiceren: transparant, simpel, snel, participatief, direct, altijd bereikbaar zijn, niet hiërarchisch en overal.De social media passen bij de medewerker 2.0 en bij het zogenaamde "nieuwe werken". Ook de veranderende rol van de afdeling communicatie wordt behandeld, van controleur in luisteraar. Zal het persoonlijke vormen van communicatie vervangen? Nooit! Maar communicatiemensen zullen deze vormen moeten kennen. En na het lezen van dit boek ken je ze.Als je al een tijdje van plan was je te verdiepen in de 2.0 Media, lees dan dit boek. In een paar uur ben je weer helemaal bij. Het is niet geschreven voor ICT-deskundigen maar voor communicatiemensen, managers en mensen die op de hoogte willen blijven van nieuwe ontwikkelingen in hun organisatie.Twitteren op je werk is een goede aanvulling op Huib Koeleman's standaardwerk Interne communicatie als managementinstrument.
"Het vak Taalbeheersing heeft zich in de afgelopen 25 jaar ontwikkeld tot een breed geschakeerd werkterrein van onderzoekers die geïnteresseerd zijn in mondelinge en schriftelijke communicatie. In deze bundel, Tussenstand, zijn artikelen bijeengebracht uit het Tijdschrift voor Taalbeheersing, sinds de start in 1979 het belangrijkste vaktijdschrift. De artikelen hebben op verschillende manieren hun waarde bewezen. Sommige luidden een nieuwe trend in het onderzoek in, andere bieden een verrassende benadering van een communicatieprobleem of behoren door veelvuldig gebruik in het universitaire onderwijs tot de klassiekers van het vak. Er wordt ingegaan op diverse tekstsoorten, variërend van formulieren tot betogen, voorlichtingsfolders en routebeschrijvingen, op uiteenlopende theorieën over schrijven, argumenteren, overtuigen, informatieordening en informatieverwerking en op methodologische en praktische vragen met betrekking tot tekstevaluatie.De bundel is samengesteld door de redactie van het Tijdschrift voor Taalbeheersing, bestaande uit hoogleraren in het vakgebied aan de universiteiten van Amsterdam, Utrecht, Nijmegen en Twente. De negentien auteurs werken of werkten aan acht verschillende universiteiten, van Groningen tot Antwerpen. Tussenstand is een ideale manier om kennis te maken met het vak Taalbeheersing, voor studenten Nederlands en communicatiewetenschap, maar zeker ook voor iedereen die geïnteresseerd is in onderzoek naar het gebruik van taal en tekst in de communicatie."
Gert-Jan Hospers Krimp!---Je zou het misschien niet zeggen, maar de bevolking krimpt in sommige delen van Nederland. Dit komt door de vergrijzing en doordat gezinnen steeds minder kinderen krijgen. Hoewel krimp vaak als iets negatiefs wordt gezien – we zijn immers zo gewend aan groei – zitten er ook aantrekkelijke kanten aan: meer woonruimte bijvoorbeeld. In dit boek laat Gert-Jan Hospers ons de mogelijkheden van krimp zien. Limburg, Zeeland en Groningen hebben al te maken met bevolkingsdaling en vanaf 2025 zal dat ook gelden voor Overijssel en Noord-Brabant. Dit betekent dat huizen, winkels en kantoren leeg komen te staan en dat scholen, theaters en zwembaden moeten sluiten. Hier doemt een beeld op van ongezellige leegstaande panden, maar de vraag is of dat beeld reëel is. Gert-Jan Hospers ziet de krimp niet somber in. Hij pleit voor een creatieve aanpak en bespreekt in dit boek verschillende mogelijkheden van wonen in de natuur, aan het water, met of zonder eigen haven, in een park of in het bos, tot de terugkeer van de SRV-man en andere mobiele dienstverleners.AuteursinformatieGert-Jan Hospers is docent en onderzoeker Economische Geografie aan de Universiteit Twente en bijzonder hoogleraar City- en Regiomarketing aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is hij voorzitter van Stichting Jane, die het gedachtegoed van de Amerikaanse stadsactiviste Jane Jacobs propageert, en maakt hij deel uit van het wetenschappelijk comité van Cittaslow International.Andere titels door Gert-Jan HospersDe levende stad
Dit boek kan worden gekarakteriseerd als: 'elementaire gewone differentiaalvergelijkingen vanuit hoger standpunt belicht'. De analyse van differentiaalvergelijkingen heeft veel invloed gehad op begripsvorming in de analyse en de algebra. Voorbeelden zijn de theorie van Banach- en Hilbertruimten, eigenwaarden en Jordanontbindingen van lineaire afbeeldingen, orthogonaliteit en compacte zelfgeadjungeerde operatoren.De theorie wordt zo behandeld dat het verband met deze begrippen uitvoerig aan de orde komt. Daarnaast vormt het boek een complete inleiding op een gebied dat van bijzonder belang is voor toepassingen van de wiskunde.Deze herziene uitgave bevat naast een aantal correcties ook een aantal inhoudelijke verbeteringen, bijvoorbeeld in de figuren en in de presentatie van lineaire stelsels met constante coëfficiënten.Prof. dr. J.J. Duistermaat werd in 1942 geboren in 's-Gravenhage; na zijn studie wiskunde promoveerde hij in 1968 aan de Universiteit van Utrecht bij prof. dr. H. Freudenthal. Hij was als hoogleraar verbonden aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en sinds 1974 heeft hij deze functie aan de Universiteit Utrecht. Prof. Duistermaat was als gast werkzaam aan de universiteiten van Lund (Zweden) en Berkeley in Californië, aan het Courant Instituut (New York) en het MIT (Cambridge, VS). Zijn publicaties betreffen de zuivere en toegepaste analyse.Prof. dr. ir. W. Eckhaus werd in 1930 geboren in Polen en woonde sinds 1947 in Nederland. Hij studeerde vliegtuigbouwkunde aan de Technische Hogeschool Delft (thans TU) en promoveerde in 1959 aan het Massachusetts Institute of Technology (Cambridge, VS). Hij was werkzaam aan de universiteit te Parijs, het Mathematisch Centrum te Amsterdam en de TU Delft. In 1971 werd hij als hoogleraar verbonden aan de Universiteit Utrecht. Zijn artikelen en boeken handelen over methoden en toepassingen van de niet-lineaire analyse. Hij overleed in oktober 2000.
Het Romeinse Keizerrijk was een buitengewoon succesvolle staat. Honderden jaren lang wist het een enorm territorium, met een grote verscheidenheid aan volkeren, zonder al te grote onlusten bijeen te houden. De Romeinse keizers speelden daarbij een grote rol. Door hun gedrag en beeldvorming werden zij de focus voor Romeinse identiteitsvorming. Onderdanen in Rome en in de provincies herkenden zich in hun keizer. Het beeld van de keizer was essentieel om het rijk bijeen te houden.Door hun zelfpresentatie wisten de keizers soldaten, senatoren, de bevolking van de stad Rome en bewoners aan de grenzen van het rijk aan zich te binden. Hoe kon een keizer al die verschillende groepen tevreden houden? Hoe verhield het beeld van een keizer zich tot diens daadwerkelijke positie?Aan de hand van een verscheidenheid aan antieke bronnen laat Olivier Hekster zien hoe sommige keizers goede, en andere slechte keizers werden.Over de auteurOlivier Hekster is hoogleraar oude geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Eerder verschenen van hem Ooggetuigen van het Romeinse Rijk (met Eric Moormann) en Romeinse decadentie (met Stephan Mols en Eric Moormann).
Evidence based werken in de zorg voor jeugd? Prima! Maar wat doen we met vragen als: * In wiens handen werken interventies; wat kenmerkt effectieve professionals? * Wat is de invloed van de werkalliantie van professionals en cliënten? * Waarom werken interventies, en onder welke condities? * Hoe kunnen we steunfactoren benutten in de leefomgeving van jeugdigen en opvoeders? * Wat betekent dit alles voor de manier waarop we hulp moeten organiseren en beroepskrachten moeten opleiden?Vijf bijdragen maken dit boek waardevol voor jeugdzorgprofessionals en studenten. Vijf auteurs die thuis zijn in veld en wetenschap laten hun licht schijnen over: * De samenhang tussen werkzame factoren, met nadruk op kenmerken van effectieve professionals en het belang van cliënt-hulpverlener-alliantie (Huub Pijnenburg) * Vernieuwende opvattingen over inrichting van contextuele jeugdzorg en niet-vrijblijvende samenwerking bij complexe hulpvragen (Jo Hermanns) * Mogelijkheden voor effectiviteitsverbetering, waaronder aandacht voor implementatie van effectieve interventies (Tom van Yperen) * Recente ontwikkelingen in het denken over evidence based practice en de zoektocht naar een werkzame alliantie tussen praktijk en wetenschap (Giel Hutschemaekers) * De samenhang tussen een integrale visie op jeugdzorg, belangen van overheden, en dimensies in werk en opleiding van beroepskrachten (Adri van Montfoort)De eerste bijdrage is een bewerking van de intreerede van Huub Pijnenburg bij de aanvaarding van zijn lectoraat Werkzame Factoren in de Zorg voor Jeugd aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Dit lectoraat zoekt samen met de praktijk naar antwoorden op vragen over werkzaamheid van zorg voor jeugd, en wat dit betekent voor beroepskrachten en instellingen.De factoren die de werkzaamheid van de psychosociale zorg voor jeugd beïnvloeden, laten zich kennen als een bonte familie. Meer kennis over de leden van deze familie
In het project Resultaten Scoren heeft de gehele verslavingszorg zich verenigd en een gezamenlijke agenda gemaakt voor de vernieuwing en kwaliteitsverbetering van de sector. Om de voornemens uit de nota in de praktijk te kunnen gaan brengen, zijn drie ontwikkelcentra ingericht en een aantal ondersteunende projecten benoemd.De drie ontwikkelcentra zijn:Kwaliteit en Innovatie van ZorgPreventie-innovatieSociaal VerslavingsbeleidHet Ontwikkelcentrum Kwaliteit en Innovatie van Zorg richt zich op protocollering en benchmarking. Voor het eerst in de geschiedenis van de verslavingshulpverlening in Nederland worden protocollen gemaakt die bepalend zijn voor de verleende zorg. Deze protocollen komen tot stand in het kader van het beleidsvoornemen van de sector om tot een ingrijpende kwaliteitsverbetering te komen.Vier instellingen en drie wetenschappelijke instituten hebben zich verbonden om in nauwe samenwerking de komende jaren een aantal protocollen tot stand te brengen. Dat samenwerkingsverband is het Ontwikkelcentrum Kwaliteit en Innovatie en de instellingen die daar aan deelnemen zijn Novadic (Sint Oedenrode), Parnassia (Den Haag), Brijder Stichting (Alkmaar), Jellinek (Amsterdam), Amsterdam Institute for Addiction Research (Amsterdam), Parnassia Addiction Research Centre (Den Haag) en University of Nijmegen Research Group on Addictive Behaviours (Nijmegen).Dit eerste protocol, getiteld Leefstijltraining 1 richt zich op kortdurende interventie bij problematisch middelengebruik. Het volledige protocol bestaat uit drie delen:Handleiding voor de trainerWerkboek voor de trainerWerkboek voor de cli De module is nadrukkelijk gebaseerd op het gebruik van deze drie boeken.
Rondom de Nacht van SchmelzerDe kabinetten-Marijnen, -Cals en -Zijlstra, 1963-1967Peter van der Heiden, Alexander van KesselRondom de Nacht van Schmelzer beschrijft een van de roerigste perioden in de Nederlandse politieke geschiedenis: 1963-1967, de jaren van ontzuiling en afnemend overheidsgezag. Nederland kende niet minder dan drie kabinetten van uiteenlopende signatuur.Op basis van de verkiezingsuitslag van mei 1963 werden maar liefst drie kabinetten geformeerd. Allereerst het confessioneel-liberale kabinet-Marijnen, dat in 1965 struikelde over de Omroepwet. Daarop vormden KVP, ARP en PvdA het ambitieuze kabinet-Cals, dat in het najaar van 1966 viel tijdens de beruchte Nacht van Schmelzer. Het interimkabinet-Zijlstra (KVP/ARP) maakte de tijd vol tot de verkiezingen van februari 1967. Nederland veranderde in deze jaren van groeiende welvaart op vele fronten. Den Haag bouwde de verzorgingsstaat uit, bestreed de woningnood en maakte het hoger onderwijs voor grotere groepen toegankelijk. Tegelijk droeg de inzettende ontzuiling bij aan een afname van het overheidsgezag. De rookbom bij het huwelijk van Beatrix en Claus, in maart 1966, was ook gericht tegen de politieke ‘regenten’.Rondom de Nacht van Schmelzer geeft een scherp beeld van het veranderende politieke klimaat in een woelige samenleving.Over de auteur(s):De auteurs zijn verbonden aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis in Nijmegen.
Een bundel waarin de ethische relevantie van het lezen van literaire teksten wordt aangetoond aan de hand van case studies die zoveel mogelijk steeds een grote roman als uitgangspunt nemen.Het boek is bedoeld als eerbewijs aan Jacques De Visscher. Deze neemt dit jaar (2008) afscheid van de faculteit Wijsbegeerte aan de Radbouduniversiteit Nijmegen als hoogleraar 'filosofie en literatuur'.Met bijdragen van:H. Achterhuis - J.M. Coetzee, 'Wereld en wandel van Michael K'M. Becker - O. Pamuk, SneeuwT. Braeckman - T. Mann, Der Tod in VenedigJ.H. van den Berg -C Bremmers - De zog. 'roepingsgedichten' uit de bundel 'De analphabetische naam' (1952) van LucebertE. Brugmans - Een roman van Iris MurdochP. van Tongeren - de Griekse en Joodse oorsprongsmythenKoo van der wal - Adalbert Stifter, uitgaande van zijn roman 'Der Nachsommer' met uitstraling naar andere werken (Bunte Steine, Der Hochwald, Brigitta e.a.) en naar het oeuvre meer in het algemeen.
De verre voorouders van de Australische Aborigines waren de eerste mensen die een nieuw continent koloniseerden. Nog voor de indianen de beide Amerika's bevolkten, en lang voordat er in Europa, Azi n Afrika grote beschavingen opkwamen en weer ten onder gingen, hadden de Aborigines Australi l ontdekt.In De clan van de Wilde Honing laat antropoloog Ad Borsboom ons kennismaken met de rijke cultuur, religie en spiritualiteit van de Noord-Australische Aborigines. Zijn boek corrigeert het scheve, overgeromantiseerde beeld ('de edele wilde') dat in de hedendaagse populaire literatuur wordt opgeroepen.Jarenlange studie en direct contact met mannen en vrouwen van de clan van de Wilde Honing in Arnhem Land vormen de basis van dit even fascinerende als betrouwbare boek over het spirituele leven van de Aborigines. Borsboom verklaart mythische scheppingsverhalen, waarin spirituele wezens (dreamings) een belangrijke roi vervullen; hij laat zien hoe groot de rol is van riten, en welke symboliek er schuilgaat achter mythen, gezangen, dansen en religieuze kunst.Ten slotte gaat hij in op de vraag hoe Aborigines hun inheemse denk- en leefwereld in overeenstemming trachten te brengen met de hedendaagse moderne wereld, waarvan ze nu ook deel uitmaken.Ad Borsboom (Heerlen, 1944) is als hoograar Pacific Studies verbonden aan de sectie Culturele Antropogie en Ontwikkelingsstudies van de Radboud Universiteit Nijmegen. Sinds 1972 doet hij onderzoek bij Australische Aborigines.
Titel: AutoCAD 2012, Basisboek MBOAuteur: Ir. R. BoeklagenISBN: 978-90-72487-71-1, NUR 174Uitvoering: genaaid, gebrocheerd, 480 pagina’sDit Nederlandstalige handboek leert u stap voor stap de meest eenvoudige tekentechnieken in het 2D- tekenen met AutoCAD 2012. Het boek gebruikt Nederlandse tekennormen. Dit MBO-leerboek AutoCAD 2012 leert u stapsgewijs de eenvoudigste CAD-tekentechnieken voor het 2D-tekenen, waaronder ook het parametrisch tekenen. Alle CAD-functies worden uitgebreid behandeld in een prettig leesbare stijl en met veel voorbeelden geïllustreerd. De van oorsprong Nederlandse teksten en tekennormen zorgen ervoor dat u de juiste kennis opdoet (millimeters, lagenindeling en kleuren). Naast deze vertrouwde onderwerpen wordt het werken met nieuwe technieken zoals het vernieuwde Array-commando – zie schermafbeelding voorzijde – uitgebreid behandeld. Het handboek bevat een mix van theorie, geleide instructie en oefeningen en is daarom uitermate geschikt voor zelfstudie. Het leerboek 2012 is speciaal samengesteld voor MBO-opleidingen die lesgeven in CAD-tekenen. Dit boek bevat daarom de meest eenvoudige 2D-tekentechnieken uit deel I van het boek AutoCAD 2012, Computer Ondersteund Ontwerpen (ISBN 978-90-72487-72-8). Het complete boek bestaat uit vijf delen en behandelt ook het 3D-ontwerpen, het samenwerken met andere programma’s en het aanpassen van AutoCAD. Het volledige AutoCAD 2012 is een compleet naslagwerk en zelfstudieboek, een goede vervolgstap dus na dit MBO-leerboek! Gratis extra’s op cadcollege.nlOp www.cadcollege.nl vindt u onder andere gratis demofilmpjes over de opgaven. Verder kunt u gratis duizenden symbolen downloaden en een toets doen om uw voortgangsniveau in te schatten. Ideale ondersteuning dus voor de zelfstandige AutoCAD student. De nieuwe uitgave over AutoCAD 2012 is, zoals altijd, verzorgd door Ronald Boeklagen en maakt deel uit van zijn serie Computer Ondersteund Ontwerpen. De ervaren auteur leidt bij het CAD College van TEC in Nijmegen tekenaars en constructeurs op. Tevens verzorgt