Dit boek beschrijft en classificeert neuropsychologische syndromen via het bepalen van in- en exclusiecriteria. Op deze manier zijn meer dan 110 neuropsychologische stoornissen beschreven tezamen met hun etiologie en de eventuele gevolgen voor het dagelijks leven. Achtereenvolgens komen aan bod: stoornissen in de aandachtsfuncties, stoornissen in de receptieve functies (o.a. perceptiestoornissen, receptieve taalstoornissen), stoornissen in de expressieve functies (o.a. stoornissen in de visuomotorische integratie, apraxieën, expressieve taalstoornissen), geheugenstoornissen, stoornissen in de emotionele communicatie, stoornissen in de emotionele en uitvoerende controle van het gedrag, en stoornissen in het intellectueel functioneren.Verder bevat het boek een afzonderlijke anatomische, etiologische en gedragsmatige index waardoor de lezer gemakkelijk een stoornis kan terugvinden op grond van de lokalisatie van een bepaald hersenletsel, of op basis van een specifieke etiologische factor, of via een specifieke stoornis in het gedrag. Een uitgebreide referentielijst geeft de lezer de mogelijkheid tot verdere exploratie.Dit Zakboek Neuropsychologische Symptomatologie is een onmisbare gids voor allen die in de praktijk geconfronteerd worden met patiënten met een neuropsychologische problematiek. Het geeft psychologen, orthopedagogen, ergotherapeuten, logopedisten, neurochirurgen, neurologen, psychiaters, huisartsen e.a. een zicht op en hulp bij de onderkenning van neuropsychologische stoornissen die zich na laesies in de hersenen kunnen voordoen.CHRISTOPHE LAFOSSE is als onderzoeker verbonden aan het Laboratorium voor Neuropsychologie en als assistent aan het Centrum voor Klinische Psychodiagnostiek en Psychologische Begeleiding van de K.U. Leuven. Momenteel is hij wetenschappelijk en klinisch actief in onderzoeksprojecten, o.a. in samenwerking met de afdeling neurochirurgie en kinderoncologie van het U.Z. Gasthuisberg.
Kenmerkend voor systeemtherapie is het uitgangspunt dat problemen samenhangen met en be´nvloed worden door de context waarin zij optreden. Op hun beurt kunnen die problemen ook de context weer be´nvloeden. Dat kan een gezin of familie zijn, maar ook een systeem van hulpverleners of de maatschappelijke context met zijn culturele en sociaaleconomische diversiteit. Problemen in relaties zijn van grote invloed op het welbevinden van individuen maar relaties kunnen ook een bron van steun en veerkracht zijn.Het Handboek systeemtherapie geeft een overzicht van de relevante ontwikkelingen in de theorie en praktijk van de systeemtherapie. De verscheidenheid en complexiteit van familierelaties worden belicht en de moeilijkheden die kunnen optreden zowel in het klassieke kerngezin en de partnerrelatie, als in nieuw samengestelde gezinnen, adoptiegezinnen, homoseksuele relaties, biculturele relaties, etcetera. Er wordt aandacht besteed aan het wetenschappelijke onderzoek naar de effectiviteit van en de processen in systeemtherapie. In capita selecta komen specifi eke onderwerpen aan de orde, zoals scheiding, huiselijk geweld, werken met vluchtelingen en systeemtherapie bij specifi eke problemen als ziekte, psychiatrische problematiek of criminaliteit.Het boek is bedoeld voor systeemtherapeuten en voor systeemtherapeuten in opleiding. Maar ook voor psychotherapeuten, klinisch psychologen, gz-psychologen, psychiaters, maatschappelijk werkenden en andere hulpverleners die ge´nteresseerd zijn in de complexe samenhang tussen problemen en de leefwereld van mensen.Het Handboek systeemtherapie is een unieke Nederlands-Vlaamse coproductie van ruim zestig auteurs uit Nederland en BelgiÙ.
De stortvloed aan tijdschriften, zelfhulpboeken, cursussen en televisieprogramma’s maken het elke dag weer duidelijk: er valt nog aardig wat te verbeteren aan onszelf. Je sombere stemming de baas, je gepieker en getob te lijf, je emoties onder controle en je gedachten zo rationeel mogelijk. Kortom, als je maar genoeg je best doet, is geluk voor iedereen binnen handbereik. Maar is het nu werkelijk zo simpel? Nee, dat is het niet. In Het leven is geen feest laat Ando Rokx op overtuigende wijze zien dat het maakbare geluk een mythe is. Tot op zekere hoogte horen pijn en verdriet gewoon bij het leven. Het leven is niet altijd een feestje en er bestaan ook geen trucjes om dat er wel van te maken. Ondanks deze realistische boodschap laat Rokx de lezer niet met lege handen achter. Ook al hebben we veel minder invloed op ons leven dan we wellicht zouden willen, het is wel degelijk mogelijk om je aandacht te richten op de dingen die het leven de moeite waard maken. Met behulp van inspirerende inzichten vanuit de Acceptatie en commitmenttherapie (ACT) laat Rokx zien hoe je dat kunt doen. Aan de hand van het zogenoemde waardenkompas kun je in kaart brengen wat jouw leven de moeite waard maakt, kun je stilstaan bij wat je drijft in de dingen die je doet en hoe je vanuit je waarden kunt leren leven.Het leven is geen feest rekent af met oppervlakkige zelfhulpboeken die in tien stappen geluk beloven. En biedt daarmee een zeer welkome en verfrissende kijk op de dwangmatige gerichtheid op zelfontplooiing en maakbaarheid van het leven in de 21ste eeuw.Over de auteurAndo Rokx is klinisch psycholoog en psychotherapeut en was o.a. nauw betrokken bij het televisieprogramma De Rode Kamer van de KRO.
Deze module gaat over het verpleegkundig proces en de besluitvorming hierover. Methodisch werken, en klinisch redeneren in het bijzonder, zijn van groot belang voor een goede uitoefening van het vak verpleegkunde.Allereerst worden het verpleegkundig proces en de klinische besluitvorming behandeld. Om tot besluitvorming te komen dienen gegevens wordenverzameld, o.a. via de anamnese. Daarbij wordt ingegaan op de functionele gezondheidspatronen van Gordon als structuur voor de anamnese.Verder wordt aandacht besteed aan het stellen van diagnoses en beoogde resultaten en het selecteren van interventies. Ook wordt het belang vanuniforme, verpleegkundige taal besproken.Tenslotte wordt ingegaan op hulpmiddelen bij de besluitvorming, zoals het verpleegkundig dossier en de klinische paden. De in deze module behandelde stof wordt inzichtelijk gemaakt met behulp van casuïstiek.Deze module vormt een prima inleiding op methodisch werken en is primair bedoeld voor mbo-studenten en 1e jaars hbo-studenten. Voor verdiepingsliteratuur verwijzen wij naar de uitgave Effectief Verplegen 0. Handboek voor evidence based verpleegkundig handelen. Daarin ligt het accent niet zozeer op het methodisch werken, maar meer op klinisch redeneren, de toepassing van (evidence based) kennis en gebruikmaking van beschikbare hulpmiddelen om het verpleegkundig handelen te kunnen onderbouwen.Beide uitgaven scheppen de noodzakelijke theoretische voorwaarden om beschikbare kennis over diagnoses en interventies van verpleegproblemen in praktijk te brengen. De evidence based kennis over diagnoses en interventies bij 37 verschillende verpleegproblemen vinden studenten in de uitgaven Effectief Verplegen 1, 2 en 3.
Over het boek:Deze publicatie is een werkboek voor adolescenten. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er is een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten, licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici… die jongeren (en hun ouders) willen helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleem te komen.In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.Over de auteur(s):Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentie
Na de eerste hoopgevende resultaten in de jaren zestig heeft de implantologie de afgelopen decennia een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Op dit moment kunnen al heel veel prothetische problemen met implantaten worden opgelost. Hierbij speelt de algemeen practicus een cruciale rol, zelfs als hij of zij niet zelf de prothetiek uitvoert, of de implantaten aanbrengt. Het is de algemeen practicus die allereerst verantwoordelijk is voor de anamnese, de patiënt onderzoekt en hem informeert over de mogelijkheden en het eventuele behandelplan. Altijd - ook na afronding van de behandeling - blijft de algemeen practicus de regie voeren. Prothetiek en orale implantologie is dan ook primair geschreven voor de algemeen practicus. Het is een uiterst praktische handleiding, die duidelijk maakt - mede door het vele fotomateriaal - wat er klinisch mogelijk is. Daarnaast is dit boek is een compleet compendium; daardoor is het ook bij uitstek geschikt als leerboek en naslagwerk. Prothetiek en orale implantologie is dan ook onmisbaar voor allen die met implantaten te maken hebben.
Techniek in de radiotherapie maakt deel uit van de serie Leerboeken voor radiologisch laboranten. Deze serie leerboeken was oorspronkelijk een gezamenlijk project van de Raad Beroepsopleiding Radiologisch Laboranten (BRL), de Vereniging van Opleidingsinstituten voor Radiologisch Laboranten (VORL) en Elsevier gezondheidszorg.In Techniek in de radiotherapie komen de technische aspecten van de bestralingsapparatuur en-technieken aan de orde. Eerst worden bestralingsapparatuur, fotonen-en elektronenbundels. Een uitvoerig hoofdstuk is gewijd aan bestralingstechnieken. Daarnaast is er aandacxht voor dosimetrie, lokalisatie, moulagetechnieken, positieverificatie met behulp van EPID’s en brachytherapie. Het slothoofdstuk is gewijd aan kwaliteitszorg. De bijdragen zijn geschreven door klinisch fysici, radiotherapeutisch laboranten en anderen die nauw bij het vakgebied betrokken zijn. Deze uitgave is de tweede, geheel geactualiseerde druk van de eerdere editie uit 1997.Techniek in de radiotherapie is behalve voor radiodiagnostisch en radiotherapeutisch laboranten in opleiding en MBRT-studenten ook bij uitstek geschikt voor hen die reeds de (initiële) opleiding hebben afgesloten. De uitgave vormt eveneens een goede introductie voor radiotherapeuten, klinisch fysici en klinisch fysisch medewerkers, al dan niet in opleiding, en anderen die nauw betrokken zijn bij de afdeling radiotherapie van een ziekenhuis.
Psychiatrische diagnoses als ‘depressie’, ‘schizofrenie’, ‘borderline’, ‘anorexia’, lijken vanzelfsprekende concepten in ons alledaagse taalgebruik. Dagelijks worden we via tv, krant, radio, muziek, films, gesprekken op het werk of op straat geconfronteerd met diagnostische termen. Ondanks de bewering dat de DSM geen mensen, maar enkel stoornissen classificeert, is het in de dagelijkse praktijk altijd zo dat een diagnose wordt toegekend aan iemand, aan een ‘ik’ van vlees en bloed. In dit boek gaat de auteur na hoe die iemand, dat ‘ik’, kan omgaan met een diagnose die op haar/hem van toepassing wordt verklaard. Door in te gaan op vragen als ‘Wat is een psychiatrische diagnose?’, ‘Wie is dat subject, dat ‘ik’ dat gediagnosticeerd wordt?’ en ‘Hoe interageert een subject met een aan haar/hem toegekende psychiatrische diagnose?’ stelt zij de dominante objectivistisch-reductionistische manier van ‘kijken’ naar de gediagnosticeerde mens in vraag. De gediagnosticeerde mens is niet één maar velen en kan niet gevat worden in één diagnose. Om dit duidelijk te maken, maakt zij gebruik van de metafoor van het rizoom. Door het subject/zelf op te vatten als een rizomatisch verhaal, biedt zij een vernieuwende en alternatieve kijk om het gediagnosticeerde subject in al zijn facetten te beschouwen. JASMINA SERMIJN is klinisch psychologe en systeemtherapeute. Zij doctoreert aan de afdeling Psychologie en Educatiewetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast is zij als systeemtherapeute ook verbonden aan Hestia, centrum voor psychotherapie. Zij is ook de auteur van Scènes uit een ontmoeting. De relatie tussen mens en psychiatrische diagnose (Acco, 2007).
Dit handboek is bedoeld voor studenten uit de opleiding Bewegingswetenschappen en Lichamelijke Opvoeding en de opleiding Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie. Het boek richt zich tot zowel de (toekomstige) trainer als de kinesitherapeut. Het heeft tot doel een aantal basisbegrippen uit te leggen en toepassingen voor te stellen met betrekking tot de preventie van sportletsels vanuit musculoskeletaal standpunt. In dit handboek wordt informatie gegeven over de epidemiologie van sportletsels voor een beperkt aantal sporten. Er wordt aandacht besteed aan normale houding en beweging als basis voor preventie en mogelijke gevolgen van afwijkende houdingen en bewegingen worden besproken. Ten slotte wordt ingegaan op een aantal mogelijke interventies ter preventie van sportletsels met een aantal voorbeelden voor bepaalde sporten. Het handboek maakt zoveel als mogelijk gebruik van wetenschappelijke literatuur, maar vult dit aan met ervaringen vanuit klinisch standpunt.
Orgaan- en weefseltransplantatie leveren elk jaar een belangrijke bijdragen in kwaliteit van leven en overleven voor honderden mensen in België. Toch overlijden nog veel patiënten door tekorten aan donoren. Transplantatie vangt aan met het aanmelden van donoren uit acute ziekenhuizen waar potentiële donoren zich kunnen bevinden. Dit boek is ontwikkeld voor artsen, verpleegkundigen en paramedici betrokken bij het proces vanaf donordetectie tot en met de eigenlijke orgaanwegname. Hierbij wordt dieper ingegaan op aspecten van orgaantransplantatie, toewijzing van organen, weefseldonatie, donoridentificatie en management, hartdode versus hersendode donoren, wetgeving en juridische aspecten, ethische vraagstukken, invloed van geloofsovertuigingen, en de begeleiding van nabestaanden. De praktijkgerichte en toegankelijke informatie wordt weergegeven in een vraag-antwoordstructuur, wat het snel terugvinden van gegevens bevordert. Het boek is dan ook opgevat als een praktische gids in zakboekformaat. Dit boek kwam tot stand als een initiatief van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid en bevat bijdragen van talrijke experts van verschillende Belgische universiteiten en ziekenhuizen: Gerda Van Beeumen, Luc Colenbie, Marie-Hélène Delbouille, Stefaan Desmet, Bruno Desschans, Stijn Dirix, Patrick Ferdinande, Ivo Haentjens, Anne Joosten, Ilse Kerremans, Didier Ledoux, Piet Lormans, Diethard Monbaliu, Dominique Vandeynse, Frank Verschuren en Régine Wilmotte.
'Verpleegkundige zorgresultaten' is een vertaling van ‘Nursing Outcomes Classification (NOC)’. Deze tweede, herziene Nederlandse editie is gebaseerd op de vierde Amerikaanse druk en bevat 385 zorgresultaten. De NOC standaardiseert de namen en definities van zorgresultaten die worden gehanteerd in de beroepspraktijk en in onderwijs en onderzoek. Met behulp van de zorgresultaten kunnen verpleegkundigen en andere zorgverleners de toestand van patiënten, mantelzorgers, gezinnen of gemeenschappen beoordelen en kwantificeren. Het boek stelt verpleegkundigen in staat om veranderingen in de toestand van de patiënt na de interventies te beoordelen en op die manier de voortgang van de patiënt te volgen. De inhoud van het boek is afgestemd op 'Verpleegkundige interventies' (NIC), de Internationale NANDA-diagnosen en de Functionele Gezondheidspatronen van Gordon. De belangrijkste kenmerken van dit boek: • volledigheid: 385 zorgresultaten die het gehele verpleegkundige beroepsdomein bestrijken;• evidence-based;• duidelijke en klinisch zinvolle terminologie;• gebruiksvriendelijke structuur;• toepasbaar in verschillende disciplines;• getoetst in het veld.'Verpleegkundige zorgresultaten' draagt bij tot adequaat onderwijs in de klinische besluitvorming. Het boek voorziet in standaardisering en definiëring van de benodigde kennis voor verpleegkundig onderwijs en de verpleegkundige praktijk. Tevens is het een hulpmiddel om leerplannen beter te laten aansluiten op de praktijk. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor verpleegkundigen. Leidinggevenden in de gezondheidszorg kunnen het boek gebruiken voor het onderzoeken van de effectiviteit en de kosten van de verpleegkundige zorg en het maken van een doelmatige planning.
De databank van het huisartsenregistratienetwerk Intego bevat gegevens over vijftien jaar registratie. In deze derde versie van Ziekten in de huisartspraktijk in Vlaanderen wordt duidelijk hoe een diagnose, door de huisarts genoteerd in een elektronisch medisch dossier, leidt tot uitspraken over het voorkomen van ziekten in de Vlaamse bevolking. Vragen als ‘Hoe vaak lijden kleine kinderen aan astma’ tot ‘Worden antidepressiva meer voorgeschreven bij vrouwen?’ tot zeer complexe vraagstellingen kunnen met deze data beantwoord worden. Tot op heden is Intego de enige databank die in staat is om dergelijke vragen in de eerste lijn te beantwoorden. Zo bevat Intego onder andere meer dan 2,3 miljoen diagnosen, meer dan 18 miljoen laboratoriumresultaten en bijna 9 miljoen medicatievoorschriften bij meer dan 215.000 verschillende patiënten, geregistreerd door huisartsen die voldoen aan vooropgestelde criteria. Door de vele vragen die aan het netwerk gesteld worden, is het duidelijk dat een dergelijke databank voorziet in een behoefte aan epidemiologische informatie uit de eerste lijn.Over de auteurs:Stefaan Bartholomeeusen is huisarts in Herselt en wetenschappelijk onderzoeker aan het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde van de K.U. Leuven. Binnen het Intego-project is hij coördinator en databeheerder.Carla Truyers is klinisch neuropsychologe en biostatisticus. Zij is als wetenschappelijk onderzoekster verbonden aan het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde van de K.U. Leuven en aan het Integoproject.Frank Buntinx is huisarts in Maasmechelen en hoogleraar aan de afdelingen Huisartsgeneeskunde van de K.U. Leuven en de U. Maastricht. Hij is researchcoördinator binnen het Leuvens Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde en projectleider van Intego.
Het handboek Oplossingsgerichte vragen heeft als doel gespreksvoering simpel te maken voor professionals in de (geestelijke) gezondheidszorg, het onderwijs, management en coaching en in de advocatuur en mediation. Het cliÙnten op respectvolle wijze uitnodigen hun doel te formuleren, hun uitzonderingen op het probleem te vinden en voort te bouwen op hun sterke kanten, wordt gemakkelijk gemaakt met het stellen van de 1001 oplossingsgerichte vragen die in dit boek beschreven staan. Stap voor stap en hoofdstuk na hoofdstuk wordt daarbij het proces van het werken met een oplossingsgerichte . toekomstgerichte . focus beschreven.Het concept en de methodiek van oplossingsgerichte gespreksvoering, alsook de houding van de oplossingsgerichte professional, verschillen wezenlijk van de tot nu toe gehanteerde probleemgerichte gespreksvoering. Exploratie en analyse van het probleem of de klacht zijn (grotendeels) overbodig. De sfeer is positief en de gesprekken met cliÙnten zijn korter en effectiever. Daarmee is oplossingsgerichte gespreksvoering tevens kostenbesparend.Fredrike Bannink is klinisch psycholoog en kinder- en jeugdpsycholoog specialist NIP (Nederlands Instituut van Psychologen). Zij heeft in diverse instellingen in de geestelijke gezondheidszorg gewerkt. Momenteel heeft zij een praktijk voor therapie, onderwijs, coaching en mediation te Amsterdam.
Geef jezelf het geschenk van geluk! Dit vriendelijke, blijmoedige boek staat vol bewezen technieken om een zinvol, gezond en productief leven te leiden en echt gelukkiger te worden. Met deze positieve concepten en technieken kun je je basisgedrag veranderen en de goede gewoonten koesteren die je het geluk brengen dat je zoekt, ongeacht je huidige omstandigheden! Over de auteurDr.W.Doyle Gentry is klinisch psycholoog, vooraanstaand lid van het Amerikaans Psychologisch Genootschap en oprichter-redacteur van het Journal of Behavioral Medicine.
OmschrijvingDe ontwikkelingen in de medische wetenschap en de verpleegkunde gaan erg snel. Het is als verpleegkundige of praktijkondersteuner dan ook onmogelijk om volledig op de hoogte blijven van alle ins en outs op jouw vakgebied. Maar het is wel noodzakelijk om bij te blijven binnen je eigen deelspecialisatie.<br/><br/>De makers van het bekende Verpleegkundig Vademecum hebben daarom nu een reeks zakboeken ontwikkeld met een medisch én verpleegkundig deel: Zakboeken Ziektebeelden. Handzame boekjes met praktische informatie over de belangrijkste ziektebeelden in jouw werkveld. De zakboeken hebben een overzichtelijke medicatietabel en zijn goed leesbaar. Alle informatie is bovendien snel en gemakkelijk te vinden, omdat alle ziektebeelden volgens hetzelfde stramien zijn beschreven: ziektedefinitie, oorzaak, verschijnselen, diagnostiek, behandeling, complicaties en prognose.<br/><br/>Voor wie?<br/>Dit handzame boekje is onmisbaar voor iedere verpleegkundige professional of student en een aanrader voor andere medische professionals die geïnteresseerd zijn in infectieziekten.<br/>
Sinds het verschijnen van de Richtlijn diagnostiek en farmacologische behandeling van dementie in 2005 zijn er veel ontwikkelingen gaande op het gebied van onderzoek, diagnostiek en behandeling van dementie. Het accent is meer komen te liggen op een benadering vanuit de pathologie en minder op de syndroomdiagnose. Oordelen over zogenoemde anti-alzheimermiddelen worden voortaan wetenschappelijk onderbouwd, er worden steeds meer niet-farmacologische interventies ontwikkeld en er is meer aandacht voor de behandeling en zorg van patiënten. Deze en andere ontwikkelingen hebben geleid tot dit Handboek dementie. Het is een compleet boek, dat uitgebreid aandacht besteedt aan het interdisciplinaire karakter van de zorg rondom dementie. Dit handboek bestaat uit vier delen: algemene aspecten, diagnostiek, behandeling en beleid en ziektebeelden. Mede door deze overzichtelijke indeling komen alle onderwerpen goed tot hun recht en worden ze in het juiste perspectief geplaatst. Daarnaast is alle informatie zodanig gepresenteerd, dat de informatie goed bruikbaar in de praktijk is. Handboek dementie is een aanrader voor alle professionals die in hun dagelijks werk met dementie in aanraking komen: huisartsen, medisch specialisten, klinisch geriaters, internisten-ouderengeneeskunde, ouderenpsychiaters en specialisten ouderengeneeskunde, klinisch (neuro)psychologen, (psycho)gerontologen en verpleegkundigen. Daarnaast is het boek uitermate geschikt voor studenten geneeskunde en psychologie, alsmede voor studenten van een van bovengenoemde specialismen.
Fysische diagnostiek is de eerste uniforme handleiding die studenten en docenten geneeskunde een methode biedt voor het lichamelijk onderzoek, die zoveel mogelijk gebaseerd is op wetenschappelijke onderbouwing en brede consensus onder docenten van het vaardigheidsonderwijs. Studenten en docenten, maar ook praktiserende artsen, worden door de informatie in deze uitgave ondersteund in de besluitvorming wanneer bepaalde bevindingen bij het lichamelijk onderzoek afwijkend zijn en wat de klinische betekenis daarvan is.Het aanleren van het juist uitoefenen van het lichamelijk onderzoek kan niet alleen met behulp van geschreven tekst. Vandaar dat dit boek rijk is ge´llustreerd en voorziet in de toegang tot een website waarop o.a. het volledig lichamelijk onderzoek wordt getoond.Fysische diagnostiek is ontstaan door intensieve samenwerking van medewerkers aan het klinisch vaardigheidsonderwijs van de medische faculteiten in Nederland en BelgiÙ. Zij onderkennen allen het belang van meer uniformiteit in het aanleren van lichamelijk onderzoek aan toekomstige artsen en willen tevens een standaard bieden waar de docenten bij het onderwijs op kunnen terugvallen.
Ongeveer 1 op elke 100 Nederlanders treft het noodlot van schizofrenie. Schizofrenie is een psychiatrisch syndroom dat chronisch van karakter is. Hevige angsten, soms met wanen of hallucinaties, bepalen het leven van de getroffenen, zij het dat ál te heftige emoties veelal worden afgedempt met zware medicijnen. Schizofrenen (en hun omgeving) hebben een verstoord leven: altijd het gevaar van een psychose, altijd de noodzaak van (pieken en dalen afvlakkende) medicijnen, nooit méér dan een gehandicapt sociaal leven. De aandoening is slecht bespreekbaar: de geneeskunde is soms traag of vaag in de diagnostiek, de getroffen patiënten en hun omgeving hebben vaak veel tijd nodig voor verwerking en zijn nogal eens terughoudend met informatie 'naar buiten', de meer perifere omgeving van patiënten heeft vaak nog een reflex van vermijding als het om chronische psychiatrische aandoeningen gaat. Allemaal geen bevorderlijke factoren voor isolement doorbrekende activiteiten. Het is in dit licht heel belangrijk dat er eindelijk een betrokken auteur is opgestaan die de problematiek 'van binnenuit' beschrijft. Middels 16 interviews, waarvan 15 met familieleden en één met een klinisch psycholoog, wordt in dit boek heel erg duidelijk hoe ouders, kinderen, partner, broer of zus leven met de ziekte van een geliefd persoon. 'Het gaat nog steeds niet goed met hem, ondanks alle medicijnen. Laatst zei hij dat er demonen via de televisie bij hem in zijn lichaam gekomen waren en hij moest toen zijn huis in brand steken. Hij weet gelukkig zelf dat het niet klopt. Hij gaat naar de dagopvang en daar heeft hij ook een slaapplek als hij zich thuis niet veilig voelt.' ' De zorg om Lizet beheerst mijn hele leven. Ik heb Merel nodig en zij mij en dat is om te overleven met Lizet. Ik denk nooit meer aan die twee jaar dat Lizet me zo'n pijn heeft gedaan. Ik kon daar toen niets mee, gaf me zelf de schuld en ook Merel verweet me toen vaak dat ik bepaalde dingen niet goed deed. Die periode stop ik weg, nu wil ik zoveel mogelijk voor L
Patiënten presenteren zich doorgaans met aspecifieke klachten die zich bij verschillende ziekten kunnen voordoen. Artsen hanteren daarom doorgaans een probleemgeoriënteerd denkmodel om een goede diagnose te stellen. Echter, medische studenten worden veelal thematisch geschoold waarbij gebruik gemaakt wordt van algemene, brede leerboeken. Aldus is het risico groot dat er een kloof ontstaat tussen de academische systematiek en de klinische praktijk. Om die reden is al in 1994 (in het raamplan voor het medisch onderwijs) vastgesteld dat het geneeskundig curriculum een probleemgeoriënteerde invalshoek moest krijgen. Dit boek wil een basis bieden voor het aanleren en aanscherpen van het probleemgeoriënteerde denken in de -interne- geneeskunde. Aan de hand van 29 casus wordt de lezer gedwongen zich het klinisch redeneren eigen te maken; aanvankelijk op grond van de klacht of het initiële beeld, later mede op basis van uitkomsten van uitgevoerd onderzoek en nieuwe feiten en gegeven opties. Deze klinische analyses zijn buitengewoon verhelderend voor studenten, co-assistenten en artsen.
Stel: een kind presenteert zich bij u met een klinisch probleem. Hoe oriënteert u zich op de aard van de mogelijke onderliggende aandoening? Veel kinderneurologische ziekten komen alleen op de kinderleeftijd voor en manifesteren zich soms anders dan bij volwassenen. Door de ontwikkeling van het kind is er veel dynamiek in de presentatie van de ziekteverschijnselen. Ten slotte vergt kinderneurologisch onderzoek speciale vaardigheden en maakt het gebruik van fenomenen die alleen in bepaalde ontwikkelingsfasen voorkomen. Al deze aspecten rechtvaardigen een specifieke uitgave over kinderneurologie.Dit boek richt zich in het bijzonder op anamnese en onderzoek, waarbij de klachten van het kind het uitgangspunt vormen. Aan de orde komen klachten en aandoeningen die veel in de praktijk voorkomen en/of ernstig van aard zijn. Daarnaast is er aandacht voor acute ziektebeelden, enkele minder gangbare aandoeningen en nieuwe ontwikkelingen in diagnostiek en therapie. Kinderneurologie is het derde deel in de serie Praktische kindergeneeskunde. Deze serie bevat uitgaven met praktische en klachtgerichte informatie over de verschillende deelgebieden van de kindergeneeskunde. De serie is een nuttig hulpmiddel voor medici die werkzaam zijn op het brede terrein van de kindergeneeskunde: huisartsen, kinderartsen (in opleiding), jeugdgezondheidsartsen en pediatrisch georiënteerde medisch specialisten
Longcarcinoom is een van de vier meest voorkomende tumorsoorten in Nederland. Hoewel er steeds meer mogelijkheden voor behandeling zijn, blijft het een ziekte met een hoge mortaliteit, morbiditeit en ziektelast. Door het grillige verloop van de ziekte en de intensieve behandelingen hebben verschillende professionals een taak in de preventie, diagnostiek, behandeling en (na)zorg van deze patiëntengroep. Het 'Handboek longcarcinoom' is in de eerste plaats bedoeld voor zorgprofessionals die in de dagelijkse praktijk met deze patiëntengroep te maken hebben: (gespecialiseerde) verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, (huis)artsen, fysiotherapeuten, maatschappelijk werkenden en andere paramedici. Dit handboek geeft een zo volledig mogelijke beschrijving van alle aspecten van het longcarcinoom en het pleurale mesothelioom. Onderwerpen die aan bod komen zijn: epidemiologie, risicofactoren en preventie anatomie en fysiologie van de bovenste en onderste luchtwegen klinische presentatie diagnostiek en stadiëring chirurgie radiotherapie farmacotherapie behandeling klachten en symptomen psychosociale problematiek klinisch wetenschappelijk onderzoek informatiebronnen voor patiënten en zorgverleners.Waar het van toepassing is, worden de hoofdstukken afgesloten met casuïstiek. Het Handboek longcarcinoom is samengesteld op basis van de huidige wetenschappelijke kennis en inzichten. Daarbij is gebruikgemaakt van de deskundigheid en ervaring van experts uit verschillende disciplines.
Bijna 20% van alle mensen heeft ooit in zijn of haar leven last van angststoornissen. Ongeveer 1 op de 10 kinderen heeft gedurende de jeugd een of meer angststoornissen. Angst is daarmee de meest voorkomende stoornis.Serie Diagnostiek en behandeling voor de professionalHogrefe Uitgevers introduceert een gloednieuwe serie met praktische, bewezen effectieve informatie over diagnose en behandeling van stoornissen. Op een heldere, beknopte en toegankelijke wijze worden per stoornis alle aspectenbeschreven die men in de klinische praktijk tegenkomt. Voor (klinisch) psychologen, psychotherapeuten, psychiaters en gezondheidszorgpsychologen.Belangrijkste kenmerkenPraktijkgericht: informatie kan meteen in de dagelijkse praktijk worden gebruiktState of the art: geschreven door en onder redactie van gerenommeerde deskundigenEvidence-based: zo veel mogelijk bewezen effectieve behandelwijzen van elke stoornisUiterst toegankelijk: gebruik van tabellen, illustraties, tekstkaders en margetekstenBeknopt: elk deel beslaat ongeveer 128 pInclusief digitale toets om kennis te checken voor nascholing, (her)registratie
Eetstoornissen ontstaan meestal bij meisjes in de puberteit, maar ze komen ook voor bij jongens en volwassenen. Het zijn ernstige, ingrijpende aandoeningen, die grote lichamelijke gevolgen kunnen hebben en gepaard kunnen gaan met depressieve stemmingen en een verminderd sociaal functioneren. Hoewel obesitas op zich geen eetstoornis is, komen veel aspecten van eetstoornissen wel voor bij mensen met ernstig overgewicht.Dit handzame boek geeft een beeld van de diverse vormen van eetstoornissen en overgewicht. Daarnaast komen de gevolgen voor de persoon zelf en voor zijn of haar omgeving aan bod. Het geeft antwoord op vragen als: Waar komen eetstoornissen en overgewicht vandaan?Wat zijn de gevolgen van een eetstoornis of overgewicht?Wat voor soort hulp kan ik krijgen?Wat kan behandeling voor me doen?Wanneer moet ik opgenomen worden?Kunnen medicijnen helpen?Hoe kan ik mijn eetstoornis overwinnen?Hoe kan ik mijn gewicht op een goede manier onder controle houden?Hoe kan ik een terugval voorkomen?Dr. Hans Bloks is klinisch psycholoog en psychotherapeut. Hij is werkzaam als behandelverantwoordelijke van de klinische afdeling High Cure van het Centrum Eetstoornissen Ursula in Leidschendam, onderdeel van Rivierduinen, het grootste en meest gespecialiseerde centrum voor eetstoornissen in Nederland (www.centrumeetstoornissen.nl). Hij is tevens voorzitter van de Nederlandse Academie voor Eetstoornissen.
In een tijd van veranderingen binnen de geestelijke gezondheidszorg (GGz), is bij veel werkers - dat waar het nu eigenlijk om gaat - meer en meer uit het zicht geraakt. De samenhang tussen en binnen de onderdelen van organisaties voor GGz schiet tekort en de aansturing ligt dikwijls in handen van personen die onbekend zijn met de zorg zelf. Dit alles betekent dat de prijs die is betaald voor een betere 'marktpositie' of 'meer efficiÙnte opzet' vaak bestaat uit verlies van de kwaliteit en effectiviteit van behandelingen.De grondgedachte van dit boek is dat 'behandelen' en 'managen' geen op zichzelf staande zaken zijn, maar onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De uitgave biedt handvatten om vanuit de optiek van de behandelaar veranderingsprocessen te initiÙren, te beoordelen en - waar nodig - bij te stellen. De afzonderlijke hoofdstukken vormen een belangrijke leidraad bij het doordenken en opzetten van een goede behandelorganisatie. Daarbij zal altijd het beste compromis gevonden moeten worden tussen behandeleisen enerzijds en beschikbare financiÙle ruimte anderzijds. De behandelaar is degene die het definitieve besluit moet nemen; het boek is daarbij een waardevol vademecum.Over de auteurClemens Janzing is gedurende zijn loopbaan als klinisch psycholoog en psychotherapeut werkzaam geweest binnen diverse organisaties en instellingen. Hij heeft inmiddels een opleidings- en adviespraktijk opgezet voor hulpverleners en managers binnen de geestelijke gezondheidszorg: Janzing Consult.
Afasie is een taalstoornis ten gevolge van hersenletsel, bijvoorbeeld na een beroerte. Iemand die lijdt aan afasie kan niet meer normaal over zijn taalvermogen beschikken en zal daardoor communicatieproblemen ondervinden die niet alleen grote gevolgen hebben voor de patiënt zelf, maar ook voor zijn omgeving. Verschillende disciplines hebben te maken met afasie. Logopedisten en klinisch linguïsten zijn verantwoordelijk voor de diagnostiek en de therapie. Neurologen en revalidatie-artsen zullen niet zelden patiënten zien die aan afasie lijden. Afasie biedt echter ook een blik op de taalverwerkingsprocessen in de hersenen en wordt als zodanig bestudeerd door neurolinguïsten en neuropsychologen. Zij analyseren wat de patiënten wel en niet kunnen en proberen daar patronen in te ontdekken. Zo willen zij inzicht krijgen in de representatie van taal in de hersenen. In dit boek worden de oorzaken van afasie, de symptomen en de afasiesyndromen beschreven. Ook wordt er een historisch beeld geschetst van de ontwikkeling van het vakgebied en komen wetenschappelijke ontwikkelingen aan bod. Een samenhangend overzicht wordt gegeven van het klinische en wetenschappelijke onderzoek naar afasie.
zakboek Wapen vergunningenHet zakboek Wapenvergunningen biedt een handleiding voor het aanvragen, verlenen en handhaven van de wapen- en munitievergunningen in Nederland. In het kort wordt in dit zakboek het systeem van de weten regelgeving beschreven alsmede de invulling die daaraan in de praktijk wordt gegeven.In het Zakboek Wapenvergunningen wordt ingegaan op de systematiek rond vergunningen vanuit de Algemene wet bestuursrecht en vanuit de Wet wapens en munitie. Tevens wordt een overzicht geboden van de vergunningen die kunnen worden verkregen, de vereisten waaraan voldaan moet worden om die vergunningen te verkrijgen en de procedure die moet worden doorlopen om daartoe te komen.Het Zakboek Wapenvergunningen is geschreven voor hen die in hun dagelijkse praktijk (als wapen -enof munitiebezitter of als wetsdienaar) met wapenwetgeving te maken hebben of krijgen en voor anderen die zich in dit rechtsgebied interesseren. Een leerboek en een naslagwerk inéén.
Wie met DIS moet leven heeft het uitermate zwaar. De stoornis is altijd het gevolg van vroege jeugdervaringen die te beangstigend en te veelomvattend waren om te kunnen dragen. Als overlevingsstrategie raakten daarom indertijd de heftige emoties en herinneringen afgesplitst. Maar de keerzijde hiervan is dat de eenmaal volwassen geworden DIS-patiënten door deze vergaande dissociaties de controle over hun leven kwijt zijn. In dit handboek voor hulpverleners, patiënten en hun omgeving wordt beschreven wat het leven met DIS inhoudt. De diverse klachten en problemen die met DIS zijn verbonden, komen gedetailleerd aan de orde: onder andere het gefragmenteerd zijn en de innerlijke conflicten die daarvan het gevolg zijn; de geheugenproblemen en de verwarring die dit geeft; de angst voor de traumatische herinneringen en het zich onveilig voelen in de hechting aan anderen. Als DIS-patiënten eenmaal zover zijn dat ze een behandelaar zoeken voor hun problemen, is het erg belangrijk dat deze de stoornis (h)erkennen en op de hoogte zijn van de verschillende facetten in het leven van DIS-patiënten. Een goede psychotherapie voor DIS is opgebouwd uit meerdere fasen en daarbij wordt veel aandacht besteed aan de sfeer en de therapeutische relatie. Ook de problemen die hierbij kunnen ontstaan komen aan de orde. Deze onderwerpen - naast alle andere die worden besproken - zijn zowel informatief voor therapeuten en studenten, als voor DIS-patiënten zelf en hun omgeving. Het kan voor alle lezers een waardevol naslagwerk zijn, waarin telkens weer stukjes gelezen worden om de eigen kennis aan te vullen of de ander te helpen zichzelf beter te gaan begrijpen. Joke Lijnse is gz-psycholoog, klinisch psycholoog en eerstelijnspsycholoog. Ze heeft een eigen praktijk in Eersel.
Waarom word ik niet zwanger? Help, ik drijf mijn bed uit! De baby komt niet, past het wel? Studenten vinden het vaak niet eenvoudig om de in hun studie opgedane theoretische kennis te vertalen naar het oplossen van medische problemen in de praktijk. Hoe interpreteer je gegevens uit anamnese en onderzoek? Hoe kom je tot een medische beslissing bij alledaagse en minder alledaagse problemen in de verloskundige en gynaecologische praktijk? Verloskunde en gynaecologie - casuïstiek uit de dagelijkse praktijk ondersteunt studenten bij het ontwikkelen van het klinisch denken. Het casusboek, een aanvulling op de eerder verschenen uitgaven Praktische gynaecologie en Praktische verloskunde, biedt een uniek kijkje in de spreekkamer van arts, gynaecoloog en verloskundige. Door de systematische presentatie van de 45 casus - anamnese, onderzoek, diagnose, behandeling en follow-up - leent de casuïstiek zich bij uitstek voor probleemgeoriënteerd onderwijs. Verloskunde en gynaecologie - casuïstiek uit de dagelijkse praktijk is onderdeel van de Casusreeks. Deze reeks presenteert casus uit de klinische praktijk en is daarmee een hulpmiddel bij het systematisch (leren) bepalen van een behandelplan. De casuïstiek dient als leidraad bij probleemgericht onderwijs. Deze reeks is niet alleen een steuntje in de rug voor de co-assistent die vertrouwd raakt met de praktijk, maar ook een opfrisser en inspiratiebron voor de meer ervaren arts. Dit boek is in de eerste plaats bedoeld voor studenten geneeskunde en verloskunde. Daarnaast is het een bron van informatie voor ervaren artsen die graag scherp willen blijven of hun kennis willen toetsen.
Al langere tijd staat de as II van de DSM-IV ter discussie omdat deze onvoldoende recht doet aan de heterogeniteit binnen groepen patiÙnten met een en dezelfde persoonlijkheidsstoornis. De visie achter deze uitgave is een brede en ge´ntegreerde kijk op persoonlijkheidspathologie. Het handboek bestrijkt dan ook het gehele terrein van de (complexe) persoonlijkheidspathologie en -problematiek.Vele deskundige en ervaren experts hebben vanuit zeer uiteenlopende referentiekaders en diagnostische en behandelmethodieken een bijdrage geleverd aan dit boek, vanuit de meest recente wetenschappelijke bevindingen en inzichten. Hierdoor ontstaat een rijk overzicht van de huidige state of the art van het domein van de persoonlijkheidspathologie. Zo wordt ruim aandacht besteed aan de invloed van gen-omgevingstransactie op het ontstaan van persoonlijkheidpathologie en aan neurofysiologische correlaten van persoonlijkheidspathologie. Ook is aandacht voor de voorlopers van ernstige persoonlijkheidsproblematiek in de vroege ontwikkeling van het kind. Tevens komt de invloed aan de orde van langdurige vroegkinderlijke negatieve ervaringen op de ontwikkeling van de borderline persoonlijkheidsstoornis. De geschiedenis en ontwikkeling van het brede concept 'borderline' wordt diepgaand besproken. Er wordt niet alleen aandacht besteed aan categoriale classificatie en dimensionele modellen, maar ook aan psychodynamische modellen van persoonlijkheidspathologie. Daarnaast worden de recente behandelmodellen voor persoonlijkheidspathologie beschreven, inclusief de huidige stand van zaken met betrekking tot medicamenteuze behandelingen. Tenslotte is aandacht voor de comorbiditeit tussen persoonlijkheidspathologie en verschillende psychiatrische symptoomstoornissen.Het Handboek Persoonlijkheidspathologie is bestemd voor zowel gevorderde studenten sociale wetenschappen en geneeskunde als voor gebruik in de postmaster opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog en klinisch psycholoog. Tevens zullen vele reeds werkzame professio
"De behandeling van psychiatrische patiënten is een dynamisch proces. Niet alleen is er sprake van een voortdurend inspelen op veranderingsprocessen bij de patiënt zelf, ook de behandelopzet voor bepaalde groepen psychiatrische patiënten is aan verandering onderhevig. Logisch dus dat de roep om een handboek met informatie over de verschillende behandelprogramma’s de laatste jaren steeds luider is geworden.Het Handboek Milieutherapie biedt – zonder te pretenderen volledig te zijn – inzicht in de verschillende behandelmilieus, zonder daaraan een ‘etiket’ te hangen in de vorm van een diagnostische indeling of een classificatiesysteem. Dat maakt het boek bij uitstek geschikt als studieboek, aangezien de student conform de moderne onderwijskundige inzichten de instrumenten krijgt aangereikt waarmee hij of zij zelf kan bouwen aan de benodigde kennis.Ook voor de werkers in het veld – variërend van activiteiten- en arbeidstherapeuten tot verpleegkundigen, psychiaters, psychologen en psychotherapeuten – is het boek een bron van informatie en inspiratie. Het biedt inzicht in de wijze waarop de behandelomgeving is georganiseerd en kan dienen als referentie, zowel waar het gaat om (re)organisatie als om kwaliteitstoetsing.Dankzij de werkwijze van de redactie – bestaande uit Clemens Janzing, klinisch psycholoog en (groeps)psychotherapeut, Anne van den Berg, psycholoog-psychotherapeut en Frank Kruisdijk, psychiater – en de keuze van de auteurs is er een toegankelijk boekwerk ontstaan. Het geeft een beeld van de situatie van dit moment en oog heeft voor de tendensen in de ontwikkelingen in de diverse behandelmilieus binnen de psychiatrie.Uit de inhoud1 Grondslagen van het klinisch psychotherapeutisch milieu2 Psychosen en delinquent gedrag. milieu op maat: over klinische psychosebehandeling in een forensisch psychiatrische kliniek3 Persoonlijkheidsstoornissen4 Persoonlijkheidsstoornissen en delinquent gedrag. milieutherapie in een forensisch psychiatrisch ziekenhuis
Klinisch redeneren vormt een essentieel onderdeel in de diagnostiek en behandeling door de fysiotherapeut. In Nederland werken steeds meer professionals hierbij volgens de HOAC II. De meerwaarde van de HOAC Hypothese geOriënteerde Algoritme voor Clinici II oftewel Hypothesis Oriented Algorithm for Clinicians II, HOAC-II) is het systematisch ordenen van gegevens waarbij huidige en te verwachten (toekomstige) problemen stapsgewijs kunnen worden geïnventariseerd. In dit boek maakt u, aan de hand van uitgebreide casuïstiek, kennis met alle facetten van klinisch redeneren. De hypothesevorming die al bij het eerste contact met de patiënt plaatsvindt wordt in detail uitgewerkt en aangescherpt totdat uiteindelijk na uitgebreid onderzoek en klinimetrie een definitieve hypothese kan worden opgesteld. Vanuit deze definitieve hypothese kan worden gekozen voor een (preventieve) behandeling. De koppeling van evidence-based practice, wetenschappelijke literatuur, classificatie en klinimetrie met klinisch redeneren, maakt dit boek uitermate geschikt voor studenten van de opleiding fysiotherapie. Daarnaast heeft ook de algemeen practicus er veel baat bij.
Aandoeningen van het spijsverteringsstelsel maken een belangrijk deel uit van de medische praktijk. Zij om- vatten vele diagnostische en therapeutische aspecten en moeten multidisciplinair aangepakt worden. In dit boek stellen specialisten in de inwendige geneeskunde, radiologie, heelkunde en pathologie, verbonden aan de UZ Leuven, hun geïntegreerde kennis en multi- disciplinaire praktijkervaringen ter beschikking van studenten geneeskunde, artsen en verpleegkundigen. Van alle belangrijke gastro-enterologische aandoenin- gen wordt de epidemiologie, etiologie, pathogenese, pathologie, kliniek, diagnose, behandeling en opvol- ging besproken. In het boek wordt vaak verwezen naar figuren die terug te vinden zijn op de bijgevoegde cd- rom.Hoewel de geneeskunde snel evolueert, is dit boek toch bedoeld als een naslagwerk dat vele jaren nuttig kan zijn omwille van het accent op klinisch relevante praktijken. De dagelijks toegepaste bedside logica was het leidmotief van de auteurs. Geneeskunst vereist echter ook veel praktische ervaring: “The wards are the greatest of all research laboratories” (R.H. Wade).FREDDY PENNINCKX is gewoon hoogleraar aan de K.U.Leuven en diensthoofd Abdominale Heelkunde, UZ Leuven.GEORGES COREMANS is buiten- gewoon hoogleraar aan de K.U.Leuven en diensthoofd Inwendige Geneeskunde - Gastro-enterologie, UZ Leuven. GERT DE HERTOGH is deeltijds docent aan de K.U.Leuven en adjunct- kliniekhoofd dienst Pathologische Ontleedkunde, UZ Leuven. FREDERIK NEVENS is deeltijds hoogleraar aan de K.U.Leuven en diensthoofd Inwendige Geneeskunde - Hepatologie, UZ Leuven. TANIA ROSKAMS is deeltijds hoogleraar aan de K.U.Leuven en kliniekhoofd dienst Pathologische Ontleedkunde, UZ Leuven. DIRK VANBECKEVOORT is kliniek- hoofd dienst Radiologie, UZ Leuven. WERNER VAN STEENBERGEN is buitengewoon hoogleraar K.U.Leuven en kliniekhoofd dienst Inwendige Geneeskunde - Hepatologie,UZ Leuven.
Over het boek:Methodisch werken is één van de belangrijke beroepsgerichte competenties die elke gezondheidswerker moet verwerven. Dit boek brengt in kaart wat interdisciplinair methodisch werken in de gezondheidszorg inhoudt. Vanuit diverse bronnen en inzichten wordt een gemeenschappelijke structuur aangereikt en wordt de brede waaier van gehanteerde begrippen op elkaar afgestemd.Methodisch werken is doelgericht en kenmerkt zich door een bewust gekozen systematische en procesmatige aanpak in functie van de concrete zorgsituatie.De zorgverstrekker gaat hierbij planmatig en cyclisch te werk, en doorloopt de verschillende fasen van het procesmodel. Dit dynamische model wordt uitgebreid toegelicht en geïllustreerd met talrijke casussen.De auteurs leggen de klemtoon op het klantgericht werken vanuit een holistische mensvisie, waarbij voortdurend rekening wordt gehouden met de context van de zorgvrager. De randvoorwaarden zijn eveneens belangrijk: kwaliteitszorg, evidence-based werken, professionalisering en interdisciplinair samenwerken.Dit alles kan niet zonder essentiële competenties die het methodisch werken onderbouwen, zoals observeren, rapporteren, communiceren, wetenschappelijk en klinisch redeneren.Het boek is in eerste instantie bestemd voor studenten uit alle opleidingen in de gezondheidszorg. Het is ook een interessant naslagwerk voor zorgverstrekkers die actief zijn in het werkveld. Daarnaast is het een blijvend ankerpunt in de context van interdisciplinair samenwerken.Over de auteur(s):De auteurs zijn verbonden aan diverse bacheloropleidingen van de Arteveldehogeschool in Gent. Annemie Coussens is orthopedagoog (Opleiding Logopedie en Audiologie). Sabine De Bruyne is kinesitherapeut en podoloog (Opleiding Podologie). Veerle De Frène is vroedvrouw (Opleiding Vroedkunde). Johanna Descamps is ergotherapeut (Opleiding Ergotherapie). Patrick Haegeman is verpleegkundige (Opleiding Verpleegkunde). Marleen Lauwers is arts (Opleiding Vroedkunde)
De volledig geactualiseerde editie van Klinische psychologie is het eerste Nederlandstalige standaardwerk op het gebied van klinische psychologie. Alle hoofdstukken zijn aangepast aan de meest recente theorieën en onderzoeksbevindingen. Topauteurs uit wetenschap én praktijk geven een breed inleidend overzicht van het vakgebied.Klinische psychologie bestaat uit vier delen. Het eerste deel bevat een schets van enkele algemene achtergronden en een nadere aanduiding van het vakgebied. Een belangrijke vraag die daarbij aan de orde komt, is waar de grenzen tussen 'normaal' en 'abnormaal' gedrag liggen.Het tweede deel beschrijft diverse theoretische benaderingen die door klinische psychologen gebruikt worden: de biologische benadering, leertheoretische modellen, cognitieve theorieën, psychoanalytische theorieën, humanistische theorieën en de systeemgeoriënteerde benadering.Deel drie gaat over classificatie en diagnostiek, met speciale aandacht voor DSM-IV-TR en ICD-10, twee breed geaccepteerde classificatiesystemen. De mogelijkheden en beperkingen van diverse diagnostische methoden en instrumenten komen eveneens aan bod.Het vierde deel tot slot bevat een uitgebreide toelichting van de verschillende psychische stoornissen. In grote lijnen wordt daarbij de indeling van DSM-IV-TR gevolgd.Elk hoofdstuk begint met enkele gevalsbeschrijvingen. Daarna volgt een beschrijving van het klinisch beeld van de stoornissen, een overzicht van epidemiologische gegevens en een toelichting van het ontstaan en in stand blijven van de betreffende stoornissen. Ten slotte wordt heel kort ingegaan op mogelijke behandelingen en hun effectiviteit. Door de gecombineerde beschrijving van theoretische perspectieven en de verschijningsvormen van psychische stoornissen is het boek bruikbaar voor zowel algemene psychologische als psychopathologie.Het boek is door de helderheid van de gevalsbeschrijvingen en de analyses geschikt voor studente
Dementie is een hersenziekte waarbij de patiënt langdurig te kampen krijgt met onmacht en vervreemding, ontwrichting van het dagelijks leven, ontheemding en ontreddering. Dement: zo gek nog niet gaat onder meer in op het bewustzijn, ontkennen en aanvaarden van de ziekte. Dat is een proces van verwerking dat met onzekerheid en twijfel gepaard gaat. De lezer wordt op een heldere en meeslepende manier binnengeleid in de gedachte- en belevingswereld van mensen die aan dementie lijden en in die van hun familieleden en verzorgenden. Dementerende mensen zelf, hun familie, vrienden en hulpverleners kunnen dit boek veel inzicht, steun en houvast ontlenen. Zo worden hun gevoelens hanteerbaar. Een indringend boek over de psychologische kanten van dementie.Deze (her)uitgave van Dement: zo gek nog niet is gebaseerd op o.a. klinisch onderzoek en intensieve omgang met mensen met dementie, hun naasten en professionele verzorgenden. Het boek, bedoeld als een kleine psychologie van dementie, vormt als zodanig de theoretische basis voor het boek Zorg om mensen met dementie. Samen vormen zij, nu ook qua uiterlijk en lay-out, een algemene introductie tot de boeiende wereld van patiënten, familie en hulpverleners.
"Steeds wanneer er in de media bericht wordt over een ouder die zijn of haar kind of kinderen om het leven heeft gebracht, worden dezelfde vragen gesteld: wie doet zoiets? Komt het nu eigenlijk vaak voor in Nederland, want die indruk krijgt men soms wel vanuit het nieuws. Houden deze mensen dan niet van hun kinderen? En waarom juist in dat gezin? Het zijn van die gewone gezinnen, zegt men vaak. Doen mannen zoiets vaker dan vrouwen en waarom dan? Allemaal vragen waar men graag een antwoord op zou willen vinden. Kinderdoding is een verschijnsel dat, ook in Nederland, al sinds mensenheugenis bestaat. Moordouders schetst het verschijnsel kinderdoding door de eeuwen heen, in Nederland en daarbuiten. Vervolgens wordt verslag gedaan van het uitgevoerde onderzoek naar kinderdoding in Nederland in de periode 1994-2003. Ten slotte worden de resultaten, conclusies en implicaties van het onderzoek besproken.Het onderzoek dat er in beschreven wordt, betreft de persoon van de dader, de slachtoffers, de gezinsomstandigheden, de delictomstandigheden en het strafproces. Dit boek is bedoeld voor werkers in het juridische veld, rechtsplegers, wetgevers en wetshandhavers, opsporingsambtenaren, hulpverleners, gedragsdeskundigen, maar ook voor ieder ander die in het onderwerp kinderdoding geïnteresseerd is. Zij worden voorzien van meer kennis op het ingewikkelde en mysterieuze terrein van het verschijnsel kinderdoding. Ook levert dit boek een bijdrage aan eventuele vroegtijdige onderkenning van potentiële risicogevallen, opdat professionele hulpverleners zo nodig tijdig adequate maatregelen kunnen nemen. Verder poogt het boek een basis te scheppen voor verder onderzoek naar kinderdoding.Over de auteurVerheugt is klinisch en forensisch psycholoog, psychotherapeut en psychoanalyticus en werkzaam in het forensische en psychotherapeutische veld."
Ondanks de toegenomen kennis over autisme bij volwassenen, is er helaas nog weinig bekend over een passende behandeling. In Mindfulness bij volwassenen met autisme bespreekt Annelies Spek een nieuwe therapievorm die mensen met autisme kan helpen om minder snel overbelast te raken, gedachten los te laten en beter lichamelijke grenzen aan te voelen.Bij mindfulness worden meditatietechnieken beoefend die ontleend zijn aan het boeddhisme. Hierbij wordt er weinig tot geen beroep gedaan op communicatie en inzicht in eigen gedachten en gevoelens. Dit is voor mensen met autisme prettig, omdat zij juist moeite ervaren in communicatie en sociaal inzicht (theory of mind).Na een heldere uiteenzetting van mindfulness wordt per hoofdstuk steeds een meditatieoefening besproken. Aan bod komen onder andere ademhalings-, luister-, gedachten-, lichaams- en bewegingsmeditaties. Bij elke oefening worden praktische tips gegeven en is er ruime aandacht voor specifieke valkuilen voor mensen met autisme. Ook wordt er concreet besproken in welke structuur men de meditaties kan beoefenen.Mindfulness bij volwassenen met autisme is de eerste behandeling voor volwassenen met autisme die bewezen effectief is. Door de toegankelijke stijl en deprachtige illustraties is dit boek zeer geschikt voor zowel hulpverleners als voor mensen met autisme zelf.Annelies Spek is als klinisch psycholoog en senior onderzoeker werkzaam bij het Centrum Autisme Volwassenen, GGZ Eindhoven. De illustraties zijn gemaakt doorRenÚ Hazebroek.
Onderzoek naar gehechtheid heeft een schat aan kennis opgeleverd over ouder-kindrelaties, psychische stoornissen en veranderingsprocessen. De gehechtheidstheorie is het dominante paradigma geworden in de hedendaagse ontwikkelingspsychologie. Geen enkele andere theorie vertelt ons meer over hoe we worden wie we zijn. In dit baanbrekende boek vertaalt David Wallin de belangrijkste bevindingen van het gehechtheidsonderzoek in een therapeutisch model dat draait om drie thema’s: de gehechtheidsrelatie van de patiënt met de therapeut, de non-verbale dimensie, en het transformerende effect van reflectie en mindfulness.Gehechtheid in psychotherapie begint met een overzicht van de literatuur over gehechtheid en integreert de inzichten van de gehechtheidstheorie met neurowetenschappen, traumaonderzoek, relationele psychotherapie en de psychologie van mindfulness. Vervolgens zet Wallin zijn model uiteen, dat hij illustreert met levendig beschreven voorbeelden die nieuwe inzichten bieden in de rol van de therapeut en de behandeling van onder andere depressie, angst, relatieproblemen en suïcidaliteit. David J. Wallin is klinisch psycholoog met een eigen praktijk in Californië.‘Verplichte en dankbare leesstof voor iedere psychotherapeut’– Daniel Goleman‘Complexe concepten worden zorgvuldig uit de doeken gedaan en briljant geïllustreerd met klinische voorbeelden’– Peter Fonagy
Dit boek is in de eerste plaats bedoeld voor logopedisten die, hetzij in een ziekenhuis of verzorgingsinstelling, hetzij in een privé-praktijk, in contact komen met patiënten die een totale laryngectomie ondergaan hebben.In het theoretische gedeelte worden de medische ingreep en de verschillende fasen van het revalidatieproces toegelicht. De meeste aandacht gaat echter uit naar de oefeningen voor spraakrevalidatie en klinisch bruikbare tips bij de logopedische begeleiding van de patiënt.Het boek is opgevat als werkboek, met tal van richtlijnen en oefeningen voor zowel tracheo-oesofageale spraak als klassieke oesofageale spraak en electrolarynxspraak. De oefeningen worden ook digitaal ter beschikking gesteld, zodat ze makkelijk geselecteerd en aangepast kunnen worden voor de individuele patiënt.Over de auteurs:ANNELIES LABAERE is logopediste in het Multidisciplinair Universitair Centrum voor Logopedie en Audiologie (UZ Leuven) en werkt daarnaast als lector aan de opleiding logopedie en audiologie van de Lessius Hogeschool te Antwerpen.MIA LAEREMANS was eveneens gedurende haar hele carrière als logopediste werkzaam in UZ Leuven. Door haar jarenlange ervaring in de begeleiding van laryngectomiepatiënten is zij een experte in dit vakgebied.
Evidence based verplegen betekent gebruik maken van de meest actuele en betrouwbare kennis (ofwel: wetenschappelijk beargumenteerd klinisch handelen). Waar in de delen 1, 2 en 3 uit deze reeks het verpleegkundig handelen bij in totaal 37 verschillende verpleegproblemen besproken wordt, staan in dit boek de voorwaarden-scheppende factoren van evidence based verplegen centraal. Hier ligt het accent dus op visie en theorievorming. In 6 hoofdstukken komen achtereenvolgens aan bod: toepassing van evidence based practice in een EPD, evidence based verpleegkundig handelen, klinisch redeneren, kwalitatief en kwantitatief onderzoek in de verpleegkunde, verpleegkundige richtlijnen en morele besluitvorming.
Momenteel ontbreekt veelal eenduidigheid in de benadering van endocrinologische probleemstellingen. De interpretatie van laboratoriumbepalingen en functieproeven wordt vaak bemoeilijkt door onjuiste indicatiestellingen, nietgevalideerde protocollen en het gebruik van nietrelevante referentiewaarden. Om deze redenen voorziet Strategische diagnostiek van endocriene ziekten in een behoefte. Zij biedt een verdere structurering aan de endocrinologische diagnostiek, waarbij enerzijds een einde gemaakt wordt aan veel onduidelijkheden en anderzijds aangegeven wordt met welke beperkingen nog steeds rekening moet worden gehouden. In dit boek wordt helder uiteen gezet hoe met een strategische benadering endocrinologische probleemstellingen in een multidisciplinaire samenwerking kunnen worden geanalyseerd, rechtstreeks gericht op het stellen van een diagnose. Daarbij kent dit boekwerk de functionele tweedeling in "beslisbomen"(Deel 1) en "besluitmomenten"(Deel 2). Deel 1 beschrijft de patofysiologie, de differentiële diagnostiek en de achtergronden van de laboratoriumbepalingen.Deel 2 geeft informatie over de praktische uitvoering van de functieproeven en over de interpretatie van de uitslagen daarvan. De toegepaste handzame benadering van endocriene probleemstellingen, waarbij naast de laboratoriumdiagnostiek andere vormen van onderzoek "strategisch" zijn geïntegreerd, verdiend reeds de aanbeveling van professionele deskundigen. Onder meer deze benaderingswijze maakt de uitgave tot een onmisbaar boekwerk voor al diegenen die klinische en/of wetenschappelijk betrokken zijn bij het analyseren van endocriene stoornissen: studenten geneeskunde, coassistenten, artsassistenten, huisartsen, internisten, endocrinologen, kinderartsen, gynaecologen, verpleegkundigen, analisten, laboratoriumartsen, klinisch chemici en ziekenhuisapothekers. Zowel van het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Endocrinologie als van het bestuur van de N
Omschrijving<br/><br/>Schematherapie mag zich in een groeiende populariteit verheugen. Deze integratieve therapie combineert methoden en technieken uit vele scholen in een model dat zowel aansluit bij wetenschappelijk onderzoek als herkenbaar is voor patiënten en therapeuten.<br/>Handboek<br/><br/>Het Handboek klinische schematherapie maakt een vertaalslag van het oorspronkelijke individuele ambulante behandelmodel naar (dag)klinische schematherapie. De auteurs tonen op heldere wijze hoe een (dag)klinisch schematherapieprogramma opgezet kan worden, waarbij niet alleen de inhoud maar ook de organisatie en de context van zo'n programma aan bod komen. In het handboek wordt voor de integratie van het gehele programma, milieu en context in het schematherapiemodel gekozen. Hierdoor worden gemeenschappelijke taal, onderlinge afstemming en synergie bewerkstelligd.<br/><br/>Het bijbehorende Werkboek klinische schematherapie is bedoeld voor de patiënt en biedt een essentiële ondersteuning van de behandeling.
Informatie over de psychogeriatrische cliënt in een handzaam zakboek: dat is wat dit boekje biedt. De zorg aan dementerenden beperkt zich over het algemeen niet tot de psychogeriatrische cliënt, maar omvat ook de begeleiding en ondersteuning van familieleden en collega’s, mantelzorgers en vrijwilligers. Het boek start met een overzicht van psychogeriatrische aandoeningen, gevolgd door hoofdstukken over interventies en benaderingswijzen, communicatie en het netwerk van de cliënt.