Luxe vlag van Marokko. Formaat Marokkaanse vlag: 100 x 150 cm. Materiaal vlaggen: 100% polyester. In deze winkel vindt u nog veel meer Marokkaanse versiering en feestartikelen. Deze vlag van Marokko is voor binnen en buiten gebruik en heeft ophangringen.
In bloei - 30+ en single Marokkaanse vrouwen en daten - interview Kleurrijke vrouw door Raja Felgata, dit keer met NOS Jeugdjournaal presentatrice Siham Raijoul - Marokkaanse Feministe in beeld door Nora Kasrioui - 7 vragen aan Aboutaleb - Interview Najat Aatabou -Halal Catwalk looks - Caftans op de Catwalk - Hollandse nieuwe met een Moroccan Touch - Beauty looks covered in spring - Moroccan Curves - 10x het beste uit jezelf halen - Grote en kleine rolmodellen met Marokkaanse roots - Een gastronomische geschiedenisles
Single vrouwen zijn een veelbesproken groep. De afgelopen jaren zijn ze zowel uitgeroepen tot ‘happy singles’ als uitgemaakt voor dolende, onvolledige zielen die niet zonder man kunnen. In dat licht bezien is het verbazingwekkend hoe weinig kennis er is over de daadwerkelijke beleving van single vrouwen. Niet alleen maar single maakt aan die lacune abrupt een einde. Het rapporteert de resultaten van de meest ambitieuze en veelomvattende studie naar de gevoelens, de ervaringen en de meningen van single vrouwen.Het boek laat zien dat zowel de ‘happy single’ als de ‘ouwe vrijster’ karikaturen zijn die geen recht doen aan de grote diversiteit tussen single vrouwen. Op buitengewoon openhartige wijze praten vrouwen van alle leeftijden en achtergronden over vooroordelen, zelfredzaamheid, toekomstdromen, eenzaamheid, vriendschap, mannen, daten, onzekerheid en seks. Hun persoonlijke verhalen zijn afwisselend hilarisch, ontluisterend en inspirerend.Al met al is er een geheel ontstaan dat vrouwen niet alleen zal boeien en amuseren, maar hun ook inzicht kan geven in hun eigen liefdesleven. Op die manier kan Niet alleen maar single meer opleveren dan menig zelfhulpboek.
Ibtisam wordt als kind seksueel misbruikt door haar broer. Ze kan er niets tegen doen, want in het traditionele Marokkaanse gezin waarin ze opgroeit, is de familie-eer heilig. In haar puberteit komt ze echter in opstand en durft ze voor haar eigen leven te kiezen.Een meisje voor dag en nacht is een waargebeurd verhaal over de verzwegen problematiek van incest in migrantengezinnen in Nederland.Renate van der Zee is journaliste en schrijft voor verschillende tijdschriften en kranten, waaronder Opzij, Libelle en NRC Handelsblad. Ze werd bekend door haar boek Eerwraak in Nederland.
Dat de tijd die achter ons ligt springlevend kan zijn, bewijzen de makers van Andere Tijden. Andere Tijden 10 verhaalt onder andere over liefde via internet; al in 1967 is er een Nederlands echtpaar dat van het daten via de computer een broodwinning probeert te maken via een online datingservice.Over de Olympische Spelen in Nederland; in de jaren tachtig dineerde burgemeester Van Thijn avond aan avond in het Amstelhotel met ioc-leden, andere leden van het Olypisch ComitÚ bezochten met hen Yab Yum. Over de zwakzinnige Jolanda Venema en de misstanden in de zorg. Over de revolutie van mei '68 die niet in Parijs maar in Amsterdam is begonnen. Over Hitlers eliteschool in Nederland.'De kracht van Andere Tijden zit hem in de gedegen research en een gevoelig oog voor kleurrijke details.' - Het Parool'Spraakmakende historische reportages.' - Haagsche Courant
Nooit eerder zijn de implicaties van de digitalisering voor ons dagelijks leven zo groot en gevaarlijk geweest. We bankieren, winkelen, daten, leren en werken online. Maar is onze persoonlijke veiligheid in de digitale wereld wel zo goed beschermd als we dat in het echte leven gewend zijn? Met de opkomst en ondergang van de criminele website Dark Market als rode draad ontwart Misha Glenny de ingewikkelde knoop van de internationale cybercrimenetwerken. Hij neemt de lezer mee van Yorkshire naar Oekraïne, van Londen naar Zuid-Duitsland en van Istanbul naar Calgary. Hij sprak met inlichtingendiensten, politie, politici, juristen en – het allerbelangrijkst – de hackers en hun slachtoffers.
Op 10 januari 2001 wordt Job Cohen ge´nstalleerd als burgemeester van Amsterdam. Op de marmeren trappen van het stadhuis zingen ambtenaren: 'Bij ons in het stadhuis zing je van hela hola Job-falderee.'Amper zit Cohen in het zadel of hij voelt de terreuraanslagen in Amerika natrillen in zijn stad. In de jaren die volgen moet hij een antwoord vinden op rellende Marokkaanse jeugd, wordt hij overvallen door de moord op Theo van Gogh en ziet hij de ene na de andere wethouder sneuvelen. Verguisd door rechts en geadoreerd door links wordt hij na negen jaar burgemeesterschap door zijn eigen PvdA naar voren geschoven als de volgende premier van Nederland.Wie is Job Cohen? Hoe gaat hij te werk? Hoe ging hij om met zijn wethouders en met politie en justitie? En heeft hij 'de boel bij elkaar gehouden', zoals hij bij zijn aantreden beloofde?Op basis van gesprekken met ruim honderdzestig politici, (top)ambtenaren, vrienden en andere direct betrokkenen reconstrueren de journalisten Hugo Logtenberg en Marcel Wiegman het burgemeesterschap van Job Cohen.Over de auteursHugo Logtenberg (1974) is freelancejournalist en schrijft onder meer voor Het Parool. Eerder werkte hij als politiek redacteur bij het weekblad Intermediair en NOVA.Marcel Wiegman (1964) is chef verslaggeverij bij Het Parool. Van 2001 tot 2007 was hij voor de krant stadhuisverslaggever in Amsterdam.
Daten als je partner er niet meer is is het eerste boek dat zich specifiek richt op weduwen en weduwnaars die op zoek zijn naar een nieuwe liefde. Auteur Denise Janmaat richtte tien jaar geleden D-Date.nl op en coacht mensen tijdens hun zoektocht naar een partner via internet. Een nieuwe relatie vinden via internet is tegenwoordig zeer gebruikelijk. Maar hoe zit het met mensen die hun partner hebben verloren? Zijn zij klaar voor een nieuwe relatie? Hoe gaan ze om met reacties uit hun omgeving? En vooral: hoe pakken ze het aan? Op deze en andere vragen geeft het boek van Denise Janmaat het antwoord. Leesbaar, praktisch en integer gepresenteerd, met veel praktijkvoorbeelden en tips die het boek tot een handzame gids maken. Daten als je partner er niet meer is is ook een boek voor de omgeving van de weduwe/weduwnaar, om begrip te bevorderen voor de situatie waar de persoon in kwestie zich in bevindt. Zo bezien is het tevens een boek dat je geeft aan iemand in je omgeving die een partner heeft verloren, om te laten merken dat je hem of haar een nieuwe liefde gunt. Het kan daarmee ook de opstap vormen om erover met elkaar te gaan praten. Daten als je partner er niet meer is is een fraai vormgegeven boek, telt 144 pagina's en bevat 60 illustraties. Door de heldere schrijftrant en de open sfeer is het een toegankelijk en integer boek geworden voor alleenstaanden die hun partner door overlijden zijn verloren en die weer openstaan voor een nieuwe relatie.
Dit achtste 'Cahier over de geschiedenis van de christelijk-sociale beweging' staat in het teken van een eeuw grensoverschrijdende contacten en activiteiten van het CNV en andere Nederlandse (protestants-)christelijke middenveldorganisaties. Wat hadden ze in het buitenland te zoeken en wat dachten ze daar te brengen?Dit Cahier biedt een gevarieerd antwoord op deze vragen. Aan de orde komt hoe de verzuiling in Nederland voor fricties zorgde tussen christelijke en socialistische arbeidersinternationales. Belicht wordt hoe het CNV worstelde met de aanpak van het apartheidsregime in Zuid-Afrika en tegelijkertijd uit het Bijbelse ‘Gij zult uw naaste liefhebben’ inspiratie putte voor eigen ontwikkelingswerk met de Actie Kom Over. Een heel ander aspect is waarom in de Verenigde Staten de door Nederlandse immigranten gestichte, orthodox-protestantse Christian Labor Association geen succes werd. Twee andere bijdragen laten zien welke invloed de globalisering in eigen land had. Bij de opvang van Turkse en Marokkaanse werknemers liep de Vervoersbond CNV voorop en de christelijke boeren van de CBTB overwonnen hun weerstanden tegen de Europese landbouwpolitiek. De beschouwingen worden afgewisseld met portretten van CNV’er en Europarlementariër van het eerste uur Cees Hazenbosch, van internationaal secretaris van het CNV Arie Hordijk en van ICCO-oprichter Jone Bos.
VVorwortWie in so vielen Fällen, spielt der Zufall eine große Rolle. Soauch bei Dr. Walter Prinzhorn. Bei einer feierlichen Aufnahmeneuer Studenten meldeten sich, beim Aufruf des NamensPrinzhorn, gleich 2 Personen. Dieses Ereignis weckte in ihm dasInteresse, mehr über die Träger des Namens zu erfahren. Daswar der Beginn einer ausführlichen Ahnenforschung.In meinem Falle war es mein Schwager, der sich zufälligdas Familienbuch “Penshorn-Prinzhorn” angesehen hatte, undmich daraufhin motivierte, diese Ahnenforschung weiter zu führen.Unser Familienbuch kam aus dem Besitz meines GroßvatersEduard John Prinzhorn, der in Hamburg-Harburglebte. Vermutlich war er 1938 einer der Gäste des Familientreffensin Soltau, wo die Präsentation des Familienbuches“Penshorn-Prinzhorn” von Dr. Walter Prinzhorn stattfand. Kurzbevor meine Mutter 1947 mit ihren beiden Kindern nachDeutschland zurückkehrte, war er leider verstorben.Vor diesem Hintergrund machte ich mich mit wachsendemInteresse an die Arbeit, die Ahnenforschung weiterzuführen.Als erstes sollten alle Daten der Tafeln miteinem Stammbaumprogramm digitalisiert werden. Eine holländischeÜbersetzung des Buches war der nächste Schritt. Währenddieser Arbeit wurde mir klar, dass die alten Dateienüberarbeitet werden mussten. Dieses konnte ich nach 1998(in meinem Ruhestand) in die Tat umsetzen. Hauptsächlichin Deutschland besuchte ich Leute mit dem Namen„Penshorn–Prinzhorn“, um sie persönlich nach zusätzlichen Datenzu befragen. Dabei stellte ich heraus, dass nur sehr wenigedas Familienbuch kannten oder es besitzen.Trotz aller Bemühungen sind die originalen Druckplatten nichtmehr aufzufinden. Darum habe ich mich entschlossen, einedeutsche digitale Version anzufertigen, und zwar so authentischwie möglich, etc.
"Dit boek gaat over de emancipatie van tweede generatie vrouwen van Marokkaanse en Turkse herkomst, over hun levensplan en hoe dat vorm krijgt in de praktijk. Welke keuzen maken zij, onder invloed van welke sociale en culturele processen? Hoe kan het emancipatiebeleid aansluiten bij hun ambities en noden? Voor het beantwoorden van deze vragen is gesproken met zestig jonge moeders, onder wie tien autochtoon-Nederlandse.Het onderzoek laat een duidelijke emancipatietrend zien. Naast de rol van echtgenote en moeder krijgt die van autonome werkende vrouw een meer gelijke plaats. Dit geldt nog meer voor de volgende generatie meisjes. Toch bestaat er nog een afstand tussen ideaal en praktijk. Zo zijn het huwelijk, de gezinsvorming en de zorgrol veel vanzelfsprekender in het levensplan dan participatie in arbeid. Sommigen stellen het moederschap uit om meer autonomie te winnen en participatiekansen te vergroten. Komen er eenmaal kinderen, dan wordt het zorgen prominent. Daarnaast werkt het 'rekening houden met anderen', zoals (schoon)ouders, 'de gemeenschap' en de partner, nogal eens remmend. Daarbij komt dat de ervaring van uitsluiting als lid van een minderheidsgroep individuele emancipatie kan belemmeren. De onderzoekers concluderen dat het belang van het 'zorgen voor' een centrale notie zou moeten zijn in het emancipatiebeleid."
Veertien jaar geleden besloot Step Vaessen het veilige en tolerante Nederland te verruilen voor een avontuurlijk bestaan als journalist in Indonesië. Dit grootste moslimland ter wereld stond op dat moment aan de vooravond van grote veranderingen. Waar religieuze groepen vroeger vredig naast elkaar leefden, nemen nu terroristisch geweld en religieus radicalisme een enorme vlucht. Maar niet alleen Indonesië verandert. Via haar goede, Nederlands-Marokkaanse vriend Khalil wordt Step op de hoogte gehouden van hoe Nederland, waar homohuwelijken en coffeeshops ooit de normaalste zaak van de wereld waren, met de dag onverdraagzamer wordt.In Jihad met sambal geeft Al Jazeera-correspondent Step Vaessen een eerlijke inkijk in haar roerige bestaan in Indonesië - het land waar iedereen altijd glimlacht, zonder dat je weet wat er werkelijk gaande is. Het verhaal leidt langs het geluk van de geboorte van haar zoon Agus, langs hechte vriendschappen met de vrijgevochten Utet en de integere Bobby, maar ook langs verdriet om het toenemende geweld in Indonesië. En op het moment dat haar ex-man zelfmoord pleegt, lijkt het hele leven tot stilstand te komen. Door de ongelooflijke pijn van zijn overlijden wordt Step gedwongen stil te staan bij het hier en nu.Jihad met sambal vertelt het levensverhaal van een sterke vrouw op zoek naar avontuur en geluk, naar vrijheid en gelijkwaardigheid en naar een evenwichtig bestaan in een turbulent land.Over de auteurStep Vaessen werkte jarenlang als journalist voor onder meer het nos Journaal. In 1997 werd ze correspondent in Indonesië voor nova, de nos en gpd. Sinds 2006 is ze correspondent voor de Arabische zender Al Jazeera.
Dit boek plaatst een kritische noot bij de viering van 400 jaar Marokkaans-Nederlandse betrekkingen, die vooral veel folklore kende. Het is immers duidelijk dat het niet zo botert tussen Nederland en Marokko, dat Marokkaanse immigranten in Nederland allerminst geliefd zijn en dat er in Marokko zelf ook nog wel het een en ander valt te verbeteren. M
Nu de burger in eerste instantie voor zorg op zichzelf teruggeworpen wordt, de vergrijzing de vraag naar zorg zal doen stijgen en door de ontgroening en de groeiende deelname van vrouwen op de arbeidsmarkt, het aanbod - dat wil zeggen de concrete 'handen aan het bed' - zal afnemen, rijst de vraag of in de komende vijfentwintig jaar, voldoende informele zorg beschikbaar zal zijn. 'Is er nog een sociaal weefsel in de samenleving waardoor ouderen, maar ook andere groepen zorgbehoevenden, terug kunnen vallen op anderen, nu indicatie-eisen voor professionele zorg steeds strenger worden?' Het proefschrift gaat binnen de geschetste maatschappelijke context in op drie kernvragen:Is men zich bewust van de toekomst van de zorg en denkt men intergenerationeel?Beschikt men over voldoende sociaal kapitaal - hulpbronnen - bij een zorgvraag in de toekomst?Is er binnen de samenleving voldoende solidariteit zodat (latente) zorgvragen gehonoreerd worden? Deze vragen worden beantwoord in een kwalitatief, explorerend onderzoek onder vrouwen van verschillende generaties: Nederlandse, maar ook Molukse, Marokkaanse, Turkse en Surinaamse vrouwen. Het onderzoek richt zich op leeftijdscohorten van 20-40, 40-60 en 60-80 jaar: ouderen en toekomstige ouderen. In de komende decennia zal de Nederlandse samenleving gekenmerkt worden door een 'kleurrijke verzilvering'. Kunnen ook ouderen uit diverse culturen nog rekenen op voldoende informele zorg in hun omgeving? In dit onderzoek wordt met name ook gefocust op niet-familiale zorg, omdat - door grotere mobiliteit - familie niet altijd in elkaars nabijheid woont om zorg te verlenen. Willen mensen ook voor niet-familie zorgen? In het proefschrift komen suggesties voor beleid aan de orde. Een model is ontwikkeld waarmee de urgentie aangegeven wordt van Bewustwording als basis voor de ontwikkeling van Sociaal Kapitaal en Solidariteit.
Het debat over integratie wordt vaak gevoerd in termen van ‘wij’ en ‘zij’. Maar hoe groot de sociaal-culturele afstand tussen autochtonen en allochtonen is, werd in Vlaanderen nog nooit uitgebreid onderzocht. Daarom organiseerden Maarten Van Craen, Kris Vancluysen en Johan Ackaert (Universiteit Hasselt, Steunpunt Gelijkekansenbeleid) een grootschalig onderzoek bij Turkse allochtonen, Marokkaanse allochtonen en autochtonen uit minder welgestelde buurten. In Voorbij wij en zij? worden de resultaten van dit onderzoek op een heldere en overzichtelijke manier uiteengezet. Hoe groot is de sociaal-culturele afstand tussen autochtonen en allochtonen? Is de afstand tussen autochtonen en Turkse allochtonen even groot als die tussen autochtonen en Marokkaanse allochtonen? Welke factoren verklaren de sociaal-culturele integratie van allochtonen? Deze drie centrale onderzoeksvragen vormen de rode draad door de verschillende delen van het boek. Op basis van een grootschalig survey-onderzoek en verscheidene focusgroepsgesprekken ontrafelen de auteurs in elk van de acht hoofdstukken een specifieke subdimensie van sociaal-culturele integratie. De resultaten maken duidelijk dat integratie geen zwart-witverhaal is, maar een palet met vele schakeringen. Dit boek is dan ook een onmisbaar werk voor iedereen die inzicht wil krijgen in het proces van sociaal-culturele integratie.
Dit boek verkent de situatie van vrouwen van Turkse en Marokkaanse herkomst die in Vlaanderen in armoede leven. Via diepte-interviews verwierven de auteurs een beter inzicht in hun leef en belevingswereld: Welke zijn hun noden en behoeften? Hoe evalueren en ervaren zij hun sociale positie? Wat verwachten zij van hun toekomst? Zien zij kansen of vooral belemmeringen om vooruit te komen?Uit het onderzoek blijkt dat deze vrouwen heel wat creativiteit in huis hebben om met hun beperkt budget rond te komen. Ze ontwikkelen daartoe verschillende overlevingsstrategieën. Voor de toekomst zetten ze vooral in op hun kinderen, het geloof in het verbeteren van de eigen sociale positie is niet bijster groot. Bijzondere aandacht gaat naar de rol van het sociaal kapitaal van de vrouwen. Onder welke voorwaarden zijn hulpbronnen uit het sociaal netwerk beschikbaar en helpen deze hulpbronnen hen net genoeg rond te komen of geraakt men er echt door vooruit? Als je belangstelling hebt voor de leefwereld van een wat vergeten groep, die probeert om er tegen de stroom in het beste van te maken, dan is dit boek een absolute aanrader.
Dit rapport geeft voor het eerst een beeld van de sociaaleconomische en sociaal-culturele positie van de vier grootste vluchtelingengroepen in Nederland. Het betreft mensen die oorspronkelijk afkomstig zijn uit Afghanistan, Irak, Iran en Somalië. Over hen is nog nauwelijks iets bekend, zeker in vergelijking met de in aantallen ook veel grotere Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse minderheden in Nederland. Het rapport is grotendeels gebaseerd op grootschalig survey-onderzoek dat nieuwe informatie biedt over onder andere het opleidingsniveau en de positie op de arbeids- en woningmarkt. De studie gaat bovendien in op sociaal-culturele aspecten van integratie, zoals het aangaan van contacten met autochtone Nederlanders, de beheersing van de Nederlandse taal en de opvattingen die vluchtelingen hebben over het wonen en leven in Nederland. Deze studie is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie, Directoraat-Generaal Wonen, Wijken en Integratie. Behalve medewerkers van het SCP hebben ook onderzoekers van Regioplan Beleidsonderzoek en van het ITS aan deze rapportage bijdragen geleverd.
In grote steden is kickboksen een steeds populairdere sport onder meiden. Opvallend veel meiden met een Marokkaanse achtergrond doen aan kickboksen en andere vechtsporten. Zij zijn trots op hun discipline en hun blauwe plekken. Met vallen en opstaan maken ze hun sport onderdeel van een, soms gelovig, grootstedelijk meisjesleven. Dit was voor FORUM reden om Jasmijn Rana, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, te vragen om onderzoek te doen naar deze groeiende groep meiden.Chicks, Kicks & Glory is de titel van de tentoonstelling van Imagine IC over dromen en werkelijkheid van kickboksende meiden van Marokkaanse komaf. Zeven Nederlandse striptekenaars werden uitgenodigd om hun verhalen te verbeelden, geinspireerd door het onderzoek dat in dit boek wordt gepubliceerd. Met dank aan Imagine IC zijn de stripverhalen daarom ook in dit rapport opgenomen.
Hoe gaan Marokkaanse moslims met de Koran om? Hoe beleven ze de vastenmaand ramadan? Hoe denken ze over de plaats van de islam in hun sociale, politieke en maatschappelijke leven? Antropologe Marjo Buitelaar woonde langdurig in bij families in Marokko en onderhield contacten met Marokkanen in Nederland om inzicht te krijgen in de wijze waarop Marokkanen religie en cultuur in de praktijk van alledag met elkaar verweven. Op levendige wijze gaat Buitelaar in op enkele basisprincipes van de islam en de manier waarop deze principes hun weerslag hebben op aspecten van het persoonlijk leven zoals lichaamsverzorging, ziekte en gezondheid, liefde en seksualiteit.
Het is sowieso een hartstikke multiculturele samenleving geworden. Ik denk dat onze kinderen van alles wat moeten meenemen.Hoe voeden ouders in Nederland hun kinderen op? Die vraag wordt steeds vaker gesteld: bij problemen met jongeren komt steevast de opvoeding (of het gebrek daaraan) naar voren. Tegelijkertijd is het antwoord steeds minder eenduidig. Onze samenleving kent een grote diversiteit aan opvoedingsstijlen en van elke stijl leren we en nemen we iets mee. Dit boek maakt de resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar opvoedingsstijlen toegankelijk voor (toekomstige) beroepskrachten in het pedagogisch vakgebied. Gegevens over opvoeden en wat ouders daarmee willen bereiken worden in een cultureel-maatschappelijk kader geplaatst, zodat de lezer inzicht krijgt in de verschillende bevolkingsgroepen en in de diversiteit bínnen deze groepen. Hierbij wordt de opvoeding binnen autochtone Nederlandse gezinnen vergeleken met de opvoeding binnen van oorsprong Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse, Chinese, Surinaams-Creoolse en vluchtelingengezinnen. Aan het eind van ieder hoofdstuk staan vragen en opdrachten, waarmee de lezer de inhoud steeds aan zijn eigen normen en waarden toetst. Daarnaast bevat ieder hoofdstuk portretten van succesvolle pedagogische professionals, waarin zij vertellen hoe zij in hun werk omgaan met de diversiteit in opvoedingsstijlen.Anke van Keulen is partner in bureau MUTANT en ontwikkelaar en trainer op pedagogisch gebied. Zij publiceerde over uiteenlopende thema’s. Annemiek van Beurden is clustermanager bij Kindercentra Midden Nederland Kind & Co en freelance trainer en auteur. Trees Pels is bijzonder hoogleraar Opvoeden in de multi-etnische stad aan de VU en senior onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut en stond aan de wieg van veel van het besproken onderzoek.
UITGELEZEN BOEKEN is en onregelmatig doch onherroepelijk verschijnend tijdschrift over alle denkbare zaken die het boekenvak betreffen. Het ontsluiert kleine geschiedenissen van het boekwezen, portretteert markante persoonlijkheden uit het boekenvak of brengt het werk van vergeten schrijvers weer onder de aandacht.In dit nummer, dat vooral over het jaar 1609 gaat, staan afbeeldingen uit een boek van Emanuel van Meteren van 1610. Deze teksten zijn een leidraad om o.a. de oudste geschiedenis van de Nederlandse invloed in Noord-Amerika te vertellen. De 1610-editie is de oudste uitgave waarin Henry Hudsons reis beschreven wordt.Odette Vlessing en André Vuijsje tonen aan dat een exemplaar van deze zeldzame editie de reis met de Pilgrim Fathers op de Mayflower heeft meegemaakt. Ook de geschiedenis van de Nederlands-Marokkaanse contacten en de betrokkenheid van de eerste joodse diplomaat, Samuel Palache, komen aan de orde. Bovendien wordt de Nederlandse tolerantie van de eerste helft van de zeventiende eeuw in een breder perspectief geplaatst. Vlessing en Vuijsje hopen dat deze publicatie bijdraagt aan de verbreding van de kennis over de Gouden Eeuw.
"Dit boek gaat over een onderwerp dat regelmatig stof doet opwaaien: opvoeding en integratie. Centraal staan de resultaten van recente onderzoeken naar de opvoeding in autochtoon-Nederlandse, Turkse, Marokkaanse, Creools-Surinaamse en Chinese gezinnen en naar de pedagogische afstemming tussen gezin en school. De bevindingen uit deze onderzoeken worden vergeleken en geanalyseerd op hun betekenis voor sociale integratie. Een van de belangrijkste conclusies is dat integratie niet stopt bij de voordeur. Zowel in hun opvoedingsdoelen als dagelijks handelen laten (allochtone) ouders veranderingen zien. Aan de autonomie van kinderen hechten zij meer waarde dan de generaties voor hen en conformiteit vullen zij op een minder autoritaire wijze in. Van louter aanpassing is echter geen sprake: er ontstaan eigen mengvormen. Even opmerkelijk is de constatering, dat er ook niet één richtinggevend Nederlands opvoedingsmodel is.Een andere belangrijke bevinding is, dat de verhouding tussen de generaties in allochtone gezinnen minder dramatisch is dan algemeen verondersteld.Opvoeders, allochtoon én autochtoon, evenals leerkrachten hebben een belangrijk opvoedingsprobleem gemeen: hoe kinderen meer autonomie te geven zonder dat dit doorslaat naar een gebrek aan sociale betrokkenheid. De communicatie en afstemming over deze en andere pedagogische kwesties verloopt echter niet naar tevredenheid. Hetzelfde geldt de communicatie tussen ouders en andere opvoedingsprofessionals, bijvoorbeeld in de opvoedingsondersteuning en hulpverlening. Van een hecht pedagogisch netwerk is bepaald geen sprake. Een van de belangrijkste aanbevelingen is dan ook dat daar vanuit het beleid meer mogelijkheden voor worden geschapen. "
Dr. DateAnekdotes & Adviezen uit de praktijkSuccesvol daten kun je leren. Of zoals Dr. Date zegt: daten is weten! Dit boek helpt je om te bepalen met wie je wel en niet moet daten. En hoe je die dates het beste kunt aanpakken om jouw droomprins(es) in de wacht te slepen. Dr. Date geeft antwoorden op vragen als: hoe pimp ik mijn internetprofiel? Hoe verhoog ik mijn kansen bij speeddaten? Waar moet ik het over hebben? Wie past er bij mij? Dr. Date geeft je richtlijnen en praktische tips voor het daten. Ze vertelt hilarische, soms ontroerende, vaak verbazingwekkende date-verhalen uit eigen ervaring. Een boek met humor, levensechte anekdotes, pittige uitspraken en handige date-tips. En daten is leuk! Zéker als je weet hoe het moet.Met sprankelende foto’s van Eric van Nieuwland. Eric maakt veel portretten, sfeerreportages en reisfoto’s. Hij wordt ook vaak geboekt voor concert- en bruidsfotografie.Marcia Chong heeft zelf ruim vijftien jaar ervaring met daten. Op haar 36ste had ze door hoe ze wijzer kon daten: ze vond haar ideale man binnen een jaar. Met dit persoonlijke boek over haar zoektocht naar de ‘ware’ hoopt ze singles wegwijs te maken in de wereld van het daten. Daarnaast werkt ze als interim communicatie- en internetadviseur voor grote bedrijven. Ze woont met haar vriend en ze hebben samen een zoon.
Al enige tijd is er bij Antillianen en Arubanen een toenemende belangstelling voor onderzoek naar de eiegen familiegeschiedenis. Zowel in Nederland als op de zes Antilliaanse eilanden. Familieonderzoek is een spannende hobby. Niet alleen komt men meer te weten over de eigen oorsprong, de resultaten dragen ook bij aan het materiële en immateriële erfgoed van de samenleving waar de verschillende groepen deel van uit maken. Roots Karibense is bedoeld als handleiding bij het speuren naar de levens van voorouders afkomstig uit Bonaire, Curaçao, Aruba, St. Maarten, St. Eustatius of Saba. Levens die zich hebben afgespeeld tegen de achtergrond van de histoische werkelijkheid. Reden om in dit boek ook uitgebreid aandacht te besteden aan het slavernijverleden, de mobiliteit binnen het Caribische gebied en daarbuiten, de immigratie van werknemers van Shell en Lago, de bewoners ten tijde van de West Indische Compagnie en het joodse deel van de bevolking. Roots Karibense is van belang voor ieder die onderzoek wil doen naar Antilliaanse families, maar ook voor wie algemeen geïnteresseerd is in de turbulente geschiedenis van de zes paradijselijke eilanden in de Caribische zee. In de reeks Voorouders van Verre van het Centraal Bureau voor Genealogie en Familiegeschiedenis vindt men ook onderzoeksgidsen voor Molukse, Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Indische Nederlanders. Met verstand van zaken wordt in ieder deel uit de doeken gedaan hoe men te werk gaat bij het onderzoek naar de eigen -of andermans/vrouws- familiegeschiedenis. Ook wordt kort de algemene geschiedenis van het land van herkomst belicht, en de historische feiten rondom de migratie van de (voor)ouders naar Nederland.
Homoseksualiteit wordt in Nederland steeds gemakkelijker geaccepteerd: vergeleken met andere westerse landen staat de Nederlandse bevolking zelfs het meest positief tegenover homoseksualiteit. Dat neemt niet weg dat er ook hier nog altijd groepen zijn die moeite hebben met homo- en biseksualiteit. En ook niet op alle fronten is men even tolerant.Op basis van informatie uit grootschalige bevolkingsenquêtes en meer diepgaande interviews met heterojongeren geven wij nu een beeld van de houding van de Nederlandse bevolking tegenover homoseksualiteit. Aan homo- en biseksuele mannen en lesbische en biseksuele vrouwen is daarenboven gevraagd in hoeverre zij zich geaccepteerd voelen of mogelijk ook negatieve ervaringen hebben opgedaan in verband met hun seksuele voorkeur. Onder de web-naam SameFeelings is ook uitgebreid onderzoek gedaan naar ervaringen van homojongeren. Tenslotte zijn er interviews gehouden met sleutelpersonen uit vijf minderheidsgroepen: behoudend protestanten en Surinaamse, Marokkaanse, Turkse en Chinese Nederlanders. Hoe wordt er in die kringen omgegaan met homoseksualiteit en is dat in de afgelopen decennia veranderd? Dit rapport is vervaardigd op verzoek van het vierde kabinet-Balkenende, dat zich ten doel stelde de houding van de bevolking tegenover homoseksualiteit te verbeteren. Het Sociaal en Cultureel Planbureau kreeg het verzoek om de realisatie van die doelstelling periodiek in beeld te brengen. Het rapport is gezamenlijk geschreven door het Sociaal en Cultureel Planbureau, de Universiteit van Amsterdam, de Universiteit Maastricht en Movisie.
De Belgische Marokkaan Abdelkader Belliraj woonde rustig met zijn gezin in het landelijke Evergem. Totaal onverwacht werd hij in Marokko gearresteerd en tot levenslang veroordeeld. Volgens de rechtbank was hij de militaire leider van een terreurnetwerk. Ze verklaarde hem schuldig aan contacten met Al Qaida en andere moslimterreurgroepen, het plannen van aanslagen in Marokko, internationale smokkel van oorlogswapens, een gewapende overval, witwassen van misdaadgeld en zes politieke moorden in België in de jaren 80. Bovendien bleek Belliraj een informant te zijn van de Belgische Staatsveiligheid.In België werd er weinig of geen geloof aan gehecht. Was dit manipulatie op grote schaal? Werd het dossier tegen Belliraj volledig verzonnen door de Marokkaanse geheime diensten? Uit het onderzoek van Georges Timmerman van vertrouwelijke en geheime documenten en uit gesprekken met insiders blijkt nu dat Belliraj wel degelijk de dader van de zes Brusselse moorden is. Sterker, de aanslagen werden uitgevoerd in opdracht van de Palestijnse superterrorist Abu Nidal, wiens organisatie tot op het hoogste niveau geïnfiltreerd was door de Mossad.Het geheim van Belliraj is een spannend, fascinerend en ronduit verbijsterend verhaal over hoe het er in werkelijkheid toegaat in de wereld van geheime diensten. Geen boek voor mensen met een zwakke maag.http://www.linkeroeveruitgevers.be/boeken/p/detail/het-geheim-van-belliraj
UIT EN THUIS IN MAROKKOANTROPOLOGISCHE SCHETSENAl bijna een halve eeuw wonen er Marokkanen in Nederland. Incidentele internationale betrekkingen met Marokko-vier eeuwen geleden begonnen-hebben zich zo ontwikkeld tot structurele, transnationale verbanden, onderhouden door mensen die zowel in Nederland als Marokko thuis zijn.Behalve Nederlandse burgers van Marokkaanse afkomst pendelen ook Nederlandse antropologen tussen beide landen op en neer. Sommigen doen dat uit nieuwsgierigheid naar de achtergrond van de mensen naar wie zij in Nederland onderzoek doen, anderen om de leefwereld van de achterblijvers te bestuderen.In Uit en thuis in Marokko doen twaalf onderzoekers verslag van hun bevindingen. Hun bijdragen zijn op persoonlijke ervaringen gebaseerd. Met kennis en empathie schrijven zij over Marokkaanse mannen en vrouwen van verschillende etnische groepen en over de ontwikkelingen die zich voordoen op het terrein van sociale verhoudingen, de islambeleving, de gezondheidszorg, relaties die Marokkanen in Nederland met hun land van herkomst onderhouden en de gevolgen van migratie voor de achterblijvers. Het resultaat is een levendige schets van een cultuur in beweging en biedt een staalkaart van kennis en inzicht.MARJO BUITELAAR (1958) is universitair hoofddocent Antropologie van moslimculturen aan de Rijksuniversiteit Groningen en woonde bijna twee jaar in Marokko. Zij schreef Ramadan, sultan van alle maanden ( 2004, 3e druk, Bulaaq), met Geert-Jan van Gelder Het badhuis tussen hemel en hel (1996, Bulaaq) en islam en het dagelijks leven. Religie en cultuur onder Marokkanen (2006, Atlas).
"Hoe is het gesteld met de sociale, culturele, godsdienstige en politieke oriëntatie van jongeren in de multi-etnische samenleving? Welke invloed hebben ‘11 september’ en de ‘islamisering’ van het integratiedebat gehad op hun ideeën en op de wederzijdse beeldvorming?Dit boek geeft een verslag van een survey dat in 2006 plaatsvond onder een representatieve groep van 650 Turkse, Marokkaanse en autochtoon-Nederlandse jongeren in Rotterdam. Het is een vrijwel exacte kopie van een survey uit 1999 – de tijd van vóór Fortuyn en Van Gogh, toen bijna iedereen nog geloofde in de multiculturele samenleving. De opvattingen van toen over zaken als godsdienst, politiek, (nationale) identiteit, cultuurbehoud en familie kunnen worden vergeleken met de opvattingen van nu.Het boek is gebaseerd op uitkomsten van een wetenschappelijk onderzoek, maar is gemakkelijk toegankelijk geschreven voor een breed publiek dat is geïnteresseerd in vraagstukken over immigratie, integratie en islam.Over de auteursHan Entzinger is hoogleraar Migratie- en integratiestudies en voorzitter van de capaciteitsgroep Sociologie en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Al meer dan dertig jaar beweegt zijn onderzoek zich op het terrein van migratie, integratie en multiculturaliteit. Hij is onder meer oud-voorzitter van het Research Committee on Migration van de International Sociological Association.Edith Dourleijn was van 2002 tot 2007 verbonden aan de capaciteitsgroep Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Daar werkte zij onder meer aan het onderzoek dat aan dit boek ten grondslag ligt."
Wat heeft het militaire optreden van de VS in Irak van doen met het buitensporig geweld van Antilliaanse en Marokkaanse jongeren? En de bruutheid waarmee Nederlandse mannen hun vrouw en kinderen afranselen? De groepsverkrachtingen door puberende jongens en het fenomeen van loverboys? Of de terreurdaden van religieus bevlogen mannen en vrouwen, de zelfmoord¡acties van militante moslims, en de slachtingen onder studenten en docenten op scholen en universiteiten? De zelfdoding van falende topmanagers en politici?Het zijn in wezen uitingsvormen van hetzelfde verschijnsel: schaamte.Schaamte is het uiterst pijnlijke gevoel dat we krijgen wanneer we sociaal en emotioneel volledig opzij worden gezet. Maar juist ook de angst dat we zullen worden gekleineerd en ten diepste gekrenkt, zorgt voor schaamtebelevingen. We willen niet dat venijnige gevoel ervaren van waardeloos en machteloos te zijn. We gruwen van dat pijnlijke samenballen van angst, verdriet en woede. Dat gevoel terroriseert ons handelen. Er moet hoe dan ook zo hard mogelijk worden teruggeslagen: "Dan ontplof ik!". De aanval wordt de beste verdediging: "Dan steek ik 'm dus echt overhoop!" Met vormen van geweld zetten we schaamte op afstand. Geweld wil schaamte lozen.Niet eerder werd dit alledaagse fenomeen op een zo ongebruikelijk gedetailleerde wijze ontrafeld.
Jongens van Marokkaanse afkomst zijn in Nederland het symbool geworden voor overlast en criminaliteit. Het publiek en de politie ervaren hun gedrag vaak als opvallend uitdagend en agressief. Het wordt vaak als 'typisch Marokkaans' beschouwd, niet alleen in maatschappelijke discussies over de 'straatterreur' van 'Marokkaanse' jongens, maar ook in we
Robbert van LanschotCafé MogadishuRobbert van Lanschot is diplomaat en voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken reisde hij naar veel islamitische landen. Maar hoe staat het met de islamisering van Nederland? Van Lanschot wilde hier antwoord op krijgen en beschrijft zijn bevindingen in dit boek. Zo komen zijn ervaringen in het buitenland terug, maar ook zijn zoektocht in Nederland naar de islam. Zo volgde hij Koranlessen in een strenge moskee, hing hij rond in thee- en koffiehuizen, sprak hij met Somalische vluchtelingen en met Marokkaanse winkeliers en werkte in een multi-etnische straatvegersploeg. Maar hij ontmoette ook verbitterde Hollanders die niets meer van hun eigen wijk begrijpen.‘Doet denken aan Multatuli.’ Eberhard van der Laan‘Onbedaarlijk grappig en lichtvoetig én tegelijk somber.’ Nederlands Dagblad‘Kostelijk boek dat tot nadenken stemt.’NRC Handelsblad
Personen van buitenlandse herkomst zijn achtergesteld op belangrijke domeinen zoals tewerkstelling, onderwijs en huisvesting. Betekent dit dat zij ook met een hoger armoederisico worden geconfronteerd?In dit boek gaan de auteurs na of er sprake is van een ongelijke spreiding van het armoederisico volgens herkomst en hoe die er uitziet in België. Vooral personen van Marokkaanse of Turkse herkomst blijken een zeer groot armoederisico te hebben: ongeveer de helft van hen is inkomensarm. Maar wat schuilt achter die cijfers? Meer inzicht in de specificiteit én gemeenschappelijkheid van armoedeprocessen en -situaties bij personen van Belgische herkomst en van buitenlandse herkomst is noodzakelijk. Dit boek biedt een eerste zicht op de ervaringen van arme personen van buitenlandse herkomst in België. ‘De kleur van armoede’ biedt nieuwe informatie met een meerwaarde voor praktijkwerkers, politici, onderzoekers, studenten en alle andere
"Jongens die in groepen rondhangen en de omgeving last bezorgen: het is in Nederland geen nieuw verschijnsel, maar tegenwoordig zijn het vaak Marokkaanse jongens die door dit gedrag van zich doen spreken. Toch is respect in Marokkaanse kring voor oud én jong een centrale waarde. Hoe komt het dan dat jongens buitenshuis zo over de schreef kunnen gaan?Bovenstaande vormde de leidende vraag in de studie met de veelzeggende titel Respect van twee kanten. Overlastgevend gedrag van Marokkaanse jongens wordt daarin bestudeerd vanuit een sociaal-pedagogische invalshoek, met name door middel van (groeps)gesprekken met Marokkaanse jongeren en deskundigen. Op hun percepties en verklaringen ligt het accent.De belangrijkste bevinding is dat lastige jongens geleerd hebben dat respect een recht is van de sterkste. De twee kanten van respect, namelijk respect geven en respect ontvangen, zijn in hun perceptie niet in evenwicht. In het gezin, in de buurt, op school en in de relaties met de ‘Nederlandse’ omgeving ervaren zij eerder disciplinering en wantrouwen; zij moeten respect geven, maar krijgen het niet. De straat en de groep bieden de mogelijkheid om, althans tijdelijk, de rollen om te draaien en het zelfrespect desnoods kwaadschiks op te vijzelen.De aanbevelingen voor preventie vloeien uit deze visie voort. Ze concentreren zich op het herstel of het vinden van een nieuwe balans. Het accent ligt op dialoog en samenwerking, naast handhaving van de orde. 'Respect van twee kanten' vormt een belangrijke voorwaarde om overlastgevend gedrag te voorkomen.Trees Pels was tot november 2002 verbonden aan het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam en is sindsdien werkzaam bij het Verwey-Jonker Instituut te Utrecht als senior onderzoeker en coördinator van de Onderzoeksgroep Multiculturaliteit.Uit de inhoud1 Inleiding1.1 Inleiding1.2 Leeswijzer2 Het onderzoek2.1 Inleiding2.2 Probleemstelling2.3 Doelstell
"Dit boek beschrijft de resultaten van het eerste omvattende onderzoek naar de opvoeding in Marokkaanse gezinnen in Nederland, gezinnen van verschillende generaties en sociale milieus. Opvoeden blijkt ook in Marokkaanse milieus een dynamische praktijk. Het statische en problematische beeld dat in de media overheerst verdient bijstelling. Verandering in waarden, opvattingen en praktijken van opvoeden zijn aan de orde van de dag. Dit geldt de oudere generatie en in nog sterkere mate de jongere generatie. Naast verandering hechten de moeders en jongeren evenwel ook aan continuïteit. Mede omdat zij de 'Nederlandse' opvoeding niet in alle opzichten nastrevenswaard achten, houden zij aan centrale waarden vast. Wel veranderen de interpretaties die zij in de praktijk aan deze waarden verbinden. De moeders en jongeren zoeken een nieuwe balans tussen verandering en continuïteit. Dit proces voltrekt zich met vallen en opstaan en leidt tot nieuwe behoeften aan ondersteuning. "
‘Marokko is de grond onder mijn voeten, Nederland het dak boven mijn hoofd’. Zo vat een Marokkaanse migrantendochter de erfenis van de migratie in haar leven samen. In dit boek vertellen de eerste vrouwen van Marokkaanse afkomst die eind jaren tachtig van de vorige eeuw een Nederlandse HBO- of universitaire opleiding volgden hun levensverhaal. Hoe was het om zonder rolmodellen een eigen weg in de Nederlandse samenleving te vinden en hoe gaan deze ‘pioniers’ om met het culturele en religieuze erfgoed van hun ouders? Waar en bij wie voelen zij zich thuis en wat is de invloed van het huidige Nederlandse debat over integratie en de islam op hun thuisgevoelens? Individuele portretten worden afgewisseld met verhalen over sociale stijging, banden met Marokko en de islam, en over partnerkeuze. De spanning tussen de drang om uit te vliegen en de aantrekkelijke, maar soms ook benauwende kanten van ‘nestgeur’ loopt als een rode draad door de zo herkenbare en vaak ontroerende levensverhalen van deze migrantendochters van het eerste uur.Marjo Buitelaar (1958) is universitair hoofddocent Antropologie van moslimculturen aan de Rijksuniversiteit Groningen en woonde bijna twee jaar in Marokko. Zij schreef Ramadan, sultan van alle maanden (2004, 3e druk, Bulaaq), met Geert-Jan van Gelder Het badhuis tussen hemel en hel (1996, Bulaaq) en Islam en het dagelijks leven. Religie en cultuur onder Marokkanen (2006, Atlas). Verder stelde ze de bundel antropologische schetsen Uit en thuis in Marokko samen (2007, Bulaaq).
In de zorg aan chronisch zieken van allochtone afkomst komen zowel de (autochtone) zorgverlener als de (allochtone) patiÙnt regelmatig voor dilemma's te staan die te maken hebben met verschillende opvattingen over verantwoordelijkheid, over de oorzaken van ziekte en over ziektebeleving. Soms wijst de patiÙnt een behandeling af die de hulpverlener medisch noodzakelijk vindt, soms wil de patiÙnt juist zorg die de hulpverlener niet noodzakelijk vindt. Deze dilemma's hinderen het hulpverleningsproces, bijvoorbeeld doordat ze de therapietrouw in gevaar brengen of communicatieproblemen veroorzaken. Om deze dilemma's in kaart te brengen, interviewde Krista Coppoolse 42 chronisch zieken van Marokkaanse afkomst en elf huisartsen in Amsterdam. Ter vergelijking interviewde zij tevens veertien Nederlandse chronisch zieken.In dit proefschrift presenteert zij de uitkomsten van haar onderzoek. De problemen die allochtone patiÙnten ervaren, worden niet zozeer veroorzaakt door de cultuur. Van meer invloed is het 'verlies van zelf' dat inherent is aan het migrantenbestaan en dat verergerd wordt door een chronische ziekte. Bij de Nederlandse chronisch zieken werd deze invloed van het 'verlies van zelf' in geringere mate ook geconstateerd. Huisartsen hebben wel eens het gevoel dat zij verantwoordelijkheden van de patiÙnt moeten overnemen, en vinden het moeilijk om te bepalen waar dat ophoudt. Ook vinden zij het moeilijk hun houding te bepalen in het contact met de patiÙnt die op lichamelijke klachten en ziekten gefixeerd is: om iets te kunnen bereiken in de behandeling moet de arts soms toegeven aan een medisch niet noodzakelijke wens van de patiÙnt ('onderhandelen met een recept in de hand'). Het alternatief is een autoritaire of paternalistische houding die al evenmin voldoet aan hun ideaal van de arts-patiÙntrelatie.De uitkomsten van dit onderzoek kunnen huisartsen en andere hulpverleners helpen meer inzicht te krijgen in de problematiek van de allochtone patiÙnt. Ook voor beleidsmakers in de gezondheidszorg is dit een wa
Single, gebonden, verliefd of getrouwd en dilemma's in de liefde? Dit liefdeshandboek biedt houvast om allerlei problemen te lijf te gaan. Wil je bijvoorbeeld weten waarom je steeds op de verkeerde vent valt en hoe je dit patroon doorbreekt? En hoe en waar je de juiste man kunt vinden? Of hoe je je relatie en je seksleven uit het slop haalt? Wat doe je als je single bent en een kind wilt? En wat als je Hem eindelijk hebt gevonden, maar hij geen kinderen wil?Handboek Liefde & Lust is een vrolijke en informatieve leidraad bij vragen als:Daten en online daten: hoe doe je dat?Wat zijn de voor- en nadelen van het minnaarschap?Wat als jij of je partner vreemdgaat, hij verslaafd is aan cyberseks of je met geen vinger meer aanraakt?Wat zijn de juridische en emotionele voor- en nadelen van trouwen?Hoe verbeter je je relatie-IQ en seksleven? En hoe geef je je relatie een boost in de luiertijd?Hoe blijf je als kersverse moeder onafhankelijk en vind je de balans tussen zorgen en werken?Met behulp van de beste tips van psychologen, seksuologen, relatiecoaches, schrijvers en ervaringsdeskundigen geeft dit boek je meer zelf vertrouwen en kennis in de liefde.
Een 16-jarig Iraaks-Koerdisch meisje, Gülsen, werd door haar familie ernstig bedreigd omdat ze de eer van haar familie op het spel had gezet. Gülsen had namelijk stiekem een relatie met een Afrikaanse jongen. Toen haar familie daar achter kwam, hebben haar broers en neven deze jongen 'een lesje geleerd'. Gülsen was echter niet van plan de relatie met haar vriend te verbreken en bleef hem stiekem zien. De situatie dreigde te escaleren en de politie haalde het meisje uit huis. Ze werd - tijdelijk - ondergebracht in een politiecel.De voogd van het meisje belde vervolgens 'heel Nederland' af, maar het lukte hem niet om een plaats voor haar te vinden in de jeugdzorg............................In een periode van ruim drie jaar bood Zahir crisisopvang en behandeling aan 121 meisjes en jonge vrouwen uit migranten- en vluchtelingengemeenschappen in Nederland. Met name aan Marokkaanse, Turkse en Irakese meiden maar ook aan meisjes en jonge vrouwen uit onder andere Afghanistan, Algerije, Egypte, Koeweit, Libanon, Soedan, Somalië en Syrië. De collectieve cultuur waar deze meiden uitkomen verschilt fundamenteel van een individualistische westerse cultuur. De problemen waar zij mee te maken hebben verschillen eveneens fundamenteel van die van meiden met een westerse achtergrond.En dat geldt ook voor mogelijke oplossingen en de manier waarop de hulpverlening vorm moet krijgen.In De dochters van Zahir beschrijven Linda Terpstra en Anke van Dijke de ervaringen en de kennis die we de afgelopen drie jaar hebben opgedaan met de hulpverlening aan meiden uit eerculturen die gevlucht zijn van huis vanwege eerkwesties en die – soms zeer ernstig – werden bedreigd omdat ze de familie-eer hadden geschonden.
Op 27 december 1949 kwam met de soevereiniteitsoverdracht een einde aan Nederlands-Indië en was de geboorte van de Republik Indonesia een feit. Wat de Indonesiërs met trots vervulde, betekende voor de Indische Nederlanders een traumatische breuk met het verleden en voor velen een definitief afscheid van het land van hun voorouders en het land waar zijzelf ook opgegroeid waren.Een toenemend aantal in Nederland geboren Indo's (her)ontdekt en koestert de Indische cultuur van hun ouders en grootouders en gaat op zoek naar zijn roots. De stamvaders van de Indo-Europeanen vertrokken naar Azië als dienaar van de Verenigde Oostindische Compagnie of, vanaf het begin van de negentiende eeuw , als militair van het Oost-Indische leger of ambtenaar van het Nederlands-Indische gouvernement. Vanaf omstreeks 1870 werden ook steeds meer Europeanen in dienst van het particuliere bedrijfsleven naar Nederlands-Indië uitgezonden.De genealoog die voorbije generaties tot leven wil wekken moet zich ook een beeld vormen van het decor waartegen het leven van zijn voorouders zich afgespeelde. Daarom bevat dit boek niet alleen aanwijzingen voor het doen van genealogisch onderzoek, maar wordt ook ingegaan op diverse aspecten van de geschiedenis van de Nederlanders in Nederlands-Indë. Ook is een uitgebreid lieteratuuroverzicht toegevoegd. Tevens een aanrader voor wie meer wil weten over het koloniale verleden van ons land. In de reeks Voorouders van Verre van het Centraal Bureau voor Genealogie en Familiegeschiedenis vindt men ook handleidingen voor onderzoek naar Molukse, Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse en Surinaamse familiegeschiedenis.
"Hoe voeden Marokkaanse en Turkse ouders hun verstandelijk gehandicapte kind op en welke behoeften en wensen hebben zij aan ondersteuning? Dit boek geeft zicht op de opvoedingsomgeving van verstandelijk gehandicapte kinderen in Marokkaanse en Turkse gezinnen en op de risicofactoren waarmee zij geconfronteerd worden. Marokkaanse en Turkse ouders hebben een positieve, koesterende relatie met hun verstandelijk gehandicapte kind en verzorgen en voeden het kind bij voorkeur thuis op. De gezinnen hebben vaak een taakverdeling waarbij de moeder verantwoordelijk is voor de verzorging van het gehandicapte kind en de huishouding en de vader vooral contacten met instanties buitenshuis onderhoudt. Beide ouders voelen zich echter vaak overbelast en zij zijn niet altijd tevreden over de geboden hulp. Vooral praktische en financiële hulp is nodig voor deze gezinnen die voor het merendeel in armoede leven."
Zorgcategorie: Chronisch zieken Setting: ThuiszorgKorte inhoud:In dit werkboek staat het werk van verzorgende Naima Elbasi centraal. Een zelfbewuste jonge vrouw van Marokkaanse afkomst die met hart en ziel werkt in de zorg voor chronisch zieken in de thuiszorg. De thuiszorg is de grootste zorgsetting van de gezondheidszorg. Mensen ontvangen thuis diverse vormen van hulp: huishoudelijke zorg, begeleiding, verzorging en/of verpleging. Het accent in het werk van Naima ligt op de voorlichting en ver zorging van chronisch zieke zorgvragers en van gezinnen met kinderen. De aard van de zorgrelatie kan zowel kort als langdurend zijn
Op 22 februari 1951 stapten de eerste Molukkers in Indonesië aan boord van de Kota Inten. Dit was de eerste van twaalf scheepstransporten dat jaar. Ruim twaalfduizend Molukkers, merendeels KNIL-militairen en hun gezinnen, kwamen naar Nederland. Hun verblijf was als tijdelijk bedoeld, maar inmiddels spreekt men al van de vierde generatie Molukkers in Nederland. De eerste generatie is langzaam aan het verdwijnen en daarmee dreigt ook de kennis betreffende de herkomstgeschiedenis en de geschiedenis van de familie verloren te gaan. De laatste tijd trekken steeds meer jonge Molukkers voor korte of langere tijd naar het dorp van herkomst. Voor velen is dit het begin van een verdere zoektocht naar de eigen familie en al haar geheimen. Geboren en getogen in Nederland, maar de band met de Molukken blijft. Dit boek is voor hen, maar ook voor al diegenen die om andere redenen geïnteresseerd zijn in Molukkers in het algemeen en de familiegeschiedenis in het bijzonder.In de reeks Voorouders van Verre zijn ook onderzoeksgidsen verschenen voor Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse, Surinaamse en Indische Nederlanders. Met veel verstand van zaken wordt de lezer ingewijd in het onderzoek naar de eigen -of andervrouws/mans- familiegeschiedenis. Ook wordt kort de algemene geschiedenis van het herkomstland belicht, en de historische situatie rond de migratie van de (voor)ouders naar Nederland.
Het vermeende isolement van Marokkaanse vrouwen in de grote steden van Nederland is een veelbesproken onderwerp. Hier tegenover staat een beeld van een gesloten 'Marokkaanse gemeenschap' met veel contacten onderling. Deze tegenstrijdige beelden roepen verschillende vragen op. Om deze te beantwoorden voerde Marguerite van den Berg in 2005 en 2006 ze
Ibn Khald¹n en zijn wereld gaat in op het werk en de betekenis van Ibn Khald¹n. De opstellen in dit boek belichten de visie van Ibn Khald¹n op de wereld vanuit historisch, antropologisch, sociologisch en filosofisch perspectief. Ter sprake komen Berbers, steden, architectuur, magie, dromen en de weerklank op De Muqaddima in Ibn Khald¹ns eigen tijd en in het werk van latere onderzoekers. Dit boek, waaraan een Marokkaanse, een Amerikaanse en negen Nederlandse onderzoekers hebben bijgedragen, is tot stand gekomen onder redactie van de historicus en arabist dr. Maaike van Berkel en de historicus dr. Rudi K³nzel, beiden verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Straatcultuur en hangjongeren zijn veelbesproken onderwerpen. Maar wat is straatcultuur nu eigenlijk? Wat voor effect heeft straatcultuur op hangjongeren? Hoe maak je contact met jeugdgroepen, en hoe ga je als professional om met straatcultuur en grensoverschrijdend gedrag?Onderwerp van dit boek is de straatcultuur zoals jongeren die zelf beleven en leren vanaf het moment dat ze op straat hangen. Vanuit het perspectief van de straat vertaalt de auteur de straatcultuur voor mensen in het beroepsveld.Straatcultuur speelt zich in alle soorten jeugdgroepen af. Tussen het gedrag op straat van een groep Marokkaanse hangjongeren of een gabbergroep is geen verschil. Belangrijk is of een groep voor overlast zorgt en in welke mate.Straatcultuur geeft oplossingen om met deze groepen jongeren om te gaan, ze op het rechte pad te houden en/of hun gedrag bij te sturen. Inzicht in groepswerking is cruciaal. Aan de hand van herkenbare voorbeelden leert de professional signalen herkennen die duiden op problematisch gedrag van groepsleden, groepen effectief benaderen en escalerende situaties voorkomen. Leren kijken via de ogen van jongeren kan het werk van de professional leuker, effectiever en bevredigender maken.
'De single' is tegenwoordig een hype. Maar de groep singles waar tijdschriften, beurzen, (zelfhulp)boeken, single-feesten en allerlei datingsites zich op richten, is de groep tussen de 30 en 45. Jonge mensen die een drukke baan hebben, vaak nog kinderloos zijn en over voldoende financi middelen beschikken. Als je op wat latere leeftijd single wordt, bijvoorbeeld door een scheiding of het overlijden van je partner, spelen heel andere zaken een rol. Een relatie in deze levensfase gaat niet meer over het opbouwen van je leven, je carri , een gezin stichten, kinderen krijgen en opvoeden. Nu gaat het om samen oud worden, in verbinding met iemand zijn, iemand die precies weet wat jij bedoelt, iemand die van je houdt ... Liefde is een levenselixer en het verlangen daarnaar verdwijnt gelukkig nooit helemaal.Maar hoe pak je het aan? Waar vind je nog een vrije, leuke man/ vrouw op die leeftijd? Waar verlangen mannen naar en wat vinden ze van vrouwen? Waar verlangen vrouwen naar en wat zijn hun denkbeelden over mannen? In welk circuit begeef je je als je gaat daten, wat zijn de zeperds, de 'do's & don'ts'? Welke mogelijkheden zijn er eigenlijk om een nieuwe partner te ontmoeten? Een prikkelend en praktisch boek voor vrouwen mannen om een nieuwe liefde te vinden.Tanja de Wit is gedragsdeskundige en was jaren-lang werkzaam als relatie- en gezinstherapeute.
Bloedstollende achtervolging van Marokkaanse dubbelspionneDe Marokkaans-Nederlandse Malika Karoum, opgegroeid in Amsterdam-Slotervaart, werkte voor de Nederlandse inlichtingendienst en vergaarde als infiltrante een schat aan informatie over extremistische organisaties. Eind 2006 vertrok zij naar Dubai om criminele geldstromen in kaart te brengen, een undercoveroperatie die zo succesvol verliep dat haar runners niet door hadden dat ze tegelijkertijd haar zakken vulde dankzij criminele contacten. De aanhouding van een van haar geldkoeriers op Schiphol maakte duidelijk dat de sterspeler van de inlichtingendienst een dubbelspionne van het formaat Mata Hari was. Vermoed werd dat ze 90 miljoen euro aan schulden in het criminele circuit had achtergelaten.In november 2007 werd de jacht op Malika geopend. Omdat zij zich veilig waande in Dubai zochten haar runners bewust de publiciteit. Pas vele maanden later kon Malika worden aangehouden en berecht. Klopjacht op Malika beschrijft de bloedstollende achtervolging van de Marokkaanse spionne van binnenuit.
Op het eerste gezicht is de Schilderswijk een doorsnee zwarte wijk in een grote stad. Er leven zo¿n vijftig etnische groepen; het is een van de armste wijken van Nederland,waar tachtig procent van buitenlandse komaf is; het aantal grote bakken en opgevoerde scootertjes dat er rondrijdt staat in schril contrast met het gegeven dat de helft van de bewoners onder de armoedegrens leeft.De wijk is tot op het bot verzuild: Turkse en Marokkaanse bakkers, slagers en kruidenierswinkels, hindoestaanse reisbureaus en Surinaamse kappers. Veel Hollanders die niet zijn weggetrokken vinden dat hun vroegere wijk naar de ratsmodee is gegaan. Wie echter zijn ogen en oren de kost geeft, ziet dat de allochtonen allerlei bijzonderheden van huis hebben meegenomen: hun politieketegenstellingen, hun gebedsgenezers, gebedshuizen, koffiehuizen en de universele wens in een fatsoenlijke wijk te wonen.Het gonst er dan ook van activiteiten en burgerinitiatieven om de leefbaarheid te verbeteren. Niet dat het direct helpt, want iedereen heeft er zo zijn eigen zachte of harde oplossingen voor, de middelen ontbreken en de gemeente en de straatagentenweten het soms ook niet.Eildert Mulder (1950), jarenlang Midden-Oostenredacteur en later stadsverslaggever in Den Haag voor Trouw, zwierf vele maanden door deze wijk van zijn stad en maakte er een eerlijk portret van.
In de media, de politiek en bij hulpverleningsinstellingen is er veel aandacht voor opvoedingsvraagstukken in allochtone gezinnen. Marokkaanse en Turkse ouders krijgen vaak kritiek op hun opvoedingsmethode. Zij nemen niet genoeg verantwoordelijkheid, zijn te weinig betrokken bij het onderwijs van hun kinderen, en laten ze maar wat rondhangen op straat. De opvoedingsproblematiek wordt meestal benaderd vanuit het perspectief van de instellingen. ‘Schaamte en strategisch handelen’ besteedt aandacht aan het opvoedingsperspectief van ouders en kinderen met een Marokkaanse of Turkse achtergrond. Het gaat daarbij vooral om de opvoeding van pubers en adolescenten. Daarnaast is er aandacht voor de ervaringen van de kinderen en ouders met instellingen, en de ervaringen van instellingen met Marokkaanse en Turkse gezinnen. In hoeverre kunnen de hulpverleningsinstanties ervoor zorgen dat hun aanbod voldoet aan de opvoedingsverwachtingen en -idealen van Marokkaanse en Turkse gezinnen?