Na 11 september 2001 waren commentatoren het over één ding eens: de aanslagen zouden een einde maken aan het postmodernisme en alles wat daarmee werd geassocieerd. Thomas Vaessens laat zien dat in de literatuur al langer aan het postmodernisme werd getwijfeld. Eind jaren tachtig vroegen schrijvers zich al af of ze niet te ver waren doorgeschoten in hun neiging tot ‘deconstructie’. Hadden ze het niet onmogelijk gemaakt ergens in te geloven – in het nut van literair engagement bijvoorbeeld? Derevanche van de roman gaat over de zoektocht naar nieuw engagement van schrijvers als Frans Kellendonk, Arnon Grunberg, Joost Zwagerman en Charlotte Mutsaers.Thomas Vaessens is hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceerde vele boeken en artikelen over Nederlandse literatuur. Het verschijnen van De revanche van de roman in 2009 deed in Nederland en Vlaanderen veel stof opwaaien. Inmiddels is het boek toe aan zijn derde druk.
Ontwikkelingspsychologie II biedt een actueel overzicht van de stand van zaken van de ontwikkelingspsychologie vanaf de jongvolwassenheid tot aan het einde van het leven. De fysieke, cognitieve, sociale en persoonlijkheidsontwikkeling in deze fasen komen uitgebreid aan de orde. Feldman benadert deze aspecten in chronologische volgorde. Het boek combineert en integreert theorie, onderzoek en praktijk op een aantrekkelijke manier. Deze nieuwe editie belicht actuele ontwikkelingen in het vakgebied wereldwijd en toegespitst op Nederland en Vlaanderen. De traditionele kerngebieden en historische ontwikkelingen worden besproken. Daarbij wordt steeds een link gelegd naar nieuwe ontwikkelingsgebieden, onderzoeksbevindingen en trends. Het boek onderstreept bovendien dat maatschappelijke en culturele factoren van grote invloed zijn. De auteur leidt de student door het boek aan de hand van aansprekende voorbeelden en oefeningen. Op de begeleidende website staan bovendien per hoofdstuk multiplechoicevragen met feedback en verwijzingen naar de betreffende passages in het boek, en een casus met uitwerking. Ook videoopdrachten verduidelijken de theorie. Ontwikkelingspsychologie II sluit naadloos aan op Ontwikkelingspsychologie I.
Willem Elsschot (1882-1960) werd bekend als schrijver maar was vóór alles de reclameman Alfons De Ridder. Zijn zakelijke correspondentie overtreft in omvang vele malen zijn literaire brievenproductie. Romans als
In 1910 werd in Brussel de eerste Belgische scoutsgroep opgericht, 100 jaar later is de scoutsbeweging nog steeds erg populair met meer dan honderdduizend leden in België. We blikken, in samenwerking met Scouts en Gidsen Vlaanderen, terug op de rijke geschiedenis van de jeugdbeweging. 17 Bekende Vlamingen getuigen bovendien over wat zij hebben overgehouden van hun scoutsperiode: niks dan prettige herinneringen, zo blijkt...
Het is het voorjaar van 1348. Pestepidemieën rukken op richting Vlaanderen en er is al langer sprake van maatschappelijke onrust. In deze roerige setting legde een kopiist de laatste hand aan zijn boek. Hij had een hele prestatie geleverd: 618 bladzijden had hij volgeschreven met passages uit de Bijbel en andere geestelijke teksten in het Nederlands. Had hij ooit kunnen bevroeden dat zijn boek een van de schatkamers van de Middelnederlandse letterkunde zou worden? Het boek heeft de eeuwen goed doorstaan. Binnen de Bijzondere Collecties van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam behoort handschrift I G 41 tot de topstukken. Esther Jonker heeft dit intrigerende object, het Amsterdams Perikopenboek, onderworpen aan een integrale analyse. Zij bespreekt de letterkundige aspecten van een van de oudste prozahandschriften in het Nederlands, als ook de sociaal-culturele en religieuze achtergronden. Met een synthese van de uitkomsten van haar onderzoek werpt Jonker een nieuw licht op de context van de vroegste Nederlandse Bijbelteksten.
Helpen bij partnerrelatieproblemen beschrijft de relatietherapie in detail, vanaf het eerste contact tot en met de afsluiting van de behandeling. Enkele speciale thema's komen aan bod, zoals relationele gevoelens, seksuele problemen, bewuste aanvaarding en verwerking van ontrouw. De auteur geeft ruime aandacht aan twee oorspronkelijke onderhandelingsmethoden en aan de communicatietraining in de partnerrelatietherapie. Hij kiest voor een pragmatische communicatieve psychotherapie. Deze therapie integreert inzichten uit de communicatietherapie, het systeemdenken, de cognitieve therapie, de gedragstherapie en de gevoelsgerichte relatietherapie.Deze derde, herziene druk is voortgekomen uit meer dan dertig jaar werken met paren met problemen en uit de ervaring met opleidingen voor hulpverleners voor relationele en seksuele problemen in Nederland en Vlaanderen. Het boek is grondig bewerkt en aangevuld en houdt rekening met de nieuwe trends die zich recent in de relatietherapie aftekenen, zoals meer aandacht voor: bewuste aanvaarding, naast alle technieken voor verandering; 'verzachtende vaardigheden': manieren van ontspanning en relaxatie; wat elke partner zelf aan de relatieproblemen kan doen; het positieve, en de reeds bestaande oplossingen; de verworvenheden van onderzoek, zowel op het vlak van de samenleefrelatie als op het vlak van de relatietherapie.
"Is het hoger onderwijs nog wel bij de tijd? De studenten zijn veranderd. De arbeidsmarkt is sterk in beweging. De moderne kennissamenleving vraagt om meer en breed opgeleiden. De concurrentie tussen (Europese en commerciële) instellingen van hoger onderwijs wordt steeds heftiger. Ruim dertig Nederlandse en Vlaamse experts geven hun visie op flexibilisering en vraagsturing, competentiegericht opleiden en toetsen, rendementen, moderne leerpsychologie, ervaringen met ICT, kwaliteitszorg en accreditatie, bestuur en management in een kennisintensieve samenleving. Het boek richt zich op docenten, opleidingsdirecteuren, bestuurders, beleidsmedewerkers en studenten in Nederland en Vlaanderen.De redactie bestaat uit prof. dr. Hans van Hout, prof. dr. Geert ten Dam, dr. Marcel Mirande, dr. Cees Terlouw en dr. Jos Willems. Eerder gaf deze redactie Onderwijskunde Hoger Onderwijs: Handboek voor docenten (2000) uit."
Het Nederlands vroeger en nu is een handboek voor extramurale studenten en docenten over het ontstaan en de evolutie van het Nederlands, van zijn vroegste voorlopers tot en met zijn tegenwoordige vormen. Centraal staat de externe geschiedenis: de lotgevallen van de verschillende variëteiten van de Nederlandse taal, zoals de dialecten, de standaardtaal en de groepstalen, in hun brede politieke, maatschappelijke en culturele context. Van de interne geschiedenis, de ontwikkeling van de klanken en de grammatica, worden de hoofdlijnen beschreven. Een belangrijk deel van het boek gaat over de talrijke hedendaagse variëteiten van het Nederlands en de veranderingen die ze doormaken. Ook wordt ingegaan op het Nederlands buiten Nederland en Vlaanderen. Het slothoofdstuk is gewijd aan de huidige staat, de positie en de toekomst van de Nederlandse taal.
Historische demografie gaat over de kenmerken, de verschillen en de evolutie van vruchtbaarheid, sterfte en migratie. Die thema's, en alles wat daarmee samenhangt inzake gezinsvorming en -ontbinding, omspannen de hele materiÙle Ún morele ruimte van het dagelijks leven. Dat verklaart waarom het in dit boek aangeboden prisma zo breed is: prostitutie en huwelijken van dienstmeiden, afwezige vaders en verwanten, zuigelingensterfte en huwelijkstiming, gezinskenmerken en moederschap. Leven in de Lage Landen brengt verrassende nieuwe feiten aan, maar ook uitdagende vragen en stimulerende discussies. Sinds 2008 organiseert de Wetenschappelijke Onderzoeksgemeenschap Historische Demografie (fwo-Vlaanderen) jaarlijks een Dag van de Historische Demografie. De bijdragen van die dag bieden een inkijk in de historisch-demografische keuken van de Lage Landen. Een selectie daarvan is in deze bundel opgenomen; zij legt een getuigenis af van de dynamiek van het Vlaamse en Nederlandse historisch-demografische onderzoek.
Met behulp van dit Oplossingenboek bij het boek A-2 Turks - Türkçe: stap voor stap. Leerboek met oefeningen kunnen zowel de cursisten die klassikaal de Turkse taal leren als de personen die aan zelfstudie doen, hun ingevulde oefeningen op juistheid controleren.Dit boek is ideaal voor een efficiënte maar eenvoudige en gebruiksvriendelijke controle. Tevens bevat het ook de teksten en de dialogen van de luisteroefeningen op de CD bij het A-2 Leerboek. Met deze educatieve methode kan de cursist effectief “zien” wat hij of zij “hoort”. Zo voldoet de combinatie van deze twee boeken, het A-2 Leerboek en dit nieuwe A-2 Oplossingenboek, helemaal aan de noden van elke cursist die de Turkse taal wenst te bestuderen.SEMAHAT RESMI kwam, na jaren succesvol Turks te hebben gedoceerd in Turkije, in 1995 via het OETC- project naar België om aan Turkse studenten Turkse taal- en letterkunde, geschiedenis en aardrijkskunde te onderwijzen. Sinds 1998 doceert zij in Vlaanderen de Turkse taal aan Nederlandstalige cursisten in het volwassenenonderwijs. Bij Acco verscheen eerder haar handboek Turks-Türkçe: stap voor stap. Leerboek met oefeningen (2008), met Oplossingenboek (2009), en het handboek A-2 Turks – Türkçe: stap voor stap. Leerboek met oefeningen (2010).
Hoe staat het met de participatie aan kunst en cultuur, het verenigingsleven en sport? Wie participeert en wie niet? Waarom participeren bepaalde groepen meer of minder dan andere? Wat zijn de belangrijkste drempels voor verhoogde participatie? Hoe staat het met de participatie aan lokale voorzieningen? Welke rol spelen nieuwe communicatiemiddelen? Welke economische aspecten zijn verbonden aan participatie? Hoe is de participatie in de voorbije vijf jaren geëvolueerd? Het beantwoorden van deze vragen is de centrale doelstelling van de Participatiesurvey 2009 die het Steunpunt Cultuur, Jeugd en Sport in opdracht van het Departement cultuur, Jeugd, Sport en Media uitvoerde. Dit boek bevat de basisgegevens van de Participatie-survey 2009. Het geeft inzicht in de vragenlijst, die uitgebreid wordt gemotiveerd en toegelicht, en het proces van kwaliteitsbewaking bij de dataverzameling om gegevens te verkrijgen van de hoogst mogelijke kwaliteit. Daarnaast bevat het de kerncijfers die een gedetailleerd beeld geven van hoe het staat met de participatie aan kunst en cultuur, het verenigingsleven en sport in Vlaanderen anno 2009. Het boek richt zich tot beleidsmakers, onderzoekers, actoren in het brede veld van cultuur, sociaal-cultureel werk en sport, en andere geïnteresseerden in betrouwbaar cijfermateriaal over participatie en in de methodiek voor een gedegen beleidsrelevante meting van participatie volgens de standaarden van wetenschappelijke kwaliteit en methodologische rigiditeit.
In 1830 werd met de stichting van België wellicht de eerste moderne natiestaat op het Europese vasteland gevestigd. Die natiestaat was bijzonder stabiel; de grondwet bleef, op twee uitbreidingen van het stemrecht na, 140 jaar ongewijzigd. Met de gedrevenheid waarmee de revolutie tot stand was gekomen, ontstond een stroming die de nationale kunst en literatuur wilde stimuleren, de geschiedenis bestuderen, de volkstaal beoefenen en de vaderlandse tradities in ere houden. De beginnende Vlaamse beweging was een onderdeel van dat Belgische patriottisme. Sinds de eerste helft van de 20ste eeuw wordt de herinnering aan dat gezamelijke Belgische verleden stevig ontwricht door de flamingantische ideologie die een Vlaamse tegenhegemonie tegenover de Belgische natie en haar verleden heeft geschapen. Het verleden van België wordt zeker in Vlaanderen niet meer gekoesterd. België is vandaag uit vele Vlaamse, maar ook uit steeds meer Waalse geesten verdwenen. Vlaanderen is vandaag méér dan België een natie, Wallonië volgt met rasse schreden. Dit boek is een bundeling van artikels die Lode Wils in de jongste jaren heeft geschreven, maar die de neerslag bevatten van meer dan een halve eeuw historisch onderzoek. Het was tegelijk de periode waarin de Vlaamse natie geleidelijk aan de Belgische verdrong.Over de auteur:Lode Wils is emeritus hoogleraar nieuwste geschiedenis aan de K.U.Leuven. Hij is onder meer auteur van het driedelige Honderd jaar Vlaamse beweging, Van Clovis tot Di Rupo, De lange weg van de naties in de Lage Landen en de meerdelige biografie van Frans Van Cauwelaert.
Tegenstanders van een overdracht van (delen van) onze sociale zekerheid aan de deelstaten komen steeds vaker aandragen met de opwerping als zou Europa zich hiertegen verzetten. Recente arresten van het Europese Hof van Justitie worden daarbij ingeroepen. In dit werk gaat de auteur voor het eerst systematisch na in welke mate het Europese recht eisen stelt aan een defederalisering van de Belgische sociale zekerheid. Zo wordt onder meer uitvoerig ingegaan op het werklandbeginsel dat door de EU gehanteerd zou worden. Ook wordt gekeken naar de bevoegdheidsverdeling inzake sociale zekerheid in andere federale EU-landen. Dit boek is het eerste boek in de reeks Vives Monografieën. Vives werd in oktober 2008 opgericht als een onderzoeksinstituut aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de K.U.Leuven. Met de Vives Monografieën wil Vives bijdragen tot het debat over de ontwikkeling van regio's in het algemeen, en van Vlaanderen in het bijzonder. De monografieën worden geschreven door experten uit verschillende vakgebieden en getuigen van het multidisciplinaire karakter van de onderwerpen die aan bod komen binnen het onderzoekskader van Vives. Ze behandelen zowel economische, sociale, politieke en juridische thema's.
Hoe ‘beperkt’ is het realisme van Mensje van Keulen? Hoeveel van de schrijver zelfzit er in de schrijvende hoofdpersonen van Remco Campert? Is de novelle het ideale genre voor Manon Uphoft? Deze en andere vragen worden opgeworpen in dit eerste deel van de reeks boek-delen essays. In kritische bijdragen waaruit grote betrokkenheid spreekt met hun onderwerp belichten kenners van de Neder-landstalige literatuur het werk van achtereenvolgens Remco Campert, Mensje van keulen, Tomas Lieske, Doeschka Meijsing, Manon Uphoff en Joost Zwagerman. De auteurs van deze bijdragen gaan het werk van ‘hun’ auteur enthousiast te lijf, roepen vragen op en komen tot een persoonlijk getinte visie. Een visie die op haar beurt weer ter discussie mag staan in leesclubs en collegezalen.boek-delen essays is bedoeld voor leden en begeleiders van leesclubs,studenten en docenten Nederlands en ieder ander met levendige belangstelling voor Neder-landstalige literatuur. De reeks boek-delen essays is een initiatief van boek-delen, het tijdschrift voor lezers en leeskringen in Nederland en Vlaanderen.
Talentdetectie in de sport is zeer actueel. Jonge, talentvolle kinderen ontdekken behoort tot de basisopdrachten van de diverse sportfederaties. Helaas ontbreken vaak gestandaardiseerde tools om op een objectieve en handige, goedkope en snelle manier vrij accuraat sportieve talentjes op te sporen. Enkel de algemene en weinig sportspecifieke Eurofit-testbatterij biedt enig soelaas.Dit boek is het resultaat van 16 jaren veldwerk bij het opsporen van tennistalentjes. Door de jarenlange verzameling van vele duizenden sportdiscipline-overschrijdende testgegevens bij meer dan 3.000 kinderen in Vlaanderen en de statistische verwerking ervan, kunnen de auteurs een werk voorleggen dat vooral in de sportclubs en federaties zijn weg zal vinden.Na een kort inleidend gedeelte waarin het begrip sportief talent nader omschreven wordt, bestaat het boek uit een zeer uitgebreide testbatterij met antropometrische, fysieke en motorische tests. Bij elke test vindt men het protocol, begeleidende foto’s en groeicurven voor jongens en meisjes tussen 5 en 18 jaar. Een bijgevoegde cd-rom stelt de gebruiker in staat om de vele gegevens uit het boek te benutten en te personaliseren in handige leeftijdspecifieke profielkaarten die in een oogwenk een talentbeeld geven van het geteste kind.Sportief talent ontdekken is bestemd voor club- en federatietrainers, voor leerkrachten LO en andere belangstellenden die op een snelle, eenvoudige en overzichtelijke manier een inzicht willen verwerven in de algemene sportieve aanleg van kinderen.
Feiten en cijfers over bevolking spreken tot de verbeelding. Wist je dat mannen een lagere huwelijkskans hebben dan vrouwen, dat migrantenkinderen een hogere sterftekans hebben dan autochtone kinderen, dat Belgen vandaag dubbel zo lang leven als honderd jaar geleden, en dat er elke minuut op wereldniveau een zwangere moeder sterft? Tijdens het lezen van de vorige zin zijn er overigens dertig wereldbewoners bijgekomen, wat betekent dat er om de vier dagen een stad ter grootte van Brussel bijkomt.Verder kan men zich afvragen welke op dit moment de belangrijkste bevolkingskwesties op wereldschaal zijn. Is dat agressieve armoede, expanderende veroudering, explosieve verstedelijking, ongecontroleerde internationale migratie, te lage vruchtbaarheid of te hoge vruchtbaarheid? Moet de wereldbevolking verminderen, stabiel blijven of toenemen? Wat is vandaag in Vlaanderen het belangrijkste bevolkingsprobleem? Zal dat over twintig jaar ook nog zo zijn? Kan, mag of moet het lage Vlaamse geboortecijfer worden gecompenseerd door meer immigratie? Waarom (niet)? Wie mag komen en uit welk land? En wie wil er eigenlijk (nog) naar Vlaanderen komen?Iedereen heeft zo zijn ideeën over bevolkingskwesties. Eens de discussie start, blijkt echter al gauw hoe complex en dubbelzinnig dat allemaal is. Overtuigde antwoorden worden onzekere vragen. Er is dan ook nood aan informatie en duiding van het demografi sche basisinstrumentarium. Dit boekje biedt daarvoor de elementaire stapstenen.Over de auteur:KOEN MATTHIJS is gewoon hoogleraar aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek van de Faculteit Sociale Wetenschappen van de K.U.Leuven. Zijn onderzoek en onderwijs situeren zich op de domeinen historische demografi e en hedendaagse gezins- en bevolkingssociologie.
De databank van het huisartsenregistratienetwerk Intego bevat gegevens over vijftien jaar registratie. In deze derde versie van Ziekten in de huisartspraktijk in Vlaanderen wordt duidelijk hoe een diagnose, door de huisarts genoteerd in een elektronisch medisch dossier, leidt tot uitspraken over het voorkomen van ziekten in de Vlaamse bevolking. Vragen als ‘Hoe vaak lijden kleine kinderen aan astma’ tot ‘Worden antidepressiva meer voorgeschreven bij vrouwen?’ tot zeer complexe vraagstellingen kunnen met deze data beantwoord worden. Tot op heden is Intego de enige databank die in staat is om dergelijke vragen in de eerste lijn te beantwoorden. Zo bevat Intego onder andere meer dan 2,3 miljoen diagnosen, meer dan 18 miljoen laboratoriumresultaten en bijna 9 miljoen medicatievoorschriften bij meer dan 215.000 verschillende patiënten, geregistreerd door huisartsen die voldoen aan vooropgestelde criteria. Door de vele vragen die aan het netwerk gesteld worden, is het duidelijk dat een dergelijke databank voorziet in een behoefte aan epidemiologische informatie uit de eerste lijn.Over de auteurs:Stefaan Bartholomeeusen is huisarts in Herselt en wetenschappelijk onderzoeker aan het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde van de K.U. Leuven. Binnen het Intego-project is hij coördinator en databeheerder.Carla Truyers is klinisch neuropsychologe en biostatisticus. Zij is als wetenschappelijk onderzoekster verbonden aan het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde van de K.U. Leuven en aan het Integoproject.Frank Buntinx is huisarts in Maasmechelen en hoogleraar aan de afdelingen Huisartsgeneeskunde van de K.U. Leuven en de U. Maastricht. Hij is researchcoördinator binnen het Leuvens Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde en projectleider van Intego.
De tweedelige uitgave Handboek psychopathologie vormt in Nederland en Vlaanderen hét standaardwerk voor de opleidingen en trainingen op het gebied van de psychopathologie en de psychiatrie. Deel 1 (Basisbegrippen) is een systematische beschrijving van psychiatrische stoornissen. Deel 2 (Klinische praktijk) bouwt daarop voort met een grondig overzicht van de concrete werkwijzen bij de diagnostiek, indicatiestelling en behandeling van psychiatrische stoornissen. Dit nieuwe deel 2 is een gereviseerde en geactualiseerde samenvoeging van de vroegere delen 2 en 3, die respectievelijk de ontwikkelingen en de praktijk in de geestelijke gezondheidszorg behandelden.Het eerste onderdeel van deel 2 ("A Diagnostiek en behandeling") geeft een overzicht van diagnostische procedures en behandelmogelijkheden. Het tweede onderdeel ("B Specifieke toepassingen") laat zien hoe men in de dagelijkse praktijk bij de desbetreffende problematiek te werk gaat. Dit onderdeel sluit nauw aan bij deel 1 Basisbegrippen. Het gaat er bij onderdeel B vooral om de denk– en werkwijze bij diagnostiek, indicatiestelling en behandeling concreet te demonstreren. Aan de hand van voorbeelden laten de auteurs zien hoe zij in de dagelijkse praktijk bij de besproken problematiek handelen.Het tweedelige Handboek psychopathologie biedt een actueel en evenwichtig overzicht van theorie, onderzoek en praktijk op het gebied van de psychopathologie en de psychiatrie.
"Wereldwijd verdiepen lezers en onderzoekers zich in de dagboeken en brieven die Etty Hillesum (1914-1943) ons heeft nagelaten. De manier waarop wij haar lezen, wordt sterk bepaald door onze eigen context. De grote opgave van het onderzoek naar Etty Hillesum is daarom de eigen context van de lezers en de context van Etty Hillesum zelf met elkaar in evenwicht te brengen. In deze bundel brengen zeven onderzoekers uit Nederland, Vlaanderen, Japan en Italië de context van Etty Hillesum en haar lezers in beeld. Hoe wordt zij in Japan gelezen? Wat heeft de vriendschap met Tideman voor haar betekend? Waarom wilde zij niet onderduiken? Heeft zij Edith Stein in het kamp Westerbork echt ontmoet? In welk opzicht heeft het lezen van Jung en Suarèz haar denken en leven beïnvloed? Welke nieuwe inzichten geeft de these van Eric Voegelin over de ‘Flow of Presence’ bij het lezen van Etty Hillesums werk? Al deze vragen komen in deze bundel aan de orde. Een aanrader voor iedere lezer die door de nagelaten geschriften van Etty Hillesum geboeid is geraakt en haar werk beter wil verstaan. Dit nieuwe deel in de serie Etty Hillesum Studies stond onder redactie van Ria van den Brandt, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, en Klaas A.D. Smelik, directeur van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum van de Universiteit Gent."
Vlamingen vertellen niet snel voor wie ze stemmen bij de verkiezingen en hoeveel loon ze elke maand ontvangen. Nochtans zijn ontzettende veel Vlamingen nieuwsgierig naar dat laatste.Dit boek biedt een overzicht van wie wat verdient in Vlaanderen. Van de poetsvrouw tot de directeur, van de kleurterjuf tot de loodgieter, van de treinbestuurder tot de handelsvertegenwoordiger. Veel cijfers, maar ook veel andere info over lonen, extralegale voordelen, barema’s, anciënniteit, statuten... en vooral: de initiatieven die je kan nemen om je eigen loon te doen stijgen.
Globalisering wordt meestal gelinkt aan economie, klimaat, armoedebestrijding en dergelijke. Of en in welke mate de globalisering het onderwijs raakt, is veel minder duidelijk en de literatuur daarover is dan ook zeer divers. Men ziet wel allerlei tendensen, maar het overzicht is daarbij vaak zoek. In dit boek wordt getracht de globaliserende tendensen voor het onderwijs op een meer systematische wijze in kaart te brengen. Dat gebeurt door ze te ordenen in vier lagen van globalisering. De eerste laag richt zich op de wereld als beïnvloedende factor. Dit is de globaliseringsimpact op het onderwijs in de strikte betekenis van globalisering van het onderwijs. De tweede laag bekijkt de invloeden op het niveau van wat vaak beschavingen worden genoemd, zoals, de westerse, de Arabisch-islamitische, de Chinese, de Indiase. De derde laag is de transnationale, waarbij in dit boek uitvoerig ingegaan wordt op de impact van de Europese Unie op het onderwijs van de afzonderlijke staten. Op de vierde plaats komt de dichtst bij zijnde laag, de natiestaat aan bod. Het gaat er dan om hoe een natiestaat reageert op de internationaliserende invloeden van de geschetste lagen.Naast een beschrijving van deze vier lagen komen nog drie thematische hoofdstukken aan bod in verband met globalisering en internationalisering. Vorming tot wereldburgerschap, ook wel mondiale vorming geheten, is er een van. Verder wordt ook ingegaan op het opvangen en onderwijzen van allochtonen in een onderwijssysteem, vooral toegespitst op de casus Vlaanderen. Ten slotte wordt ook aandacht besteed aan de ontwikkelingssamenwerking op het gebied van onderwijs. Ook hier gelden België en Vlaanderen als illustratie.
"De wetenschappelijke kennis over vaccins en vaccineren – de vaccinologie – evolueert in een hoog tempo, de epidemiologie van infectieziekten verandert constant en nieuwe vaccins verschijnen op de markt. Elkaar snel opvolgende wijzigingen in de vaccinatieprogramma’s van Nederland en Vlaanderen zijn daarvan het gevolg. Voor artsen en verpleegkundigen die dagelijks vaccineren is het soms al moeilijk die ontwikkelingen te blijven volgen en te vertalen naar de dagelijkse praktijk, laat staan voor professionals waarvoor vaccineren geen dagelijks werk is.Het Handboek Vaccinaties voorziet in de informatiebehoefte van alle professionals die direct of zijdelings betrokken zijn bij vaccinaties, daarbij voortbouwend op de in het verleden opgedane kennis en ervaring met vier succesvolle drukken van Vaccinaties bij Kinderen. Het handboek is niet alleen praktijkgericht, het plaatst die praktijk ook in een begrijpelijk theoretisch kader en biedt zo de bouwstenen voor het met kennis van zaken uitvoeren van vaccinaties en het geven van wetenschappelijk onderbouwde voorlichting aan cliënten en patiënten in Nederland en Vlaanderen. Deel B is gewijd aan infectieziekten en vaccinaties. Hierin worden, in alfabetische volgorde, de infectieziekten behandeld waartegen bescherming door vaccinatie mogelijk is. Elk hoofdstuk is volgens een vast, herkenbaar stramien opgebouwd, waardoor de gewenste informatie gemakkelijk op te zoeken is. Waar nodig is de scheiding tussen specifiek Vlaamse en Nederlandse informatie in aparte paragrafen duidelijk aangebracht. De literatuurverwijzingen bieden een ingang voor verdere verdieping.In deel A, dat complementair is aan deel B, worden algemene onderwerpen uit de vaccinologie behandeld en komt de uitvoeringspraktijk uitgebreid aan bod.Rudy Burgmeijer is Hoofd Medische voorlichting en Productveiligheid van het Nederlands Vaccin Instituut te Bilthoven.Karel Hoppenbrouwers is hoogleraar Jeugdgezondheidszorg aan de
Het Jaarboek Ergotherapie 2009 wil een werkinstrument zijn voor de ergotherapeut in opleiding en op het werkveld. De verschillende disciplines komen hierbij aan bod: fysieke revalidatie, geestelijke gezondheidszorg, ontwikkelingsproblematiek en ouderenzorg. Het boek biedt een overzicht van recente evoluties, onderzoeksresultaten, praktijkontwikkelingen en overheidsbeleid inzake ergotherapie. Het geeft daarnaast ook inzicht in het beroepsleven van de ergotherapeut en de beroepsvereniging.Het Jaarboek Ergotherapie vervangt het vroegere tijdschrift voor ergotherapie Acta Ergotherapeutica Belgica. De redactieraad bestaat uit docenten uit de verschillende opleidingen. Het Jaarboek Ergotherapie is een initiatief van alle opleidingen ergotherapie in Vlaanderen in samenwerking met het Vlaams Ergotherapeutenverbond.
Het zijn de eerste jaren van het experiment in de poÙzie en de schilderkunst, Parijs is het centrum van de wereld. Een enerverende tijd van nieuwe stromingen, jonge, geestverwante kunstenaars, boeken en films. Hugo Claus en Simon Vinkenoog zijn twee gretige jongens die het grote Europa willen ontdekken. In hun openhartige briefwisseling komt het turbulente leven van relaties, reizen, ontmoetingen en contacten ter sprake. Het zijn cruciale jaren, het experiment beleeft een doorbraak met de publicatie van de spraakmakende bloemlezing Atonaal. In korte tijd zullen de Vijftigers zich een prominente plek in de Nederlandse canon weten te verwerven. Wanneer in 1955 Hugo Claus vanuit ItaliÙ terugkeert naar Vlaanderen, en Simon Vinkenoog in 1956 vanuit Parijs terugkeert naar Amsterdam, behoren ze tot het establishment van de Nederlandse literatuur, en is de geboorte van een nieuwe invloedrijke generatie schrijvers een feit. Laat nooit deze brief aan iemand lezen bestrijkt een belangwekkende periode uit het leven van twee jonge hemelbestormers, die zowel elkaars sparringpartner als bondgenoot zijn. Een bijzondere en historische correspondentie, bijeengebracht, ingeleid en van commentaar voorzien door Georges Wildemeersch.
Tusssen juni en september 2006 startten 12 projecten, onder de vleugels van het Europees Sociaal Fonds, met als doel de werkbaarheid te verhogen via ingrepen in de arbeidsorganisatie. Hun verhalen zijn gebundeld in dit boek, dat zowel een inspiratie- als leerboek wil zijn. De gebundelde ervaringen van de pilootprojecten zullen ondernemers, leidinggevenden en werknemers inspireren om samen werk te maken van sociale innovatie. Aan de projectpromotoren is tevens gevraagd de hindernissen, lessen, tips & tricks, do’s en don’ts neer te schrijven.Het boek bevat de innovatieprojecten van ArcelorMittal Gent, Bosch Tienen en EADS rond competentiemanagement. Deloitte en Tandtechnisch Labo Camerlynck initieerden en Philips Turnhout evalueerde zelfsturing. Ook BnS Engineering maakte de kanteling. Binnen de sociale economie sleutelden De Oesterbank, de Kringwinkel Midden West-Vlaanderen en de Beschutte werkplaats Klein-Brabant aan hun arbeidsdeling. Deceuninck ontwikkelde een gezondheidsbeleid en Roularta integreerde verschillende deelredacties tot één integrated newsroom.Dit boek is deel 2 uit de Synergie-‘trilogie’. Het eerste boek Anders organiseren & beter werken (Van Hootegem, van Amelsvoort, Van Beek & Huys, 2008) bevat de theorie en praktijk van sociale innovatie en verandermanagement. Het derde boek In het land van Flanders synergy (Van Hootegem, Huys, Van Beek & Beens, 2008) schetst de demografische en maatschappelijke context waarin het overheidsbeleid gestalte moet krijgen.
Mede door de voortschrijdende vergrijzing van de samenleving geniet de palliatieve zorg - zorg voor ongeneeslijk zieken en hun naasten - toenemende belangstelling. Voor een jong werkgebied als de palliatieve zorg is de ontwikkeling van goed wetenschappelijk onderzoek van groot belang.Alhoewel Nederland en Vlaanderen uitstekend wetenschappelijk onderzoek produceren, blijkt deze kennis haar weg naar de werkvloer slecht te vinden. Dit boek wil een brug slaan tussen onderzoek en praktijk op het gebied van palliatieve zorg, door wetenschappelijk onderzoek van goede kwaliteit toegankelijk te maken voor professionele zorgverleners en vrijwilligers in de palliatieve zorg.DrieÙntwintig Engelstalige, in wetenschappelijke vakbladen gepubliceerde artikelen zijn geselecteerd, vertaald in het Nederlands en in begrijpelijke taal opgeschreven in dit boek. Het is een zo breed mogelijke selectie van recente artikelen van Nederlandse en Vlaamse auteurs. De artikelen zijn onderverdeeld in vijf thema's:(1) problemen, (2) behandeling en zorg,(3) medische beslissingen rond het levenseinde,(4) beleid en plaats van zorg, en (5) zorg bij pasgeborenen en kinderen.Het boek is uniek in haar opzet en mag niet ontbreken in de boekenkast van iedereen die belangstelling heeft voor de beste zorg aan het levenseinde, zoals verpleegkundigen, huisartsen, vrijwilligers en andere zorgverleners.
De geschiedenis van de Tieltse Uitgeverij Lannoo die in 1909 door Joris Lannoo werd opgericht als drukkerij-uitgeverij. Een familiebedrijf dat tot vandaag onafhankelijk gebleven is en steeds op een doordachte manier is blijven innoveren.In die 100 jaar verschenen meer dan 10.000 titels: van de eerste uitgave, Liederen voor het Thieltsche studentengild, Vliegt de Blauwvoet Storm op zee, tot internationaal gelauwerde boeken als Vos en Haas van Sylvia Vanden Heede of Belgicum van Stephan Vanfleteren. Deze boeiende kroniek overstijgt het particuliere belang en is een interessante mentaliteits- en cultuurgeschiedenis voor iedereen die op zoek is naar een authentiek beeld van Vlaanderen in de twintigste eeuw.Met honderden afbeeldingen van de meest spraakmakende boeken en andere sleutelevenementen
Dit boek is een bundeling van het hedendaags gezondheidssociologisch onderzoek, hoofdzakelijk in Vlaanderen. De bonte verzameling van theoretische bijdragen - over sociale ongelijkheid en sociaal kapitaal, over medicalisatie en de verloskundige praktijk, over handicap en emancipatie - en empirische studies over, onder meer, formele en informele zorg, over jongvolwassenen met kanker, over ziekteen lijden, over handicap, over het welbevinden van senioren in rusthuizen en over de levenskwaliteit van aidspatiënten, toont de verrassend gevarieerde belangstelling van de sociologie voor de meestdiverse aspecten van gezondheid, haar maatschappelijke wortels en haar gevolgen voor individu ensamenleving.Over de auteur:Piet Bracke is als hoofddocent verbonden aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent. Hij doceert er algemene sociologische vakken, naast een gevorderd vak gezondheidssociologie. Daarnaast verricht hij, als lid vande onderzoeksgroep Hedera (Health & Demographic Research-Ghent University: www.hedera.ugent.be), onderzoekop het raakvlak van de gezondheidssociologie met de gezinssociologie. Gender of de verhoudingen tussen vrouwen en mannen zijn in zijn wetenschappelijk onderzoek nooit veraf. Mentale gezondheid en subjectief welbevinden staan doorgaans eveneens centraal. Vandaar ook zijn aandacht voor de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg en de maatschappelijke positie van personen met psychische problemen. In de nabije toekomst zal hij zich meer richten op internationaal vergelijkend onderzoek van gezondheidssociologische thema’s.
Obstetrische interventies is een uniek boek waarin de leerstof wordt behandeld door zowel tekst als 3D-tekeningen en animaties in kleur te gebruiken.Op heldere en indringende wijze wordt de anatomie van het geboortekanaal, de mechanismen van de normale baring en de obstetrische interventies op de verloskamer en operatiekamer weergegeven.Obstetrische interventies is bedoeld voor studenten geneeskunde, artsen (al dan niet in opleiding) die werken op verloskundeafdelingen, verloskundigen in opleiding, tropenartsen, verloskundigen en gynaecologen.Met de bijdragen van dertig auteurs uit Nederland en Vlaanderen wordt in dit boek inzicht gegeven in de keuzes die artsen vóór, tijdens en na bevallingen elke dag en nacht weer moeten nemen. De keuzes zijn zo veel mogelijk evidence-based.Via www.studeren2punt0.nl is met een scratchcode het boek ook online beschikbaar en kunnen de tientallen animaties bekeken worden.
We leven gelukkig steeds langer, maar dieevolutie heeft helaas ook een schaduwkant.Door de veroudering wordt het probleem van dementieimmers steeds erger. Nu al lijden bijna 200.000 Belgenaan dementie en dat aantal neemt steeds toe.Professor Rik Vandenberghe, hoofd van degeheugenkliniek van het UZ Gasthuisberg in Leuven,belicht dementie vanuit zijn expertise: wat is dementie,kan je het voorkomen, kan je het proces vertragen, hoega je als familie om met dementerenden…We laten in dit boek ook vijf bekende Vlamingen aanhet woord met een vader of moeder die getroffen is doordementie: Andrea Croonenberghs, Warre Borgmans,Dimitri Leue, Sandrine André… Hun getuigenissenmaken van dit boek een pakkend én informatief geheelvoor al wie meer wil weten over deze vreselijke ziekte.Een informatief boek met praktisch adviesTaboedoorbrekend over dementie alstoenemend probleem in Vlaanderen
Jeroen Brouwers 70 jaar‘Ik word hevig bemind in Vlaanderen, maar in Nederland heb ik het idee dat ik al tien jaar dood en vergeten ben.’ Om deze uitspraak van Jeroen Brouwers te logenstraffen is een dubbele editie van De Parelduiker gewijd aan een van de meest gewaardeerde schrijvers van deze tijd. Het werk van Jeroen Brouwers is sterk autobiografisch, en is erop gericht zijn leven in de literatuur te verankeren. Belangrijke thema’s zijn: literatuur, liefde en dood. Inmiddels heeft de veel gelauwerde Brouwers meer dan zestig boeken op zijn naam staan. Dit eerbetoon doet recht aan de veelzijdigheid van zijn schrijverschap. Behalve een lang interview bevat dit rijk geïllustreerde themanummer onder meer artikelen over de briefwisseling met uitgever Geert van Oorschot, de betekenis van muziek in zijn werk, de Vlaamse koppen die hij portretteerde en natuurlijk zijn verhouding tot Vlaanderen.Met bijdragen van onder anderen Christophe Vekeman, Bart Vervaeck, Johan Vandenbroucke, Arjen Fortuin, Dirk Leyman, Stefan Brijs, Benno Barnard en Jeroen Brouwers.Inhoud Johan Vandenbroucke interviewt Jeroen Brouwers: 'Dat dwarse zit in mijn aard' Christophe Vekeman over zijn essayistiek: 'Bespiegelingen in het vensterglas' Arjen Fortuin over de vriendschap tussen Brouwers en Geert van Oorschot: 'Dat ik je een lel heb gegeven is mij niet bekend' Stefan Brijs: 'De meester en de jongeling' Bart Vervaeck over de romans: 'Moeilijke bevallingen en doodgeboren kinderen' Paul Gellings over Brouwers' tijd in Exel Dirk Leyman met een vrijwel volledige kroniek van Brouwers en de literaire prijzen: 'Als een sierduif op je vensterbank' Jeroen Brouwers zelf met een venijnig stuk over de net afgetreden minister van Cultuur: 'Plasterk in plakjes' Katherina Lindekens bespreekt de muziek in het werk van Jeroen Brouwers: 'Klanken uit een anderwerelds elders' Benno Barnard ten slotte over de brieven van Brouwers aan hem: 'Een bedroefde emigrant'144 pag
Studies in taalbeheersing 3 biedt een overzicht van recente ontwikkelingen in taalbeheersingsonderzoek in Nederland en Vlaanderen. De bundel presenteert een selectie van bijdragen aan VIOT 2008, het elfde taalbeheersingscongres van de Vereniging voor Interuniversitair Overleg Taalbeheersing (VIOT). Dit congres vond plaats van 17 tot 19 december 2008 aan de Vrije Universiteit Amsterdam.De thema's van de artikelen in de bundel variÙren van onderzoek op het terrein van tekstontwerp, argumentatie, conversatie, en tekstbegrip, tot mondelinge presentaties, tekststructuur en beheersing van de vreemde talen.Studies in taalbeheersing 3 is bedoeld voor taalbeheersers en tekstwetenschappers, maar ook voor docenten en studenten toegepaste taalkunde, voorlichting en zakelijke communicatie. Veel artikelen bieden tevens relevante informatie voor tekstschrijvers en communicatie-professionals in overheid en bedrijf.Over de auteursWilbert Spooren, Margreet Onrust en JosÚ Sanders zijn verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
De maatschappelijke en politieke discussie over het cannabisbeleid (zowel ten aanzien van gebruikers als ten aanzien van de aanvoer van cannabis) laait geregeld weer op. Gevoed door uitspraken van politiedeskundigen en politici hangen de media in Vlaanderen een beeld op van een exponentieel groeiende cannabisteelt.Over de precieze samenstelling van en de motieven achter de cannabismarkt is echter nog maar weinig bekend. Welke de verhouding is tussen kleinschalige (niet-commerciële) teelt en grootschalige professionele teelt, en welke (onbedoelde) effecten een meer repressieve handhaving op de organisatie, de gehanteerde kweektechnieken, de kwaliteit van de cannabisproducten kunnen hebben, zijn vooralsnog onbeantwoorde vragen.Dit boek is gebaseerd op de (schaarse) internationale literatuur over cannabisteelt en op drie deelonderzoeken: een analyse van de mediaberichtgeving in Vlaamse kranten tussen 1992 en 2005, semi-gestructureerde interviews met een steekproef van 89 kwekers, én een anonieme internetenquête onder 576 kwekers. Op basis van deze grote database brengt het boek heel uiteenlopende patronen van en motieven voor het kweken van cannabis in beeld.Het boek richt zich zowel tot drugsdeskundigen (wetenschapslui, politieke adviseurs, politie, magistraten, hulpverleners) als tot iedereen die rechtstreeks of onrechtstreeks met cannabis in contact komt (of kan komen).
Deze inspirerende bundel bespreekt twaalf bundels jeugdpoÙzie en voorziet deze van lessuggesties rond het lezen en schrijven van gedichten. De besproken bundels zijn geschreven door de beste auteurs van jeugdpoÙzie uit Nederland en Vlaanderen: Frank Eerhart, Hans Hagen, Gil vander Heyden, Geert de Kockere, Ted van Lieshout, Bart Moeyaert, Theo Olthuis, Bas Rompa en AndrÚ Sollie.Daarnaast is er aandacht voor door kinderen en jongeren zelf geschreven gedichten, zoals verzameld in de bundel De Gouden Flits van 2006.De lessuggesties in deze uitgave zijn bedoeld voor leerkrachten die lesgeven aan kinderen en jongeren van acht tot en met veertien jaar. Met de ideeÙn uit dit boek kunnen zij hun leerlingen langs de mooiste weg leiden en hen leren genieten van taal en poÙzie.
Bossen vervullen een belangrijke functie in het Nederlandse en Vlaamse landschap. Lag vroeger de nadruk vooral op de productie van hout als hernieuwbare grondstof, tegenwoordig is het belang van bossen voor natuurbehoud, recreatie en milieubescherming sterk toegenomen. Dit vraagt om een hoog kennisniveau van de beheerder. Bovendien vereisen veranderingen in de maatschappelijke en natuurlijke omgeving, zoals klimaatverandering, inzicht in de processen die in het bosecosysteem plaatsvinden. Deze inzichten zijn nodig om met kennis van zaken beheerstrategieën te ontwerpen die een duurzame functievervulling van het bos in de toekomst garanderen.In dit boek worden kennis en ervaringen over het beheer van bos en zijn ecologische grondslagen samengebracht. De teksten zijn geschreven door een brede groep van vakspecialisten uit Nederland en Vlaanderen met een goed inzicht in zowel de wetenschappelijke achtergronden alsook de praktische aspecten van bosbeheer. De basis van het boek wordt gevormd door inzicht in de opbouw en het functioneren van bomen en bossen. Vervolgens worden de belangrijkste beheermaatregelen besproken in het licht van brede maatschappelijke functievervulling en duurzaam gebruik van het bos op de lange termijn.Dit boek richt zich vooral op studenten in het hoger onderwijs binnen de vakgebieden bos- en natuurbeheer, biologie en ecologie. Daarnaast is het boek bedoeld voor terreinbeheerders en andere geïnteresseerden die zich willen verdiepen in de werking van het bosecosysteem en in de achtergronden en grondslagen van het beheer van bossen in Nederland en Vlaanderen.Over de auteurs:JAN DEN OUDEN is universitair docent Bosecologie en Bosbeheer aan Wageningen Universiteit.BART MUYS is hoogleraar Bosecologie en Bosbeheer aan de Katholieke Universiteit Leuven.FRITS MOHREN is hoogleraar Bosecologie en Bosbeheer aan Wageningen Universiteit.KRIS VERHEYEN is hoofddocent Bosecologie en Bosbeheer aan de Universiteit Gent
Cyriel Buysse (1859-1932) was schrijver en fabrikant. Hij was de Vlaamse naturalist bij uitstek, een verteller par excellence, een pionier van de moderne roman in Vlaanderen. In zijn jonge jaren pendelde hij tussen Nevele en New York, later tussen Deurle en Den Haag. Met Maurice Maeterlinck, Louis Couperus en de schilder Emile Claus onderhield hij duurzame vriendschappen. Als vrijzinnig liberaal met socialistische sympathieën, maar ook als tegenstander van zowel Vlaams- als Franshaters botste hij met zowat alle taboes van zijn tijd. Dit boek maakt korte metten met de clichés en vooroordelen waarmee Buysse zijn leven lang werd achtervolgd. Bovendien is het een verrassende combinatie van biografie en historiografie: 75 jaar Vlaamse en Europese cultuurgeschiedenis als achtergrond en context van een intrigerend schrijversleven in het grensgebied van de 19de en de 20ste eeuw.De biografie werd bekroond met de ABN AMRO Bank Prijs voor het Beste Non-Fictie Boek 2007 en de prijs van de Vlaamse provincies voor essay en monografie 2008.
De Iraanse revolutie van 1979 vormt zonder twijfel een van de belangrijkste omwentelingen van de twintigste eeuw. Deze politieke en sociale omslag hield niet alleen de internationale gemeenschap bezig, maar kon ook op de interesse van vele intellectuelen rekenen. Zo reisde de Franse filosoof Michel Foucault tot tweemaal toe naar Iran om met eigen ogen de opstand van het Iraanse volk waar te nemen. Over zijn Iraanse ervaringen publiceerde Foucault een tiental bijdragen voor de Italiaanse krant Corriere della Sera. Geïnspireerd door deze artikelen van Foucault reisden Peter Van Goethem en Pieter Verstraete vijf weken lang door Iran. Ze onderzochten op welke manier hedendaagse Iraanse kunstenaars met de door het Islamitische regime opgelegde censuurmaatregelen omgaan. Is verzet nog mogelijk in een politiek repressief klimaat dat het culturele landschap dicteert en definieert, of geeft de strenge censuur net aanleiding tot nieuwe vormen van creativiteit? Op basis van hun eigen ervaringen en tientallen interviews met Iraanse kunstenaars onderzoeken de auteurs in vier indringende essays het spel van censuur en verzet in de Iraanse republiek.PIETER VERSTRAETE is doctor in de Pedagogische Wetenschappen en werkt als postdoctoraal medewerker (FWO-Vlaanderen) aan het Centrum voor Historische Pedagogiek van de K.U.Leuven. Hij is tevens mede- oprichter van het productiehuis Fresh Water Films.PETER VAN GOETHEM is werkzaam als producent en regisseur bij het productiehuis Fresh Water Films en als filmredacteur en -auteur verbonden aan het cultuurtijdschrift rekto:verso.
En dit is dan de biografie van een fabrieksdorp zoals ze er in Vlaanderen geen twee hebben. Een ruwe schets van een door het kanaal Gent-Terneuzen in tweeën gezaagd industrieel eiland. Het labyrintisch relaas van socialistische burgemeesters die van de vakbond zijn, van bezettingen en fabrieksstakingen, van gipsbergen en slibstorten, en van mémékes die weigeren gemeentetaks te betalen. Een relaas dat bijna een eeuw omspant.Centraal staat de komst van de Sidérurgie Maritime in de jaren zestig, die heel Zelzate de polonaise doet dansen. Sidmar stuwt het fabrieksdorp definitief op in de vaart der volkeren. Pistier Omer De Bruyder, die voor een bak trappist een stuur dubbel plooit; meneer Laureys van de RVA, die half Zelzate aan een job helpt bij Sidmar en actief is bij het ACW. Tina Turner die met haar Ike optreedt in zaal The Mercury; de jonge dokters Roland Van Acker en Frans Van Acoleyen die een groepspraktijk op het Groenplein openen; Rode Valk Freddy De Vilder die de coming man van de SP wordt; en een auteur die nog nooit in Zelzate geweest was en niet begrijpt hoe de Partij Van de Arbeid daar zes gemeenteraadsleden heeft: een handvol mensen, een gemeente, een kleine eeuw. "Thomas Blommaert is een nieuwe stem in de Vlaamse literaire non-fictie, bevlogen en verbolgen als Boontje, monkelend en vloekend als Walter van den Broeck, maar bovenal vurig en idealistisch als zichzelve." - David Van Reybrouck, schrijver van o.a. Congo, een geschiedenis en Pleidooi voor populisme.'Een trefzekere ontleding van de Zelzaatse microkosmos waarin ook de Grote Verhalen van deze tijd oplichten: de teloorgang van de oude sociaaldemocratie en de milieuverloedering. Gepassioneerde reportagejournalistiek.' - Pascal Verbeken, schrijver van Arm Wallonië en Humo-journalist.
13 verhalen over serial killer uit eigen land. De gruwel is ook bij ons.Van de Vampier van Muizen tot de Slachter van Bergen, van Michel Fourniret tot Ronald Janssen, van zuster Godfrida tot Andras Pandy.De auteur is absolute autoriteit in True Crime in Vlaanderen: hij analyseert haarscherp, blijft trouw aan de feiten zonder onnodige aandikking.Hij heeft vooral veel aandacht voor de psychologie van de daders: wat drijft hen, wie zijn ze en wat voor mensen worden tot dergelijke gruweldaden gedreven?
Leerlingen gaan naar school om zich te ontwikkelen en bepaalde leerdoelen te halen. Een kerntaak van het onderwijs is leerlingen hierbij te helpen. Leraren spelen hierin een belangrijke rol: zij stimuleren, begeleiden en sturen het leerproces waar nodig bij. Het (tussentijds) beoordelen van het leren is hierbij essentieel. Dit boek gaat ervan uit dat dit niet alleen de taak is van de leraar, maar ook van de leerlingen zelf. Door zelfreflectie, feedback van de leraar en evaluatie door medeleerlingen worden zij zich meer bewust van hun eigen leerproces en krijgen zij aanwijzingen voor het zetten van de volgende stap op weg naar het bereiken van hun leerdoel.Evalueren om te Leren biedt (aankomende) leraren theoretische achtergronden, praktijkvoorbeelden, handvatten en praktische instrumenten om leerlingen te helpen in hun ontwikkeling. De benadering van evaluatie, die ‘Evalueren om te Leren’ wordt genoemd, staat centraal in dit boek. De actieve rol van leerlingen hierin wordt sterk benadrukt. Het boek bestaat uit drie delen. Deel 1 vormt een inleiding over evaluatie, toetsing en beoordeling op school. Hierin worden algemene principes van evaluatie besproken en wordt ‘Evalueren om te Leren’ nader uitgewerkt. Deel 2 is meer praktisch van aard en behandelt de onderwerpen feedback, peerevaluatie, zelfreflectie, werken met portfolio’s, evalueren van projectwerk en continue voortgangsevaluatie. In deel 3 komen enkele bouwstenen voor schoolbeleid aan de orde zoals opvattingen van leerkrachten over evalueren, communicatie en samenwerking met ouders over evaluatie en kwaliteitscriteria voor evaluatie. Dit boek is bestemd voor leraren (in opleiding) in het basis- en voortgezet/secundair onderwijs. Het is een toegankelijk geschreven uitgave waarin kennis en praktijk nauw met elkaar zijn verweven. Evalueren om te Leren is geschreven door auteurs afkomstig vanuit diverse universiteiten en hogescholen in Nederland en Vlaanderen met wetenschappelijke en/of praktijkervaring op dit gebied.Jos Castelijns is lector ‘Eige
De manier waarop we cultuur maken, verspreiden, bewaren en eraan participeren, is door de informatie- en communicatietechnologie ingrijpend aan het veranderen. De impact wordt soms vergeleken met de uitvinding van de boekdrukkunst. ‘E-cultuur’ staat voor een nieuw cultureel paradigma dat volop in ontwikkeling is.De mogelijkheden zijn fascinerend, de vragen talrijk.De omvang en reikwijdte van de veranderingen daagt ook de overheid uit. Welk kader kan het Vlaamse cultuurbeleid aanreiken om de transities mogelijk te maken en te begeleiden? Welke pistes dienen zich aan om een integraal Vlaams e-cultuurbeleid vorm te geven?Dit boek reikt materiaal aan om het debat te voeren. Het schetst de maatschappelijke context, gaat in op de eigenschappen van e-cultuur en geeft een stand van zaken voor Vlaanderen en Europa. Aan de hand van talrijke praktijkvoorbeelden wordt het thema belicht in de diverse culturele velden. Er worden tot slot voorstellen voor beleidsopties en instrumenten gedaan die het Vlaamse e-cultuurbeleid mee vorm en inhoud kunnen geven.De ideeën in dit boek willen iedereen, deelnemers aan cultuur, de culturele velden, aanverwante sectoren en de overheid, te denken geven over de eigen verhouding tegenover e-cultuur.
"De ziekte van Huntington is een ernstige, ongeneeslijke ziekte van het zenuwstelsel met een wijdvertakte problematiek die bij veel hulpverleners onvoldoende bekend is. De symptomen bestaan niet alleen uit achteruitgang in motoriek en denken, maar leiden ook tot karakterveranderingen en psychiatrische problemen. De ziekte is in hoge mate erfelijk; met een DNA-test is inmiddels te voorspellen of iemand de ziekte zal ontwikkelen. Niet alleen de patiënt wordt langdurig met de gevolgen van de ziekte geconfronteerd, maar ook de partner, de kinderen en verdere familie. Het aantal mensen in Nederland dat dagelijks psychosociale gevolgen ondervindt van deze ziekte wordt geschat op vijftien- tot twintigduizend personen. Goede psychosociale opvang van zowel de patiënt als de direct betrokkenen is mede daarom van groot belang.'De ziekte van Huntington en verwante erfelijke neuropsychiatrische aandoeningen' is bedoeld om alle wetenschappelijke kennis en praktische informatie rondom de ziekte van Huntington en enkele verwante aandoeningen te bundelen op een voor de hulpverlener inzichtelijke manier. Het boek geeft een overzicht van de verschijnselen en de medische en erfelijke achtergronden, en beschrijft de problematiek van alle betrokkenen tijdens verschillende stadia van het ziekteproces. De situatie rond het erfelijkheidsonderzoek in Vlaanderen wordt eveneens kort belicht. Voorts wordt aan de hand van de ervaring opgedaan bij Steunpunt Huntington inzicht gegeven in de wijze waarop de psychologische en psychotherapeutische hulpverlening gestalte kan krijgen. Uiteraard is er in het boek aandacht voor het dilemma rondom het ondergaan van een DNA-test en wordt dieper ingegaan op de gevolgen van de gemaakte keuze.Mevr. drs. E.L. Vervoort, klinisch psycholoog en psychotherapeut, is oprichtster van Steunpunt Huntington bij PsyQ te Den Haag en begeleidt al vele jaren Huntingtonpatiënten en hun familie.Mevr. dr. F.J. van Zuuren, psychotherapeut en universitair hoofddocent Vrije Universiteit Amsterdam,
Waarom lijkt de maan aan de horizon zo groot? Waarom is een boek soms ook een moordwapen?Het antwoord op deze vragen is: omdat we gevoelig zijn voor context. Niets van wat we waarnemen heeft immers een absolute of vaste betekenis. Tranen op iemands wang kunnen verdriet betekenen, maar ook blijdschap, opluchting of gewoon een allergische reactie. De betekenis van tranen hangt dus af van de context. En dat is niet alleen zo met tranen, maar met alles.Er zijn mensen die moeite hebben met context, met de steeds wisselende betekenissen van prikkels. In Vlaanderen en Nederland zijn ze met meer dan 100.000. Door een afwijking in de ontwikkeling van de hersenen slagen deze mensen er moeilijk in context te gebruiken om zin te geven aan wat ze zien, horen, proeven, ruiken en voelen. Ze lijden aan contextblindheid. De wereld met al zijn meervoudige betekenissen is voor hen erg verwarrend. Ze denken absoluut in een relatieve wereld. Misverstanden in communicatie en sociale omgang zijn een logisch gevolg.In dit boek gaat Peter Vermeulen op zoek naar de rol van context in de menselijke waarneming en informatieverwerking. Op een begrijpelijke manier vat hij wetenschappelijk onderzoek naar de rol van context in de werking van het menselijk brein samen. Talrijke anekdotes en voorbeelden illustreren hoe contextblindheid een verklaring kan bieden voor het denken en gedrag van mensen met autisme.Over de auteur:PETER VERMEULEN is gezinspedagoog en werkt als autismedeskundige bij Autisme Centraal (www.autismecentraal.com). Hij geniet internationale bekendheid en is een veel gevraagd spreker. Bij EPO verschenen eerder van hem: Dit is de titel. Over autistisch denken (1999), Brein bedriegt. Als autisme niet op autisme lijkt (1999), …!? Over autisme & communicatie (2001), Beter vroeg dan laat en beter laat dan nooit. De onderkenning van autisme bij normaal tot hoogbegaafde personen (2002), Dialogica. Autisme Kunst (2003), Ik ben speciaal 2. Werkboek psychoeducatie voor mensen met
Met behulp van dit Oplossingenboek bij het boek Turks - Türkçe: stap voor stap. Leerboek met oefeningen kunnen zowel de cursisten die klassikaal de Turkse taal leren als de personen die aan zelfstudie doen, hun ingevulde oefeningen op juistheid controleren. Dit boek is ideaal voor een effi ciënte maar eenvoudige en gebruiksvriendelijke controle. Tevens bevat het ook de teksten en de dialogen van de luisteroefeningen op de cd-roms bij het Leerboek. Met deze educatieve methode kan de cursist effectief “zien” wat hij of zij “hoort”. Zo voldoet de combinatie van deze twee boeken, het Leerboek en dit nieuwe Oplossingenboek, helemaal aan de noden van elke cursist die de Turkse taal wenst te bestuderen.Over de auteur:SEMAHAT RESMI kwam, na jaren succesvol Turks te hebben gedoceerd in Turkije, in 1995 via het OETC-project naar België om aan Turkse studenten Turkse taal- en letterkunde, geschiedenis en aardrijkskunde te onderwijzen. Sinds 1998 doceert zij in Vlaanderen de Turkse taal aan Nederlandstalige cursisten in het volwassenenonderwijs. Bij Acco verscheen eerder haar handboek Turks – Türkçe: stap voor stap. Leerboek met oefeningen (2008).
Sport-plus, of sport als middel voor het bevorderen van de persoonlijke en sociale ontwikkeling van maatschappelijk kwetsbare groepen, krijgt sinds enkele jaren meer en meer aandacht. Ook vechtsporten worden door overheden, sporten jeugdwerkorganisaties doelbewust ingezet om sociale meerwaarde bij kansengroepen te creëren. De brede waaier van oosterse en westerse vechtsporten spreekt immers een bepaald publiek aan - ook onderaan de sociale ladder -, verhoogt het respect voor de tegenstander, de weerbaarheid en zelfcontrole en zorgt daardoor voor het kanaliseren van gevoelens van agressie.Ondanks de toenemende aandacht voor vechtsporten vanuit de praktijk en het beleid, blijft er toch onduidelijkheid bestaan over de effecten op de deelnemers van vechtsportplusprogramma’s. Deze effecten hangen immers af van de mate waarin een aantal noodzakelijke randvoorwaarden worden ingevuld. De sociale en agogische vaardigheden van de begeleider, de samenwerking met partners, een flexibel en informeel aanbod, laagdrempeligheid, - blijken alle bij te dragen tot het succes en de meerwaarde van vechtsportplusprogramma’s.Het boek Vechtsporten met een + geeft op basis van intuïtief gegroeide methodieken uit good practices in Vlaanderen en Nederland, relevante literatuur én eigen ervaring met sportplusprogramma’s, een overzicht van een aantal do’s en dont’s. Achtereenvolgens komen de principes van sport-plus- en vechtsport-plusprogramma’s aan bod, een overzicht van een aantal initiatieven uit binnen- en buitenland, en de leerpunten uit deze good practices. Het boek sluit af met een aantal aanbevelingen, zowel voor de vechtsportpraktijk als voor het beleid.Dit praktijkboek richt zich zowel naar de sportsector als naar partners uit het sociale opbouwwerk en jeugdwerk uit Vlaanderen en Nederland. Het wil organisaties en beleidsmakers inspireren en stimuleren om met kennis van zaken een nieuw vechtsportproject voor kansengroepen op te starten of een bestaand initiatief te heroriënteren, met als duidelijk doel de sociale meerwaarde. Het b
De meest literaire onder alle sporten blijft inspireren tot geweldige verhalen, gedichten en foto’s in hét wielertijdschrift voor Nederland en Vlaanderen, onder redactie van Peter Ouwerkerk, Mart Smeets en Bert Wagendorp.In de Muur 32 o.a.: Een prachtig verhaal (Die fucking auto rijdt gewoon door....!) van Wiep Izenga over de aanrijding van Jesper Skibby op de Koppenberg Glitter en glamour onder een Zaanse Zon over geluksvogel Niki Terpstra, door Mark Misérus Een interview met wielrenner Maarten Tjallingii Sven Spoormakers over het halfvolle bloedzakje van Riccardo kaka Benjo Maso over de Giro d'italia en de politieke lust over de grens te gaan De geruisloze opkomst van een standaardwerk over schrijver Georges Matthys en Gent-Wevelgem, door Arthur van den Boogaard
De compleet geactualiseerde 46e boekeditie verschijnt december 2009. De Nieuwe Gids voor School en Beroep is een wegwijzer in het labyrint van opleidingen en beroepen. Jaarlijks biedt de Nieuwe Gids veel inzicht door de beschrijving van opleidingen en beroepen in Nederland. Hierbij wordt al tientallen jaren de landelijk bekende Martenssystematiek (ontwikkeld door A. Martens) voor de indeling in beroepensectoren gehanteerd. De informatie wordt strikt neutraal gehouden; opname in de gids houdt dus geen enkele beoordeling in.Per opleiding worden uiteraard gegevens over de scholen/instituten waar de opleiding wordt gegeven, maar ook duur, toelatingseisen en/of vakkenpakketten of specialisaties, en mogelijkheden om door te stromen of verder te studeren vermeld. Deze gids is ingedeeld in vijf delen: algemeen onderwijs, agrarisch of groen onderwijs, technisch onderwijs, onderwijs voor de dienstensector en hoger onderwijs. Daarna volgt een algemeen encyclopedisch hoofdstuk. In de beschrijvende hoofdstukken wordt jaarlijks actuele algemene informatie betreffende maatregelen en plannen van het ministerie van OCW opgenomen.Binnen de beroepensectoren zijn de opleidingen gerubriceerd naar hoger onderwijs, waarvan deel uitmaken: wetenschappelijk onderwijs: postacademisch/postinitieel/postdoctoraal en postmasteronderwijs, wo-bachelor- en wo-masteropleidingen, en hoger beroepsonderwijs: post-hbo-, hbo-bachelor- en hbo-masteropleidingen, en associate degree-opleidingen; en naar middelbaar beroepsonderwijs (onderverdeeld in de 4 mbo-niveaus). Ook zijn veel korte opleidingen en cursussen opgenomen zonder strikte toelatingseisen, bedoeld voor wie zich snel ten behoeve van zijn beroep wil bijscholen. Alle wo- en hbo-opleidingen in Nederland en Vlaanderen die al bestonden of die in 2009 zijn gestart, zijn overzichtelijk in alfabetische lijsten én per sector (hoofdstuk) opgenomen. De adreslijsten in de gids bevatten, behalve adressen en telefoonnummers, ook faxnummers, e-mailadress