Kleurboek Disney Princess. Leuke roze kleurboek Disney Princess met 9 prachtige kleurplaten. Bij elke kleurplaat zit een groot voorbeeld die al ingekleurd is. Met dit mooie Disney Princess kleurboek is uw kind uren zoet!
Het is het voorjaar van 1348. Pestepidemieën rukken op richting Vlaanderen en er is al langer sprake van maatschappelijke onrust. In deze roerige setting legde een kopiist de laatste hand aan zijn boek. Hij had een hele prestatie geleverd: 618 bladzijden had hij volgeschreven met passages uit de Bijbel en andere geestelijke teksten in het Nederlands. Had hij ooit kunnen bevroeden dat zijn boek een van de schatkamers van de Middelnederlandse letterkunde zou worden? Het boek heeft de eeuwen goed doorstaan. Binnen de Bijzondere Collecties van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam behoort handschrift I G 41 tot de topstukken. Esther Jonker heeft dit intrigerende object, het Amsterdams Perikopenboek, onderworpen aan een integrale analyse. Zij bespreekt de letterkundige aspecten van een van de oudste prozahandschriften in het Nederlands, als ook de sociaal-culturele en religieuze achtergronden. Met een synthese van de uitkomsten van haar onderzoek werpt Jonker een nieuw licht op de context van de vroegste Nederlandse Bijbelteksten.
Na de Bijbel heeft sedert de late Middeleeuwen geen boek zoveel vormende kracht uitgeoefend op het recht en de samenleving als het Corpus Iuris Civilis. Honderden jaren heeft de wetgeving van de oost-romeinse keizer Justinianus (1527-565) in Europa een allesoverheersende invloed gehad op het Europese recht in de breedste zin van het woord: op de re
De klassieke wereld brengt op magistrale wijze de eeuwen tot leven waarin Griekenland en Rome hun bloeitijd kenden. Aan de hand van de thema's vrijheid, recht en weelde bekijkt Robin Lane Fox wat deze beschavingen met elkaar gemeen hadden, en ziet hij de klassieke wereld door de ogen van een andere kenner van dit onderwerp: de Romeinse keizer Hadrianus. Dit overzichtswerk is onmisbaar voor zowel degenen die voor het eerst kennismaken met de antieke wereld als de velen die er blijvend door geboeid zijn.'Lane Fox is een rasverteller.' - de Volkskrant'Het resultaat mag er zijn. De geboren verteller Lane Fox lardeert zijn boeiende uiteenzetting met mooie inkijkjes en analyses.' - NRC Handelsblad'De klassieke wereld geeft een goed inzicht in de periode waarin het fundament van de westerse beschaving is gelegd. Prima geschreven, met oog voor smeu´ge details.' - TrouwOver de auteurRobin Lane Fox (1946) is een fellow van New College in Oxford en university reader in antieke geschiedenis. Hij schreef diverse boeken, over Alexander de Grote, het christendom, en de bijbel.
Het verloop van een klassieke negentiende-eeuwse Bildungsroman is een vertrouwd literair gegeven: een jong hoofdpersonage verzet zich tegen zijn volwassen omgeving, maar gaat uiteindelijk toch op in de ooit door hem verguisde maatschappij. Vanzelfsprekend brengen auteurs wel nuances aan. Zij besteden aandacht aan de verbeeldingskracht van personages, waarmee deze ideale beelden ontwerpen van zichzelf, van anderen en van de maatschappij. Voorbeelden zijn daarbij belangrijk – uit de geschiedenis, de Bijbel, uit de muziekwereld en later ook uit films.Vanaf het begin van de twintigste eeuw verandert de Bildungsroman van karakter: integratie in de samenleving is niet langer het vanzelfsprekende slot. Personages volharden in hun verzet tegen de mechanismen waarmee de maatschappelijke instituten hen willen disciplineren en vinden hun weg in roes en extase. Hun geluk ligt buiten de maatschappij, buiten tijd en ruimte.In Na de roes beschrijft Jaap Grave deze overgang van integratie naar verzet aan de hand van een dwarsdoorsnede van de Europese letterkunde, met een kern Nederlandse literatuur: van Cyriel Buysse tot Margriet de Moor, van Conrad Busken Huet tot Robert Musil, van Multatuli tot Thomas Mann, van F.M. Dostojewski tot Thomas Rosenboom, van Stendhal tot Wessel te Gussinklo en van Louis Couperus tot Oscar van den Boogaard.Jaap Grave is verbonden aan de vakgroep Nederlands van de Freie Universität Berlin en publiceert overmoderne letterkunde, cultural transfer en wetenschapsgeschiedenis. Bij Vantilt verscheen eerder Zulk vertalen is een werk van liefde. Bemiddelaars van Nederlandstalige literatuur in Duitsland 1890-1914.
Wie waren de echte schrijvers van de evangeliën? Wie nam in de vroege kerk de beslissing over wat wel en niet in de Bijbel terechtkwam? Waarom mochten de apocriefe en gnostische evangeliën niet meer gelezen worden? Wat was de echte relatie tussen Jezus en Maria Magdalena?Pas generaties na Jezus' dood werden de evangeliën samengesteld door onbekende schrijvers met een eigen agenda. Die verhalen werden in de eerste eeuwen talloze malen 'verbeterd' om ze te laten sporen met nieuwe geloofsregels en uitgedachte dogma's. In dat proces werden zeer oorspronkelijke en vroege geschriften vernietigd.Dit boek onthult op uiterst toegankelijke wijze de manier waarop bijbelteksten in de loop der eeuwen werden gemanipuleerd tot de vorm zoals wij die nu kennen. Verder geeft het inzicht in het vroegste christendom en de persoon Jezus, onder meer aan de hand van pas ontdekte bronnen.Cultuurhistoricus Jacob Slavenburg is internationaal bekend door zijn opzienbarende publicaties over het vroege christendom en de spectaculaire vondst van de Nag Hammadi-geschriften.
Sedert de late Middeleeuwen, heeft na de Bijbel, geen boek zoveel vormende kracht uitgeoefend op het recht en de samenleving als het CORPUS IURIS CIVILIS. Honderden jaren heeft de wetgeving van de Oost-Romeinse keizer Justinianus (527-565) een allesoverheersende invloed gehad op het Europese recht in de breedste zin van het woord: op de rechtspraak
Mag ik aan mezelf denken of moet ik altijd eerst de ander voor laten gaan? Hoe kan ik voor mezelf opkomen zonder egoïstisch te zijn? Hoe kan ik mijn naasten onverdeeld liefhebben?Op deze vragen, die allemaal cirkelen om de polen assertief zijn en jezelf verloochenen, gaat Nico van der Voet in dit boek in. Hij benadert deze problematiek daarbij zowel vanuit de psychologie als de theologie. Deze vragen houden immers nauw verband met wat de bijbel over menselijke verhoudingen zegt.Waarom moet ík altijd helpen? is vooral bedoeld voor mensen die zich bekneld voelen tussen de ander en zichzelf. Waar houdt hun verantwoordelijkheid voor hun naaste op en waar begint hun eigen belang? Kortom, de auteur richt zich op mensen die zichzelf vaak afvragen: ‘Waarom moet ík altijd helpen?’Nico van der Voet is docent ethiek aan de opleiding Pastoraal Werk van de Christelijke Hogeschool Ede en publiceert regelmatig over thema's over het snijvlak van geloof en psychologie. Waarom moet ík altijd helpen? werd vertaald in het Duits en Chinees.
Na de Bijbel heeft sedert de late Middeleeuwen geen boek zoveel vormende kracht uitgeoefend op het recht en de samenleving als het Corpus Iuris Civilis. Honderden jaren heeft de wetgeving van de oost-romeinse keizer Justinianus (1527-565) in Europa een allesoverheersende invloed gehad op het Europese recht in de breedste zin van het woord: op de re
De strijd tegen de dwang van de wereldmerkenNo Logo is verplichte literatuur in onze tijden van kredietcrisis. Deze ‘bijbel van de tegenbeweging’ is een met talloze feiten onderbouwde kritiek op neoliberalisme, globalisering, massacultuur en uitbuiting. En het is óók een hartstochtelijk verhaal over mensen die zich inzetten voor democratie aan de basis, voor kleinschaligheid, cultuur en milieu, kortom voor een samenleving waarin de mens centraal staat. Naomi Klein beschrijft een groep die geen groep is, een beweging zonder leider. Deze beweging is aanwezig op alle niveaus van de samenleving en onuitroeibaar, omdat zij gedragen wordt door mensen met idealen.
Wat is de diepe betekenis van christelijke gastvrijheid tegenover ‘anderen’? A lleen wanneer we deze gastvrijheid herontdekken en oefenen kan een cultuur van angst voor vreemdelingen, racisme en groepsdenken doorbroken worden.Gastvrijheid behoort tot het hart van het christelijk geloof. De Bijbel zegt dat sommigen door gastvrij te zijn onwetend engelen hebben gehuisvest. Toch is gastvrijheid veelal niet onze eerste houding tegenover mensen uit een andere cultuur met andere gewoontes. Hoe komt dat?Daarover gaat Engelen als gasten. De auteur beschrijft op een onderhoudende manier hoe in verschillende culturen en tradities over gastvrijheid is gedacht en wat de Bijbel erover zegt. Vervolgens geeft hij aan hoe we gastvrijheid in de praktijk kunnen brengen. Het gaat hem daarbij allereerst om gastvrijheid tegenover vreemdelingen en mensen die ‘anders zijndan jij’.
Sedert de late Middeleeuwen, heeft na de Bijbel, geen boek zoveel vormende kracht uitgeoefend op het recht en de samenleving als het CORPUS IURIS CIVILIS. Honderden jaren heeft de wetgeving van de Oost-Romeinse keizer Justinianus (527-565) een allesoverheersende invloed gehad op het Europese recht in de breedste zin van het woord: op de rechtspraak
Gustave Flaubert geldt als een van de grootste proza´sten in het algemeen en uit de Franse literatuur van de negentiende eeuw in het bijzonder. Een van zijn opvattingen was, dat een schrijver zich in romans en verhalen diende te onthouden van elke persoonlijke mening. Hij diende in zijn schepping overal aanwezig te zijn maar nergens zichtbaar. Inderdaad is de auteur van Madame Bovary, De leerschool der liefde en de Drie verhalen, afgezien van enkele vage sympathieÙn en vooral antipathieÙn, onzichtbaar gebleven. We zouden alleen via memoires en getuigenissen van anderen iets over zijn leven geweten hebben, ware het niet dat Flaubert de gewoonte had om na zijn dagelijkse 'worsteling met de stijl' geregeld een of meer brieven te schrijven om het contact met de buitenwereld te onderhouden. Van deze omvangrijke correspondentie, die door sommigen als hÚt meesterwerk van Flaubert wordt beschouwd, is het overgrote deel bewaard gebleven. Het vormt een van de meest ontroerende, tragische, komische en leerzame brievenverzamelingen die er bestaan. "Jarenlang is de correspondentie van Flaubert de lectuur geweest die op mijn nachtkastje prijkte in plaats van de bijbel." - AndrÚ GidÚ "Ik heb de brieven gelezen en herlezen en ik aarzel niet ze te houden voor het ware meesterwerk van Flaubert." - Enid Starkie "De eerste schrijver die vooruitliep op het moderne levensgevoel." - Michel Butor
In Bijzonder onderwijs vertellen meer dan veertig specialisten uit het protestants-christelijk, reformatorisch, gereformeerd en evangelisch onderwijs op persoonlijke wijze hoe ze in de praktijk van hun onderwijswerk willen aansluiten bij de Bijbel. Daarbij komen heel concrete zaken aan de orde. Wat maakt dat de les Frans op een christelijke of reformatorische school anders is dan op een openbare school? Wat heeft de christelijke identiteit te maken met het rekenen in het basisonderwijs? Kan het reformatorisch onderwijs het vak economie een eigen inhoud geven? Het gaat de auteurs daarbij niet om de dagopeningen, de rol van het gebed en het bijbelgebruik die de christelijke identiteit markeren, maar echt om de inhoud van de vakken. Een vergelijkbare publicatie is er niet.De christelijke identiteit heeft in het onderwijs alles te maken met geloofsoverdracht. Het overbrengen van de inhoud van het christelijke geloof gebeurt in de les en in de omgang met elkaar. Het heeft te maken met levensstijl, pedagogische visie en leeromgeving. In Bijzonder onderwijs willen de auteurs aangeven hoe aan de geloofsoverdracht in het onderwijs vorm gegeven kan worden. Ze leveren daarmee aan zowel jonge docenten die net van pabo of universiteit afkomen, als ervaren leerkrachten concrete handvatten.Aan deze uitgave werkten deskundigen mee uit zowel de wetenschap als het werkveld.De redactie is in handen van dr. Ronald de Graaf, docent aan het PABO van de Christelijke Hogeschool Ede en aan de lerarenopleiding van Driestar Educatief.
Woordenboeken Hebreeuws-Nederlands en Nederlands-Hebreeuws voor alle taalfasen met transcriptie en tabellen (vervoegingen naamwoorden en werkwoorden) en lijsten (bijbelboeken, persoons- en aardrijkskundige namen, medische termen). Ontsloten door adequate inhoudsopgave. Werkwoorden op binjan (stamformatie). Afkortingenlijsten en gebruiksaanwijzingen bij de tabellen. Bedoeld voor beginners tot matig gevorderden; semi-wetenschappelijk. Geschikt voor snelle naslag (kranten, eenvoudige literatuur, bijbel- en talmoedstudie op beginnersniveau).
Na de Bijbel heeft sedert de late Middeleeuwen geen boek zoveel vormende kracht uitgeoefend op het recht en de samenleving als het Corpus Iuris Civilis. Honderden jaren heeft de wetgeving van de oost-romeinse keizer Justinianus (1527-565) in Europa een allesoverheersende invloed gehad op het Europese recht in de breedste zin van het woord: op de rechtsgeleerde wetenschapsbeoefening, op de rechtspraak, op de vorming van bestuursnormen en tenslotte op de structuur van de civielrechtelijke wetgevingen die in de 18e en 19e eeuw in Europa tot stand kwamen. In het voetspoor van een onderwijstraditie waaraan in de 2e en 3e eeuw na Chr. Romeinse juristen als Gaius, Ulpianus en Paulus in leerboeken gestalte was gegeven, werden 533 door enkele rechtsgeleerden de Institutiones opgesteld, een leerboek met kracht van wet. Het werd vervaardigd naar het model van de gelijknamige, in de late oudheid veel gebruikte inleiding van de jurist Gaius en diende ertoe om de studenten in de rechtsgeleerdheid het grondpatroon van het geldende recht bij te brengen. Sedert de 17e eeuw werd het systematisch model van de Insitutiones bijna overal in Europa het voorbeeld bij uitstek voor deopbouw van het privaatrechtelijk rechtssysteem, dat zijn verankering en positivering vond in vele nationale codificaties, waaronder het Nederlandse Burgerlijk Wetboek.Voor het eerst wordt in een vele jaren omspannende onderneming het Corpus iuris civilis in het Nederlands vertaald en uitgegeven in een kolommeneditie, waarin de Latijnse en de Nederlandse tekst naast elkaar zijn gezet. Het werk richt zicht tot juristen, historici, classici, theologen en allen die zich betrokken voelen bij de antieke grondslagen van ons recht en onze samenleving. Het beoogt een dieper begrip te kweken voor de groeiende unificatie van het recht in Europa door zicht te bieden op de rechtseenheid in het recente verleden, zoals deze bestond op grond van het Romeinse recht. Ten slotte is het bedoeld als een barrière tegen het geleidelijk verbleken van het besef van de b
De cultuurwetenschappen leven van het woord: teksten zijn niet alleen vaak het object van de studie, maar de resultaten van het onderzoek worden meestal in papers, scripties, dissertaties, artikelen en boeken meegedeeld. Toch wordt in de opleiding vaak te weinig aandacht gegeven aan het aanleren van de lees- en schrijfvaardigheden die nodig zijn om op een minstens adequate manier wetenschappelijke inzichten te communiceren.Filosofen, historici, literatuur- en kunstwetenschappers, maar ook anderen, kunnen aan de hand van praktische tips beter leren lezen en schrijven. De tips die in dit boek worden aangereikt, betreffen zowel de algemene ruwbouw als de fijne afwerking van teksten - en alles wat daartussen ligt. De lezer/schrijver wordt begeleid bij het hele schrijfproces, vanaf de keuze van een onderwerp tot het plaatsen van de laatste leestekens. Doorgaans zijn deze aanwijzingen geldig voor iedereen die op een academische wijze over cultuur en maatschappij wil schrijven. Soms roepen de literatuur, de geschiedenis en de filosofie echter specifieke redactieproblemen op en vergen zij dus specifieke schrijfvaardigheden. Ook die verschillen worden in dit boek behandeld. Het onderzoeksobject van de cultuurwetenschappen is immers veelzijdig, en die veelzijdigheid dient tot uitdrukking te komen in een grote variatie aan schrijfstijlen.Over de auteurs:GEERT LERNOUT is gewoon hoogleraar vergelijkende literatuurwetenschap aan de Universiteit Antwerpen, waar hij het James Joyce Centrum leidt. Hij publiceerde boeken in het Nederlands en het Engels over James Joyce, Friedrich Hölderlin, J.S. Bach, de geschiedenis van het boek en de bijbel; schreef talloze artikelen over Joyce, de Ierse literatuur, editietheorie en genetische literatuurstudie. Bij Acco verscheen eerder Schrijven over literatuur. Gids voor studenten en andere schrijvers.MARNIX BEYEN is docent geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen, waar hij de Onderzoeksgroep Politieke Geschiedenis leidt. Zijn onderzoek betreft de literaire, his
Sedert de late Middeleeuwen, heeft na de Bijbel, geen boek zoveel vormende kracht uitgeoefend op het recht en de samenleving als het CORPUS IURIS CIVILIS. Honderden jaren heeft de wetgeving van de Oost-Romeinse keizer Justinianus (527-565) een allesoverheersende invloed gehad op het Europese recht in de breedste zin van het woord: op de rechtspraak, op de vorming van bestuursnormen en op de structuur van de civielrechtelijke wetgevingen die in de 18e en 19e eeuw tot stand kwamen. Op 29 december 534 kreeg de herziene versie van de CODEX JUSTINIANUS, die in 529 als eerste onderdeel van de Justiniaanse wetgeving was gepubliceerd, kracht van wet. De totstandkoming van de Institutiones en de Digesta in 533, alsmede het grote aantal rechtshervormende verordeningen van Justinianus tussen 529 en 534, had een ingrijpende herziening van de oude Codex noodzakelijk gemaakt. Zoals de Institutiones en de Digesta bloemlezingen zijn van fragmenten uit het oeuvre van rechtsgeleerden uit de klassieke periode van de Romeinse rechtswetenschap, zo bestaat de Codex Justinianus uit een selectie van verordeningen uit de periode van Hadrianus tot die van Justinianus. In versneden vorm kregen duizenden constitutiones een plaats in het nieuwe wetboek dat vooral gericht was op de rechtspraktijk en op een doelmatiger verloop van de processen. Door het aanbrengen van redactionele aanpassingen in de oude teksten en door het combineren van fragmenten uit oorspronkelijk zelfstandige verordeningen, kwam een aan de eisen van de tijd beantwoordend wetboek tot stand. Tevens vormde het een spiegel van vier eeuwen keizerlijke rechtsontwikkeling. In 554 werd de Codex Justinianus tegelijk met de beide andere wetboeken in Italië ingevoerd. Anders dan de Digesta, die in vergetelheid raakten, is de Codex in gereduceerde vorm in omloop gebleven. Vanaf het einde van de 11e eeuw heeft de Codex Justinianus, tezamen met de andere wetboeken, de grondslag gelegd voor de receptie van het Romeinse recht en de rechtsvorming in Europa. In een vele
Sinds meer dan tweeduizend jaren hebben de grootste denkers van alle culturen zich ingespannen om het diepste wezen van de droom te doorgronden. Nog steeds zijn de slaap en de droom verschijnselen die ons raadsels opgeven en daarom de fantasie van de meeste mensen onweerstaanbaar boeien. De schrijver van dit boek heeft zich jarenlang met de zo genaamde grensgebieden van de menselijke psyche beziggehouden; hier geeft hij een breed opgezet overzicht over de gehele problematiek die door de veelsoortige verschijningsvormen van de droom wordt opgeworpen. Van de talloze mededelingen over dromen, van de dagen van de Bijbel af tot op heden, heeft de auteur de meest belangwekkende en instructieve uitgezocht. Hij verhaalt van doodsaankondigingen en waarschuwingen in de, droom, van telepathie en helderziendheid, van scheppende prestatie van kunstenaars en geleerden, welke hun in de droom werden ingegeven. Hij geeft eveneens een kritische bespreking van de menigvuldige theorieën die de geleerden, van de Oudheid en in later eeuwen tot in onze dagen toe, over het wezen van de droom hebben opgesteld. Bijzondere aandacht wordt daarbij besteed aan de belangrijkste onderzoekers van de moderne tijd: Freud, Adler en Jung. Het boek is in zulk een mate aanschouwelijk en populair geschreven dat het voor iedere lezer toegankelijk en verhelderend is.
Hans Nieuwenhuis (Hoogleraar Burgerlijk Recht aan de Universiteit Leiden) is behalve een eminent rechtsgeleerde ook een groot literatuur-kenner. In Kant & Co beschrijft hij hoe de invloed van denkers en dichters door de eeuwen heen zichtbaar is geworden in het recht en de rechtspraak. De Griekse tragedie, de bijbel, filosofen, schrijvers en dichters, ze vragen allemaal: wie en wat is de mens. In de literatuur van alle eeuwen worden voorstellingen van de mens gegeven, voorstellingen die op hun beurt een rol zijn gaan spelen in het recht en de rechtspraak. Het recht weerspiegelt dan ook vaak wat al eerder vorm kreeg in de literatuur
De Bijzondere Collecties van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam beheren handschriften, zeldzame en kostbare boeken, kaarten, beeldmateriaal als affiches en foto's naast archieven en collecties op vele gebieden. In dit boek zijn - eigenzinnig gefotografeerd -101 objecten te zien: van middeleeuws handschrift tot strip, van incunabel tot grafische avant-garde en van bijbel tot kookboek. De Bijzondere Collecties, die teruggaan tot de zestiende-eeuwse stadsbibliotheek van Amsterdam, verwierven mede door schenkingen en bruiklenen hun internationale betekenis. Een beknopt collectieoverzicht én interviews met jonge en gevestigde onderzoekers completeren deze uitgave, die een link vormt met de website:
Heb jij een vriend of vriendin? Wil je er meer over weten, waarom bepaalde dingen in jullie relatie goed werken en andere juist niet? Of ben je single en wil je gewoon meer weten over relaties? Lees dan dit boek, want daarover gaat het.De auteurs spraken met twintig jongeren in de leeftijd van 17 tot 25 jaar over hun ervaringen met (heteroseksuele) relaties. Daarnaast lazen de auteurs veel actueel onderzoek en literatuur. Dit alles verwerkten ze in dit praktische boek met veel voorbeelden en tips voor het bouwen aan een relatie. Ze schrijven o.a. over je eigen persoonlijkheid, verschillen tussen mannen en vrouwen, liefde, seks en communicatie. De discussievragen in ieder hoofdstuk bieden je de gelegenheid je eigen mening te toetsen. De jongeren die aan het woord zijn, hebben een kerkelijke achtergrond en dat klinkt door in hun opvattingen. De auteurs leggen deze opvattingen in combinatie met wetenschappelijke gegevens naast inzichten uit de bijbel, zodat je je eigen conclusies kunt trekken wat je daar aan hebt voor je eigen relatie.Testjes en vragenlijsten (te downloaden van de website www.boekencentrum.nl/relaties) bieden je een checklist voor je relatie en zullen zeker gesprekstof opleveren.Een interessant en prettig leesbaar boek om je eigen mening te vormen over relaties.Wil Doornenbal en Cobi Wattez zijn beiden psycholoog en schreven eerderSamen verder. Inzichten en oefeningen voor je relatie.
Op dit moment lijkt God even terug in Nederland. Religie en spiritualiteit zijn in de mode. Toch leven we nog steeds in een van de meest geseculariseerde samenlevingen ter wereld en krimpt de gelovige minderheid gestaag in de statistieken. Multatuli zou zich hierover zeer verheugen. Eduard Douwes Dekker was de eerste werkelijke vrijdenker, niet voor niets de eerste Nederlander die zich liet cremeren. Als Multatuli grossierde hij in bijbelkritiek, commentaar op teksten van dominees, christelijke politici en de christelijke moraal in het algemeen. Als kind uit een doopsgezinde omgeving had hij toch al niet zoveel op met de dominante gereformeerde godsdienst en anders dan veel tijdgenoten heeft hij jarenlang in een islamitische omgeving geleefd.Multatuli hekelde uiteraard ook de moderne predikanten, die krampachtig de Bijbel met de moderne wetenschap probeerden te verzoenen: 'geloof met steenkool!' Hij was ook allergisch voor wat wij tegenwoordig 'ietsisme' noemen en wees de notie af dat je per definitie respect moet hebben voor gelovigen: 'Er is een deun in omloop, dat men 'eerbied schuldig is aan alle opinies.'
Een literatuurwetenschapper ontdekt dat in de Bijbel veelvuldig sprake is van het recyclen van teksten. Hij onderzoekt hoe dit komt en dat levertinteressante resultaten op.Elke schrijver was allereerst lezer: als lezer heeft hij het vak van schrijver geleerd. Onvermijdelijkkomt die expertise in z’n eigen productie terug. Zo is ook de Bijbel ontstaan, als een continuedialoog tussen bekende teksten en nieuwe experimenten. De auteur geeft markante voorbeelden.
Na de Bijbel heeft sedert de late Middeleeuwen geen boek zoveel vormende kracht uitgeoefend op het recht en de samenleving als het Corpus Iuris Civilis. Honderden jaren heeft de wetgeving van de Oost-Romeinse keizer Justinianus (527-565) in Europa een allesoverheersende invloed gehad op het recht in Europa in de breedste zin van het woord: op de re
Na de Bijbel heeft sedert de late Middeleeuwen geen boek zoveel vormende kracht uitgeoefend op het recht en de samenleving als het Corpus Iuris Civilis. Honderden jaren heeft de wetgeving van de oost-romeinse keizer Justinianus (1527-565) in Europa een allesoverheersende invloed gehad op het Europese recht in de breedste zin van het woord: op de re
Na de Bijbel heeft sedert de late Middeleeuwen geen boek zoveel vormende kracht uitgeoefend op het recht en de samenleving als het Corpus Iuris Civilis. Honderden jaren heeft de wetgeving van de oost-romeinse keizer Justinianus (1527-565) in Europa een allesoverheersende invloed gehad op het Europese recht in de breedste zin van het woord: op de rechtsgeleerde wetenschapsbeoefening, op de rechtspraak, op de vorming van bestuursnormen en tenslotte op de structuur van de civielrechtelijke wetgevingen die in de 18e en 19e eeuw in Europa tot stand kwamen. In het voetspoor van een onderwijstraditie waaraan in de 2e en 3e eeuw na Chr. Romeinse juristen als Gaius, Ulpianus en Paulus in leerboeken gestalte was gegeven, werden 533 door enkele rechtsgeleerden de Institutiones opgesteld, een leerboek met kracht van wet. Het werd vervaardigd naar het model van de gelijknamige, in de late oudheid veel gebruikte inleiding van de jurist Gaius en diende ertoe om de studenten in de rechtsgeleerdheid het grondpatroon van het geldende recht bij te brengen. Sedert de 17e eeuw werd het systematisch model van de Insitutiones bijna overal in Europa het voorbeeld bij uitstek voor deopbouw van het privaatrechtelijk rechtssysteem, dat zijn verankering en positivering vond in vele nationale codificaties, waaronder het Nederlandse Burgerlijk Wetboek.Voor het eerst wordt in een vele jaren omspannende onderneming het Corpus iuris civilis in het Nederlands vertaald en uitgegeven in een kolommeneditie, waarin de Latijnse en de Nederlandse tekst naast elkaar zijn gezet. Het werk richt zicht tot juristen, historici, classici, theologen en allen die zich betrokken voelen bij de antieke grondslagen van ons recht en onze samenleving. Het beoogt een dieper begrip te kweken voor de groeiende unificatie van het recht in Europa door zicht te bieden op de rechtseenheid in het recente verleden, zoals deze bestond op grond van het Romeinse recht. Ten slotte is het bedoeld als een barrière tegen het geleidelijk verbleken van het besef van de b
Woordenboeken Hebreeuws-Nederlands en Nederlands-Hebreeuws voor alle taalfasen met transcriptie en tabellen (vervoegingen naamwoorden en werkwoorden) en lijsten (bijbelboeken, persoons- en aardrijkskundige namen, medische termen). Ontsloten door adequate inhoudsopgave. Werkwoorden op binjan (stamformatie). Afkortingenlijsten en gebruiksaanwijzingen bij de tabellen.Bedoeld voor beginners tot matig gevorderden; semi-wetenschappelijk. Geschikt voor snelle naslag (kranten, eenvoudige literatuur, bijbel- en talmoedstudie op beginnersniveau).
Zul je altijd zien, verschijnt er na jaren toegewijde arbeid van zeer deskundige vertalers, bijgestaan door neerlandici en literatoren, een Nieuwe Bijbelvertaling die dat aloude document toegankelijk maakt voor mensen van nu, en er staan weer zure lieden langs de kant te roepen dat die vertaling niet deugt.Het spijt Deurloo en Ter Linden oprecht maar zij vinden inderdaad dat die vertaling niet betrouwbaar is en ze hopen in dit boek te laten zien waarom. Een goede bijbelvertaling laat in zo eenvoudig en helder mogelijk Nederlands zien wat er in het Hebreeuwse en Griekse origineel staat. Wie die twee talen niet kent moet erop kunnen vertrouwen dat aan de schrijvers van weleer recht wordt gedaan. Aan de hand van vele voorbeelden laat Het luistert nauw zien dat de NBV de lezers en hoorders van nu de toegang tot de oude teksten helaas in veel gevallen eerder belemmert dan ontsluit. Het luistert nauw is een bijdrage aan de discussie over de vraag of de NBV-vertaling daadwerkelijk in kerk en leerhuis gebruikt moet gaan worden, maar biedt tegelijkertijd ook een hernieuwde kennismaking met de rijkdom en de originaliteit van die grote schat uit de wereldliteratuur, de Bijbel.
Na de Bijbel heeft sedert de late Middeleeuwen geen boek zoveel vormende kracht uitgeoefend op het recht en de samenleving als het Corpus Iuris Civilis. Honderden jaren heeft de wetgeving van de oost-romeinse keizer Justinianus (1527-565) in Europa een allesoverheersende invloed gehad op het Europese recht in de breedste zin van het woord: op de rechtsgeleerde wetenschapsbeoefening, op de rechtspraak, op de vorming van bestuursnormen en tenslotte op de structuur van de civielrechtelijke wetgevingen die in de 18e en 19e eeuw in Europa tot stand kwamen. Tegelijk met de Institutiones kwamen in 533 de Digesta tot stand, een bloemlezing van duizenden fragmenten die waren ontleend aan werken van rechtsgeleerde auteurs uit de klassieke periode van de Romeinse rechtswetenschap. Uit het oeuvre van juristen als Julianus, Papinianus, Paulus en Ulpianus werd een selectie van tekstfragmenten gemaakt; een van de criteria daarbij was de actualiteitswaarde voor het contemporaine onderwijs en de rechtspraktijk. De Romeinse juristen hadden geen belangstelling voor systematische vragen en abstracte beschouwingen, maar lieten zich bij voorkeur leiden door gevallen uit de dagelijkse praktijk; rechtsvinding vond veelal plaats aan de hand van casuïstiek. De in de Digesten verzamelde teksten hebben dan ook het karakter van ‘case law’. Het nimmer geëvenaarde rechts- en billijkheidsgehalte van de door hen voorgestane oplossingen heeft hun adviezen een aan tijd en plaats van ontstaan ontstegen actualiteitswaarde verleend, die sedert de receptie van het Romeinse recht in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd de vorming en de denkwijze van alle juristen op het continent van Europa heeft beheerst. Het Corpus Iuris Civilis, met de Digesten als wezenlijkste en onsterfelijke component, werd aldus de belangrijkste generator bij de geleidelijke formatie van de nationale rechtstelsels die in de 19e eeuw werden verankerd in codificaties.Voor het eerst wordt in een vele jaren omspannende onderneming het Corpus iuris civilis in het Ned
Nederland vergrijst. Ontspoorde jongeren en licht verstandelijk gehandicapten hebben vaker zorg nodig. Hoe reageren bestuurders in de zorgsector op deze uitdagingen? Leidinggeven levert aanzien op. Maar het betekent ook afzien. Daarover praten twintig topbeslissers met interviewer Willem Wansink. Wat drijft de stille krachten van de zorg? Waar heeft hun wieg gestaan? En waren zij zelf ooit ziek?Uiteraard bestaat dé zorgbestuurder niet. De een is atheïst, even ongelovig als de meeste Nederlanders. De ander wordt geïnspireerd door de Bijbel of de Heilige Geest. Een derde citeert de Duitse filosoof Kant. Winti wordt evenmin geschuwd. Wat hen bindt, is de betrokkenheid bij hun werk, dus bij de zwaksten in onze samenleving. Samen vormen zij de verborgen elite van Nederland. Soms onbekend. Wel verantwoordelijk, vaak bescheiden. En vooral dienend ingesteld.
Beeld en beschrijving van een unieke collectie ‘zondags zilver’Rijk geïllustreerdEerste boekpublicatie over bijzonder zilverwerk, geschreven door dé kennerIedereen kent het lied over Kortjakje, die op zondag naar de kerk gaat met een boek vol zilverwerk. Daarmee werd geduid op de zilveren sloten, hoeken etc. die mensen vroeger op hun Bijbel of ander kerkboek lieten aanbrengen.Bernard van Noordwijk legde in de loop der jaren een unieke collectie van dit boekzilver aan. Hij verdiepte zich in de achtergronden van deze toegepaste kunst en publiceerde daarover in diverse tijdschriften. Een deel van zijn collectie werd getoond op de tentoonstelling ‘zondags zilver’, die in de pers breed werd besproken en door ruim 15.000 mensen bezocht werd. De collectie is zo uniek en waardevol dat de VU en het Bijbels Museum de handen ineengeslagen hebben om haar in stand te houden. Dit rijk geïllustreerde boek laat een breed publiek kennismaken met hoogtepunten uit de collectie-Van Noordwijk en geeft veel toegankelijk geschreven informatie over boeken vol zilverwerk, van het ontstaan ervan tot aan het taxeren.
Hoe leefden vrouwen toen, wat was hun plaats in de maatschappij, met welke gebruiken rond gezondheid en huwelijk hadden ze te maken?De maatschappij van het oude Mesopotamië heeft onze godsdienst en cultuur diepgravend beïnvloed. Dat geldt ook voor de positie van de vrouwen. Vrouwen van Babylon geeft tal van doorkijkjes naar de actualiteit en de wereld van deBijbel. Wetenschappelijk en up-to-date, boeiend geschreven. Met tientallen illustraties.
Hoe vallen de daden van God en andere bijbelfiguren nog te rijmen met de moraal van de (eenen)twintigste eeuw? Hoe kunnen wij vandaag de dag nog goedkeuren dat een vader zijn zoon offert? Had Abraham God geweigerd zijn zoon naar de berg te brengen als hij even met zijn vrouw had overlegd? Op dit soort vragen geeft Guus Kuijer antwoord in zijn boek Hoe een klein rotgodje God vermoordde.In Het boek van alle dingen boog Guus Kuijer zich al over geloof, God en opvoeding. In Hoe een klein rotgodje God vermoordde gaat hij verder en dieper. Door vragen te stellen vanuit het perspectief van de moderne lezer komt hij tot opzienbarende conclusies over koran en bijbel.
Met David & Salomo werpen Finkelstein en Silberman – bekende auteurs van De bijbel als mythe – nieuw licht op de vroege geschiedenis van Israël en de evolutie van de Bijbel. Op basis van spectaculaire nieuwe archeologische vondsten komen zij tot verrassende inzichten over de bijbelse figuren David (herder, soldaat en door God beschermde koning) en zijn zoon Salomo (vooraanstaand bouwheer, wijze rechter en heerser over een uitgestrekt rijk) die in de loop der tijd zijn uitgegroeid tot modellen van verlicht leiderschap. Het is zeer goed mogelijk dat David en Salomo echt hebben bestaan, maar de vondsten tonen dat de realiteit waarin zij leefden heel anders was dan de overdreven pracht en praal waarover de Bijbel spreekt. Zo bewijzen de auteurs bijvoorbeeld overtuigend dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat David ooit meer gebied veroverde dan op twee dagen afstand van het midden van Judea, en dat het Jeruzalem van Salomo groot noch indrukwekkend was. Finkelstein en Silberman willen laten zien hoe de bijbelse legenden over David en Salomo zich hebben ontwikkeld en welke belangrijke rol zij hebben gespeeld in de vorming van de westerse religieuze en politieke traditie.Neil Asher Silberman is historicus en schrijver. Hij werkte voor de Guggenheim Foundation, studeerde af aan de Wesleyan University, volgde een opleiding archeologie van het Midden-Oosten aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem en ook volgde hij een opleiding klassieke Arabische literatuur aan de Yale University.Israel Finkelstein is een wereldwijd gerespecteerd archeoloog en schrijver van een groot aantal boeken. Hij is als hoogleraar verbonden aan de universiteit in Tel Aviv. Momenteel geeft hij mede leiding aan een belangrijke opgraving in Megiddo in het Noorden van Israël.
Dit boek biedt professionals die werken met kinderen van zes tot twaalf jaar met ontwikkelingsstoornissen en / of gedragsproblemen een andere invalshoek op hun werk. Het werkmateriaal in De kracht van verhalen daagt kinderen uit het verhaal over hun leven zèlf te vertellen. Op een speelse, lichtvoetige wijze kunnen kinderen zo betekenis geven aan (gebeurtenissen in) hun eigen leven. Dat gaat om vragen als: Wie ben ik? Wat is belangrijk voor mij? Hoe kijk ik tegen mijn eigen leven aan? Deze vragen zijn verwerkt in zeven voor de kinderen herkenbare thema’s, bijvoorbeeld: Waar heb ik een eigen plek? Wat betekent mijn knuffel voor mij? Wat zijn topdagen in mijn leven? Dit handboek bevat activiteiten, gespreksideeën en verwerkingsvormen over zeven thema’s. Deze horen bij de zeven verhalen in het prentenboek De Prinsenschool. Bij ieder thema staan bovendien de tekst en muzieknoten van een speciaal gecomponeerd lied over het thema, en een kleurplaat om te kopiëren voor de kinderen. Daarnaast is het een handleiding met concrete tips en achtergronden voor gebruik in onder andere het (speciaal) onderwijs, door groepsleiding en in therapie. Adri Bosch werkt als consulent levensbeschouwing met licht verstandelijk gehandicapte kinderen bij Saltho. Hij werkt daarnaast als professioneel verhalenverteller. Piet Faas is tevens consulent levensbeschouwing bij Saltho. Hij heeft daarin veel met ‘levensverhalen’ van kinderen en jongeren gewerkt. Tamar Kopmels werkt als adviseur bij K2 Brabants kenniscentrum jeugd en als freelancer voor DenkExpres. Zij publiceerde eerder samen met Nanda van Bodegraven Kriebels in je hersens (SWP 2002) en Wortels en vleugels (SWP 2004).
Het schip Titanic verging op zijn eerste reis. Het kwam in aanvaring met een ijsberg en binnen enkele uur was het schip gezonken. 1522 opvarenden kwamen daarbij om het leven. Walter Lord interviewde zestig overlevenden en beschreef hun ervaringen in zijn boek, dat voor het eerst in 1955 verscheen en dé Titanic-bijbel is geworden en gebleven.
Na de Bijbel heeft sedert de late Middeleeuwen geen boek zoveel vormende kracht uitgeoefend op het recht en de samenleving als het Corpus Iuris Civilis. Honderden jaren heeft de wetgeving van de oost-romeinse keizer Justinianus (1527-565) in Europa een allesoverheersende invloed gehad op het Europese recht in de breedste zin van het woord: op de rechtsgeleerde wetenschapsbeoefening, op de rechtspraak, op de vorming van bestuursnormen en tenslotte op de structuur van de civielrechtelijke wetgevingen die in de 18e en 19e eeuw in Europa tot stand kwamen. Tegelijk met de Institutiones kwamen in 533 de Digesta tot stand, een bloemlezing van duizenden fragmenten die waren ontleend aan werken van rechtsgeleerde auteurs uit de klassieke periode van de Romeinse rechtswetenschap. Uit het oeuvre van juristen als Julianus, Papinianus, Paulus en Ulpianus werd een selectie van tekstfragmenten gemaakt; een van de criteria daarbij was de actualiteitswaarde voor het contemporaine onderwijs en de rechtspraktijk. De Romeinse juristen hadden geen belangstelling voor systematische vragen en abstracte beschouwingen, maar lieten zich bij voorkeur leiden door gevallen uit de dagelijkse praktijk; rechtsvinding vond veelal plaats aan de hand van casuïstiek. De in de Digesten verzamelde teksten hebben dan ook het karakter van ‘case law’. Het nimmer geëvenaarde rechts- en billijkheidsgehalte van de door hen voorgestane oplossingen heeft hun adviezen een aan tijd en plaats van ontstaan ontstegen actualiteitswaarde verleend, die sedert de receptie van het Romeinse recht in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd de vorming en de denkwijze van alle juristen op het continent van Europa heeft beheerst. Het Corpus Iuris Civilis, met de Digesten als wezenlijkste en onsterfelijke component, werd aldus de belangrijkste generator bij de geleidelijke formatie van de nationale rechtstelsels die in de 19e eeuw werden verankerd in codificaties.Voor het eerst wordt in een vele jaren omspannende onderneming het Corpus iuris civilis in het Ned