Ieder gewoon mens moet werken. Een predikant - zo heeft de Deense dominee Kaj Munk niet zonder humor opgemerkt - is daarvan vrijgesteld, hij heeft alleen maar vrije tijd om te preken en om te herderen over zijn kudde: zieken bezoeken, dopen, huwelijken inzegenen, begraven, wat niet al. Nico ter Linden (1936) heeft dat zijn leven lang met hart en ziel gedaan, op het platteland en in de Westerkerk te Amsterdam, in ziekenhuizen en gevangenissen. In dit boek ziet hij daarop terug en vertelt hij erover, zoals alleen hij dat kan: over het gezin waarin hij werd geboren, over de leermeesters die hem vormden en over de vele kostgangers van onze lieve Heer die hij mocht ontmoeten. Zijn predikantschap bracht hem een schat aan ervaring, en daarom valt er van alles te leren uit Alleen maar vrije tijd. Do's and don'ts voor dominees en priesters, handreikingen van inhoudelijke en van praktische aard. Een aanstekelijk boek, voor vakgenoten maar evenzeer voor iedereen die het reilen en zeilen van de kerk ter harte gaat en zijn geloof nog even niet aan de wilgen wil hangen.
Met open aandacht en zonder oordeel opmerken wat er gebeurt: dat is mindfulness. Deze houding wint ook in de geestelijke gezondheidszorg aan populariteit. Dit boek beschrijft de integratie van mindfulness in individuele psychotherapie en met name de gedragstherapie. Handboek Mindfulness bevat ten eerste een helder overzicht van het wetenschappelijk onderzoek naar mindfulness. In deel twee komen de praktische toepassing en de integratie van mindfulness in individuele therapie aan de orde en zijn indicatiefactoren gegeven. Het derde deel gaat over de therapeutische relatie en geeft ook oefeningen voor de therapeut. Het laatste deel beschrijft de praktische toepassingen van mindfulness (hoe stel je een behandelplan op, wat zijn de terugkerende thema's in de behandeling) en geeft enkele specifieke toepassingsgebieden van mindfulness aan (rouw, ouderen, chronisch zieken).
Handboek gezondheidszorgonderzoekSteeds weer worden beleidsmakers, managers, zorggebruikers en zorgverleners geconfronteerd met vragen waarvoor zij bij het oplossen ervan graag een beroep op onderzoeksresultaten doen. Het soort onderzoek dat bij uitstek hiervoor geschikt is, is het gezondheidszorgonderzoek, of het nu gaat om de effecten van de stelselwijziging op de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, het tekort aan verpleegkundigen en artsen, de organisatie van zorg voor chronisch zieken, de organisatie van programma’s voor primaire preventie van roken en overgewicht, de snelheid van het doorvoeren van verbeteringen en innovaties in de zorg, het meten van prestaties van zorgverleners, het versterken van de positie van de zorggebruiker, het beheersen van de kosten of het invoeren van nieuwe bekostigingsmethoden.Het Handboek gezondheidszorgonderzoek is de eerste Nederlandstalige uitgave die een actueel en volledig overzicht van dit werkgebied geeft. Het bevat bijdragen van een groot aantal Nederlandse gezondheidszorgonderzoekers, die langs deze weg hun inzichten over de juiste aanpak van dit soort onderzoek met de lezers delen. Zij behandelen op deskundige wijze definitiekwesties en beschrijven zowel onderzoeksmethodieken en technieken als uiteenlopende toepassingsgebieden van gezondheidszorgonderzoek. Het boek neemt een disciplineoverstijgend wetenschappelijk uitgangspunt in, slaat hiermee een brug tussen diverse disciplines en biedt zo een gemeenschappelijk kader voor onderzoekers met uiteenlopende achtergronden en in verschillende werkomgevingen.De vele Nederlandse voorbeelden in deze uitgave illustreren de rijkdom van het Nederlandse gezondheidszorgonderzoek. Zij tonen tevens hoe het produceren van wetenschappelijke kennis leidt tot toepassing ervan in de dagelijkse praktijk van beleid en management. ledereen die zich met gezondheidszorgonderzoek bezighoudt, krijgt met dit boek niet alleen handvatten aangereikt om onderzoek goed uit te (laten) voeren, maar ook om het resultaat ervan ee
Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen is bedoeld als een praktisch handvat voor individuele patiëntenvoorlichting en ondersteuning van zelfmanagement. De stappenreeks van gedragsverandering vormt in dit boek de leidraad. De stappen: openstaan – begrijpen – willen – kunnen – doen – blijven doen, bieden verpleegkundigen een praktisch handvat. Dit bevordert een methodische aanpak bij de voorlichting.Het boek bevat toegepaste theorie met voorbeelden uit de verpleegkundige praktijk. Aan het einde van de hoofdstukken zijn gespreksfragmenten opgenomen met een toelichting bij de aanpak en afwegingen van de verpleegkundige. Deze maken de theorie inzichtelijk in de praktijk van alledag.Nieuw in deze derde druk zijn de nadruk op ondersteuning van zelfmanagement, begeleiding van chronisch zieken bij hun zelfmanagement en voorlichting aan mensen met beperkte taal- en informatievaardigheden. Ook zijn de principes en de toepassingsmogelijkheden van motiverende gespreksvoering opgenomen. Patiëntenvoorlichting door verpleegkundigen is bestemd voor studenten verpleegkunde (hbo-V), studenten verpleegkundige vervolgopleiding, verpleegkundigen, praktijkondersteuners, nurse practitioners en verpleegkundig specialisten. Met dit boek kunnen zij in alle velden en instellingen van de gezondheidszorg aan de slag om hun voorlichting aan patiënten effectiever te maken.Berty Terra is docent psychologie/agogiek, patiëntenvoorlichting en gespreksvaardigheden aan Fontys Hogeschool Eindhoven.Els van Mechelen-Gevers heeft een jarenlange ervaring als docent aan de opleiding verpleegkunde en is momenteel werkzaam als publicist op het gebied van gezondheidskunde en patiëntenvoorlichting. Marieke van der Burgt is docent aan de opleiding verpleegkunde van Rijn IJssel in Arnhem, publicist en trainer patiëntenvoorlichting. Nieuw: Studeren 2.0Een wezenlijk onderdeel van het boek is de website www.studeren2punt0.nl. Het boek is digitaal beschikbaar. De lezer kan zelf online aantekeningen maken. Docent
Ieder jaar krijgen in Nederland circa een half miljoen mensen een voedselinfectie doordat zij voedsel hadden gegeten dat met pathogene micro-organismen was besmet. Veel voedselinfecties of voedsel-vergiftigingen ontstaan in de huiselijke kring, de gevolgen zijn dan meestal niet ernstig als het om gezonde mensen gaat: er ontstaat een maag-darmstoornis (die vaak wordt aangeduid als 'buikgriep'), na enkele dagen is men weer volledig hersteld. Bij een voedselinfectie die in een zorginstelling ontstaat, zijn de gevolgen echter meestal ernstiger. Niet alleen omdat het aantal ge ecteerde personen dan groter is, maar tevens omdat een voedselinfectie voor personen met een verminderde weerstand, zoals zieken en bejaarden, een dodelijke afloop kan hebben. Jaarlijks sterven enkele tientallen mensen aan een voedselinfectie die veroorzaakt is door Campylobacter of Salmonella.In dit boek worden eerst de eigenschappen van de micro-organismen waarmee voedingsmiddelen besmet kunnen zijn, behandeld. De factoren die de vermeerdering van deze micro-organismen be loeden, komen uitgebreid aan de orde. Hierna volgt een overzicht van de micro-organismen die een voedselinfectie of een voedselvergiftiging kunnen veroorzaken. Centraal in het boek staat de preventie van een voedselinfectie of een voedsel-vergiftiging in instellingen die de voeding voor grote groepen mensen, met name in de gezondheidszorg, verzorgen. Zowel de algemene principes, als de dagelijks te nemen voorzorgsmaatregelen worden besproken. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan de microbiologische hygi controle rond de spijslijn.Levensmiddelenhygi is als leerboek bestemd voor een aantal HBO-opleidingen, zoals de opleiding Voeding & Di tiek, Voedingskundige voor Industrie en Handel (Voeding & Marketing), Facilitaire Dienstverlening en de Hogere Hotelscholen. Maar daarnaast kan Levensmiddelenhygi een nuttige bron van informatie zijn voor studenten Bromatologie en Humane Voeding, voor ziekenhuishygi sten, verpleeghuisartsen en personen die betrokken zijn b
Mede door de voortschrijdende vergrijzing van de samenleving geniet de palliatieve zorg - zorg voor ongeneeslijk zieken en hun naasten - toenemende belangstelling. Voor een jong werkgebied als de palliatieve zorg is de ontwikkeling van goed wetenschappelijk onderzoek van groot belang.Alhoewel Nederland en Vlaanderen uitstekend wetenschappelijk onderzoek produceren, blijkt deze kennis haar weg naar de werkvloer slecht te vinden. Dit boek wil een brug slaan tussen onderzoek en praktijk op het gebied van palliatieve zorg, door wetenschappelijk onderzoek van goede kwaliteit toegankelijk te maken voor professionele zorgverleners en vrijwilligers in de palliatieve zorg.DrieÙntwintig Engelstalige, in wetenschappelijke vakbladen gepubliceerde artikelen zijn geselecteerd, vertaald in het Nederlands en in begrijpelijke taal opgeschreven in dit boek. Het is een zo breed mogelijke selectie van recente artikelen van Nederlandse en Vlaamse auteurs. De artikelen zijn onderverdeeld in vijf thema's:(1) problemen, (2) behandeling en zorg,(3) medische beslissingen rond het levenseinde,(4) beleid en plaats van zorg, en (5) zorg bij pasgeborenen en kinderen.Het boek is uniek in haar opzet en mag niet ontbreken in de boekenkast van iedereen die belangstelling heeft voor de beste zorg aan het levenseinde, zoals verpleegkundigen, huisartsen, vrijwilligers en andere zorgverleners.
Obesitas, Latijn voor gezetheid of dikte en ook wel 'adipositas' genoemd, staat voor vetzucht.Personen met obesitas hebben een teveel aan lichaamsvet en overschrijden daarmee meestal een 'gezond' lichaamsgewicht. Sinds 1998 wordt obesitas door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) als een chronische ziekte opgevat. Als zodanig wordt obesitas vooral als een medisch probleem gezien. Zelf staan obesitaspatiënten hier ambivalent tegenover. Aan de ene kant helpt het hun om op die manier van een stigma af te komen.Anderzijds worden personen met een extreem overgewicht toch liever niet als 'zieken' bestempeld.Obese personen kunnen wel zeer onder hun lichamelijke handicap gebukt gaan.De zwaarlijvigheid noodzaakt velen hulp te zoeken –behalve uit esthetische overwegingen– ook vooral vanwege bijkomende lichamelijke klachten. Velen krijgen echter ook met psychosociale problematiek te maken ten gevolge van hun overgewicht.Dit boek beschrijft de achtergronden van obesitas en de laatste wetenschappelijke inzichten.
Liefde het fundament400 jaar Roomsch Catholijk Oude Armen Kantoor in AmsterdamStichting RCOAK is een van de oudste particuliere, charitatieve vermogensfondsen in Nederland. In Liefde het fundament - 400 jaar Roomsch Catholijk Oude Armen Kantoor in Amsterdam beschrijft dr. Jurjen Vis de rijke geschiedenis van deze eeuwenoude instelling. Kunstgeschiedenis, religiegeschiedenis en sociologie geven zijn verhaal extra diepte. Toen de calvinisten het vanaf 1578 in Amsterdam voor het zeggen kregen, waren de katholieken, voor het belijden van hun religie, gedwongen ondergronds te gaan. Ze bleven echter hun weeskinderen, armen en ouderen ondersteunen. Omstreeks 1610 moet het Roomsch Catholijk Oude Armen Kantoor al een hechte organisatie zijn geweest. In de negentiende eeuw ging het RCOAK zich toeleggen op onder meer de ondersteuning van stille armen en de exploitatie van het St.-Jacobsgesticht (1866), het grootste katholieke oudeliedenhuis in Nederland. Sint Jacob bestaat nog altijd en maakt sinds enkele jaren deel uit van een grote zorgkoepel in Amsterdam. Met de oprichting van de parochiale armbesturen was overigens al in 1920 de structurele bedeling van katholieke Amsterdammers door het RCOAK ten einde gekomen. Het verhaal van Stichting RCOAK is tevens een bijdrage aan de geschiedenis van de secularisatie in Nederland. Stichting RCOAK geeft vandaag de dag de oude caritas modern gestalte en ondersteunt financieel initiatieven en projecten die de kwaliteit van leven van ouderen en andere kwetsbare groepen bevorderen.Promotie:Op 15 oktober 2008 zal het eerste exemplaar van Liefde het fundament worden aangeboden aan Job Cohen, burgemeester van Amsterdam. --------------------------------------------------------------------------------Over de auteur(s):Jurjen Vis is historicus en musicus. Hij schreef verschillende boeken over wezen-, zieken-, armen- en ouderenzorg in Hollandse steden, onder meer Alkmaar en Amsterdam. Hij promoveerde in 2007 op Gaudeamus, de biografie
Een monument voor de vrouwelijke helden van de Eerste Wereldoorlog'Weinigen leken minder geschikt voor de taak,'schrijft Lyn Macdonald, 'dan deze welopgevoede meisjes, die rechtstreeks uit hun keurige Britse huishoudens de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog binnenliepen.' Maar als verpleegsters en verzorgsters van zieken en gewonden stegen deze vrouwen op een ongekende manier boven zichzelf uit en in dit boek heeft Macdonald hun persoonlijke verhalen opgetekend.In lekkende tenten en tochtige hutten vochten zij een andere oorlog, een oorlog tegen de pijn en de dood. Zo goed en zo kwaad als het ging verzorgden zij mannen die leden aan vreselijke verwondingen of aan ziektes die wij nu eenvoudig kunnen genezen. Het was aan het front van de Eerste Wereldoorlog dat jonge dokters onder grote druk nieuwe medische technieken ontwikkelden op het gebied van bloedtransfusie, tandheelkunde, psychiatrie en plastische chirurgie.Rozen van het niemandsland is een monumentaal boek over de onderbelicht gebleven heldinnen van de Eerste Wereldoorlog. Voor vele mannen maakte het optreden van deze vrouwen het verschil uit tussen leven en dood.
Medisch gezien zijn illegale arbeiders in Nederland vogelvrij. Zieken worden met medewerking van hulpverleners onbehandeld door de overheid uitgewezen. Infectieziekten worden daardoor verspreid. In ons land, maar ook in het land van herkomst. Onverzekerde werknemers die toch in een ziekenhuis worden opgenomen, worden nogal eens met zachte ‘dwang’ onderworpen aan medische trials: zij worden studieobjecten en krijgen bij het optreden van complicaties niet de voorgeschreven nazorg bij medische experimenten. Zelfs kinderen zonder verblijfsvergunning ondergaan dit lot en raken blind en verlamd. Illegalenbeleid en gezondheidszorg: twee onverenigbare grootheden?Nizaar Makdoembaks, voormalig huisarts en politicus in AmsterdamZuid-oost, vindt van niet. In deze niets verhullende studie laat hij onomwonden zien hoe Nederland profiteert van illegale werknemers. De economie van ons land behaalt in alle lagen winst uit hun aanwezigheid: overheid, bedrijfsleven en particulieren. Maar wat gebeurt er als illegale arbeiders ziek worden? Onverzekerden in Nederland hebben geen recht op medische hulp. Het Hollandse gedoogbeleid in optima forma! Daarom stelt de auteur: als illegalen een bijdrage leveren aan de economie, hebben zij recht op gezondheidszorg. En hij laat zien hoe dat kan.Een belangrijke oorzaak van de problematiek van onverzekerden ligt in de kosten-batenoverwegingen binnen de gezondheidszorg. Deze bepalen het overheidsbeleid in hoge mate. De verzekeringsstatus van een patiënt bepaalt in veel gevallen de hulpverlening en therapeutische keuze. En daardoor ook de ethiek en beslissingen van de meeste hulpverleners. Past dat nog in deze tijd? En wie is verantwoordelijk voor de ‘suboptimale’ behandeling bij het infectieziektenbestrijdingsbeleid? TBC, HIV en Hepatitis B hebben in Nederland vrij spel.In deze kritische publicatie laat de medicus aan de hand van literatuuronderzoek, feitelijk materiaal en patiëntencasussen zien waar de gezondheidszorg zelf ziek is. Hij legt de vinger op de wonde: de overheid is op
Zorgcategorie: Chronisch zieken Setting: Thuiszorg Korte inhoud:Met de heer en mevrouw Grant maak je kennis met de thuiszorg. Mevrouw Grant wordt hulpbehoevend en is depressief en de heer Grant heeft last van CARA. De specifieke zorg voor meneer en mevrouw Grant op het gebied van activiteiten, slapen en rusten krijgt in deze casus, met het clusterthema 'levensritme' vooral de aandacht
Euthanasie dure allochtoon bij griepuitbraakDe Mexicaanse griep en de financiële crisis zullen ook in de gezondheidszorg de druk op het budget verhogen. Deze griep zal in de herfst van 2009 onherroepelijk tot een toename van opnames in de ziekenhuizen leiden. Meer zieken met ademhalingsproblemen kunnen tegelijkertijd geïndiceerd worden voor behandeling op een intensivecareafdeling. Door de groeiende ‘weerstand van Nederlanders tegen de bijna 2 miljoen niet-westerse allochtonen’ die dit jaar door het CBS werd vastgesteld, en door het feit dat allochtonen volgens het CPB Nederland meer dan 43.000 euro per persoon kosten, zullen zij de sluitpost worden bij het vaststellen van de ranglijst van risicogroepen voor beademing van zieken met de Mexicaanse griep.Dit is een van de conclusies van onderzoeker, publicist en voormalig huisarts Nizaar Makdoembaks in deze publicatie. Hij baseert zich op een uitgebreide studie van de manier waarop de afgelopen decennia met acute levensbedreigende aandoeningen en infectieziekten bij legale en illegale allochtonen (legionella-infecties en tuberculose) is omgegaan. De 45-jarige Ruud N. is een van de slachtoffers die de arts-onderzoeker beschrijft. De Surinaamse moslim, is een slachtoffer van passieve euthanasie. Ruud werd een thuisbehandeling met zuurstof onthouden, waardoor hij stikte en overleed, terwijl een autochtone patiënt, de 75-jarige Nico N. die een vergelijkbaar ziektebeeld had, wel een mobiele behandeling met de zuurstoffles kreeg.In de periode dat Makdoembaks huisarts was in de Bijlmer werden allochtonen met zeer besmettelijke open tuberculose (ademhalingswegen) door de Amsterdamse GGD, toen onder leiding van Roel Coutinho (de huidige directeur van het CIb, RIVM) niet behandeld. Net als neuroloog Ernst Jansen Steur uit Enschede stelden ook deze GGD-artsen verkeerde diagnosen. De GGD weigerde ook de legionella in het zwarte stadsdeel aan te pakken en er werd door de GGD pas na twee uur een ambulance naar een
Dit boek gaat over de wijze waarop de zusters het devies vanhun congregatie ‘Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht’ (Mt. 25:36)meer dan een eeuwlang in de praktijk hebben gebracht. ‘We warener altijd’: voor de zieken stonden de zusters dag en nacht klaar. Diegrenzeloze inzet stond echter op gespannen voet met de eisen die hetreligieuze leven aan hen stelde. Voor alle zusters was dit een persoonlijkdilemma; voor sommigen was het een reden om de congregatie teverlaten.In opgetekende herinneringen en ervaringen klinken de stemmenvan zusters en uitgetreden zusters. Zij geven kleur aan de bewogengeschiedenis van deze religieuze gemeenschap.
Je wordt opgeleid om in alle branches van de verpleging en de verzorging te kunnen werken. Daarnaast kies je om je extra te bekwamen in bijvoorbeeld de verpleeg-/ verzorgingshuiszorg en de thuiszorg, de gehandicaptenzorg, de geestelijke gezondheidszorg of de kraamzorg.Je verleent zorg en ondersteuning aan zorgvragers en begeleidt hen bij het huishouden, wonen en welzijn. Dat kunnen zijn: oudere zorgvragers, chronisch zieken, revaliderenden, zorgvragers met een handicap, volwassenen in klinische zorgomgevingen, zorgvragers met psychiatrische problematiek of barenden, kraamvrouwen en pasgeborenen. Ook werk je vaak samen met mantelzorgers.De verzorgende verricht, in opdracht van de behandelaar, verpleegtechnische handelingen. Daarbij neemt zij de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen, procedures en voorschriften in acht. Hierbij gaat het om zowel voorbehouden handelingen als handelingen die risicovol zijn. De verzorgende zorgt bij het uitvoeren van de verpleegtechnische handelingen onder andere voor de veiligheid en treft hygiënische maatregelen. De verzorgende houdt rekening met de gezondheidssituatie, behandeling en/of therapie van de zorgvrager. De zorgvrager neemt mogelijke angst en onzekerheid van de zorgvrager weg door uitleg over wat, waarom en hoe bepaalde verpleegtechnische handelingen uitgevoerd worden.Enkele handelingen zijn bijvoorbeeld het delen en toedienen van medicijnen, het verzorgen van wonden, het toepassen van zwachteltechnieken, het verzorgen van maagkatheters en blaaskatheters en het subcutaan injecteren van medicijnen.In dit boek vind je opdrachten waarmee je de verpleegtechnische handelingen voor Verzorgende Individuele Gezondheidszorg (IG) in de praktijk kunt oefenen.
In de zorg aan chronisch zieken van allochtone afkomst komen zowel de (autochtone) zorgverlener als de (allochtone) patiÙnt regelmatig voor dilemma's te staan die te maken hebben met verschillende opvattingen over verantwoordelijkheid, over de oorzaken van ziekte en over ziektebeleving. Soms wijst de patiÙnt een behandeling af die de hulpverlener medisch noodzakelijk vindt, soms wil de patiÙnt juist zorg die de hulpverlener niet noodzakelijk vindt. Deze dilemma's hinderen het hulpverleningsproces, bijvoorbeeld doordat ze de therapietrouw in gevaar brengen of communicatieproblemen veroorzaken. Om deze dilemma's in kaart te brengen, interviewde Krista Coppoolse 42 chronisch zieken van Marokkaanse afkomst en elf huisartsen in Amsterdam. Ter vergelijking interviewde zij tevens veertien Nederlandse chronisch zieken.In dit proefschrift presenteert zij de uitkomsten van haar onderzoek. De problemen die allochtone patiÙnten ervaren, worden niet zozeer veroorzaakt door de cultuur. Van meer invloed is het 'verlies van zelf' dat inherent is aan het migrantenbestaan en dat verergerd wordt door een chronische ziekte. Bij de Nederlandse chronisch zieken werd deze invloed van het 'verlies van zelf' in geringere mate ook geconstateerd. Huisartsen hebben wel eens het gevoel dat zij verantwoordelijkheden van de patiÙnt moeten overnemen, en vinden het moeilijk om te bepalen waar dat ophoudt. Ook vinden zij het moeilijk hun houding te bepalen in het contact met de patiÙnt die op lichamelijke klachten en ziekten gefixeerd is: om iets te kunnen bereiken in de behandeling moet de arts soms toegeven aan een medisch niet noodzakelijke wens van de patiÙnt ('onderhandelen met een recept in de hand'). Het alternatief is een autoritaire of paternalistische houding die al evenmin voldoet aan hun ideaal van de arts-patiÙntrelatie.De uitkomsten van dit onderzoek kunnen huisartsen en andere hulpverleners helpen meer inzicht te krijgen in de problematiek van de allochtone patiÙnt. Ook voor beleidsmakers in de gezondheidszorg is dit een wa
Zorgcategorie: Chronisch zieken Setting: Thuiszorg Chris van der Linden, een verpleegkundige in de wijk, beschrijft een werkdag waarin hij diverse zorgvragers bezoekt: mevrouw Schuurmans, meneer Acda en het echtpaar Jansen. Deze zorgvragers hebben allen een ander ziektebeeld, en allemaal gaan ze weer anders om met de beperkingen die de ziekte met zich meebrengt. De zelfstandige functie die Chris heeft in de thuiszorg vraagt om diverse vaardigheden. Niet alleen op de technische kant van het verplegen wordt een beroep gedaan, maar zeker ook op het inlevingsvermogen: achter iedere deur schuilt weer een ander verhaal. Naast het werken in de wijk heeft Chris regelmatig een teamvergadering. Hierin bespreken hij, zijn teamleden en de teamleider relevante ontwikkelingen die zich voordoen op micro–, meso– en macroniveau.
Dit boek is bestemd voor de hoofdfase van de opleiding. De leerstof uit de basisfase wordt geïntegreerd toegepast op de te onderscheiden categorieën zorgvragers. Hiervoor worden eerst kenmerken van de categorie zorgvragers genoemd, alsmede specifieke aspecten van de zorgvraag. Vervolgens wordt –exemplarisch– ingegaan op het verplegen van zorgvragers met bepaalde afwijkingen. Dit gebeurt aan de hand van een uitgebreid verpleegplan. Behandeld wordt onder andere: de zorgvrager met reuma, de zorgvrager met diabetes mellitus, de revaliderende zorgvrager, de dementerende zorgvrager en de zorgvrager met een neurologische aandoening. Bij de casuïstieken wordt aandacht besteed aan de verschillende werkvelden en aan transmuralisering
Differentiatiekatern voor BOL– en BBL studenten die in de laatste fase zijn gekomen van de opleiding tot verpleegkundige niveau 4. Het katern is een hulpmiddel bij het afstuderen en reikt verschillende mogelijkheden voor binnen– en buitenschoolse verdieping aan. In de casuïstiek in dit katern komen de eindtermen van deelkwalificatie 415 meerdere malen op verschillende wijze aan bod. Gedurende de BPV toont de deelnemer dat hij/zij in staat is als verpleegkundige zorg te verlenen aan chronisch zieken (415.03). Het kunnen toepassen van GVO (415.04) wordt eveneens in de BPV getoond. Ook het kunnen coördineren van zorg bij chronisch zieken (415.05) wordt in de BPV getoond. De subeindtermen zijn vertaald in taken bij de casussen. Het bevorderen van kwaliteitszorg en deskundigheidsbevordering ten aanzien van chronisch zieken (415.06) wordt geleerd met behulp van projecttaken
Een gids voor de patiÙnt, het gezin en de zorgverlenerZiek zijn kan een patiÙnt en zijn of haar omgeving zwaar vallen. Als zieke word je afgesneden van je vertrouwde gewoontes en moet je leren om te gaan met het verdict van een zware diagnose en behandeling. Ook je ondersteunende omgeving kan onder zware druk komen te staan. Helpen bij ziekte en pijn biedt daarom een houvast zowel voor de zieke zelf als voor allen die zieken willen ondersteunen: familieleden, vrienden, artsen, zorgverleners en ziekenbezoekers.In dit boek reikt Manu Keirse vele uit het leven gegrepen ervaringen aan. Dit maakt van Helpen bij ziekte en pijn (eerder verschenen onder de titel Omgaan met ziekte) een onmisbaar boek voor al wie zelf of in zijn nabije omgeving met een ernstige ziekte in aanraking komt.
Nederland doet er naar buiten toe alles aan om een beeld te scheppen dat niet met de werkelijkheid correspondeert. Zwarte landgenoten worden systematisch zo behandeld dat ze achterblijven in maatschappelijke ontwikkeling. Dit bleek bijvoorbeeld bij de Bijlmervliegramp.Was het voor die ramp al bekend en duidelijk dat zwarte groeperingen werden achtergesteld, nadat op 4 oktober 1992 een El Al-vliegtuig neerstort op twee flatgebouwen in de Bijlmermeer is deze achterstelling alleen maar groter geworden.De ramp maakt zichtbaar hoe etnische minderheden door de overheid in achterstand gehouden worden op het gebied van taal, onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting, veiligheid en gezondheidszorg. Uitspraken van bewindslieden bezorgen niet alleen de illegale, maar ook de legale zwarte Nederlander een negatief imago. De kwaliteit van de gezondheidszorg in de Amsterdamse Bijlmermeer gaat snel achteruit. Voor de vele slachtoffers in mijn huisartsenpraktijk vlak bij de rampplek tracht ik deze ontwikkeling te keren. Echter worden door de overheid en de artsengilde barrières voor mij opgeworpen als ik na 1992 de ongelijke behandeling tracht een halt toe te roepen. In een zeer woelige periode heb ik toch verbeteringen in de gezondheidszorg voor de bewoners van de Bijlmer kunnen realiseren. In sommige kwesties is het effect ook landelijk doorgedrongen. Dit is echter bij lange na niet voldoende.In deze studie toon ik aan de hand van gebeurtenissen na het Bijlmerramp in oktober 1992 aan dat de gangbare werkwijze en deskundigheid van de Inspectie voor de Gezondheidszorg niet voldoen aan het halen van de doelstellingen. Het Medisch Tuchtcollege overtreedt de wet. Misstanden bij de GGD Amsterdam leiden tot grote gezondheidsrisico’s voor niet-westerse allochtonen in Amsterdamse achterstandswijken. De zorg aan niet-verzekerde zieken is sterk onder de maat. Kwaliteitseisen worden niet gehaald, waardoor bijvoorbeeld het aantal met tuberculose besmette mensen toeneemt en de volksgezondheid in gevaar is ge
Je wordt opgeleid om in alle branches van de verpleging en de verzorging te kunnen werken. Daarnaast kies je om je extra te bekwamen in bijvoorbeeld de verpleeg-/verzorgingshuiszorg en de thuiszorg, de gehandicaptenzorg, de geestelijke gezondheidszorg of de kraamzorg.Je verleent zorg en ondersteuning aan zorgvragers en begeleidt hen bij het huishouden, wonen en welzijn. Dat kunnen zijn: oudere zorgvragers, chronisch zieken, revaliderenden, zorgvragers met een handicap, volwassenen in klinische zorgomgevingen, zorgvragers met psychiatrische problematiek, barenden, kraamvrouwen en pasgeborenen. Ook werk je vaak samen met mantelzorgers.Als verzorgende voer je werkzaamheden uit die vooral betrekking hebben op het stimuleren en ondersteunen van de zelfredzaamheid van de zorgvrager.De taken van een verzorgende omvatten:• een zorgplan opstellen• zorg voor de leefomgeving, somatische zorg en begeleiding• veranderingen signaleren in gezondheid en welbevinden van de zorgvrager• coördinatie, afstemming en overleg.Je voert de werkzaamheden uit bij de zorgvrager thuis, maar ook in een vervangende leefomgeving.Dit boek is voor jou een hulpmiddel bij het behalen van je beroepscompetenties.
Differentiatiekatern voor studenten die in de laatste fase zijn gekomen van de opleiding tot verpleegkundige niveau 5. Het katern is een hulpmiddel bij het afstuderen en reikt verschillende mogelijkheden voor binnen– en buitenschoolse verdieping aan. In de casuïstiek in dit katern komen de eindtermen van deelkwalificatie 515 meerdere malen op verschillende wijze aan bod. Gedurende de BPV toont de deelnemer dat hij/zij in staat is als verpleegkundige zorg te verlenen aan chronisch zieken (515.03). Doelstellingen van dit katern: verdiepen van kennis m.b.t. chronisch zieken. Verder dient de student vaardig te worden in het professioneel begeleiden van chronisch zieken en ervaringen m.b.t. zorgvragers te vertalen naar professioneel gedrag in nieuwe zorgsituaties binnen de zorg voor chronisch zieken
Zorgcategorie: Chronisch zieken Setting: ThuiszorgKorte inhoud:In dit werkboek staat het werk van verzorgende Naima Elbasi centraal. Een zelfbewuste jonge vrouw van Marokkaanse afkomst die met hart en ziel werkt in de zorg voor chronisch zieken in de thuiszorg. De thuiszorg is de grootste zorgsetting van de gezondheidszorg. Mensen ontvangen thuis diverse vormen van hulp: huishoudelijke zorg, begeleiding, verzorging en/of verpleging. Het accent in het werk van Naima ligt op de voorlichting en ver– zorging van chronisch zieke zorgvragers en van gezinnen met kinderen. De aard van de zorgrelatie kan zowel kort– als langdurend zijn
De nachten waren zo onrustig. Als ons kind dan eindelijk ingeslapen was, was het maar van korte duur. Zeker driemaal per nacht wakker, soms met een nachtmerrie. De arts schreef een kamille buikkompres voor. De verpleegkundige had het ons aangeleerd. Nu is het kompres een trouwe metgezel in de nacht. Het heeft eraan bijgedragen dat de rust weerkeerde. We hebben een vrolijker meisje terug gekregen. Dit boek beschrijft concrete richtlijnen voor het uitvoeren van de verschillende uitwendige therapieën in de vorm van wikkels, kompressen en baden. Uit–wendige therapieën hebben tot doel de eigen herstelkrachten van de patiënt te ondersteunen en te versterken. Aan de huid wordt een applicatie of bad aangeboden. De huid werkt hier als zin–tuigorgaan. De uitwendige therapie dankt zijn werkzaamheid aan het vermogen van de huid om waar te nemen. Naast het praktische deel biedt dit boek interessante achtergronden over het drieledig en vierledig mensbeeld, de zeven levensprocessen, de huid en het ritme. Van even groot belang zijn de bijdragen over verdere (zelf)scholing van verpleegkundigen, verzorgenden en mantelzorgers. In de Nederlandse gezondheidszorg vind je deze uitwendige therapieën in de eerstelijnszorg, in de zorg voor zieken thuis, heilpedagogische instituten, verzorgingshuizen, verpleeghuizen, ziekenhuizen, verslavingszorg, psychiatrie en hospices. Daar waar in deze situ–aties genezing niet mogelijk is, kun je bij pijn en ongemak de kwaliteit van leven verbeteren. Door de grote toegankelijkheid kan iedereen met de inhoud van dit praktische boek aan de slag.
Gelijkheid in de toegang tot gezondheidszorgvoorzieningen is een belangrijk uitgangspunt van het sociale gezondheidszorgstelsel. Lange tijd gold de Ziekenfondswet als uitvloeisel van dit gelijkheidsstreven. Met de introductie van de Zorgverzekeringswet (Zvw) op 1 januari 2006 lijkt zich evenwel een cultuuromslag in het denken over gelijkheid in de toegang tot voorzieningen van gezondheidszorg te hebben voltrokken. Een aantal gedachten lijkt met de Zvw bespreekbaar te zijn geworden. Zo dient ongezond gedrag te worden bestraft. De LdikkerdsL die vanwege hun ongezonde leefstijl meer premie zouden moeten betalen. Onverzekerden die slechts spoedeisende in plaats van noodzakelijke zorg ontvangen, en Lslechte risicoLsL (chronisch zieken) worden door de no-claimregeling extra belast terwijl gezonde risicoLs juist worden beloond.Het aan de Zvw ten grondslag liggende idee van eigen verantwoordelijkheid, ingevoerd met behulp van marktprikkels, lijkt te getuigen van een LnieuwL gelijkheidsdenken in de gezondheidszorg. Wat betekent dit voor de toegang tot gezondheidszorgvoorzieningen voor arme patiënten met een lagere gezondheidstoestand? Welke gevolgen heeft dit voor de onderlinge solidariteit? Is marktwerking wel verenigbaar met de medische ethiek en het publieke belang van de toegang tot gezondheidszorg? En ten slotte, welke invloed heeft het internationale recht, het mensenrechtenrecht en het Europees Gemeenschapsrecht in het bijzonder, op de huidige ontwikkelingen in zorgverzekeringsland? Deze vragen worden besproken in de bundel LGelijkheid en recht op zorgL. De bundel is een initiatief van de Wetenschappelijke kring voor recht, ethiek en gezondheidszorg (de Kring).
Alom wordt de behoefte gevoeld de gezondheidszorg anders te gaan organiseren. De groei van het aantal ouderen met chronische aandoeningen en dus van het aantal complexe zorgvragen zal leiden tot verhoogd gebruik van gezondheidsvoorzieningen en dus tot meer kosten in de zorg. De overheid, de zorgverzekeraars, de patiëntorganisaties, maar ook het artsenkorps zelf worden genoodzaakt stil te staan bij vragen over de doelmatigheid en de kwaliteit van de geleverde zorg en hoe dit in de toekomst allemaal nog te bemeesteren valt. Zorgvernieuwing is nodig in het licht van de houdbaarheid en betaalbaarheid van langdurige zorg voor chronisch zieken en ouderen. Dit nummer van bijblijven gaat over de zorg bij chronische aandoeningen en de wijze waarop huisartsen daarmee in de toekomst zullen moeten omgaan.
Dit boek is bestemd voor de hoofdfase van de opleiding. De leerstof uit de basisfase wordt geintegreerd toegepast op de te onderscheiden categorieen zorgvragers. Hiervoor worden eerst kenmerken van de categorie zorgvragers genoemd, aslmede specifieke aspecten van de zorgvraag. Vervolgens wordt –exemplarisch– ingegaan op het verplegen van zorgvragers met bepaalde afwijkingen. Dit gebeurt aan de hand van een uitgebreid verpleegplan. Behandeld wordt onder andere: de zorgvrager met reuma, de zorgvrager met diabetes mellitus, de revaliderende zorgvrager, de dementerende zorgvrager en de zorgvrager met een neurologische aandoening. Bij de casuistieken wordt aandacht besteed aan de verschillende werkvelden en aan transmuralisering
Hij is een bedrieger genoemd. Een schurk. Een leugenaar. Nota bene door Oprah Winfrey.Hij is omschreven als briljant. Revolutionair. Een genie.Hij is juridisch vervolgd door lezers. Gedumpt door uitgevers en filmmaatschappijen. Veroordeeld door de media.Hij is ook een bestsellerschrijver. Een internationaal literair fenomeen, vertaald in 38 talen, gelezen door miljoenen lezers over de hele wereld.Nu heeft James Frey zijn grootste boek geschreven, zijn meest baanbrekende, zijn meest controversiële.Ze zeggen dat de Messias in leven is.Hij woont in New York.Hij slaapt met mannen.Hij bezwangert vrouwen.Hij geneest zieken en helpt stervenden.Hij is een gevaar voor de samenleving.Of een redder van de mensheid.Als je hem zou ontmoeten.En hij je leven zou veranderen.Zou je in hem geloven?Word meegesleurd, word boos, word betoverd door dit buitengewone meesterwerk. Op een unieke manier worden gelovigen en niet-gelovigen verenigd in hun angst voor dit boek.
Waarom zou de ene burger meebetalen aan het pensioen, de uitkering of de verzorging van een ander? En verdient iedere burger collectieve steun, ook als deze een ongezonde leefstijl heeft of weigert om de handen uit de mouwen te steken? De Nederlandse verzorgingsstaat kent een omvangrijk vangnet voor sociale risico’s als ziekte, ouderdom, invaliditeit en werkloosheid. Er zijn in de loop der jaren verschillende regelingen ontstaan. Altijd met ‘herverdeling’ als uitgangspunt. Herverdeling tussen bijvoorbeeld gezonden en zieken, tussen ouderen en jongeren, tussen werkenden en werkzoekenden. Deze afgedwongen solidariteit is per definitie omstreden. Steeds vaker is er in de politiek en maatschappij discussie over de legitimiteit van de Nederlandse sociale zekerheid. Daar komt bij dat de samenleving sinds de opbouw van de verzorgingsstaat ingrijpend is veranderd. Ontzuiling, individualisme, vergrijzing, krimp – om enkele fundamentele veranderingen te noemen – vroegen en vragen om aanpassingen van sociaal beleid. Dat terwijl sociaal beleid zelf vaak juist niet dynamisch is.Dit boek maakt de balans op: hoe staat het de legitimiteit van sociaal beleid? De auteurs gaan gedetailleerd in op recente ontwikkelingen in de bijstand, de sociale werkvoorziening (Wsw) en de arbeidsmarkt voor buitenlandse arbeidskrachten (Wav). Ze laten zien dat sociaal beleid niet immuun is voor veranderingen in de opvattingen van burgers of veranderingen in de economie en de samenleving. Voortdurend worstelen beleidsmakers met de vraag of en hoe deze veranderingen vertaald kunnen en moeten worden in het beleid.'Sociaal beleid en legitimiteit. Achtergronden, ontwikkelingen en dilemma’s' biedt een scherp inzicht in de legitimiteit van sociaal beleid. Het illustreert hoe beleidsmakers en politici omgaan met verschillende uitgangspunten, belangen en perspectieven op sociaal beleid. Het boek biedt daarmee belangrijke lessen voor legitiem sociaal beleid in de toekomst.
Gehandicapten en chronisch zieken ervaren doorgaans meer problemen dan anderen bij het vinden en behouden van betaalde arbeid en bij het doorstromen naar andere functies. De ontplooiingskansen van mensen met een functiebeperking en hun deelname aan het maat-schappelijke leven worden hierdoor belemmerd. Dit wordt in toenemende mate als onrechtvaardig aangemerkt en ook anderszins onwenselijk. Net als anderen hebben mensen met een functiebeperking immers recht op gelijke behandeling en gelijke ontplooiingskansen. In het verlengde hiervan is het inzicht gegroeid dat de overheid niet langer kan volstaan met het nemen van voorwaardenscheppende en stimulerende maatregelen ter bevordering van de arbeidsparticipatie van mensen met een functiebeperking. In aanvulling dient de individuele rechtsbescherming van mensen met een functiebeperking te worden verbeterd. De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ), in werking getreden op 1 december 2003, beoogt deze bescherming te bieden, onder meer op het terrein van de arbeid.Dit boek analyseert de door de WGBH/CZ geboden rechtsbescherming aan de hand van de jurisprudentie en oordelen van de Commissie gelijke behandeling (CGB). Waar nodig wordt teruggegrepen op de wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie, alsmede op rechtspraak met betrekking tot aanpalende terreinen.Dit boek kent een thematische opzet, met aandacht voor de wettelijke terminologie, de normstelling, de bewijslastverdeling tussen partijen en enkele formele aspecten van de WGBH/CZ. Het beoogt aldus duidelijkheid te verschaffen over de uitleg en toepassing van deze wet in de rechtspraktijk. toegespitst op de toegang tot de arbeid en de beëindiging van de arbeidsverhouding. Aan bod komen tevens de (rechts)vragen die zich in de periode tussen het begin en het einde van de arbeidsverhouding kunnen aandienen. Daarmee bevat dit boek informatie die relevant is voor allen die in het kader van de arbeid met de WGBH/CZ te maken kunnen krijgen, in het bijzonder werkgevers, werknemer
Is het terecht dat sommige baby's die met een handicap ter wereld komen niet worden behandeld en sterven? Mag onze familie voor ons beslissen als we dat zelf niet kunnen? En hebben zieken en gehandicapten dezelfde rechten als gezonde mensen?Bij wilsonbekwame mensen die ondraaglijk lijden wordt in Nederland soms overgegaan tot ongevraagde levensbeÙindiging; soms ook wordt bij deze patiÙnten afgezien van een levensreddende behandeling. Over de vraag of dit aanvaardbaar is debatteren artsen, ethici en juristen, maar het brede publiek houdt zich met dit onderwerp nauwelijks bezig.Gerbert van Loenen geeft een vlijmscherpe analyse van hoe er geoordeeld wordt over het leven van zieken en gehandicapten. De rechtspraak laat de uiteindelijke beslissing hieromtrent over aan artsen; deze blijken het begrip 'uitzichtloos en ondraaglijk lijden' verschillend op te vatten, met verstrekkende gevolgen.Van Loenen zet met Hij had beter dood kunnen zijn een belangrijke nieuwe stap in het debat over de waarde van leven en de vraag wie daarover mag beslissen.
“Als mijn buurman zich zo nodig moet vol eten, is dat zijn keuze, maar ik zie niet in waarom ik moet meebetalen als hij straks met een hartaanval in het ziekenhuis wordt opgenomen!” Het aantal (chronisch) zieken in de Westerse wereld groeit en het einde van die groei is voorlopig nog niet in zicht. De solidariteit daalt en in discussies over de toekomst van de zorg staat het begrip ‘kosten’ meer dan ooit centraal. Deze stijgen, met name door leefstijl en technologische ontwikkelingen, (te) snel en zullen naar verwachting op termijn onbeheersbaar worden. Daar komt bij dat door het te verwachten personeelstekort op termijn ook de daadwerkelijke uitvoering van de zorg gevaar loopt. In beleidsstukken staan begrippen als solidariteit, preventie en marktwerking centraal. Met name marktwerking blijkt niet het ‘toverwoord’ waarvoor het aanvankelijk werd gehouden. Dit boek biedt een nieuwe kijk op de organisatie van de gezondheidszorg, uitgaande van de driedeling ‘Onderzoekszorg’, ‘Gekende Zorg’ en ‘Chronische Zorg’. Een dergelijke driedeling is volgens de auteur noodzakelijk, willen we de zorg naar de toekomst toe bereikbaar, toegankelijk en betaalbaar houden. Daarnaast zullen het werkplezier onder de vele professionals en de tevredenheid onder haar afnemers er door toenemen. Operatie zorg is een boek voor zorgprofessionals, beleidsmakers, bestuurders en studenten die zich in een opleiding aan het oriënteren zijn op een carrière in de zorg. Over de auteur Jeroen Cornelissen, van huis uit maatschappelijk werker, is na een opleiding technische bedrijfskunde te hebben gevolgd sinds 2001 als zelfstandig ondernemer werkzaam in de gezondheidszorg. Als eigenaar van IC25 beweegt hij zich daar in de opdrachtensfeer op het snijvlak van zorg, logistiek en techniek. De focus ligt daarbij nadrukkelijk op slimmer organiseren.
Ziek zijn is tegenwoordig een hele opgave. Overal moet het patiëntenperspectief vertegenwoordigd zijn. Margo Trappenburg bespreekt de negatieve gevolgen van de hyperdemocratisering in de zorg.Nog niet zo lang geleden betekende ziek zijn dat je was vrijgesteld van maatschappelijke verplichtingen. Zieken mochten verzuimen van hun werk en zieken hoefden niet mee te doen aan sociale evenementen die zij niet aankonden. Ziek zijn was misschien niet leuk, maar je rustte er wel lekker van uit. Tegenwoordig ligt dat heel anders. Van zieken wordt verwacht dat zij zoveel mogelijk blijven werken en hun normale taken blijven doen. Teveel rust heet therapeutisch onverantwoord. Naast de normale verplichtingen van gezonde burgers krijgen zieken er zelfs een groot aantal taken bij. Zij moeten actief participeren in hun eigen behandeling, ze moeten zichzelf leren prikken, stoma-zakjes verwisselen, oefeningen doen, uitzoeken waar de beste arts zit voor hun specifieke kwaal, en uitzoeken bij welke verzekeraar zij zich het best kunnen inschrijven als klant. Daarnaast moeten ze idealiter meepraten in de cliëntenraad van het ziekenhuis of de instelling waar zij worden behandeld, meedenken met de medici die richtlijnen opstellen over hun ziekte, meepraten met onderzoekers die van hen willen horen waarnaar zij onderzoek zouden willen doen, meedenken met de overheid over zorgvoorzieningen en het basisverzekeringspakket en meedoen aan talloze cursussen, symposia, en themamiddagen over vraagsturing, empowerment en het patiëntenperspectief. Margo Trappenburg bespreekt in Genoeg is genoeg de positieve, maar vooral ook de negatieve gevolgen van deze hyperdemocratisering in de zorg.
Tiffanie Verweerd (leerling af en bijna zestien) is nu de heks van het Krijt. Ze haalt baby s, verbindt wonden, knipt de nagels van eenzame oude vrouwtjes, verzorgt zieken en verlicht de pijn van stervenden. Zwaar werk en er komt geen getover aan te pas.De jonge heks zit er niet mee. Wat haar dwarszit is de aanstaande bruiloft van jonker Roeland met een dom gansje. En vooral het feit dat de mensen haar plotseling gaan wantrouwen. Daar zit de Listenman achter, een oude, boosaardige geest. Die Listenman moet ze in haar eentje verslaan, maar de hulp van de onverschrokken Fiegels maakt dat er niet makkelijker op.En wanneer trekt ze nu eindelijk eens een jurk aan met een fatsoenlijke heksenkleur...
De verpleegkundige werkt vaak in het ziekenhuis. Daar verzorgt ze de zieken of patiënten. Ze meet hun temperatuur en hun bloeddruk. Of ze brengt medicijnen en kijkt hoe het met hen gaat. Met de dokter bespreekt de verpleegster hoe elke patiënt het best verzorgd kan worden. Maar een verpleegster kan ook ander werk doen: helpen bij een operatie, voor oude mensen zorgen in een rusthuis of bij patiënten aan huis gaan.Een verhelderend informatief boek op kleutermaat over de verpleegkundige en hoe die zieke of oude mensen verzorgt en helpt. Dit boek kwam tot stand in samenwerking met het Regionaal Ziekenhuis Heilig Hart Tienen en NVKVV, de beroepsorganisatie voor verpleegkundigen.
Inspanningstests vormen een essentieel onderdeel van op maat gesneden trainingsprogramma's. Ze dragen bij aan een goede evaluatie van de trainingsresultaten en maken de training effectiever. Daardoor worden de therapietrouw van de patiënt en de motivatie van de sporter vergroot. Inspanningstests zijn niet meer voorbehouden aan topsporters; ook bij patiënten met een chronische aandoening bewijzen zij goede diensten. Inspanningstests is een praktisch boek. Na de theorie van de fysiologie achter de tests wordt het instrumentarium dat de fysieke prestaties meet, behandeld. Daarna bespreekt de auteur verschillende typen inspanningstests: anaërobe tests voor prestaties van korte duur en hoge intensiteit; maximale aërobe tests die zich richten op de gouden standaard van fitheid; submaximale tests en duurinspanningstests. Belangrijk is de interpretatie van de resultaten. Want wanneer is iemand vooruitgegaan? Wat zijn afwijkende uitkomsten en wat zouden die kunnen betekenen? Ook wordt ingegaan op de toepassing van inspanningstests bij specifieke populaties zoals kinderen en chronisch zieken. Tot slot voorziet Inspanningstests in een handige vragenlijst (PAR-Q), register en een uitvoerige literatuurlijst. Kortom, een boek om meteen mee aan de slag te gaan. Auteur Tim Takken is als klinisch inspanningsfysioloog verbonden aan de afdeling Kinderfysiotherapie en Pediatrische Inspanningsfysiologie van het Wilhelmina Kinderziekenhuis van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Hij publiceerde in diverse nationale en internationale vaktijdschriften en promoveerde in 2003 aan de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Utrecht met het proefschrift Studies on physical performance and functional ability in juvenile idiopathic arthritis. In 2006 verscheen het boek Wielrennen en wetenschap van zijn hand. Bestemd voor: Inspanningstests is bedoeld voor zowel studenten fysiotherapie en bewegingswetenschappen als medici, paramedici en bewegingswetenschappers die al werkzaam