In 1949, na vier jaar van conflict, verleende Nederland Indonesië de onafhankelijkheid. Deze laatste jaren worden gewoonlijk beschreven als een Nederlands militair en politiek echec. J.J.P. de Jong komt tot conclusies die volstrekt niet overeenstemmen met dit heersende beeld. Het verlies van Nederlands-Indië leidde tot een nationaal trauma. Velen hadden het gevoel dat ‘de hele wereld’ Nederland had gedwongen om de soevereiniteit over te dragen. De meeste historici waren later van mening dat Nederland geen afstand kon doen van zijn kolonie.Maar wat was er in 1948 en 1949 werkelijk aan de hand? Bij nauwkeurige beschouwing was het een buitengewoon complexe periode met allerlei op en tegen elkaar inwerkende partijen – Republikeinen, Nederlanders en Amerikanen –, interne krachten en tegenkrachten. Avondschot is een reconstructie op basis van overvloedig nieuw bronnenmateriaal. J.J.P. de Jong, kenner van de koloniale geschiedenis, komt tot verrassende conclusies. De opvallendste is dat Nederland zich aan zijn eigen haren uit het Indonesisch moeras omhoog heeft getrokken, aanvankelijk zelfs tegen de internationale gemeenschap in. Over de auteurDr. J.J.P. de Jong (1941) werkte als hoofd van het bureau Indonesië en als Aziëdeskundige bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij publiceerde verschillende historische artikelen en boeken over Azië, waaronder Diplomatie of strijd. Het Nederlands beleid tegenover de Indonesische Revolutie 1945-1947 en De waaier van het fortuin. De Nederlanders in Azië en de Indonesische archipel 1595-1950.
Het Nationaal Historisch Museum, Foam_Fotografiemuseum Amsterdam, het ANP Historisch Archief en de BankGiro Loterij organiseerden in 2009 het project 'Nieuwe Groeten Uit...' Zij riepen het publiek op om foto's te maken voor nieuwe ansichtkaarten van Nederland. Er werden uiteindelijk bijna achtduizend foto's ingestuurd. Deze uitgave verschijnt ter gelegenheid van de slottentoonstelling van het project 'Nieuwe Groeten Uit...' in Arnhem.De Nederlandse ansicht trekt zich weinig aan van verandering. Ranke windmolens, retronieuwbouwwijken, mobiel telefoonverkeer, meer blauw op straat en toch blijven de klompen, molens en tulpen maar in beeld. Het kan ook anders. Bijna achtduizend Nederlanders zonden foto's in voor nieuwe ansichten van Nederland. Dat levert een verrassend beeld op. En een reeks vragen. Wat doen Nederlanders in hun vrije tijd? Hoe rijmen ze hun beeld van Nederland met hun eigen bestaan? En hoe komt het toch dat Nederlanders eindeloos dieren fotograferen?Hans Aarsman en Anna Woltz schrijven erover. Met de hartelijke groeten.
Nederlandse woorden wereldwijd is het eerste woordenboek ter wereld waarin uitleenwoorden verzameld zijn, woorden die het Nederlands aan andere talen heeft uitgeleend. Het vormt daarmee de eerste poging de expansiekracht van een taal te beschrijven. Dit boek bevat 17560 woorden die in 138 talen zijn aangetroffen op alle continenten. Bij ieder trefwoord is de betekenis in het Nederlands vermeld, en is er aangegeven door welke taal het woord is overgenomen, en welke betekenis het woord in die taal heeft. Voorafgaand aan het woordenboekdeel krijgt u in de cultuurhistorische inleiding heldere informatie over de contacten die het Nederlands door de eeuwen heen met andere talen heeft gehad. De koloniale geschiedenis speelt daarbij een prominente rol. Ook komt u veel te weten over de 138 talen die u tegenkomt in dit boek : waar worden ze gesproken, door hoeveel sprekers en hoe komen Nederlandse woorden erin terecht? De vijftig overzichtelijke kaarten in het boek brengen de expansie van de Nederlandse woorden treffend in beeld.
KartelsDe Amerikaanse strijd om de wereldhegemonieGerard AaldersKartels zijn verboden. Bedrijven die de regels overtreden, kunnen een boete van vele honderden miljoenen euro’s tegemoet zien. Toch waren kartels tot voor kort overal ter wereld, met uitzondering van de Verenigde Staten, populair. Europa beschouwde kartels als instrumenten om de economie te reguleren en werkloosheid tegen te gaan. Na de Tweede Wereldoorlog is die situatie drastisch veranderd. Het huidige antikartelbeleid vloeit rechtstreeks voort uit de machtspositie die de Verenigde Staten zich na de laatste wereldoorlog hebben verworven.Uniek archiefmateriaal laat zien dat Washington vanaf 1939 doelbewust plannen maakte om de economische en politieke macht in de wereld naar zich toe te trekken. Dat streven naar hegemonie stuitte op tegenstand van Groot-Brittannië en andere koloniale grootmachten, maar in hun strijd tegen het fascisme waren ze allemaal afhankelijk van Amerikaanse materiële steun. De vs hebben die dominante positie benut om een nieuwe wereldorde naar eigen inzicht te vestigen. Het antikartelbeleid van de vs (al sinds 1890 in de wet verankerd) dreef mee op de golven van de herinrichting van de naoorlogse wereldeconomie. Eerst in het bezette Duitsland en Japan, daarna in West-Europa en de rest van wereld, voor zover de Koude Oorlog dat toeliet. Geschilderd tegen de achtergrond van de belangrijkste gebeurtenissen van de twintigste eeuw, toont deze studie aan hoe ingrijpend de invloed van de vs op het huidige wereldstelsel, inclusief het kartelbeleid, is geweest.Over de auteurGerard Aalders is verbonden aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Hij publiceerde onder andere over economische collaboratie, spionage, de roof van Joodse bezittingen, de Bilderbergconferenties en prins Bernhard.
Het schrijnende contrast tussen arm en rijk is een van de grootste problemen van onze wereld. Tegenover de welvaart in het Westen staat het trieste beeld van economische achterstand en sociale stagnatie in veel ontwikkelingslanden. Terecht bestaat er daarom tegenwoordig grote aandacht voor armoedebestrijding.De mondiale scheefgroei heeft een lange voorgeschiedenis. Marxistisch geïnspireerde wetenschappers schrijven de armoede in de wereld toe aan de koloniale expansie van het kapitalisme. De ontwikkeling van het Westen zou de onderontwikkeling van het Zuiden hebben betekend. Anderen zien het verschil in cultuur als de belangrijkste oorzaak. De cultuur van het Westen zou een bij uitstek gunstige voedingsbodem bieden voor economische vooruitgang.De schuld van het kapitaal of de verdienste van de cultuur? In beide benaderingen ligt de nadruk op Europa. Tegen dat eurocentrisme is veel verzet gerezen. In een derde benadering wordt gesteld dat Oost-Azië lange tijd een voorsprong had op de rest van de wereld en dat Europa veel vindingen en technieken heeft ontleend aan China en Arabië.Vanuit deze verschillende perspectieven wordt in Kapitalisme, kolonisatie en lokale cultuur. Arme en rijke landen in historisch perspectief de geschiedenis van arm en rijk op wereldschaal beschreven. In de verschillende hoofdstukken worden zaken behandeld als de ondergang van de Maya’s en Azteken, de slavenhandel in Afrika, kapitalisme en kaste in Zuid Azië en de bijdrage van de islam aan de vooruitgang in Europa.Dick Kooiman studeerde geschiedenis en niet-westerse sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Dr. Kooiman was tot 2008 verbonden aan de faculteit Sociale en Culturele Antropologie van de VU. Hij promoveerde in 1978 op de Bombay labour movement (1919-1937).Hij publiceerde onder andere Communalism and Indian Princely States: Travancore, Baroda and Hyderabad in the 1930s.
Vijf jaar geleden eindigde de Stabilisation Force in Iraq (SFIR), een voor Nederland unieke militaire operatie. Missie in Al Muthanna blikt terug op deze gedenkwaardige inzet.De uitzending van Nederlandse militairen naar de provincie Al Muthanna in Zuid-Irak begon in 2003 in het kader van de bezetting van Irak door een geallieerde militaire coalitie. SFIR was een twintig maanden durende, complexe stabilisatieoperatie, waarin de Nederlandse krijgsmacht onder andere - voor het eerst sinds koloniale tijden - weer in gevecht kwam met guerrillastrijders. Al Muthanna was tevens de geboortegrond van de term Dutch approach, een 'typisch Nederlandse aanpak' van crisisbeheersingsoperaties. Op het al dan niet bestaan van dit fenomeen gaat Missie in Al Muthanna uitvoerig in, net als op de problematiek van SFIR als operatie tussen vredeshandhaving en bezetting. Bovenal biedt dit boek een treffende karakterschets van een atypische militaire operatie, uitgevoerd in het kielzog van een invasie die wereldwijd altijd omstreden is gebleven.Over de auteurThijs Brocades Zaalberg en Arthur ten Cate zijn respectievelijk wetenschappelijk medewerker en senior wetenschappelijk medewerker bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag.
"Latijns-Amerika komt meestal in het nieuws door de grote problemen van onderontwikkeling. Maar er is ook een Latijns-Amerika dat nauwelijks doordringt in de media, omdat de problemen minder groot zijn of onder de oppervlakte blijven en dus minder dramatisch naar buiten komen. In ruimtelijk, economisch, sociaal en politiek opzicht wordt Latijns-Amerika feitelijk gekenmerkt door grote diversiteit.In deze inleiding tot de ontwikkelingsproblematiek van Latijns-Amerika is gekozen voor een thematische benadering, waarbij de bestaande verscheidenheid ruime aandacht krijgt. De auteurs beperken zich tot het gebied dat tot in de 19e eeuw deel heeft uitgemaakt van het Spaanse en Portugese koloniale rijk en daarna, bij de politieke zelfstandigheid, uiteen is gevallen in 19 landen."
In De koloniale biografie staan prominente personen uit de Nederlandse (post)koloniale geschiedenis centraal. Het is bekend dat individuen grote invloed op de geschiedenis kunnen uitoefenen. De bijdragen in deze bundel laten zien hoe uiteenlopend die invloed kan zijn. Zo zal aandacht worden geschonken aan 'ideaaltypen' als de strijder (Sutan Sjahrir), de literator (Madelon Lulofs), de politicus (Henck Arron) en de homo universalis (Albert Helman).
Deze literaire bundel door de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde uitgegeven als hommage aan hun nestor Rob Nieuwenhuys t.g.v. diens 80e verjaardag bevat artikelen die een goed mens- en tijdsbeeld geven van de Nederlands-Indische koloniale samenleving. Ze behandelen o.a. de geschiedenis en ontvangst van de Indische literatuur in Nederland, het werk van prominente 19e-eeuwse Indische literatoren, een artikel in het Engels over Couperus en politieke impressies. Er zijn bijdragen bij van de redacteuren zelf en van o.a. G. Termorshuizen, J. v.d. Berg, F. Jaquet. Ook methoden die bij het Indische literatuuronderzoek kunnen worden toegepast, vormen een facet van deze bundel. Het bevat uitvoerig bronnenmateriaal en zijn vindplaatsen, noten, registers en illustraties
GeldAls je de loterij zou winnen, hoe zou je dan leven? Heb je schulden? Gok je? Vind je dat partners gescheiden bankrekeningen moeten hebben? Hoe denk je over trouwen op huwelijkse voorwaarden?SeksVind je dat seksuele trouw absoluut noodzakelijk is voor een goed huwelijk? Hoe vaak heb je behoefte aan seks? Vind je het leuk om naar porno te kijken?KinderenWil je kinderen? Wanneer? Hoeveel? Zou je een kind adopteren als je zelf geen kinderen kunt krijgen? Vind je dat kinderen opgevoed moeten worden met enig besef van godsdienst of spiritulaiteit?Of je nu gescheiden bent, binnenkort gaat trouwen of op zoek bent naar een intieme relatie: als je niet langer genoegen wilt nemen met minder dan ja hart verlangt en vindt dat je een gebrogen een gepassioneerde relatie verdient, dan bidet Dr. Robin L. Smith de verzwegen behoeften, niet-getelde vragen, overspannen verwachtingen en verborgen agendas die vaak onder het oppervlak van de trouwbeloften slumeren een later aanleiding geven tot machtsstrijd, ellende, gevolens van hopeloosheid en mislukkingen.Aan de hand van ontroerende verhalen en persoonlijke verslagen laat Dr. Robin zien hoe je je trouwbeloften kunt omzetten naar geloften waarmee je bouwt aan een gelukkig, gezond, bevredigend en langdurig huwelijk.Dr. Robin L. Smith is een gediplomeerde psychologe en auteur, die regelmatig haar opwachting maakt als deskundige in The Oprah Winfrey Show. Behalve in haar privépraktijk werkt Dr. Smith als adjunctprofessor op de Eastern Baptist Theological Seminary. Ze woont in Philadelphia.
‘Zeer origineel, provocerend en van het begin tot het einde briljant’<br/>Saul Friedländer<br/><br/>Elke boek over de Holocaust roept meer vragen op dan ze beantwoordt. Hoe heeft een beschaafd land als Duitsland de Joden zo meedogenloos, op industriële wijze en met bureaucratische efficiëntie, kunnen uitmoorden? Wat is de oorsprong van dit geweld?<br/><br/>De Holocaust was geen onverklaarbare ontsporing van de westerse cultuur. De raciale vernietigingspraktijken van het hitleriaanse Duitsland knoopten aan bij ideeën die in de geschiedenis van het westerse imperialisme waren verankerd. In de gaskamers trad het destructieve potentieel aan het licht van een beschaving die zich op een doodlopende weg bevond: uitroeiing bleek een mombakkes van deze beschaving zelf te zijn toen tegenkrachten tegen de Verlichting zich verbonden met industriële en technische vooruitgang, het geweldsmonopolie van de staat en rationalisering van heerschappijuitoefening. De guillotine en het machinegeweer, de moderne gevangenis en de lopendebandproductie, racisme en eugenetica, nationalisme en de verschijning van een nieuwe voorstelling van ‘de Jood’ als metafoor van een ziekte van het maatschappijlichaam, en de massaslachtingen van de koloniale oorlogen en de Eerste Wereldoorlog schiepen het sociale en mentale landschap waarbinnen de Endlösung werd bedacht en in werking gezet.<br/><br/>In deze baanbrekende studie ontrafelt de Italiaanse historicus Enzo Traverso de wezenstrekken van het liberale Europa van de lange negentiende eeuw die het tot laboratorium van de geweldplegingen van de twintigste eeuw en Auschwitz tot authentieke loot van de westerse beschaving maken.<br/><br/>Enzo Traverso is professor aan Université de Picardie Jules Verne te Amiens. <br/>
Pas in 1863 kreeg Suriname een politiekorps. Tot de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975 ontwikkelde de politie zich van een blank militair korps tot een ordehandhaver voor alle mensen. Een boek over de grillige ontwikkeling van het politieapparaat in een kleurrijk land.De Surinaamse politie, na de afschaffing van de slavernij in 1863 opgericht, kent een afwisselende geschiedenis. Ze was betrokken bij een mislukte staatsgreep, maar kreeg ook te maken met de goudkoorts en rubberhausse aan het begin van de twintigste eeuw, het opkomend communisme en de koloniale onderdrukking in de jaren dertig. Na de oorlog, toen Suriname een autonome status had gekregen, leidde de controle over de politie tot een krachtmeting tussen oude en nieuwe gezagsdragers. De Surinaamse politie werd in de jaren zestig en zeventig geconfronteerd met arbeidsonrust, een grensconflict met Guyana en uiteindelijk de onafhankelijkheid van Suriname. Op 25 november 1975 hees de politie de Surinaamse vlag bij de onafhankelijkheidsceremonie. Haar rol als interne ordehandhaver leek bevestigd. Over de auteurEllen Klinkers promoveerde aan de Universiteit Leiden. Ze werkte als onderzoeker bij het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag (ING) en het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) in Leiden.
Soms heeft een voorwerp een letterlijk ingebakken betekenis, zoals de spreuk op het spreekwoordelijke oud-Hollandse tegeltje. Maar vaker komt aan voorwerpen geen woord te pas. Spiegelreflex onderzoekt de koloniale ervaring in Nederland aan de hand van alledaagse en bijzondere voorwerpen, foto’s en textiel, beeldende kunst en monumenten. Vaak verwijzen deze voorwerpen naar heel persoonlijke ervaringen en opvattingen, die inmiddels geschiedenis zijn geworden. Zoals de voorwerpen opgenomen zijn in museale collecties, zo zijn hun betekenissen ingevoegd in een diepgewortelde politieke cultuur van het kolonialisme.Met kleurrijke, herkenbare en verrassende voorbeelden _ van de gouden koets tot een haast honderdjarige boom, een borduurwerk, of fotoalbum _ bepleit Spiegelreflex een grotere gevoeligheid voor deze koloniale dimensie van de Nederlandse geschiedenis. De voorwerpen en foto’s zijn als verhalenvangers die de ambivalente verhouding van opeenvolgende generaties tot het koloniale verleden bespreekbaar maken. In Spiegelreflex worden ze gebruikt om na te denken over erfgoed en nationale identiteit, over immigratie en over de culturele en religieuze diversiteit van Nederland als Europese natiestaat.Susan Legêne is historicus. Spiegelreflex vormt de neerslag van haar onderzoek en ervaringen als hoofd museale zaken van het Tropenmuseum in Amsterdam. Momenteel is ze hoogleraar politieke geschiedenis aan de vu.
Net als vroegere koloniale propagandafilms getuigen recente films over Afrika nog altijd van een rauw kolonialisme waarin openlijk racisme aan bod komt. Bovendien komen films waarin Afrikaanse filmmakers met racistische stereotypen afrekenen, amper of niet in onze bioscopen en op onze tv- schermen. 'Het publiek wil dat niet zien en het is niet commercieel genoeg', zeggen de grote bioscoophouders en tv-programmatoren. Nochtans gaat het om een continent waarmee wij, via de koloniale geschiedenis of via de Magrebijnse migranten vandaag, dagelijks te maken hebben.Bij de onafhankelijkheid van de Afrikaanse landen beseften weinige beleidsmakers dat voor de '(mentale) gezondheid en de onafhankelijkheid' films even belangrijk zijn als waterputten. Vaak in de onmogelijkste omstandigheden probeerden Afrikaanse cineasten aan deze miskende behoefte tegemoet te komen: Med Hondo, Sembene Ousmane, Haile Gerima, Bassek Ba Kobhio en tal van anderen. Zij behoren tot diegenen die voor een eigen koers opteerden, wars van het (neo-)kolonialisme. Het ging erom 'de geesten te dekoloniseren', zoals N'gugi wa Thiongo zei. Afrikaanse filmmakers willen in hun eigen verteltraditie, zoals griots, met filmbeelden hun inzichten en verhalen brengen. Zo helpen zij bij de verspreiding van hun cultuur en van hun kijk op de werkelijkheid en op hun dagelijkse leven. Dat wij hiervan verstoken blijven omdat het niet 'commercieel' genoeg zou zijn, is een ernstig democratisch deficit. Want film is meer dan een 'product', het is een hoeksteen van de informatiemaatschappij. Westerse informatieconcerns overspoelen de wereld met audiovisuele producties. Die zijn dikwijls doordrenkt met een koloniale cultuur en met 'eurochauvinisme' ten overstaan van alles wat met Afrika te maken heeft. De waardemeter is de blanke westerling, waarbij voor dialoog met Afrikanen en hun cultuur geen plaats is. Het is de negatie van een continent en zijn inwoners.Dit boek kwam tot stand mede dankzij de steun van Africalia vzw en het Afrika Filmfestival
Het boek bevat de volgende vijf delen: - Open en gesloten grenzen: over toelating en verblijf - Insluiting en uitsluiting: over inburgering, discriminatie en tolerantie - Controle op autoriteiten: over rechterlijke toetsing en maatschappelijke controle - Grondrechten: over mensenrechten, migrantenrechten en godsdienstvrijheid - Reflecties op wetenschap: over rechtssociologie, migratieonderzoek en andere zaken.In totaal bevat dit vriendenboek 62 wetenschappelijke bijdragen van (voormalige) collega’s,promovendi en medewerkers van Kees Groenendijk. De diversiteit van de bijdragen aan deze bundel kenmerkt de veelzijdigheid van degene voor wie ze geschreven zijn. Er wordt geschreven over borrelnootjes, dorpsfeesten en koloniale bedienden, maar ook over onderwijsgedrag van buitenlandse studenten, de gezinsherenigingsrichtlijn, academische vorming van juristen, vreemdelingenrechters, mensenrechten en inburgering. Ondanks deze diversiteit hebben we geprobeerd de bijdragen onder te brengen in vijf verschillende thema’s, waarbij duidelijk mag zijn dat sommige bijdragen ook heel goed onder een ander thema ingedeeld hadden kunnen worden. Binnen de thema’s zijn de auteurs op alfabetische volgorde gerangschikt.Anita Böcker, Tetty Havinga, Paul Minderhoud, Hannie van de Put, Leny de Groot-van Leeuwen, Betty de Hart, Alex Jettinghoff, Karin Zwaan (red.)
Millennialang is India een ontmoetingsplaats geweest. Beschavingen, vorstendommen en keizerrijken wisselden er elkaar af. Romeinse, Arabische en Chinese kooplieden werden aangetrokken door de lokale markten. Turkische, Perzische en Europese volkeren oefenden er politieke controle uit. De oudste en nog steeds inspirerende geloofsovertuigingen, zoals het hindoeïsme en het boeddhisme, zagen er het levenslicht en breidden zich uit over de hele wereld.Dit boek overloopt vierduizend jaar geschiedenis op het Indiase subcontinent. Het plaatst vertrouwde begrippen, van Ariërs tot maharaja’s, in een historische context. Maar het bespreekt ook minder bekende hoogtepunten in de wereldgeschiedenis, van de Induscultuur tot grootse keizers als Ashoka, Chandragupta en Akbar. Tegelijk legt het boek, op een wetenschappelijk verantwoorde manier, eigen accenten voor een Nederlandstalig publiek, zoals het kastensysteem, het sikhisme, en de plaats van India in de Europese koloniale geschiedenis. Ook het onafhankelijke India krijgt ruime aandacht.Over de auteurs:WINAND M. CALLEWAERT is indoloog. Hij studeerde zes jaar aan drie Indiase universiteiten en reisde in zijn loopbaan ongeveer 65 keer naar India. Aan de K.U.Leuven doceert hij vakken als Hindoeïsme en Sanskriet. Hij publiceerde meer dan dertig boeken over het land en de cultuur, en legde in 2009, na veertien jaar werk, de laatste hand aan het 2241 bladzijden tellende The Bhakti Hindi – English Dictionary.IDESBALD GODDEERIS is slavist en historicus en doceert over imperiale en transnationale geschiedenis aan de K.U.Leuven. Hij is er verbonden aan de onderzoekseenheid MoSa (Moderniteit & Samenleving 1800-2000) en is senior member van het Leuven Centre for Global Governance Studies. In 2009 was hij onder meer visiting fellow aan de London School of Economics en aan de University of Delhi.
GESCHIEDENIS VAN INDONESI vertelt het fascine-rende verhaal van een land van enorme constrasten.De Indonesische Archipel herbergt een grote verscheidenheid aan bevolkingsgroepen met elk een eigen culturele en religieuze identiteit. Zijn turbulente geschiedenis is al even veelvormig. Het ‘vreedzaamste volk op aarde’ (volgens een typering uit de koloniale periode ) kan behalve lijdzaam onderdanig ook intens gewelddadig zijn.Dit werk belicht zowel de oudste als de nieuwste geschiedenis van Indonesi Aan de komen onder de grote en machtige rijken in de archipel voor de komst van de Europeanen, de introductie en de expansie van de islam en de moeizame verhouding tussen de koninkrijken op Java en de VOC in de zeventiende en achttiende eeuw.Ook de koloniale tijd, de Japanse bezetting , de onafhankelijkheidsstrijd en de overdracht van Nieuw-Guinea in 1962 worden uitvoerig belicht.Veel aandacht wordt besteed aan de Indische Nederlanders die aan het begin van de twintigste eeuw ingeklemd raak-ten tussen de blanke koloniale bovenlaag en de overgrote meerderheid van de Indonesische bevolking. De periode rond de Tweede Wereldoorlog en vervolgens de moeilijke keuze voor een van beide vaderlanden hebben de geschiedenis van deze groep bijzonder bewogen gemaakt.GESCHIEDENIS VAN INDONESI is een meeslepend en helder geschreven standaardwerk. Het is rijk ge ustreerd in kleur en zwart-wit en brengt een complete geschiedenis tot leven die eeuwenlang nauw met de Nederlandse verbonden is geweest.
De geschiedenis van de politie in Nederlands-IndiëUit zorg en angstUit zorg en angst beschrijft de geschiedenis van de koloniale politie in Nederlands-Indië tussen 1897 en 1942. Enkele kwesties staan daarbij centraal, zoals de betekenis van de politie voor de koloniale staat en de rol van het geweld dat zij gebruikte. Met als belangrijkste vraag: wat was er koloniaal aan koloniale politie?De moderne koloniale politie in Nederlands-Indië was het product van angst en zorg. De angst van de Europeanen voor de inheemse wereld in beweging; de zorg voor het zedelijk welzijn van de plaatselijke bevolking. De politie was niet alleen bedoeld voor controle en repressie, maar ook voor een koloniaal beschavingsoffensief. In de besluitvorming over het politieapparaat hadden Indonesiërs intussen geen deel. In de uitvoering wel: aan het begin van de jaren dertig werd de koloniale politie voor 93 procent bemand door inheems personeel.
Ruim zestig jaar geleden kwam er een eind aan de koloniale relatie tussen Nederland en het toenmalige Nederlands-Indië. Sinds die tijd zijn grote aantallen Indische Nederlanders en andere inwoners van Indonesië naar Nederland gekomen. Hoe wonen zij op dit moment? Voelen ze zich geaccepteerd en voelen ze thuis? Zijn ze volledig geïntegreerd in onze samenleving of verlangen ze terug? Welke herinneringen en gebruiken worden door hen nog gekoesterd? Hoe leven de volgende generaties? Met deze vragen gingen docenten van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen op zoek naar zichtbare, minder zichtbare en soms bijna onzichtbare Indische sporen in Nederland en naar restanten van Nederlandse sporen in Indonesië. Zij onderzochten, soms met hulp van hun studenten, diverse bronnen, zoals jeugdboeken, levensbeschrijvingen, films, architectuur, tijdschriften en foto’s. Ook deden zij veldonderzoek in Indonesië zelf. Dit boek bevat de resultaten van dat onderzoek, alsmede didactische suggesties voor docenten en studenten om eigen onderzoek te doen naar en zich te verdiepen in Indische sporen in Nederland en Hollandse sporen in Indonesië.
Het mobiliseren, administreren, beheren en distribueren van ‘geefgeld’ is in onze economie een aparte ‘branche’ geworden. Loterijen voor goede doelen zijn daarbij niet weg te denken. De organisatie van de BankGiroLoterij – een van de oudste en bekendste kansspelen – is grondig gewijzigd. Als ergens veel geld omgaat (en bij de BankGiroLoterij ging meer dan één miljard euro om) is het verstandig goed te kijken naar de organisaties die erachter zitten. Na jarenlange nonchalance van de overheid is er sinds tien jaar nu een College van Toezicht dat de gang van zaken in de gaten houdt en dat binnenkort ook met harde hand kan optreden. Het is ook goed de geschiedenis van een loterij vast te leggen. Die geschiedenis is bovendien interessant, irritant en soms amusant omdat zij is gemaakt door mensen met ideeën, idealen en hebbelijkheden. Deze biografie van de stichting Algemene Loterij Nederland vertelt een geschiedenis van succes en mislukking, taaie vasthoudendheid en soms nauwelijks te overwinnen wantrouwen, van (weinig) bureaucratie en (voldoende) pragmatische soepelheid. En vooral van de overtuiging dat er met veel geld door de vijf bij de ALN aangesloten landelijke fondsen en door ALN zelf veel goeds is verricht. Mr. B.A. (Ben) Schmitz (1932) raakte als hoofd van de televisie, later directeur en uiteindelijk voorzitter van de KRO via de Stichting Katholieke Noden (thans Skanfonds) nauw bij de BankGiroLoterij betrokken. Hij was van 1973 tot 2004 lid van het bestuur van de stichting Algemene Loterij Nederland. Over de geschiedenis van de KRO- en SUFA-loterijen publiceerde hij in 2002, eveneens bij Uitgeverij Valkhof Pers, Een vangnet van 250 miljoen.
Frans Buelens is onderzoeker op het Studiecentrum voor Onderneming en Beurs van de Universiteit Antwerpen, en professor aan het HIVT. Hij publiceerde in tijdschriften zoals her European Journal of Economic History, het Hitotsubashi Journal of Economics. Intereconomics, Applied Financial Economics, Explorations in Economic History. Hij was editor van het boek Globalisation and the Nation State (1999) en auteur van het boek Financieel-institutionele analyse van de Belgische beursgenoteerde spoorwegsector 1836-1957 (2004).Congo 1885-1960 Een financieel-economische geschiedenisFrans BuelensDe klemtoon van deze omvattende financieel-economische geschiedenis van koloniaal Congo ligt op de toen in Congo gevestigde bedrijven. Het is een netwerkanalyse van in elkaar hakende bedrijven, met als stuwende fac¬tor de grote Belgische financiële groepen, holdings en trusts. Namen als klokken: Union Minière, Kilo-Moto, Société Générale, Cotonco. Société d'Anvers... De ontrafeling van deze netwerkstruccuren mondt uit in een globale berekening van de winstvoet van de Belgisch-Congolese bedrijven, zowel gemeten met boekhoudkundige data als met behulp van beursdata. Het resultaat is verbluffend.Deze bedrijven haalden in de koloniale periode een winstvoet die tot de allerhoogste ter wereld moet gerekend worden. De rendementen op de beurs bleven niet achter. Het koloniale imperium maakte België tot een van de machtigste grondstoffenleveranciers van de wereld. Daarmee vult het boek een belangrijke lacune van het wetenschappelijke onderzoek naar de geschiedenis van Congo. Het werk van Pierre Joye en Rosine Lewin, Les trusts au Congo (1961) en dat van Jean Stengers krijgt hiermee een uitdieping.De auteur analyseert ook de globale institutionele omkadering van de kolonisatie.Tegelijk zoomt hij in op de belangrijke koloniale figuren met politieke en economische topverantwoordelijkheden. Hij schildert hoenauw deze hoofdrolspelers met elkaar verbonden waren: Allard, Nagelmackers.Jadot. de Goffinets, Empain, Lippens,Van
Een verhaal van eindeloze verhuizingen, van wrede scheiding van ouders en vaak nog jonge kinderen, maar ook van ontroerende en overweldigende ervaringenTussen 1812 en 1962 vertrokken in totaal meer dan 300.000 Nederlanders naar voormalig Nederlands-IndiÙ. Bijna een kwart van het nationale vermogen was in de Oost belegd en vrijwel iedereen had er destijds familie of vrienden. De emigranten hoopten na vijftien of hooguit twintig jaar met een kapitaaltje weer terug te keren. Wie waren deze Nederlanders, uit welke delen van het land kwamen zij, en uit wat voor families? Wat bewoog hen om de beste jaren van hun leven in de tropen door te brengen? Dit boek biedt voor het eerst een antwoord op al deze vragen, doordat het is gebaseerd op de Historische Steekproef van de Nederlandse bevolking. Deze gegevens zijn gecombineerd met koloniale archieven, familiecorrespondenties en dagboeken. Over de auteurUlbe Bosma is senior onderzoeker bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Hij is onder meer auteur van Terug uit de koloniÙn en medeauteur van De oude Indische wereld en Geschiedenis van de Indische Nederlanders.
Op een nacht in april 2000 vaart een passagiersschip naar de Molukken, waar een bloedige oorlog woedt tussen christenen en moslims. Aan boord is ook de journalist Tjitske Lingsma. Na aankomst op Ambon ontdekt ze dat christenen en moslims inmiddels volledig gescheiden van elkaar wonen. Massale moordpartijen, verminkingen, brandstichting, plunderingen, haat en angst hebben het eiland verscheurd.De zoektocht naar de oorzaken van het conflict voert Lingsma terug naar het verleden. Uit kronieken en historische studies, en uit de verhalen van Molukkers blijkt hoe desastreus de rol van Nederland op de Molukken is geweest. Een speciale rol is weggelegd voor de families Soulisa en Gaspersz, wier aangrijpende geschiedenissen parallel lopen aan die van de archipel.Lingsma biedt een unieke kijk op de geschiedenis vanuit het Molukse perspectief - van de vroegste veldslagen tegen het koloniale bewind, via de Japanse bezetting, tot de Indonesische onafhanke lijk heid en de Molukse republiek RMS. Langzaam wordt duidelijk hoe de Molukken in 1999 verzeild konden raken in zo'n bloedige burgeroorlog. Zeer pijnlijk zijn de verhalen van Molukkers zelf over hun aandeel in de broederstrijd. Ook de gemeenschap in Nederland wordt geheel door het conflict meegesleept. Maar uiteindelijk slaagden de Molukse christenen en moslims er na een aantal jaren in zelf de veenbrand te blussen.
Op 10 oktober werden de Nederlandse Antillen opgeheven. Maar zijn daarmee de problemen opgelost? De dekolonisatiegeschiedenis van Nederland lijkt een gebed zonder end, met een uiterst grillig verloop. Nederland heeft zijn koloniale politiek altijd verdedigd als een beleid dat werd gedicteerd door beginselen, maar volgens Jansen van Galen is het in feite steeds bepaald door de nationale belangen van het moment. Hij beschrijft de wisselvalligheden, goede intenties en kortzichtigheden van een kolonisator. Of: hoe het Nederlandse kolonialisme, begonnen als het 'grootste avontuur' van de natie, langzaam snotterend als een nachtkaars uitgaat.Over de auteurJohn Jansen van Galen schreef boeken over Suriname, Nieuw Guinea, de jaren zeventig en, met anderen, biografieÙn over Drees, Den Uyl en De Gaay Fortman. Zijn boeken Kapotte plantage. Een Hollander in Suriname (1995) en Hetenachtsdroom (2000), over het Surinaamse nationalisme, beleefden meerdere herdrukken.
Op 27 december 1949 kwam met de soevereiniteitsoverdracht een einde aan Nederlands-Indië en was de geboorte van de Republik Indonesia een feit. Wat de Indonesiërs met trots vervulde, betekende voor de Indische Nederlanders een traumatische breuk met het verleden en voor velen een definitief afscheid van het land van hun voorouders en het land waar zijzelf ook opgegroeid waren.Een toenemend aantal in Nederland geboren Indo's (her)ontdekt en koestert de Indische cultuur van hun ouders en grootouders en gaat op zoek naar zijn roots. De stamvaders van de Indo-Europeanen vertrokken naar Azië als dienaar van de Verenigde Oostindische Compagnie of, vanaf het begin van de negentiende eeuw , als militair van het Oost-Indische leger of ambtenaar van het Nederlands-Indische gouvernement. Vanaf omstreeks 1870 werden ook steeds meer Europeanen in dienst van het particuliere bedrijfsleven naar Nederlands-Indië uitgezonden.De genealoog die voorbije generaties tot leven wil wekken moet zich ook een beeld vormen van het decor waartegen het leven van zijn voorouders zich afgespeelde. Daarom bevat dit boek niet alleen aanwijzingen voor het doen van genealogisch onderzoek, maar wordt ook ingegaan op diverse aspecten van de geschiedenis van de Nederlanders in Nederlands-Indë. Ook is een uitgebreid lieteratuuroverzicht toegevoegd. Tevens een aanrader voor wie meer wil weten over het koloniale verleden van ons land. In de reeks Voorouders van Verre van het Centraal Bureau voor Genealogie en Familiegeschiedenis vindt men ook handleidingen voor onderzoek naar Molukse, Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse en Surinaamse familiegeschiedenis.
Op 17 december 2004 was het vijftig jaar geleden dat het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden tot stand kwam. Met het Statuut werd de koloniale relatie beëindigd en een nieuwe rechtsorde aanvaard, waarin alle landen een gelijkwaardige positie verkregen.Ten tijde van de afkondiging op 15 december 1954 gold het Statuut voor drie landen: Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen (inclusief Aruba). Suriname werd in 1975 onafhankelijk en verliet daarmee het Koninkrijk.Sinds 1986 geldt het Statuut opnieuw voor drie landen: Aruba neemt sindsdien een gelijkwaardige plaats in naast Nederland en de Nederlandse Antillen (Curaçao, Bonaire, Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius). In het Statuut is de staatkundige relatie tussen deze drie delen van het Koninkrijk geregeld.In het Gedenkboek 50 jaar Statuut - Een Koninkrijksbundel worden verleden, heden en toekomst van het Statuut onder de loep genomen. De artikelen in deze bundel zijn geschreven vanuit het perspectief van de hedendaagse koninkrijksdelen. Suriname en Indonesië worden echter ook in de beschouwingen betrokken.Diverse auteurs met verstand van zaken - uit hoofde van hun bestuurlijke ambt, universitaire betrekking, bestuursrechtelijke achtergrond of anderszins - behandelen vooral de staatsrechtelijke kant van het Statuut. Onderwerp van bespreking zijn de koninkrijksrelaties, de juridische (on)mogelijkheden van het Statuut en het democratisch deficit. Maar ook sociale en historische aspecten blijven niet onbehandeld, zoals de revolte op Curaçao in 1969 en de geschiedenis van Aruba's status aparte. Het vijftigjarig bestaan van het Statuut is een moment van bezinning. Het Statuut wordt hier dan ook niet alleen bejubeld, maar er klinkt ook kritiek over de inhoud en de werking ervan. Duidelijk is dat het Statuut onderwerp van gesprek én discussie zal blijven.
Carlos Elias Dip heeft gedurende meer dan dertig jaar een prominente rol gespeeld in het Antilliaanse rechtsleven als hoofd van het Centraal Bureau voor Juridische en Algemene Zaken, als docent staatsrecht aan de Rechtshogeschool van de Nederlandse Antillen en als ondervoorzitter van de Raad van Advies. In die periode heeft hij ook het Antilliaanse staatsrecht met verschillende publicaties verrijkt.Het feit dat de van zijn hand verschenen opstellen verspreid zijn opgenomen in diverse tijdschriften, vriendenboeken en jubileumuitgaven bemoeilijkt echter hun toegankelijkheid. In deze uitgave zijn de meest belangrijke van zijn publicaties voor het eerst bijeengebracht in één bundel. De opstellen behandelen een breed scala van onderwerpen waarvan verschillende vandaag de dag niet aan actualiteit hebben ingeboet zoals het recht van Statenontbinding, de positie van de gouverneur in zijn verhouding tot ministers en de staatkundige herstructurering van de Nederlandse Antillen. Een van de opstellen behandelt de betekenis van de negentiende-eeuwse advocaat Abraham Chumaceiro in de strijd voor de invoering van het kiesrecht voor de Koloniale Raad, terwijl een ander opstel gewijd is aan het velen in onze gemeenschap niet bekende zogenoemde ‘belastingoproer’ van 1921 waarin de Curaçaose chirurg Philip Frederik de Haseth Möller de hoofdrol speelde. De belangstelling voor de verzamelde geschriften behoeft dan ook niet beperkt te blijven tot degenen die een juridische vorming bezitten. "Carlos Dip overleed op 2 december 2006 op 78-jarige leeftijd.
Frankrijk in oorlog, het nieuwe boek van de bekende Leidse historicus H.L. Wesseling, bevat het verhaal van de roerigste en meest dramatische eeuw uit de moderne Franse - en Europese - geschiedenis, de eeuw die begon met de eerste, zo lichtzinnig begonnen en zo smadelijk verloren, oorlog tegen Duitsland in 1870 en eindigde met het Franse vertrek uit Algerije in 1962. Bijna heel die eeuw is Frankrijk op enigerlei wijze in oorlog geweest. Het lot van Frankrijk, maar ook van veel andere landen in Europa, Azi n Afrika is door die oorlogen bepaald.Frankrijk in oorlog is verhalende geschiedenis op haar best, maar het boek bidet meer dan alleen een verhaal. Het analyseert de conflicten en verklaart de afloop ervan.Na de succesvolle boeken Europa’s koloniale eeuw en het veel vertaalde Verdeel en heers – waarvan alleen al in Itali 00.000 exemplaren werden verkocht! – keert Wesseling in dit boek terug naar zijn oude liefde, de Franse geschiedenis, en toont hij zich opnieuw een meester in het vertellen van het historische verhaal, met al zijn dramatische gebeurtenissen en onverwachte ontknopingen.
Sinds de Japanse archipel onder de naam Cipangu in het reisverhaal van Marco Polo (ca. 1254-1324) bekend werd, viel de Japanse geschiedenis in Europa slechts matige belangstelling ten deel. Toch verdient het historische parcours van het eilandenrijk - ooit een bescheiden regionale factor, maar thans een belangrijke speler op het wereldtoneel - ten volle onze aandacht. Dit boek belicht de ontwikkelingsgang van Japan. De zoektocht naar een evenwicht tussen aansluiting bij en afzijdigheid van het Aziatische continent en de wereld vormt hierbij de rode draad. Van de primitieve natuurgemeenschappen wordt de blik gewend naar de consolidatie van het centraal bestuur onder het keizerschap als bindende factor. Vervolgens komen de Japanse middeleeuwen ter sprake, waarin de luister van het aristocratische regime uiteindelijk plaatsmaakt voor de opkomende krijgersklasse, die in de figuur van de shogun een spreken maar tegelijk ook verdelend symbool krijgt. Veelbewogen interne twisten sluiten de middeleeuwen af en luiden een tijdperk van eenmaking en naderhand van langdurig isolationisme in. Die afzijdige houding wordt onhoudbaar wanneer de golven van de westerse industriële en technologische beschaving komen aanrollen. Het boek gaat in op de transformatie van Japan tot een moderne staat en op de ontsporing ervan in een imperialistisch avontuur, om af te sluiten met een summiere behandeling van de wederopstanding van een verslagen koloniale macht als een economische wereldspeler en recent als soft power.
GEEF is een inspirerende oproep aan ieder van ons de wereld te veranderen. Bill Clinton beschrijft wat voor buitengewone en vernieuwende inspanningen door organisaties - en door individuen - worden geleverd om problemen op te lossen en levens te redden. Hij spoort ons aan te doen wat in ons vermogen ligt om mensen, om de hoek of aan de andere kant van de wereld, te helpen.Clinton laat de lezer delen in zijn eigen ervaringen en in die van andere gevers. Zo laat hij zien dat het geven van tijd, vaardigheden, dingen en ideeÙn minstens zo belangrijk en effectief is als het geven van geld. Van Bill Gates tot een zesjarig meisje dat een campagne opzette om het strand schoon te maken, van Andre Agassi tot een echtpaar dat lesmateriaal organiseert voor scholen in Zimbabwe, van de Postcode Loterij tot een hoogbejaarde wasvrouw die van haar spaargeld een studiebeurs opzette. Clinton schrijft over mannen en vrouwen die zich inzetten voor een betere wereld, en over de voldoening die ze ervaren door te geven. Hij schrijft over klimaatbeheersing, ziektebestrijding, het bevorderen van onderwijs en behoorlijke arbeidsomstandigheden over de hele wereld. Hij laat zien hoe een van de belangrijkste manieren van geven de inspanning kan zijn om een overheid te veranderen, verbeteren of te ondersteunen. Hij schetst wat wij als individuen kunnen doen en waarom geven zo belangrijk is.Bill Clintons eigen inspanningen in de jaren na zijn presidentschap hebben grote invloed gehad op miljoenen mensenlevens. 'Mijn hoop is,' schrijft hij, 'dat de mensen en de verhalen in dit boek anderen bezielen, harten raken en duidelijk maken dat burgeractivisme een effectieve manier is om de wereld te veranderen.'Een deel van de opbrengsten van dit boek wordt door president Clinton gedoneerd aan organisaties die zich inzetten om de wereld te veranderen.
Max Havelaar van Multatuli wordt beschouwd als het hoogtepunt van de Nederlandse literatuur. Maar behalve een literair meesterwerk is het ook een roman met een missie, bedoeld als een harde aanklacht tegen de wantoestanden in IndiÙ. Honderdvijftig jaar na dato heeft het boek nog niets van zijn kracht verloren. Het is geestig en ontroerend, onderhoudend en vlijmscherp. Het is prachtig gecomponeerd en geschreven in een meeslepende, virtuoze stijl. Deze uitgave bevat de belangrijkste passages uit het omvangrijke werk, voorzien van verbindende teksten.Wie was Multatuli eigenlijk en waarom noemde hij zich zo? Hoe zat het met de uitbuiting van de Javanen? En wat was Multatuli's eigen belang bij het schrijven van dit boek? Hoe zat de koloniale samenleving in elkaar en in hoeverre heeft Max Havelaar de geschiedenis veranderd? Op dergelijke vragen geeft deze rijk-ge´llustreerde publicatie een helder antwoord.Dit boek kwam tot stand met medewerking van Helene Hermans en Christianne Lemckert. Over de auteurPeter van Zonneveld doceert negentiende eeuwse en Indische letterkunde aan de Opleiding Nederlands van de Universiteit Leiden.
Tjalie Robinson staat bij uitstek symbool voor de culturele erfenis van Nederland en zijn voormalige kolonie Nederlands-IndiÙ. Uit Schrijven met je vuisten blijkt wel hoe moeizaam de vereniging van Oost en West kon zijn. Het was een strijd waar de schrijver zich zijn hele leven voor heeft ingezet.Al vanuit de naoorlogse kolonie hekelde Tjalie Robinson (pseudoniem van Jan Boon, 1911-1974) het literaire klimaat van zijn vaderland overzee. Hij vroeg zich vertwijfeld af waar het elan van de grote schrijvers van v¾¾r de oorlog was gebleven. Met zijn eigen literaire verhalen, zijn journalistieke bladen en zijn Pasar Malam Tong Tong (culturele bazaar), brak hij een lans voor een andere manier van kijken, in een samenleving die zich afwendde van haar koloniale verleden. Robinsons brieven zijn even confronterend als eigenzinnig, en altijd fonkelend van toon. Hierdoor hoort hij thuis in het rijtje klassieke brievenschrijvers uit de Nederlandstalige literatuur, naast Multatuli, Du Perron, Walraven en Brouwers.
Martine GosselinkNieuw Amsterdam / New YorkDe Nederlandse oorsprong van ManhattanAan de hand van de oudste kaarten en contracten uit onder meer het Nationaal Archief schetst Martine Gosselink de Nederlandse jaren van New York tot de overname door de Engelsen in 1664. De bewoners van de stad komen tot leven: van de eerste moslim en koosjere slager tot de eerste zwarte grootgrondbezitter en prostituee. Foto's van nu en afbeeldingen van eeuwen geleden brengen het Nederlandse New York tot leven.New York is zijn eerste levensjaren bekend als Nieuw Amsterdam. In 1609 stuurt de VOC Henry Hudson op pad om een alternatieve route naar Azi" te zoeken. Hij komt uit in Amerika bij een rivier waar indianen beverpelzen en otterhuiden aanbieden. Nederlandse kooplui zetten er weldra een bonthandel op. Dankzij de WestIndische Compagnie en de komst van directeurgeneraal Petrus Stuyvesant ontwikkelt de kleine handelspost zich vanaf 1621 tot een echte metropool.Martine Gosselink (1969) is als conservator en auteur breed geori"nteerd op het terrein van de Nederlandse kunst en geschiedenis. Haar specialisme richt zich op de beeldcultuur van het overzeese en koloniale verleden. Tot 2008 was zij cultureel ondernemer en stelde zij tentoonstellingen samen voor onder meer het Nationaal Archief, het Rijksmuseum, de Kunsthal en het Tropenmuseum.Een ge•llustreerde geschiedenis van de Nederlandse nalatenschap in New York
Het Oog in 't Zeil Stedenreeks 9Samengesteld door Jan Paul HinrichsNapoli heeft de naam van een drukke en criminele stad te zijn, waar velen alleen komen vanwege de omgeving. Napoli! concentreert zich op de vele schrijvers en kunstenaars die in de stad zelf verbleven.Stendhal verbaasde zich in Napels over de levenslust in de Via Toledo. Oscar Wilde en Alfred Douglas vertoefden enkele maanden in de stad nadat Wilde zijn straf had uitgezeten. Giacomo Leopardi verbleef er zijn laatste jaren, schrijvend aan zijn Pensieri. Journaliste Matilde Serao richtte de krant Il Giorno op en beschreef in haar boek Il paese di cuccagna de Napolitaanse liefde voor de loterij. Curzio Malaparte beschreef in La pelle (de huid) indringend de laatste oorlogsjaren in Napels en Norman Douglas, schrijver van legendarische reisboeken, beleefde er zijn erotische avonturen. Verder aandacht voor de pulcinella en de pizza.De artikelen zijn geschreven door onder anderen Geerten Meijsing, Marc Leijendekker, Jeanette Koch, Ike Cialona en Gerlof Janzen.´Napoli! is de Oog in ´t Zeil-reeks op zijn best. Het is een uitnodiging om niet alleen de gebruikelijke reisbestemmingen van het massatoerisme te verlaten, maar om dat ook te doen op een ongebruikelijke, want meer moeite vergende manier. Reizen begint met lezen, zoals kijken begint met leren.´ De Standaard´Je struikelt in deze bundel over de vermakelijke verhalen en anekdotes.´ Trouw 288 pagina'sgeïllustreerd
Het doek valt voor de Nederlandse Antillen. Op 10 oktober 2010 krijgen de vijf Antilliaanse eilanden een nauwere band met Nederland: Bonaire, Sint-Eustatius en Saba als 'bijzondere Nederlandse gemeenten', Curaþao en Sint Maarten als autonome landen binnen het koninkrijk. Aruba heeft al zo'n status aparte sinds 1986. Maar wat is er nog Nederlands aan de zes eilanden? En wat weten we van onze koninkrijksgenoten? Waarom staan Curaþaose jongeren op straathoeken van Nederlandse steden? Waarom blijft de drugshandel zo hardnekkig? Waarom ligt de invoering van het homohuwelijk zo gevoelig?De Antillen achter de schermen gaat over het krachtenveld op de eilanden, tussen de zes zustereilanden en binnen het koninkrijk der Nederlanden. Tussen de strikte Nederlandse regels en de vloeibare Cara´bische souplesse gaapt een kloof van 8000 kilometer. Daarbinnen heeft iedereen zijn eigen verhaal.
Elf miljoen slaven uit Afrika verrichtten gedurende drie eeuwen slavenarbeid op de plantages en in de huizen van blanke kolonisatoren in de Amerika’s. Elf miljoen mensen, wier waarde werd afgemeten aan hun werkkracht en uitgedrukt in geld. Deze elf miljoen hadden nog een naam, en een leven. Eén miljoen anderen stierven naamloos tijdens het transport naar de kust en de oversteek van Afrika naar Amerika. Het aandeel van de Republiek der Nederlanden in deze handel bedroeg 5 procent van het totaal: zo’n 600.000 mensenlevens. Ook aan de andere kant van de wereld, in de Oost, was de Republiek bij slavenhandel betrokken.Maar dit met taboes omgeven hoofdstuk uit onze vaderlandse geschiedenis is altijd weggemoffeld. Pas anderhalve eeuw na de afschaffing van de slavernij werd er een bescheiden (en ook nog omstreden) monument voor opgericht.In het voetspoor van de succesvolle serie De Oorlog zal NTR-televisie vanaf september 2011 vijf zondagavonden de serie De slavernij uitzenden. Daarin wordt niet alleen het verhaal verteld van het Nederlandse aandeel in de transatlantische slavenhandel - vanaf het begin tot de afschaffing in 1863 - maar ook de actuele nasleep ervan, én het feit dat er anno 2011 nog evenveel mensen in moderne vormen van slavernij leven als er in de hele koloniale periode zijn verhandeld, komen aan bod. Tegelijk met de serie zal het rijk geïllustreerde boek verschijnen, waarin de geschiedenis van slavernij op grond van persoonlijke historische documenten als dagboeken, brieven, scheepsjournaals en andere archiefstukken in al zijn facetten scherp aan bod komt: de angst, de pijn, het verzet en de overlevingsdrang, maar ook de hebzucht, het superioriteitsdenken en de gewetensbezwaren.
De wereld zoals hij was, of zoals we hem droomden uit het verleden, liet een duidelijke overmacht zien van onze cultuur op alle andere in de wereld. Na de onafhankelijkheidsstrijd van de vroegere koloniale gebieden (ca 1950) en na de oliecrisis (1973) en de val van de Berlijnse Muur (1989) blijft van de overmacht van het Westen bitter weinig over. De wereld is in diepe verandering. Voor ons betekent dit een dwingende noodzaak om te herverdelen met anderen in de wereld. Tegelijk verstedelijkt de hele wereld steeds verder. De stad wordt stilaan de dominante vorm van bestaan, met ingrijpende transculturele processen als gevolg. De nieuwe wereld die hieruit ontstaat geeft ons een plaats naast anderen. Dat zal wennen zijn voor ons en veel overlegvaardigheden vereisen.Over de auteurs:Rik Pinxten is gewoon hoogleraar culturele antropologie en vergelijkende religiestudie aan de Universiteit Gent. Hij publiceerde een vijftiental boeken in binnen- en buitenland, en talrijke artikels over cultuur, identiteit, kennis in verschillende culturen en benaderingen tot religie. Hij is voorzitter van de onderzoeksgroep CiCi (Centrum voor Interculturele Communicatie en Interactie).Koen De Munter was werkzaam als lesgever antropologie aan de Universiteit Gent en is verbonden aan het studiecentrum CiCi. Sinds kort is hij professor antropologie aan de Universiteit van Arica in Chili. Vanuit eenzelfde perspectief bekijkt hij politieke en culturele ontwikkelingen in Latijns Amerika. Hij publiceerde verschillende boeken in het Spaans, en talrijke artikels over vermenging, politieke en culturele identiteit en religie en cultuur in de brede Andes regio.
Waarom beperkt de man uit het kille noorden zichzelf blijkbaar tot één vrouw en de Curaçaose man, die toch dezelfde juridische regels kent als in Nederland, van één erkend huwelijk, blijkbaar niet. De algemene beeldvorming van de sociale werkelijkheid van de Curaçaoënaar is dat hij regelmatig naast zijn vrouw of vriendin een tweede of derde vrouw heeft.Voor de tropische man is er een verschil tussen maatschappelijk-juridische grondslag (de regel/"de rule") en de werkelijkheid/"reality"; trouwens volgens een goed antroplogisch principe is er een mythe nodig om dat bij elkaar te houden. Wat is die mythe voor mannen en vrouwen op Curaçao? Het koloniale verleden? De man is nu eenmaal een jager? De man is nu eenmaal zo? De vrouw is blij met zo'n man want hij is een echte man? Het resultaat was fascinerend. Er is een gemeenschap ontstaan waarin trouw een breed begrip is en wat meer de betekenis heeft van goed voor je vrouw zorgen dan dat je als man het bij één vrouw houdt. De situatie wordt door de gemeenschap geaccepteerd en het is een nieuwe norm geworden. ‘De man is nu eenmaal zo’ is verworden tot een heersende mythe in de Curaçaose cultuur.De auteurs zullen ingaan op hoe dit zo is gekomen en wat het aandeel is van zowel de man als de vrouw. Een ingewikkeld proces waarbij de vorming van de Curaçaose man en vrouw en de beelden die over de tijd over hen zijn ontstaan het tweede bed beslapen houden.
Het boek Ideaal en Werkelijkheid is samen met het eerste deel Ambitie en Onvermogen een toegankelijk en compleet overzicht van de mannen die van 1610 tot 1945 als gouverneur-generaal aan het hoofd stonden van de Nederlandse bezittingen in de Oost. In het eerste deel beschreef de auteur de periode dat de landvoogden nog in dienst waren van de VOC. Dit nieuwe deel gaat over de periode na de VOC, de tijd dat de Staat het beheer over de koloniën had overgenomen en de handel vrijer werd. Evenals het eerste deel is Ideaal en Werkelijkheid rijk geïllustreerd. Door een heldere, overzichtelijke vertelling afgewisseld met bijzondere anekdotes leest het boek als één verhaal. Ook nu wordt doorlopend aandacht besteed aan de hoofdstad Batavia, het centrale bestuurscentrum, en gaat de auteur in op de invloed van diverse maatschappelijke ontwikkelingen en op de immer opflakkerende strijd tussen ‘verhollandsen’ dan wel ‘verindischen’. Met Ideaal en Werkelijkheid is het naslagwerk over de geschiedenis van de gouverneurs-generaal van Nederlands-Indië compleet. Voor het eerst verschijnt hier mee een toegankelijk overzicht van de koloniale geschiedenis aan de hand van de levens van de hoogste bestuurders in de voormalige Nederlandse kolonie. De namen van ondermeer Johannes graaf van den Bosch, J.B. Van Heutsz en Tjarda van Starkenborgh Stachouwer zullen velen bekend in de oren klinken, maar met de naam houdt onze kennis vaak op. Daarmee dreigden deze vaak markante figuren die zo’n belangrijke rol hebben gespeeld in onze koloniale geschiedenis in de vergetelheid te raken. 400 jaar na de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) voorziet de historicus drs. L.P. van Putten in deze lacune.
‘Er zijn schrijvers die een verhaal kunnen vertellen, en andere - zeer weinige eigenlijk - die aan de hand van de levens van enkelen de memorabele daden van een heel volk weten te vertellen. Antonio Pennacchi behoort tot die laatsten. Door zijn grootsheid, zijn passie en zijn kracht.’ - Niccolò Ammaniti In deze bijzondere familiekroniek vertelt Antonio Pennacchi het indrukwekkende verhaal van de Peruzzi’s, een van de duizenden arme, landloze boerenfamilies die in de jaren dertig van de vorige eeuw vanuit Noord-Italië naar de Agro Pontino trokken. Dit moerasgebied ten zuiden van Rome werd in opdracht van Mussolini drooggelegd, bebouwd met boerderijen en verdeeld onder de Noord-Italiaanse immigranten. Het Mussolinikanaal is een meeslepend familie-epos in de sfeer van Bernardo Bertolucci’s Novecento, waarin Pennacchi de intieme gebeurtenissen in de levens van de onvergetelijke hoofdrolspelers verweeft met de turbulente geschiedenis van Italië in de eerste helft van de twintigste eeuw. Het lot van drie generaties Peruzzi is verbonden met de opkomst van Mussolini en zijn fascistische regime, de Eerste en Tweede Wereldoorlog en de meedogenloze koloniale oorlog in het huidige Ethiopië.
Aan het eind van de achttiende eeuw wordt op een Caribisch eiland een gruwelijke moord gepleegd. Het slachtoffer is de vrouw van suikerplanter en slavenhouder Jacob Rivers. Zijn nazaat Ada van de Wetering gaat op zoek naar de ontrafeling van het mysterie.Ze gaat ook op zoek naar haar verdwenen adoptiebroer Antonio. Zijn aanwezigheid was in het gezin Van de Wetering een splijtzwam. Door de waarheid te zoeken over Jacobs leven probeert Ada tegelijk antwoord te krijgen op de vragen omtrent haar eigen leven die ze altijd heeft ontlopen. De waarheid van het verre historische verleden is net zo complex als de waarheid van Ada’s persoonlijke leven. Het verhaal van Jacob heeft alles te maken met het verhaal van Ada. Alle levens worden geraakt door de koloniale geschiedenis van uitbuiting, onderdrukking en bevrijding. De plaats waar je bent geboren bepaalt aan welke kant je staat. Hoe die voorbestemming te doorbreken?Lyrisch en nuchter, ironisch en ernstig, scherp en met mededogen vertelt Nelleke Noordervliet de verhalen van Jacob en Ada, verwantschap over de tijden heen.Over de dwarsligger®De dwarsligger® is een compleet boek in een handzaam formaat. Een boek dat past in een handtas en zelfs in je broekzak of binnenzak. Een boek dat je overal en op elk moment kunt lezen. Met zijn kleine formaat – 12 bij 8 centimeter – en lichte gewicht – gemiddeld nog geen 145 gram – is de dwarsligger® met één hand vast te houden en dus gemakkelijk te lezen.
Online klanten voelen direct aan of je hebt begrepen waar ze voor zijn gekomen. Hebben ze een slechte ervaring op je website, dan zijn ze zo weer weg en is het maar de vraag of je ze ooit nog terugziet. In Verleiden op internet laat Aartjan van Erkel zien dat online gedrag voorspelbaar is, en dat eenvoudige ingrepen genoeg zijn om klanten het gevoel te geven dat ze welkom zijn op je site. Ze laten zich daarna graag overtuigen, én er zijn verrassende psychologische ‘knopjes’ waar je op kunt drukken om je klanten onbewust te beïnvloeden. Verleiden op internet geeft je eenvoudige, krachtige overtuigingstechnieken om het rendement van je site te verhogen. Aartjan van Erkel bespreekt homepages, productpagina’s, tekstpagina’s, webformulieren en beeldmateriaal, en laat zien wat het geheim achter onweerstaanbare sites is. Door de vele praktische tips en voorbeelden kom je op ideeën om je eigen site te verbeteren en zo het aantal aanvragen, inschrijvingen, reserveringen of bestellingen te verhogen. Vaak kan dat simpelweg door je teksten of beeldmateriaal te veranderen, dus zonder technische aanpassingen. Daarmee is dit een onmisbaar boek voor iedereen die zich met websites bezighoudt! Over de auteurAartjan van Erkel is zelfstandig internetcopywriter en trainer. Hij helpt bedrijven om hun website onweerstaanbaar te maken, en werkte onder andere voor Booking.com, Ditzo, Microsoft, de Nationale Postcode Loterij en SpecialBite.
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA organiseert een wereldwijde loterij: drie jongeren tussen de veertien en achttien jaar mogen een week - 172 uur - naar de maan. Miljoenen jongeren melden zich aan, onder wie Midori uit Tokyo en Antoine uit Frankrijk. Ook Mia uit Noorwegen is ingeschreven. Terwijl iedereen reikhalzend uitkijkt naar de grote trekking, raakt in een bejaardentehuis in Miami een gepensioneerde conciërge in paniek. Door zijn jarenlange post op een geheime luchtmachtbasis weet hij dat een nieuwe maanreis het einde van alles kan betekenen. Uit alle macht probeert hij de wereld te waarschuwen. Maar het aftellen is al begonnen.Over de auteurDe Noorse schrijver Johan Harstad (1978) ontving voor DARLAH, 172 uur op de maan een belangrijke Noorse literaire prijs, de Brage Prize. Het boek is in Noorwegen een bestseller. Eerder schreef Harstad de romans Buzz Aldrin, waar ben je gebleven? en Hässelby.
Het eigen huis is voor de meeste mensen dÚ plek waar ze tot rust kunnen komen na een dag van inspanning. Het biedt veiligheid, warmte, licht en ruimte om met familie en vrienden te ontspannen. Toch is niet iedereen even tevreden met zijn huis. Verbeteringen worden maar al te vaak op de lange baan geschoven. Waarom uw huis niet n¨ optimaliseren naar uw eigen wensen? Een investering in uw huis levert u dagelijks plezier. En met wat creativiteit en handigheid hoeft dat niet eens zoveel te kosten. Het kan u zelfs meerwaarde opleveren zodra u uw huis ooit weer verkoopt!In dit boek vindt u tientallen tips en adviezen voor het creÙren van uw eigen droomhuis, zonder eerst de loterij te hoeven winnen. Onderverdeeld in vijf hoofdstukken, wordt u wegwijs gemaakt in de verschillende mogelijkheden tot huisverbetering: muren bepleisteren, vloeren betegelen of parket leggen, uw zolder tot luxe loft ombouwen, uw tuin optimaal inrichten en sfeervol maken. Of eindelijk eens schoon schip maken door inventieve kasten in uw huis toe te passen waardoor een zee van ruimte en opgeruimdheid ontstaat!
Op 16 november 2010 was het precies 10 jaar geleden dat de Surinaamse schrijver Edgar Cairo in nagenoeg anonimiteit op 52-jarige leeftijd overleed aan een maagbloeding. Zijn eerste bekendheid in Nederland, vooral bij jonge lezers, verwierf hij in 1976 met de roman Kollektieve schuld/ Famir 'man-sani'. De heruitgave van deze roman nu valt samen met de premiÞre van de documentaire 'Edgar Cairo: 'Ik ga dood om jullie hoofd'' door Cindy Kerseborn. De roman kwam oorspronkelijk uit in 1976, werd enkele malen herdrukt, maar is ábijna 30 jaar lang niet meer leverbaar is geweest. Aan deze heruitgave van Kollektieve schuld is een Nawoord toegevoegd, te weten een tweetal publicaties uit de Volkskrant van 1975 en 1976, jaren waarin persaandacht voor Surinaamse schrijvers zeker niet vanzelfsprekend was, beide van de hand van Jos Knipscheer (1945-1997), vanaf 1977 ook uitgever van Edgar Cairo.In Kollektieve schuld beschrijft Edgar Cairo het leven van een uitgebreide creoolse familie die voorbereidingen treft voor een wintiprei, een rituele dansavond ter gelegenheid van de goden, de winti. In het gekoloniseerde Suriname mocht het christendom cynisch genoeg eerst niet worden ingevoerd. Maar toen het eenmaal moest, werd Winti, de natuurgodsdienst van de creolen, te vuur en te zwaard bestreden als barbaarse heidendom. Maar Edgar Cairo laat in spannende en amusante familieperikelen de winti, de religie van de creolen, overleven van bijgeloof naar geloof en geeft winti zo eenzelfde status als, en naast, bijvoorbeeld het christendom.De racistische houding van de koloniale regering in Kollektieve schuld ten opzichte van alles wat 'negerachtig' en 'vernegerd' was, bestond nog volop tot omstreeks het einde jaren zestig van de vorige eeuw. áCentraal in de roman staat het zoeken naar geluk, het vinden identiteit, verzoening van de creool met zijn beladen verleden. Kollektieve schuld is een razende roman waarin alle thema's die er voor zwarte Nederlanders toe doen voorbij komen: de zwarte
Luís Bernardo wordt op een druilerige morgen in december 1905 door de Portugese koning gesommeerd zijn onbezorgde leven in de kosmopolitische beau monde van Lissabon te verruilen voor een even patriottische als riskante missie op het koloniale eiland São Tomé. In zijn nieuwe functie komt hij al snel in conflict met een Engelse gouverneur die (na een schandaal weggepromoveerd uit een grote provincie in India) met zijn vrouw op het eiland wordt gepositioneerd.
Erwin Mortier reisde in het voorjaar van 2010 voor het eerst naar de voormalige Belgische kolonie Congo, in het kielzog van Jef Geeraerts (1930), die er zeven jaar woonde en als enige Vlaamse auteur over het koloniale verleden van zijn land heeft geschreven. Erwin Mortier ging met hem mee om de confrontatie met het Vlaams verleden ook door jonge ogen te kunnen zien. Ze reisden naar de evenaarsregio, waar Geeraerts gewestbeheerder was, de streek waar zich ook Joseph Conrads Heart of Darkness situeert. Geeraerts kon zich tijdens deze expeditie geen beter gezelschap wensen dan Erwin Mortier, die met zijn superieure en gevoelige pen een meesterlijk verslag geschreven heeft.
Op 4 januari 1856 werd Eduard Douwes Dekker benoemd tot assistent-resident van Lebak. Precies drie maanden later volgde zijn ontslag. De kwestie-Lebak was geboren. In 1859 zou Douwes Dekker op een Brusselse zolderkamer, in nauwelijks een maand tijd, over deze affaire de roman Max Havelaar schrijven. Dit onder het pseudoniem Multatuli verschenen werk bleek een genadeloze afrekening te zijn met zijn superieuren, en schetste bovendien een weinig verheffend beeld van de Nederlandse bemoeienis met het rijk van Insulinde.De titelheld van Max Havelaar is een bevlogen man, een idealist die voortdurend in conflict komt met zijn omgeving. Als Indisch ambtenaar doet hij een aanval op het koloniale systeem, eenmaal terug in Nederland zoekt hij de confrontatie met de profiteurs van dat systeem, belichaamd in de koffiemakelaar Droogstoppel. Het decor is historie geworden, maar Havelaars strijd voor gerechtigheid is nog steeds actueel.